Ronald M Offerman – ‘Bickerseiland wat ben je toch veranderd – Bijna niemand van vroeger is er nog…’

Geplaatst op Geplaatst in Geen categorie

 

blauw

vanavond lekker gegeten met ‘de meiden’ – als ze lezen dat ik ze zo noem dan gaat mijn hoofd eraf – maar los (mijn hoofd) daarvan – het bracht me terug naar mijn jeugd – de gekraakte fabriek van joncker op het pleintje waar paul westerneng huisde – geniaal verzamelaar van oplichtende mariabeeldjes – hij had een verzameling van wel 500 van die dingen – de treinen van en naar CS scheurden langs maar die hoorde je niet meer na een uurtje, ik geloof dat paul westerneng boeken verkoper is geworden op het Vrijthof in mestrich, aan de overkant van  het vogelstruuske – in de ouden vogelstruijs – hoe dan ook – een stukje amsterdam dat ook ronald m offerman terugbracht naar zijn jeugd – zo leeft het voort in een stad, in De stad – hij zal het bezingen in zijn nieuwe theatershow:

 

Hi Pom, Hier is ie. Mijn opa en oma woonde vroeger op het Bickerseiland. Het was toen een vreselijke armoedige bende met veel dronkenlappen en vechtpartijen en zo. Dus een buurt waar ik me thuis voelde. Later heb ik dit liedje gemaakt en best wel veel gespeeld ook eigenlijk. Ik heb er een filmpje bij van het Bickerseiland. Het cafe waar ik in het liedje zit is het Blauwhooft. Er is ook een prachtig boekje over de buurt, “Zondagsgeld” van Philip Snijder.

 

ronoff

 

Bickerseiland lied

 

Het lantaarn licht schijnt fel over de bogen.

De treinen rijden snel over de dijk

De machine fabriek van Jonker,

Steekt, hoog en donker, huizenhoog boven mij uit.

 

Op de cafétafel voor me staat een kopstoot

In gedachte proost ik met mijn oma.

De stem van mijn opa denk ik in het café te horen,

En het lijkt of ik de geur van teer en olie nog steeds ruik

 

Zondag middag naar mijn tantes voor mijn zakgeld

Daarna even kijken bij mijn ooms in t, café

Dan snel hollend naar de film

Soms mocht ik met de grote jongens mee

 

Bickerseiland wat ben je toch veranderd

Bijna niemand van vroeger is er nog,

Mijn ooms en tantes allemaal verdwenen

En ik weet dat het nooit meer zoals vroeger wordt

 

Want op elk pakhuis staat nu een penthouse

En op de plek van elke loods staat nu iets moois

Alle straten zijn keurig aan geveegd

En ik weet van geen een van de huizen meer wie er woont

 

Ronald M Offerman

 

 

 

 

Share This:

2 gedachten over “Ronald M Offerman – ‘Bickerseiland wat ben je toch veranderd – Bijna niemand van vroeger is er nog…’

  1. Goedemorgen Pom, het jeugdsentiment van Ronald m.b.t. het Bickerseiland heeft bij mij slapende herinneringen wakker geschud over mijn periode als artiest tussen 1955 en 1977.
    In die tijd bleven de artiesten na afloop van hun optreden na afloop vaak nog een uur in de kleedkamer zitten om sterke verhalen op te hangen en ik kan je zeggen dat dat een verdomd gezellige tijd was waaraan ik een hoop herinneringen heb over gehouden, waarvan de meeste slapen in mijn geheugen , maar soms plotseling wakker worden geschud.

    Tegenwoordig weten de artiesten niet hoe snel ze na een optreden moeten verdwijnen naar een volgend optreden of naar huis om de laatste televisiebeelden op te slurpen.

    Hierbij één van de vele belevenissen die ik meemaakte tijdens mijn optreden als artiest in bovengenoemde periode.

    Joop.

    De Wama’s

    Dick de Maat (1917-1980) en Wim van Wageningen (1918-1986), beter bekend als de Wama’s, waren grappenmakers.
    Niet alleen op het toneel maar ook daarbuiten waren ze altijd voor een grap te vinden. Ze hadden een act waar je in de vijftiger en zestiger jaren van in een deuk lag. Heden ten dage zal geen mens meer om hun grappen kunnen lachen. Beiden zijn trouwens reeds lang overleden. Zal iemand nu nog om de humor van Snip en Snap zijn mondhoeken bewegen?
    De Wama’s dus. Dan weer als Arabische tapijtverkopers met hun lied: “Kleden, kleden, wat een mooie kleden”, of: “In Bagdad heeft de vuilnisman in elke hand een ratelslang.” Nu flauw, toen grappig. Wim, de kale, had altijd een lach op zijn gezicht. Dick, de donkere, keek serieus maar was de geestelijk vader van de meeste grappen, zowel op toneel als in de kleedkamer of elders. We moesten een keer optreden in het van Nispenhuis aan de Stadhouderskade te Amsterdam. Ik denk dat het zo omstreeks 1956-1957 was. Met de Hawaiianband (Loes Bakker, Annie Teyse, Karel Stoeltjes, Joop Loopeker en Joop Komen) zouden wij de entr’acte muziek verzorgen. Dat betekende dat je tijdens langere pauzes voor het voordoek (op het z.g. proscenium) de zaal bezig moest houden. We bestonden toen nog geen jaar dus kreeg je altijd het mindere, ondankbare werk. Onze beide danseressen, Annie en Loes, compleet in rieten (raffia) rokjes, slipje en bloemen-bh, met in de handen de halve kokosnoten waarin brandende kaarsjes, stonden met hun achterste tegen het voordoek hun kunsten te vertonen. Wij speelden en zongen het nummer “Kaimana Hila” terwijl we op het kleine proscenium moeite hadden om in evenwicht te blijven. Toen het nummer was afgelopen en wij buigend het applaus in ontvangst namen, klonk er plotseling vanuit het publiek een donderend gelach. Verbaasd keken wij om ons heen en zagen tot onze schrik dat bij onze danseressen de rieten rokjes tot op hun blote voeten waren afgezakt. Ze stonden dus in een voor die tijd zeer pikante en schaamtevolle situatie. Rieten rokjes op de voeten, slipje, en behaatje van papieren bloemen. We wisten niet hoe snel we achter het doek moesten verdwijnen terwijl het lachen van het publiek onze ruggen striemde. Wat was nu de oorzaak van alle ellende:
    Toen de danseresjes met hun achterste tegen het voordoek stonden, stond achter datzelfde doek Dick Wama. Op één of andere manier had hij de rieten rokjes van onze dames stevig aan elkaar weten te knopen. Toen onze act was afgelopen en wij een stapje naar voren deden om het publiek te bedanken, liep Annie naar links en Loes naar rechts. Dat was zo ingestudeerd. Het gevolg laat zich echter raden. De rieten rokjes zaten elk slechts met 2 kleine drukknoopjes om de taille vast, terwijl de knoop die Dick Wama had gelegd vele malen steviger was.
    Tonny Bakkenes (accordeonist), Herman Kortekaas en John van Essen (De Kamé’s,nu beter bekend als Peppi en Kokki), Thoraldo de goochelaar, Wim Wama en Willy Alberti lagen in een deuk in de coulissen. Dick Wama was nergens te bekennen. Die zagen we later met een onschuldig gezicht in de kleedkamer zitten terwijl hij, onze rode gezichten ziende, vroeg: “Is er wat?”
    Na afloop van de voorstelling heeft hij het echter bij ons goedgemaakt met een aantal pilsjes. Zo was hij ook wel weer.

    Joop Komen

Geef een reactie