VON SOLO op de spoedeisende hulp: ‘De broeder legt een infuus aan. Spuit de morfine in. En de reis begint. Zwaar lig ik daar. ‘

Geplaatst op Geplaatst in Geen categorie

 

POMgedichten presenteert de donderdag column:

VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!

Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

Het is een verhaal van een man die van een een flatgebouw valt. Onderweg spreekt hij zichzelf moed in. Tot hier gaat het goed. Tot hier gaat het goed. Maar het is niet de val die van belang is. Het is de landing. ‘Jusqu’ici tout va bien’ (La Haine, 1995)

 

Deel 185. Wake up call

‘Blijft u rustig. U bent in goede handen. Voelt u dit nog? Wat is uw naam? Blijft u rustig liggen. Niet bewegen. We gaan nu naar het ziekenhuis. We gaan u nu morfine geven.’

Afgelopen zaterdag heb ik een doodsmak van een steiger gemaakt op een betegelde betonvloer. Ik snap en weet nog steeds niet precies hoe en waarom. Enkel wat vage gevoelens van neerstorten en neerkomen. Opkrabbelen. Je verstand bijeen krabbelen. Bij bewustzijn trachten te blijven. De regie trachten te herpakken op de situatie. Ondersteund honderd meter naar huis. Instorten op het gras. Pijn en zwaar ademhalen. Je weet dat het mis is. En de pijn. Zo diep, zwaar en lichamelijk, dat hij drukt. Hij drukt je tegen de grond. Waar niet meer op te liggen is. Of ze 112 moeten bellen. Bel maar, ja pa, bel maar. Geen sirenes, geen ophef. Er is niets n de hand. Maar je weet dat een pleister dit niet op gaat lossen.

Je beeld je alles in van oorzaak en gevolg. Schuld en boete. Goed en slecht. Weer probeert de geest het gevoel te vinden. Terwijl het verstand een verklaring tracht te vinden voor het grote alles. Waar alles van aan elkaar hangt. Dit moet een teken zijn. Ik ben slecht en wordt gestraft. Of dat ik afgedwaald ben en alles rustiger en op mijn eigen manier moet doen. Het kan ook gewoon stom ongeluk zijn. Je verstand wil er nog niet aan. Het wenst een verklaring hoe zoiets kon gebeuren. Maar het kon. En het gebeurde. Gevoel is op dat moment enkel bezig met pijn, boosheid en verdriet. Verstand zoekt de schuld.

De broeder legt een infuus aan. Spuit de morfine in. En de reis begint. Zwaar lig ik daar. Overgeleverd aan een limbo tussen slapen en waken. Leven en sterven. Mensen zijn vormloze bubbels. Enkele de ambulance broeder is er en is een sjamaan. Die me begeleid op een reis naar de overkant van de kloof. Licht en warmte. Groen en zweven. Het overspoelt me. De zwaarte van de pijn is verdieping in het zelf geworden. De rit naar het Sint Franciscus kan niet meer dan vijf minuten geduurd hebben. Maar het was een eeuwigheid. Zwevend over Elysische velden, denkend dat ik hier nooit meer uitkom en sterven zal. Probeer wat te murmelen. De sjamaan stelt me gerust en ik zweef, urenlang. En denk aan mijn geliefden. Dat ik ze misschien nooit meer zal zien. Geef me over en vind vrede. Dan probeer ik weer aan de oppervlakte te komen, de spiegel te breken. Heel even kom ik erdoor. De sjamaan vangt me terug op in mijn val. Waar ik ben weet ik niet. Mijn verstand vecht door. Mijn gevoel komt steeds nader tot de gloeiende goddelijke kern van mijn wezen. Rust.

De spoedeisende hulp. Geen idee hoe ik uit de wagen gekomen ben. Op een brancard ongetwijfeld. Grabbel met die ene werkende vinger in mijn broekzak en voel mijn geluksteentje. Mijn totempje voor het onverklaarbare alomvattende. Mijn werkbroek heb ik dus blijkbaar nog aan. Een medisch team staat over me heen. Ik kerm, ik vloek, ze helpen, ik bedank ze. Houd heel even van ze. Probeer grappen te maken zo goed als het gaat. En zing stilletjes zinnetjes uit ‘Like a hurricane’ van Neil Young. In mijn ooghoek zie ik mevrouw Solo. En ben blij dat ze erbij is. En blij met de warme deken. Ik ben in shock en ril of het vriest. En denk aan hoe ze zorgt en van mij en de kinderen houdt. Op haar eigen manier die nooit helemaal de mijne zal zijn. Onvoorwaardelijk onder voorwaarden. Hoe een vrij mens probeert. Hoe we proberen. Zo goed mogelijk. Lief mogelijk. Levend mogelijk. Mijn tenen bewegen. Ik leef nog. Langzaam kom ik terug. Om langzaam rustig voort te gaan. In liefde. Te proberen een goed mens te denken en te voelen. Ooit houd alles op. Maar vandaag nog niet.

Er schijnen lichtjes in mijn ogen om de pupilreflex te testen. Een geschenk. Ik neem het aan.

 

 

VON SOLO

DICHTER, PERFORMER, COLUMNIST EN CINEAST

www.vonsolo.nl

Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl 

En volg VON SOLO ook op Facebook, Twitter en LinkedIn!!!

 

Share This:

Geef een reactie