VON SOLO op donderdag: “Wel realiseerde ik na deze gedachte met de rillingen over mijn rug dat er in mij iets verstopt zit waar ik heel bang van word. En ik weet niet wat het is.”

Geplaatst op Geplaatst in Geen categorie

Afgelopen weekend was ik alleen in ons nieuwe huis. Daar zijn alle trappen weggehaald en vervangen door ladders. Via de stevigste ladder klom ik naar de eerste verdieping. Daar klom ik via het balkon de buitensteiger op en via een smal laddertje naar de tweede verdieping. Ik liep naar het kozijn dat nog geschuurd moest en keek de tuin in. En toen beving me een dierlijke angst. Ik week richting de muur en schuifelde terug naar de smalle steigerladder om af te dalen terwijl ik met witte knokkels de steigerbuizen omklemd hield. Ik was bevangen door hoogtevrees. Terug binnen aangekomen zakte dat gevoel weer en beklom ik binnen de steeds smaller wordende ladders naar de derde verdieping.

Ik inspecteerde het werk en de vloer en besloot weer af te dalen. Ik hurkte om de ladder op te stappen en keek het trapgat in dat twee verdiepingen besloeg en stelde me voor wat er zou gebeuren als de wankele ladder met mij erop zou kantelen. Ik zou niet nog een keer zoveel geluk hebben als bij mijn recente ongeval*). Een kort moment bevroor ik. Het schoot door mijn hoofd dat ik echt niet meer naar beneden durfde. Misschien wel het hele weekend vast zou zitten tot de bouwvakkers weer kwamen. Mijn telefoon had ik niet bij. Toen overwon ik mijn angst net genoeg om een besluit te nemen. Bibberend klom ik heel voorzichtig naar beneden. Ik was bang geweest. Alleen en bang.

Maandagmiddag zag ik een meisje als een pop op het fietspad liggen. Ernaast stond een ziekenauto. Het fietspad was verder afgezet door stadswachten. Er stond veel publiek omheen. Het meisje keek met een mengeling van angst, zwakzinnigheid en pijn. Ik zag het motief van haar sokken. Liefelijk. Haar tas een eindje verderop. Leuke pubertas. Ze lag in stabiele zijligging. Het verplegend personeel knipte in haar kleding. Ik keek nog één keer naar haar gezicht en de scène en stapte op mijn fiets. Honderd meter verder werd ik bevangen door een misselijk gevoel en moest nèt niet huilen.

Denkend aan mijn eigen dochtertje en hoe je kinderen kan behoeden voor dergelijk onheil. Aan mijn eigen ongeval recentelijk, waarbij het ook zoveel slechter had kunnen aflopen. Op dat moment had ik mijn gedachten nog kunnen stoppen, maar deed dat niet. Ik herinnerde me dat ik heel veel jaren geleden in een dronken bui ontzettend moest huilen, omdat ik de onschuld van spelende kinderen zag in een zandbak. Dat vervulde me met een enorm verdriet over de breekbaarheid daarvan. Mevrouw Solo vroeg waarom ik zo emotioneel was, maar dat was niet uit te leggen. Dat heb ik daarna ook nooit meer geprobeerd. Wel realiseerde ik na deze gedachte met de rillingen over mijn rug dat er in mij iets verstopt zit waar ik heel bang van word. En ik weet niet wat het is. Het verandert me in een bang klein jongetje. En als je deze angst toelaat is het overweldigend. Dus doe je dat normaliter niet.

Van mijn jeugd kan ik mij weinig herinneren. Bijna alles voor mijn tiende is weg. Behalve een sluimerend gevoel van angst. Gisteravond kon ik maar heel moeilijk in slaap komen. Ik was bang. Net als vroeger. En ineens herinnerde ik me iets, dat ik me niet wilde herinneren. Flarden. Het gebeurde in een veldje, aan het einde van de straat. Het was intimiderend. Ik denk dat het grote jongens waren, die mij en een vriendje beroofden van mijn speelgoedpistool, waar ik juist zo aan gehecht was. En we wisten niet wat te doen behalve machteloos te zijn. Dat we niets konden vertellen, want dat mocht niet van die jongens, anders zouden ze wel. En dat we dat dan probeerden weg te stoppen alsof het niet gebeurd was. Maar ’s avonds toch onmachtig probeerden verlossing te zoeken bij onze ouders.

Wat er precies is gebeurd, weet ik niet of niet meer. Ik weet niet of het alles is. Of wil ik me niet meer herinneren. Ik weet ook niet hoe het afgelopen is. Maar die angst en dat verdriet voelde ik ineens weer in volle heftigheid. Die emoties kun je net zo lang wegstoppen tot je niet meer weet wat de feiten waren. Zwetend en draaiend, biddend voor slaap gleed ik weg. Het zal het bier van zondag wel zijn geweest, dat mijn geest wat minder stabiel had gemaakt. Onwillekeurig moest ik denken aan een quote uit mijn favoriete film ‘The Crow’.
‘Ya know, my daddy used to say every man’s got a devil. And you can’t rest ‘til you find him.’
Op dat moment werd het duidelijk dat ik terug zou gaan naar Zeeland. Er ligt daar nog een film te wachten om gemaakt te worden en een boek om te schrijven.

*)http://www.pomgedichten.nl/index.php/2017/06/22/von-solo-op-de-spoedeisende-hulp-de-broeder-legt-een-infuus-aan-spuit-de-morfine-in-en-de-reis-begint-zwaar-lig-ik-daar/

VON SOLO
DICHTER, PERFORMER, COLUMNIST EN CINEAST
www.vonsolo.nl
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
En volg VON SOLO ook op Facebook, Twitter en LinkedIn!!!

Share This:

Geef een reactie