Geen categorie

DITMAR BAKKER schaaft CAMPANELLA nog even bij: “En oh, Pom, waar is onze optatieve wijs toch gebleven.”

Ha Pom,
Inmiddels heb ik een—zo vermoed ik—definitieve versie aan dichters/boer(d)en gericht. Die Campanella is me er ééntje zeg. Je zal zelf ook wel hebben gezien dat er nog wat aan dat andere monster schortte. Zo schijnt ‘accredituur’ ècht geen woord te zijn, hoe mijn taalgevoeligheid ook anderszins schreeuwde en ik heb gespeurd naar de oorsprong van suffixen—maar dat bood wel een opening om de favola te vangen. De dieren zijn we kwijt, maar Campanella heeft het verder ook nergens over diertjes, wel over mensen (‘nephelden’ heb ik ze genoemd), wat ons nog zekerder kan maken van het feit dat hij de tweede vergeten betekenis van ‘favola’ eerder bedoelde dan de eerste. En oh, Pom, waar is onze optatieve wijs toch gebleven. Ik heb mij verzoend met het verlies van een eind-n. Wel blijf ik ferm tegen het verlies van dat versus die (wat echt aan de gang is, we maken het mee, otemporaomores!) omdat zulks ons dichters nu eenmaal ruimte geeft. De tweeslachtigheid in regel elf (het gekkengetal!) is mij zó lief. Hier, vangen!
AAN DICHTERS; BOERDEN?
Hoogmoedige moed, vanuit heiligheid—schijn!
Goedhartigheid pleegt men verplichting te maken
’t verstand dan verwart (en ’t zal schraler geraken)
de liefde met ijver—fraai? Opdofferij,
 
dankzij uwe ‘boerden’ bezingend ’t terrein
van ’t walgwerk dien nephelden; zinneloos kwaken,
nee, dan ’t magnifieke mysterie—ons baken,
valeur die de oudheid bezong: Gods domein.
 
Natuurlijke grootsheid doet vruchten verstrekken;
zingt strijdig uw jokken—het handwerk is zuur,
laat geen der gegevens, waar, onwaar, bedekken.
 
Keur goed enkel dichtsel, als vroeger scriptuur,
dat zaken die mantels der leugens onttrekke;
bewapene mensen: verkoop de deugd duur.

Share This:

Geef een reactie