Geen categorie

JOLIES HEIJ weer eens gemangeld tussen goed en kwaad – over ‘blond haar en regenachtige ogen’

Ik ga het vandaag over een niet alledaags thema hebben, lieve lezer. Het is ook geen vrolijk thema, maar enfin, dat is Srebrenica ook niet en dat is genocide nooit. Met de natuurgenezer veilig opgeborgen in het tuinhuis in afwachting van de uitspraak van het Tribunaal in het proces tegen Mladic op 22 november. Hij laat weten dat hij het goed maakt, maar dat hij absolute rust behoeft en dat het enige bloed, dat hij nog kan zien, dat van de rode zonsondergang in het westen is. Eventueel het rode sap van een bloedsinaasappel. Verder hoopt hij op levenslang voor Mladic, aangezien hij die dan de dikke middelvinger kan geven omdat hij zelf maar veertig jaar heeft.

En dan was er ook nog de herdenking van de Kristallnacht op 9 november in Perdu, waarvoor ik van het Platform tegen racisme en uitsluiting een uitnodiging kreeg. Je moest je aanmelden om op “de lijst” te komen, maar een paar dagen van tevoren berichtte men dat “de lijst” aan de kant was gegooid en mensen zouden worden toegelaten volgens het principe wie-het-eerst-komt-die-het-eerst-maalt. Dus columniste zorgde ervoor vroeg ter plekke te zijn. En ik ga er voor het gemak – gezien de gemiddelde leeftijd van de lieve lezertjes – maar vanuit dat u weet wat de Kristallnacht was en ook waar die voor staat en anders zoekt u het maar op wikipedia op. Ik kwam dus bij Perdu, waar een stelletje vrouwen voor de deur leuzen stond te roepen als: dit is uitsluiting! En: welkom bij het Kristallnachtcircus! In de deuropening een marokkaans uitziende jongeman die met een overduidelijk accent sprak. Die andere bezoekers wel binnenliet. De vrouwen namen driftig selfies en spraken geagiteerd tegen hun schermpjes. Eentje rolde een israëlische vlag uit. Let wel, het waren allen hoogblonde kaasvrouwen. Staat u op “de lijst”? vroegen ze aan iedere bezoeker. Ja, knikten diverse mensen waarop ze naar binnen werden gelaten. Maar wacht eens even, die “lijst” was toch weggegooid?

 

Nu kwam ik ook in beweging en stapte op het Marokkaantje af. Nee, u mag niet naar binnen, sprak deze onverbiddelijk. Wat krijgen we nu? Ligt het soms aan mijn bril? vroeg ik verontwaardigd. Mevrouw, ik heb ook een bril, gaf hij (dat was waar), maar toch mag u niet naar binnen. Zij hoort niet bij ons, hoor! riepen de activistes. Bedankt dat jullie dat voor de duidelijkheid even laten weten, dacht ik, maar de Maroc week geen duimbreed. Ineens had ik genoeg van deze schertsvertoning. Ach, ga jezelf toch neuken, rukker, sprak ik en liep onder grote hilariteit van de actievoersters weg. Of ze er nog hebben gestaan tot ze platvoeten kregen weet ik niet. De ervaring heeft mij al eens eerder geleerd dat ik me maar beter niet in het israëlisch-palestijnse kruidvat kan mengen.

Ooit nam ik het op FB voor de belgische Dichter des Vaderlands Charles Ducal op, die een reeks mooie, genuanceerde gedichten over de palestijnse nederzettingen had geschreven. De vuilstort die ik toen over me heen kreeg! Van (zelfverklaarde) joden die mij heel origineel voor antisemiet uitmaakten en mij geringschattend “dichtertje” noemden. Nee, Israël ligt ver weg en van mij mag dat vooral zo blijven. Waarmee ik niets wil afdoen aan de genocide op de joden tijdens WO II en ook niet aan het feit dat uit NL buitensporig veel joden zijn afgevoerd door de gulzige coöperatie van de NS met de Nazis. Maar de politieke situatie in het huidige Israël kan me gestolen worden. Daarbij waren mijn argumenten ter verdediging van Charles Ducal niet eens politiek, maar zuiver literair.

Daarbij heb ik al genoeg te stellen met Bosnië, waar genoeg lonten voor het ontsteken liggen. Met de Ratko’s, Radovans, Slobodans, Franjo’s en Alija’s aldaar die geen gelegenheid onbenut laten om grenzen langs etnischreligieusculturele scheidslijnen te trekken. Dat is mij al tweedeling, of liever gezegd driedeling genoeg. In Srebrenica wonen de Serven aan de ene kant en de moslims aan de andere. In Mostar wonen de Kroaten op de ene oever en de moslims op de andere. Dan hoef je er waarlijk geen nieuwe kolonies meer bij.

Op 9 november
 
In een stad waarvan de ruiten nog spiegelen
de scherven allang opgeveegd
het gerinkel houdt de honden niet langer uit de slaap
ze kruipen ouderwets weg
met de staart tussen de benen en volgen kan altijd nog.
 
Ergens is een aanzet tot een opstootje
er wordt een israëlische vlag uitgerold
mensen praten tegen zichzelf in hun schermpjes
en hebben het over uitsluiting
van nog voordat vader van de fiets werd getrokken.
 
Ze hebben blond haar en regenachtige ogen
blauw als de ster op hun vlag
het zijn katten op witte sloffen
die de keel schrapen in deze spooknacht
het enige wat dampt zijn de kleverige blaren.
 
Een jongeman met marokkaans uiterlijk en accent
vraagt me of ik op de lijst sta.
Ik weet van geen lijst – voor gratie of voor deportatie?
Zo wordt de datum wrang in ere gehouden.
Hij weigert me de toegang.
 
Was mijn haar te kazig of mijn neus te wit?
Dit is pure parodie, ze hoort niet bij ons
maar ik stond per ongeluk aan de verkeerde kant.
Zo begon het in het duizendjarige rijk ook
waar menigeen het lachen aan het gas verging.
 
 
Jolies Heij

Share This:

Geef een reactie