Geen categorie

VON SOLO – Het idee van een sluipende dreiging waartegen verzet zinloos is, laat een mens niet makkelijk los.

POMgedichten presenteert de donderdag column:
VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!
Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

Bijna twintig jaar geleden tilde ik een plafondtegel op in het kraakpand op de Henegouwerlaan waar ik woonde. Ik was op zoek naar een stopcontact onder het systeemplafond. Er kwam een stofwolk vanonder het plafond gezeild die zijn weerga niet kende. Ik moet hoesten en niezen zoals ik zelden eerder had gedaan. Rochelen en alles. Uiteindelijk ben ik niet verder naar stopcontacten gaan zoeken. In mijn achterhoofd dacht ik even aan asbest. Maar als je drieëntwintig bent, heb je wel wat anders aan je hoofd. Dat soort dingen stop je gewoon weer terug onder het plafond en dan verdwijnen ze.

Deel 212. Da’s best

Afgelopen voorjaar was ik bezig met de voorbereidingen van de sloop van ons inmiddels nieuwe huis. In het oude winkelgedeelte bevond zich nog een ingemetselde koelcel uit 1949. Boze tongen beweerden dat daar asbest in zat. Dat ben ik via het bouwarchief gaan onderzoeken. Uiteindelijk bleek na wat recherche en een praktijktest de koelcel asbestvrij. Maar intussen was er een andere geest ook weer uit de fles gekropen. Deze eiste dat ik me eindelijk zekerheid zou gaan verschaffen over mijn incidentje van twintig jaar eerder. De dood van Derrel Niemeijer lag me nog vers in het geheugen en het spook van kanker loerde.

Ik stuurde dus een mail naar het de afdeling vergunningen van de gemeente, waarin ik mijn verhaal deed en vroeg of er uit de sloop- of bouwvergunningen van het pand op de Henegouwerlaan op te maken was of er sprake was geweest van asbest. Het werd een spelletje van het kastje naar de muur. Uiteindelijk heb ik nog ontelbare ambtenaren aan de lijn gehad en moeten dreigen met de ombudsman om beweging in de zaak te krijgen. Uiteindelijk was ik zover dat ik verwezen werd naar het bouwarchief om het lekker zelf uit te zoeken. Met die wetenschap spoedde ik me erheen en ontving daar binnen tien minuten netjes de stukken op de leestafel. Eindelijk. Ik opende de map en vond een asbestinventarisatie. Deze sloeg ik open en ik trok na drie pagina’s wit weg. Legde mijn hoofd in mijn handen en probeerde mijn ademhaling terug onder controle te brengen. Dat lukte. Spuitasbest isolatie onder de plafonds in het betreffende bouwdeel waar ik een paar maanden had gewoond. Foute boel.

Die nacht heb ik héél slecht geslapen. En de volgende dag ben ik meteen naar de dokter gegaan. Deze keek me meewarig aan toen ik mijn verhaal gedaan had en de stukken had laten zien. Hij gaf aan dat hij niets kon doen. Er was geen enkele indicatie van (lichamelijke) ziekte bij mij. Ik gaf aan dat ik toch minstens een psycholoog nodig had om me tenminste weer rustig te slapen. Die opmerking negeerde hij wijselijk. Uiteindelijk gaf hij een doorverwijzing voor longfoto’s. De dokter had aangegeven dat de kans op asbestkanker een tombola is. Eén vezeltje is bij een ongelukkige al genoeg voor een gruwelijk einde, terwijl sommige mensen die er jaren in gewerkt hebben nooit ergens last van hebben gekregen. Met mijn verwijzing stapte ik de deur uit. Ik had ineens zin in een bak koffie. Die nacht was ik al duizend doden gestorven. Nu wist ik dat er vandaag niet gestorven zou worden, voelde ik me goed. Als herboren.

En toch. Het idee van een sluipende dreiging waartegen verzet zinloos is, laat een mens niet makkelijk los. Zeker als deze zich op elk willekeurig moment kan openbaren. Het werkt gewoon veel beter als je de dreiging veronachtzaamd. Dan kun je weer door met leven. Ik heb ook nooit meer gebeld voor de uitslag van de röntgenfoto’s. Als er wat was, had de dokter vast wel gebeld. Als je drieënveertig bent heb je wel wat anders aan je hoofd. Toch?

Share This:

Geef een reactie