LISAN LAUVENBERG over loes de poes

 

 

De poes in de kroeg

Zoals roken bij een kroeg  hoorde, zo hoorde er ook een goede kroegpoes bij. Liefst zo’n groot uitgedijd monster dat ongevraagd boven op je krant gaat liggen, omdat ie dat de lekkerste plek vind, of omdat ie aanvoelt dat verstokte krantenlezers ook aandacht behoeven en eigenlijk niet nog meer wereldleed tot zich moeten nemen.

Ze dienen de kroeg, door muizen te vangen die een te goed leven hebben in de keukens van kroegen waar haastig tussen de bedrijven door tosti’s en broodjes worden gemaakt. Onderwijl zit de clientèle te smachten op de terugkeer van hun barkeeper die de glazen weer moet vullen. En zat onze kroegpoes Loes te wachten op haar glaasje water bij de wasbak. Want ander water dronk ze niet en als je haar niet op haar wenken bediende dan krijste ze erbarmelijke klanken.

Grappig is dat de inwoners van het café er allemaal prat op gaan dat Loes alléén bij hun op schoot wilde. Wat ik altijd vreemd vond want ze verhuisde, al wandelend over de verzameling benen aan de bar om telkens een tussenstop te maken, kopjes te geven en zich te laten kroelen door mensen die van Loesjes gediend zijn. Loes had haar voorkeuren en ze bedreef de liefde slim door nooit te lang bij iemand te blijven zitten en jaloezie op te wekken bij de andere lege schoten én ze zou nooit bij een naar mens gaan zitten.

Als ze een nieuwkomer in het etablissement begroette en ze niet dichtbij kwam dan wisten we dat die gast er snel niet meer zou zijn, omdat hij ook aan de kroeg mensen weldra zijn onuitstaanbare onhebbelijkheden zou vertonen, die poes Loes op dag 1 al feilloos had opgesnoven. Als zo’n gast dan toch terug bleef komen werd ie door Loes genegeerd en zagen we haar ook blazen, met hoge rug als die gast haar wilde aaien of oppakken. Hoe erg moet zo’n afwijzing door Loes geweest zijn voor diegene die een plekje zocht in onze kroeg. Sommige mensen blijven hun leven lang aan dezelfde bar hangen en anderen raken op drift, door een verhuizing of door een eerder genoemd onuitstaanbaar karakter en moeten dan moeizaam een plek zien te veroveren tussen de vaste gasten van een bestaande kroeg met zijn eigen kroegcultuur.

 

Althans zo was het toen je nog goede kroegen had, waar eten een bijzaak was en je haarfijn door de gelijkgestemden werd herkend of meteen als buitenstaander werd behandeld. De hippe nieuwe tenten en nieuwe formules hebben ook veel en veel wisselend en haastig personeel. De vaste klanten en hun eigenaardigheden kennen en het creëren van een “thuis” voor je klanten levert een mooi stabiel inkomen. Want liefhebbers van poes Loes en een biertje komen elke dag. En elke dag tikt hun klokje in hun thuis, zoals het nergens anders tikt. En is barkruk een betere plek dan luie stoel in een huis, zonder poes en zonder gabbers.

En op je begrafenis is het in elk geval gezellig, want als poes Loes van je hield dan heb je meer dan alleen een plek in haar poezenhart, dan ben je een goed mens. Dat is zeker.

In memoriam voor alle poezen en kroegtijgers die zijn gaan hemelen en gemist worden.

 

© Lisan Lauvenberg

12  januari 2018

 

Share This:

Gepubliceerd door Pom Wolff

Hoi, welkom op mijn site pomgedichten. De site is in langzame opbouw net als de dichter. Ik ben geboren in Amsterdam, ik leef daar en wil daar ook wel doodgaan. Ik studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam, Rechten aan de Vrije Universiteit en werk als juridisch adviseur in de hoofdstad. Jan Arends is mijn favoriete dichter dan Kopland dan Menno Wigman. Paul van Ostaijen mijn dandyman. In slammersland geniet ik van Roop, Karlijn Groet, Peter M van der Linden - ACG natuurlijk, Ditmar Bakker, Jürgen Smit en Daan Doesborgh. En wat moet ik zeggen nog van Robin Block ( “hee ouwe wolf”) de wildemannen, lucky fonz III - Sander Koolwijk of Tom Zinger: "er is hier zeker 80 centimeter plant waar jij geen weet van hebt...." - mijn windroosmaatjes. Mijn optredens bezorgden mij eretitels: landelijk slamfinalist 2003, 2004, 2005 en brons in Tivoli in 2006, 2007 en 2010, 2011, 2012 en ook weer in 2013. - Dichter van het jaar in Delft 2005, voorts slamjaarwinnaar 2005 van de poëzieslag in Festina Len-te te Amsterdam, winnaar van Slamersfoort 2006. Jaarfinale Zeist 2007 en de BRUNA poézieprijs 2007 in mijn zak. Ik ben de hoogste nieuwe binnenkomer op de jaar-lijkse top-200 lijst van bekendste dichters Rottend Staal – Epibreren 2005. In 2008 kreeg Pom Wolff De Gouden Slamburger uitgereikt vanuit de Universiteit Utrecht – afdeling letteren en won hij het 2e Drentse open dichtfestival. op 19 april 2009 verscheen de bundel 'die ziekte van guigelton' - winnaar jaarfinale slamersfoort 2009. in 2010 won hij de dicht-slam-rap van boxtel en de dobbelslam van entiteit blauw te utrecht. in 2012 de grote prijs van Grimbergen én DE REBELPRIJS voor de poëzie van de REBELLENKLUP. Tot zover enig geronk. In 2014 presenteerde uitgeverij Douane op 22/11 in Café Eijlders de pracht bundel: 'een vrouw schrijft een jongen'. Sven Ariaans schreef in zijn juryjrapport Festina Lente Amsterdam: “Het is iemand die je zenuwen blootlegt om vervolgens op vaderlijke toon te zeggen dat die pijn jouw pijn moet zijn en dat er geen zalf bestaat. Elke cognitieve dissonantie die je voor jezelf op prettig hypocriete wijze had opgeheven, wordt je ingewreven, of zoals medejurylid Simon Vinkenoog het kernachtig zei: "hij verschaft illusieloos inzicht in de werkelijkheid". Ik voel me in deze omschrijving wel thuis.) 'je bent erg mens' van pom wolff verscheen in de befaamde Windroosserie in september 2005 en was in een mum van tijd uitverkocht. Nieuw werk - 'toen je stilte stuurde' verscheen op 18 november 2006 wederom bij Uitgeverij Holland te Haarlem. ook deze bundel was meteen uitverkocht. erik jan Harmens interviewde pom wolff over deze bundel in de avonden van villa VPRO.

Laat een reactie achter