LISAN LAUVENBERG tot het laatst bij MENNO WIGMAN – De begrafenis was mooi en droef en ik hoop dat ie ergens was om eindelijk eens al die liefde te voelen.

 

Na de begrafenis.

En na de begrafenis ga je eten kopen bij de Lidl, omdat een mens nou eenmaal moet eten om te kunnen leven. En leven wil ik. Als ik aan leven denk, nadat we jou zo dood en zo alleen achtergelaten hebben op dat grote kerkhof,dan komen de tranen weer. Maar de Lidl is vreemd, anders, huiveringwekkend koud en als ik al die spullen zie, wil ik in de vrieskist bij de spruitjes liggen en even alleen maar heel erg stil zijn.

Raadselachtig wat je met al dat eten moet, de blikken in gelid uitgestald, de groentes kleurrijk vragend om mee te mogen in je mandje om er iets lekkers van te maken. Maar ik wil niks lekkers vandaag. Ik wil de droefheid vergeten, weg eten, tot het kale bot te voorschijn komt, van een groot gemis. De wijn begrijp ik vandaag nog wel en een borrelnootje misschien. Een mens moet vieren dat ie leeft en waarom doet iedereen dat toch  zo graag met borrelnootjes, stukjes kaas en wijn?

De laatste  keer dat ik je sprak, waren we op zoek naar de wijn en een hapje voor erbij, de verzameling dichters en anderen hadden de schalen al leeggevreten, er waren nog wat borrelnootjes. Die slecht voor jouw hart en slecht voor mij,  maar toch, bij het droeve klinken van onze glazen, kraakten de nootjes tussen onze tanden. Droef om wat we achterlieten, van onszelf in ziekenhuizen. Droef omdat onze ooit jeugdige Stürm und Drang om de poëzie te leven niet meer mogelijk was.

Jij hebt een talent voor leven, zei je. Ik niet, ik kan het niet en ik weet dat ik het ook niet meer kan leren. Ik probeerde je nog te vertellen hoe groot je talent voor schrijven en ontroeren is, maar ook daar was je somber over, je zag noch het nut, noch de schoonheid van je eigen werk. Een hopeloosheid die niet meer te verhelpen bleek en een aanval deed op je lijf.

Ik zag en hoorde gisteren hoeveel er van je gehouden wordt, om wat je als mens was en omdat je vanuit wie je was, die prachtige precieze verzen schreef, die je letter voor letter uit je vingers wrong, nacht na nacht.

Het verheugen op een weerzien is nu voorgoed voorbij. De wereld is kleiner, nu jij kleine integere, liefdevolle en geweldige dichter er niet meer bent.

Je hart, je hart, je hart. Zwart.

 

  • Lisan Lauvenberg

9 februari 2018

 

Omdat je er zo om moest lachen, en je een aantal dichters herkende dit gedicht.

 

Wat ik nog had willen zeggen

 

Nee,

Bij een dichter kun je niet wonen,

hij verzint

van baksteen een huis,

zonder verwarming en de wijn

komt uit jouw achterzak.

 

Verwacht van mij geen verbeelding.

De waarheid is vals.

 

Mijn geweten is zuiver

ik luister

met mijn hart.

 

September 2010

In de Doffer.

 

Share This:

Gepubliceerd door Pom Wolff

Hoi, welkom op mijn site pomgedichten. De site is in langzame opbouw net als de dichter. Ik ben geboren in Amsterdam, ik leef daar en wil daar ook wel doodgaan. Ik studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam, Rechten aan de Vrije Universiteit en werk als juridisch adviseur in de hoofdstad. Jan Arends is mijn favoriete dichter dan Kopland dan Menno Wigman. Paul van Ostaijen mijn dandyman. In slammersland geniet ik van Roop, Karlijn Groet, Peter M van der Linden - ACG natuurlijk, Ditmar Bakker, Jürgen Smit en Daan Doesborgh. En wat moet ik zeggen nog van Robin Block ( “hee ouwe wolf”) de wildemannen, lucky fonz III - Sander Koolwijk of Tom Zinger: "er is hier zeker 80 centimeter plant waar jij geen weet van hebt...." - mijn windroosmaatjes. Mijn optredens bezorgden mij eretitels: landelijk slamfinalist 2003, 2004, 2005 en brons in Tivoli in 2006, 2007 en 2010, 2011, 2012 en ook weer in 2013. - Dichter van het jaar in Delft 2005, voorts slamjaarwinnaar 2005 van de poëzieslag in Festina Len-te te Amsterdam, winnaar van Slamersfoort 2006. Jaarfinale Zeist 2007 en de BRUNA poézieprijs 2007 in mijn zak. Ik ben de hoogste nieuwe binnenkomer op de jaar-lijkse top-200 lijst van bekendste dichters Rottend Staal – Epibreren 2005. In 2008 kreeg Pom Wolff De Gouden Slamburger uitgereikt vanuit de Universiteit Utrecht – afdeling letteren en won hij het 2e Drentse open dichtfestival. op 19 april 2009 verscheen de bundel 'die ziekte van guigelton' - winnaar jaarfinale slamersfoort 2009. in 2010 won hij de dicht-slam-rap van boxtel en de dobbelslam van entiteit blauw te utrecht. in 2012 de grote prijs van Grimbergen én DE REBELPRIJS voor de poëzie van de REBELLENKLUP. Tot zover enig geronk. In 2014 presenteerde uitgeverij Douane op 22/11 in Café Eijlders de pracht bundel: 'een vrouw schrijft een jongen'. Sven Ariaans schreef in zijn juryjrapport Festina Lente Amsterdam: “Het is iemand die je zenuwen blootlegt om vervolgens op vaderlijke toon te zeggen dat die pijn jouw pijn moet zijn en dat er geen zalf bestaat. Elke cognitieve dissonantie die je voor jezelf op prettig hypocriete wijze had opgeheven, wordt je ingewreven, of zoals medejurylid Simon Vinkenoog het kernachtig zei: "hij verschaft illusieloos inzicht in de werkelijkheid". Ik voel me in deze omschrijving wel thuis.) 'je bent erg mens' van pom wolff verscheen in de befaamde Windroosserie in september 2005 en was in een mum van tijd uitverkocht. Nieuw werk - 'toen je stilte stuurde' verscheen op 18 november 2006 wederom bij Uitgeverij Holland te Haarlem. ook deze bundel was meteen uitverkocht. erik jan Harmens interviewde pom wolff over deze bundel in de avonden van villa VPRO.

Laat een reactie achter