Geen categorie

LISAN LAUVENBERG en de afrikaantjes

 

Afrikaantjes

Gisteren zei ik:

Morgen ga ik afrikaantjes planten in het aardappelbed.

Vandaag kon ik zeggen:

Ik heb afrikaantjes geplant in het aardappelbed.

 

Steeds als ik het zei, vond ik dat het leuk klonk. Voor mensen die niet weten wat afrikaantjes zijn, is het een hele vreemde zin, waar dan voor hun ook totaal geen betekenis aan zit. En als je niet weet hoe aardappels groeien, dan weet je waarschijnlijk ook niet goed raad met de term aardappelbed.

Door iemand die niet goed had geluisterd, werd ik bestraffend toegesproken en die gebruikte de term : Racistische kletspraat, ook bezigde hij de term “trut” een daar bedoelde hij mij waarschijnlijk mee. Ik weet niet wat ie gehoord had, want de rest om hem heen moest vreselijk hard lachen en daarop liep hij beledigd weg, waarschijnlijk denkend dat ik en de anderen vuile racisten zijn, die iets doen met Afrikanen in bedden of zo. We hebben onze innerlijke zoektermen er op losgelaten om er achter te komen wat hij gehoord dácht te hebben. Kom je natuurlijk nooit meer achter.

Terwijl het zo onschuldig en liefdevol is. Een aardappelbed van 10 meter waarin tien afrikaantjes staan, waardoor de wormen weten : Hier moeten we niet zijn. Althans dat hopen we, dat ze dat denken.

 

©Lisan Lauvenberg – 13 april 2018

 

 

Tuin

Ik zit voor het raam en zie
hoe de tuin niet is veranderd
voor haar ben ik niet weggeweest

de tuin kijkt mij recht in mijn gezicht
het is vreemd te bedenken dat zij mij
niet kent, zich mij niet herinnert

na al die tijd dat ik hier niet was
ik de tuin was vergeten, zij voor mij
niet bestond, is zij nog helemaal als toen

hoezeer ik ook van haar houd, voor mij
is zij niet gebleven, niet omdat ze op mij
wachtte is zij er, zij is er zoals ook ik er is

Uit: Toen ik dit Zag, Rutger Kopland | Van Oorschot 2008

.

Share This:

Geef een reactie