Geen categorie

CARTOUCHE wint de enige echte bloem-ende-dans of dans-ende-bloemtrofee op pomgedichten – MARTEN JANSE zilver

we zijn weer terug – en naar ik vermoed voor velen bereikbaar. de winnaars waren marten janse – zilver deze week en onze cartouche voor het goud. toevallig ook de eerste twee inzendingen. wonderlijk toch en knap hoe een min of meer vrij thema toch zo inspirerend kan werken dat we zulke prachtige teksten aan poëzie kunnen presenteren.

nouja presenteren als je niet bereikbaar bent presenteer je niks. alleen god weet waar het aan gelegen heeft. in de digitale wereld liggen dood en leven net zo dicht bij elkaar als in het werkelijke leven. hij doet het of hij doet het niet.

we doen het weer. dank voor het inzenden.

 

 

wie wint de enige echte bloemendedans of dansendebloemtrofee op pomgedichten? ja we hebben weer een mooi thema te pakken lieve lezer, lieve dichter. kijkt toch eens hoe wonderschoon de natuur in alle bloesem de mensheid tot dansen brengt! dat zijn de thema’s

 

Schoenen

Dat je danser moet zijn
om te lopen op van die
duizelende schoenen

Laat het straat zijn, parket
of hoogpolig tapijt, blauw
van verzopen liefde

Dat je dronken was
om te kopen en ik
allang verloren

Geen bloem die hierbij
past, geen toverspiegel
en geen Gorters Mei

Marten Janse

 

‘en ik allang verloren’ de regel waaraan het hele gedicht werd opgehangen – in een soort dramatiek die mij heel erg bevalt – dit is nou eens een IK die ons allen raakt – de allang verloren geraakte IK die we allemaal in ons mee dragen om de wereld om ons heen met lede ogen aan te zien. dronken om te kopen – die regel plaats ik even niet.

 

 

Bloem van vlees

wat wij dachten, te weten, van het eeuwige
warmen van zon en wisselen van maat en kleur
ons wervelbogend richten naar het ritme van

het almaar groeiend beginsel, de ongekende schat
van dansende woorden, steeds meer in zicht dat ene
– tepeltippende dat alle andere overbodig maakt –

bed van bloemen, maar we voelen enkel drogen
en dorren van vruchten, schiften van melk en vlies –
dunner de huid, ogen steeds troebeler en dorstiger

de hang naar een staak, een stempel en een helm-
knop van goud gevlochten. het rafelen van de streng

in onontwarbare draden, onspinbaar garen en
de klos van verwaaid dwarrelhout uit eindeloos
herhaald bloeden van een amazonewoud

krijgen we – metterdaad – weet van vloeien en
smeulen in een bed van fiolen – van teer en een
sigaret een leven lang omzien naar het ongehoorde

wervelwoord dat door het rad geschept
uit de stroom even oplicht en in deemster daalt

13 april 2018
© Cartouche

bed van bloemen, maar we voelen enkel drogen
en dorren van vruchten, schiften van melk en vlies –
dunner de huid, ogen steeds troebeler en dorstiger

een heerlijke wending – hahaha – twee strofen geheel over the top en dan gaat onze cartouche er even voor zitten. en? is het dorren van vruchten en het schiften van melluk hem genoeg – WELNEE! cartouche zet nog even een tandje bij: het smeult het vloeit het teert dat we er vrolijk bij worden. ja als cartouche het dichten op zijn heupen heeft trek dan je harnas maar aan.

 

 

Bloesemregen

Zie de bloesempracht verwaaien
bloemblaadjes draaien om hun as
een witte bui valt op en in de fietstas
op zoek naar beschutting
tegen te wild vertier

dat je behoedzaam op je tenen loopt
om wat neervalt niet te schaden
geen ruwe voet op een teer lijf

zoals je een schouderduw vermijdt
in een overvolle straat
je stuurt je fiets als een danser
behendig door de massa
naar een bank in het park

wacht er tot de bloesem neerdaalt
hoe je taalt naar een regendans
die het voorjaar zegent

 

FT 14042018

 

heel voorzichtig opgezet deze tekst. bijna te teer om aan te raken. om te recenseren. frans ik ga vandaag  liever voor iets pittigers.

 

 

de lente is bruut
barstende knoppen
de scherpe snavel van de fuut
een duif in de dakgoot
een kleverige kastanjeloot
kan het stoppen

de lente is bruut
met zijn vleugels van staal

 

PetraMaria

 

ja dit soort hoi koe achtige waarnemingen kunnen mij niet verschalken op de zondagochtend. er is van alles aan de hand in de natuur – maar de natuur hoeft niet beschreven – dat zou dubbellop zijn.

 

Lentekind

Laat de regen dansen in sleets gewaad
tot de zon als straal van bloemen dwaalt
in geuren en kleuren de aarde omhelst
de lippen van tulpenvrouwen kust

de reiger langs oevers van groen goud
glimt in dansante spiegel van dromen
de zwaanwitte hals duikt zichtbaar op
rimpeling neemt eenden en futen mee

over de brug springen fietsers
in pantomimische beweging
trappers slaken een zucht van verlichting
als bloemen wuiven naar lentekind.

 

Rik van Boeckel
14 april 2018

 

ha tulpenvrouwen – dan heb je wat – rik weet weer een wereld van dansers fietsers dieren  vrouwen en kinderen  te laten opleven in iets wat we toch wel lente achtig mogen noemen.

 

Stront geen fecaliën aan de knikker

 

We klimmen de kaats-

heuvel op, keuvelen

niet meer.

Stilaan laden we

onze stilte op.

 

Naaktpaaldansen, daar

gaan we voor.

Struiken en bomen knoppen

aan met het jaargetij.

Griep en winter gaan voorbij.

 

Dat leggen we niet uit,

we liggen dra neer,

zien nog even de bloesems,

horen nog de bijen,

 

gaan dan op

in sterrenhemel.

 

 

 

 

marc tiefenthal

dichter essayist / poète essayiste

Sint-Niklaas

blogs: Tieftalen (nl) Profonde lalangue (fr)

 

van de bloesemblaadjes de stront in – we worden op deze ochtend alle kanten opgeslingerd. tiefenthal legt niets uit. en dat is maar goed ook – we hebben al genoeg werk te verrichten om deze hoop woorden te ontlopen. te ontstijgen.

 

 

 

van lente is zijn jas geweven, hij draagt hem
lang om het grillen te verdagen.
trekt hij hem uit, zij slaan hem
om de oren met bloesems, botten en vrolijkheid.

ligt in zijn blik nog honger naar de winter
of kijkt hij alweer herfstig vooruit?
hij sluit de ogen, hij hoort de ruis, het hagelt
in zijn gemoed.

 

Annagriet Diesman

 

 

de eerste regel is prachtig maar daarna hoeft het voor mij niet echt meer. weer die beschrijvingen. zo breng je jonge mensen nog  van het pad der poëzie af. twintigers en dertigers denken toch al dat een of ander verhaaltje poëzie genoemd mag worden.

hier is menno wigman niet voor gestorven. zeg ik altijd maar.

 

dag Pom – ik geraak niet op jouw site vandaar via deze weg
groeten Erika

 

Podiumdier

Hoe hij daar staat, een half geplukte kalkoen,
de lellen onder de schoudervulling geschoven.

Hij kent de overgang van donker naar het licht,
van het pikken naar een hogere plaats.

Succes wacht niet in een bescheten hoek.

Al eisen de rivalen zijn pluimen op de planken,
hij rukt ze uit met een gekir dat zelfs de strafste
slapers maanden wakker houdt.

Zijn handen, geolied in baltsen laten de veren
rollen. De massa graait. Hij zo goed als naakt.

De outfit vervangen door eetbare bloemen, hij
glundert, lanceert door een vliegende nacht.

Erika De Stercke

 

waar een foto niet toe kan leiden – en erika toe leidt. nou ik geloof wel dat ze hier een podiumdier neerzet. in taal. het podiumdier zelf koos voor een woordenloze performance in de witte de withstraat in 010 vorige week vrijdagavond. hoe Erika haar best ook doet hoe ook de performer is beschreven de woorden blijven op enige afstand van de performer en vandaag  toch ook van mij.

 

goedenacht pom

het lukt me vandaag maar niet om op de site te komen
is er weer iets mis?
gelukkig had ik via fb nog wel het thema meegekregen, dus vandaar mijn gedicht

lente met schwung

hoe alles buiten tikt net als van binnen
de bermbommen op springen, de te ontginnen madelievenstroken

alles danst beter op het scherp van de schede
de stengels worden ingevet, zie ze wenken

de narcissen met hun trompetten naar de schone anemonen
het meloenboompje dat de vroeggeilste bijen lokt

de narcismariekes het spiegelbeeld van de mooiste
in egoland waar alles woelt en wuift en kruipt

voor het nageslacht, trots en ijdel en vol verlangen
laten ze hun bladlingerie zakken om het leucospermum

te ontvangen, zie de seringen swingen met de ranonkels
de irissen naar de hyacinten grissen

alles bloesemt schaamteloos popt uit de knop
danst op de adem van de hijgerige lentebries

ik ben een wijnrank, ik sta aan de wand, ik gist
en rijp alleen voor jou, opdat je me naakt naar binnen giet

 

Jolies Heij

ik zou zeggen hier hebben we een cartouchje te pakken – totaal over the top regels en ze hamert maar door onze jolies tot de wending – in de laatste twee regels – de verstilling – maar zie en vergelijk toch eens hoe sluw en professioneel cartouche dergelijke wendingen aanpakt – na een twee strofen bouwt hij de wending in – niet nadat elke normale lezer allang is afgehaakt zoals bij deze tekst van lieve jolies. ze zal wel weer boos op me worden.

 

Schoenen

Dat je danser moet zijn
om te lopen op van die
duizelende schoenen

Laat het straat zijn, parket
of hoogpolig tapijt, blauw
van verzopen liefde

Dat je dronken was
om te kopen en ik
allang verloren

Geen bloem die hierbij
past, geen toverspiegel
en geen Gorters Mei

Marten Janse

 

 

Bloem van vlees

wat wij dachten, te weten, van het eeuwige
warmen van zon en wisselen van maat en kleur
ons wervelbogend richten naar het ritme van

het almaar groeiend beginsel, de ongekende schat
van dansende woorden, steeds meer in zicht dat ene
– tepeltippende dat alle andere overbodig maakt –

bed van bloemen, maar we voelen enkel drogen
en dorren van vruchten, schiften van melk en vlies –
dunner de huid, ogen steeds troebeler en dorstiger

de hang naar een staak, een stempel en een helm-
knop van goud gevlochten. het rafelen van de streng

in onontwarbare draden, onspinbaar garen en
de klos van verwaaid dwarrelhout uit eindeloos
herhaald bloeden van een amazonewoud

krijgen we – metterdaad – weet van vloeien en
smeulen in een bed van fiolen – van teer en een
sigaret een leven lang omzien naar het ongehoorde

wervelwoord dat door het rad geschept
uit de stroom even oplicht en in deemster daalt

13 april 2018
© Cartouche

 

Bloesemregen

Zie de bloesempracht verwaaien
bloemblaadjes draaien om hun as
een witte bui valt op en in de fietstas
op zoek naar beschutting
tegen te wild vertier

dat je behoedzaam op je tenen loopt
om wat neervalt niet te schaden
geen ruwe voet op een teer lijf

zoals je een schouderduw vermijdt
in een overvolle straat
je stuurt je fiets als een danser
behendig door de massa
naar een bank in het park

wacht er tot de bloesem neerdaalt
hoe je taalt naar een regendans
die het voorjaar zegent

 

FT 14042018

 

 

de lente is bruut
barstende knoppen
de scherpe snavel van de fuut
een duif in de dakgoot
een kleverige kastanjeloot
kan het stoppen

de lente is bruut
met zijn vleugels van staal

 

PetraMaria

 

 

Lentekind

Laat de regen dansen in sleets gewaad
tot de zon als straal van bloemen dwaalt
in geuren en kleuren de aarde omhelst
de lippen van tulpenvrouwen kust

de reiger langs oevers van groen goud
glimt in dansante spiegel van dromen
de zwaanwitte hals duikt zichtbaar op
rimpeling neemt eenden en futen mee

over de brug springen fietsers
in pantomimische beweging
trappers slaken een zucht van verlichting
als bloemen wuiven naar lentekind.

 

Rik van Boeckel
14 april 2018

 

 

Stront geen fecaliën aan de knikker
 
We klimmen de kaats-
heuvel op, keuvelen
niet meer.
Stilaan laden we
onze stilte op.
 
Naaktpaaldansen, daar
gaan we voor.
Struiken en bomen knoppen
aan met het jaargetij.
Griep en winter gaan voorbij.
 
Dat leggen we niet uit,
we liggen dra neer,
zien nog even de bloesems,
horen nog de bijen,
 
gaan dan op
in sterrenhemel.
 
 
 
 
marc tiefenthal
dichter essayist / poète essayiste
Sint-Niklaas
blogs: Tieftalen (nl) Profonde lalangue (fr)
 
 
 
van lente is zijn jas geweven, hij draagt hem
lang om het grillen te verdagen.
trekt hij hem uit, zij slaan hem
om de oren met bloesems, botten en vrolijkheid.
ligt in zijn blik nog honger naar de winter
of kijkt hij alweer herfstig vooruit?
hij sluit de ogen, hij hoort de ruis, het hagelt
in zijn gemoed.
 
Annagriet Diesman
 
 
 

dag Pom – ik geraak niet op jouw site vandaar via deze weg
groeten Erika

 

Podiumdier

Hoe hij daar staat, een half geplukte kalkoen,
de lellen onder de schoudervulling geschoven.

Hij kent de overgang van donker naar het licht,
van het pikken naar een hogere plaats.

Succes wacht niet in een bescheten hoek.

Al eisen de rivalen zijn pluimen op de planken,
hij rukt ze uit met een gekir dat zelfs de strafste
slapers maanden wakker houdt.

Zijn handen, geolied in baltsen laten de veren
rollen. De massa graait. Hij zo goed als naakt.

De outfit vervangen door eetbare bloemen, hij
glundert, lanceert zich door een vliegende nacht.

Erika De Stercke

 

 

goedenacht pom

het lukt me vandaag maar niet om op de site te komen
is er weer iets mis?
gelukkig had ik via fb nog wel het thema meegekregen, dus vandaar mijn gedicht

lente met schwung

hoe alles buiten tikt net als van binnen
de bermbommen op springen, de te ontginnen madelievenstroken

alles danst beter op het scherp van de schede
de stengels worden ingevet, zie ze wenken

de narcissen met hun trompetten naar de schone anemonen
het meloenboompje dat de vroeggeilste bijen lokt

de narcismariekes het spiegelbeeld van de mooiste
in egoland waar alles woelt en wuift en kruipt

voor het nageslacht, trots en ijdel en vol verlangen
laten ze hun bladlingerie zakken om het leucospermum

te ontvangen, zie de seringen swingen met de ranonkels
de irissen naar de hyacinten grissen

alles bloesemt schaamteloos popt uit de knop
danst op de adem van de hijgerige lentebries

ik ben een wijnrank, ik sta aan de wand, ik gist
en rijp alleen voor jou, opdat je me naakt naar binnen giet

 

Jolies Heij

 

Share This:

5 gedachten over “CARTOUCHE wint de enige echte bloem-ende-dans of dans-ende-bloemtrofee op pomgedichten – MARTEN JANSE zilver

  1. Schoenen

    Dat je danser moet zijn
    om te lopen op van die
    duizelende schoenen

    Laat het straat zijn, parket
    of hoogpolig tapijt, blauw
    van verzopen liefde

    Dat je dronken was
    om te kopen en ik
    allang verloren

    Geen bloem die hierbij
    past, geen toverspiegel
    en geen Gorters Mei

    Marten Janse

  2. Bloem van vlees

    wat wij dachten, te weten, van het eeuwige
    warmen van zon en wisselen van maat en kleur
    ons wervelbogend richten naar het ritme van

    het almaar groeiend beginsel, de ongekende schat
    van dansende woorden, steeds meer in zicht dat ene
    – tepeltippende dat alle andere overbodig maakt –

    bed van bloemen, maar we voelen enkel drogen
    en dorren van vruchten, schiften van melk en vlies –
    dunner de huid, ogen steeds troebeler en dorstiger

    de hang naar een staak, een stempel en een helm-
    knop van goud gevlochten. het rafelen van de streng

    in onontwarbare draden, onspinbaar garen en
    de klos van verwaaid dwarrelhout uit eindeloos
    herhaald bloeden van een amazonewoud

    krijgen we – metterdaad – weet van vloeien en
    smeulen in een bed van fiolen – van teer en een
    sigaret een leven lang omzien naar het ongehoorde

    wervelwoord dat door het rad geschept
    uit de stroom even oplicht en in deemster daalt

    13 april 2018
    © Cartouche

  3. Bloesemregen

    Zie de bloesempracht verwaaien
    bloemblaadjes draaien om hun as
    een witte bui valt op en in de fietstas
    op zoek naar beschutting
    tegen te wild vertier

    dat je behoedzaam op je tenen loopt
    om wat neervalt niet te schaden
    geen ruwe voet op een teer lijf

    zoals je een schouderduw vermijdt
    in een overvolle straat
    je stuurt je fiets als een danser
    behendig door de massa
    naar een bank in het park

    wacht er tot de bloesem neerdaalt
    hoe je taalt naar een regendans
    die het voorjaar zegent

    FT 14042018

  4. de lente is bruut
    barstende knoppen
    de scherpe snavel van de fuut
    een duif in de dakgoot
    een kleverige kastanjeloot
    kan het stoppen

    de lente is bruut
    met zijn vleugels van staal

    PM

  5. van lente is zijn jas geweven, hij draagt hem
    lang om het grillen te verdagen.
    trekt hij hem uit, zij slaan hem
    om de oren met bloesems, botten en vrolijkheid.

    ligt in zijn blik nog honger naar de winter
    of kijkt hij alweer herfstig vooruit?
    hij sluit de ogen, hij hoort de ruis, het hagelt
    in zijn gemoed.

Geef een reactie