Geen categorie

JOLIES HEIJ over het SLAMWEZEN – “eens Slammer, altijd Slammer”

Dit wordt hopelijk een iets beknoptere column dan anders, lieve lezer. Ik hoor wel eens dat mijn columns te lang zijn. Daar houdt u in deze snelle tijden niet van, vandaar ook dat u poëzie prefereert boven proza. Vooral als men het gehoor moet activeren is een kort gedicht wel zo aangenaam. Ik kan me van mijn studie Duits Dichterlesungen heugen waar een (meestal stokoude) schrijver een uur lang doodsaai proza voorlas. En Duitsers – zeker die van een bepaalde generatie, de achtundsechziger dus – kunnen bepaald lang van stof zijn. Maar ook in Duitsland is het tij gekeerd, al krijg je daar nog gerieflijke zes minuten per Slamronde, ik ken een Slam in Karlsruhe waar iedere deelnemer zelfs tien minuten wordt toebedeeld.

Tien minuten poëzie? zult u verbaasd vragen. Welnee, ook ik heb moeite om één dichter tien minuten lang aan te horen. In Duitsland draagt men geen gedichten voor, maar “teksten”. Dat kan van alles zijn, zo lang het maar binnen de gestelde tijdslimiet van vijf tot zeven minuten is. Het kan storytelling zijn, cabaret, stand up comedy, column, maar ook een episch gedicht op rijm. Ook zit er een zeker ritme in de teksten, hoewel spoken word daar nog een tamelijk onbekend fenomeen is. En er moet een lijn in zitten, een rode draad, die het gehoor kan volgen. Dit zorgt voor veel diversiteit op de duitse podia, hoewel stand up comedy aan een opmars is begonnen. Vooral bij de grote Slams (dan heb je het al gauw over een paar honderd man publiek) wil men vermaakt worden door het aapje op het podium.

Humor is daarbij gewild, zo lang het niet bijtend wordt, of omslaat in cynisme. Vandaar dat ik een voorkeur voor de kleine Slams in het café heb, waar toch ook gemiddeld nog vijftig man op afkomt. Dat is het voordeel als het deelnemersveld zo breed is: het trekt meer publiek dat er nog voor wil betalen ook! Poëzie is moeilijk, hoor ik hier zo vaak, maar door de begrijpelijkheid van juist langere, meanderende teksten heeft het publiek er geen moeite mee. Moet het uit het hoofd? Dat is natuurlijk een stuk lastiger met een tekst van zes minuten, alhoewel een verhaal zich gemakkelijker laat “vertellen” dan een gedicht. Nee, het hoeft niet, al zijn er geroutineerden en/of jongeren die dat wel doen. Je ziet daar overigens ook wel dat Slam steeds meer een jongerending wordt, maar aan de andere kant geldt: eens Slammer, altijd Slammer.

Ik tref geregeld mensen aan die het, net als ik, al tien jaar doen. Het is niet zo dat ze na een gewonnen Meisterschaft van de bühne verdwijnen en de overstap naar de gevestigde literatuur maken. Slam is een apart genre met een eigen scene. Sterker nog, op de oergezellige Rängtengtengslam in Freiburg – waar de eerste prijs Kopfschmerzschnaps en de tweede prijs het Knuscheltier was – trof ik de 73-jarige Ulla aan, die ook nog eens een aardig mondje NL sprak omdat ze tien jaar in Sint Annaparochie heeft gewoond. Ze had kinderboeken geschreven die door het gerenommeerde Suhrkamp waren uitgegeven, maar ook in Duitsland wordt er door de uitgeverijen fors bezuinigd. Daarom is ze maar Slam gaan doen, want ze wilde haar schrijfsels niet in de la laten verstoffen. En bracht ze een scherpe, maatschappijkritische tekst over het keulse carnaval ten gehore. Wat mijzelf betreft: ik hou van het Duits, van verhalende teksten en van het podium. Daarom doe ik het. Het geeft me net iets meer voldoening om een geslaagde tekst in het Duits te schrijven en voor te dragen. In oktober doe ik zelfs mee aan een erotische Slam. Ik heb er nu al zin in.

 

 

Dan ben ik weg
 
Ik blijf maar sporen en kom niet los. Altijd
was ik degene die trossen wierp naar de man
overboord, de matroos op het witte vliegdekschip
die de liefde door woeste arbeid heeft verdiend.
 
Een glazen zon wiegelt op het lege scherm, al wat
er staat is geluchtspiegeld in geestgrond, glijdende schollen
waarover onze voeten wegrollen. Het enige vaste
je rug, je gezicht kan ik opnieuw delven en
 
inkerven, maar of ik je dan nog herken? Mijn hart
was uitgedijd als het heelal, het jouwe een erwt
groot genoeg om de twijfel te laten kloppen. Ik duik
 
onder in de ruimte, jij leeft clandestien op het bord. Ik wil
vastgespijkerd, maar moet gaan. Jij blijft, maar door stil
te staan leg je verwoed vliedende sporen voor me aan.
 
 
Jolies Heij

 

Share This:

Geef een reactie