Geen categorie

ABRAHAM VON SOLO over de eerste keer

 

POMgedichten presenteert de donderdag column:

VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!

Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

De eerste keer. Het is me wat. De spanning, de stress. De verwachtingen en alles dat erbij komt kijken. Waar begin je aan zo in je jonge tienerjaren? Het grote avontuur. Het is jouw tijd. En je gaat dat allemaal meemaken. En hoe…

 

Deel 232. Revisie

Er kwam een dag dat het ook voor mij zo ver zou zijn. Verkrampt door diverse dwangneuroses en angsten uiteraard iets later dan de gemiddelde jongeman, maar toch nog redelijk op tijd en ruimschoots voor het huwelijk. Zoals bij lastige dingen had ik me er alle mogelijke voorstellingen van gemaakt, om in nadering van het moment dit uiteindelijk weer alles los te laten. De eerste keer kun je uiteraard maar één keer doen, dus dan wil je wel dat het wat wordt. En mijn eerste keer is het memoreren waard gebleken.

Het meisje waarmee ik het voor de eerste keer zou gaan doen had ik bijtijds op de avond opgehaald. Ik had verzonnen dat we naar een vriend van me thuis konden gaan en daar vast wel ‘het’ konden doen terwijl de andere jongens beneden zopen en blowden. Weinig romantisch wellicht, maar als je zeventien bent en de rest van je vriendenkring loopt er al over op te scheppen, dan moet je ook wel. Denk je dan, of dat vertellen je hormonen je dan wel. Het had een zeer middelmatige, weinig memorabele, eerste keer kunnen worden.

Ware het niet dat plan A niet doorging. De vriend waar ik alles gepland had was niet thuis. Als milde autist kun je dan twee dingen doen. Dat is opgeven, alles laten varen en vastlopen, of als een stormram van vlees en bloed een weg vinden die zich niet gebaand weet door vanzelfsprekendheid. De chemie in mijn hersenen noopten me tot het tweede. Het verbaast me achteraf nog steeds dat het vijftienjarige meisje dat mijn vriendinnetje was, me in mijn blinde dadendrang gevolgd is. Het beste plan B dat ik in vijf minuten kon verzinnen was een huis dat onder aan de dijk stond. Een oude pastorie. Daar woonden hippies had ik gehoord. En zoals we allemaal weten zijn die van de vrije liefde. Dus leek het me gepast aan te bellen, alles heel simpel en feitelijk uit te leggen en vervolgens mijn maagdelijkheid eraan op te geven. Lang leve de innerlijke aspergerheid.

In mijn ene hand de hand van mijn vriendinnetje en aan mijn andere vinger de bel. Ik belde aan. Maar er werd niet opengedaan. Nogmaals belde ik aan. En nog een keer. En nog een keer. Tot ik me realiseerde dat ook dit plan B niet van de grond zou komen. Maar de koers waar ik op lag stond niet toe dat ik zou versagen. Samen met mijn meisje slopen we door het steegje naast het huis de tuin in. Ik controleerde of de achterdeur op slot was. Dat was ze. De openslaande tuindeuren waren ook gesloten, maar niet op slot. Met een brute kracht die een dwaas eigen kan zijn rukte ik de deur uit zijn vergrendeling. Ik had zin. En nu ook een opening. We slopen het donkere pand door en belandden op de eerste verdieping. Daar vleiden we ons op de grond en wist ik, na wat onhandig gefoefel, voor het eerst mijn piemel in een echt levend meisje te stoppen. Missie geslaagd. Dat feest duurde een uurtje en toen schrokken we op van een voordeur die dichtsloeg en stemmen beneden. Hoe onwaarschijnlijk het ook moge klinken, de bewoners van het pand hadden alle begrip voor onze daden en nodigden ons uit gerust nog een keer langs te komen. Hippies.

Als ik hier nu over nadenk, is een van de eerste gedachten dat iets dergelijks in deze tijd schier onmogelijk zou zijn. Toen hingen nog nergens camera’s. Meisjes van vijftien hadden nog geen volgsoftware op hun smartphones. Ze hadden sowieso nog geen telefoons. En mensen deden de deur nog niet goed op slot wegens Bulgaarse roverbenden. Daarenbij zijn er natuurlijk ook helemaal geen mensen meer die begrip zouden hebben voor dergelijk buitenissig gedrag. Als ik nu jong zou zijn, dan zou dit allemaal onvoorstelbaar zijn. Het was vast heel saai geweest, want vroeger was alles veel gaver. Mijn dochtertje of zoontje zullen nooit zulke avonturen beleven.

Maar was het vroeger wel gaver? Mijn ouders hun eerste keer was op zolder bij mijn tante waar ze logeerden. Dat is vast heel bijzonder en romantisch, maar leent zich meer voor een gedicht, dan voor een avonturenroman. Mijn opa en oma deden het een keer en konden daarna meteen verplicht trouwen wegens ongeplande zwangerschap. Dat leent zich ook weer voor een gedicht, maar dan een tikkie dramatischer.

Kortom, dan was de tijd waarin mijn eerste keer de kans kreeg, een gouden tijd. De beste tijd ooit. Mijn kinderen zullen dit nooit zo mee gaan maken. Het kan zo niet meer. Die kans is ze ontnomen door onze moderne virtualiteitsmaatschappij. Dat denk je dan. Maar stel nou dat de lijn der generaties zich gewoon voortzet. En wij ons slechts kunnen voorstellen wat onze generatie nieuw is. Dit verheffen tot standaard en referentiekader en daarna op een gegeven moment stoppen met dromen en durven. Bijvoorbeeld als we de nieuwe generatie lanceren. Ja, dan wordt het inderdaad nooit meer beter. Als mijn kinderen dit verhaal ooit onder ogen krijgen, dan zullen ze het misschien wel heel gewoontjes en knullig vinden. Dan denken zij dat ze iets veel gersers gedaan hebben. Iets wat zo gaaf is, dat hun kinderen die kans nooit zullen hebben in de toekomst. Realiseer je dat maar eens, als je morgen weer de broodtrommels staat klaar te maken, je smartphone checkt of naar je suffe kantoorbaan in de file staat.

Eens was ooit. Ooit dat wat nog komen gaat.

Share This:

Geef een reactie