Geen categorie

ALTONICE RIEDING wint de enig echte maar toch ook virtuele ‘kom we nemen er nog eentje’ trofee op pomgedichten – JOLIES HEIJ zilver en VERA vd HORST brons

 

de dichters maken het me niet makkelijk deze week – ditmar bakker hors categorie – ver voorbij wat toegestaan is aan regels – het eenvoudige eremetaal zou hem ook te min zijn – je hebt god en de overheid – dan pomgedichten maar daar bovenuit ver daarbovenuit is onze ditmar bakker gestegen – deze eervolle vermelding is hem genoeg.

weer terug op aarde moeten de prijzen verdeeld tussen vera lijkt me en frans, de drie strofen van erika en de totale altonice. maar toch ook heij, cartouche en petra maria en jako schreven dezeweek niet verkeerd. ga er maar aanstaan. dan maar arbitrair:

de god van altonice, de lelystad van heij en de zon tussen de benen van vera – in die volgorde het goud het zilver en het benenbrons – van harte!

 

VERA VD HORST met de zon nog in de benen

JOLIES HEIJ jij bent mijn wijn

ALTONICE RIEDING Wij wilden bij den overtoom van kroeg tot kroeg gaan stappen.

DITMAR BAKKER en met die holle frasen brengt hij me in extase…

PETRA MARIA en dan mateloos liefste

FRANS TERKEN dat zij en wij van geluk blijven drinken

CARTOUCHE  een kempisch kwartierke lang  drink ik pure waanzin van geborgenheid

ERIKA DE STERCKE Totdat de ene adem met een hemels gemak de andere inhaalt.

JAKO FENNEK we zitten op een dakterras hoger dan de ondergaande zon

MARC TIEFENTHAL de afgrond gewaar

 

wie wint de enig echte maar toch ook virtuele ‘kom we nemen er nog eentje’ trofee op pomgedichten? heerlijke avondjes zwoele temperaturen warmte en  leven het leven  en natuurlijk de  barbieknoeigeuren om ons heen – dan hoor je altijd wel ergens – metoo of geen metoo – kom we nemen er nog eentje. ik zelf houd wel van die eendjes. dichters in het algemeen gesproken vermoed ik ook. waartoe waarheen – mieke telkamp, bonnie sint claire en héél véél dichters weten in dit weer de weg. we gaan genieten! waar brengt dit thema u?  u kent de regels: inzenden voor zondag half 11. het commentaar is verzekerd. stuur in onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.

 

empathie voor een geliefde
 
lieve ditmar de laatste tijd
hoor ik je alleen nog over
palliatief dit en palliatief dat
ik heb je dertig jaar getroost
& te drinken gegeven
was het witte wijn wilde je champagne
deed ik champagne vroeg je pomerol
maar wél grand cru
wie zich vroeg opknoopt hoeft niet oud te worden
lezen we op een tegeltje
én
niets mooier is als woorden groeien
van verlaten liefde tijdloos stil
 
pw

 

Etmalen
 
Zelfs voor vrijdagavond is het laat, al mijmerend
het krieken van de zaterdag doorstaan.
Zittend, met de zon nog in de benen, zowaar
nadat de maan over ons heen is gegaan.
 
Alles binnen bereik
van onze handen, onze monden,
het onze, alleen van ons, de taal
slentert, we nemen niet, we geven
elkaar.
 
Vera vd Horst
 

 ha heerlijk zo in de vroege ochtendtuin, maagdelijke lucht vol met zuurstof nog, wat vogeltjes. merels zijn dat – daar moeten we zuinig op zijn sprak evert gisteren. merels vroeg ik merels zuinig? het vliegt evert – ik heb er nooit een gevangen of afgeschoten – zo bespraken we de natuur en plunderden de koelkast – en vanochtend zie ik dat alle biertjes vertrokken zijn. we zijn nergens meer zuinig mee of op. maar ik wel op VERA. ze schreef me vannacht een liefdesbrief nouja een liefdevolle aantekening: ‘Je weet me altijd weer een warm gevoel te geven, fijn te weten dat dit blijkbaar wederzijds is. Misschien hoort dat dan in elkaars leven. Heb ik je al geschreven dat het een heel fijn feest was, ik heb met volle teugen genoten, dank je nog hiervoor. Overigens wat een leuke foto van Jeanine en mij. Ik zie je weer en hier je omhelzing, jij 65 jarige jongeling. Vtje’ –

en nou ‘ns kijke wat ze heb geschreve. of het over drank gaat. met de zon tussen der benen lees ik en alles binnen bereik van handen – onee in der benen die zon. mooi gezegd – maar waar is de drank toch? vera. bij elkaar in twee lieve zonnige strofen neemt vera het weekend met ons door. en strofe een is nog niet af of het is al feest in eindhoven – in strofe twee – drank voor later eerst elkaar met een heftigheid die vera eigen is.   lees strofe twee nog een keer en kijk dan naar de foto van vera. zo ziet poëzie eruit.

jij bent mijn wijn bij vapiano
 
… en toch troffen we elkaar weer keer op keer
het hart in gruzelementen, jij liep over van geluk
 
want het oosterdok was mooi in de zon
je stopte het in je oksel, dit was ooit jouw stad
 
je vroeg of ik de weg wist, de wijn koud achter de kiezen
ik zei, met jou kan ik eeuwig dronken zijn
 
bij vapiano, wat een ander woord voor onthaasting is
je vertelde over de tijd dat je nog op ruigoord sliep
 
met die grootse liefde die je lang hebt uitgezweet
toen je ook dat vergat, leven is een verjaardagsfeest
 
waar we niet ouder worden, enkel dronken
hij was hoogsensitief en wilde nooit zo verliefd
 
alles gaat kapot, maar jij roemde het antiquariaat in de damstraat
en wg van der hulst, die refosuikerbollenbakker
 
nee, dronken werden we niet, daarvoor is het nog te vers
maar ik weet dat je morgen op me wacht in lelystad
 
Jolies Heij
 

keurig binnen de 20-20 regel gebleven. onze lieve jolies heij doet aan lelystad. dodelijk die laatste regel dat laatste woord. in lelystad wil een dichter niet dood gevonden worden. hij kan lang wachten in dat uit-oord.  een prachtig verhaal van geliefden die elkaar weer eens ontmoeten en onthaasten begrijp ik. ruigoord, oosterdok, damstraat amsterdam dat waren nog eens tijden geeft heij haar geliefde en ons  mee – en dan woon je nu in lelystad. deze heij leest lekker weg. ongewild waarschijnlijk en licht naief zonder enige opzet een dodelijke afrekening dit gedicht. dat zijn de beste! dit was ooit jouw stad smeert heij hem nog even in hahahaha. en liefde uitzweten dat lees je niet vaak. prachtig!

Beste Pom, het thema is drank? Als vanzelf vielen in je intro de namen Mieke Telkamp en Bonnie St. Claire (Connie St. Blèr, maakte iemand er ooit van). Het werk van de een en het leven van de ander roepen samen inderdaad één belangrijke vraag op. Waarheen leidt de weg die de kwade dronkaard moet gaan? Ik zou zeggen, Jur – sorry: Pom – rechtstreeks naar de verdoemenis! ‘Meneer Visser’s hellevaart’ van Simon Vestdijk, maar dan anders. Toevallig heb ik afgelopen vrijdag in herberg De Bonte Os aan de Sloterkade een sonnet over een door drank gedreven hellevaart gemaakt. Ik hoop dat je het aardig vindt.

Warme groet, Altonice

 

Bonte avond in het Aalsmeerder Veerhuis
 
Wij wilden bij den overtoom van kroeg tot kroeg gaan stappen.
Het waterwegennet bracht immers roering en vertier.
De scheepslui dromden samen rond de nodigende tappen
Om moed zich in te drinken voor den arbeid aan ’t plankier.
 
We landden ergens. Koek gebaarde: ‘Eén Chileen, drie bier’,
Waarna een bende schippers flink blasfemisch rond ging grappen
(Zij stond berucht als Bonte Os bij gast en herbergier).
Het hield niet op. De kastelein verzocht de club te lappen.
 
Met horten, stooten, mitsen, maren zou ‘t gelag betaald.
Toen moesten de gevaarten over ’t hellinghout gehaald.
We zagen hen er zonder bijstand veele uren zweten.
 
Den drempel over dreven zij in ‘t nat der Heil’gen Vaart.
Die duvels gleden uit ons zicht, verdwenen ‘van de kaart’.
Aan welke reê de lieden meerden? Wel, God mocht het weten.
 
 
Altonice Rieding

 

het is of we de jonge ditmar bakker lezen – een sonnet – de jaren twintig wellicht amsterdam – toen er nog bootjes over de overtoom voeren – 1880 – mogelijk – ik weet het niet. de overtoom is voor mij café helmers – lisan lauvenberg en de tai die er nog steeds is. en de jeugdtheaterschool – en helemaal aan de andere kant bij het tafeltenniscentrum een klassiek huis ingericht voor klassieke concertjes en zangkunst – de toegang tot het vondelpark en veel winkeltjes. voor altonice is het: ‘Waarheen leidt de weg die de kwade dronkaard moet gaan?”- erg erg aardig verslag van een reis  door velen gemaakt in vroeger tijden. een echt drankgedicht met kroegbaas en al – toen er nog echte kasteleins waren – dat is andere koek dan slecht binnen rijmende barmannen die dan weer afscheid nemen en  dan weer knorrig achter de bar plaats moeten nemen om moeders toch maar weer aan zuur verdiende centen te helpen. zwendelpraktijken zijn niet altijd lonend blijkbaar hoe erg je ook rijmt. hoe dan ook onze altonice schept een heerlijk sfeerbeeld van een mannenwereld uit vroeger tijden.toen mannen nog mannen waren, god nog god, barmannen kasteleins.

 
De Duivel in de Fles
.

Na wijn- of and’re glazen
zie ik een duivel razen
niet groter dan een daas, en
zo zwart als schoppenazen;
zijn stem, gemaakt voor dwazen
hoor ‘k in mijn oren blazen
en met die holle frasen
brengt hij me in extase…

Verklaart mij heerseres
van dit ontzag’lijk rijk
waar ‘k met een lege fles
in dronkenschap naar kijk.

Als gidsen krijg ik drie
notab’len, niettemin:
dat zijn markies Drambuie,
dame tonic & lord gin!

En als mijn volk mij prijst in de vergrootste trap
geloof ik hen als ze mij zeggen: “Je bent knap!”

Maar ik moet van hen scheiden,
en schaduwen terzijde
wacht na beschonken slaap
juf Château-Neuf-du-Pape…

Na wijn- of and’re glazen
zie ik een duivel razen
niet groter dan een daas, en
zo zwart als schoppenazen;
zijn stem, gemaakt voor dwazen
hoor ‘k in mijn oren blazen
en met die holle frasen
brengt hij me in extase…

Hij schenkt vergetelheid,
van aards en eigen beeld—
vervloekt vermetel tijd
aan kruis en beul verspeeld.

Vergeten, zodra ik
voor ’t consumeren wurg:
eerst killer cola-tic
dan weeuwtje Beerenburg!

En zetten onderdanen dan mijn lijf in brand
geloof ik ieder die nog zegt: “Niets aan de hand!”

Aan scherven dan het glas,
weerspieg’lend wie ik was,
en troost in dit tableau
brengt slechts monsieur Pernod.

Na wijn- of and’re glazen
zie ik een duivel razen
niet groter dan een daas, en
zo zwart als schoppenazen;
zijn stem, gemaakt voor dwazen
hoor ‘k in mijn oren blazen
en met die holle frasen
brengt hij me in extase…

Die satan lokt je dra
met alcoholica,
maar zwiert je schimpend—ha!
De wanhoop achterna.

Bezopen duivel, ga
met al je mooi bla-bla
ter helle, want je raad
brengt immer erger kwaad.

Of ik geloven ging
in droes’ betovering
al hoor ‘k bij nieuwe glazen
die duivel toch weer razen…

Ach, kleine Beëlzebub,
met stilt jouw exposé
gewoon met nóg een drup…
Santé!

-x-

D.

een echte ditmar bakker, op zijn ditmars een rondgang door de wereld – de focus voor deze gelegenheid gericht op alcoholische versnaperingen en wat er dan allemaal gebeurt is te lezen. een draaikolk aan gedachten en woorden en ritmisch verantwoord taalgedrag waarin iedere lezer wel ten onder moet gaan en ondergaat: ingezogen worden in de zwarte kolkende duivelse gaten van ditmar bakker – en dat is linksom én rechtsom een duivels pretje. de 20 regels regel is niet voor ditmar geschreven vindt ditmar en zo hoort dat ook. wie zo kan schrijven en zo zijn medemens bedient is aan god noch gebod gebonden. en dan nog die zo menselijke passage steeds maar herhaald met een duivels genoegen. ditmar is een briljant – de duivel waardig van repliek gediend – hier heeft geen enkele duivel van terug. zoveel liefde in zo weinig woorden:

‘en met die holle frasen
brengt hij me in extase…’

liefste,
geheelonthouder van de dans
hoor je de muziek
over mijn duinen
mijn verre buur met dichtbij hart

gaan we op reis,
met lege bagage
volle ogen
om het leven te drinken
en dan mateloos

liefste,
blijven we zacht
gaan we

.

PetraMaria

 

in de laatste 2 woorden het verlangen, de wens, een opdracht, een vraag – alles uitgedrukt dat is de kracht van dit gedicht – en de licht romantische ietsje weemoedige aanzet om vervolgens  in een onmetelijke mateloosheid de levensreis te aanvaarden  – hoe geraak je in weinig woorden van leeg tot mateloos – onze petra brengt elke geheelonthouder aan haar drank. dat is in ieder geval met zekerheid te concluderen – proost!

Pom, gisteren een geweldige dag gehad, het huwelijk van jongste zoon met zijn lief, in het Schellingwouderkerkje.
Nu weer thuis, ik kom niet verder dan:

Bijtanken

Met de benen op tafel
terugzien op de ultieme dag
van wild kloppende harten
gevierd onder een hemel van zon

met zovelen gejuicht
bij het klinken van het ja-woord
de ringen aan de vingers geschoven
het water in de mond bij de kus

en na de ceremonie de toost
een dronk op het bruidspaar
en altijddurende liefde van
en voor elkaar en het leven

dat zij en wij van geluk blijven
drinken tot in de late uurtjes
steeds de fles onder handbereik
om bruisend bij te schenken

FT 26052018

 

‘ ..liefde van en voor elkaar en het leven…’ het gedicht en de gebeurtenis en de vreugde en het dichterschap van frans terken samengevat in zijn eigen woorden – de kronikeur van zijn eigen leven in zijn eigen tijd zijn eigen wereld frans terken en het bijzondere blijft dat die wereld veel gemeen heeft met de wereld van de lezer – alleen de lezer zal nooit zoveel poëzie kunnen leggen op de gebeurtenissen, zoveel poëtische taal kunnen toevoegen aan de alledaagsheid die ons omringt. en frans presteert dat gedicht na gedicht.

Laat me nog een laatste

In de plooien en kloven van je hof
waar de zon zich verborgen houdt
zoete onvervalste geur de lucht
– gaten van mijn wezen vult

maak ik mij jou eigen ik
lik me binnen tot het mij
begint te duizelen – een
kempisch kwartierke

lang – drink ik pure waanzin
van geborgenheid, druppel
voor druppel neem ik
van borst en van vagijn

nog snel een laatste slok
voordat de hemel breekt
– in weergang van venijn –
tot melkweg zonder licht

25-05-2018
Cartouche

 

de fles moet nog open – maar als ik aan het kempisch kwartierke ga dan zal ik het cartouche  laten weten –  de  fles ongeschonden uit het brabantse naar 020 gebracht vorige week als kado – met de bijbehorende glaasjes. cartouche de hand kunnen schudden – een bijzondere man – nuchter ook – een bijzondere dichter – en we waren op zoek naar bregje zonderland – we zagen merik, we zagen mirjam al en geen lucienne kohler – de in brede kring vermoede bregje. in en om de kringen van merik moet bregje zich schuilhouden. er was op het feestje maar een mens die ik nooit eerder had gezien – de liefde die ditmar vergezelde – maar die liefde kon toch bregje niet zijn – zo blijft bregje een raadsel – en kan cartouche zijn ergernis niet kwijt. want cartouche en bregje dat is water en vuur.

minder nuchter is het gedicht dat cartouche ons voorschotelt – hij likt zich binnen lezen we van vagijn en van de pure waanzin van geborgenheid – nou ja dat maak ik er van – brilletje af en laat cartouche zijn goddelijke gang maar gaan dames.

 

Bestemming bereikt

Dat de zwoelte van deze avond
met ons mee gaat. Naar ergens.

Het praten verdampt op de weg
van aanrakingen.

De handen houden het onweer
tegen. Bliksem parelt blozend.

De reis voorbij het eindpunt loopt
ononderbroken door.

In de roes van de nacht drinken we
ons lazarus zonder glazen, zonder
schaamte.

Totdat de ene adem met een hemels
gemak de andere inhaalt.

Erika De Stercke

 

de volgende drie strofen zijn prachtig en deze drie hebben de eerste drie niet nodig. prachtig prachtig prachtig – alles wat poëzie moet hebben heeft erika laten neerdalen in de woorden van de laatste drie strofen. de eerste drie dragen net teveel gewichtigheid – laat ze gewoon weg lieve eika – poëzie dat doe je zo:

 

De reis voorbij het eindpunt loopt
ononderbroken door.

In de roes van de nacht drinken we
ons lazarus zonder glazen, zonder
schaamte.

Totdat de ene adem met een hemels
gemak de andere inhaalt.

 

Mijn waarde Pom,
Even leek de dag van je vijfenzestigste op het stilstaan van de tijd, maar daar gaan we dan weer. Meedogenloos, niemand stoort zich eraan, alles gaat gewoon verder, alsof er niets aan de hand is. Jammer eigenlijk. Aan zo’n dag zou je je eigenlijk drie weken moeten kunnen vasthouden. Lekker doordrinken. We nemen er nog eentje.
Fijne dag, morgen. Hier is het weer geweldig. Groet van Jako

 

stuk

we zitten op een dakterras
hoger dan de ondergaande zon
dieper dan de kerktorens
we drinken merlot uit een fles
die van mond tot mond zijn ronde doet
we hebben er nog drie zegt hij
waarop zij maar zeurt over een stuk
dat in haar kraag de ruimte vult
we strekken onze vingers uit
voelen in haar kraag waar niets
aan een stuk doet denken
we drinken voort
haar trek slaat grommend toe
het stuk geleidelijk zichtbaar
we zingen luid, we schreeuwen boos
de trappen naar beneden
voor onze toestand eindeloos

jako fennek

 

elke gedicht van jako lijkt te ontaarden – in groepseks. en zo ook vandaag weer. wat een toestanden toch weet jako elke week weer op te roepen – met die zoetgevoisdheid die steeds en alsmaar sappiger wordt gebracht in zijn gedichten – een heel klein scheutje venijn vaak voor de kruidigheid – en ja hoor dan heb je een echte jako fennek. heel vaak na alle ellende die een erika de stercke aan liefdesverdriet over je heen weet te gieten zijn er gelukkig altijd weer die tot bulderlach aanstekende woorden van ons jakootje. lustig is het woord.

 

Vooruit met de neus
Laat ons spontaan
uit de nek zwalpen,
uit de heup lullen
en ten voeten uit huppelen.
 
Spontaan? Mijn reet, ja.
 
We hebben met de neus
diep in het glas gekeken
en worden nu de afgrond gewaar.
 
En ja, wat zou het?
En nee, dat mag best.
En dus ja, nog een rondje.
 
 
 
marc tiefenthal
dichter essayist / poète essayiste
Sint-Niklaas
blogs: Tieftalen (nl) Profonde lalangue (fr)

 

 

een vrolijke schets volgegoten met ook wel  iets van waarheid – al klinken de woorden best wel streng deze week een ervaringsdeskundige lijkt  aan het woord.

Share This:

3 gedachten over “ALTONICE RIEDING wint de enig echte maar toch ook virtuele ‘kom we nemen er nog eentje’ trofee op pomgedichten – JOLIES HEIJ zilver en VERA vd HORST brons

  1. liefste,
    geheelonthouder van de dans
    hoor je de muziek
    over mijn duinen
    mijn verre buur met dichtbij hart

    gaan we op reis,
    met lege bagage
    volle ogen
    om het leven te drinken
    en dan mateloos

    liefste,
    blijven we zacht
    gaan we

    PM

  2. Laat me nog een laatste

    In de plooien en kloven van je hof
    waar de zon zich verborgen houdt
    zoete onvervalste geur de lucht
    – gaten van mijn wezen vult

    maak ik mij jou eigen ik
    lik me binnen tot het mij
    begint te duizelen – een
    kempisch kwartierke

    lang – drink ik pure waanzin
    van geborgenheid, druppel
    voor druppel neem ik
    van borst en van vagijn

    nog snel een laatste slok
    voordat de hemel breekt
    – in weergang van venijn –
    tot melkweg zonder licht

    25-05-2018
    Cartouche

  3. Pom, gisteren een geweldige dag gehad, het huwelijk van jongste zoon met zijn lief, in het Schellingwouderkerkje.
    Nu weer thuis, ik kom niet verder dan:

    Bijtanken

    Met de benen op tafel
    terugzien op de ultieme dag
    van wild kloppende harten
    gevierd onder een hemel van zon

    met zovelen gejuicht
    bij het klinken van het ja-woord
    de ringen aan de vingers geschoven
    het water in de mond bij de kus

    en na de ceremonie de toost
    een dronk op het bruidspaar
    en altijddurende liefde van
    en voor elkaar en het leven

    dat zij en wij van geluk blijven
    drinken tot in de late uurtjes
    steeds de fles onder handbereik
    om bruisend bij te schenken

    FT 26052018

Geef een reactie