DITMAR BAKKER in zijn toespraak tot de hoofden van lepom – Streng zijn, Pom, je bent nu 65 jaar.

Pom,
hou de liefste maar in je zák! Produceren en produceren, gelijk Colette aan de tekentafel heurs mans vastgeketend zat om er maar premature Chéri’s uit te persen. Aan de leiband zit ik en jij, ooit zo trouw lezer, rechter en littérair machtswellusteling tegelijk, laat de klad erin komen & het beeldscherm elks lezer oplichten met wat dees of gene nu weer gepend heeft (voort, we moeten vóórt) en in licht euforische waan van smidse & kenner-zijn, connoisseur- & makerschap voorts fluks naar dat letterkundig limbo gestuurd heeft. Het verstand van de wijzen en de kracht van de zotten, indeed.  Weg met dat gedrocht.

Waar ging het mis. Het begon allemaal met die vreselijk verkrachte vierde regel en dan gaat het rollen—wat wichelaars? Hij heeft het over astrologen, magiërs, gelijk hij zelf ook was. En waarom mogen die sterren eigenlijk niet gewoon constelleren, zoals in het origineel? Herschrijf, herschrijf, herschrijf. Herhaal.

HET VERSTAND VAN DE WIJZEN EN DE KRACHT VAN DE ZOTTEN


De tekenlezers van een oord voorzagen

sterren zó constelleren dat elk man
zot werd. Hun devies was te vluchten, dan
retour de nonsens uit de volksgeest jagen.

Teruggekeerd, om heersend te behagen,
gaf men ’t advies, mooisprekend als maar kan,
de nieuwe zotternij weer in de ban
te doen. Als antwoord werden zij geslagen.

Voortaan zouden de wijzen moeten leven
als vroeger dwazen—duikend voor de dood:
de opperzot kon iedereen doen sneven.

’t Verstand bleef binnenskamers enkel groot,
want en public werd naam en daad bedreven
van dees of gene gek of die zeloot. 

Waarom zouden we immers niet gewoon ‘astrologen’ neerzetten om die vermaledijde wichelaars—en als we die sterren nou eens laten constelleren in regel twee, gewoon zoals ze doen, onafwendbaar en altijd? Dan hebben we een dubbel astrant begin (hihi). Geen sterrenwichelaars, geen astronomen—tekenlezers, die net dat vleugje natuurlijke magie met zich meedragen als die wetenschappers uit vroeger tijden.

En natuurlijk zijn de bruten dwazen geworden—zo staan ze immers in de tekst. Wat heb ik mijn elfde lettergreep gemist (het gekkengetal!) en wat voegde dit werkje zich in transitie goed naar de jambe. Ten bate van de informatieoverdracht is de ‘koning der zotten’ gesneuveld. Ten bate van de begrijpelijkheid is de vierde regel maar helemaal herschreven—maar st. Jezus te paard, wat heeft dat een koppijn gevergd en een onsubtiele dans met de zusjes moxy en keta. Zotternij!

Die hebben we immers ook nog in de tekst en ik was bang dat ik klachten zou krijgen. Mooisprekend wordt immers geadviseerd weer met een zekere standing te leven, met een zekere dracht, een zeker palet…Soms verwordt exacte transpositie (natie?) echter tot een monster. Haast alles vertaalt zich, maar zou u een stanza als volgend accepteren?

Teruggekeerd, om heersend te behagen,
gaf men ’t advies (welsprekend als maar kan):
teneur in dracht en hapjespan
Herzien. Als antwoord werden zij geslagen.

Afgezien van de tegenwoordige alomwezigheid der hapjespan—Campanella had zulks vast niet en ik ben geen fan van modernisering (atie?) als zulks het leesbegrip niet ten goede komt. Het had vast op de lachspieren gewerkt—dat doet het bij mij nog. Bovendien—van de interpunctie, goede, oude vriend, raak je al dol.

Streng zijn, Pom, je bent nu 65 jaar.

-x-

D.

Share This:

Gepubliceerd door Pom Wolff

Hoi, welkom op mijn site pomgedichten. De site is in langzame opbouw net als de dichter. Ik ben geboren in Amsterdam, ik leef daar en wil daar ook wel doodgaan. Ik studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam, Rechten aan de Vrije Universiteit en werk als juridisch adviseur in de hoofdstad. Jan Arends is mijn favoriete dichter dan Kopland dan Menno Wigman. Paul van Ostaijen mijn dandyman. In slammersland geniet ik van Roop, Karlijn Groet, Peter M van der Linden - ACG natuurlijk, Ditmar Bakker, Jürgen Smit en Daan Doesborgh. En wat moet ik zeggen nog van Robin Block ( “hee ouwe wolf”) de wildemannen, lucky fonz III - Sander Koolwijk of Tom Zinger: "er is hier zeker 80 centimeter plant waar jij geen weet van hebt...." - mijn windroosmaatjes. Mijn optredens bezorgden mij eretitels: landelijk slamfinalist 2003, 2004, 2005 en brons in Tivoli in 2006, 2007 en 2010, 2011, 2012 en ook weer in 2013. - Dichter van het jaar in Delft 2005, voorts slamjaarwinnaar 2005 van de poëzieslag in Festina Len-te te Amsterdam, winnaar van Slamersfoort 2006. Jaarfinale Zeist 2007 en de BRUNA poézieprijs 2007 in mijn zak. Ik ben de hoogste nieuwe binnenkomer op de jaar-lijkse top-200 lijst van bekendste dichters Rottend Staal – Epibreren 2005. In 2008 kreeg Pom Wolff De Gouden Slamburger uitgereikt vanuit de Universiteit Utrecht – afdeling letteren en won hij het 2e Drentse open dichtfestival. op 19 april 2009 verscheen de bundel 'die ziekte van guigelton' - winnaar jaarfinale slamersfoort 2009. in 2010 won hij de dicht-slam-rap van boxtel en de dobbelslam van entiteit blauw te utrecht. in 2012 de grote prijs van Grimbergen én DE REBELPRIJS voor de poëzie van de REBELLENKLUP. Tot zover enig geronk. In 2014 presenteerde uitgeverij Douane op 22/11 in Café Eijlders de pracht bundel: 'een vrouw schrijft een jongen'. Sven Ariaans schreef in zijn juryjrapport Festina Lente Amsterdam: “Het is iemand die je zenuwen blootlegt om vervolgens op vaderlijke toon te zeggen dat die pijn jouw pijn moet zijn en dat er geen zalf bestaat. Elke cognitieve dissonantie die je voor jezelf op prettig hypocriete wijze had opgeheven, wordt je ingewreven, of zoals medejurylid Simon Vinkenoog het kernachtig zei: "hij verschaft illusieloos inzicht in de werkelijkheid". Ik voel me in deze omschrijving wel thuis.) 'je bent erg mens' van pom wolff verscheen in de befaamde Windroosserie in september 2005 en was in een mum van tijd uitverkocht. Nieuw werk - 'toen je stilte stuurde' verscheen op 18 november 2006 wederom bij Uitgeverij Holland te Haarlem. ook deze bundel was meteen uitverkocht. erik jan Harmens interviewde pom wolff over deze bundel in de avonden van villa VPRO.

Laat een reactie achter