FRANS TERKEN wint de enige echte virtuele – kind wat zie je wit vandaag – trofee op pomgedichten – Cartouche & Karin Beumkes zilver/brons

prachtige prachtige inzendingen vandaag – dank jullie wel  – de metalen – zoveel is duidelijk – moeten verdeeld onder Cartouche, Frans Terken en Karin Beumkes. maar moeilijk is het deze week niet. het absolute goud gaat naar een 18 karaats gedicht geschreven op de sterfdag van dichter komrij. de entree strofen die de lezer brengen, vervoeren,  naar die prachtige twee laatste strofen – in liefde gedrenkt – zou ik willen opmerken. frans gefeliciteerd –  beumkes en cartouche delen zilver en brons deze week. van harte ook.

 

Leids Laken

Aan de Witte Singel vind ik je
lijkbleek staar je naar het water
als wil het je verzwelgen

ik reik je een hand
een arm de tak van een kastanje
om je op het droge te houden

geef mij een boom
desnoods met kunstsneeuw
waar omheen wij

daaronder onze voornemens
in cadeaupapier gewikkeld
dat jij bij het uitpakken
ziet hoe ik je alles gun

in vrede gevouwen
en met jou gedeeld
tot er witte rook

tussen de lakens
een hart open
voor de liefde

 

FT 07072018

 

 

CARTOUCHE (steen en ijzer breekt maar onze liefde niet)

MARC TIEFENTHAL heeft er weer schik in

KARIN BEUMKES ze zwoer het dragen van felle kleuren af

FRANS TERKEN met open hart

PETRA MARIA “ik heb vandaag iets moois gezien”

JAKO FENNEK in onvermogen

wie wint de enige echte virtuele – kind wat zie je wit vandaag – trofee op pomgedichten? nou een keer een thema waar we alle kanten mee op kunnen. hebben we een kleurenthema, of een beeldenthema. Hoe ziet bezorgdheid eruit in poëzie? wat ziet ze wit vandaag – aan u dichters – geef aan het meisje kleur. u kent de regels hier: inzenden voor zondag half 11. het commentaar is verzekerd. stuur in onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.

 

en ook dat
.
weet je nog dat we in vinkel liepen
langs de randen van ons onvermogen
het alleenrecht op onzekerheid
dat we deelden
.
er hoorden dagen bij
de lippen van de nacht toen we
te weinig nog en dronken van de scherven
de ruimte niet begrepen
.
er was vuur in de tuin in de regen
een vrouwenbeen hing in een boom
te overleven, jij leed aan orde
ik aan aarde, er was applaus
.
de wereld zwijnde
en varkens paarden schatje
zo leek het toch nog ergens op
de liefde stal iets van de oorlog
.
als een dichter van de woorden
dood van leven
in een ver veroverd land
we moesten lachen en ook dat verging
.
pw

Marmer

Waar je kleur verwachten zou
lichtbrons, een sprankje rood
hangt in hoofdzaak grijs-
wit als een douchegordijn
over land in overgang

– bevroren tijd –

bloter, bleker dan ooit
tot de kim, stilgevallen wind
rook voel ik, die steken blijft
aan een mondhoek
een wang, je long

– benauwenis –

verlangen om op te gaan
in het wit van een gezicht
troost je, mijn kind, vertrouw
op je pupil, de weerman
‘morgen warmt het weer’

06-07-2018
Cartouche
(steen en ijzer breekt
maar onze liefde niet)

 

marmor stein und eisen bricht – was dacht ik de originele tekst van drafi duitser – cartouche laat oude duitse tijden herleven  – hij kan het nog wel he dichten – een dreigend wereldbeeld tevoorschijn toveren uit een lieflijk beeldje – och wat zou de vrouw geraakt zijn als ze het zou weten – ik haalde het beeldje bij haar op – was van haar vader geweest – het kwam allemaal te dicht bij zei ze  – ze zocht een goed onderkomen voor het beeldje  – een goed onderkomen voor haar vader – het beeldje in liefde aanvaard natuurlijk – zo ben ik wel. gelukkig ook woorden van troost van cartouche aan het einde. hier vallen verhaal, beeldje en wereldbeeld (nederland anno 2018 – een land in overgang) in elkaar – cartouche is een meester-  mooi gedicht.

 

Schik ik je?
.
Ik ben in mijn schik,
nu jij nog.
Maar ik maak je
aan het schrikken
zo bleek zie je nu.
.
Op het veld van eer
valt dra de vogelverschikker
getroffen neer.
.
Meer valt hier niet te rapen
dus kom maar binnen,
schik je haar wat
en leg wat poeder
om je bleke neus.
.
marc tiefenthal
dichter essayist / poète essayiste
Sint-Niklaas
blogs: Tieftalen (nl) Profonde lalangue (fr)

tiefenthal maakt er een verhaaltje van – geen dubbele lagen of listen – is me net te eentonig.

 

Serajewo

.

Heb een vrouw ontmoet
ze was begonnen schoeisel te herstellen
voordat de mayakalender afliep
ze zwoer het dragen van felle kleuren af
noemde het onkruid steeds vaker liefste
ik beschrijf nu een hele poos ons nies zeggen
.
daarom in het midden dit
.
heb een vrouw gezien met tandafdrukken
op haar bovenarmen
ik noem dit heden pleistoceen
.
Karin Beumkes

een tijd van grote veranderingen – pleistoceen – ja als de beum  zich er mee bemoeit verandert alles in huize plaat. het serajewo op tessel. prachtige regels toch weer: ze noemde het onkruid steeds vaker liefste – (wat nies zeggen betekent god mag het weten) – hoe dan ook  DE beum dichteres van tessel van formaat die het geboefte en de ploeteraars op dat eiland poëtisch wegblaast. het is jammer voor ze maar op tessel heerst karin beumkes. in alle bescheidenheid en liefde die ene regel neergeschreven voor wie het maar wil horen, voor wie het maar wil lezen – de koningin van tessel bericht:

‘ze zwoer het dragen van felle kleuren af
noemde het onkruid steeds vaker liefste’

prachtig!

 

Leids Laken

Aan de Witte Singel vind ik je
lijkbleek staar je naar het water
als wil het je verzwelgen

ik reik je een hand
een arm de tak van een kastanje
om je op het droge te houden

geef mij een boom
desnoods met kunstsneeuw
waar omheen wij

daaronder onze voornemens
in cadeaupapier gewikkeld
dat jij bij het uitpakken
ziet hoe ik je alles gun

in vrede gevouwen
en met jou gedeeld
tot er witte rook

tussen de lakens
een hart open
voor de liefde

 

FT 07072018

 

een werkelijk prachtig gedicht – frans losgezongen van de strakke regels die hij vaak componeert – hier is alles ineens lichtvoetig – alsof de taal is opengesprongen – alles mag vandaag uitgepakt – en frans pakt uit – het hart open voor de liefde. goede poëzie heeft weinig commentaar nodig – goede poëzie brengt de lezer in een staat van omarmen.

 

In de tram

zelden rijd ik met de tram
maar ik stel mij zo voor
dat het kan
wachtend bij een halte

ogen naar in de verte
brandende zon op de daken
dat ik dan instap
een plek vind aan de paal

meehangen
in de plotse bochten
jij stapt in
en we lichten beiden op

hoe gaat het met je liefste
vraag je met verwachting

dan glimlach ik en fluister
in je oor

“ik heb vandaag iets moois gezien”

 

PetraMaria

 

ik ga wel mee hoor in deze beschrijving – in deze tram – in dit verhaal. in dit proza. het is meer retorica dan een gedicht – hoe plaats je een regel zo dat ie ongenadig direct binnenkomt – nou zo als petra maria dat vandaag en hier doet – in die tram: dan glimlach ik en fluister
in je oor – “ik heb vandaag iets moois gezien” – ja zo willen we allemaal wel instappen in lijn 13. (en dan vindt ze ook nog een plek ‘aan de paal’) – liefde leven en lust in lijn 13. ik koop een strippenkaart.

 

onvermogen

ik draag het in mijn armen
als een wit kleinood
vaal het gezicht, in de ogen hoop
en streel het vurig
maar met de neerslag van de regen
komt toch de dood
het laat alleen een glimlach achter
die ik als anjer
in mijn vestzak steek
van tijd tot tijd beweeg
zoals een mens nerveus
zijn vingers schikt
doch mijn kleinood blijft bleek
wit als aluin
de glimlach tot een plooi geworden

jako fennek

 

het gedicht lijkt opgehangen aan de regel: ‘maar met de neerslag van de regen komt toch de dood’- een prachtige regel. maar het probleem is dat de andere regels niet in de schaduw kunnen staan van de geciteerde regel. het is alsof de dichter zijn onvermogen een vorm heeft willen geven,  regels om de dood heeft geschikt.

Share This:

Gepubliceerd door Pom Wolff

Hoi, welkom op mijn site pomgedichten. De site is in langzame opbouw net als de dichter. Ik ben geboren in Amsterdam, ik leef daar en wil daar ook wel doodgaan. Ik studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam, Rechten aan de Vrije Universiteit en werk als juridisch adviseur in de hoofdstad. Jan Arends is mijn favoriete dichter dan Kopland dan Menno Wigman. Paul van Ostaijen mijn dandyman. In slammersland geniet ik van Roop, Karlijn Groet, Peter M van der Linden - ACG natuurlijk, Ditmar Bakker, Jürgen Smit en Daan Doesborgh. En wat moet ik zeggen nog van Robin Block ( “hee ouwe wolf”) de wildemannen, lucky fonz III - Sander Koolwijk of Tom Zinger: "er is hier zeker 80 centimeter plant waar jij geen weet van hebt...." - mijn windroosmaatjes. Mijn optredens bezorgden mij eretitels: landelijk slamfinalist 2003, 2004, 2005 en brons in Tivoli in 2006, 2007 en 2010, 2011, 2012 en ook weer in 2013. - Dichter van het jaar in Delft 2005, voorts slamjaarwinnaar 2005 van de poëzieslag in Festina Len-te te Amsterdam, winnaar van Slamersfoort 2006. Jaarfinale Zeist 2007 en de BRUNA poézieprijs 2007 in mijn zak. Ik ben de hoogste nieuwe binnenkomer op de jaar-lijkse top-200 lijst van bekendste dichters Rottend Staal – Epibreren 2005. In 2008 kreeg Pom Wolff De Gouden Slamburger uitgereikt vanuit de Universiteit Utrecht – afdeling letteren en won hij het 2e Drentse open dichtfestival. op 19 april 2009 verscheen de bundel 'die ziekte van guigelton' - winnaar jaarfinale slamersfoort 2009. in 2010 won hij de dicht-slam-rap van boxtel en de dobbelslam van entiteit blauw te utrecht. in 2012 de grote prijs van Grimbergen én DE REBELPRIJS voor de poëzie van de REBELLENKLUP. Tot zover enig geronk. In 2014 presenteerde uitgeverij Douane op 22/11 in Café Eijlders de pracht bundel: 'een vrouw schrijft een jongen'. Sven Ariaans schreef in zijn juryjrapport Festina Lente Amsterdam: “Het is iemand die je zenuwen blootlegt om vervolgens op vaderlijke toon te zeggen dat die pijn jouw pijn moet zijn en dat er geen zalf bestaat. Elke cognitieve dissonantie die je voor jezelf op prettig hypocriete wijze had opgeheven, wordt je ingewreven, of zoals medejurylid Simon Vinkenoog het kernachtig zei: "hij verschaft illusieloos inzicht in de werkelijkheid". Ik voel me in deze omschrijving wel thuis.) 'je bent erg mens' van pom wolff verscheen in de befaamde Windroosserie in september 2005 en was in een mum van tijd uitverkocht. Nieuw werk - 'toen je stilte stuurde' verscheen op 18 november 2006 wederom bij Uitgeverij Holland te Haarlem. ook deze bundel was meteen uitverkocht. erik jan Harmens interviewde pom wolff over deze bundel in de avonden van villa VPRO.

Doe mee met de conversatie

2 reacties

  1. Leids Laken

    Aan de Witte Singel vind ik je
    lijkbleek staar je naar het water
    als wil het je verzwelgen

    ik reik je een hand
    een arm de tak van een kastanje
    om je op het droge te houden

    geef mij een boom
    desnoods met kunstsneeuw
    waar omheen wij

    daaronder onze voornemens
    in cadeaupapier gewikkeld
    dat jij bij het uitpakken
    ziet hoe ik je alles gun

    in vrede gevouwen
    en met jou gedeeld
    tot er witte rook

    tussen de lakens
    een hart open
    voor de liefde

    FT 07072018

  2. In de tram

    zelden rijd ik met de tram
    maar ik stel mij zo voor
    dat het kan
    wachtend bij een halte

    ogen naar in de verte
    brandende zon op de daken
    dat ik dan instap
    een plek vind aan de paal

    meehangen
    in de plotse bochten
    jij stapt in
    en we lichten beiden op

    hoe gaat het met je liefste
    vraag je met verwachting

    dan glimlach ik en fluister
    in je oor

    “ik heb vandaag iets moois gezien”

    PM

Laat een reactie achter