Geen categorie

JOLIES HEIJ bij Witteman, in het Vondelpark, met een diepte interview AACHENENDE

Over ezelsbruggetjes & jaartallen

Columniste het hele weekend op pad geweest met Peter Posthumus. Duo-optredens verzorgd in het Vondelpark en bij Jazz en Dichters in Eindhoven samen met de band. Mijn compagnon noemde ik hem waarop vroeg of laat de onvermijdelijke vraag volgde of we ook buiten de poëzie een stel zijn. Welja, zo heb ik vele liefdesaffaires in de poëzie die daarbuiten maar zelden houdbaar blijken. Dat is aan meneer Heij voorbehouden. Niet voor niets bedrijf ik met de natuurgenezer enkel de liefde op papier. Niet voor niets laat ik hem het grootste gedeelte van de tijd in het tuinhuis stijfkoppig en eigengereid zijn en voer hem alleen als personage op als mijn muts ernaar staat. Dus nu eens niet naar het tuinhuis getogen, maar met Posthumus naar het Vondelpark waar men erg verguld was met mijn column van vorige week waarin ik U, nu! onder de aandacht bracht. Het leverde aanzienlijk meer dichters op, Merik was er met Mirjam en Saartje, Dave Bouw en ook de Terk, plus een zwik muzikanten. Vanaf de steen keek je uit over het veld waarover reuzenblaasbellen zeilden. Men was muisstil toen ik mijn tekst “De stad, het zilver” over Srebrenica ten gehore bracht. Nou, je hebt me overtuigd, zei Posthumus na afloop, ik kom woensdag naar de herdenking.

Maar eerst moesten we naar Eijlders voor de opening van de dichtersfoto-expositie door Babs Witteman. Dankzij het voetbal kwamen we daar nog op tijd aan. En daar deed de ouwe Aachenende zijn entree. Loes parkeerde hem aan onze tafel, zodat ik eindelijk eens geduchtig met de nestor van Eijlders kon babbelen. Natuurlijk wist hij niet meer wie ik was – niet zo verwonderlijk gezien zijn gevorderde leeftijd. Denk maar aan de J.P. Heijestraat, gaf ik hem als ezelsbruggeltje. Daar woon ik vlakbij, zei hij. Ik kan niets meer onthouden, zelfs niet welke dag het vandaag is. Dat is een ramp voor een Asperger met een geheugen als een pot als ik. Nou, u ziet er in ieder geval patent uit, gaf ik, en als altijd pico bello in uw donkere pak gestoken. Ja, een Asperger als ik houdt van standvastigheid, ik heb vier van zulke pakken, allemaal even identiek donker. Ik snap wat u bedoelt, zei ik.

Als Aspergirl breng ik natuurlijk wat meer variatie in mijn kleding aan, maar mijn geheugen is eveneens een ijzeren pot, vooral wat betreft jaartallen. Dan kunnen we elkaar een hand geven, glimlachte hij. Echt waar? riep Posthumus ongelovig. Ben jij dan ook zo sociaal onhandig en laat je je leiden door je eigen logica waar geen speld tussen te krijgen is? Ik ben nou niet het meest babbelzieke meisje van de klas, gaf ik toe, zeker niet in het eerste contact. Maar ik ben slechts een halve Asperger, op een schaal van 50 scoor ik 31. Psychiaters hebben mij geregeld voor borderliner versleten vanwege mijn woede-aanvallen als de dingen niet lopen zoals ik ze voor ogen heb, maar ja, wat moet je ook met die psychiaters. Daarstraks nog, toen ik op de Kostverlorenkade tegen meneer Heij stond te tieren dat hij me naar het Vondelpark moest gidsen omdat die vermaledijde reisplanner me helemaal in de Kinkerstraat uit de tram had laten stappen in plaats van bij de J.P. Heijestraat.

Maar alle Aspergers op een stokje, laten we het liever over uw leven hebben, mneer Aachenende. Heeft u de oorlog nog meegemaakt? Welzeker, knikte hij, wij woonden in Maastricht en moesten vluchten omdat mijn vader joods was. Eerst naar Parijs, maar toen dat werd bezet, kwam er een vluchtelingenstroom, vooral van kunstenaars, op gang naar het zuidoosten van Frankrijk, dat dankzij het marionettenregime van Vichy nog geruime tijd autonoom bleef. Tot dat ook werd bezet, maar een geluk was dat de Wehrmacht er de touwtjes in handen had en die moest niet veel van Hitlers antisemitisme hebben. Twee dingen uit mijn jeugd zijn me altijd bijgebleven: Hitlers Sportpalastrede op de radio over de annexatie van het Sudentenland in 1938 en de oorlogsverklaring van Chamberlain op 3 september 1940. Welnu, lieve lezer, we klappen de oude doos van de ouwe Aachenende bij deze weer dicht. Oorlog is helaas ook nog iets van deze tijd. Komt allen morgen naar de Srebrenica-herdenking om 15.00 uur op Het Plein in Den Haag.

naoorlogse genade

hij was het kind van de oorlog, ik van de rekening
ze hebben iets meegemaakt wat wij nooit zullen kennen

nooit kunnen aanraken, niet over kunnen meepraten
de genade van de late geboorte houdt uitsluiting in

we begrepen niets van het morse, de geheime codes
de onderduik van het geweten, de besloten geheimen

waarmee ons de mond werd gesnoerd, onnozel
onbevlekt, onschuldig – wat een voorrecht om niet te weten

van de kerker van het hart, waar loopgraven dichtgegooid
beerputten niet meer stinken en kogels niet doden

behalve wanneer op het verkeerde doel afgeschoten, als het toeval
hard treft en een splinter van een flard boven komt

er was een geel korenveld, onder aren wordt veel geschoven
in de voederbakken de kruimels geteld, in de goot het bloed

dat voor water wordt aangezien en na al die jaren
witgekalkt uitgewist, de graven gevernist in gepolitoerde kisten

en geen kind dat het zwijgen kan kraken

Jolies Heij

Share This:

Geef een reactie