Geen categorie

VON SOLO GOES ON!

Het was een warme nacht in augustus. Foeterend en tierend, zonder shirt, fietste ik door het donker richting Goes langs het kanaal vanaf het Goese Sas. Waar we vandaan kwamen was er niets meer dan het ruisen van de Oosterschelde, het duister, en vooral geen feest. Geen groot feest zoals beloofd.

Deel 303. Vierkante meter

Charlie was een vage gast. Ik kende hem enkel van naam. Hij bezwoer, voor iedereen die het wilde horen, dat er bij het Goese Sas nog een groot feest bezig was. Het was één uur in de nacht. In de kroegen en discotheken was al niets meer te beleven. Een groot feest in de wildernis was als een droom. De grote ogen van Charlie blonken als die van een maniak. Hij had mijn aandacht getrokken en die van nog een drietal jongelingen. We wilden hem geloven. Dat feest moest er zijn. We besloten te volgen. Onderweg bleef hij maar razen. Dat wisselde hij af met bezeten lachbuien. Het feest, het feest, het megalomane feest! Ondertussen waren ook de T-shirts uitgegaan, want het fietstempo dat onze haas aanhield was moordend en het was een drukkende zomernacht. Ik keek de andere jongens aan en las bij elke kilometer meer ongeloof in de ogen. Mijn wens was echter nog steeds sterker dan mijn ongeloof. Onverlicht kliefden we de nacht, richting onze roeping.

Aangekomen bij het Goese Sas, gooiden we die fietsen neer en renden de dijk over. Aan de andere kant was er niets. Charlie rende vooruit de pier op. Wij renden er achteraan. In het gras speurde ik in het fletse maanlicht naar sporen van een feest, dat geweest had kunnen zijn. Zelfs naar sporen die zouden aantonen dat er werkelijk nog ergens een feest was. Charlie gierde het intussen uit. De anderen vroegen waar het feest was. En hij declameerde: ‘Dit is het feest!!!’ Hij had ons allemaal bij de neus genomen. En dat was zijn feest. Ik liep naar hem toe en gaf hem een stomp in zijn maag. Hij klapte dubbel, maar bleef in zijn slappe lach. Hij had gelijk. Een glimlach probeerde mijn gezicht. Maar ik moest in mijn rol blijven.

Boos tierde ik dat we bier moesten! Charlie ging rechtop staan en zei dat hij dat wel zou regelen. We moesten er alleen terug voor naar Goes fietsen. De rit naar Goes verliep niet veel anders dan de rit heen naar de Schelde. Een gierende gek, met nu drie zwijgende gestalten en een vloekende vijfde. Dat was ik. Aangekomen in Goes, waren intussen alle kroegen dicht. De discotheken lieten niemand meer binnen. De drie zwijgers taaiden af. Ik keek Charlie aan en snauwde zo dreigend mogelijk dat er iets geregeld moest worden. Hij was uiteraard niet onder de indruk, maar speelde goed mee en voerde ons naar de shoarmatent op de Magdalenastraat. Daar stortten we ons met nog steeds ontbloot bovenlijf binnen en zetten ons aan de lege bar. ‘Twee shoarma en bier!!!’, riep Charlie. De Levantijnen keken hem aan of hij gek was, maar bedienden. Alles was goed. Nu mocht ik van mezelf wel voorzichtig lachen.

Afgelopen zomer moest ik nog aan Charlie denken toen ik in Berlijn was. Hij woonde, wist ik via Facebook, tegenwoordig in Berlijn. En werkt daar als obscure party organisator en DJ. Zwevend tussen euforie en depressie. Een heel kort moment kwam de gedacht in me op hem een berichtje te sturen. Maar dat heb ik niet gedaan. Ik was op vakantie met mijn gezin.

In Zeeland bestonden diagnoses nog niet toen ik zo jong was. Ook werden afwijkende dingen niet op waarde geschat, maar liever gemarginaliseerd. Zo was toen Zeeland. Zo is nu alles. Het is me wel duidelijk, dat we allemaal leven op een vierkante meter. Daar, waar we lopen. Waar we staan. Waar we dicht genoeg bij elkaar komen ontstaan dingen. Het is een plekje dat reist. Op zoek naar het feest. En ik ben blij dat ik soms stom genoeg ben om mee te fietsen met gekken. Het leert je je plaats kennen. En de vervulling die je zoekt op die vierkante meter. Waar ook ter wereld.

Share This:

Geef een reactie