Geen categorie

LISAN LAUVENBERG: Wie je kent, liefhebt en vergeet.

Wie je kent, liefhebt en vergeet.

Op 12-02-2000 schreef J.P. een gedicht aan mij. Op papier van Kerk en Wereld een conferentiecentrum, waarvan ik me ook niet herinner dat ik daar ooit geweest ben.

Het gedicht herbergt al  kenmerken van mijn latere stijl. En is na al die jaren mooi van raadselachtigheid. Vooral omdat het vriend betreft die ik toen blijkbaar liefhad, maar me nu totaal niet meer herinner. En dat ik vaak rijm op zijn is dwingend doch noodzakelijk in deze tekst. De verlossing is bereikt, er is alleen nog maar Zijn.
Maar zíjn tekst is de aanleiding geweest om zo te schrijven. Het is een raadsel waar we waren en wie we waren in die tijd. Ik deed een heleboel dingen tegelijkertijd in die jaren en was onder andere bezig met gestalte geven aan de dichters middagen in cafe Helmers. Daarvoor was ik zelf hier en daar gaan optreden om de sfeer van andere podia te proeven en aan den lijve te ondervinden hoe het is om op een podium te staan met vaak persoonlijke en gevoelige gedichten. In die jaren ontmoette ik vele en vaak erg leuke mensen, waarvan een deel nog in mijn huidige vriendenkring ronddartelt. Maar wie J.P is, was en of hij niet de te jong gestorven dichter, schrijver, schilder Jean Paul Franssens is, het is de enige J.P.die ik me herinner uit die jaren, maar nee, we waren graag samen op pad, maar nooit amoureus of hecht bevriend. Misschien is het een boem, boem close vriend voor een week, de duur van een workshop, een boottrip of een acteur waar ik de productie voor deed. Het was in elk geval een bijzondere ontmoeting. Ik heb zijn interpunctie aangehouden. Ik denk plots, dat het ook een vrouw kan zijn. Maar ook nu na het lezen en herlezen van het gedicht komt er geen enkele herinnering boven van de ontmoeting of de dag dat we dit schreven. Maar het gedicht is mooi genoeg om te willen delen.

Vriendschap
 
Waar ik met jou ook ga
of nog zal gaan
zal mij een raadsel blijven
en in het onopgeloste vraagstuk
 
ligt het antwoord van ons samen zijn.
De lach die ik van te voren
niet kende of niet erkennen wilde
is er steeds als een verrassing
 
de vreugde ongewild en ongezocht
de omhelzing, deels troost en deels verlossing
wat mij dreef op deze tocht
door nacht en ontij teruggekomen.
 
Jij bent mijn schepper niet
noch mijn geliefde waar ik
rust zocht en niet vond.
Zonder medelijden maar met mededogen
 
nam ik uw hand of jij de mijne
en waar we ook het moede hoofd neervlijden
in de wijn of onderweg.
Ik zag je aan en jij schreide.
 
In alle rust werd ik verlost.
 
J.P.

 

12-02-2002
In antwoord op het gedicht vriendschap van J.P.

In alle rust werd ik verlost
van wat mij scheidde van de wereld
een verlangen dat groter is dan,
is dan groter dan jij en ik.

Iets dat wij beiden moesten leren
erkennen als het leven met de last
dat wat wij zagen als het ware
het ware niet kon zijn.

Het bracht verleden groter nog
dan ooit beleden met meer pijn
dan toen we klein waren
en konden zijn.

Pas in het erkennen van hoe groots
we samen kunnen zijn
versmolt ik met alle oude geliefden
en kon ik in vrede met deze vriendschap zijn.

Ik hoor de vogels eindelijk zingen
Ik zie de ruimte bij de zee
Ik rijd door landschappen van lang geleden
Ik herken de liefde van ooit en lang geleden.

Nog een paar woorden
en nog wat wijn.
De bloemen bloeien als nooit tevoren
we lachen veel en erkennen pijn.
Ik hou je vast.
En jij, jou en mijn zijn.

 

© Lisan Lauvenberg

15 september 2018

 

Share This:

Geef een reactie