ANKE LABRIE wint de enige echte virtuele – nog een keer uit te reiken – PETER LE NOBEL trofee op pomgedichten – FRANS TERKEN de zilveren beker en LISAN LAUVENBERG brons

het jury rapport

Sta je mens – Marc Tiefenthal

‘Je zou voor minder uitbreken / in zweet’ vind ik de mooiste zin van het gedicht. ‘Uitbarsten in ander vocht’ geeft daar in mijn ogen een erotisch-dierlijke toevoeging aan. Het doet me denken aan een wat schuchtere vrouw die bij het drukken op het juiste knopje opeens helemaal los gaat. De laatste strofe doet dan echter een wat te groot beroep op het brein, want wat moet ik met ‘hoge omes met hoge holle ogen’? Is dat de veroordeling van deze vrouw? Het is gevaarlijk om me meteen aan de interpretatie van een gedicht te wagen: de beelden die opgeroepen worden zijn hoogstpersoonlijk. Heb ik hem wel goed begrepen? Ik denk diep na, sta stil, terwijl het vocht opdroogt. – 10

 

Teer – Lisan Lauvenberg

In dit gedicht komen fraaie elementen bij elkaar: op basis van het woord ‘teer’ wordt de metafoor van het herfstbriesje, de sneeuw en de ‘spinne-rag’ uitgewerkt. En de verbindingen van de hersenen, die in verband worden gebracht met dat spinnenweb is in dat opzicht een mooie uitwerking in een uitwerking. Mooiste zin: ‘teder als de eerste sneeuw’ met in de laatste strofe een heel concreet beeld van een man achter de piano. Een echt juweeltje. -18

 

de gedachte – Petra Maria

Voor ‘de gedachte’ moet ik er even voor zitten. Hier is geen sprake van een rechttoe rechtaan liefde. Er is iets aan de hand geweest, zoals te lezen is in de laatste strofe. ‘Hoe snijdend ook bedoeld / ben je dan / aandoenlijk dichtbij’. Een uitspraak van genegenheid met een rafelrandje.

De eerste strofe is in dat opzicht iets saaier. ‘Wegstervende dromen’ zijn de core business van de dichter; het beeld is net iets clichématiger, maar de toevoeging ‘niet de wanhoop/ van wat het was’ maakt alles goed.

En hoewel het gedicht zo even als een stoomlocomotiefje op gang moet komen, raak ik uiteindelijk geïntrigeerd door het samenzijn. Is het een afscheid? Een latere ontmoeting waarin de ex-geliefden terugblikken op hun relatie? Uiteindelijk houdt het gedicht je gedachten vast, of blijven je gedachten bij het gedicht, kortom: blijf je erover nadenken. -16

 

Y hasta la vista amigos mios – Cartouche

Vooral de eerste helft van dit gedicht komt bij mij binnen. Zeer fraai vind ik het onderdeel van het huis met de kandelaar en ‘een kruis van twee / geesten…’ Het is modieus om een versregel af te breken en door te laten lopen, maar sta stil bij de zin ervan. Ik gebruik dit commentaar ook maar meteen als een waarschuwing voor eenieder: sommigen breken maar wat in het wilde weg af, waardoor de lezer eerder het idee heeft dat hij een rommelig wordbestand heeft geopend dan dat-ie ontdekt dat met die afbreking een nieuwe betekenis wordt opgeroepen. Hier is sprake van een geslaagde afbreking, die het hele gedicht extra kracht geeft.

Maar dan de tweede helft, daar kan ik de vinger niet op leggen. Want wat moet ik met een ding als een kunstglasoog? – 11

 

Herfst – Anke Labrie

Eenvoud, daar ben ik helemaal van. Ik zal het eerlijk moeten bekennen, want uiteindelijk speelt bij gedichten persoonlijke voorkeur van stijlen nu eenmaal een onmiskenbare rol. De reden dat je niet eeuwig juryvoorzitter kan zijn.

Het allersterkste punt van dit gedicht is dat in de tweede strofe in heel alledaagse, onschuldige zinnetjes een dag uit het leven van een oude vrouw wordt beschreven met als uitsmijter de begrafenis van een bekende. Daarmee is perfect het leven beschreven van oude mensen. De een na de ander om je heen valt om en begrafenissen en crematies zijn inmiddels net zo vanzelfsprekend als bingo, of voor de moderne oudere, een nieuwe aflevering op Netflix.

Maar het knaagt, het knaagt. De oude vrouw probeert in het hier en nu te leven. Morgen pas is de begrafenis. En zo wordt het verdriet in deze eenvoudige zinnen samengevat.

En dan een metafoor die er doorheen dwarrelt: de blaadjes in de eerste strofe en in de tweede strofe de voorspelling van een storm met windkracht acht. Zo zet Labrie alles keurig klaar voor het verdriet van morgen. – 25

 

Op het duin – Frans Terken

Een jeugdherinnering, met aan het begin direct een beeldend ongemak. Hier komt het thema vrijheid duidelijk naar voren, terwijl het ging om een vrij thema. Uiteindelijk komt de personage op de zee uit, voorbij de opkamers en de kerktorens. En juist bij die zee herinnert de hoofdpersoon zich de beelden van vader en moeder. Hier staat alles op z’n plaats. Een fraaie kleinood. – 20

Eenhapscrackers zijn er niet aangetroffen, om daarmee te beginnen. Soms een mooi voorgerechtje, af en toe een licht diner. Al met al ben ik voldaan en verzadigd. En dan de winnaar: gekozen is voor Herfst, van Anke Labrie. En wat betreft de 100 punten, die ik gewoon nog steeds hanteer, is de verdeling bij het commentaar aangegeven. Zilver: Op het duin, van Frans Terken. Brons: Teer, van Lisan Lauvenberg

 

 

MARC TIEFENTHAL haast een wonder

LISAN LAUVENBERG met ogen vol zeer

PETRA MARIA over aandoenlijk dichtbij

CARTOUCHE over de onzegbaarheid der dingen

een welverdiende vakantie voor Cartouche
 
nu de dingen om hem heen spoken
werden – verworden zijn
zoals ze waren zijn ze losgezongen van de wereld
waarin ze ontstonden
 
neen het dichterspad is niet bezaaid met rozen
voor je het weet vreet een hond je dichtbundel op
resteert de onzegbaarheid der dingen
 
pw

 

ANKE LABRIE morgen pas

FRANS TERKEN op het duin

wedstrijd gesloten – we wachten op het commentaar van Peter – die rond 11.00 uur weer als kok in de keuken staat om voorbereidingen te treffen. de grote vraag was: begint onze kok zondag met een voedselvergiftiging of is hij voldaan en verzadigd na de UW inzendingen? we wachten af.

 

 

Peter le Nobel aan de spruitjes

Wie wint de enige echte virtuele – nog een keer uit te reiken – PETER LE NOBEL trofee op pomgedichten?

we mogen nog een keer genieten van onze voormalige en door velen op handen gedragen juryvoorzitter PETER LE NOBEL – van zijn commentaar bedoel ik natuurlijk – momenteel als KOK werkzaam in een vooraanstaand restaurant in het Utrechtse – het past hem deze week – gelet op de werkroosters onze gast te zijn – tot zondag rond 10 uur in de ochtend. begint onze kok zondag met een voedselvergiftiging of is hij voldaan en verzadigd na de UW inzendingen? THEMA VRIJ –  lieve dichters zendt in en geniet van zijn commentaren! u kent de regels:  commentaar is verzekerd – insturen voor zondag 10.00 uur.
stuur in onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.
oja het mag ook over de liefde gaan of zo – peter zit nergens mee.

ik heb je naam nooit geweten
 
de fiets, tenger
je regenjas van rode lak
hangt in een museum nu
 
ik denk dat je nog steeds mooi bent
gek is dat
 
pw

Sta je mens
 
Er lijkt zich haast een wonder voor te doen.
Haasje over tot uit de hoed.
 
Je zou voor minder uitbreken
in zweet. Uitbarsten in ander vocht.
Geen angsten uitstaan.
 
Waar we heden eerst
wat rommel op de markt zagen gooien,
hoge omes met hoge holle ogen
vallen er niet te zien.
.

Marc Tiefenthal

Pom: gedicht met licht absurdistische trekken. de betekenis van de woorden wonderlijk  losgezongen van de wereld waarin ze ontstonden.

Peter:

Sta je mens – Marc Tiefenthal

‘Je zou voor minder uitbreken / in zweet’ vind ik de mooiste zin van het gedicht. ‘Uitbarsten in ander vocht’ geeft daar in mijn ogen een erotisch-dierlijke toevoeging aan. Het doet me denken aan een wat schuchtere vrouw die bij het drukken op het juiste knopje opeens helemaal los gaat. De laatste strofe doet dan echter een wat te groot beroep op het brein, want wat moet ik met ‘hoge omes met hoge holle ogen’? Is dat de veroordeling van deze vrouw? Het is gevaarlijk om me meteen aan de interpretatie van een gedicht te wagen: de beelden die opgeroepen worden zijn hoogstpersoonlijk. Heb ik hem wel goed begrepen? Ik denk diep na, sta stil, terwijl het vocht opdroogt. – 10

Teer

Zacht als een herfst bries
in een brein vol spinne-rag
dunne verbindingen

teder als de eerste sneeuw
in een hoofd vol zinnige
zonnige herinneringen

zo herinner ik me
jouw zingen
met je ogen vol zeer
en je handen pianozacht.

© Lisan Lauvenberg
5 oktober 2013

Bij het heengaan van Maarten van Roozendaal
Al bijna vijf jaar geleden en het went maar niet.

Pom: ‘jouw zingen met je ogen vol zeer’ maarten op zijn roozendaals bezongen als eerbetoon met een prachtige regel van poëzie.

Peter:

Teer – Lisan Lauvenberg

In dit gedicht komen fraaie elementen bij elkaar: op basis van het woord ‘teer’ wordt de metafoor van het herfstbriesje, de sneeuw en de ‘spinne-rag’ uitgewerkt. En de verbindingen van de hersenen, die in verband worden gebracht met dat spinnenweb is in dat opzicht een mooie uitwerking in een uitwerking. Mooiste zin: ‘teder als de eerste sneeuw’ met in de laatste strofe een heel concreet beeld van een man achter de piano. Een echt juweeltje. -18

de gedachte

dat ik naast je zou zitten
kijkend
naar de wegstervende
dromen

niet de wanhoop
van wat het was

je versmalde lijf
dat mij vasthoudt
om dan een moment
te ontspringen in vrolijkheid

hoe snijdend ook bedoeld
ben je dan
aandoenlijk dichtbij

PetraMaria

Pom: Petra Maria gevangen in de gedachte van het eeuwige voortwoekerende verlangen dat elke week weer in een andere vorm de wanhoop van ‘het snijden en het afgesneden zijn’ zo na bij haar brengt.

Peter:

de gedachte – Petra Maria

Voor ‘de gedachte’ moet ik er even voor zitten. Hier is geen sprake van een rechttoe rechtaan liefde. Er is iets aan de hand geweest, zoals te lezen is in de laatste strofe. ‘Hoe snijdend ook bedoeld / ben je dan / aandoenlijk dichtbij’. Een uitspraak van genegenheid met een rafelrandje.

De eerste strofe is in dat opzicht iets saaier. ‘Wegstervende dromen’ zijn de core business van de dichter; het beeld is net iets clichématiger, maar de toevoeging ‘niet de wanhoop/ van wat het was’ maakt alles goed.

En hoewel het gedicht zo even als een stoomlocomotiefje op gang moet komen, raak ik uiteindelijk geïntrigeerd door het samenzijn. Is het een afscheid? Een latere ontmoeting waarin de ex-geliefden terugblikken op hun relatie? Uiteindelijk houdt het gedicht je gedachten vast, of blijven je gedachten bij het gedicht, kortom: blijf je erover nadenken. -16

 

Hallo Pom,
In de loop van vandaag vlieg ik
er even tussenuit, de benauwenis hier
ontlopen, op adem komen, naar de zon
een Plaza Nueva, de kathedraal van
Sevilla in ogenschouw nemen
.
Y hasta la vista amigos mios
.
De alledaagse vreemdheid der dingen
de verdinging in en om me heende man de vrouw, de hoer de hond
.
rots, planten, bos en boomstaan als een huis waarin een
kandelaar met vier armen
.
en een kruis van tweegeesten die rondwaren
niet uit te vlakken zijnals nul en generlei – waarde
je legt er de hand niet opvoor je het weet
.
ben je vergeten hoe je heet
van de naald je uit de naad werkt

om te geraken tot iets dat drijft
op onzegbaarheid
alleen

zichtbaar
vatbaar in verdichting

van een kunstglasoog

Cartouche
16-09-2018

Pom: Cartouche is duidelijk aan een welverdiende vakantie toe, precies op tijd nu de dingen om hem heen spoken en zijn verworden – is hij – vergeten hoe hij heet – van de naald gewerkt nu de dingen in hem een eigen leven zijn gaan leiden.  het dichterspad is niet bezaaid met rozen. voor je het weet vreet je hond je dichtbundel op en resteert de onzegbaarheid der dingen.

Peter:

Y hasta la vista amigos mios – Cartouche

Vooral de eerste helft van dit gedicht komt bij mij binnen. Zeer fraai vind ik het onderdeel van het huis met de kandelaar en ‘een kruis van twee / geesten…’ Het is modieus om een versregel af te breken en door te laten lopen, maar sta stil bij de zin ervan. Ik gebruik dit commentaar ook maar meteen als een waarschuwing voor eenieder: sommigen breken maar wat in het wilde weg af, waardoor de lezer eerder het idee heeft dat hij een rommelig wordbestand heeft geopend dan dat-ie ontdekt dat met die afbreking een nieuwe betekenis wordt opgeroepen. Hier is sprake van een geslaagde afbreking, die het hele gedicht extra kracht geeft.

Maar dan de tweede helft, daar kan ik de vinger niet op leggen. Want wat moet ik met een ding als een kunstglasoog? – 11

herfst
 
 
het blad klemt zich nog aan de tak
al wat wankel weliswaar
hier en daar verschrompeld
de levenssappen bijna opgedroogd
straks danst het dartel door de straten
maakt uitgelaten pirouettes
speelt tikkertje met andere bladeren
viert feest zolang het kan
 
zij duwt haar rollator sneller voort
schuifelend op weg naar huis
door de nu nog gouden straten
windkracht acht voorspeld
straks kaarten met de meiden
koffie met een lekker taartje
en daarna vast nog een glaasje
morgen pas wordt An begraven
 
 
anke labrie

Pom: een gedicht dat het leven tot en met  de laatste dag deelt met de inmiddels overleden an, tot en met de laatste regel, de uren nog met wat het leven boven de grond te bieden heeft. pas met het laatste woord is de kern van het gedicht uit handen gegeven,  het verhaaltje uit.

Peter:

Herfst – Anke Labrie

Eenvoud, daar ben ik helemaal van. Ik zal het eerlijk moeten bekennen, want uiteindelijk speelt bij gedichten persoonlijke voorkeur van stijlen nu eenmaal een onmiskenbare rol. De reden dat je niet eeuwig juryvoorzitter kan zijn.

Het allersterkste punt van dit gedicht is dat in de tweede strofe in heel alledaagse, onschuldige zinnetjes een dag uit het leven van een oude vrouw wordt beschreven met als uitsmijter de begrafenis van een bekende. Daarmee is perfect het leven beschreven van oude mensen. De een na de ander om je heen valt om en begrafenissen en crematies zijn inmiddels net zo vanzelfsprekend als bingo, of voor de moderne oudere, een nieuwe aflevering op Netflix.

Maar het knaagt, het knaagt. De oude vrouw probeert in het hier en nu te leven. Morgen pas is de begrafenis. En zo wordt het verdriet in deze eenvoudige zinnen samengevat.

En dan een metafoor die er doorheen dwarrelt: de blaadjes in de eerste strofe en in de tweede strofe de voorspelling van een storm met windkracht acht. Zo zet Labrie alles keurig klaar voor het verdriet van morgen. – 25

 

Op het duin
 
Aan deze tocht komt maar geen einde
hoe klam ook het achterwerk dat nat
van het zweet aan het zitje plakt
 
ogen gericht op de verte zien kerktorens
boerderijen met een schone opkamer
om enkel op zondag in te geloven
 
daarachter het zand dat opgehoopt
een andere wereld dichterbij brengt
zo ver is het niet meer naar zee
 
eerst de fiets aan de ketting geklonken
moet je op blote voeten het rulle zand door
zak je weg in wat je van vroeger ziet
 
de hand van moeder die ons nazwaait
vaders hete adem weer vertrouwen blazend
op een uitzicht dat voorbij de einder gaat
 
 

Frans Terken hz 2018Pom: Frans Terken mengt herinneringen met het rulle zand van nu – toen en nu gepresenteerd in een gedicht met vader en moeder – hoe de wereld verandert, de mensen ook en hoe alles opgaat in de tijd – maar de duinen niet – zoals ze waren zijn ze om er niet zonder meer  aan voorbij te gaan.

Peter:

Op het duin – Frans Terken

Een jeugdherinnering, met aan het begin direct een beeldend ongemak. Hier komt het thema vrijheid duidelijk naar voren, terwijl het ging om een vrij thema. Uiteindelijk komt de personage op de zee uit, voorbij de opkamers en de kerktorens. En juist bij die zee herinnert de hoofdpersoon zich de beelden van vader en moeder. Hier staat alles op z’n plaats. Een fraaie kleinood. – 20

Share This:

Gepubliceerd door Pom Wolff

Hoi, welkom op mijn site pomgedichten. De site is in langzame opbouw net als de dichter. Ik ben geboren in Amsterdam, ik leef daar en wil daar ook wel doodgaan. Ik studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam, Rechten aan de Vrije Uni-versiteit en werk als juridisch adviseur in de hoofdstad. Jan Arends is mijn favoriete dichter dan Kopland dan Menno Wigman. Paul van Ostaijen mijn dandyman. In slammersland geniet ik van Roop, Karlijn Groet, Peter M van der Linden - ACG natuurlijk, Ditmar Bakker, Jürgen Smit en Daan Doesborgh. En wat moet ik zeggen nog van Robin Block ( “hee ouwe wolf”) de wildemannen, lucky fonz III - Sander Koolwijk of Tom Zinger: "er is hier zeker 80 centimeter plant waar jij geen weet van hebt...." - mijn windroosmaatjes. Mijn optredens bezorgden mij eretitels: landelijk slamfinalist 2003, 2004, 2005 en brons in Tivoli in 2006, 2007 en 2010, 2011, 2012 en ook weer in 2013. - Dichter van het jaar in Delft 2005, voorts slamjaarwinnaar 2005 van de poëzieslag in Festina Len-te te Amsterdam, winnaar van Slamersfoort 2006. Jaarfinale Zeist 2007 en de BRU-NA poézieprijs 2007 in mijn zak. Ik ben de hoogste nieuwe binnenkomer op de jaar-lijkse top-200 lijst van bekendste dichters Rottend Staal – Epibreren 2005. In 2008 kreeg Pom Wolff De Gouden Slamburger uitgereikt vanuit de Universiteit Utrecht – afdeling letteren en won hij het 2e Drentse open dichtfestival. op 19 april 2009 ver-scheen de bundel 'die ziekte van guigelton' - winnaar jaarfinale slamersfoort 2009. in 2010 won hij de dicht-slam-rap van boxtel en de dobbelslam van entiteit blauw te utrecht. in 2012 de grote prijs van Grimbergen én DE REBELPRIJS voor de poëzie van de REBELLENKLUP. Tot zover enig geronk. In 2014 presenteerde uitgeverij Douane op 22/11 in Café Eijlders de pracht bundel: 'een vrouw schrijft een jongen'. Sven Ariaans schreef in zijn juryjrapport Festina Lente Amsterdam: “Het is iemand die je zenuwen blootlegt om vervolgens op vaderlijke toon te zeggen dat die pijn jouw pijn moet zijn en dat er geen zalf bestaat. Elke cognitieve dissonantie die je voor jezelf op prettig hypocriete wijze had opgeheven, wordt je ingewreven, of zoals medejurylid Simon Vinkenoog het kernachtig zei: "hij verschaft illusieloos inzicht in de werkelijkheid". Ik voel me in deze omschrijving wel thuis.) * ‘JE BENT ERG MENS’ VAN POM WOLFF VERSCHEEN ALS WINDROOSDEEL IN SEPTEMBER 2005 EN WAS IN EEN MUM VAN TIJD UITVERKOCHT- *NIEUW WERK: TOEN JE STILTE STUURDE, 48 PAGINA’S WOLFFPOËZIE. VERSCHEEN OP 18 NOVEMBER 2006. ONLINE TE BELUISTEREN: ERIK JAN HARMENS INTERVIEWT POM WOLFF OVER ZIJN BUNDEL 'TOEN JE STILTE STUURDE' IN DE AVONDEN - VILLA VPRO http://www.vpro.nl/programma/deavonden/afleveringen/28361453/

Doe mee met de conversatie

2 reacties

  1. de gedachte

    dat ik naast je zou zitten
    kijkend
    naar de wegstervende
    dromen

    niet de wanhoop
    van wat het was

    je versmalde lijf
    dat mij vasthoudt
    om dan een moment
    te ontspringen in vrolijkheid

    hoe snijdend ook bedoeld
    ben je dan
    aandoenlijk dichtbij

    PM

  2. Op het duin

    Aan deze tocht komt maar geen einde
    hoe klam ook het achterwerk dat nat
    van het zweet aan het zitje plakt

    ogen gericht op de verte zien kerktorens
    boerderijen met een schone opkamer
    om enkel op zondag in te geloven

    daarachter het zand dat opgehoopt
    een andere wereld dichterbij brengt
    zo ver is het niet meer naar zee

    eerst de fiets aan de ketting geklonken
    moet je op blote voeten het rulle zand door
    zak je weg in wat je van vroeger ziet

    de hand van moeder die ons nazwaait
    vaders hete adem weer vertrouwen blazend
    op een uitzicht dat voorbij de einder gaat

    FT hz 2018

Laat een reactie achter