JOLIES HEIJ: ‘de dag schilfert door verschimmelde regels, slagregens drijven de kuddes opeen, de mensen lopen en lopen maar…’

Over uniformen & bovenleidingen

Columniste bracht het weekend in Breda door. Heb ik wel eens gemeld dat er tegenwoordig aardig wat loos is in Breda? Stad van Marijke Hoogwinkel, Louis van London en Walter Ligtvoet en sinds kort ook Sven de Swerts. Stad van het beleg van 1624-25, want onontbeerlijk als spaanse uitvalsbasis. Met dat monumentale park vlak voor het station. Op en top gemoedelijk Brabants, hoewel “ze hier flink kenne zeiken,” aldus de man van Marijke. Eerst was ik met het servokroatische leraresje in de Groene Fee, waar de voordrachten traditiegetrouw werden omlijst door het koortje van het Belcrumhuis. Het leraresje was in topvorm, de kritiek in Arnhem had ze ter harte genomen en haar waterval was zelfs voor de bejaarde medemens te volgen.

Ik heb nog steeds een gebroken hart, zei ze, maar van de brokstukken heb ik kunst gebikt. Wat? Nog steeds vanwege Radovan? vroeg ik. Welnee, dat heb jij veel te sterk geromantiseerd. Voor hem ben ik een stiefdochtertje, hoewel hij me nu heeft onterfd en van zijn erf gejaagd. Hij kan geen vrouwen meer in zijn buurt velen. De natuurgenezer is een onverbeterlijke autist, zei ik, die zitten van tijd tot tijd op hun onbewoonde eilandje. Dat trekt wel weer bij. Maar mijn hart is door een veldwachter weggekaapt, vervolgde ze, vandaar dat ik hem laat opdraven in mijn gedichten. Sinds wanneer heb jij een uniformfetisjisme? vroeg ik verwonderd. O, mijn hele leven al. De grote baas geilt toch op verpleegsters in witte uniformen? Wel, datzelfde heb ik met veldwachters in donkere uniformen.

Is dat mysterie tenminste ook weer ontrafeld, verzuchtte ik en maakte toen pas op de plaats omdat iedereen het leraresje wilde feliciteren met haar succes. En dan was ik nog in het stedelijk museum waar ik zelf op de vierkante meter mocht voordragen. Onder Las lanzas waarop Spinola de sleutel van Breda krijgt aangereikt aan de leut met Gerard Scharn en Emiel Bootsma. De laatste vertelde uitvoerig over zijn avonturen met de NS, hoe de trein van Utrecht naar Den Bosch de hele bovenleiding eraf had getrokken en tweeëneenhalf uur in een weiland had gestaan.

Altijd wat met die NS, verzuchtte ik. Geklaag op en over het spoor is van alle tijden, maar tegenwoordig is daar ook het fenomeen van de “werkzaamheden” en altijd in het weekend natuurlijk, wanneer columniste met haar vrij-reizen-in-het-weekend abonnement naar een optreden in een of ander Lutjegat onderweg is. Dat ik later op de avond kennis zou maken met een heel nieuw fenomeen kon ik toen nog niet bevroeden. De terugweg van Breda naar Utrecht duurde alles bij elkaar drie uur omdat er een andere trein van het bewuste spoor vertrok dan op de borden stond aangegeven. Ineens stond ik in Eindhoven in plaats van Den Bosch. Je moet dan ook als reiziger voortdurend op je qui vive zijn, actief participeren, je reis plannen in de app die ik niet heb, want omgeroepen wordt er nauwelijks nog.

Ik vind dat doodvermoeiend. Het maakt reizen regelmatig tot een stressvolle en bloeddrukaanjagende bezigheid. Om nog maar te zwijgen van het ongelukje dat ik een tijdje geleden had, waarbij de trein niet ver genoeg langs het perron was doorgereden, maar de deuren al wel opensprongen, dus ik stortte op de kiezels met mijn bril kapot. De NS heeft de schadeclaim heel correct afgehandeld, met een bloemetje op de koop toe – dat dan weer wel. Nu stond ik dus in Eindhoven en geen trein naar Utrecht of Amsterdam te bekennen. Er waren namelijk werkzaamheden, dus alle treinen gingen tot Boxtel en van daar reed de touringcar naar Den Bosch.

Hoe vaak ik op dat traject al niet in de bus heb gezeten! Net als tussen Garderen en Zwolle… Zijn ze verdorie nou nog niet met dat stukje rails klaar?! Enfin, ik was me daar nog niet van bewust toen ik met Gerard en Emiel onder de lanzen zat te keuvelen. We griezelden genoeglijk bij het scenario dat Emiel schetste. Tweeëneenhalf uur opgesloten in die spooktrein waarvan de kabels nog naflitsten, middenin een verlaten, donker weiland waar de karkassen van eerder vastgelopen treinen weer tot leven kwamen! En toen was het tijd voor een borrel in het oergezellige Hijgend Hert.

 

vluchtwegen en wachtkamers

hoe dat is als je tot het einde van de wereld moet
om een staat van zielloosheid te bereiken

vandaag veegt een vriendelijke turk mijn sleetse huid op
die ik heb losgelaten, de dag schilfert

door verschimmelde regels, slagregens drijven de kuddes
opeen, de mensen lopen en lopen maar

verzucht de schoonmaker, niemand staat stil
of bestudeert hielen, als je de pas inhoudt

word je nat, of erger, melancholiek, denk ik
mijn schoonmaakfilosoof weet dat ik tussen wijzers leef

die gruzeltijd vol ongeloken liefde, ongebruikte cliché’s
de nooit gezegde woorden met het vruchtwater weggespoeld

hij lijkt op iemand die ik kende, net zo voortvluchtig
doorgelopen na ook maar een botsing tussen twee evenwijdige zielen

het bloed nog aan zijn handen en ingerekend
niet alleen voor ontucht maar voor alle afgedreven vruchten

uit zijn naam, de platgetrapte papavers
hoe kun je niet houden van de man die aandachtig

de afgeworpen dingen als droogbladeren bijeen veegt
alsof het zijn verloren kinderen zijn

Jolies Heij

Share This:

Gepubliceerd door Pom Wolff

Hoi, welkom op mijn site pomgedichten. De site is in langzame opbouw net als de dichter. Ik ben geboren in Amsterdam, ik leef daar en wil daar ook wel doodgaan. Ik studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam, Rechten aan de Vrije Universiteit en werk als juridisch adviseur in de hoofdstad. Jan Arends is mijn favoriete dichter dan Kopland dan Menno Wigman. Paul van Ostaijen mijn dandyman. In slammersland geniet ik van Roop, Karlijn Groet, Peter M van der Linden - ACG natuurlijk, Ditmar Bakker, Jürgen Smit en Daan Doesborgh. En wat moet ik zeggen nog van Robin Block ( “hee ouwe wolf”) de wildemannen, lucky fonz III - Sander Koolwijk of Tom Zinger: "er is hier zeker 80 centimeter plant waar jij geen weet van hebt...." - mijn windroosmaatjes. Mijn optredens bezorgden mij eretitels: landelijk slamfinalist 2003, 2004, 2005 en brons in Tivoli in 2006, 2007 en 2010, 2011, 2012 en ook weer in 2013. - Dichter van het jaar in Delft 2005, voorts slamjaarwinnaar 2005 van de poëzieslag in Festina Len-te te Amsterdam, winnaar van Slamersfoort 2006. Jaarfinale Zeist 2007 en de BRUNA poézieprijs 2007 in mijn zak. Ik ben de hoogste nieuwe binnenkomer op de jaar-lijkse top-200 lijst van bekendste dichters Rottend Staal – Epibreren 2005. In 2008 kreeg Pom Wolff De Gouden Slamburger uitgereikt vanuit de Universiteit Utrecht – afdeling letteren en won hij het 2e Drentse open dichtfestival. op 19 april 2009 verscheen de bundel 'die ziekte van guigelton' - winnaar jaarfinale slamersfoort 2009. in 2010 won hij de dicht-slam-rap van boxtel en de dobbelslam van entiteit blauw te utrecht. in 2012 de grote prijs van Grimbergen én DE REBELPRIJS voor de poëzie van de REBELLENKLUP. Tot zover enig geronk. In 2014 presenteerde uitgeverij Douane op 22/11 in Café Eijlders de pracht bundel: 'een vrouw schrijft een jongen'. Sven Ariaans schreef in zijn juryjrapport Festina Lente Amsterdam: “Het is iemand die je zenuwen blootlegt om vervolgens op vaderlijke toon te zeggen dat die pijn jouw pijn moet zijn en dat er geen zalf bestaat. Elke cognitieve dissonantie die je voor jezelf op prettig hypocriete wijze had opgeheven, wordt je ingewreven, of zoals medejurylid Simon Vinkenoog het kernachtig zei: "hij verschaft illusieloos inzicht in de werkelijkheid". Ik voel me in deze omschrijving wel thuis.) 'je bent erg mens' van pom wolff verscheen in de befaamde Windroosserie in september 2005 en was in een mum van tijd uitverkocht. Nieuw werk - 'toen je stilte stuurde' verscheen op 18 november 2006 wederom bij Uitgeverij Holland te Haarlem. ook deze bundel was meteen uitverkocht. erik jan Harmens interviewde pom wolff over deze bundel in de avonden van villa VPRO.

Laat een reactie achter