CARTOUCHE wint de enige echte virtuele – we bakken wat af – trofee op pomgedichten – ELLIS en RIK van Boeckel zilver.

onze lieve jeanine hoedemakers jureerde vorige week al – uw webmaster geheel en al in de war – de afspraak is om en om – maar ze doet het toch! live vanuit haar dichtershuisje deze week – lees hieronder de commentaren van onze brabantse bovenmeesteres! en zoals gebruikelijk lopen de meningen fors uiteen. behalve bij CARTOUCHE die verdient deze week het goud – van harte gefeliciteerd – jeanines zilver gaat naar RIK VAN BOECKEL – webmasters zilver gaat zonder een spoor van twijfel naar ELLIS – (hoedemakers was nog niey wakker toen ze het prachtwerk las van ELLIS. ELLIS & RIK van harte!

ELLIS met zoete broodjes

PETRA MARIA vd EERENBEEMT aan de appeltaart

MARC TIEFENTHAL uren in de keuken

MARTEN JANSE bakt harten

CARTOUCHE de hoop op een min of meer doorbakken brood

RIK VAN BOECKEL met koffieliefde

wie wint de enige echte virtuele – we bakken wat af – trofee op pomgedichten?

we gaan bakken!!!! lisan lauvenberg ging ons voor – een mooie vrije opdracht – u kunt natuurlijk aan de pan blijven hangen –  want onze strenge meesteres jeanine hoedemakers vervult het juryvoorzitterschap deze week – iets met bakken deze week – gebakken lucht ook goed – u kent de regels: de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10.30 uur. stuur in onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.

 

een beetje vreemd allemaal
zoals je daar rond loopt
.
met een brood en een mes
zonder regenjas in de regen
je glimlach als een duitse tank
.
en nu ‘hier is je kwark’ – het klonk al nooit lekker
‘kwark!!!’ geworden is
.
pomwolff


Gist

Zijn handen draaiden de grijze massa
Enzymen kleefden zonder breken
en knedend blies hij bellen
onder de knapperige korst

Zijn zoete broodjes smaakten o zo romig
Onder zijn nagels verzuurde de gist

De schoepen van de machine
breken uiteengetrokken eiwitdraden
Overkneed verliest smaak het van gebakken lucht
Herinneringen aan de bakkerij van vader

Op elke boterham smeer ik gemis

 

Ellis

pom: in een vlaag van herinnering komt ellis tot de mooiste regels – de mooiste regel van het jaar – de laatste regel – in ieder geval haar mooiste regel van het jaar:  ‘Op elke boterham smeer ik gemis’ – ooit hadden we een boterham met tevredenheid nu hebben we een tweede boterham van wereldniveau – die met gemis. de andere meer zakelijke regels in het gedicht zorgen ervoor dat de herinnering geplaatst wordt in de wereld waar deze herinnering thuis hoort. de zachte verstilde pijn een mooie plaats gegeven.

jeanine: Ellis – Jaja, het is nog vrij vroeg en ik zit te kauwen op die eerste strofe.
Zijn handen draaiden de grijze massa.  Even het beeld van een brein krijg ik hier en ga dan terug naar de tijd dat mijn moeder het deeg maakte voor appeltaarten, broden, cakes. Het deeg is mijn herinnering eerder wat gelig dan grijs. Soms idd wat grauw geloof ik.
Enzymen kleefden zonder breken, als het deeg niet breekt is dat een goed teken maar bij enzymen krijg ik dan weer een de neiging om er een ander woord van te maken.
En knedend blies hij bellen onder de knapperige korst. Knapperige korst…. Al gebakken dus?

Vraagtekens dus bij die eerste strofe en dan zeg ik maar tegen mezelf, poëzie is niet altijd logisch…. Oké.

Dan twee regels waar ik niet veel op heb te zeggen behalve dan dat er weinig gist gebruikt wordt en als dat dan verzuurd onder de nagels Mam!?  Kom even uitleggen hoe dat zit?!

 

Uiteen getrokken. In de derde strofe.

Uit de laatste regel maak ik op dat er dus een gemis is. Een gemis riekt naar verlangen, een verlangen  naar overkneed deeg met bellen onder de knapperige korst, de zoete broodjes vol lucht. Metaforen denk ik dan maar waar willen ze me heen brengen, dat vraag ik me dus af na die laatste regel. Zoete broodjes, gebakken lucht en dan toch het gemis.

appeltaartgeur

het zijn bekenden
de bomen in de straat
de treurwilgen langs het water
ik weet nog dat de iepen om gingen

de nazaten zwerven
in verloren hoekjes op zolder
de zwanen die reikhalzen
het rijtje meeuwen op de dakrand

ik schets hun verbazing
niets vergeten zet je muts op
zij zijn het niet
het is nog wat het was

daarvan ben ik niet
vervreemd

PetraMaria

pom: ook in dit gedicht de herinneringen maar dan die van petra weergegeven – iets te persoonlijk en wat mij betreft te associatief – op zich niets op tegen maar als lezer word ik niet helemaal meegenomen – laat ik het zo zeggen – de appeltaart in amsterdam van mijn moeder smaakte net even anders. petra maria bakt hier geen universeel geurende appeltaart. ja en als ze me dan ook nog eens niet op de koffie vraagt dan hangt die taart toch wel een beetje  in de eigen gebakken lucht.

jeanine: Snif, dit gedicht begint zo ijzersterk.

het zijn bekenden
de bomen in de straat
de treurwilgen langs het water

Dat zijn prachtige regels en dan komt strofe twee. De nazaten van de bomen? Bewaar je daar zaden?  Nee hè, dat bedoel je niet..
Ik had ontzettend graag die geur van appeltaart geroken maar ik ruik hem niet, de sprongen die je maakt zijn me te groot, ik begrijp het decor, zo noem ik het maar even, en ook de heimwee naar iets wat was. Die eerste drie regels daarvoor zoen ik je op beide wangen.

 

 

In de lucht gegrepen
.
Fraai nog niet verfomfaaid
heb je je hand gedraaid,
ik had je nog niet geaaid.
.
De danspas luchtig ingezet
leek je in eigen nat ingebed.
.
Later bleek het te kloppen.
Het bakken kon beginnen,
de dagen in de pan, van binnen,
de uren in de keuken,
.
we zouden ons niet moeten opleuken,
het dagen van de raad bij nacht
het raden van de nacht bij dag.
.
De donder heeft er naar zijn zeggen
geen reet aan verstaan,
de bliksem evenmin.
Wij blijven alsnog liggen in de min.
.
(elke overeenkomst met bestaande personen berust op toeval; indien u dat wenst kunt u ermee samenvallen)
.

marc tiefenthal

.

pom: tiefenthal blijft de poëzie zien als een woordenspel – ‘leukt’ van alles en nog wat én deze taart op.  bij juryvoorzitster zal ie waardering oogsten. juryvoorzitster bakte dit weekend achter elkaar in nauwelijks twee uur tijd 100 haiku’s – ze bevestigde mij goed bij het hoofd te zijn. tiefenthal draait en aait, raadt dag en nacht maar wat allemaal? blijft toch wel weer de vraag. ‘opleuken’ vreselijk zo een woord in een gedicht. voor mij hoeft het niet.

 

jeanine: marc tiefenthal – Excuseert u mij heer Tiefenthal maar ik begrijp er niks van maar dan ook niks en dat komt een beetje door die toegevoegde  regel tussen haakjes.  Ik zie ook geen enkele link met personen noch herken ik mezelf ergens, dus ik ga ervanuit dat ik iets gemist heb.

Even dacht ik aan drie in de pan maar ja, dat is vrijwel zeker mijn eigen fantasie. Oh ja, de regels in je vers volgen elkaar geduldig op en ik las ze zo ook. U heeft een mysterie voor me gebakken.

 

Tafel voor twee

Ik bak de harten
in de strijd
schroei het vlees dicht
wil het zacht houden
Om te zoenen

Jouw commentaar
in het verkeerde keelgat
Woest
mijn schreeuw
Om te huilen

Aan tafel luidt bestek
een wapenstilstand in

Nu moet er gesproken
Het tafellaken is wit

Marten Janse

pom: ik zeg een filmtafereel! en mooie beelden – een dichtgeschroeid hart – hoe het bestek te filmen dat de wapenstilstand in luidt? inzoomen maar op het zachte witte linnengoed zou ik zeggen – en als de camera vergeten is dan hebben we altijd de woorden nog – van marten janse. voor ieder wat wils. en zo geschreven dat we natuurlijk wel over de schouders willen meekijken. in het volgende gedicht de afloop. de volgende scene.

jeanine: Marten Janse – Waar het tafellaken nog wit is, rest de hoop.  Harten bakken, schreeuwen, woest maar als de katjes muizen miauwen ze niet of hoe is dat spreekwoord ook alweer.  Je zou nu voor de aardigheid eens in mijn hoofd moeten kunnen kijken.  Het is daar nu niet om te huilen hoor maar ik voel me  in mijn bovenkamer wel wat heen en weer geslingerd door je manier van verwoorden. Het weglaten van woorden, het afbreken van een regeltje wat daarom erg naar opsommen begint te ruiken.  Ik snap je gedicht wel maar van mij mag het toch wel wat vloeiender. Overbodigheden weglaten is prima maar men kan ook overdrijven.

 

Bakermat

Een voetstap staat in nattig zand
geschreven is er weinig laatste tijd
zoals hij verzot door zilt- en weeïgheid
het jagen naar en fluiten van de wind

langs de randen van het duin dat
van geen wijken weten wil tot ogen
zijn contour niet meer volgen kunnen
en een mond zich zelf sprekend opent
om de dorst en honger van de dag

te horen, te proeven de hoop op een min
of meer doorbakken brood – hoe dan ook
te ontwaren, het af- en aangaan van golven
onverdoofd verlangen naar een woord als
suikerboon, als vader zeg maar baren
ademnood, stervensmoe desnoods

dat geluid van ingehouden gillen
weet jij daarvan? Toe nou
brand en baker me

24-11-2018
© Cartouche

 

pom: en dat dan allemaal in een schier onophoudelijke stroom – van woorden – allemaal in één zin – cartouche is er weer eens even voor gaan zitten (en niets is Cartouche te gek: vader doet mee, de hoop op brood is aanwezig, het ingehouden gillen welja voor minder doet Cartouche het niet) – en ja hoor hij kreeg de boel kloppend. een gedicht als een plaatje en het mag gezegd weergaloos is  de ‘hij persoon’ beschreven en het was allemaal nodig en in dienst van die ene kleine maar o zo smartelijke brandende vraag aan het einde van dit gedicht en het uitgesproken vurige verlangen in de laatste regel. laten we hem toch maar koesteren onze gérard – want een gedicht als dit lees je niet heel vaak.

jeanine: Cartouche – Lang leve het weglaten van interpunctie behalve op de plekken waar je anders als dichter zelf in verwarring raakt.
Grappig hoe je in deze vaart kunt verlangen naar een suikerboon. Yep, Cartouche heeft de pen laten gaan. Ik zal ze daar op de Pom eens hebben zal hij gedacht hebben, ik schrijf even mijn Magnus Opus  en vanaf dan zullen ze mij ….  Maar wat staat er nu eigenlijk allemaal hè.
Kijk, als je wilt dat ik je baker moet je me nu toch eerst komen bevrijden want je hebt mij volledig ingebakerd met je woorden. Een mummie gelijk zit ik hier aan de keukentafel met enkel nog mijn ogen, neusgaten en mond vrij, mijn handen lagen op het toetsenbord dus die zijn de dans ontsprongen.  Ik heb het wel graag gelezen, ik proef het als een uitgerekte verzuchting, cq jammerklacht.

 

 

Baktaferelen

Zuiver speelt het licht
boven het fornuis van jaren

ovens vullen dagen
met gerechten van ochtenddeeg

een magnetron duurt vijf minuten
bakt er kortstondig weinig van

het diner de apotheose van zout
vleeswaarden groentedansen

het ontbijt luncht een dag langer
rond omelettenjacht en koffieliefde

zuiver speelt dat licht
zachtjes pruttelt de rooibos

de oliën zingen een spetterlied
aangebrand geven zij geen akkoord.

Rik van Boeckel
25 november 2018

 

pom: ‘koffieliefde’ prachtig woord – de eerst vier regels een eerbetoon aan het fornuis ‘van jaren’ vooral die prachtige tweede strofe – de magnetron mag  wel uit het gedicht  wat mij betreft – zodat we na het lezen alleen de ochtendlucht proeven die rik hier in woorden op onze tong legt – een ontbijtje uit de oven van rik. er zijn mindere zondagochtenden denkbaar.

jeanine: Rik van Boeckel

 

Het ontbijt luncht een dag langer
rond omelettenjacht en koffieliefde

 

En dan de herhaling van die eerste regel met keurig een het veranderd in dat.
Twee fraaie laatste regels ook. Mooie vondsten in dit gedicht. De apotheose van zout. Jeetje, hoe kom je er op. Dank.

Share This:

Gepubliceerd door Pom Wolff

Hoi, welkom op mijn site pomgedichten. De site is in langzame opbouw net als de dichter. Ik ben geboren in Amsterdam, ik leef daar en wil daar ook wel doodgaan. Ik studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam, Rechten aan de Vrije Uni-versiteit en werk als juridisch adviseur in de hoofdstad. Jan Arends is mijn favoriete dichter dan Kopland dan Menno Wigman. Paul van Ostaijen mijn dandyman. In slammersland geniet ik van Roop, Karlijn Groet, Peter M van der Linden - ACG natuurlijk, Ditmar Bakker, Jürgen Smit en Daan Doesborgh. En wat moet ik zeggen nog van Robin Block ( “hee ouwe wolf”) de wildemannen, lucky fonz III - Sander Koolwijk of Tom Zinger: "er is hier zeker 80 centimeter plant waar jij geen weet van hebt...." - mijn windroosmaatjes. Mijn optredens bezorgden mij eretitels: landelijk slamfinalist 2003, 2004, 2005 en brons in Tivoli in 2006, 2007 en 2010, 2011, 2012 en ook weer in 2013. - Dichter van het jaar in Delft 2005, voorts slamjaarwinnaar 2005 van de poëzieslag in Festina Len-te te Amsterdam, winnaar van Slamersfoort 2006. Jaarfinale Zeist 2007 en de BRU-NA poézieprijs 2007 in mijn zak. Ik ben de hoogste nieuwe binnenkomer op de jaar-lijkse top-200 lijst van bekendste dichters Rottend Staal – Epibreren 2005. In 2008 kreeg Pom Wolff De Gouden Slamburger uitgereikt vanuit de Universiteit Utrecht – afdeling letteren en won hij het 2e Drentse open dichtfestival. op 19 april 2009 ver-scheen de bundel 'die ziekte van guigelton' - winnaar jaarfinale slamersfoort 2009. in 2010 won hij de dicht-slam-rap van boxtel en de dobbelslam van entiteit blauw te utrecht. in 2012 de grote prijs van Grimbergen én DE REBELPRIJS voor de poëzie van de REBELLENKLUP. Tot zover enig geronk. In 2014 presenteerde uitgeverij Douane op 22/11 in Café Eijlders de pracht bundel: 'een vrouw schrijft een jongen'. Sven Ariaans schreef in zijn juryjrapport Festina Lente Amsterdam: “Het is iemand die je zenuwen blootlegt om vervolgens op vaderlijke toon te zeggen dat die pijn jouw pijn moet zijn en dat er geen zalf bestaat. Elke cognitieve dissonantie die je voor jezelf op prettig hypocriete wijze had opgeheven, wordt je ingewreven, of zoals medejurylid Simon Vinkenoog het kernachtig zei: "hij verschaft illusieloos inzicht in de werkelijkheid". Ik voel me in deze omschrijving wel thuis.) * ‘JE BENT ERG MENS’ VAN POM WOLFF VERSCHEEN ALS WINDROOSDEEL IN SEPTEMBER 2005 EN WAS IN EEN MUM VAN TIJD UITVERKOCHT- *NIEUW WERK: TOEN JE STILTE STUURDE, 48 PAGINA’S WOLFFPOËZIE. VERSCHEEN OP 18 NOVEMBER 2006. ONLINE TE BELUISTEREN: ERIK JAN HARMENS INTERVIEWT POM WOLFF OVER ZIJN BUNDEL 'TOEN JE STILTE STUURDE' IN DE AVONDEN - VILLA VPRO http://www.vpro.nl/programma/deavonden/afleveringen/28361453/

Doe mee met de conversatie

2 reacties

  1. appeltaartgeur

    het zijn bekenden
    de bomen in de straat
    de treurwilgen langs het water
    ik weet nog dat de iepen om gingen

    de nazaten zwerven
    in verloren hoekjes op zolder
    de zwanen die reikhalzen
    het rijtje meeuwen op de dakrand

    ik schets hun verbazing
    niets vergeten zet je muts op
    zij zijn het niet
    het is nog wat het was

    daarvan ben ik niet
    vervreemd

    PM

  2. Bakermat

    Een voetstap staat in nattig zand
    geschreven is er weinig laatste tijd
    zoals hij verzot door zilt- en weeïgheid
    het jagen naar en fluiten van de wind

    langs de randen van het duin dat
    van geen wijken weten wil tot ogen
    zijn contour niet meer volgen kunnen
    en een mond zich zelf sprekend opent
    om de dorst en honger van de dag

    te horen, te proeven de hoop op een min
    of meer doorbakken brood – hoe dan ook
    te ontwaren, het af- en aangaan van golven
    onverdoofd verlangen naar een woord als
    suikerboon, als vader zeg maar baren
    ademnood, stervensmoe desnoods

    dat geluid van ingehouden gillen
    weet jij daarvan? Toe nou
    brand en baker me

    24-11-2018
    © Cartouche

Laat een reactie achter