JOLIES HEIJ… of de lieve lezer zit te wachten op het zoveelste persoonlijke verhaal …

foto theo huygens

Over exhibitionisme & verkleedpartijen

Er lijkt in de letteren een verbod te bestaan op het woordje ik. Hoe vaak verzucht deze of gene wel niet dat dichters – en dan vooral slechte dichters, dat is te zeggen mindere goden dan de desbetreffende spreker zelf – zich bezondigen aan een overdaad van ikkerigheid. Hoe vaak verzuchten juryleden (meestal mannen) wel niet over jonge talenten (meestal vrouwen) dat ze heus potentie hebben, maar nog te veel over zichzelf dichten. Omdat ze het ik-woord iets te vaak in een gedicht laten vallen. Omdat vrouwen over de vierkante meter, dat is liefde, relaties en alledaagse ongemakken, dichten en mannen over zaken van de wereld. Ik verzin dit niet, dit heb ik eens een dichter, niet eens van middelbare leeftijd, horen beweren.

Ik moet dan smalend denken aan een test die wij in een ver verleden als studenten Deutsch als Fremdsprache tijdens een zomercursus aan de universiteit van Erlangen bij Nürnberg moesten ondergaan: ons werd een aantal gedichten zonder bronvermelding voorgelegd en wij moesten raden of ze door een man of een vrouw waren geschreven. Daarin faalden we jammerlijk. Als we er één of twee goed hadden, was dat een toevalstreffer. Sindsdien weet ik dat genderbepalende poëzie niet bestaat. Maar goed, we hadden het over het ikmisbruik in de poëzie.Vrouwen zeuren zo over de liefde en verbroken relaties en hebben het alleen maar over hun eigen leven, is een veelgehoord statement.

Grappig dat dat verwijt nou weer niet klonk bij een bundel als “Echte mannen scheiden niet” van Erik Jan Harmens en Rik de Leeuw, terwijl dat een en al verbroken relatie is wat de klok slaat. Dan heet het ineens stoer omdat die zogenaamde “echte” mannen hun ziel en zaligheid blootleggen. Trouwens, Wolkers schreef enkel over zichzelf, evenals Jan Cremer, Gerard Reve en al die anderen die hun refotrauma’s dienden te ventileren. Het verschil is dat het mannen zijn. Leverde dat schrijven over zichzelf nou zulke slechte literatuur op? Bepaald niet, zou ik zeggen. Het gaat erom hoe je het verpakt, meende Adriaan, de man van Marijke Hooghwinkel tijdens een vurige discussie die ik tijdens de afterparty hierover met hem in Galerie Drift in Breda voerde.

Natuurlijk is het maar de vraag of de lieve lezer zit te wachten op het zoveelste persoonlijke verhaal over kanker, alzheimer, echtscheiding, onbereikbare liefde. Of over de kanker, alzheimer, echtscheiding, buitenechtelijke escapades van des dichters moeder. Of de ontberingen van des dichters oma in de hongerwinter. Evenmin zit de lieve lezer te wachten op een erbarmelijk geschreven, weliswaar bloedstollend epos over twee ruimteschepen verwikkeld in een galactische laseroorlog. Dan kan het verhaal nog zo ver van de schrijver afstaan, als het niet met smaak geschreven is, deugt het niet. Niet dat ik niet van science fiction hou, maar de pulp is in deze tak tamelijk oververtegenwoordigd, hoewel er meestal geen ik aan te pas komt. Een goede uitzondering hierop is The war of the worlds van HG Wells, in de ikvorm geschreven en voor eind 19e eeuwse begrippen met een vaart waar je u tegen zegt. Dus laten we niet alle scifi naar de literaire vuilnisbelt verwijzen. Een uitzondering op de exhibitionistische pulp van de ongeneeslijke ziekte is de roman Der Verlust van Siegried Lenz over een man die een beroerte krijgt en langzaam maar zeker zijn grip op de wereld om hem heen verliest.

Zo kan men zich moeiteloos vereenzelvigen met de hoofdpersoon uit Turks fruit zonder dat het sentimenteel of kitscherig wordt. Heeft Wolkers dit allemaal zelf meegemaakt? Natuurlijk, daar wond hij geen doekjes om, alleen met het verschil dat hij zijn ex in het boek liet doodgaan bij wijze van therapeutische loutering. En dan is er ook nog het lyrische ik dat niet samenvalt met de persoon van de dichter. Jan Siebelink die in de huid van Eline Vere kruipt. Zelf maak ik graag van deze techniek gebruik. Heeft met mijn voorliefde voor toneel en verkleedpartijen te maken. Ik kruip in de huid van anderen bij wijze van therapeutische loutering, om aan het nauwe zelf te ontsnappen. Dus lieve lezer, denkt u bij het volgende gedicht vooral niet dat ikzelf die piekhelm van de duitse keizer heb opgezet, of hout gehakt in de bossen van Doorn. Dat doe ik enkel in mijn verbeelding.

Inventaris Huis Doorn

Het carnaval is voorbij, mijn piekhelm heb
ik afgezet. Mijn keizerrijk voor een kamer
met uitzicht. Ik bezit alleen nog dit vege
lijf en vijf koetsen vol prullaria. Nou goed,

plus mijn meisjes Augusta en Hermine aan mijn
onttroonde zij. Een ander noemt het vrij
maar dit kasteel is een stenen kooi met
boomstamdikke spijlen voor de ramen. Ik

Wilhelm zwei slaap in een duiventil op een bed
van walvisribben met een waterige herinnering
aan het Pruisischblauw. Ik kan niet ademen hier.

Elke dag ga ik naar buiten, pak mijn bijl, hak
mijn keizerrijk tot spaanders en maak met het
hout de haard van mijn verloren dromen aan.

Jolies Heij

Share This:

Gepubliceerd door Pom Wolff

Hoi, welkom op mijn site pomgedichten. De site is in langzame opbouw net als de dichter. Ik ben geboren in Amsterdam, ik leef daar en wil daar ook wel doodgaan. Ik studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam, Rechten aan de Vrije Uni-versiteit en werk als juridisch adviseur in de hoofdstad. Jan Arends is mijn favoriete dichter dan Kopland dan Menno Wigman. Paul van Ostaijen mijn dandyman. In slammersland geniet ik van Roop, Karlijn Groet, Peter M van der Linden - ACG natuurlijk, Ditmar Bakker, Jürgen Smit en Daan Doesborgh. En wat moet ik zeggen nog van Robin Block ( “hee ouwe wolf”) de wildemannen, lucky fonz III - Sander Koolwijk of Tom Zinger: "er is hier zeker 80 centimeter plant waar jij geen weet van hebt...." - mijn windroosmaatjes. Mijn optredens bezorgden mij eretitels: landelijk slamfinalist 2003, 2004, 2005 en brons in Tivoli in 2006, 2007 en 2010, 2011, 2012 en ook weer in 2013. - Dichter van het jaar in Delft 2005, voorts slamjaarwinnaar 2005 van de poëzieslag in Festina Len-te te Amsterdam, winnaar van Slamersfoort 2006. Jaarfinale Zeist 2007 en de BRU-NA poézieprijs 2007 in mijn zak. Ik ben de hoogste nieuwe binnenkomer op de jaar-lijkse top-200 lijst van bekendste dichters Rottend Staal – Epibreren 2005. In 2008 kreeg Pom Wolff De Gouden Slamburger uitgereikt vanuit de Universiteit Utrecht – afdeling letteren en won hij het 2e Drentse open dichtfestival. op 19 april 2009 ver-scheen de bundel 'die ziekte van guigelton' - winnaar jaarfinale slamersfoort 2009. in 2010 won hij de dicht-slam-rap van boxtel en de dobbelslam van entiteit blauw te utrecht. in 2012 de grote prijs van Grimbergen én DE REBELPRIJS voor de poëzie van de REBELLENKLUP. Tot zover enig geronk. In 2014 presenteerde uitgeverij Douane op 22/11 in Café Eijlders de pracht bundel: 'een vrouw schrijft een jongen'. Sven Ariaans schreef in zijn juryjrapport Festina Lente Amsterdam: “Het is iemand die je zenuwen blootlegt om vervolgens op vaderlijke toon te zeggen dat die pijn jouw pijn moet zijn en dat er geen zalf bestaat. Elke cognitieve dissonantie die je voor jezelf op prettig hypocriete wijze had opgeheven, wordt je ingewreven, of zoals medejurylid Simon Vinkenoog het kernachtig zei: "hij verschaft illusieloos inzicht in de werkelijkheid". Ik voel me in deze omschrijving wel thuis.) * ‘JE BENT ERG MENS’ VAN POM WOLFF VERSCHEEN ALS WINDROOSDEEL IN SEPTEMBER 2005 EN WAS IN EEN MUM VAN TIJD UITVERKOCHT- *NIEUW WERK: TOEN JE STILTE STUURDE, 48 PAGINA’S WOLFFPOËZIE. VERSCHEEN OP 18 NOVEMBER 2006. ONLINE TE BELUISTEREN: ERIK JAN HARMENS INTERVIEWT POM WOLFF OVER ZIJN BUNDEL 'TOEN JE STILTE STUURDE' IN DE AVONDEN - VILLA VPRO http://www.vpro.nl/programma/deavonden/afleveringen/28361453/

Laat een reactie achter