wilfred alloy – roept u maar – in het archief – de tour van 2017

Home Forums Algemeen wilfred alloy – roept u maar – in het archief – de tour van 2017

Dit onderwerp bevat 0 reacties, heeft 1 stem, en is het laatst gewijzigd door  Pom Wolff 2 maanden geleden.

  • Auteur
    Berichten
  • #6191

    Pom Wolff
    Sleutelbeheerder

    Etappe 21 zo 23-7: Montgeron – Parijs (103,0 km, vlak)

    ‘Schat, het wordt wat later,’ sms’te Alloy’s hoofdpersoon van vandaag, terwijl de koffiemolen maalde.

    [Groenewegen! Wat een apotheose voor de Tour d’Orange… De lijnen waren even overbelast.]

    “Geen bloederige D&D-taferelen op deze feestelijke slotdag, dacht ik zo. Ik selecteerde van elke commentator wat tochtige wielerfilosofietjes en vergelijkbare overpeinzingen, tochtig door de wijd openstaande deuren. De laatste Herberthompjes:

    ‘Matthews naderde Kittel tot op 9 punten door gewoon hard te fietsen.’

    ‘Het komt aan op timing, op het juiste moment uit je hok komen.’

    ‘Ik heb de indruk dat het wat minder druk is, wat betreft het publiek.’

    ‘Er komt een moment dat de sprinters mee naar voren moeten.’

    ‘Als alles lukt in een ploeg, dan ben je tot alles in staat.’

    En de laatste Krootkruimels:

    ‘Als niemand wil koersen, heb je geen koers.’

    ‘Kunnen winnen is ook echt iets wat in een renner moet zitten.’

    ‘Dan zit je aan je piek en dan val je en dan moet je die piek maar weer zien op te bouwen.’

    ‘Ter geruststelling: het is niet meer aan het regenen, wat betekent dat er geen water meer bij komt.’

    ‘We gaan maar even met eigen waarneming kijken.’

    Groenewegen dus de ster van de Champs-Élysées. Froome wint de Tour de France van 2017. De definitieve top 3 van onze Tour d’Orange: 17. Mollema +37.43, 40. Minnaard +1.48.11, 67. Ten Dam +2.34.56. Het oogt nikserig, maar Bauke won een etappe, kijk, dat pakken ze Orange niet meer af. En dan vandaag onze Dylan ‘Bob’ Groenewegen. Het is niet helemaal voor niets geweest.

    Maar wie won er nu in die ándere Tour d’Orange? Wie won er in de wandelgangen? In de nazit? Wat deed opeens die Lepe Greet bij de Parijse meet? Wat zijn bij een ‘meet & greet’ amoureuze stalorders nog waard? ‘De Tour wacht op niemand’, maar is het ook: niet iedereen wacht op de Tour? Vragen, vragen en nog eens vragen, waarop onze virtuele sneldichter Wilfred ‘jaja de broer van’ Alloy in het vertrouwd gepaard rijmelgeraamte antwoord gaat geven. Of niet. Je weet het immers nooit met die dekselse vlinderdas. Maar omdat het de laatste Tourdag was, heeft Wil een bonus van twee extra dichtregels te berde! Dat dan weer wel. Voor de meeschrijvers: opgeteld liefst vier regels op -ee als een bombastisch lang aangehouden slotakkoord van de Gezellig-en-Okee-symfonie in 25 delen! Met toeters, bellen, en Ostaijaanse BOEM BOEM paukenslagen! Als dat maar goed afloopt… Voor de laatste keer schakelen we over naar het dampend sfeervolle café De Kantelaar in Amsterdam voor het eerbetoon – ‘Aah joh, d’r zijn nog zoveel mooie dingen’ – aan de Verloren Vélocyclist.”

    ROEPT U MAAR

    “PARIJS!”… “Für Elise!!”

    Wat? Für Elise? Duits? Wat moet het wezen? Parijs? Elise? Duidelijkheid graag, dan kan ik beginnen.

    “Für Parise!!”… “Für Elisée!!” [Hahaha]

    Het waren lange dagen. Het was een hele hijs.
    Je moest omhoog, je viel omlaag, ja, álles voor Parijs.
    Je zou je liefje treffen, daar net voorbij de meet.
    Het was in feite dáárvoor dat je al die ritten reed.
    De laatste kilometers. De finish doemde op.
    Je i-phone bromde… sms… Ze was met ene Bob…
    ZE SCHONK HEM JOUW CHAMPAGNE, JE ‘CHAMPSE ELISÉE’.
    EEN PARTYTRUCK DAAR ACHTERWAARTS DEED SCHRIJNEND RÉPÉTEE
    DE START VAN LUDWIGS DEUNTJE: DE TONEN F EN E…

    “MAAR WE ZATEN HIER GEZELLIG EN WE ZATEN HIER OKEE!!”

    [klapklapklapklapklap]

    Dank voor uw aandacht de afgelopen drie weken. We moeten helaas met dit emotionele drama afsluiten en afscheid nemen. Maar… we hebben nog zoveel mooie dingen vóór ons. Toch, Franswaasje? L’amour est plus fort que la mort.

    tant de belles choses

    même s’il me faut lâcher ta main
    sans pouvoir te dire “à demain”
    rien ne défera jamais nos liens…
    même s’il me faut aller plus loin
    couper des ponts, changer de train
    l’amour est plus fort que le chagrin…
    l’amour qui fait battre nos coeurs
    va sublimer cette douleur
    transformer le plomb en or
    tu as tant de belles choses à vivre encore…
    tu verras au bout du tunnel
    se dessiner un arc-en-ciel
    et refleurir les lilas
    tu as tant de belles choses devant toi…

    même si je veille d’une autre rive
    quoi que tu fasses, quoi qu’il t’arrive
    je serai avec toi comme autrefois…
    même si tu pars à la dérive
    l’état de grâce, les forces vives
    reviendront plus vite que tu ne crois…
    dans l’espace qui lie ciel et terre
    se cache le plus grand des mystères
    comme la brume voilant l’aurore
    il y a tant de belles choses que tu ignores
    la foi qui abat les montagnes
    la source blanche dans ton âme
    penses-y quand tu t’endors
    l’amour est plus fort que la mort…

    dans le temps qui lie ciel et terre
    se cache le plus beau des mystères
    penses-y quand tu t’endors
    l’amour est plus fort que la mort…

    [Deze programmaserie werd mede mogelijk gemaakt door sneldichter W.F. Alloy, Fijne Interactie met het publiek, introductor Josse Ketting, Arie Arriveert Columns en – last but not least – Pomgedichten.nl]

    .

    Etappe 20 za 22-7: Tijdrit in Marseille (22,5 km)

    “Explodeert het tóch! Shit man. Bij een tijdrit moeten D&D op een andere manier gaan zwetsen, begrijpelijk. Het waaiert minder, geen wiel om in te zitten, geen springplank om te gebruiken, geen renner in de verte om op en over te gaan, geen elastiek om aan te hangen… Het is een solitair gebeuren, je maalt je eenzame strijd met een liedje van Neêrlands bard Boudewijn in je kop, jij, de renner versus de klok. Maar D&D kwaken dus anders. Waarom ik hierover begin? Nou, ahum… ik ervoer direct een terugval. Helaas en sorry. De haptonoom beschouwt het traject nu reeds als mislukt en trekt zijn handen ervan af. ‘Je bent niet meer te helpen’, zegt ie. En dat zo vlak voor Parijs. Lekker is dat. De verslagen staan weer vet op de kaart. Vooral de signalen vanuit het commentaarhok die wijzen op een verslechterende verstandhouding zijn daar debet aan. Ik kijk met smart uit naar het moment dat Dukroot in dat hok de boel kort en klein gaat slaan. Daartoe acht ik genoemde weirdo absoluut in staat. Het kan ook zijn dat hij niet aan de verbouwing toekomt, omdat ik op een van mijn ergernismomenten, als de stoppen zijn doorgeslagen en ik inmiddels wel genoeg teiltjes erbij heb gesleept, hem met een brandspuit uit zijn hooghartige commentaarpositie via de achterdeur voorgoed het bos in heb gestraald. Om hem, en mezelf, op te frissen. Alles in virtuele zin dan, niewaar?

    Hoe het ook zij, het is met de hoog opgelopen spanningen daar opeens weer interessant de heren te volgen. Het begon ermee dat de pedante krullebol Dukroot, toch al een ‘meneer de perfessor’ uit Meester Smeets’ School voor Sportjournalistiek, denigrerende opmerkingen ging maken over Herberts inderdaad sneue schaatsverleden. ‘Wat weet jij daar nou van, met je honderdsten van seconden en je zaaddodende rondetijden?’ (Meester Smeets is trouwens ook een tegelhandel. Handel in gebarsten-tegeltjeswijsheid, mag ik dat zeggen?) Ook vielen er soms licht sarcastisch bedoelde opmerkingen als ‘Jij overdrijft nooit hè?’ (Herbert), ‘Ik weet niet wie jij dan gesproken hebt, maar het zit dus net effe anders’ en ‘Nee, dat zie je weer helemaal verkeerd, je let niet op’ (Dukroot). De twee zijn in een voortdurende strijd om de ergheidstrofee verwikkeld. Du is meestal de bovenliggende partij (of: hij denkt dat van nature te zijn), maar juist als je het niet meer verwacht kan Herbert ijzersterk terugkomen en volle bak ergop zijn collega de touwen in lullen. Zo ontstaan er irritaties. En ze worden intenser. Let op: het gaat een keer gruwelijk mis. Hoogste tijd om een oplawaaieralert in te stellen.

    Herbert heeft vooral goeie benen in het ellenlang doorzagen over alle mogelijke en onmogelijke ins & outs van een bepaald Touronderwerp, zoals waaiers en winden. Gisteren, in de beslissende eindfase van de langste Touretappe, ging Dijkstra’s college over Nostradamus, een gozer met een vooruitziende blik uit de Provence, waar het zich op dat moment allemaal afspeelde. ‘Wat denk jij, Maarten? Zou Nostradamus dit slagveld en deze uitslag hebben voorspeld?’ Ik weet niet meer op welk Herbertje het een reactie was, maar Dukroots ‘Laten we nou geen flauwe grappen maken’ stond bol van de frustratie over Herbert als overheersend opstandkomediant en het verloren initiatief. De plots Siberische stemming in het hok leek ondubbelzinnig Nostradamisch de nabijheid van een pijnlijk fysieke uitbarsting te voorspellen. En daar hoopte ik vandaag op: dat het knokken werd. Nu eens écht de pijngrens passeren, echt op de pijnbank liggen, echt gevierendeeld worden, echte stompen op de lever, echte knallen voor de kanis, de edele delen er echt afgedraaid om ook nooit meer opnieuw gemonteerd te worden, de vingers aan een echte ravijnrand geklauwd voor de fatale val, kortom: een werkelijke uitvoering van wederzijdse lichamelijke sloop in die knotsgekke duursport die Tourcommentaar heet.

    Helaas werd die Echt-Erge-Mannenstrijd op leven en dood ook vandaag niet geleverd. Maar ‘en attendant’ kon ik tijdens de rennergevechten tegen de seconden wel genoeg kwootpareltjes noteren. Een overdosis bijna.Van elke commentator een ongeplaceerde Top 10 + (her en der zonder interpunctie om de kletssnelheid aan te geven), waaruit u het persoonlijke goud mag delven:

    Herbs:

    ‘Die tijd gaan we even opschrijven dan kunnen we die straks even vergelijken bijvoorbeeld met die van Cummings.’

    ‘Deze man Eisel blijkt ie te heten die denkt het zal allemaal wel.’

    ‘Hier komt Timmer die heeft echt z’n best gedaan dat zegt wel iets over de sfeer in de ploeg.’

    ‘Bouhanni voelt een hete adem en die heeft daar wel de pest over in.’

    ‘Deze vuurtoren is eh… gebouwd in 1855.’

    ‘Hij moest altijd in dienst fietsen van.’

    ‘Kryienka de witrus altijd goed in tijdritten… mááár hij heeft een andere rol.’

    ‘Blijven draaien dat is het motto.’

    ‘Je moet ook kunnen sturen vandaag.’

    ‘Ook nu weer die prachtige ambiance in het stadion, dat doet wel iets met renners, hoor.’

    ‘Het zijn twee Polen, maar het zijn misschien twee tegen-Polen wie zal het zeggen?’ [opvallend lange stilte in het commentaarhok hierop volgend]

    ‘Dat is toch het meetpunt van hoe de verhoudingen liggen.’

    ‘Als je echt van je fiets af moet dan wordt het wel lastig hoor.’

    ‘De ontknoping van de Tour, daar gaat het toch om.’

    ‘Je kunt wel zeggen hij is een koele kikker en je kunt het met ijsblokjes bevestigen maar je weet maar nooit.’

    ‘Ik heb in deze tijdrit nog niet gezien dat je een significante achterstand weet om om te zetten in een behoorlijke voorsprong.’

    ‘Bardet heeft tot nu toe een vlekkeloze Tour gereden, maar gaat het kaarsje dan toch nog uit qua Franse hoop?’

    ‘Wat is dit een feest voor die Pool.’

    Krwoots:

    ‘Ik hoop slechts dat die Teunissen gewoon de benen weer vindt en zegt ik geef er weer een klap op.’

    ‘Parkoerkennis is zeker een belangrijk ding zeker als je ziet hoe er hier gekoerst wordt. Parkoerkennis maakt gewoon dat je de weg weet.’

    ‘Het voordeel van het vlakke ja dat weegt wel op tegen het nadeel dat ie ondervindt bij de klim.’

    ‘Als het hier regent – gisteren was daar een dreiging toe – dan staan daar gewoon die hekken met die pootjes, klaar.’

    ‘Alle ballen op Kristoff die zit in een verkeerde sfeer qua jongens.’

    ‘Die zat echt te duwen dat zag je op de klim. Je ziet dat ie dus toch iets wil, hè.’

    ‘Hard werken en passie, dat is toch de basis.’ [Even daarvoor greep Du weer eens naar edele delen]

    ‘Deze knakker die heeft veel wapens in z’n arsenaal.’

    ‘Dan zou ik die ene Pool die nu toch de rijpere leeftijd van 27 heeft bereikt doorgaans begint dan de beste periode voor een wielrenner die zou ik weleens willen zien in de strijd voor de grote koersen. In het eindklassement dan.’ [Ongeveer een minuut van dodelijk zwijgen na de mislukte woordgrap van Herbert over de ‘tegen-Polen’ uitgesproken]

    ‘Dan heeft ie toch die knop weten om te zetten die knop van knecht naar overwinnaar.’

    ‘Hij heeft zich echt liggen verweren in het klassement.’’

    ‘Ikzelf ik wilde m’n benen toen voelen ik wilde geen muziek om me heen ik wilde… ‘dingen’ voelen.’

    ‘Er zijn een paar zaken waarover hij zich achter de oren kan blijven krabben.’

    ‘Die duwer die doet toch een jobje waarmee je in de bobsleeploeg zou kunnen komen.’

    ‘Bardet. Het was toch wel een schok om te zien hoe die bijna verkruimelde op de klim. De wanhoop op z’n kop ‘’

    ‘Die kan op het dressoir een plekje opschuiven.’ (Heel kordaat Cordaan! Schitterend! Mijn persoonlijke goud net na de laatste meet. Daar neem ik een advocaatje met slagroom op.)

    Zuurstof… Ik weet niet hoe u het ervaart maar ik vind dit stuk voor stuk staatsgevaarlijke uitingen.Nu schakelen we eindelijk over naar het café waar Gezelligheid geen Tijd kent. Het meer dan terechte, tevens toevallig rijmende laatste woord aan Wilfred ‘mag ik die handjes zien?’ Alloy!”

    ROEPT U MAAR

    “Tijdrit!”

    Je hoort soms iemand zeggen: “Wat gaat De Tijd toch snel.”
    Dan denk ik bij m’n eigen: ‘Ja dat zeg je daar nou wel,
    maar als je naar de toer kijkt – ik heb het niet verzonnen –
    dan staat me nergens bij dat renner Tijd ooit heeft gewonnen.
    Ook als ze voor zichzelf gaan , die ‘race tegen de klok’,
    dan – op het eind – staat renner Tijd nooit op het hoogste blok
    of tweede, derde… Nergens. Adieu Le Temps! Tabee!’
    Maar we zitten hier gezellig en we zitten hier okee.

    “De bar is geslotennn!”

    “Tijdwinst dus.” [hahaha]

    [Top 3 algemeen orangement:: 17. Mollema +37.43, 40. Minnaard +1.48.11, 66. Ten Dam +2.30.04]

    Etappe 19 vr 21-7: Embrun – Salon de Provence (222,5 km, vlak)

    “Al fietsend breng ik u verslag uit van de etappe. Wel, na het eerste colletje zagen we een ontsnapping en… Hooo!! [KLABAM!!! (harde confrontatie met een zuinig stangenstelsel)] Aauw! Kijk uit waar je koerst, oelewapper! Wie kwam er van rechts? Dacht ik ook. Maar wat zie ik? Dit wiel staat in de fik! Dat krijg je er nou van, als je door LSD gedreven psychedelisch vol op de orgelpedalen gaat:

    Een ongeluk zit in een klein hoekje, zeker als men zo dicht op elkaar fietst. Met die gemotoriseerden er vaak nog bij. Rammelfietsen zijn schaars in aantal. Ik stoemp standaard volle roestbak het slagveld in; die gestroomlijnde racemuizen horen me wel komen, maar het komt in hun kop niet op dat het vice versa een ander verhaal is. In het gunstigste geval geeft de amateurwielrenner – vaak zo’n tanig, grijs opkalend Dukroottype dat zich twintig jaar jonger waant – vlak voor ie geruisloos rakelings voorbij zoeft met een kortaf kutbelletje en een verwensing aan dat je voor je veiligheid beter berm of sloot in had kunnen duiken. Maar hier spreekt de roestrijder. Koersintern is het ook eh… risicorijk. Er waren onlangs in Nederland drie dodelijke wielerincidenten in een paar dagen te betreuren. De Nederlandse Toer Fiets Unie wil grote groepen wielrenners verplichten een zgn. ‘wegkapitein’ (passend jargon) aan te wijzen. Ook in de Tour draait ‘la roue de la fortune’ niet altijd in je voordeel. Zelfs als er een drama plaatsgrijpt, zullen denker Dijkstra en kiloknaller Dukroot hun hyperbolische gezever over futiliteiten niet staken, maar de ramptoerist mag er best eens (op zekere afstand) bij stilstaan, dat wielen fataal vlam kunnen vatten. Wat D&D betreft: die zijn toch al tamelijk uit mijn systeem. Ben clean joh (even een kalmerinkje innemen). Ze hebben vast weer veel geroepen. Maar hoe zit het in De Kantelaar? Over naar onze welbestrikte Wilfred, de enige echte virtueel raprijmende ster van de Tour d’Orange.”

    ROEPT U MAAR

    “Aan het wiel zitten!”

    Je bent nog altijd kansrijk. Twaalf tellen achter geel.

    Je zit dus stevig aan z’n wiel, neemt aan het kopwerk deel.

    Je denkt aan je positie. Je moet een gaatje slaan.

    Een goeie spurt als hij niet kijkt: zo kom je bovenaan.

    Ik had een enge buurman. Die zat ook aan m’n wiel.

    Ik miste prompt een fietstas, voor en achter een ventiel.

    ‘De wielen van het leven’… Ze zijn een wel en wee.

    Maar we zitten hier gezellig en we zitten hier okee.

    “Aán het wiel? Het is toch: bij iemand IN het wiel zitten?’

    “Tússen de spaken? Dat wordt spalken na de spaken. Overwerk voor EHBO- en Fietsherstelman.”

    “Nou Nelis, zolang de vingers van mijn hand kunnen aangeven hoeveel bier er getapt moet worden hoor je mij niet klagen.” [hahaha]

    “Dus één biertje slechts, Kobus?” [hahaha]

    Dit programma werd mede mogelijk gemaakt door…

    “Ja, Alloy, dat weten we nou wel.” [hahaha]

    …Fijne Interactie. Bedankt.

    (“Eén leuk dialoogje dan vanuit het commentaarhok. Dukroot: ‘En nu uit hun rol kletsen.’ Herbert: ‘Hoe noem je dat?’ Dukroot : ‘Uit hun rol kletsen.’ Zelfs Herbert kan ‘m niet meer volgen.”)

    [Top 3 algemeen orangement: 17. Mollema +36.13, 40. Minnaard +1.45.02, 64. Ten Dam +2.26.39]

    Etappe 18 do 20-7: Briançon – Izoard (179,5 km, bergen)

    “Bolletjesslikker Barguil de etappe, Matthews onbedreigd verkouden, Froome ziet nog steeds geel.

    Nu zijn D&D aan de beurt om bijeen geveegd, opgeraapt en gelost te worden. Genoeg is genoeg. Non-stop leiden ze ons langs de spreekwoordelijk duisterste momenten uit de wereldgeschiedenis, ‘daar waar’ (Smeetsje) zaken ook simpel konden geformuleerd. Het voor mij uitgestippelde hersteltraject even buiten beschouwing geparkeerd staande is de constatering dat D&D uitdrukkingtechnisch nogal in herhalingen vervallen een extra lichtpuntje te noemen. ’t Is beter zo. Afbouwen richting Parijs. Als het herstel doorzet, mag ik morgen voor het eerst voorzichtig weer naar buiten. Het 1+1-tje vandaag:

    HvdD: ‘Je moet aan deze schermutselingen niet meedoen, dat kost je kruit.’ (categorie: artillerie)

    DvdD: ‘Mollema doet geen trap. Hij denkt: komen ze d’r bij, dan komen ze d’r bij, komen ze d’r niet bij, nou dan komen ze d’r niet bij.’ (geniaal dwaze lethargie)

    Niets mis met de kwanti-/kwaliteitsverhouding, dunkt me. De laatste kwootjes wegen het zwaarst.

    Zeg, fris mijn geheugen eens op. Was het faecaliëntaboe al doorbroken? Waren die andere boodschappen al gedaan? ‘De Tour dat doet iets met je’, maar niets menselijks is het Franse wielerevenement vreemd. Ergens zal ook het geheugen er niet frisser op worden, ben ik bang, toch wil ik graag antwoord op de vraag: wie reed er vandaag in het bruin? Ofwel: wie heeft er in de berm een trui zitten breien? Misschien noemt Wilfred een naam.”

    ROEPT U MAAR

    “Bruine trui!”

    Hij had vooraf geboodschapt. In ’t klein en ook in ‘t groot.
    Nou zit ie wéér te wippen om die shitkar van Boldoot.
    Al hoger in het zadel. Hij moet de berg nog op.
    Dat overschot moet weg want anders rijdt ie nooit aan kop.
    Het blubbert uit z’n broekie. En wat een meur ook, zeg.
    Zijn maten knallen vol op de pedalen van hem weg.
    Hij kan maar beter stoppen. Hij zoekt een soort WC.

    “Maar we ‘zitten’ hier gezellig en we ‘zitten’ hier okee!!” [hahaha]
    “Poept u maar!” [hahaha]
    “Zijn er nog ‘boluspunten’ te verdienen?” [hahaha]
    “Heren, heren! Eerst die smerige groene trui en nu dit. Ik snak naar het einde van de Tour.”
    “Het peil daalt nog verder… tot het grondrioolwater.” [hahaha]
    ‘Allemaal de schuld van dat strontjoch van een Dumoulin..” [hahaha]
    “Als de bierglazen hier maar schoon zijn. Mij schiet die belachelijke tekst van Vader Abraham te binnen, over een klein café aan de haven. Dan heeft ie het over ‘geen monsieur of madam, maar WC’ en direct daarna zingt ie: ‘Maar ‘t glas is gespoeld in het helderste water, ja, ’t is daar een heel goed cafe’. Beetje Alloyig rijm, maar voor de rest puur slecht. Niet verder gaan zingen, ja!”
    “Wat een vieze tekst. De link is snel gelegd: het beeld van een barman die de gebruikte bierglazen achter de bar reinigt op omgekeerde pleeborstels in hun eigen nat.” [hahaha]
    “Waar is Nelis trouwens?”
    “Die is eh… hm… Begrijp je?”
    “Tap ik voor de zekerheid dat metertje toch maar zelf, in nieuwe glazen.” [hahaha]

    Dit programma werd mede mogelijk gemaakt door Fijne Interactie. Bedankt.

    [klapklapklap]

    [Top 3 algemeen orangement: 20. Mollema +47.03, 40. Minnaard +1.45.02, 64. Ten Dam +2.26.39]

    Etappe 17 wo 19-7: La Mure – Serre Chevalier (183,0 km, bergen)

    “Rit 17 was een zware bergetappe, in de Alpen. Alloy panikeerde even: enkel het rijmwoord scalpen kon hij bedenken. Mij valt elke Tourdag zwaar. Ik zie dagelijk als een berg op tegen… Huh? Wat zegt die uitdrukking eigenlijk? Dat IK die berg ben. Een soort berg zijn en dan nóg opzien? Tegen iets nog hogers? De Mont Blanc? ‘Ik zie als een berg neer’ klopt wel. Laat maar zitten. Dagelijks zie ik dus zeg maar als een berg op tegen de commentaren van D&D. De Tour bestaat qua verslaggeving uit 21 ‘ergetappes’. D&D weten continu geregisseerd ‘ergop’ te zwetsen. Niemand zal ingrijpen. Smeets heeft twee generaties lang de ruimte gehad. Maar ik kan meer namen noemen. Frank Snoeks: boven in het linkerrijtje, absoluut. Sportverslaggevers worden op taalmutilatieve gronden aangenomen. Gisteren zwamde Herbert over windinvloeden – ‘de boel’ werd ook geregeld ‘op de kant gezet’ – en hij vond dat een ‘waaieralert’ op zijn plaats was geweest. Nou, zo’n waaieralert kan ik ook wel gebruiken. De nonsens waaiert alle kanten op: stoomgemalen, treinverkeer, gasverbruik, haardvuur, grill, vuilophaal, sloperij, chirurgie, orgaandonatie, kannibalisme, middeleeuwse marteling, Spaanse Armada, infanterie, artillerie, loopgraven, nazitandartspraktijken, veld- en zeeslagen in het algemeen, en door alle brandhaarden heen genoeg salonfilosofie, volgepropt met open deuren en onmogelijk te beantwoorden vragen. En mijn ergernis waaiert mee. Het moment dat je (= ik) kraakt, breekt, het hoofd buigt en ‘de spreekwoordelijke handdoek in de spreekwoordelijke ring gooit’ is nakende. Dat ‘spreekwoordelijke’ ook steeds. Er rollen wel vaker, misplaatst, (pseudo)spreekwoordelijkheden uit hun muil.

    Mijn geestelijk hulpverlener (tussen-de-orenkrabber) grapte vanochtend: ‘Het Tourgeouwehoer dat doet iets met je’, met dat onmisbare ‘dat’, en ried me daarna in ernst aan te gaan minderen (‘Hooguit één Herbertje en één Dukrootje’), ook bij volgende sportevenementen. Rigoureus kappen vond hij riskant – herstel: risicovol – ‘omdat je, geef het maar toe, al dat erge ergens wel lekker vindt, omdat je zeg maar al weken in een prettige ergernissenflow zit’. Dat kwam hard aan. Vooral omdat ik het absoluut niet met hem eens ben. Het zit ‘m in dat ‘lekker’. Ja, natuurlijk zie ik als een berg NEER op die twee! Zielepoten in al hun ergte. Maar die psych is ook hééél erg. Of doet hij het erom? Het ergens wel lekker vinden… Ik had bijna getypt: ‘Je hebt zélf hulp nodig, haptonomische nageboorte, lazer op, man, of je gaat je nieren zien’, maar dat mag niet in zo’n column hè. Goed dan, 1+1 slechts, om rustig uit die flow te komen. Hier dan vanuit het slagveld twee werkelijk geniale tegelwijze doordenkertjes.

    HvdD: ‘Het blijft speculeren’. DvdD: ‘Soms neem je wat en soms geef je wat’.

    Zo. En nu koud afdouchen. Waar heb ik toch mijn spreekwoordelijke handdoek gelaten?

    Tijd voor de pohesie. Als hij echt van literatuur hield zou de koning van Biafra zijn hart ophalen – nee, niet andermans hart – aan het thema ‘light’ in en om Wilfreds vaartvers. Fijn voor de renners ook na zo’n bergetappe, waar het met extra kolen op het vuur zwaar stoempen was. Hoewel… men roept maar wat. Erg serieus kun je het niet nemen. Bovendien heeft Alloy niets met fysieke verlichting. Toch hangt er absoluut iets vedergewichtigs in de lucht. Je voelt het aan alles. En dat terwijl een Alloy in vorm er regelsbreed steeds als een containeroverslagarbeider in gaat. Rap naar café De Kantelaar.”

    ROEPT U MAAR

    “Licht rijden!”

    Je rijdt een tandje hoger. Je rijdt een tandje laag.

    Rijdt licht als op een snorfiets, nu eens snel en dan weer traag.

    Je schakelt bij een helling. Rijdt klein bij valser plat.

    Nou lui, één vage vélocyclisoepzooi is me dat.

    Ja, als het ’s avonds duistert, dan kies ik soms voor licht.

    En dit is dan de zesde regel van mijn snelgedicht.

    De kindjes in Biafra, die hebben diarree.

    “Maar we zitten hier gezellig en we zitten hier okee!!”

    Ik ben aan een dubbele borrel toe, mag ik dat zeggen?

    “Alloy moest flink schakelen en kwam voor het eerst niet lekker uit.”

    “Hij had geen plan. Hij had het zwaar.”

    “Iets uit de mouw schudden kan ook geen plan zijn.”

    “Hij had het zwaar, omdat hij het te licht opnam.”

    “Hij dichtte ongeregisseerd de Alpen in.”

    “Ach, het liep, Nelis. Daar gaat het om. Loopt de tap ook nog?” [hahaha]

    “Doe mij maar een radler twee punt nul.”

    “Nounou. Gaan we ‘licht drinken’?”[hahaha]

    Dit programma werd mede mogelijk gemaakt door Fijne Interactie. Bedankt.

    [klapklapklap]

    [Nagekomen berichten: Kittel gesneuveld, verkoudheid door Matthews overgenomen – Orangerenner Mollema had weer benen om het af te ronden (bron: H. Dijkstra) – Orangerenner Roosen appte met buurvrouw – voetbal-Françaises samen met ‘twaalfde man’ Serge Gainsbourg in Tilburg ontsnapt]

    [Top 3 algemeen orangement: 21. Mollema +44.22, 41. Minnaard +1.41.48, 66. Ten Dam +2.14.52]

    Etappe 16 di 18-7: Le Puy en Velay – Romans sur Isère (165,0 km, heuvels, vlak slot)

    “Eindelijk weg uit Le Puy en Velay. Het was er een supersaai komen en gaan, met een rusten er nog tussen. Dat Bauke het eerst kwam was groots, maar verder: veels te gewoon. Komen-rusten-gaan, sodemieter op. Met liefst twéé overnachtingen, toe maar. Zó doorsnee, zó alledaags. Dat voelde het hele deelnemersveld vanochtend bij het ontbijt. Voor te veel mensen herkenbaar, ook (of juist) voor wie mijlenver stonden van dat knotsgekke wildebeestencircus dat Tour de France heet. Komen, rusten en gaan deed een mevrouw Van Zetten haar hele leven al in Tiel, met een groeiend aandeel rust. Steeds in die volgorde, dat ook nog. ‘Vastigheid in het leven’ en ‘je weet wat je te wachten staat’, blablabla. Vreselijk. Le Puy banaliseerde hun unieke Tour, de Tour dat… die steeds iets met je deed. Hoogste tijd om weer dat te doen waarvoor ze waren gekomen, waarvoor ze hadden gerust en waarvoor ze waren geg… Get, daar had je ’t weer! Stoempen wilden ze, gashendels open, kansen grijpen, foppen… Koersen! Het onzekere tegemoet! Dat gehang op één plek waren ze zat. Serge Gainsbourg zong: ‘Je suis venu te dire que je m’en vais’. Dat schoot tenminste op, al herhaalde hij het tig keer. Nooit geweten trouwens dat zuipschuit Serge ooit getourd had. Je zou ‘m eerder bij het damesvoetbal hebben verwacht. O, de regie geeft aan dat ik nu ook maar uit Le Puy weg moet.

    Wat het bekende zwetsduo in het verslaggeverszweethok – ‘Herberg Herbert’ in Des Kantelaars cafévolksmond – vandaag te berde sleepte was weer heel erg erg. Het bleef maar komen, rustte geen moment, en ging maar niet weg. (Gelooft u in het eeuwige leven? Nee, maar ik geloof wel dat er ‘iets’ is: het eeuwige gewauwel van D&D.) Herbert, vandaag opvallend ferm ten oorlog : ‘Ik krijg het laatste nieuws uit de loopgraven’, ‘Lastig fietsen tegen deze armada met Cummings in je kamp’, ‘Edet is gewoon opgerookt’. Gouden uitspraak: ‘Zo’n stoorzender, dat werkt wel’ (hij zei het namelijk net toen hij Dukroot – niet voor het eerst – bij de aanzet tot een maf betoog bruut had onderbroken). Dukroot, soms weer fysiek fel: ‘Hij kijkt tegen het geblikker in de tanden van het peloton aan’, ‘Die groep werd opgeblazen’ en jawel, daar was ie weer: ‘Het is een goeie stomp op de lever van Froome geweest en daarna nog een knal op z’n kanis’. Zijn favoriete lever-kop-combiklop. Gouden Dukrootkwootje: ‘Lazer op, zou ik bijna zeggen op tv, maar dat mag niet hè’ (n.a.v. verplichte, maar overbodig geachte veiligheidsnopjes bij een wielas). Bijna? Hij zei het toch op tv? Arglist van een ziek boze burger.

    Momentje… Haaaaa TSJIE!!

    Het snot op de kin en voor en tussen de ogen. Je hoeft er soms niet eens volle bak voor te klimmen. Pak je tissue maar. Soms wordt het je te veel. Ze zitten daar voorin ook zo op elkaars lip. Op vlakke stukken waar niets gebeurt kunnen ze de gazonnen gaan korten (bij wijze van spreken dan hè, 99% van de wielertaal is een hoogst merkwaardige wijze van spreken), maar ze kletsen en hoesten ook. En een waaier in het peloton levert een waaier aan bacillen, daar loop je misschien nog sneller wat op. Dus blafhoest je ongeregisseerd je bacillen terug. Maar wassen ze hun handen wel na een sanitaire stop in de berm? En waarmee doen ze dat? En voor hoeveel van de duizend dingen hebben ze hun duizenddingendoekje al gebruikt? En welke dingen precies? En spoelen ze dat doekje weleens uit? Het is beter je niet te veel af te vragen. Hopelijk brengt Wilfred het een beetje beschaafd. Dat ie zeg maar de ziektekiemen van zijn verskunst binnen weet te houden. Eromheen draaien is niet zijn sterke punt. Er is weinig dat hij niet benoemt. Tja, zijn pech is dat men vaak maar wat roept.”

    ROEPT U MAAR

    “Groene trui!”

    Wat was er toch met Kittel? Hij snotterde en snoof.
    De man was snipverkouden, joh. Daarbij nog driekwart doof.
    Zijn nacht was een verschrikking. Gedruppeld en gestoomd.
    Er zou door deze slijmerd niet meer van het geel gedroomd.
    Nee geel dat kon ie sjeken. Dat was niet meer te doen.
    En bovendien: zijn trui werd door die loopneus eerder groen.
    Het werd alleen maar erger. Wat Kittelmans ook dee.
    Maar we zitten hier gezellig en we zitten hier okee.

    “Alloy is keihard. Ongeacht het geroepene, hij zal er altijd wat van maken.”
    “Smerig vers. Hij had ook over het milieu kunnen dichten, met een stukje moreel erin.”
    “Ja, maar je moet er meteen staan. Als de eerste woorden eruit zijn, is er geen weg meer terug. En je kunt veel van Wil zeggen, maar dan gaat het ook volle container naar benee, 8 regels lang.”
    “Vooral zijn bochten vind ik fenomenaal.” [hahaha]
    “Hoe hij zich erin wringt…” [hahaha] “…en er altijd mee wegkomt.” [hahaha]
    “Wegkomt, jij zegt het: ik zie ‘m niet meer. O nee, kijk daar: hij wil nog iets kwijt.”

    Dit programma werd mede mogelijk gemaakt door Fijne Interactie. Bedankt.

    [klapklapklap]

    [Top 3 algemeen orangement: 23. Mollema +36.33, 48. Minnaard +1.26.16, 68. De Kort +1.46.00]

    ma 17-7: Rustdag in Le Puy en Velay

    .

    “Het Virtuele Herbertje: ‘De rustdag dat doet iets met je, zeker als je Peugeot 308 GTi twintig uur lang een stukje bergop dwars en onbetaald geparkeerd stond en je daarvoor prompt een pittige prent (‘une image épicée’) in ontvangst mag nemen. De Zamboni dweilmachine volle bak erop en erover. Ben ik d’r bij die fransozen toch weer ingetuind! In de oorlog wisten we wel raad met hun soort.’

    Het Denkbare Dukrootje: ‘Je begint met je lever, trekt je nieren de openbaarheid in, bonkt je hoofd, brildragend, tig keer frontaal tegen een ongestucte muur, draait je weledelgeboren delen af, gaat aan je eigen corpus delectamenti zitten vreten, werpt wat naar een Duitsche herder, en laat ten slotte niets consumptief waardevols van jezelf meer over, enkel om te vergeten dat de tour een rustdag heeft.’

    Er werd vandaag dus niet gefietst. Tijd om ‘m in alle stilte te smeren. Nee, niet weer naar die nachtclub. De ketting smeren, bedoel ik. En andere functioneel beweegbare fietsonderdelen. Hoe is op deze dag de stemming in De Kantelaar, Wil, na het slopende Orange-Mollemafestijn van gisteren? Roept er iemand nog wat? Of zelfs dat niet?”

    ROEPT U MAAR

    “Rust roest!”

    Ze hadden weer een rustdag, het hele peloton.
    Wie bijna op te vegen was, die rustte wat ie kon.
    Gewoon wat doelloos hangen, niet jagen, kalm en koest.
    Toch weten wij spreekwoordelijk dat rust bijwijlen roest.
    Je moet wel blijven strekken, al ben je steenkapot.
    Want zonder dat gaan bouten en gewrichten in het slot.
    Straks rol je bij een klim nog rechtsomkeert naar benee…

    “Maar we zitten hier gezellig en we zitten hier okee!”

    Dit programma wordt mede mogelijk gemaakt door Fijne Interactie. Bedankt! Dat was het alweer. Meneer Alloy gaat eens lekker onderuit.

    “Dat was het alweer… Toch voel je zelfs hier het effect van zo’n rustdag.”
    “Ja, alsof je uit piëteit voor de renners het in de kroeg ook wat kalmer aan doet.”
    “Laatste ronde!” [hahaha]
    “Die malle Nelis.”
    “Nee, echt. Ik moet door omstandigheden de fiets van 19.45 u halen.” [hahaha]

    Etappe 15 zo 16-7: Laissac Sévérac l’Église – Le Puy en Velay (189,5 km, heuvels)

    “Bauke! Het ultieme Tour-d’Orangegevoel. Eindelijk. Dat wordt feesten. Froome blijft geel (gisteren herwon hij het tricot om de schouders). Maar ondertussen… Sinds Dukroot Dijkstra in spraakvervuiling ging overvleugelen, heb ik geen rust meer. Negativisme sloop in alles wat de tour aanging. Ik zag alleen dat nog. Vervelend voor mijn omgeving en mezelf. Het kon zo niet langer.Vandaag probeerde ik de zaak te kantelen (nee niet in de kroeg) door met name Dukroot positief te benaderen (een startmodus die even slikken was). Ik zou de andere D&D toelaten, zoals ze thuis misschien waren als brave huisman: bescheiden, eenvoudig, enthousiast, met liefde voor het vak, respect voor naasten. Nu tijd voor andere taal en voor de mens achter de verslaggever, die verrekte goed zijn beperkingen kent en beseft dat één woord of één blik van verstandhouding in het commentaarhok soms meer zegt dan twintig Touruitzendingen of sportboeken van Smeets.

    Een fris herbegin kortom, voor hen, voor mij, voor u, voor allen die de wielersport en haar verhalen een warm hart toedragen. We moesten immers nog een tourweek zien te overleven. Zand erover. Moedig voorwaarts. Zo pepte ik mij vanochtend op. Ik dacht namelijk: het kan toch niet enkel erg zijn wat de twee uitkramen? Wel dus. Ook nu. Dukroot weer erg in z’n bij voorkeur onaangenaam fysieke formuleringen: ‘Al die tijd blijven die grote locomotieven op de jongens van Sky jagen’, ‘Phinney die met z’n in vele stukken gebroken been even zwabbert’, ‘Aru hoefde alleen maar in dat wiel van Froome te zitten, misschien is ie eruit gekwakt’. Gouden kwoot het onnavolgbare ‘Deze jongens zijn naar een denkbeeldige finish aan het fietsen, dat maakt het moeilijk voor anderen om te ontsnappen’. En Herbert weer erg in z’n (soms rijmende) domme eenvoud: ‘Het is niet de Pino van de djiro’ (je schrijft Pinot, ik weet het, maar het kan zo in Sesamstraat), ‘En natuurlijk de vraag: zou Contador nog een plan hebben vandaag?’ en z’n Dukrootnaäperij: ‘Ze liggen allemáál op de pijnbank’. Deze letterlijk op te vatten wielerles dan maar als HvdD: ‘Klimwerk was voor hem te hoog gegrepen’.

    Het blijft bagger. Maar toegegeven: niets fijner dan, je afgezet hebbend tegen al het zieke en zielige van de taal en haar gebruiker, in je eigen niet jagende treintje te stappen en licht bergaf te boemelen naar de Bloemrijke Vallei der Schone Letteren. Met een zonnig ingestelde machinist, zoals Alloy, in de locomotief. Ter opbeuring, derwaarts sporend, bied ik u alvast wat tegenslag van materiële aard.

    Dat krijg je van dat harken, stoempen, kachelen, volle bak en plankgas (woorden pijnigen soms niet alleen de oren): op zeker moment gaan essentiële onderdelen het begeven. Ze functioneren niet meer of worden gelost, vallen gewoon van hun zuinige stangen af, zoals Herbert het fietsframe laatst omschreef. Dat had je nou net niet geregisseeerd. Daar sta je dan, niet bepaald okee, mijlenver van Le Pwie an Velee. Dramatisch! Niet alleen dramatisch omdat Alloy dit rijm niet meer (als eerste) kan gebruiken maar ook omdat er in de hele omtrek geen kip te bekennen is (‘Où sont les poules?’ vraag je nog aan een oude boer, die de grap er niet van inziet, je in ieder geval glazig aankijkt). Nogmaals: daar sta je dan. Het peloton wacht natuurlijk niet. En de wagen van je eigen team – zul je altijd zien – staat ergens heuvelop geparkeerd. Je weet niet waarom, maar de wetten van de tour schrijven nu eenmaal voor dat je je sommige dingen maar beter niet kunt afvragen. Alles zit tegen, kortom. Je wilt om hulp roepen, maar aan wie? Laten we maar naar Alloy in De Kantelaar overschakelen. Bij hem loopt het immers altijd goed af. Of zal hij na al die dagen opeeens voor een onaangename verrassing zorgen, omdat hij door zijn rijmwoorden op -ee heen is?”

    ROEPT U MAAR

    “Materiaalpech!”

    Vandaag moet hij gaan toeslaan. De renner is op weg.
    Hij heeft zich grondig voorbereid, is klaar voor elk soort pech.
    Een HEMA-schroevendraaier, een sleuteltje, een moer,
    een krentenbol van gister: alles voor de grote toer.
    Hij heeft het in zijn tassie, voorlopig niet de klos.
    Maar dan, zeg… Band lek, wiel krom, rem stuk, bel weg, ketting los!
    Het lijkt wel sabotage. Het komt ook op teevee.
    Maar we zitten hier gezellig en we zitten hier okee.

    “Pfff… Loopt het hierzo toch nog goed af.”[hahaha]
    “Is er achter de bar ook een screwdriver te produceren, Nelis?” [hahaha]
    “Gaan we moeilijk doen?”[hahaha]
    “Wodka en verse jus… D’ORANGE!! Aan het werk, Nelis. Drie meter van die schroeven draaiende longdrinkcocktails. We gaan op Mollema proosten. ” [hahaha]
    “…grtverdegrtver….”
    “Nelis, onze kruiskopman.” [hahaha]

    [Top 3 algemeen orangement: 24. Mollema +34.50, 47. Minnaard +1.23.25, 68. Ten Dam +1.42.14]

    Etappe 14 za 15-7: Blagnac – Rodez (181,5 km, heuvels)

    “Dukroot banjerde vandaag weer dermate brandschattend en verkrachtend door (het overdrachtelijke deel van) onze bedreigde taal, dat je inmiddels blij mag zijn dat meneer van na de oorlog is. Hij heeft niet alleen Goebbels’ postuur, zeg maar: ‘Ze kunnen die anderen vermoorden, ze draaien de stropdas steeds strakker aan en kijken hoe ver ze kunnen gaan.’ Leedvermaak opnieuw: ‘Er komt een moment dat deze kerel gaat twijfelen. En dan wordt het leuk.’ En als hij eens zacht filosofisch klinkt, eindigt het toch in een SM-kelder: ‘Een renner is een plantje en een plantje heeft water nodig en het beste water is een overwinning. Je kunt niet de hele tijd je edele delen afdraaien voor een kopman.’ Deze vroege uitlating vandaag was voor mij direct De Gouden Kwoot, al was zijn bezoek aan ‘The Dark Room of Damocles’ (nu in gezelschap van een ‘kopman’) ons reeds bekend.

    Herbert? Wist hij nog in Dukroots wiel te blijven? ‘Die man ziet alles, hoort alles en heeft bovendien een mening.’ ‘Zelfs de zonnebloemen kijken de andere kant op, zo saai is het.’ Ai. Niveau Toon Hermans nu? Ik koos dit als dagherbertje, omdat hij Du, met een verwijzing naar z’n sneue wielerverleden, onvriendelijk in z’n miezerige adelzone leek te willen grijpen: ‘Volgens mij heeft ie dagenlang als een mummie rondgereden.’ Tot zover Duo Rapzwams.

    Etappe 14 kortweg: Timmer heeft z’n zus gebeld en Leezer z’n moeder. Ik bedoel: we moeten onze Orangemannen niet gelijk laten vallen, als het in de tour minder gaat. Nu een ernstig koerspositieprobleem waar de renner tegenaan kan rijden. Stel je voor: niet in het pak en ook niet aan kop. Je zal er maar net tussen zitten en niet meer weten wat wijsheid is. Nog wat ijzers in het vuur steken? Plankgas met tanende krachten? Of toch de springplank doormidden zagen, het plakkerige zweetjasje weer aan, inzakken en als vanouds anoniem je plaats weer innemen in het zielloze, zinloos malende grauw waar je met eigen goedvinden maar een nummer bent en als zodanig ook wordt aangesproken, wat bovendien überhaupt nog maar de vraag is? Een doorbraak met perspectief zit er niet in. Het kan overigens at the top ook tamelijk suicidal lonely wezen. Ach, je behoort al lang niet meer tot de frisse mannen, mocht dat ooit het geval zijn geweest. Hoe dan ook, als je ongeregisseerd heuvelop, de knuist semistoer om de gashendel, met je energie blijft smijten, krijg je een gepeperde rekening onder de neus gesnoven – herstel: geschoven – en sta je uiteindelijk met platte beurs. Ziehier het tweegangenmenu, waarvan beide gangen Bourgondisch overgoten door een aan handen en voeten gebonden saus twijfel, op smaak gebracht met een snufje paralyserende wanhoop… Maar hier, dus niet daar en ook niet daar, weet je je sowieso de puree in gejaagd. Of een ander aardappelgerecht. Welnu, zúlk een renner, vrienden, is toe aan een opbeurend gedicht van Wilfred Alloy, als een klopje op een der schouders, waar maar geen tourtricot om wil hangen. Bij de sneldichter loopt het immers altijd goed af. Nu vlug naar een ander blad geschakeld (ter geruststelling: da’s maar één muisklikje links) koersen we richting dat dampende café in Amsterdam.”

    ROEPT U MAAR

    “Chasse patate!”

    Je rommelt met je snelheid, het is weer dit noch dat.
    Het pak voorbij, de kop te ver, een heuse sjas patat.
    Alsof je bent verstoten, geen mens je kennen wil.
    Je maalt wat in je niemandsland, zo desolaat en stil.
    En haal je dan die kopgroep, nog mijlen van de top,
    dan zet het peloton weer aan en rapen ze je op.
    Je zakt geknakt naar achter. Je plannen door de plee.
    Maar…?

    “…we zitten hier gezellig en we zitten hier okee!”

    Daar drinken we op, mensen!

    “Hopelijk is die renner nog op tijd binnen gekomen.”
    “Nou, wij zijn al héél lang binnen, en een knappe jongen die ons hier nog weg krijgt.”[hahaha]
    “Laatste ronde!” [@#*&%]

    [Top 3 algemeen orangement: 25. Mollema +41.25, 47. Minnaard +1.11.50, 67. Ten Dam +1.30.39]

    Le premier bonheur du jour, c’est un ruban de soleil
    Qui s’enroule sur ta main et caresse mon épaule
    C’est le souffle de la mer et la plage qui attend
    C’est l’oiseau qui a chanté sur la branche du figuier

    Le premier chagrin du jour, c’est la porte qui se ferme
    La voiture qui s’en va, le silence qui s’installe
    Mais bien vite tu reviens et ma vie reprend son cours
    Le dernier bonheur du jour, c’est la lampe qui s’éteint.

    Etappe 13 vr 14-7: Saint Girons – Foix (101,0 km, bergen)

    “Nóg een Pyreneeënetappe? Bergje dan maar. Zoiets woordjongleerde Van Veen vanochtend in de ontbijtzaal van hotel Le Chanteur Triste. Geen reacties. En huiswaarts fiedelde onze pierrot op zijn circusknie-eenwieler. Etappe 13 samengevat: Mollema aan het elastiek. HvdD: ‘Eindelijk Lammertink die hadden we tijden geleden al opgeschreven wanneer zou die komen nou daar is-tie’ (zonder interpunctie want zo snel uitgesproken) verliest met een banddikte verschil van ‘Wat zegt dit over de courage van Contador?’ Kontadors Koeraaazjuh en andere gedichten. Allitereert lekker. Herbert raapte zich op na het dipje van gisteren onder de zweepslagen van zijn collega. Van Maarten ‘met het mes tussen de tanden’ Dukroot, de zwakzinnige taalverminker die sadistisch genoegen schept in andermans ellende en ongemak (‘Prachtig die chaos’, ‘Daar blaast de Ier zich op, mooi om te zien’), nu maar weer een niet-levensbedreigende kwoot inzake wieleroverpeinzingen: ‘Er zitten jongens in die denken van even kijken hoe het uitpakt’. De korte doch zware etappe zit er gelukkig op. In zijn commentaarhok speelt de kleine Herbert in gedachten met wat achtergebleven treintjes en Dukroot hangt verderop tussen andere onfrisse jongens aan het epologisch verantwoorde zuurstofapparaat na 101 km naadloos vreeswekkend bergopgewauwel. Er is deze vrijdag overigens, naast het gebruikelijke koersleed, sprake van enige collaterale schade, weinig alledaaags en niet direct door de tourkaravaan aangericht. ‘Effe een bakkie doen’, ik hoor haar het boven op die berg in haar beste Frans nog zeggen, de jonge Française Françoise, die in haar eentje op vakantie was. ‘Le premier malheur du jour: la remorque qui s’en va’, fluisterzong ze me achteraf wat sip toe. Ook de Tour de Françoise wacht op niemand. Maar… wel op mij? Ach, waar kende ik haar toch van? Okee, gezellig, kom er maar in, Wil, je mag ‘los’ over het incident, dat ons opnieuw het verwoestende vermogen der graviteit doet beseffen.”

    ROEPT U MAAR

    “Volle bak!”

    Massief, gevuld, omvangrijk. Hij rolde onbemand.
    Een losgeslagen aanhangwagen, in een kroeg beland.
    Hij ging me daar toch dalwaarts! Beladen tot de nok.
    Veel sporen van vernieling die hij op zijn route trok.
    Hoe dit nu kon gebeuren is altijd nog de vraag.
    Maar zeker kun je spreken van een ‘volle bak omlaag’.
    Die kroeg moet afgebroken. Let wel: niet óns café.
    Nee, we zitten hier gezellig en we zitten hier…

    “…okee.”

    Dat kán beter.

    “Okeeeeej!!”
    “Volle bak naar binnen die bieren!” [hahaha]
    “Regisseren en doseren doen we later wel!” [hahaha]

    [Top 3 algemeen orangement: 25. Mollema +40.40, 43. Minnaard +1.11.27, 58. Ten Dam +1.19.41]

    Etappe 12 do 13-7: Pau – Peyragudes (214,5 km, bergen)

    “De Pyreneeën. Orange knudde, Bardet de etappe, Aru geel. Chris, het waren zeven onvergetelijke dagen. Herbertje van de Dag: ‘Kijk eens naar Küng: die verrast me ook, gezien z’n postuur’. Dukrootkwoot? De zieke tegelwijsheid ‘Hoe groter het drama, hoe groter de lol over een goede overwinning’ en het licht kannibaleske ‘Het is een proces: eerst pak je de lever, dan geef je hem een klap op de kop en uiteindelijk sloop je hem’ verliezen het nipt van ‘Over een balk lopen kan iedereen; tot die balk over een ravijn hangt, dan wordt het een ander verhaal’. Dukroot is niet alleen heel erg, hij is ook heel eng. De ‘koning van Biafra’, die eruitziet of hij zichzelf aan het opeten is (vrij naar Belcampo). Dus mij verrast Dukroot dan weer, gezien z’n postuur. Ik hoorde hem ook over een stormram en een mes in de rug bazelen. Die man moet in een isoleercel. Als ik Herbert was zou ik als de wiedeweerga naar een eigen commentaarhok op zoek gaan. Genoeg D&D. Nu iets over een van die BN’ers die weer zo nodig het smoelwerk in de tourcircustent moet…. eh… meervoud… moetén tonen. Ik zag plots Herman van Veen, de zanger, violist, minstreel, filosoof, harlekijn, clown, paljas (of Jeruzalem), acrobaat, eendverkrachter, die ons al vijftig jaar teistert met zijn artistieke fratsen. Een andere Herman, Van der Zandt, stond hem toe zich over de tour uit te laten. Ergerlijk hoe hij altijd met klem de slot-n uitspreekt van woorden op -en, omdat hij het correct acht en die letter n er nu eenmaal staat. Het kwelt al sinds zijn Nederlandse tekstverminking van Cohens Suzanne uit de transistor kraakte (‘ze geeft je pepermuntjes want ze geeft je graag iets tastbaars’). ‘Ik heb genotenn van het wielrennenn in de Pyreneeënn, van hoe ze ook in de bergenn plankgas gavenn, kolenn op de vurenn gooidenn en toch frisse mannenn lekenn te blijvenn’, oreerde de troubadour. Alloy is gestrikt om als tegengeluid in zijn vers de slot-n nadrukkelijk NIET uit te spreke. Kom er maar in, Wil.”

    ROEPT U MAAR

    “Bergetappe!”

    Daar in de Piereneeë, daar fietst het nogal zwaar.
    Dus met wat bier beneeë heb je ’t beter voor mekaar.
    Je ken hier berge tappe an bier uit elke streek.
    Ik had een aardig kolletje van glaze van de week.
    ’t Is waar, je houdt de vate daar bove beter koel,
    maar as daar glaze valle, is het extra foute boel.
    Je ken wel heel ver kijke, met uitzicht tot an zee…

    “…maar we zitte hier gezellig en we zitte hier okee!”

    Zo is dat. Rondje van de binnencategorie voor de hele club.

    “Yes! Berge tappe! Kantele! Wilfred mag blijve!”
    “Zeg…. Heeft die Herman van Veen eigenlijk kinderen?”
    “Dacht het wel, Nelis. Hoezo?”
    “Ik kom een druppel later… O nee, dat was die eend. Spetter pieter pater…”
    “…die nog steeds virtueel in het geel zwemt.” [hahaha]
    “Alfred Jodocus Kwak. Zal ook wel kinderen hebben.” [hahaha]

    [Top 3 algemeen orangement: 28. Mollema +34.29, 50. Minnaard +58.55, 56. Ten Dam +1.05.48]

    Etappe 11 wo 12-7: Eymet – Pau (203,5 km, vlak)

    “Het pak naar Pau bij de Pyreneeën. Eén rechte weg. ‘Het gras is gemaaid, de kastelen zijn om’, verzuchtte Herbert. Dukroot, dat doet ook iets met je. De graatmagere Maarten, ex-wielrenner, ‘koning van Biafra’, maakte zich verbaal weer breed – misschien ter com-pens-atie van zijn sneue postuur – om geen moment meer te versmallen tot gepaste proportie, zoals in zijn miezerige fysiek uitgedrukt. Onophoudelijk woordvuurwerk, overdrachtelijke luchtverplaatsing van een lunatic. Het werd me te veel. De Dukrootkwoot van de dag is daarom een (uiteraard niet ingeloste) belofte van rust: ‘Ik ga de details ga ik de luisteraar besparen’. Kóstelijk. Het Herbertje: ‘Dat team had geen lang leven beschoren’. Had. Maar ik kan en mag op deze kwaliteitstaalsite niet voorbijgaan aan het schokkende Dukrootje van gisteren: ‘Dit is een van de meest controversiële onderwerpen die er is’, een extreem schrijnende ‘eenvandedie’ (zo noem ik de constructie). Ja, het is heel taalkundig vandaag, ik ga los. DIT IS EEN VAN DE MEEST CONTROVERSIËLE ONDERWERPEN DIE ER IS. Hij zei het echt. Au! Ik vat mijn taalkundige congruentie- en antecedentenonderzoek (cao) kort samen. Het betrekkelijk voornaamwoord ‘die’ dient conform de jaren 60 basisgrammatica gerelateerd aan ‘de meest controversiële onderwerpen’ (waar ‘Dit’ er één van is) en fungeert in de bijvoeglijke bijzin als onderwerp (let op: niet als controversieel onderwerp, maar als onderwerp in redekundige ontleedzin). Naar de regels der congruentie verwacht je in de bijzin de werkwoordsvorm ‘zijn’. Dukroot zei echter: ‘is’. Dat mag hij in het huidige flexibele spraakgebruik zeggen. Dukroot linkte zijn slotwoord ‘is’ aan het beginwoord ‘Dit’, het onderwerp in de hoofdzin. Iets anders kan ik er niet van maken. Dat ‘Dit’ staat voor: ‘Dit onderwerp’ (let op: hier wél als controversieel op te vatten). We zijn er nog niet. Het zelfstandig naamwoord ‘onderwerp’ is onzijdig: als Dukroot consequent was geweest, had hij de bijzin geopend met het eveneens onzijdige ‘dat’ i.p.v. ‘die’. Fout op fout. De meisje, zoiets. Ik zal er niet over uitweiden. De gezonde elementen van alle denkbare eenvandedie-varianten verzameld zijnde kom ik – met enige soepelheid (ik wil niet de taalpuritein uithangen) en met respect voor de vrijgevochten taalgebruiker – tot een zin waarmee iedereen ergens vrede kan hebben: DEZE ZIJN EEN VAN DE MEEST CONTROVERSIEEL ONDERWERP DAT ER BENT. Niettemin: Dukroot heeft veel te melden, vooruit, maar als hij zijn ongeneeslijk zieke proza ook nog eens in tochtige en ernstig verzakte bouwsels huisvest, stop ik ermee. ‘Begint eer ge bezint’ is niet de methode. Ofwel: haastige spoed is zelden goed. Zelden. Net niet nooit. Een enkele keer wel dus. Aan kop in het peloton bijvoorbeeld. Als je een etappe wilt winnen, Dylan, moet je rap zijn. Toch, Wilfred?”

    .
    ROEPT U MAAR

    “Rap van voren!”

    Je ziet weleens zo’n renner. Die is ‘van voren rap’.
    Een ander daarentegen trapt, jawel, ‘van achter slap’.
    Maar dan heb je zo’n sukkel – gebrom, getier, gegil –
    die valt plots zonder reden daarzo ‘in het midden stil’.
    Het peloton in duigen, valt letterlijk uiteen.
    De een vliegt recht een schuur in en de ander breekt een been.
    Dus remmen in een meute is niet zo’n goed idee.

    “Maar we zitten hier gezellig en we zitten hier okee!!”

    Bedankt hoor, lieve mensen. U hangt weer aan m’n lip,
    en bent – dat mag nou wel gezegd – ook van begrap erg rip.

    “Rap, rip… Gaat het nog wel goed met Wilfred?”
    “De tour, dat doet iets met je, Nelis. De tour, DAT…”
    “Geen Herbertjes in de kroeg alsjeblieft.” [hahaha]

    [Top 3 algemeen orangement: 27. Mollema +22.55, 47. Ten Dam +41.59, 49. Minnaard +42.50]

    Etappe 10 di 11-7: Périgueux – Bergerac (178,0 km, vlak)

    “[Weer die kutkittel. Dylan G. derde. Jos van E. weg?] Maarten ‘ze gaan op hun kokosnoot’ Dukroot was onnavolgbaar, Dijkstra lulde wat over kastelen. Toch maakt dit Herbertje alles goed: ‘Hij heeft een paar zuinige stangen onder z’n lijf zitten’. De Dukrootkwoot vandaag: ‘Ze denken niet: we gaan koers rijden, nee, ze denken: we gaan erom sprinten’. Als je D&D mag geloven wordt er in het peloton continu hardop gedacht. HIJ DENKT dit, HIJ DENKT dat. Hebben via zo’n oortje direct contact met de renner? Soms zijn de gedachten beschamend. Het tekent (het niveau van) de commentator. Maarten zei zondag over een renner die wegreed : ‘Hij denkt: ik ga niet m’n hele leven m’n edele delen voor je afdraaien’. Dukloot. IK denk: a) dat Dukroot ooit door een pijnlijke administratiefout ontmand is, en b) dat renners veel minder denken dan D&D (laten) denken dat ze denken. Ooit gaat er niks meer in zo’n kopmanskop om. Na demarreren dementeren. Ach, D&D teisteren ons standaard met ouderenzorgwekkend veel dieps, zogenaamd uit de rennersdenkwereld opgegraven, met de sufste taalkronkels om het eigen verval te ‘parkeren’. Wat denkt Wilfred?”

    ROEPT U MAAR

    “Kopwerk!”

    Je ziet ze weleens fietsen, de mannen daar vooraan.
    Het fietsen gaat hun prima af, al jarenlang gedaan.
    Ze malen voor de zege die trappers in het rond.
    Bezweet, beslijkt, een holle blik, het speeksel uit de mond.
    ‘De Mannen met de Hamers’ slaan kraters in hun knar.
    Hun wereld raakt beneveld en het hoofd raakt in de war.
    De toerdefransdementie… Het kopwerk schier passee.
    Maar we zitten hier gezellig en we zitten hier okee.

    “Ze denken: wat fiets ik hier nog?”
    “Descartes verwoordde het al: ik denk dus ik fiets. Cogito ergo velocipedo.”
    “Rondje voor tourverzorgingshuis De Laatste Etappe!” [hahaha]
    “We drinken om juist NIET te vergeten.” [hahaha]

    [Top 3 algemeen orangement: 27. Mollema +22.55, 46. Ten Dam +39.39, 49. Minnaard +42.50]

    ma 10-7: Rustdag in Dordogne

    Vandaag… geen treintjes, geen springplank, geen gangmaker, geen Herbertje, geen waaiers, niemand kraakte, niemand werd opgeraapt of gelost, niemand klom geregisseerd of gedoseerd, er werden geen jasjes uitgedaan, het was niet erop en erover (nou dat dan misschien net wel), geen chasse patate, geen benen van gisteren, geen klimgeit, geen koffiemolen, geen tandje erbij of eraf, niemand in het wiel… Niets van dit al. ‘Géén toer, dat doet iets met je’, zou die ene commentator ervan maken. Laten we het maar het Herbertje van de Rustdag noemen. Trouwens: vanaf morgen naast het Herbertje ook de Ergste Dukrootkwoot. Hij is zeker net zo erg als Herbert, alleen op een andere manier. Ik kan er niet langer omheen. Dukroot is overal. Gebeurt er nog iets in De Kantelaar?

    ROEPT U MAAR

    “Rustdag!”

    Een rustdag is een daggie van lekker effe niets.
    Je blijft wat langer liggen en je sleutelt aan je fiets.
    Je haalt wat House of Cards in, of flarden Game of Thrones.
    Dan word je plots verleid tot iets aanlok’lijk ongewoons.
    Je duikt de ruige nacht in. Je overdenkt een hoer.
    Daar zie je wel van af, maar de directie van de toer
    betrapt je in een nachtclub met ene Y.van G.

    “En wat deed de tourdirectie daar dan?” [hahaha]

    Maar we zitten hier gezellig en we zitten hier okee.

    “Twee meter bier voor de Lord of the Drinks!” [hahaha]
    .

    Etappe 9 zo 9-7: Nantua – Chambery (181,5 km, bergen)

    “Het Herbertje van de Dag? ‘Het vaderschap heeft ‘m voorzichtig gemaakt’, ‘Een afdaling waar de bidons stuiteren op het asfalt’ en ‘Alles wordt opgeveegd’ hebben het net niet gered. Met een banddikte verschil won ‘Een been eraf, dan fietst ie nóg door’. Net als gisteren zat Wilfred vast in de file tussen woonplaats Rijswijk (schuin boven ‘Van-Zetten-City’ Tiel) en Amsterdam. Er reden ook minder treintjes dan in de tour. Excuus voor de vertragingen. En Orangeleider Gesink, letterlijk, uit de koers gevallen. Tja. Er dreigt zelfs meer onheil… Na het grote en/of kleine verzet in de bergetappe lijkt er in De Kantelaar, in zekere caféhoek, plots ook behoefte aan een verzetje bij een pluk provincialen – een luidruchtige gangmaker met wat meelopers – die het voor de rest willen verpesten en het literaire café denken te kunnen overnemen. In hoeverre zal het geteisem de dichter sarren? Zal hem het vuur aan de schenen worden gelegd? Het vuur waar volgens D&D tourrenners met grote regelmaat verschillende ijzers in hebben liggen en kastanjes uit moeten halen? We schakelen over…”

    ROEPT U MAAR

    “Roept u maar!!”

    Pardon??

    “Roept u maar!!” [hahaha (in beperkte kring)]
    “Loser!” [idem]
    “Doe je best, dichtertje!” [idem]

    Roept u maar… Hoe vreemd. Eens denken…

    Dat ‘maar’, dat is een woordje, dat roep ik heel erg graag.
    Zo riep ik het nog gisteren, zo roep ik het vandaag.
    Dus bauwt daar zo’n jandoedel, brutaalweg uit de zaal,
    mijn zeer bekende slogan na, dan krijgt hij het totaal!
    Dan U ik lekker extra, dan MAAR ik tot ie braakt.
    Dan smeekt ie op z’n knietjes dat het ‘u maar’ wordt gestaakt.
    Dan is verzet nog zinloos. Dan duldt Wilfred geen nee.

    “Wát duldt Wilfred Genee?”

    Maar we zitten hier gezellig en we zitten hier okee.

    “Ging niet echt over de tour vandaag.. En dan die Genee…”
    “Hij heeft zich goed geweerd. Het schorriemorrie de mond gesnoerd.”
    “Alloy is een professional, zal door weer en wind de roep beantwoorden . De acht regels zijn een zekerheidje. Maar de jandoedel heeft zijn kantelmoment gehad. Die schenk ik niets meer. Hij komt er niet meer in. Het aanhangende gespuis zal dan ook wel wegblijven.”
    “Wat je gelijk hebt, Nelis. Wie aan Wilfred komt, komt aan ons.”

    [Top 3 algemeen orangement: 27. Mollema +22.55, 46. Ten Dam +39.39, 50. Minnaard +42.50]

    Etappe 8 za 8-7: Dole – Station des Rousses (187,5 km, bergen)

    [Calmejane de etappe, Gesink tweede, maar wat een verschil met Froome die geel houdt…] Herbertje van de Dag: ‘Bouhanni wordt gegangmaakt’. Mensen, hoe je ‘t ook zonnewendt of keert, de nachten lengen. Het loopt weer aardig richting de kerst. Je voelt moreel de kou al door je kleren trekken, en helemaal als je het hogerop zoekt, zoals vandaag heftig het geval was. Klinkt wat overdreven – het is juli niewaar? – en de eeuwige sneeuw is niet om de hoek, een gevalletje ver-van-m’n-bed, en de opwarming van de aarde daar nog bij, maar toch: vandaag hadden we de eerste bergetappe. ’t Is ‘t idee. Beelden van Smeets in z’n belachelijke Noorse trui dreigend op je netvlies. In zwartwitstijl de Polygoonstem van Philip Bloemendal die dingen roept als ‘Voorwaer, men had er verstandig aen gedaen, op andere gevoelstemperaturen geprepareerd, een tasch met winterkleedij op den bagagedrager mede te nemen’ en ‘Volgende halte is Station des Rousses: zonegrens’. Voor de ijlberijming van een en ander schakelen we over naar Alloy.”

    .
    ROEPT U MAAR

    “Eerste colletje!”

    Zo fietsen, hoog de berg op, niet ver meer van de sneeuw,
    is enkel voor wie af kan zien en vechten als een leeuw.
    Het gaat nu richting nulpunt. Je fietst niet voor je lol.
    Slechts één man is goed voorbereid: daar komt ‘de eerste col’.
    Hij hoort zijn maten lachen. Die trui! Niet áán te zien!
    Maar hoger op de ’kouberg’ wordt het menens bij min tien.
    ‘Nu moordt men om die coltrui’, meldt commentator D.
    Maar we zitten hier gezellig en we zitten hier okee.

    “Heb je ook glühwein, Nelis?” [hahaha]
    “Koek en zuipie.”[hahaha]
    Kan dat lachbandje even stopgezet?” [hahaha]

    [Top 3 algemeen orangement: 46. Gesink +14.58, 49. Minnaard +15.36, 56. Ten Dam +17.42]

    Etappe 7 vr 7-7: Troyes – Nuits Saint Georges (213,6 km, vlak)

    .

    “Na de inname van Troyes moest ‘het pak’ wéér 200 km vlak. Maar verbaal weet Herbert Dijkstra de dingen voor de luisteraars altijd geaccidenteerd te krijgen, d.w.z. zwaar klimwerk voor hen, qua moraal/moreel. Tussen het oeverloze geouwehoer over Bourgondische wijnen en kastelen was ‘De wind is grotendeels in de rug, dat betekent doorgaans makkelijk fietsen’ het Herbertje van de dag. Ducrots ‘Dat is ook wielrennen: dat je die afstand moet overbruggen’ mag eveneens vermeld. Ik sprak Roy Curvers vlak – ja, daar al vlak – voor de start. Hij zei dat de renners onderweg tegen de verveling vaak wat babbelen. Het gaat over van alles: het West-Romeinse Rijk op 4 september 476, de wet van Murphy, het brekende lusje van je jas aan de kapstok, een riskant voorover hellende Billy boekenkast, een amicaal elleboogje, een bananenschil, dominostenen, kaartenhuizen… Ha! Ik weet wel wat er zo in De Kantelaar geroepen wordt. Heb overigens elke dag enige voorkennis, dat had u al vermoed. Etappe: Kittel (tripel). Geel: Froome (tripel). Tweede viool namens Orange: Dylan Goenewegen. Na etappe 7 nog steeds gestrikt en het eervol strakke grijs om de schouders: Wilfred!!”

    .

    ROEPT U MAAR

    “Valpartij!”

    Het rijden van zo’n toertje gaat zelden schadevrij.
    Je zwenkt wat aan je stuur, en hop: massale valpartij.
    Je krijgt een flinke schaafwond. Nog erger, inderdaad,
    is krachtig over asfalt schurend richting prikkeldraad,
    zoals ooit ene Johnny. Vol butsen, japen, bloed
    – een pleistertje, een kusje – toch weer door met extra spoed.
    Dan dacht ik soms, terwijl er een Palm naar binnen glee:

    “Nou??”

    maar we zitten hier gezellig en we zitten hier okee.

    “Bingo! Slotregel fout voorspeld, Nelis.”
    “Doe maar een rondje voor de Orangevereniging.” [hahaha]

    [Top 3 algemeen orangement: 42. Ten Dam +5.04, 43. Mollema +5.23, 47. Minnaard +6.52]

    .Etappe 6 do 6-7: Vesoul – Troyes (216,0 km, vlak)

    .

    “De tour hield zich aardig op de vlakte. Dat vlakte de toppen van emotie om ‘de benen van gisteren’ ook iets af. Dat je zogezegd ‘geregisseerd’ kon huilen, om nog een kreet van het komische commentaarduo D&D te citeren. De Kantelaar ‘klom geregisseerd’ uit de krater die de Mooie Meisjes hadden geslagen. Vandaag vertrok de ‘tourkaravaan’ met kamelen en al uit Vesoul. Ik had gelijk dat lied van Brel in m’n hoofd. Zal het hier maar niet gaan zingen. Doe ik niemand een plezier mee. Laat anderen die Brel maar verder uitkauwen. Samengevat: Froome liet zich het leiderstextiel niet afschouderen en het triomferende, door het homerisch lamentabele Troyes feestelijk ingehaalde stalen paard werd in vastecameragenieke openheid bereden door de laatmiddeleeuwse Germaans duivels rappe velocipeeridder Kittel van Quick-Step Floors. Kijk, da’s de betere tourpoëzie. Worden de D’s al nerveus in hun hokje? Josse Ketting is de naam. Opkomend introductor. Commentaarpositie uiterst geheim. Ik krijg een teken van de regie. We gaan er even geregisseerd uit voor de boodschappen.”
    .
    ROEPT U MAAR

    “Moraal!”

    Verhalen met een boodschap, die hebben een moraal…
    En daaro-

    “Nee… De moraal in de ploeg! En tussen de oren!”
    “De man met de hamer tekkelen! Voor de gladiolen gaan!”
    “Uit een treintje springen!”

    Voor fietsers op een helling dacht u aan een moraal.
    Ik neig naar een vertelling, want daar hoort die dus normaal.
    Een ploeg heeft weleens renners, die steunen elkaar veel.
    Die mannen zijn dan kortweg ‘uit het goede hout, moreel’.
    Ik constateer niets ethisch in heel die wielersport,
    in treintjes niet, in klimwerk niet, laat staan bij Koen de Kort.
    Moraal is niet moreel, hoor…

    “…en koffie is geen thee!” [hahaha]

    Maar we zitten hier gezellig en we zitten hier okee.

    “Die moraal komt me bekend voor.” [hahaha]

    [Top 3 algemeen orangement: 42. Ten Dam +5.04, 44. Mollema +5.23, 52. Minnaard +6.52]

    Etappe 5 wo 5-7: Vittel – Planche des Belles Filles (160,5 km, aankomst bergop)

    “Vrroem, daar pakte Chris het geel. De trui, die naar andere schouders snakte, blijft by Sky. Thomas, het waren vier onvergetelijke dagen. Daar is de uitgang. Orange? Laurens werd 25e vandaag. Het ging naar… Plateau van de Mooie Meisjes? Laat Wilfred het niet horen. Dat er legendarisch mooie edoch betreurenswaardige meisjes achter steken die tijdens de Dertigjarige oorlog – zeg rond 1635 – op de vlucht voor Zweedse huurlingen liever vanaf dat 1148 meter hoge bergplateau richting de duistere Étang des Belles Filles (Vijver van de Mooie Meisjes) een wisse dood tegemoet sprongen dan in die wrede Zweedhanden vielen, dat alles zal ‘m worst wezen. Niet om hem als het ware gelijk bij die Scandinavische primaten in te kwartieren, maar Wilfred luistert bij zulks dubieus selectief: mooie meisjes, klaar. Roept u maar!”

    ROEPT U MAAR

    “Goeie benen!”

    Hij reed er volle bak in (bergop, was hem verteld),
    want Goeie Benen waren hem voor deze rit voorspeld!
    Hij had het niet begrepen. Men doelde op een meid
    daar boven op een bergplaat. Hij ging onder in de strijd.
    Gesmeten met zijn krachten. Dan klom het extra zwaar,
    met moeie benen hierzo en de Goeie Benen daar.
    Die schoonheid zelfs niet treffen… Het zat bepaald niet mee.
    Maar we zitten hier gezellig en we zitten hier okee.

    “Gezellig? Dit doet iets met je. Je wordt bedankt, Alloy.”
    “In één woord dramatisch.”
    “Diepe droefenis achterwaarts bergaf…. Retour de France.”
    “Geen goeie benen zien en dan sterven.”
    “Doe mij maar een Mort Subite, Nelis.”
    “Twee, Nelis.”
    “Een meter, Nelis.”
    ”Kop op, vrienden. Morgen lachen we erom.”

    .

    [Top 3 algemeen orangement: 43. Ten Dam +5.04, 45. Mollema +5.23, 53. Minnaard +6.52]

    .

    Etappe 4 di 4-7: Mondorf les Bains (Lux) – Vittel (207,5 km, vlak)

    “Geen noemenswaardig Orangenieuws. Valpartij, dat wel. Zal vast nog een keer geroepen worden in De Kantelaar. In het wielerjargon hangt trouwens een steeds penetrantere gasmeur. Kettingkletsers Dijkstra en Ducrot hebben het steeds over plankgas en gas geven. Soms zien ze, nog gedetailleerder, zelfs de gashendel opengaan. Of er een studie van het moderne fietsmechaniek is gemaakt. Er was toch ooit een Belgische cycliste betrapt met een ingenieus in het frame verborgen motortje? Gas: de nieuwe epo. Waar pensionado Smeets natuurlijk pas als laatste lucht van krijgt. Benauwd welke smeuïge tourfeiten de sneldichter weer bijeen weet te rappen. Wilfred, trap ‘m maar aan.”

    ROEPT U MAAR

    “Treintjes!”
    De toer kent steeds meer ‘treintjes’. Je wordt er knetter van.
    De kommentator (die niet spoort) komt telkens daarmee an.
    De favoriete speeltjes in zijn vokabulaar.
    Ze rijden dan, snap ik ervan, vooral niet náást elkaar.
    De regels lijken helder. Toch was er één die hing,
    omdat hij naar verluidt met het verkeerde treintje ging.
    Men trof hem op zijn fiets in een TGV-koepee.
    Maar we zitten hier gezellig en we zitten hier okee.

    “MET de trein de tour rijden? Dat mag dus niet.”
    “Heel goed, Nelis.”
    “Mensen, er valt een kwartje achter de bar!”[hahaha]
    .

    [Top 3 algemeen orangement: 64. Van Emden +2.02, 76. Teunissen +2.28, 81. De Kort +2.41]

    Etappe 3 ma 3-7: Verviers (Bel) – Longwy (212,5 km, aankomst heuveltop)

    .

    “It’s a Longwy to Tipperary. De dag na de vergroening bij Kittel sloeg Sagan in de massaal bevolkte eindsprint toe. De finale was het wachten waard, vond Herbert ‘bauwke’ Dijkstra. Of ik naar uitzending gemist keek. De ongelooflijke Thomas dus nog steeds in die muffe, geel uitgeslagen trui. Het ergste: de mannen van orange hebben weer niets laten zien. Maar niet langer gedraald. Tijd voor raprijmelarij van hoog allooi. Live over naar De Kantelaar, naar Wilfred, ons vershaantje-de-voorste.”

    ROEPT U MAAR

    “Attent voorin rijden!”

    Hij is een grote klootzak, gehaat door iedereen,
    van wie inmiddels heel het peloton denkt: fiets toch heen.
    Nou goed, hij trápt ook harder, die misselijke vent.
    Niet zelden racet hij ver voorin, da’s ergens toch attent.
    Probleem is dat het circus veel meer is dan zo’n rit.
    Dat als je ‘n bar wilt binnengaan, die bojo er al zit.
    Zo’n renner gaf je liever vandaag nog zijn congé.

    “Maar we zitten hier gezellig en we zitten hier okee!”

    Kom hier dat ik u kus.

    [Top 3 algemeen orangement: 64. Van Emden +2.02, 76. Teunissen +2.28, 82. De Kort +2.41]

    Etappe 2 zo 2-7: Düsseldorf (Dui) – Luik (Bel) (203,5 km, vlak)

    “Vandaag veel nattigheid, de gebruikelijke ‘treintjes’ en het ‘eerste colletje’ van de tour. De Portugese renner Cardoso was overigens betrapt op dopinggebruik en al voor de tourstart door Trek-Segafredo op non-actief gesteld. Geen zuivere koffie, dat Segafredo. Ploegmaten De Kort en Mollema, jongens van Orange, waren teleurgesteld. Contador was vooral verrast en wilde er niet te veel woorden aan vuilmaken. Vuil? Alberto niet? In 2010 moest de huidige kopman van Trek-Segafredo zijn tourwinst inleveren. Het schone woord nu aan raprijmer Wilfred.”

    ROEPT U MAAR

    “Het D-woord!”

    Het D-woord is een woordje, dat opent met die D.
    Lance Armstrong won er rondes op, hij won er zeven mee.
    Nou, ik voor mij heb liever een B-woord, goed getapt.
    Zo’n blonde met een schuimrand, waar een mens zo fijn in hapt.
    Want Armstrong kon het sjeken: zijn zeven zeges kwijt.
    Wie had dat kunnen denken in zijn gouwe ouwe tijd?
    En daarom ben ik heppie, in ‘t kroegie zo tevree.
    Ja…

    .
    “…we zitten hier gezellig en we zitten hier okee!”

    “Is everybody epo?!” [Yeah!]

    “Weet Smeets het nou nog niet? Mevrouw Van Zetten uit Tiel wél. En ze begrijpt het zelfs.” [hahaha]

    U bent een fantastisch publiek, mag ik dat zeggen?

    [Top 3 algemeen orangement: 7. Van Emden +0.15, 20. Gesink +0.31, 24. Roossen +0.34]

    Etappe 1 za 1-7: tijdrit in Düsseldorf (Dui) (14,0 km, vlakke tijdrit)
    .

    “Sagan 1629… Nóg langer geleden! De proloog was een tijdrit bij onze oosterburen. Er zijn weer, ondanks ‘die vermaledijde bocht’, historische tijden geklokt. Het damalsgevoel. Gladde groene wegen (‘Dylan op z’n Bylan’, ‘de Val van Verde’). Camerawerk van Leni ‘Triumph des Willens 19.35’ Riefenstahl en navenant fout commentaar van Herbert ‘treintje’ Díjkstra. Duitse tijden kortom. Overigens: voor ándere tijden in de sport schakelt u over naar het Olympisch Stadion in Amsterdam. Maar eerst naar café De Kantelaar in datzelfde dorp.”

    ROEPT U MAAR

    “Gele trui!”

    De allersnelste renner ontvangt een geel triko.
    Dat kan er dus maar één zijn en dat blijft ook verder zo.
    Het ging vandaag prologisch. In alle eenzaamheid
    (te Duizeldorp, da’s Duitsland) zette iedereen zijn tijd.
    Een Thomas kreeg de bloemen, de zoenen en die trui.
    Toch is de roem maar vluchtig en ik kan het weten, lui.
    Het wil nog weleens stormen, daar op die hoogste tree.
    Maar we zitten hier gezellig en we zitten hier…

    “…okee!”

    Dat kan béter, mensen!

    [Top 3 van het algemeen orangement: Van Emden +0.15, Gesink 0,31, Roossen 0,34]

    Etappe 0 vr 30-6: Proproloog café De Kantelaar (Ned) (19,3 m bier, vlak)

    ‘Vandaag precies twee dagen geleden verklaarde raprijmer Wilfred Alloy al sinds het werelduurrecord van Jacques Anquetil in juni 1956 (46,159 km) sportverslaggever Mart Smeets geen moment te hebben gemist in café De Kantelaar.’

    ROEPT U MAAR

    “De Tour!”

    De toer dat is een tochie, dat wielt langs berg en dal.
    Je hoeft ‘m maar te noemen en die lui pedalen al.
    Ze suizen door een straatje, ze zoeven om een plein,
    ze kruipen wat naar boven, pakken lachend een ravijn.
    Het komt van de Fransozen en heet ook Toer de Frans.
    Nou, hier wordt slechts geklonken op de mannen van ‘Orans’.
    Die arme Afrikanen doen meestentijds niet mee.
    Maar we zitten hier gezellig en we zitten hier okee.

    voorproefje ma 26-6: café De Kantelaar (Ned)

    de broer van de bekende willy alfredo – zeg maar de mart smeets van het cabaretwezen – bij elkaar ook wel de ellende uit de vorige eeuw genoemd – zet de familietraditie bij en voor ons voort. maar dan nu in een nieuw cult jasje. elke dag een aflevering om 1900 uur vanaf 30 juni – én interaktief:

    “Roept U Maar!”DE snelverzen van Wilfred Alloy elke dag op de pomvolg hier uw Tour d’Orange 1 t/m 23 juli 2017 elke dag om 1900 uur met een pro-proloog op vrijdag 30 juni als voorproefje:

    ROEPT U MAAR:
    .
    “Jos van Emden!”
    “Dylan Groenewegen!”
    “Koen de Kort!”
    ‘Bauke Mollema!”

    Allemaal tegelijk? Ahum…

    Waar and’re renners remden, trok hij juist extra door.
    Dus onze Jos van Emden ging er volle bak weer voor.
    Je had er ook die raakten de weg voortdurend kwijt
    (zo is het vaste prik dat Dylan groene wegen rijdt).
    Maar hoe het ook mocht wezen: die Koen kwam weer Te Kort.
    Het valt voor hem te vrezen dat het nimmer meer wat wordt.
    En Bauke was weer knudde. Als kwark zoals die ree…
    Maar we zitten hier gezellig en we zitten hier okee.

    .

Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.