Jolies Heij weer virtueel bereikbaar

Over elektrische typmachines & pickups

Columniste was een maand lang min of meer van de virtuele wereld afgesloten. Wat een heerlijkheid om de laptop uitsluitend als naslagwerk te gebruiken. Naar welk museum zullen we vandaag? Zoek even wat info over die citadel op. Door wie was de brug over de Drina ook alweer gebouwd? Komt bij dat ze zich in Bosnië niet druk maken – behalve over politiek en etniciteit – , dus deden wij dat ook niet.

Smartphones hebben ze er wel, maar die worden toch voornamelijk gebruikt om te bellen, veelvuldig en soms urenlang, op luide toon familietwisten opvoerend. Maar niemand die je de godganse tijd op het schermpje ziet koekeloeren, laat staan al append lopen of fietsen. Fietsen doen ze daar sowieso niet en ik weet niet of de app er al is gearriveerd. En wat is het nut van appen als je net zo goed kunt bellen? Van Facebook wordt wel gebruik gemaakt, voornamelijk om foto’s te plaatsen. Bij iedere officiële gelegenheid een haag van smartphones in de aanslag. Foto’s, vooral selfies, zijn immers statussymbool en een uithangbord van de schone schijn. De enige appende jeugd, die ik heb waargenomen, was in de bus op weg naar huis in de hoedanigheid van twee vloeiend Duits sprekende – en waarschijnlijk in Duitsland geboren – bosnische jongeren.

Je kunt er tenminste naar de weg vragen, dat lukt mij in mijn gebrekkige Servokroatisch ook nog wel. Hier is het al snel: heb je zelf niet zo’n smartphone? Ik las eens dat jongeren tegenwoordig veelal geplaagd worden door “contactangst”. Dan te bedenken dat ik vroeger al contactgestoord werd genoemd als ik met m’n neus in de boeken zat en even geen zin had om buiten te spelen. Of plaatjes draaide (ja, op de pickup!) op m’n met afbeeldingen van sterren dichtgeplakte kamertje. Toen moest je voor brood nog naar de bakker en je mond gebruiken in plaats van dat je het online bestelt zonder er een woord aan vuil te maken. Enfin, eenmaal teruggekeerd naar de moderne tijd komt er een hoop op je af. Een aanbieding voor een smartphonehoesje (ik heb geen smartphone), de hoofdredactrice van de wijkkrant die in de groepsapp de vergadering afblaast (ik doe niet aan appen, wat is er mis met de mail?).

Wat me nog het meeste ergert aan het onlinegebeuren is dat het offlineloket bij de meeste instanties is opgeheven. Vroeger ging je met een probleem of een vraag naar het gemeentehuis of buurtcentrum, waar je werd geholpen door iemand met verstand van zaken. Nu word je geacht om zelf alles online op te zoeken. En áls je al een ambtenaar in levende lijve aantreft, neemt hij achter de computer plaats met de woorden: even de site raadplegen – wat je net zo goed zelf thuis had kunnen doen. Nu ben ik erg opportunistisch als het om technologische ontwikkelingen gaat. Ik omarm de technologie zo lang het mijn leven vergemakkelijkt. Tijdens mijn studie had ik een administratief bijbaantje. Op kantoor stond een elektrische typmachine. Allemachtig! Geen geklieder met tipp-ex meer, geen nagelbrekend gehamer, maar een vederzachte aanraking. Al snel typte ik in de baas zijn tijd al mijn referaten erop uit.

De computer als tekstverwerker was nog geweldiger, want je kon hele lappen tekst zo maar met één klik laten verdwijnen. Facebook was de uitvinding van de 21e eeuw, want je kon erdoor in contact komen met vrienden in het buitenland, mensen van vroeger, bekende dichters. De wereld kwam een stuk dichterbij. Maar nu hou ik het niet meer bij. Urenlang ben ik bezig geweest om alle meldingen van de afgelopen maand te verwerken, waarvan ik de meeste heb verwijderd. Voor smartphoneverslaving ben ik niet bang, ik zou er meer niet op kijken dan wel. Geef mij trouwens maar het beeldscherm van laptop of computer, lekker groot en overzichtelijk. Het is mij een raadsel waarom mensen een postzegelschermpje in de hand hebben en een breedbeeldTV in de huiskamer. Ik krijg de gribus van swipen, om maar te zwijgen van die minuscule vlakjes, die met een lichte en behendige toets van de duimen aangeraakt dienen te worden. En al die toeters en bellen, wat moet ik ermee? Met appen is het vast net als met vergaderen: hoe meer groepen hoe meer er ter tafel komt.

Hoe meer tijd je wilt besparen hoe meer het kost. Neen, ik heb deze waanzin niet gemist, het optreden trouwens ook niet. Soms is het gewoon fijn om temidden van al het getetter stil te zijn.


Stad als museum

Ik liep door de stad, maar in deze contreien is iedere beweging
verdacht. Stilstaan is uitrusten, voorbode van de dood
in een land dat de kerkhoven koestert, graag namen
kerft, al is het in huiden of trommelvliezen.

Ik liep door de stad, de minaret stond galmend aan, iedere
keer een ander gebed, wist de plaatselijke moslim. Ik versta
geen Arabisch, zei hij, ik heb niet gestudeerd, maar ik weet
dat waar God verdwijnt Mammon in Zijn plaats verschijnt.

Ik liep door de stad, er werd een bandje met kerkklokken
afgedraaid. De bioscoop toonde een film van de aanslag met
stromend kersenbloed uit de buik van de hertogin. De filmmaker
bouwde met aluinen handen aan het décor van zijn Küstendorf

kwade tongen noemen het propaganda. Lopen is hier nooit neutraal
maar politiek. Ik liep door de stad als door een museum, op
schootsafstand van de beroemde brug over de Drina, oog in oog
met de schrijver wist ik, als ik omval ben ik niet alleen.

Jolies Heij

Share This:

U bent zelf een teamchef!


U bent zelf een teamchef!

de ene na de ander dient het veld te ruimen bij de politie. je vraagt je af hoe je daar teamchef wordt. de een spreekt over een totaal verziekte organisatie – vol racisme, macho, seksuele intimidatie en ander fraais. wat gebeurt er eigenlijk allemaal in die politie-auto-tjes. en wat wordt er eigenlijk bedoeld als je weer eens hoort dat er veel te weinig of bijna geen blauw op straat te zien is.

in ieder geval sneuvelt de ene na de andere teamchef. die van vandaag vanwege seksuele intimidatie richting een hoofdagente. ergens in de haarlemmermeer dacht ik te horen. bettie je moet om 11.00 uur even bij de teamchef komen riepen de collega’s daar vorige week nog in koor.

de teamcheffin – die vorige week in Leiden op NON AKTIEF werd gesteld door de korpsleiding (korpsleiding ahum) zorgde voor teveel spanningen door haar uitspraken over racisme en seksuele intimidatie. ik heb zo het angstige vermoeden dat daar in Leiden beter de korpsleiding op NON AKTIEF moet worden gesteld – op seksueel non aktief. in plaats van de teamcheffin die de wantoestanden daarachter publiek maakte.

Share This:

Karin Beumkes – mens en melodie op de maandag: ‘je ruikt naar parfum en naar pijn.’

Aloha maatje
Code geel voor het maandaggedicht.


Driften naar Dover

Je kerfde jouw droom in haar
en liet mij vallen als een bom
je verkoos jong vlees en minder ouderdom
het zou je meer en meer bevallen

mijn kamertje was leeg en stil
haar bordeel lag immers om de hoek
het rode lichtje deed je komen
de deur was open als een vloek

je bent onherstelbaar verbannen
niet omdat het kan maar omdat 
ik degene met het mes wil zijn
jij bent de Judas onder alle mannen

je ruikt naar parfum en naar pijn.



Muziek: First Aid Kit – My silver Lining https://youtu.be/DKL4X0PZz7M


Hou je taai
Karin

Share This:

ARIE VAN EGMOND wint de enig echte virtuele de stad – deze stad – in deze stad wil ik leven – voortleven en ten onder gaan trofee op pomgedichten – Petra Maria en Gerdin Linthorst zilver.


–>
bij het getoonde kunstwerk de prachtige stadsgedichten deze week. dank je wel catharina voor de inspiratie. amsterdam en leiden in een terechte belangstelling van de dichters geplaatst. de plaatsen waar dichters zo graag verkeren. waar een terugblik op het verleden in goede stadsaarde valt en waar ook de toekomst geleden kan worden. dus ergens tussen amsterdam en leiden ligt de waarheid de weg en het leven – maar dan wel  in amsterdam deze week. arie van egmond met een compleet gedicht – een droomgedicht bij het de werkelijkheid vervagende kunstwerk van de schilder.  goed getroffen door de dichter in dichtersdroom – door arie. van harte met het welverdiende goud. zilver en brons voor de dames deze week – laten we tweemaal zilver doen voor petra maria en voor gerdin linthorst – ook van harte natuurlijk. jij bent mijn nachtelijke dwaling lezen we bij petra maria én zij voelt de wind in al haar weefsels maar viert de teugels niet  – schrijft gerdin linthorst. JA – YESS – zó wil een man toegezongen. alle dichters natuurlijk dank je wel voor de mooie ingestuurde werken. hieronder een bossche bol voor arie mede namens jurylid bregje zonderland.


de hoed en de rand
 
 
het javaplein was het met zijn badhuis en borneohof
dat me vandaag een eindeloze droom van ooit inwreef
die van vertrouwde paden af tussen vreemdbouw
dijk en zee erachter herberg zeeburg als ik nu zie
 
zo in de jeugd de grens tussen de westelijke polder
en het vuige welkom van de stad te nemen
moeder op wasdag me uit het oog verloor
de lijnen van scholen kerken als douanekantoren
wreed een onschuldig nachtleven doortrokken
 
zo later de bastions
zolderruimtes her en der
 
gespuis vaag binnen de wal gebonden
nieuwwercks kroegleven met een opa
het omsingelde op antiquairsprenten
 
schillen herinneringen me tot de kern
en trekt het beeld voor het slot van de reis
wie weet eindelijk scherp
 
 
Aratrios


–>
we weten het ook niet arie. het kunstwerk brengt arie terug als het ware in een droom naar herinneringen in en uit zijn jeugd – we lezen over een badhuis, over een plein in amsterdam, over de bezochte zolders. moeders wasdag ook nog even gememoreerd. zo lezen we arie van egmond graag. dat we begrijpen wat we lezen. we lezen van het begin – hoe het in een droom… zodat het vorm en inhoud kan krijgen…. – we lezen van een einde – arie maakt zich op voor de laatste reis – en gelukkig is dát beeld nog niet scherp – blijven we in het gedicht – in die mooie droom ingekleurd met leven – een gedicht van de stad. het geleefde leven. een compleet gedicht. een droomgedicht.
  • Petra Maria – jij bent mijn liefste jij
  • Rik van Boeckel – De knotsoude Eik waakt over slapende boten
  • Frans Terken – in de schaduw van stil verlaten plekken
  • Aratrios – het javaplein was het met zijn badhuis
  • Gerdin Linthorst – zij voelt de wind in al haar weefsels maar viert de teugels niet.
  • Ditmar Bakker – “Rijm is passé!” beweren valse tongen.
  • Jolies Heij – in de groeven van het bestaan.
  • Anke Labrie in het café

wie wint de enig echte virtuele de stad – deze stad –  in deze stad wil ik leven –  voortleven en ten onder gaan trofee op pomgedichten? met als inspiratie een werk van catharina  deze week – http://www.cathelier.com/index.html – de stad waar dichters mooie momenten liggen waar dichters mooie momenten lagen waarin dichter wil doodgaan en vooralsnog wil leven. die stad – die momenten – die prachtige ervaringen met hem of met haar in die stad die onvergetelijke stad. we lezen zo graag van die momenten, van die liefde in die stad. u kent de regels: de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.



we zagen niets
 
rennend haalden we middernacht
het plein rond als de aarde
de klok de wijzers wij
het was een mooi soort groen
waar alle ego van echo was
we zagen niets, we sloopten gras
je wilde geen water om je af te vegen –

verbonden door de grond
draaien we door in eigen richting
als ik je hand aarzelend vastpak
moet die grond te voelen zijn
jij je hondje – in een hondje zit geen poëzie –
ik mijn hand die onbeholpen stottert
en toch nooit had ik meer

pom wolff
JIJ BENT

mijn straten
naar de oude markt
mijn kathedraal
beklom ik ooit je toren
tussen wolken
tegen blauw

jij bent mijn
nachtelijke dwaling
door verlaten straten
eenzame dronkaard
op mijn pad
naar huis

mijn wachtershuisje
bij de ophaalbrug
terwijl de boten
drijvend
langs de kade
mij befluisteren

ben jij mijn lust
mijn leven
tot ik sterf
jij bent
mijn liefste jij
jij bent mijn stad

Petra Maria

–>
een heerlijke opening deze week van de wedstrijd – we wandelen graag met petra maria mee – een verbeelding van een samenzijn. heeft ze het over mij? ja ze heeft het over mij. over de lezer zeg maar en de lezer dat ben ik. je bent mijn nachtelijke dwaling schrijft ze – ga door ga door – en je bent mijn lust en mijn leven schrijft ze. mijn liefste jij. ja hoor ik wil wel een nachtje wonen in die stad van petra maria. een bijna onontkoombaar gedicht – net genoeg ruimte om je eigen stad in de woorden – de woorden in – te denken. o ik zie ineens dat ik ook een eenzame dronkaard ben én een oude markt wel ja – ik blijf wel graag een consistent geheel! lieve petra.


STAD IN HET GROEN


De knotsoude Eik waakt over slapende boten
bladergeesten sprenkelen zoethout en hutspot
van gegronde mysteriën over de stad

Stad In Het Groen Plantsoen
Stad van Glinsterende Grachten
voorbij de Eik ligt ’n ander Rijk
de Stad van Flonkerende Gedachten

vogels zingen het ritme van de Natuur
kwakende stilte slaakt een diepe zucht
hoe een Burcht verrees boven de Rijn

Van der Werff’s standbeeld zal nooit boeten
voeten staan te lang stil
bij elke gril van de ontzette stad

feestvierders ruiken de haring van verre
schrijvers halen ’t hart op
vorsten en dichters studeerden af

de Nachtwacht geboren in de Weddesteeg
zag het licht van de geschiedenis
ontwaken in kathedralen van stand

Rik van Boeckel
28 september 2019
Leiden

–>
‘zoethout en hutspot’ dat moet leiden zijn. rik weerom in de stad der steden en we lezen een lofzang en een liefdevolle beschrijving – een klein poëtisch samengesteld geschiedenisboekje we weten wat we weten moeten. missen we alleen een beetje de wandeling voor 2 die petra maria ons hierboven aanbood en die de stad – elke stad –  romantisch inkleurt. ik bedoel op een gegeven moment gelooft ze het wel dat rembrandt daar en daar… en wil ze zoenen.
 
Vertrouwd terrein

Dolend door bekende straten
wacht om elke hoek vertrouwd terrein
een plein onder dundoek van parasols

aan tafels zit het schuim tot in de kragen
tikken glazen waarin je kopje onder kunt
je drijft op gelispel van het warme woord

niet dat je hoort waarover gesproken
maar het meer van stemmen
dat roezemoezend om je heen zwemt

hoe het leegte vult waar je van wegloopt
de schaduw van stil verlaten plekken
als een vloek grijpt het je bij de keel

je versnelt slalomt tussen lantaarnpalen
tilt de beide benen van de grond
zweeft op het dansen van het licht

alsof het je laatste gang is
de stad getekend en gevangen
waar je ieder dag voor zwicht

FT 28.09.2019

–>
in zekere zin lopen we mee met de hoofdpersoon die niet kan opgaan in een gezellig geroezemoes op een plein in een stad. die op die warme zomeravond voorbij gaat aan een vol terras – in iets van eenzaamheid gevangen. de leegte gevuld met geluiden die er voor de hoofdpersoon niet toe doen. hij of zij zou alle terrassen vol in de stad willen ruilen voor dat ene, het onbereikbare, we lezen over een pijnlijk gemis. hoe alleen je kunt zijn in een te volle stad.
 
Amsterdam

Hoog te paard berijdt
zij de woorden
zweept op tot zinnen
ketsend langs de gracht die
niet meer stinkt
anno nu.
Stadse vertakkingen woest
van dadendrang en de
bomen zoveel hoger dan toen.
Bij de tramhalte vangt de
travestiet met hardrode mond
haar blik
schikt zijn netkous en
grimt een glimlach vluchtig
als een vlinderslag.
Zij berijdt het kermispaard
voelt de wind in al haar weefsels
maar viert de teugels niet.
Volgt het doolhof van
sporen en momenten
langs oude gevels en
nieuwe eilanden van
opgespoten zand.
Haar plattegrond van
schijnbewegingen
de blauwdruk van
haar bestaan.

Gerdin Linthorst


–>
Gerdin onmiskenbaar  in 020 – het paard doet aan wilhelmina denken die ergens hoog op een paard de stad berijdt – heet de plaats des onheils niet damrak of zo. nou en als het konigin-moeder wilhelmina niet is dan is het wel een andere sterke vrouw. wellicht de dichteres die er een heel gedicht over doet om 2 regels van zeldzame schoonheid te plaatsen in een verder lieve tekst:
 
 Zij berijdt het kermispaard
voelt de wind in al haar weefsels
maar viert de teugels niet.


passievol dat mag gezegd. en als het ook dichteres zelf niet is dan lezen we hier over het kind in ons allemaal. zoals elk kind het leven begint op een kermispaard. voelt dat er leven in het leven zit – in een bestaan. blijkt het gedicht in wezen te gaan over alle vrouwen om ons heen – hun zoektocht langs oude gevels, de vooruitgang getekend in opgespoten zand.
 

Op Leiden

Al wordt de laatste platvloers weggezet
als oudheidkenner met bestofte longen,
de tweede als een langoureuze jongen,
de eerste als met romantiek besmet;

hun stad hebben ze alledrie bezongen:
een Bilderdijk, een Paaltjens, een Bastet…
Maar welk auteur schrijft thans nog een sonnet?
“Rijm is passé!” beweren valse tongen.

De meeuwen die het afval ’s ochtends scheiden
bezong men niet. Hun weerklank enkel die
van schitter op de Rijn—vervlogen tijden.

Toch rijmt mij die vergulde rêverie
van het vergeten, langgeleden Leiden
door dode barden, méér dan ‘k somtijds zie.


Van: Ditmar B


–>
we lezen over de jonge en toch al best belezen  romanticus die door zijn stad dwaalt – de eenzame lieve jongen die en passant de teloorgang van de poëzie, dat ongerijmd gedoe, sta mij o heer  één woordspeling toe  – leidzaam – ondergaat. ditmar bakker weet het altijd zo te draaien in zijn poëzie dat in ieder geval de moedergevoelens bij de meeste vrouwelijke lezers aangeraakt worden.
en ook de meeuwen worden niet vergeten. verder laat zich dit gedicht als altijd heel goed in een bedscene plaatsen – waarin de jonge dichter wordt opgedragen – op zijn knietjes – de woorden heel langzaam voor te dragen en een bestraffend en hard liefdespel na de 14 zacht uitgesproken klagende regels voor een heerlijk evenwicht zorgdraagt.
Wereldreiziger
 

Je vraagt me steden te noemen
om te sterven na Napels
te hebben gezien.
 
Ik heb in iedere stad een plek
tussen de stenen, in de groeven
van het bestaan.
 
Nergens gaan de honden liggen
overal schuimen blagen
trekken fanfares door de straten.
 
Ik draag de plattegronden
op het hart, memoreer ansichten
uit het hoofd.
 
Maar de stad die van ons samen is
moet nog worden gebouwd
uit piepschuim of van karton.
 
Ik was een toerist in de stad
die jij in alle haast hebt verlaten
je liet de poort openstaan.
 
 
Jolies Heij

–>
wat een toestanden toch weer waar zij zich begeeft. kind toch. en wat kan ze mooi schrijven over ‘de groeven van het bestaan’ – de stad ‘van ons samen’ is nog niet gevonden – is in zekere zin nog alleen maar een speeltje van dichteres. van bordkarton gemaakt. ik heb bij de poëzie van jolies heij heel vaak – eigenlijk net zo als bij ditmar bakker –  dat ik de poëzie terzijde wil leggen en de helpende hand zou willen aanbieden. maar ja voor je het weet beland je dan in bed. of dát de bedoeling is van de heer op een door hem gewijde zondagochtend is wel even de vraag hier in het redactielokaal. in ieder geval staat in het gedicht de poort nog open – lezen we . een gedicht met de nodige ontsluiting mag dit gedicht zo samengevat?


Eijlders
 
wie is niet naar Amsterdam gekomen
dorpscafé en nieuwbouwbar ontvlucht
om pleinen te ontdekken vol plezier
en kroegen vol met geestverwanten
 
sommigen boften en zijn hier geboren
de Westertoren en de grachten, overdag
de Albert Cuyp, maar vooral de nachten
de accu opgeladen na een middag Eijlders
 
met schilderkunst, muziek en poëzie
en wie daarna dan nog niet dansen kan
neemt het leven door met bitterballen
drinkt hier een glas tot in de late uren
 
voor mij ben je altijd een veilig hol geweest
besefte ik deze keer ineens voor ‘t eerst
toen ik op weg naar huis het Leidseplein op liep
waar ook veel dertigers het leven vierden
 
anke labrie


–>
amsterdam goed op de kaart gezet deze week. anke op weg naar een veilig hol – aan het leidseplein nouja in een zijstraat de kroeg die ook bij niet amsterdammers en vele  kunstminnenden geliefd is. anke beschrijft waar het goed toeven is met een bitterbal tussen de kunsten – de wijn of het biertje bij de bitterbal. de late uren een kroeg met geestverwanten. de titel als een gedicht.

Share This:

LISAN LAUVENBERG over leegte: ..voelen wat je mist en door het verdriet heen, de wolken willen raken…


in wezen maakt het niet meer uit
de doden leven hier nog even – op
en zij die leven
sterven zachtjes in mij uit
zo lijkt alles langzaam
alles leger


pw



Het was een onstuimige zomer, en nu is het een onrustige herfst.
Ik wil niet meer verlangen naar een zomer, die nu niet meer gaat komen.
Daarom ga ik stiekem een weekje naar de zon en niemand die me volgt.
Ik ga de zee opzoeken en onderduiken in helder fris en schoon water.
De Hollandse kust voldoet niet aan mijn verlangen naar mediterrane blauw.
De zee hier is vertrouwd en is voldoende voor een nazomerdag als het rustig is.
Bij de zee voel ik de liefde voor alles veel intenser.

Vele jaren geleden deed ik een belofte aan zee, dat ik altijd terug zal keren in oktober om het leven te vieren.
En ik vier het leven nog steeds, da na dag, jaar na jaar.

En nu is het bijna weer oktober, ik zocht naar een tekst van een paar jaar geleden, over afscheid nemen in oktober want opnieuw moet ik afscheid nemen van een dierbaar iemand, die er fysiek nog is, maar waar het afscheid al door heen glanst. Ik noem het glanzen omdat hij nog zo hangt aan het leven, dat elke zin haast een grapje is, dat uit alles liefde spreekt en hij zichzelf gelukkig prijst met zulke goede vrienden en dat zijn we ook. Alles is goed tussen ons, altijd geweest en dat zal het na zijn dood ook zijn. Alles is rustig.

Bij het zoeken naar de tekst over oktober vond ik een tekst van 2014, die ook over vriendschap gaat, want je weet pas dat je iemand mist, als die plots opduikt in je leven en een leegte vult waarvan je niet wist dat je die had.
En geen toeval dus dat dit gedicht precies 5 jaar geleden geschreven werd op 25 september.
Deze tekst is nu met verbeteringen ( hoop je dan) weer van toepassing op wat gaat komen en wat me gaat verlaten.


Leegte

We waren ooit
een onbeschreven
nog niet vervuld verlangen
een schip dat hangt
tussen golf en breuk.

We waren voorbestemd.
Het grote niets
bepaalde tijd en ontmoeting
het was in ieder van ons leeg

Het begon met durven
voelen wat je mist
en door het verdriet heen,
de wolken willen raken,
een ander toe te laten

in wat nog onbekend
is voor jezelf.

©lisan lauvenberg
25 sept 2014/2019

Share This:

DITMAR BAKKER geheel op DOROTHY PARKER – ‘En ik, niet jij, zal bang zijn in dat al.’

ditmar1

 

I Shall Come Back

I shall come back without fanfaronade
Of wailing wind and graveyard panoply;
But, trembling, slip from cool Eternity-
A mild and most bewildered little shade.
I shall not make sepulchral midnight raid,
But softly come where I had longed to be
In April twilight’s unsung melody,
And I, not you, shall be the one afraid.

Strange, that from lovely dreamings of the dead
I shall come back to you, who hurt me most.
You may not feel my hand upon your head,
I’ll be so new and inexpert a ghost.
Perhaps you will not know that I am near—
And that will break my ghostly heart, my dear.

[Dorothy Parker]

ditmar1
.

Ik Kom Terug

Ik kom weer terug zonder trompetgeschal
Of huilwinden of ijselijk gegil,
Maar trillend uit de Eeuwigheid, die kil
Een geest ontviel: vreemd, en ontheemd, vooral.

Terug zonder nacht’lijk knokencarnaval,
Verschijnen waar ‘k slechts wezen wilde, stil
In schemering en luwte van April,
En ik, niet jij, zal bang zijn in dat al.

Vreemd—wie mij ’t meeste zeer heeft toegedaan
Bezoek ik ’t eerst als dode: jou. Beloofd,
Wellicht als spook zo nieuw en onbekwaam
Dat jij niet eens mijn hand voelt op je hoofd,

Niet eens voor mijn nabijheid sensitief,
En dat breekt dan mijn spokend hart, mijn lief.

-x-

Ditmar

Share This:

VON SOLO en de rechtstaat: “een hart onder de riem voor onze yoga snuivers in 020: Wil je echt iets goeds doen, stop dan met benzine tanken…”



Deel 351. Rechtstaat

Mensen in Amsterdam die coke snuiven moeten zich realiseren dat ze het bloed van een onschuldige advocaat aan hun handen hebben. Die man is omgekomen door een aanslag op de rechtsstaat.
Harde feiten zijn dat er een vader van twee kinderen doodgeschoten is door een tiener die daarvoor beloond wordt door een man, die Nederland op grote schaal van coke voorziet. De reden hiervoor is dat er voor deze man andere wetten gelden dan die van ‘de Nederlandse rechtstaat’. Voor deze man geldt het recht van de wreedste. Het recht van de meest daadkrachtige. Geen geschreven wetten. Maar harde wetten. Bijna natuurwetten. Een rechtstaat op zich. Naast de papieren rechtsstaat waar wij in leven.

‘De grootste misdrijven ter wereld worden niet gepleegd door mensen die de regels overtreden, maar door mensen die de regels naleven’ (Banksy)
Wij worden in onze rechtstaat beschermd als scharrelkippen, als we tot de middenklasse behoren. Zolang we eitjes leggen door hypotheken af te sluiten en auto’s te kopen. De armen en de mindere klassen worden met velen in hokjes gepropt om te dienen als kiloknallers op consumptiegebieden als Primark, Action en McDonalds. Intussen betalen Shell en Unilever geen winstbelasting onder de regels van de rechtstaat. Worden giftige schepen onder gaten tussen rechtstaten rustig in Bangladesh op stranden gedumpt. Wordt de olie in Nigeria nog steeds rustig uit de grond gepompt, een ecologisch ramp achterlatend.
Als er voor elke scheepssloper of sloppenbewoner die de kanker sterft op zijn dertigste ten gevolge van wat onze welvaart en winst moet dienen, in het beschaafde westen een advocaat zou sterven, dan zou er geen advocatuur meer over zijn. Ook deze ‘voor-onze-welvaart-doden’ laten jonge kinderen achter. Maar halen nooit het nieuws als ‘echte mensen’. Feiten die dichtbij zijn, spreken natuurlijk altijd meer aan. En wat ver weg is, dat kun je wegrationaliseren of gewoon negeren. Of je kunt schermen dat daar andere wetten gelden. De wetten van de jungle. En dan zijn we weer thuis.

De huidige rechtstaat is op vele vlakken een werktuig van de heersende macht. Vooral daar waar het gaat om de juridische bescherming van grote belangen zoals corporate profit en onschendbaarheid voor de rijken. Dat alles gestoeld op die goede oude VOC-mentaliteit. Maar daar waar heersende machten elkaar raken, schuren verschillen in rechtstaten. Het vermoorden van een advocaat is in onze rechtstaat een aanslag daarop. In de rechtstaat van de straat is het een causaal gevolg van een begane overtreding. Het lichtpuntje in dit hele geval is, dat op Nederlands grondgebied de bureaucratische rechtstaat niet meer almachtig blijkt. Dat verklaart ook de ophef en het belang in de volksbeïnvloeding. ‘Blijf onze rechtstaat alsjeblieft trouw…’, smeken de slinkse paladijnen van de macht ons.
Een Robin Hood wil ik Ridouan T. niet meteen noemen, maar het komt er in overdrachtelijke zin wel het dichtste bij voor wat er nu rondloopt in dit land. Criminelen en motorbendes zijn, hoe verachtelijk ook, de laatste en meest succesvolle rebellen die er nog rondlopen. Tenslotte nog een hart onder de riem voor onze yoga snuivers in 020: Wil je echt iets goeds doen, stop dan met benzine tanken en eet geen appels meer uit Nieuw-Zeeland. Daar redt je meer levens mee, dan door te stoppen met coke snuiven. 
 

Share This:

VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!! Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

Tasje
POMgedichten presenteert de donderdag column:

VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!
Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

Ik ben soms net een wijf. Of een slak. Mijn halve huisraad sleep ik achter me aan. Elke dag. Schrijfboekjes, elektronica, pennen, kleurpotloden en gereedschap. In een tas. Die ik over mijn schouder draag en die overal mee naar toe gaat. Lang was een ouderwetse pukkeltas genoeg om alles te bevatten dat mee moest. Tot er een half jaar geleden ineens structureel een broodtrommel aan het assortiment werd toegevoegd. De pukkel was te klein en er moest een nieuwe tas komen…

 

Deel 109. Rugtasje

En toen begon de ellende. Vijfentwintig jaar lang had ik niet meer over tassen na hoeven denken.
Tel daar bij op dat ik wat praktische zaken ongeduldig kan zijn en een voorliefde heb voor snelle resultaten. Met andere woorden, er moest snel een oplossing komen. En dat lukte. Ik wilde weinig geld uitgeven. Daarbij had ik met mijn pukkel goede ervaringen. Dus belandde bij de dumpzaak. Vijf minuten en vijftien euro later stond ik weer buiten met een zwarte pukkel met twee zijzakken. De tas was iets ruimer dan mijn traditionele pukkel. Het canvas was echter twee keer zo dun. Er zat enkel een schouderband aan, maar dat hinderde niet. Na twee dagen gebruik kon ik concluderen dat ik best in mijn nopjes was met mijn nieuwe tas. Ik greep nog wel te pas en te onpas naar mijn oude pukkels als ik enkel een schrijfboekje mee wilde nemen, maar de nieuwe tas had zijn plaats veroverd.

Totdat de herfst recentelijk aanbrak. Pijpenstelen regende het. Zelf vind ik het niet erg om nat te regenen. Dat droogt wel weer. Maar mijn iPad, schrijf- en schetsblokjes verdragen dat een stuk minder. Nu was mijn dikke canvas pukkel altijd wel in staat geweest om de regen een half uur buiten te houden. Zo niet mijn nieuwe tas. Het dunnen canvas vormde geen match voor de relentloze slagregens. De oplossing was onderweg snel gevonden in een vuilniszak als bescherming. Maar dat was natuurlijk nooit de bedoeling geweest. Op dat soort punten ben ik net een soort Steve Jobs. Een ding is goed als het geen extra toevoegingen nodig heeft. Een iPad heeft geen toetsenbord nodig, want de toetsen zitten er virtueel al in. Alleen sukkels pluggen er nog zo’n toetsenbordje aan. Dat is vergelijkbaar met een hybride auto leasen voor de lage bijtelling en vervolgens alleen op benzine rijden, omdat dat zo lekker vertrouwd is. Maar dat terzijde. Mijn tas bleek dus niet geschikt als vriend door alle seizoenen. En dat is dus wel wat ik zoek in een tas. Dus moest ik verder op zoek.

En dan lijkt toch weer de volgende wetmatigheid op te gaan. Het lukt binnen vijf minuten, of het wordt een strijd van de lange adem. Een knock out in de eerste ronde, of dertien ongewisse ronden knokken zonder zicht op de zege. Momenteel vecht ik de zevende ronde. De eerste ronden heb ik overleefd. Specificeren op basis van ervaringen. Zoeken op internet. Mensen bevragen naar ervaringen met hun tas, zelfs onbekenden op straat en op het werk. Herspecificeren van de eisen op basis van beschikbaarheid. Keuzes maken. Merken selecteren. Herijken. Hoeveel wil ik uitgeven? Zoeken, vinden, overwegen, heroverwegen. Welke kleur zou er leuk staan? Toch weer terug twee stappen terug. Wat zegt mijn gevoel? Ik schat in dat ik intussen alles bij elkaar opgeteld een volle werkdag in uren besteed heb aan het zoeken naar mijn nieuwe tas. Zonder het gevoel te hebben dat het einde van de zoektocht in zicht is. Zo’n zoektocht waar je zoveel nieuws ontdekt, dat de tocht interessanter wordt dan het aanvankelijke doel. Intussen brengt de reis me wijsheid en nieuwe inzichten. Stiekem geniet ik er wel van. Dat in de intussen nieuw verworven wetenschap dat het aan het einde van de week altijd wel een keer Freitag wordt. Met die tas gaat het wel goedkomen.

 

 

Tasje

Lookin’ back on the track
for a little green bag
Got to find just a kind
or losin’ my mind
Outside in the night, outside in the day
Lookin’ back on the track, gonna do it my way
Outside in the night, outside in the day
Lookin’ back on the track, gonna do it my way
Lookin’ back

Lookin’ for some happiness
But there is only loneliness to find
Turn to the left turn to the right
Lookin’ upstairs lookin’ behind

Lookin’ back on the track
for a little green bag
Got to find just a kind
or losin’ my mind
Outside in the night, outside in the day
Lookin’ back on the track gonna do it my way
Lookin’ back on the track
for a little little green bag
Got to find just a kind
or losin’ my mind

Lookin’ for some happiness
But there is only loneliness to find
Turn to the left turn to the right
Lookin’ upstairs lookin’ behind

(‘Little Green Bag’, George Baker, 1969)

 

 

Deel 88. Intergalactisch
Deel 89. Wild horses
Deel 90. Eeuwige liefde
Deel 91. Boze Buurman
Deel 92. Het leed dat sociaal zijn en camperen heet
Deel 93. Carnaval Festival
Deel 94. Yes, we can
Deel 95. Het grootste geluk
Deel 96. Vluchten kan niet meer
Deel 97. Suicide Solution
Deel 98. De Afvallige
Deel 99. First time right
Deel 100. Haarfijn
Deel 101. Bukken
Deel 102. Womanizer
Deel 103. Onmogelijk
Deel 104. Quetzal
Deel 105. #zeghet
Deel 106. Waar zijn ze gebleven
Deel 107. Valt een eend van een flatgebouw en zegt…
Deel 108. Te vreten

www.vonsolo.nl

Share This:

U bent zelf een uitgesneden paling!


U bent zelf een uitgesneden paling!

mensen die iets te verkopen hebben weten altijd wat goed voor jou is én ook waaraan je zeker morgen zult overlijden als je niet dit of dat.  zo heb je ze van de lichttherapie, je hebt opruimcoaches, je hebt ze van de vitamines – nou ja je komt ze elke dag tegen. u ook. en morgen zijn we samen dood als we de boel niet naar hun behoren opruimen, het licht niet aandoen of hun pillen niet slikken.

ik verheug me al op morgen. nooit meer dit of dat. heerlijk. voortaan altijd lekker in het donker in mijn eigen troep. en niks vitamines. neen! slagroom, gevulde koeken, gebakken eieren met spek, hompen gatenkaas, uitgesneden paling. koekjes heel veel koekjes, van der laan laat zich in het donker goed eten, dozen met witte bonbons, alle gebakjes in het rijksmuseumrestaurant van holtkamp.

en je hebt ze van de politiek. die weten ook wat goed voor jou is. belasting betalen, pensioen afschaffen, geld betalen om je geld te stallen, fietsen alleen nog maar in hokjes parkeren, scootertjes tussen vrachtwagens en ander snelverkeer de weg op sturen. en je hebt ze ook nog van god. god weet helemaal precies wat goed voor je is. je laatste geld geven aan de kerk. en de kindjes aan de priesters. hoe Antoine Bodar er ook omheen lult.

Share This:

Merik van der Torren – Jan en de Govert Flinckstraat



Standpunt

Toen Jan uit de Govert Flinckstraat het zei,
riep ik: “Ho, stop, scheef!”

Vier mannen trokken de paal recht,
die uitzwaaide over het midden.
Met veel moeite hielden zij hem tegen
en duwden hem de andere kant op en weer
zwaaide hij uit, alleen niet zo ver deze keer.
En zo verder.
Het leek de slinger van een klok wel,
die steeds heen en weer beweegt
met steeds kleinere uitslagen.
Eindelijk stond de paal recht
en kon het heien beginnen.

Ook de volgende dag kwam Jan op de koffie
en zei die het weer.

Hoewel het zo scheef was als wat,
zei ik er deze keer niets van.

Al dat gedoe om het recht te zetten.

Merik van der Torren

Share This: