ARIE in EIJLDERS – hans mellendijk aan de erotische poëzie & heintje davids achter de bar

[Arie Arriveert 22.05.2019]

En vertrekt weer

Het was inderdaad Arie, Frau Heij, die stilletjes uit café Eijlders wegglipte. Voor slingerplanten kun je ‘m echter altijd wakker maken.

De Achterhoekse dichter Hans Mellendijk had mij gevraagd de feestelijke presentatie van een zwoelbontkromsprakig erotische bundel bij te wonen in het café waar de poëzietraditie nog steeds onstuitbaar door Vijftigersnazaten hoog wordt gehouden. Maar erg na zaten wij, herstel: zat ik, er inderdaad niet door.

Hans was een must. Ik was er al lang niet meer geweest. Ach, waarom eigenlijk niet? Eijlders was immers weer een warm bad. De streepbuikige man met strooien hoed die aan het eind van de bar een dichteres met zijn ogen uitkleedde, het mocht die speciale middag. Dienstdoenden als vanouds een eerlijk moeilijk ‘goedemiddag’ door de weg kijkende hartelijkheid murmelend. Het best op temperatuur was natuurlijk het Varsseveldse gezelschap waarvoor ik kwam, aan tafeltje… drie? Al decennialang had ik in het oosten dichterlijke, muzikale en theatrale evenementen mogen bijwonen, eraan mee mogen doen. Vrienden voor het leven die je zo af en toe ziet: Mellendijk, in de bundel geplaatst, de artsitecten Liesbeth en Theo, de theaterspelers Wout en Hermi… Verdomd, de krem de la krem van de Drom in de Korte Leidse dwarf! Ik kreeg beelden door van de Achterhoekse donderdagavonden, jaren tachtig, café De Doelen, of ‘Doorlam’ zoals wij toen zeiden. Baas Betty. Het begin van alles. Van de poëzie, van…. ja, van mijn eigen nazaten eigenlijk. Toen brak er wat.
Toch jammer dat Heintje Davids op zeker moment de bar ging bemensen. Ze bleek er nog steeds kinderachtig boos over dat ik, ruim drie jaar geleden alweer, het Bowielied zong dat zij zelf had willen zingen. En ik deed het nog wel in dezelfde spontane terts. Je kunt niet alles hebben.

O ja, Frau Heij, nog even over je ambtenareske ‘boaliekluivert’. Die bestond al in het Middelnederlands. Laat ik mijn stukje afsluiten met een gedicht dien aangaand –want genoeg geklets, niewaarniewaar? – van de dichter Arent Hendriksz B. Lix uit de bundel ‘Steechleven – Van seeckren eeu het viftiende jaer, ooc op gitarene leverbaer’.

DE ROTTIGE STEECH DES LEVENS

De statsmensch gaet somwilen groit ellendich doert bestaen.
Aenschouwt dan desen slobber, lijtsam schuyvend doer den nacht.
Hi can den slaep niet vatten, elc gheroesemoesch comt aen.
‘Heer Clepper, als ghi éénmael slechts met uwer ratel wacht!’

Het wil noch steets niet lenten…
Ach, volcslie sonder centen!

Lancs reten vol vuylaerdicheit, de graften vol met crenghen:
Hi gaet niet naer den lombaert, is ooc niets geen baelgiecluyver.
Wat valt er tegenwordich noch naer Ome Jan te brenghen?
‘Dan liever ter taveern met mijnen allerlaetsten stuyver!’

Het Sijn vol excrementen…
Ach, volcslie sonder centen!

De werclijcheit ghelost hangt hi sijn cloffie aen den capstoc,
Besien doer d’oude Wester, in den goet vertrauwden tent.
Het sal niet lang meer dueren of sijn hooft ligt op den hacbloc.
Dan comt na aller pine ooc aen dees ghebet een ent.

Om schult, vermeert met renten,
Ghehaelt door twie agenten,
Gheplaetst bi delinquenten…
Ach, volcslie sonder centen!

Share This:

Merik met Sara – Sara met Merik


Hoi Pom, de therapeutische activiteiten van mijn hondje Sara brachten me op het tekstje in de bijlage, voor pomgedichten, groet, Merik

Volgens Sara

 
Baasje heeft een vol hoofd.
Schimmen waren van oor tot oor,
ontmoetingen, grapjes gezichten.
Baasje heeft een vol hoofd
en ik ga dat hoofd leeglikken,
wassen die mond en die neus,
dat hij mij ziet, hondje Sara;
zijn er nog brokjes ?
Baasje heeft een vol hoofd,
maar ik was de schimmen weg,
Sara.

Share This:

JOLIES HEIJ – in Eijlders getuige bij het Minnezinnehuwelijk tussen Ria Westerhuis en Delia Bremer

Over veeltaligheid & slingerplanten

Het was zondag bij Eijlders een waarlijk feestje voor iedere taalliefhebber. De bundel Minnezinne in moerstaal werd gepresenteerd ter gelegenheid van het tienjarige jubileum van het Minnezinnehuwelijk tussen Ria Westerhuis en Delia Bremer. Erotische poëzie in de streektaal. Heb je in Utreg geen stadsdialect? vroeg Ria me maanden geleden al. Jawel, gaf ik, maar ik spreek het niet. Da’s iets voor de lage sociale klassen, ik ben grootgebracht met ABN. Toe nou, schrijf es iets in het Utregs, drong ze aan en ik was niet zo goed of ik moest aan de slag en met een taalgidsje uit de bieb in de weer. Wat een archaïsche begrippen je dan tegenkomt! Zo vind ik boaliekluivert voor ambtenaar nog altijd een hele leuke. Zo knutselde ik uiteindelijk wat in elkaar, wat ik op deze plek niet ga afdrukken, want ten eerste moet je het horen en ten tweede moet u de bundel vooral kopen, lieve lezer. Ik schreef net al dat ik ben grootgebracht met het ABN.

Op de Utrechtse Heuvelrug werd geen dialect gesproken, hooguit de boerse variant van het Utregs. Mijn ouders en de onderwijzers spraken allen ABN. Mijn moeder heeft als kind overal en nergens gewoond, ook in delen van het land waar ze met dialecten in aanraking kwam, maar in het domineesgezin was het verboden om de streektaal te spreken. Toen dacht men nog dat zulks het ABN zou schaden en een taalachterstand opleveren. Dat bleek een fabeltje, hoewel ik ook eens heb gehoord dat tweetaligen uiteindelijk beide talen minder goed beheersen dan monotaligen die in één taal zijn opgevoed. Aan mijn tafeltje bij Eijlders vertelde een drentse mevrouw dat ze in het Drents, haar moerstaal, een veel breder palet heeft dan in het ABN. Voor mij als monotalige is zoiets haast niet te bevatten.

Inmiddels was Jakko Fennek ook aangeschoven en ik haalde hem over om een gedicht van hem in het Zwitserduits te vertalen, ook een mooie taal en beter te begrijpen dan het Beiers. Ik spreek beter Zwitsers dan Duits, zei hij, voordat ik me bij Lausanne vestigde, zat ik in het duitstalige gedeelte. In Freiburg wordt er een nordalemannische variant van het Zwitsers gesproken, maar toen ik daarheen vertrok, was ik zo gewend aan het beschaafde Hoogduits van de universiteit dat ik het Badische nooit heb opgepikt. Nu deed ik dan maar Tineke Schouten bij Eijlders. Ik weet niet hoe het met u zit, lieve lezer, maar geen dialect zo lelijk en onerotisch als het Utregs. Het is de straattaal van de wijk C tokkies. Het Eijlderspubliek vond het kostelijk, net cabaret, maar dat is Tineke Schouten tenslotte ook. Nee, geef mij dan maar het Drents – of het Geleens. Dat is ook niet te verstaan, maar allemensen, wat klonk dat zwoel!

En daar had je Cartouche die ook een aardig woordje Limburgs meelulde, maar zijn spraak was dan wel weer redelijk te volgen. Hoe kan het verkeren, in Limburg heeft trouwens ieder dorp zijn eigen dialect. De mevrouw uit Geleen vertelde dat haar dialect weer lijkt op het Kölsch, het keulse plat, waar ik als germanist ook vrij weinig van kan brouwen. Drents, Twents, Achterhoeks, Zeeuws – dat is allemaal nog heel begrijpelijk, maar van het Fries versta ik geen jota. Het Ljouwerds – het stadse Fries – is voor ons Randstedelingen dan wel weer redelijk te volgen.

En natuurlijk mocht de Dichter des vaderlands niet ontbreken, die werkt zelf aan een bloemlezing in de streektaal, zo onthulde hij terwijl Delia verliefderig naar hem opkeek. En vanzelfsprekend is de afterparty aan de bar bij Eijlders, wanneer de rijkelijk vloeiende rosé Ria en Delia tot hitsige hoogtes opzweept, het allergezelligst. Met die ene stamgast die niet wist wat hem overkwam toen de dames hun liaantjes om hem heen sloegen. Ik had ooit een bevervrouw, stamelde hij, maar dat was een kouwe, hoor. Ze zei keihard tegen mij: Ritalin of eruit! Nou, toen heb ik haar maar lekker laten wegzwemmen. Zag ik daar trouwens Arie stilletjes wegglippen? Ach, misschien houdt hij gewoon niet van slingerplanten.


Ritalin of ruit (pantoum)

Ze zei, het is ritalin of eruit
ik zit geketend aan mijn dichtbevolkte hoofd
ik zie een vierkant soms aan voor een ruit
bij mij thuis is het nonstop kermis.

Ik zit geketend aan mijn dichtbevolkte hoofd
armen en benen doen vrolijk mee
bij mij thuis is het nonstop kermis
de toeters en bellen zijn niet te harden.

Armen en benen doen vrolijk mee
ik voel me een trekpop op tilt
de toeters en bellen zijn niet te harden
het is alsof er altijd wel iets breekt.

Ik voel me een trekpop op tilt
ik word uiteengetrokken en slecht teruggezet
het is alsof er altijd wel iets breekt
ik kan niets heel houden.

Ik word uiteengetrokken en slecht teruggezet
ik zie een vierkant soms aan voor een ruit
ik kan niets heel houden
ze zei, het is ritalin of eruit.

Jolies Heij

Share This:

Eilanddichter Texel feliciteert webmaster: ‘..slagroomtaart kejakkie in de koffie…’

en nog vele jaren

mijn god nu is ie
nog eens jarig ook
het is niet alleen
dat alles wordt
verpakt in poëzie

nee hoor kleffe slagroomtaart
kejakkie in de koffie
en iedereen naar binnen
tot de stoelen en
de ziektes op zijn

en dan maar zingen
dat er een jarig is
alsof nog niemand dat wist

ps met de hartelijke groeten van mw. beumkes ook

Share This:

Karin Beumkes – is er nog leven na duncan? – mens&melodie op de maandag



karin beumkes – dichteres van het gewonde leven – in haar mens en melodie op de maandag.
het is weer maandag geworden – we hebben het songfestival overleefd met zijn 5 miljoenen – 12 miljoen  keken niet en kunnen nergens over meepraten vandaag. duncan heeft gewonnen dames en heren duncan. en wat een verrassing. niemand had dit megasucces voor mogelijk gehouden – niemand durfde dit succes te voorspellen. natuurlijk waren er enige aanwijzingen. het land van de winnaar moet volgend jaar het megalomane lichtfestival organiseren. en elk land behalve nederland is uitgekeken op het songfestival: ook al omdat al die lampjes nogal ordi en minder duurzaam over het voetlicht worden gebracht. verder zijn al die allesbehalve spontane  gekken – ik bedoel de deelnemers – in geen land welkom. én wij hebben natuurlijk jantje smit en meneer maas die over elkaar heen buitelen en elk jaar maar weer in het openbaar klaarkomen – wel ieder voor zich – op Hun EIGEN Europees Songfestival. je blijft poetsen. en dit jaar had je dan ook nog de bookmakers. duncan had meteen al 30 procent van welke stemmen dan ook te pakken, 40 procent, 49 procent het hield niet op. maar ‘dan moet je het wel natuurlijk nog even tot waar maken’ hoorden we het schallen uit alle mikes. en DAMES EN HEREN 12 miljoen ONZE DUNCAN HEEFT HET WAAR GEMAAKT. de bookmakers kregen gelijk, maas en smit kwamen heel spontaan klaar, we bleven inderdaad poetsen. EN! YESS we mogen volgend jaar het europees songfestival organiseren. WIJ hebben het binnen gesleept – de poorten van de hel staan open. nederland is volgend jaar een verlicht land.
 
en nu beumkes met der beesten.

Uit de kronieken van een katje.



Ik die de tijd aanbied aan de dierenarts
hij is zo lief maar ik ben dronken
jij die in mijn kop kruipt, ik ben een vod
jouw waardigheid moet mij behoeden
ik heb ons noodlot voor je uitgefilterd
ik bezit gewoon geen knop
om je tot rust te kunnen manen op mijn radio

dit moment heb ik gerepeteerd
en nu dat dààr is ga ik verkeerd
en onderdanig met je om

je lijf is krom en ik ben je cipier
geef mij de sleutels van een kast vol drank
mijn kattenkind
mijn liefdesdier.


Muziek: Art Garfunkel- Bright Eyes https://youtu.be/cGyQmH9NZcw


Groetjes
Karin

Share This:

MARC TIEFENTHAL wint de enige echte virtuele er waren dagen bij die zusjes werden trofee op pomgedichten – zilver ERIKA DE STERCKE en brons JOLIES HEIJ

Jeanine de juryvoorzitter deze week


Goud Marc Tiefenthal
Zilver Erika Stercke
Brons Jolies Heij
 
 
Het moet gezegd  dat alle inzendingen vandaag  goud verdienen.  Ik heb ze stuk voor stuk graag gelezen en ik denk dat pom met grote tevredenheid alles tot zich heeft genomen. Een heus  eerbetoon aan de webmaster! 
Pom nogmaals van harte met je 66 ste verjaardag, we hopen nog heel lang van je te genieten.
 
 
Misschien, bedenk ik me,  moet ik wel geen edelmetalen uitdelen maar iedereen goud geven en pom een diamantje, een briljant geslepen groeidiamantje.

Fijne zondag mensen.
 
kuskus

lieve dichters – een eerbetoon aan webmaster was niet echt de bedoeling – maar heel graag aanvaard – dank jullie wel. de bedoeling was om het zusjesdagen gedicht van de dichter centraal te stellen in de titel – dat daar dan meteen een felicitatie bij geschreven werd is hartverwarmend. ik hoop dat onze bregje niet jaloers is geworden. ik ga aan de commentaren straks hoop ik bregje te ontvangen – die ongetwijfeld de woede van Cartouche hier zal aanwakkeren – hoe dan ook een goede morgen we hebben het wanstaltig songfestival weer overleefd (karel ten haaf niet).

  • Max Lerou zo’n dag die ruikt naar poëzie
  • Frans Terken Zo’n dag dat de fles openging
  • Petra Maria op zo’n dag dat je blijft
  • Rik van Boeckel Het was zo’n dag dat de levens langer werden
  • Cartouche De dag van het paard
  • Marc Tiefenthal Vandaag is het je dag
  • Erika De Stercke wij, kinderen van onze tijd
  • Jolies Heij de dagen zijn van glas


er waren dagen bij
die zusjes werden
hoeveel februari het was
maakte niet uit


én dagen
die nog dieper gingen
dan chomsky in de taal


dieper dan we later
durfden toe te geven


pom wolff

op zijn verjaardag mag webmaster wel een keer in het zonnetje, een blauw zonnetje – ach kijk toch hoe de 66jarige zijn best doet. iets met poëzie mevrouw. iets met blauw mevrouw. jawel. elke week een ‘wedstrijdje’ voor de liefhebbers hier op de pom. deze week over welke dagen zusjes werden? dat gaan we lezen mevrouw – van de dichters! dat moeten hele bijzondere dagen zijn geweest. wie wint de enige echte virtuele er waren dagen bij die zusjes werden trofee op pomgedichten?

de dichters kennen de regels:
de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.


hondsdagen

zo’n dag die ruikt naar poëzie
de rot zit erin
zo een dag

we zouden nog dit
we zouden nog dat
en er was nog merlot

de dag kleurde
het was een vredig rood
en sterk de geur van ijzer

ml

 
de wanstaltigheid van het songfestival beheerst het klimaat in deze kamer hier thuis nog – vandaag de muren maar even soppen. op FB ook het bericht van overlijden van karel ten haaf – vrij jong te jong voor poëzie – daar boven in het groningse een belangrijk figuur. het gedicht van max hierboven past in tal van situaties. een bijzonder gedicht. in 9 regels het leven beschreven – én de dood. en iedere lezer kan zijn eigen vierde strofe aanvullen afhankelijk van de situatie van bevinden, welbevinden of crematie. hier bereikt de poëzie van MAX wat mij betreft een hoogtepunt. 9 regels leven 9 regels dood 9 regels om hoe dan ook bij stil te staan.

jeanine:

ml
 
Fraaie hondsdagen, dit is wat ik denk.  Kort maar krachtig neergezet. Dat maakt dit gedicht.
 

Gisteren als vandaag

Zo’n dag dat de fles openging
en niet meer dicht
met de bodem in zicht almaar door-

drinken op de gezondheid van de gastheer
een krans van stralen om zijn hoofd
tot een boeket gebundeld

dat we het met bloemen schreven
flessen feestelijk aan lint gebonden
elk etiket een brevet van vermogen

we zochten er als altijd woorden voor
maar ze zingen ging ons beter af
je vlocht noten tot een melodie

hoe je elkaar om de hand vroeg
voor een dans dwars door de nacht
met de adem van weer een zelfde dag

FT 18.05.2019



frans met een prachtige aanmoediging – zo lees ik het gedicht – om door te gaan – het leven te nemen dag voor dag – zowel de verwondering als het alledaagse meegenomen door de dichter en neergelegd in lieve woorden – en mooi dat het met bloemen geschreven is. dank je wel en hoe frans de woorden boven de persoonlijke noot uit weet te tillen. planten ademen zuurstof de woorden van frans woord voor woord.

jeanine:
FT 18.05.2019
 
Wat een vriendelijk, soepel gedicht. Zo’n aaneenschakeling van herinneringen en zorgvuldig neergezette regels die de lezer voorzichtig naar de laatste regel leiden. Elk etiket een brevet van vermogen, ja, dat is meer dan mooi gezegd.

gefeliciteerd
met de twee zessen
wat een dag

van Petra Maria X

ZO EEN DAG

de uren zijn zo langzaam
dat het ritme van de krekels gedachten beheerst

de merel zingt te vroeg
en later breekt het lage licht
de wolken

op zo’n dag dat je blijft
want hier
is enkel zachtheid

Petra Maria



een droomdag beschreven en neergelegd in de zachte woorden van petra maria – er zingen merels, we horen krekels, we zien wat licht nog in de wolken. een schets licht aangezet een begin van een nieuwe dag – een schildering.

jeanine:

Petra Maria
 
In dit gedicht wordt de lezer verwend met een vakantiedag. Een dag die nog wat zal voortduren want de uren zijn zo langzaam. Heerlijk.
 

Van harte gefeliciteerd Pom en welkom bij de club op Route Sixty Six. Ik ben je al voorgegaan.
Hier mijn bijdrage aan de enige virtuele.

Groeten,

Rik


Route Sixty Six

Het was zo’n dag
dat de levens langer werden

stil staan met een Rioja
aan de zingende lippen

de zusters verteld
van de reizen samen

van de Dordogne naar Mallorca
Ibiza en terug naar Den Haag

‘Route Sixty Six’ het levenslied
gezongen door jonge profeten

het jazzcafé de poëtische entourage
van hardop dromende geliefden.

Rik van Boeckel
18 mei 2019


rik vertelt uit het land van de reislustigen. over wat mij allemaal te wachten staat. en dat ik de stoute schoenen alvast kan oppoetsen. dordogne, mallorca en ibiza: dat klinkt goed. er kan gedronken worden , gezongen en gedanst schreef de dichter ooit. gaan we doen rik. dank je wel!

jeanine:

Rik van Boeckel
18 mei 2019
 
Wat een leuke invalshoek om naar 66 te verwijzen. Even is het feest, weer feest of nee, nog feest.
 




De dag van het paard
(die zo lange tijd dubbelhartig weerwolf leek)
 
 hé, kijk daar die twee
paarden hoe ze sinds gisteren
hals aan hals staan – zij aan zij
de avond op zijn kant leggen
nu hier liggen

de dagen
op hun beste benen
handen voelen heining
de volbloed van flanken
op en neer gaan – omtrekken
 
van een tweespan in één adem
 een halfman – afloop van
entente cordiale – vervaldag
 als een onopzegbaar
pachtcontract
 
tussen paard en man
man en knaap
66 jaar

18-05-2019
Cartouche


ja zo staan ze – die paarden in goede verstandhouding – als in de eerste strofe beschreven. de observatie mooi  teruggebracht tot poëzie. cartouche moet gedacht hebben – we gooien er bij die wolluf maar wat juridische elementen tegenaan – en wat beesten uit de wilde natuur  – een contractje nog en ergens situeren we die wolluf – temidden van dit alles – meneer redt het wel en stelt zijn eigen poëtische maaltijd maar samen.

jeanine:

18-05-2019
Cartouche
 
De avond op zijn kant leggen, schitterende regel. Het is helemaal een fraai gedicht, al vat ik entente cordiale niet helemaal, een verdrag tussen man en paard hier?  Oh gut, straks, uiteraard als het weer te laat is, vat ik het waarschijnlijk en dan staan deze woorden hier. Dit is zo’n moment waarop tante uitkomst zou bieden. Als je er geen verstand van hebt moet je er gewoon  je mond over houden Brekje, zou ze zeggen. Maar ja, tante is er niet.
Misschien verwoord ik het niet correct maar ik denk het gedicht te vatten, ja hoor.
 

Wolfshand
 
Je zwaait met je hand,
het handje een hele hand geworden,
de huid getaand.
 
Je zwaait naar links,
je zwaait naar rechts
je glimlacht breed.
 
Vandaag is het je dag
ieder mag het weten. 
 
Je zwaait naar achter,
je geboorte ligt daar in de verte.
Je zwaait naar voor,
je dood ligt daar te naderen.
 
Je zwaait je dag in,
je zwaait je dag uit.
Waar zijn nu toch de meisjes? 



marc tiefenthal



een fraaie samenballing van wat het leven aan tijd de mens te bieden heeft. een levenslijn getekend – de meisjes niet vergeten. een zeer leesbare en hartelijke tiefenthal dit maal – dank u wel – op weg naar het einde in zeer leesbare woorden kort en majesteitelijk getekend.

jeanine:


marc tiefenthal
 
Prachtig Marc. Eenvoudig, helder, amusant en origineel.
 
proficiat met de jaartjes !! veel geluk en plezier

Levensloop

We rolden over het tapijt
in zelfgemaakte verenkleren

klommen over de stoelen
het waterpistool in de koker

zwierven tussen tafelpoten
een helm tegen de builen

er waren de veldslagen met
stompe zwaarden

wij, kinderen van onze tijd

huilbuien bij het verlies
overwinningskreten

in de tuin kwam centraal te
staan de vlag van groeien

hoe mijn broers als zusjes zijn
nu vroeger met vragen schudt

we kennen de grillen, buigen
ze naar begrijpen

onze jaren van wijsheid

Erika De Stercke



vroeger schudt met vragen – een regel die bij blijft. de kinderjaren tussen de tafelpoten beschreven – de weg naar begrip in een paar strofen getekend. nee rustig was het niet in huize De Stercke. veren, indianen, zwaarden en builen binnen en ook de tuin kreeg het stevig te verduren. lezen we. nu alles is vernaggeld en af en uit is geleefd – bijna onherstelbaar door de kindertjes De Stercke naar god is geholpen is de wijsheid ingetreden bij de familieleden – erika en der broertjes en zusjes. ik heb echt met vader en moeder De Stercke te doen. je gunt die mensen rust en een zalig nietsdoen . en wat kregen ze? dat lezen we hier – een zooitje indianen in de achtertuin.

jeanine:

Erika De Stercke
 
 
Alweer zo’n prachtig gedicht. Leuke, herkenbare beelden en herinneringen en het leest zalig.
van harte pom
al weet ik niet of ik te laat of er juist vroeg bij ben
66 is een heel mooi getal, alleen al door de dubbel 6
maak er wat van
hier mijn ode

onbezoldigde dagen

de dagen zijn van glas op zacht gras
achter je ogen het onbewolkte
onder je voeten de zee

de dagen zijn als een strand
waar je de badgasten kunt wegklikken
een wulps briesje likt aan je oor

de dagen zijn gerimpeld
maar het vel nog altijd van leer
buigen doe je niet

knappen doen alleen luciferhoutjes
parasollen waaien weg
glazen breken op de stoeprand

dromen rusten in een kuil
liggen geen strobreed in de weg
de rand is uitgestrekter dan je dacht

jij dobbert in het vaarwater
denkt niet aan aanspoelen
of hoe kiezels kunnen branden

Jolies Heij

 
‘de rand is uitgestrekter dan je dacht…’ deze filosofische regel laat ik vandaag eens helemaal op me inwerken. zo neem ik deze heerlijke jolies vandaag mee. het is een regel waar je een hele fles grandmarnier bij op kunt drinken – het is een regel die overal te zeggen is  – bij de albert heijn tegenover de kassajuffrouw – ze zal opkijken – in tuincentrum osdorp tussen de begonia’s tegen een juffrouw achter een volgestouwd karretje kleurrijke bloemenpracht – na het bedrijven van de liefde – de rand is uitgestrekter dan je dacht – al weet ik niet helemaal of dze regel dan een gunstige uitwerking heeft – hoe dan ook – jolies heeft de onbezoldigde dagen getypeerd en opgeluisterd met een regel die een leven meegaat.

jeanine:
Jolies Heij
Net als de eerdere  gedichten lees ik dit gedicht in een ruk door.
Het is erg genietbaar. De tweede strofe springt er voor mij uit, dat wegklikken van die badgasten bijvoorbeeld.  In de eerste regel zou ik er voor kiezen om ‘op zacht gras’ weg te halen.
 

Share This:

LISAN LAUVENBERG in BOB DYLAN deze week: laten we het leven vieren met wie er nog zijn – ‘And if there is eternity i love you there again.’

 
 
Weinig woorden deze week.
Er gebeurt teveel
Er gebeurt te weinig
Er zijn teveel Mensen gestorven.
Dus laten we het leven vieren met wie er nog zijn en vooral de liefde.
Nobelprijswinnaar Bob Dylan schreef dit prachtige lied. Poëtische tekst.
Er staan prachtige zinnen in. Het gebruik van één zo’n zin als liefdesverklaring zou al heel wat huwelijken opfleuren.
 
Mijn favourite :
And if there is eternity i love you there again.

Met een lieve groet aan allen die ook de liefde van vieren


“Wedding Song”

I love you more than ever, more than time and more than love
I love you more than money and more than the stars above
I love you more than madness, more than waves upon the sea
I love you more than life itself, you mean that much to me.

Ever since you walked right in the circle’s been complete
I’ve said goodbye to haunted rooms and faces in the street
In the courtyard of the jester which is hidden from the sun
I love you more than ever and I haven’t yet begun.

You breathed on me and made my life a richer one to live
When I was deep in powerty you taught me how to give
Dried the tears up from my dreams and pulled me from the hole
I love you more than ever and it binds me to this all.

You gave me babies, one, two, three, what is more, you saved my life
Eye for eye and tooth for tooth, your love cuts like a knife
My thoughts of you don’t ever rest, they’d kill me if I lie
But I’d sacrifice the world for you and watch my senses die.

The tune that is yours and mine to play upon this earth
We’ll play it out the best we know, whatever it is worth
What’s lost is lost, we can’t regain what went down in the flood
But happiness to me is you and I love you more than blood.

It’s never been my duty to remake the world at large
Nor is it my intention to sound a battle charge
‘Cause I love you more than all of that with a love that doesn’t bend
And if there is eternity I’d love you there again.

Oh, can’t you see that you were born to stand by my side
And I was born to be with you, you were born to be my bride
You’re the other half of what I am, you’re the missing piece
And I love you more than ever with that love that doesn’t cease.

You turn the tide on me each day and teach my eyes to see
Just being next to you is a natural thing for me
And I could never let you go, no matter what goes on
‘Cause I love you more than ever now that the past is gone.

Writer(s): Bob Dylan “Planet Waves” (1974)

 

 

Share This:

Abraham Von Solo: ‘Het feit dat het om varkens gaat en niet om mensen, is de dunne lijn tussen een varkensboer en een kampcommandant.’

Deel 337. Schouderham

‘Dit is één van de bedrijven die ons voorzien in ons dagelijks voedsel. Dat moeten zij kunnen doen zonder continu over hun schouder te hoeven kijken en geïntimideerd te worden’ (Minister Schouten van Landbouw)

Giel Beelen betitelt de dierenactivisten die een varkensstal bezetten als terroristen, die van andermans spullen moeten afblijven. De pers volgt graag de onheilstijdingen van het LTO, dat de activisten er nu voor zorgen dat alle varkens geruimd moeten worden, omdat de activisten allerlei ziektes meegenomen hebben. Alle vingers wijzen maar één kant uit. Activist is illegaal is terrorist is niet normaal.

In een stal in Haaren stikken 1200 varkens. Door een defect in een ventilatiesysteem kwamen de beesten in een van de stallen zonder lucht te zitten. Ingrijpen was niet mogelijk omdat er geen toezicht was. De verzorging van de dieren verliep geautomatiseerd. Het is de tweede keer in relatief korte tijd dat een dergelijk incident zich voordoet. De stal is eigendom van een Brabantse familie die een consortia van grote varkensbedrijven runt. Niet toevallig ook de eigenaar van het bedrijf dat afgelopen week in Boxtel is bezet.

Als je omspringt met leven als een consumptieartikel, degradeer je de waarde tot een paar euro per kilo. Als je kinderen van hun moeder weghaalt na drie weken om vervolgens vijfentwintig weken later, na een martelperiode in een betonnen kist met Ledverlichting en vervolgens vergast en in stukken snijdt, dan toon je aan gevoel voor ethiek te hebben. Mensen als Giel Beelen hebben ook liever dat dat soort dingen zich afspelen ver weg van de stad in geblindeerde schuren. Gewone mensen. En probeer je er wat aan te doen, dan ben je een terrorist.

Persoonlijk vind ik dat dit soort mensen, die dan misschien in dienst mogen staan van ‘de voorziening van ons dagelijks voedsel’ wel degelijk over hun schouder mogen kijken, hoewel ik betwijfel of ze zich geïntimideerd voelen. Ik denk dat dat gevoel zulke mensen niet gewoon is. Het feit dat het om varkens gaat en niet om mensen, is de dunne lijn tussen een varkensboer en een kampcommandant.

Het is hoe wij met de wereld om gaan. Als mensen.

Share This:

Merik van der Torren vandaag bij de GAll&GALL


Hoi Pom,
 
Bezoek aan Gall en Gall bracht me het tekstje, groet, Merik
 

Bij Gall en Gall

“Is die droog?”

“Nee, hij is vol.”

“Is hij dus zoet ?”

“Nee, dat zei ik niet, hij is vol.”

“Wat heeft u een mooie ogen en

die bloem in uw haar

en dan dat maffe hoedje,

doet u maar zes dozen van zes.”

Share This:

Jolies Heij: “Ik ben dichter, schrijver, performer, troubadour, columnist, dus ik schrijf van alles.”

Over voorschriften & kwinkslagen

Laten we het eens over genretjes hebben, lieve lezer, de splijtzwam bij uitstek om elkaar vanuit diep uitgeholde loopgraven te bevechten. In dit land is men verzot op hokjes en dus ook op genre-aanduidingen. Wat voor teksten schrijf jij? is de aan columniste meest gestelde vraag na: Waar gaan je gedichten over? Over de liefde, antwoord ik dan meestal maar om er snel vanaf te zijn. De andere vraag laat zich zo makkelijk niet beantwoorden. Vaak mompel ik iets als: Ik ben dichter, schrijver, performer, troubadour, columnist, dus ik schrijf van alles. Strict genomen is dat ook zo. Nu kreeg ik afgelopen weekend, toen ik vertelde dat ik óók langere teksten met een humoristische kwinkslag schrijf, voor het eerst de vraag: Schrijf je cabaretteksten dan? Tja, hoe moet ik mijn teksten, die ik op de duitse Bühne breng, eigenlijk omschrijven? Een tekst van vijf minuten over een persoonlijk of maatschappelijk thema die meandert tussen poëzie, spoken word, storytelling, pamflet en column? In Duitsland hebben ze overigens totaal geen last van de dwangmatige scheiding der hokjesgeesten, je gooit gewoon een stuk of wat genretjes op de grote hoop en je hebt een tekst.

Nu heb ik altijd al een pesthekel aan hokjes gehad, als kind en als jongere in een tijd waarin de zuilen nog niet ontmanteld waren, zat ik al liever bij de katholieken dan bij de gereformeerden in de kerk. Tevens heb ik een broertje dood aan dogma’s, dus die ga ik al helemaal niet toepassen in iets wat voor mij het bastion van vrijheid is, namelijk de kunst. Ook in mijn poëzie bedien ik me van verschillende versvormen en genres. Het mooie is daarbij altijd dat de inhoud van het gedicht als vanzelf naar de vorm gaat staan, óf dat de vorm zich aan de inhoud aanpast.

Dat ik overigens voor het wedstrijdje op de Pom “dwangregeltjes” van tweeregelige strofen hanteer heeft alles met die beperking van twintig regels te maken. Die laat zich het beste in een strakke vorm vangen. Trouwens, is Jean Pierre Rawie, Robin Veen of Simon Mulder ooit van het “dwangsonnet” beticht? Nog zo’n heerlijke haarkloverij voor scherpslijpers: het vormvaste of het vrije vers. En als het vormvast is, moet het precies volgens de regels, want we blijven immers steile calvinisten. Uit een uitzondering op de regels zou zo maar een nieuwe versvorm kunnen ontstaan, sterk homeopatisch verdund weliswaar. Zoals er in vroeger tijden bij ieder bijbeldispuut een nieuwe kerk verrees. Nee, ik waagde me liever niet in dat mijnenveld, geef mij maar het vrije vers.

Hoewel ik er eens door Robin Kerkhof van ben beticht een modern sonnet te hebben geschreven, maar dat 4-4-3-3 schema was uit praktische overwegingen ontstaan, want het oorspronkelijke gedicht van vier strofen van vier regels werd door de redactiewegens ruimtegebrek te lang bevonden. Het gekke is dat ik bij het vertalen juist wel van vormvastheid hou, het geeft me houvast, of juist vrijheid, want als de vorm onderhavig is aan de inhoud (is ook een keuze, zoals de vertaler er legio heeft), kun je meer sjoemelen met de tekst. Afgelopen weekend volgde ik een pantoumworkshop, want ik wilde ook wel eens leren hoe het nou echt moet.

Bovendien ben ik dol op de pantoums van Merik en Mirjam. Maar dat pantoum bleek van voorschriften aan elkaar te hangen, natuurlijk in een handboek opgetekend door onze nationale verzenbakker drs. P. Zo ongeveer iedere zin moet beginnen met een “ik” op gevoelsniveau: ik ben, ik sta, ik zie, ik voel. O gruwel, m’n hele zielenleven op papier blootgelegd! Dat krijg ik bij de psychiater al niet voor elkaar, laat staan in de poëzie. Het resultaat was dan ook een voor mijn gevoel vreselijk sentimenteel gedrocht, dat bol stond van de cliché’s. Die cliché’s kunnen we wel hebben omdat het bouwwerk tenminste stevig staat, luidde het milde oordeel van mijn medecursisten. Bij jou komen de herhalingen goed tot hun recht. En anders doe je het als ik, zei cursistenleider Fred Penninga, zo moest ik voor de wijkkrant een gedicht over het belastingkantoor schrijven. Toen ben ik in het staketsel van een gebouw gekropen. Dat liet ik me geen twee keer zeggen. En schreef diezelfde avond nóg twee pantoums.

Guur lichaam (pantoum)

Er zoemt een gonzende lente in mijn hoofd
ik sta in het ontluikende bos
ik zie een goed gevulde, wulpse boom
de wind strijkt door bladeren als m’n haar.

Ik zie een goed gevulde, wulpse boom
hij doet me verlangen naar een lichaam
de wind strijkt door bladeren als m’n haar
de streling schuurt m’n huid.

Het doet me verlangen naar een lichaam
er is een ontblote kou die alleen doet zijn
de streling schuurt m’n huid
het is alsof ik met schilfers ben bedekt.

Er is een ontblote kou die alleen doet zijn
ik voel me een wapperend skelet in de wind
het is alsof ik met schilfers ben bedekt
ik trek m’n schubben uit en dans.

Ik voel me een wapperend skelet in de wind
ik zie een goed gevulde, wulpse boom
ik trek m’n schubben uit en dans
er zoemt een gonzende lente in mijn hoofd.

Jolies Heij

Share This: