lekker kissebissen met jolies heij – 84 dichteressen in het baksteen- en asfaltrijke Bos en Lommer vliegen elkaar in de haren

Over cocktails & oiko

Columniste op een gala met 84 dichteressen in het baksteen- en asfaltrijke Bos en Lommer. Het leek wel een samenkomst van heel literair gereformeerdkatholiekmoslima vrouwelijk NL. Kijk, daar had je de zilveren dos van Diana Ozon en daar de dasspeld van Simon Mulder, o nee, die kwam alleen iets uit de kleedkamer halen, die kwam net uit de vorige voorstelling waarin hij de Gilgamesh had gelezen. En daar had je het alpinopetje van Cathelijne die de galajurk zwierig over de spijkerbroek had gesjord. Geweldig, wat een statement maak jij, zei Aurora, wijzend op mijn kloffie van spijkerbroek en slobbersweater. Ik mompelde iets over drukdrukdruk en glad vergeten, bovendien ben ik al het hele weekend on the road en niet in de gelegenheid geweest om mijn galajurk uit de mottenballen te halen, maar de volgende dag zei mijn huisgenoot mij: Ik wilde niet mee als jouw introducé in galapak omdat ik een trauma heb van het jasje rippen bij de studentenvereniging. Had je me dan niet kunnen helpen herinneren? riep ik verontwaardigd, nu werd ik er godbetert van verdacht een statement te maken, of erger nog, de aandacht te trekken.

Vier regels moest iedereen tijdens de dichtmarathon voordragen, ik deed het kwatrijn waarmee ik in Eindhoven een fles biologische wijn had gewonnen, iets met een vaatkwast en afdrogen, waarvan – vreemd genoeg – juist de weinige mannen in de zaal het meest gecharmeerd waren. Er was een afterparty met wel erg luide muziek in de foyer. Desondanks raakte ik aan de praat met de bosnische presentatrice. Ben je moslim? vroeg ik belangstellend, aangezien haar naam niet zo moslim klonk. In Bosnië valt meestal uit de naam op te maken of iemand moslim, katholiek of orthodox is. Deze vraag werkte echter als de spreekwoordelijke rode lap op de stier bij een andere jongedame die ineens uit het niets leek opgedoken.

Wat zeg je dat moslim geringschattend, blies ze. Normaal gesproken ga ik dit soort heikele discussies uit de weg, maar ik had van mijn consumptiebonnen al een cocktail en een bel wijn achter de kiezen, dus ik voelde me vrij om mijn licht eens op dit onderwerp te laten schijnen. Luister eens, gaf ik, het gaat mij niet om de islam, maar om religie. Zelf ben ik van gereformeerde huize, maar ik heb het geloof vaarwel gezegd. Ik ben niet anti-islam, ik ben antireligie. Je moet jouw gereformeerde trauma niet op de moslims projecteren, brieste de dame. Nogmaals probeerde ik uit te leggen dat ik niets tegen islam of moslims in het bijzonder heb, maar wel tegen religieus vertoon in het algemeen als hoofddoekjes en schetterende minaretten. Ik draag niet eens een hoofddoek! riep ze verontwaardigd. En waar haal je het idee vandaan dat ik gelovig zou zijn? Dat heb ik niet gezegd. Nu viel ik werkelijk uit alle wolken, zoals de Duitsers zeggen. Waarom voelde ze zich aangesproken, zelfs beledigd door mijn vermeende geringschattende uitspraak van het woord moslim als ze niet eens gelovig was?

Ik spring als atheïst toch ook niet voor “mijn” gereformeerden in de bres? Laat ze toch lekker branden in de hel, die fundamentalistische zwarte kousen. Als er morgen een Mohammed opstaat die het in z’n hoofd haalt om gereformeerden uit te sluiten of zelfs te vervolgen, zeg ik: Ga gerust je gang, ik voel me niet aangesproken, ik ben atheïst. En als je me alleen daarom dood wilt hebben, bekeer ik me wel tot de islam. De islam is mijn cultuur, zei de dame hierop. Nee nou werd ie helemaal mooi! Moest ik mij dan maar identificeren met mijn calvinistischnederlandse cultuur, het oiko van Thierry? Het was mij inmiddels wel duidelijk, deze discussie was volstrekt heilloos. Werd ik me daar als linkse kosmopoliet met allochtone (moslim)vrienden weggezet als een enge, witte, racistische, nationalistische, islamfobische extremist!

Getergd tot op het bot verliet ik het feest. Ik heb er een potje om moeten janken, lieve lezer, toen ik op dat naargeestige station Sloterdijk op mijn trein zat te wachten. Dit doet pijn. Ik zal nooit meer iets over moslims zeggen. Ik zal doen alsof ze er niet zijn. Ik zal stiekem dromen van Thierry’s 1880, toen er nog geen enkele moslim de Middellandse Zee was overgezwommen. Maar bovenal zal ik geen cocktails meer drinken.

mallarmé met de hollandse slag

mijn trein rijdt glorierijk achteruit in blauwzilvervlootvaart
tot hij vanzelf stoomlocomotief wordt, ik heb geen haast

om bij jou te geraken, ik zoek liefde enkel in meervoud
geven is nemen, ik besta dankzij jullie adoratie in overvloed

alle rivieren stromen naar mij toe, ik is het beginpunt
de toekomst een ver verleden toen er op het gymnasium

nog met latijnse linealen op vingers werd getikt, uilen minerva gedoopt in 1880 droomjaar toen er nog geen grenzen waren

alleen volkeren die het schaamteloze bloed met elkaar deelden
de dandy was het heertje, al lag hij laveloos in de goot

en opium was vrij verkrijgbaar, het oiko geen fobie, want er was niets
buiten het eigen in een wereld die het heelal leek, de tijd

een oceaan, we waren honkvaste slakken met voelhorens voor het bekende
tot oorlog alles verpestte en tsunami’s veroorzaakte

van vreemde volkjes uit het zuiden, hun g was van fluweel
ze aanbaden nog een vrouw ook, sloegen een denkbeeldig kruis

mijn voorbeeld is mallarmé, we verkopen allebei woorden
frans deftig is mijn naam, bijna was ik dichter geworden

Jolies Heij

Share This:

Karin Beumkes – M&M op de m – ‘ik geef je aan de vrede…’

Ik geef je aan de vrede

Er bestaat geen beter contrast
dan winter en zomer tegelijkertijd in een veel te zoete lente.

Het is ook goed zo. Suja suja ssss.

Ons huis is schoon en de geest die deze plaats bewaart
noemt zich zonder meer charmant.
Het is gedaan zo. Suja suja ssss.

Mijn dode zuster staat vlak voor je, alvast te stralen
in de gedaante van een schone mooie fee
en de oom die zich verdronk in zee staat
vanuit de stille sloep te schallen:

zeeman zeeman, ik vang je op.
Daarom geef ik je terug aan de vrede
opdat je wegrolt als de donder
als het onweer en dan stopt.

Muziek: Rod Stewart-I am sailing https://youtu.be/FOt3oQ_k008

Liefs en groetjes,
Karin.

Share This:

o wonderschoon blauwzilver water – o eenzame roeier waar heen? waar toe? waar voor? Erika de Stercke wint deze week de enige echte virtuele blauwzilverwater trofee op pomgedichten – Cartouche zilver – Petra Maria & frans Terken brons

de winnaars zijn vandaag niet moeilijk te bepalen – de volgorde van het eremetaal des te moeilijker. duidelijk is dat op deze zilverblauwe zondagochtend erika de stercke, cartouche en het aanvullend dichterschap van petra maria & frans terken de winnaars zijn. erika met een rond gedicht en die prachtige spatten uit het verleden die hem zo zwaar vallen. cartouche met een ronduit verwoestend verzetsgedicht over die buikslootvogel:
‘hij zal likken van zijn eigen braaksel tot hij van honger vergaat
en het hier nieuw geboren dichtersduo petra maria&frans terken – vanaf vandaag tussen het blauw en het zilver. ach het is arbitrair – dank aan alle blauwzilveren dichters – laten we het houden bij deze volgorde hierboven.
erika goud, cartouche zilver en petra maria& frans brons

  • Petra Maria: het regent lichte spijt
  • Rik van Boeckel roeit dagen uit de tijd
  • Marc Tiefenthal Eerst schuimden we het strand af
  • Frans Terken in antwoord op Petra Maria
  • Cartouche over deze almaar populairder alt exoot in arendswaan getooide blauwbilgorgelende dwarsfluitblazer
  • Erika De Stercke hij buigt zijn hoofd veegt de spatten uit het verleden weg
  • Jako Fennek keer om dwaas, keer om
o wonderschoon blauwzilver water – o eenzame roeier waar heen? waar toe? waar voor? wie wint deze week de enige echte virtuele blauwzilverwater trofee op pomgedichten?
u kent de regels:
de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen tot zondag eenmalig voor 9 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.

en al dat water
moet nog terug vandaag
naar engeland

het is bijna eb
ik weet het

pomwolff

het regent lichte spijt
op je regenjas

de mijne is al lang
doorweekt

bij de oever van het meer
volgen we de watervogels

en met de kraaien
ben je bijna bevriend

als de kachel brandt
en alles droogt
besef ik

koester hem maar
de regen

want in wezen
zijn we vandaag
vertrokken

Petra Maria

blauwzilver water – o eenzame roeier waar heen? waar toe? waar voor? wie wint deze week de enige echte virtuele blauwzilverwater trofee op pomgedichten?
op de foto het tweekleurenwater duidelijk herkenbaar. de eenzame roeier op weg waarheen? we weten het niet? op weg naar het einde – tegen de stroom op, op de vlucht wellicht voor de nieuw gekozen waterschappen? of mag je dat niet schrijven en word ik  nu aangegeven bij het meldpunt baudet voor links georienteerde dichters? in wezen zijn we al vertrokken schrijft petra maria.
een afscheid met kraaien. een betekenisvol gedicht zo zijn de woorden gerangschikt – het precies verhaal is vol ‘witte plekken’-  invulbaar door de lezer. het thema afscheid voelbaar, het regent afscheid – hoe en wat is aan de lezer. de dichter terken geeft hieronder, een poëtisch antwoord.

In antwoord op Petra Maria.

Tussen blauw en zilver

Daar waar het schittert
op golven fonkelt
water naar het einde
van de wereld stroomt
horizon de hemel raakt

daar wil ik op je wachten
mijn slagen gemaakt tot de
lucht tussen ons geklaard is
elke dreiging weggedreven
met de stroom

hoe je dan blozend afsteekt
tegen een achtergrond
van zilverblauw

FT 30.03.2019

het thema afscheid voelbaar, het regende afscheid bij petra maria – hoe en wat is aan de lezer. de dichter terken geeft een poëtisch antwoord. biedt poëtische troost – er is altijd iemand die op je wacht zijn de troostende woorden- zilver blauw en blozend rose – een kleurrijk gedicht – het is alsof zij de liefde tegemoet roeit – onwennig nog van zoveel warmte zo veel schittering. en weg met de dreiging zij stroomt uit zichzelf wel weg en voorbij –  liefde overwint alles – stond er bij mijn oma op een bordje in der keuken in nieuwenhagen (heide) – frans hangt hier op de muren van de  pom een nieuwe variant op omaas wijsheid.

Doorgaande stroom

De blauwe rivier weegt niet op
tegen regen hagel natte sneeuw

zij is de doorgaande stroom
kanoënde gasten verleiden zichzelf

nooit valt zij droog
nat is haar wezen
zij leidt in af en uit
roeit dagen uit de tijd.

Rik van Boeckel
30 maart 2019

niet opwegen betekent zoveel toch als afleggen?  maar ik vermoed dat rik hier het tegenovergestelde bedoelt. de doorgaande stroom legt het tegen niets en niemand af – trotseert regen, hagel natte sneeuw met gemak. in wezen is de rivier toch al nat en zal niet in dit kikkerland om een buitje geven. de rivier roeit de dagen uit de tijd. mooi gezegd. nog iets sleutelen aan de logika en we kunnen voluit genieten van die prachtige laatste regel.

In aansluiting

Niet aan het einde van de reis
maar aan het begin namen we alsnog
de Portugese wijk.
Eerst schuimden we het strand af.

Onder de beer
lag languit de kat.
Tussendoor droeg een auto
de beer voor hij de kat verslond.

Losse flodders kolder
fladderen driftig aan het binnenzwerk.

Zaken nemen een loopje
uit zichzelf met u en mij.
Niets nog laten ze op hun beloop.
Het is te vroeg ofwel te laat
voor een ondankbare
en dus afgedankte zeejonker zeeonwaardige pooier
van een meermin.

marc tiefenthal

tiefenthal schrijft zijn eigen recensie: ‘Losse flodders kolder’. dan is er ineens een beer, vervolgens een kat,  een pooier ook nog – het is teveel – ook voor die twee uit de eerste strofe.

Buikslootvogel

Fabeldier, hybride wezen gelijk een mens
bestaand uit water grotendeels, maar hoe
klapwiekmoe van zijn vluchten in het donker

hij daalt, klapt zijn vleugel in en slaat
bij het ochtendkrieken aan het krassen tegen al
en iedereen in atonale grepen op een kale tak

hoe bleek de blik in zijn onbewogen ogen
kleurendoof en bang voor ammezuurverval
deze almaar populairder alt exoot in arendswaan
getooide blauwbilgorgelende dwarsfluitblazer

verbeten loerend naar muizen en lemmingen
maar te bevreesd om op te stijgen in het licht
wit gevlekte wapenkleed van Minerva’s uil

weet hij zich een tijdlang nog in leven te houden
in zijn boreale habitat met pikken aan de lever en
likken van eigen braaksel tot hij van honger vergaat

uit zijn voetklem valt en verdrinkt in het wonder
mooie zilverblauw van ons zeemanshart en wij
de zon in het gezicht en de vogel in ons hoofd
gestriemd en geriemd naar de einder roeien

30-03-2019
Cartouche

keurig 20 regels – cartouche voelde het al aankomen – zo een gedicht schrijven en dan gediskwalificeerd – het zal hem niet gebeuren. met de titel erbij zijn het natuurlijk wel 21 regels en dat is er een teveel. het is ditmar bakker die mij hierop wijst. we ontmoeten elkaar op het meldpunt baudet voor links georienteerde dichters, eens kijken of we cartouche daar ook aantreffen. JA ZEKER! de uil van baudet in arendswaan – als onderbuik slootwatervogel – hier keurig beschreven – hij zal likken van zijn eigen braaksel tot hij van honger vergaat – en wij dichters wij gaan de zon tegemoet. een verzetsdicht kun je wel aan cartouche overlaten. prachtige beelden en metaforen – heerlijke uitkomst. het wordt druk op het meldpunt.

Wilgentakken
zijn het waaien beu
zoeken contact
met het gras

een plaatje als uit
tijdschriften
hoe de jaren in ringen
vergroeien

hij buigt
zijn hoofd
veegt de spatten
uit het verleden weg

in een zee van stuurloos
roeien droogt spijt op
binnenkort een duik
naar de diepte

Erika De Stercke

blauwzilver water – o eenzame roeier waar heen? waar toe? waar voor? wie wint deze week de enige echte virtuele blauwzilverwater trofee op pomgedichten? even het thema memoreren na de poëtische bom die Cartouche zojuist hierboven plaatste. de takken buigen meteen al zwaar in het gedicht. we hebben een echte erika de stercke te pakken. ook hier ruimte ingebouwd voor de spijt – de spatten uit het verleden rusten zwaar op hem – mooi gezegd heel  mooi – ja dit is een echte erika! – de weg naar het einde is hier voor de roeier uitgeschreven – de diepte in  – daarheen! geen ontkomen aan – erg leuk dat erika mij nog even als fotograaf in het zonnetje zet – wolff schoot toch maar even – op vrijdagmiddag aan de Amstel vlak voor ‘het kalfje’ een plaatje ‘als uit tijdschriften’- dank je wel erika – als het met dichterschap niets wordt dan kan ik verder als fotograaf.

Erika De Stercke:
‘een plaatje als uit
tijdschriften’

Mogge Pom,
zware tijden met de verschuiving van uren. Maar de zon schijnt, alsof er niets aan de hand is, en wij maar poëtische overuren draaien.
Heb het goed vandaag, en bij voorbaat bedankt voor je liefdevolle werk.
Groet van Jako

roeier

als met de liefde is het
o wonderschoon blauwzilver water
o eenzame roeier
waarheen, waartoe, waarvoor
het water, blauwzilver
spat van je spanen
ze wacht op je, haar golvende lijnen
dansen verblindend
als zilverblauwe gedaanten
het riet ruist als de zang van sirenen

je merkt niet roeier hoe de wind zich roert
hoe een klaaglied zich losmaakt
uit fijnste waterrimpels golven stijgen

keer om dwaas, keer om
klam je aan je riemen en roei
nog voor het troebele water je slokt

jako fennek

goede raad van onze jako aan de roeier – keer om domoor keer om – waarheen, waartoe, waarvoor – hoe groot ook de verleiding – lorelei-achtig – de liefde in de gedaante van  prachtige nimfen -keer om voor dat je wordt opgeslokt – wijze raad van de man die het kan weten. ach ja we lijden er allemaal van en onder – andre hazes zong er mooie liedjes over – hij gelooft nog steeds in dat loeder  – keer om keer om. grappige romantische wending in dit loreleigedicht van jako.

Share This:

het tweewekelijks gedicht van Peter Posthumus: over ‘diep verlangen naar wat ongrijpbaar is…’

het heerlijk harde en het genadeloze realisme van Peter Posthumus – in ieder geval een keer in de twee weken – geniet ervan:

omdat er geen
toen is zonder dan
geen dan zonder nu
schrijf ik mezelf een horizon
uit wat verdween
schrijf ik een toekomst uit
wat ondenkbaar is
schrijf ik geheimen toe
aan wat berekend is en
vast staat
schrijf ik dwars door het beton
paden om door het bos te dwalen
schrijf ik een zucht die
duidt op diep verlangen
naar wat ongrijpbaar is
schrijf ik iedereen hoog
in het hoogste vaandel
en nodig hen dan uit
om ons eens goed te gaan
bezatten
in een middeleeuwse kroeg
waar gekrijst wordt
gedanst wordt op de tafels
en geschreeuwd dat
levenslang te kort is
omdat er geen
toen is zonder dan
geen dan zonder nu

             peter posthumus

Share This:

abraham von solo en de ‘death-disclaimer’


Von Solo
www.vonsolo.nl

Deel 330. Dreiging

Afgelopen week was een zwarte dag voor de vrijheid van meningsuiting. De dag dat de uitspraak ‘Volkert, waar ben je?’, uitmondde in schorsing van een hoogleraar. Een wetenschapper. Iemand met verstand en een mening, die het debat niet uit de weg zou gaan. Het soort mensen dat gehoord zou moeten worden en zich in de frontlinie van meningsvorming behoort te bevinden. Met steun dan wel kritiek van vakgenoten en universiteitsbesturen uiteraard. Maar dat willen we niet in dit land, waar de wereld doordraait. We kiezen de laffe uitweg. We laten ons dwingen op eieren te lopen. Zo’n man schors je voor de veiligheid.

Het was een de dag later dat onze minister van justitie de tekst veroordeelde en zei dat politici in vrijheid en veiligheid “moeten kunnen zeggen wat zij willen zeggen”. Politici verdomme wel. Vrijheid van meningsuiting, maar niet voor het volk. In een land waar de minister-president er ook niet voor terugschrikt Syriëgangers de dood in te wensen, nemen we elkaar graag de maat. En dat doen we dan bij voorkeur met onze advocaat erbij. Want we zijn zo vreselijk bang bedreigd te worden.

Een linkse mevrouw die tijdens een betoging een jolig liedje zingt over Thierry Baudet wordt opgepakt na heksenjacht wegens ‘doodsbedreiging’. Als je aan den lijve ondervonden hebt wat doodsbedreiging is, dan kun je het verschil nog wel maken. Maar in deze multimediale samenleving, welke zijn veiligheid zoekt in juridische regeltjes, is iets tegenwoordig maar al te gauw een ‘serieuze doodsbedreiging’. Waarom pakken we op een willekeurige zondag dan niet meteen hele voetbalstadions op? Nee, het kwalijke aan de hele zaak is, dat er momenteel voorbeelden gesteld worden. De nieuwe norm.

Een aantal jaar geleden liepen dezelfde mensen die nu moord en brand schreeuwen nog met (vooral digitale) banners op hun tijdlijnen met daarop de tekst ‘Je suis Charlie’. Toen wisten deze mensen al niet wat ze zeiden, maar nu toont het beest gelukkig zijn ware aard. We willen helemaal geen debat. We willen geen discussie. We willen geen twijfel. We willen zekerheid dat alles veilig is, geborgd door staat, apparaat en rechtspraak. Daar betalen we toch voor? Een politiestaat.

In nazi-Duitsland werd het volk opgestookt tegen de Joden. Tegelijkertijd werden wetten uitgevaardigd om de gevoede haat te ondersteunen met systematische uitroeiing. Volk en politiek gingen hand in hand. Foute boeken gingen op de brandstapel. Foute kunst moest van de muren. Foute mensen moesten naar kampen. En voor een opmerking als ‘Stauffenberg, waar ben je?’ had je mooi de doodstraf gekregen.

Maar ik zal niet wijken. Al mijn schrijfsels zal ik voortaan voorzien van een ‘death-disclaimer’. Wat ik ook schrijf of zeg, is nooit bedoeld zoals het is en zeker niet bedoeld als doodsbedreiging. Het zijn loze woorden, die ik zo nooit bedoeld heb. Ze kunnen te allen tijde uitgelegd worden ten positieve. Lees maar. Er staat toch niet wat er staat.

Share This:

Merik van der Torren: ‘Uit de grond onder mijn voeten waar de boeken in verdwenen.’

Hoi Pom,
Hierbij “Brandbrief”, een tekst geschreven bij Schrijfgroep de Klus op dit thema, groet, Merik

Brandbrief ( aan jou )

Uit het keukenkastje naast de ijskast,
waar de vorken liggen van mijn oma,
waar het gat muizen uit laat glippen,

Uit de mand voor de boekenkast
met het geblokte dekentje dat nooit recht ligt,
omdat Sara er een nest van rommelt.

Uit de grond onder mijn voeten
waar de boeken in verdwenen.

Om de hoek van stegen in deze
mistige en rumoerige stad,

in de schoot van kathedralen,
uit de ogen van vrouwen,

omdat er storm is voorspeld,

( steek maar een kaarsje aan en
eet een marsepeinen biggetje )

schrijf ik met gloeiende letters in de lucht:

ik ben dol op je.

Share This:

Jolies Heij: ‘…door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld. …’

Over liturgieverbranding & boetekleed

En zo belandde columniste op haar vrije zaterdagochtend waarop zij het gewoon is – net als op alle andere dagen in de week, het columnistenbestaan is nachtwerk – uit te slapen bij de katholieke mis. De vader van goede vriendin A. was overleden en ja, dan ga je naar de begrafenis. Ik wist dat de goede man zijn laatste jaren, sinds de dood van zijn vrouw, bij de fraters had gesleten en dan kun je verwachten dat er een pastoor komt opdraven om een stichtelijk woord tot de goegemeente te richten. Nou heb ik niets tegen stichtelijke woorden, integendeel, net als poëtische woorden kunnen ze voer voor de geest zijn. Ook heb ik wel eens een kerk van binnen gezien, weliswaar niet zo frequent als in mijn jeugd, toen ik nog actief geloofde en op een koor zat, maar het komt voor. Protestant of katholiek, zelfs islamitisch maakt me niet uit, hoewel die laatste geloofsrichting er uiterst wereldvreemde opvattingen inzake vrouwenemancipatie op nahoudt.

Trouwens, zijn de zuilen hier in NL niet al decennia geleden neergehaald en is niet iedere geloofsviering een keuze en een lichte, blijmoedige variant van wat ooit in de Statenbijbel werd uitgedragen? Wel, lieve lezer, ik waande mij in alle vroegte in de duistere tijden van de oude Statenbijbel. Ik kreeg zin om iets in de hens te steken, een liturgieverbranding te initiëren. Het wierookvat uit het raam te kiepen, het bloed des Heren op het boetekleed te spugen. Des duivels was ik dat ik gedwongen werd om zo’n middeleeuws tafereel bij te wonen waar zelfs de uil van Thierry geen brood van lust. Je zou er als katholiek trauma’s van oplopen, om van minderwaardigheidscomplexen nog maar te zwijgen. Neem nou de tekst die we als een versje moesten opzeggen (maar columnistes lippen bleven stijf gesloten): Ik belijd voor de almachtige God, en voor u allen, dat ik gezondigd heb in woord en gedachte, in doen en laten, door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld. Verschrikkelijk! Dan kun je net zo goed het mes over je eigen keel halen. Op dat moment dacht ik mij nog in een uitzonderlijk rariteitenkabinet te bevinden, maar nee, mijn goede vriendin C. haalde me na afloop uit de droom door te stellen dat dit tegenwoordig schering en inslag in de katholieke kerk is en dat zij daarom op een slapend lidmaatschap is overgestapt.

Hoe denken ze ooit nog jongeren bij deze poppenkast te betrekken? vroeg ik verwonderd. Dat interesseert ze niet, luidde het antwoord, als het maar recht in de leer is. Je wilt toch niet zeggen dat je zoiets nog nooit hebt meegemaakt? riep mijn – ook al katholieke – kunstbroeder, die ’s avonds kwam eten, uit. Wees blij dat het tenminste niet in het Latijn was! Op mijn weerwoord dat ik in de jaren 80 zoveel missen had bijgewoond als lid van een swingend jongerenkoor met combo dat franse chansons en gedichten van Gerard Reve op muziek ten gehore bracht zei hij: Dat was ten tijde van het Tweede Vaticaans Concilie. Dat was uitzonderlijk, dit is nu de normale gang van zaken.

Nu snapte ik ineens waarom een dwarse dichter als Frans Babylon zo tegen de kerk aanschopte en menig Brabander die ik spreek eerder vroeg dan laat over zijn katholieke jeugdtrauma’s begint. En ik altijd maar denken dat die aan de gereformeerden waren voorbehouden! In mijn jeugd ging het er bij de katholieken veel gemoedelijker aan toe, die stapten tenminste uit de kerk rechtstreeks door naar de kroeg, daar was ik dus liever dan bij “mijn” gereformeerden. Enfin, na al dit tandengeknars wachtte ons tenminste een copuleuze lunch bij de Biltsche Hoek. Maar toen ik het zaaltje voldaan weer verliet, zag ik op de gang plots de witte knot van de natuurgenezer langsflitsen. Radovan, jij hier?! riep ik uit.

Kijk eens aan, heb je zowaar je oude beroep weer opgenomen, compleet met minervabril en energetisch aureool. Stil toch, fluisterde hij, ik ben hier incognito. Ja, ik zal geus wel verwarde zieltjes redden als die zich aandienen, maar ik ben ondergedoken in de Biltsche Goek sinds ik levenslang geb gekregen. Gier slijt ik mijn dagen in get ligbad vol wijwater, gesel mij met een fluwelen zweepje en stuur schietgebedjes naar de Allergoogste opdat mijn zonden worden vergeven.

sterfelijk na de plechtigheid

er zullen bomen zonder schaduw aan de zoom staan
ze beschermen niets van waarde, berooid

van knoppen met kou in de krimpende wortels
wacht de aarde op weer een lichaam, ondergronds

het zwijgende leger, bovengronds de rouwende raven
die de erfenis bespreken, herinneringen afvinken

mannen met hoge hoeden en touwen om de nek
vrouwtjespinguïns op bemoste hakken, de geestelijke

in het paaskleed in hun midden, er mag gesproken worden
spenderen is belangrijker, de hoeden groeien

als wijnranken de hemel in, er wordt nauwelijks gesproken
toch kan men maar geen afscheid nemen van de dode

die men in heilige handen weet en toch knaagt er
iets aan de kist alsof zondes nog niet zijn afgelost

alsof nooit meer toch definitief is spoeden we ons
terug naar het altaar en koffie, we willen gedenken

sterfelijk en stoffelijk te zijn, zijn dankbaar
voor onze schaduw, produceren geluiden

als tekens van leven, raken huiden aan, dromen stiekem van
een plooibaar lichaam in een zacht bed in een verfomfaaid hotel

Jolies Heij

Share This:

Karin Beumkes: ‘De wind en de regen huilen verderf…’

ik heb columniste een brede veilige schouder geboden – de andere houd ik graag voor mijzelf in dit weer. onze karin aan de nachtmerrie vandaag. is het texel? is het het weer? of het politieke klimaat?

Nachtmerrie


De wind en de regen huilen
verderf
De krengen in strikken schreeuwen
verderf

In mijn kreupelhouten dromen
rood van het bloed
hoor ik de stroper
de klemmen scherpen op het erf…

Muziek: Led Zeppelin-Kashmir

https://youtu.be/sfR_HWMzgyc

Liefs en groetjes Karin

Share This:

ANKE LABRIE wint de enige echte virtuele ‘de vrouw die je net een hand gaf dat was je moeder jongen’ trofee op pomgedichten – zilver frans terken -erika de stercke brons cartouche ook


Lieve pom
 
Hier ben ik weer, ode aan jouw prachtige regel;  de vrouw die je net een hand gaf dat was je moeder jongen, zo zie ik deze wedstrijd. Het valt niet mee om een dergelijke regel te overtreffen. De zeggingskracht spat er van af, de manieren waarop je deze regel kunt interpreteren. Hard, liefdevol en suggestief ineen.
Alle gedichten heb ik zo zorgvuldig mogelijk gelezen en beoordeeld. Alle dichters bedankt voor het insturen. Ik heb met verwondering achter het toetsenbord gezeten. Wat kunnen we op veel manieren naar onze moeder kijken, er over dromen, er op mopperen, ze eindelijk eens begrijpen, ze observeren en liefdevol neerzetten.
 
 
Goud Anke Labrie
Zilver Frans Terken
Brons Erika en Cartouche
 

 
De waarheid is dat ik het moeilijk vind en jullie allemaal in elk geval brons wil geven, zelfs de ollekebollekes ‘suite’  een gedicht dat te lang werd voor de regels van dit spel maar ja.  Als een dichter los gaat dan kan dit gebeuren.
  • max lerou: ik blijf altijd nog haar kind
  • ditmar bakker: zij baarde mij, en ik baarde u kunst.
  • frans terken: zie ik mijn moeder weer bij de voordeur vragend
  • petra maria: het zonlicht door de grijzende haren
  • erika de stercke: vind ik jou niet meer terug
  • anke labrie: vleugels maken nog geen moeder
  • cartouche: moeder met recht en reden + NASCHRIFT
  • marc tiefenthal: Zie hoe moeder hem omhelst.
  • jako fennek: zo zijn moeders
  • lisan lauvenberg: Ze is opgestegen ergens op een verlaten dag
  • rik van boeckel: staat haar naam gebeiteld in steen

wie wint de enige echte virtuele – naar een regel van webmaster –  ‘de vrouw die je net een hand gaf dat was je moeder jongen’ trofee op pomgedichten?

moeders –  thema boekenweek ach ja – iedereen heeft er een – een mooie een lieve een dooie een boze een kwaadaardige – een aardige – ik zeg schrijven maar – we lezen graag van haar – van haar bijzonderheden deze week het liefst. ‘de vrouw die je net een hand gaf dat was je moeder jongen’ – mijn god wat een verhaal was dat. u kent de regels:
de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10.30 uur. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. Jeanine Hoedemakers deze week onze eigen hoeder de vrouw als juryvoorzitster.

me moeder

de eerste klap
meteen een daalder
de echo ontsnapt uit het portiek

haar stem die sist wel honderd keer
heb ik gezegd je mag je longen
teren as je veertien bent niet eerder

drong het tot me door
ze heeft me lief het is instinct
ik blijf altijd nog haar kind


ml
23 03 2019

pom: ‘de vrouw die je net een hand gaf dat was je moeder jongen’ – een bonte stoet aan moeders passeren de pom-revu deze week. de dichters weten elk week weer van een thema wat te maken – dat moet gezegd – zij zijn geprezen hun moeders ook – geen moeder geen dichter – zoveel waarheid kan zelfs een koe niet verdragen. en zie hier de moeder van max. ze heeft hem lief. dat is met max niet moeilijk met zo een kind. alle vrouwen hebben hem lief. maar zij is bijzonder – de laatste regel in het gedicht maakt haar bijzonder – wie een dichter baart zal in een gedicht geboren. hier in negen regels eenvoud en in de laatste regel voor de eeuwigheid.

jeanine: Wat ik hier lees is de herinnering aan stiekem roken en betrapt worden door moeder. Ja, een moeder die je beschermt tegen de gevolgen van het roken, dat is liefde. ‘de echo ontsnapt uit het portiek’  uit die regel maak ik dit op. , van mij had het gedicht mogen stoppen na, ze heeft me lief.

M.I.O.

Moedermoord in Ollekebollekes
(een ziekelijke tirade in 13 ollekebollekes…op steroïden)

Moeder! Medea! Mijn
medicamentenroes
doet u bezingen uit
droevige keel.

Mijn psychiater meent
oedipusrexcomplex
oorzaak van dit
onverkwik’lijk geheel.

Hij, onderworpen aan
misdaaddeductiedrang
der rechercheurs
(lange armen der wet!)

vindt mijn gekwebbel nu
preperturberender:
er wordt opeens op
mijn woorden gelet.

Dat zij alleen zou zijn,
moeder, dat wist ik,
daar dinsdag sinds jaar & dag
vloerendag was.

Toen zij ontwaarde de
schizofrenielijder
rolde een schreeuw
over ’t gifgroene gras.

Zij werd zijn slachtoffer:
kinderontwikkeling
leidend tot moedermoord,
boete & schuld!

Zoonlief, per trein in de
Haarlemmermeerpolder,
toont haar zijn wapen–een sjaal.
Dan: tumult!

Drama–in tranen, zij
smeekt ‘wees toch redelijk!’
Rood reeds haar ogen,
de wol oh zo zacht

definitief leidt tot
noodlotsverordening:
zij ligt als lijk. Hij
ontbloot haar geslacht,

geeft dan zijn oorsprong een
dildobehandeling:
wil zo voorkomen
een daderprofiel

waarin omschreven een
machiavellistische
zoon (daar verkrachting
hoort niet bij zijn stiel).

Enkel dat moordwapen…
culterlumbaalpunctie
was masculiener–dus
beter–geweest:

scalpel of mes even
onderinstekelijk…
Echter was hij voor
een bloedbad bevreesd,

dus ’t werd verwurging, met
scheerwol-cum-zijdeblend,
snel, op een dinsdag,
onzichtbaar gewrocht,

hij had textiel daartoe
matricidaliter
’s anderendaags bij
Miss Etam gekocht.

Cash, hij had cash betaald:
“don’t leave a paper trail!”
Thuis liggen chipkaart
alsook telefoon

werkloos te wachten. Het
amfetaminegruis
bittert zijn keel.
Ongenadige zoon,

die, al indachtig de
celamplitudetests
(handzaam bij zoeken
naar vreemd DNA),

moeder bevlekt met wat
soakliniekbezoek
hem kon verstrekken–
urine, van… tja…

Zo is begonnen een
diepnihilistische
zoektocht naar rust en
een sluitend geheel.

Waar ligt het eind? In het
advocatuurbedrijf–
hij werd gepakt,
dus Justitie zijn deel.

Thans zoekt men heil in het
criminologische:
recidivistische
wenken bestraft

dokter-geneesheer met
farmacologische
giften, waarop je soms
urenlang maft…

Was moeder hier, zou ik…
godverdegodverde…
dit soort gezwets kwam
mij nimmer ten gunst.

Nee, ter finale het
moraliserende:
zij baarde mij, en
ik baarde u kunst.

Ditmar Bakker

Pom: de vrouw die hier voor lijk ligt dat was je moeder jongen –  der laatste uren mogen we best bewogen noemen – ditmar bakker pakt nog even uit. de gristelijken onder ons kunnen gruwen op deze door ditmar gewijde zondagochtend. een heel apart vormvast geluid. je weet wat je aan ditmar hebt. hors categorie. de laatste strofe het moraal van het verhaal. we krijgen met haar te doen en met haar zoon – in de IK vorm – ook zoonlief is in goede handen – schrijf moeder maar eens van je af mijn lieve jongen – de psych gaf goede raad en een paar uur later vlogen de Ollekebollekes om psychs oren. de middenstand, de gehele medische wetenschap en de juridische wereld inclusief moeder en zoon door ditmar het vergiet ingedrukt: met kunst als vers gehakt het resultaat. het is en blijft een bijzondere jongen moeder!

jeanine:Tjonge, jonge, een wat uitgerekte ollekebolleke suite, zo zal ik deze reeks omschrijven. Elk ollekebolleke zorgvuldig in het gelid. Als zondagochtendlezeres vind ik het wat veel en het is voornamelijk gedoe tussen ‘moeder en zoon’ .  Ik vond geen liefde tussen de regels, enkel het zich afzetten, wat een lijdensweg moet dat geweest zijn is wat ik denk en dat het gedicht te lang is, dat ook. Knap maar te lang, te uitgesponnen. Excuses, het wist mijn aandacht niet goed vast te houden,

Moederzwoegen II

Denkend aan M. onder het kruis
die geloofde in wederopstanding
van haar geliefde godenzoon
de mantel die zij met zorg
voor hem klaar hield

zie ik mijn moeder weer
bij de voordeur vragend
‘jongen heb je wel aan
een schone zakdoek gedacht
en doe je jas dicht het is nog fris’

‘moeder het komt allemaal goed’
vertrouwde ik haar toe en
begaf me naar het zwembad
waar ik mijn lichaam liet aanbidden
door glanzende lentezon

moeder en zoon
ieder een eigen passie
tot diep in de vastentijd volgehouden
de hoop dat het ooit wat wordt
met ons op deze wereld

FT 23.03.2019

Pom: denkend aan holland zie ik oneindig veel moeders…  moet frans hebben gedacht  – we lezen in  een in wezen limburgs gedicht. met alle ingrediënten van dienst – het jongetje terken op weg naar zwembad zeekoelen in brunssum – met moeders goede raad in de fietstas naast de zwemspullen – klimmen maar –  de dorpskerk – de staties en maria’s zoon aan het kruis – zo is Hij voor ons allemaal gestorven – dat zien we Baudet onze uilenbal helaas nog niet doen voor de vrede.

‘zie ik mijn moeder weer..’  hoe eenvoudige regels toch altijd weer die ontluisterende schoonheid in zich weten te herbergen.

jeanine: Wat een fijn gedicht na al die ollekebollekes die zoveel van me vergden. Dit gedicht glijdt soepel bij me naar binnen. Ik lees niet direct liefde maar wel begrip, een stukje jeugdgeschiedenis en een – ondanks anders in het leven staan- saamhorigheid wat blijkt uit de laatste strofe.

mijn moeder

alleen als de zon laag staat
zoals nu
het groene poortje het grind
het oude huis
dat zij in de keuken staat
met een schort om
het zonlicht door de grijzende haren nog niemand thuis
ik dek de tafel en ik leg alles
alles bij haar neer

dat was ik vergeten
zij wist waarom
en nu weet ik het ook
verdomme

Petra Maria

Pom:je proeft de liefde bij dit maal voor haar. maar wat er nou precies gebeurt? ik weet het niet. je kunt zeggen het is een poëtische verwoording van de herinnering aan moeder – je kunt ook zeggen petra maria is een beetje in de war bij het neerleggen van het bestek. het resultaat is dat we allemaal zonder bestek aan tafel zitten en dat het zilver allemaal naast het bordje van oma ligt. veel zon en toch veel gevloek. je proeft de liefde maar de scene  kan ook in paviljoen drie van het onze lieve vrouwengasthuis opgenomen zijn.

jeanine:Verdomme, zo eindigt dit gedicht. Wat zou er zo verdomme aan zijn vraag ik me af. Is ze er niet meer en kan de dichter verdorie niet alles meer aan haar kwijt?  Nee, want er staat, zij wist waarom en dat klinkt wat venijnig. Kon de dichteres juist niets bij haar kwijt?
Mooie beelden in dit gedicht maar het blijft wat raadselachtig. Ergens is dat juist ook sterk want als lezer wil je wel herkenning vinden, of lezen hoe het ook kan, terwijl je tegelijkertijd liever geen persoonlijk leed voorgeschoteld krijgt. Dat gebeurt immers vaak in een  wachtkamer of de trein al. Potverdikke Petra,

wat een moeder is

mijn toekomst
legde je vast
in jouw handpalm

met duwtjes
in de rug
wanneer het mis ging

op zijwegen
en in bomen
heb ik me verstopt

mijn plan
van eeuwige vrijheid
lukte

nu ik omkijk
er is zoveel ruis
in de stilte

vind ik jou
niet meer terug

Erika De Stercke

Pom:ja erika vertel ons maar eens wat een moeder is. ik ga er voor zitten – wat krijgen we nou – is ze verdwenen kind? aan de hand van erika komen we nooit uit waarheen we wilden. dan weer wordt de man neergesabeld, dan weer is moeder de pisang. het begint klein en lieflijk maar al snel ruist er stilte in dit gedicht – en moeders weet te ontkomen. en een antwoord op de gestelde vraag in de titel? – nee zit er niet in vandaag. erika speelt verstoppertje in de bomen – had zomaar de titel ook kunnen wezen.

jeanine:Het gedicht van een dochter die zich losmaakte van haar moeder. Kennelijk was dat moeilijk want nu zij terugkijkt ziet ze haar moeder niet meer zo. Ruis, ja, ruis ontstaat gaandeweg. Op een dag denk je ineens, ik hoor haar stem niet meer. Ik durf geen uitspraak te doen over het gedicht als het over begrijpen gaat, want ik proef een liefdevolle moeder die zoals veel moeders wat te bepalend was. Veel vrouwen zien de moeder terug in het eigen gedrag als zij zichzelf erop betrappen het met hun kind net zo te doen. Zij geven zichzelf dan een corrigerend tikje (moeder en dochter ineen) In dit gedicht staat nog iets anders. Een bitterkoekje, een dochter die nog niet helemaal klaar is met hoe ze het uiteindelijk zal voelen? Zit ik in de richting?

hoewel van koninklijken bloede
kon zij de ranke hals toch buigen

een schuilplaats had zij niet te bieden
want vleugels maken nog geen moeder

de kleine grauwe pluizenbollen
keken haar na
toen zij het luchtruim koos

voor alle beelden later
kwam dit beeld te staan

hun moeder was een zwarte zwaan

anke labrie

Pom: in één bevlieging wordt betekenis gegeven aan een wel bijzondere verbuiging van het spreekwoord: een zwaluw maakt nog geen zomer –  vleugels maken nog geen moeder. moeders laat de arme bolletjes hier voor wat ze zijn. het is wel mooi geweest met jullie – lijkt ze te zeggen – en wegwezen – zo sprak deze zwaan –  voordat het gedicht de zwaan te romantisch van aard wordt en ze ten onder gaat aan donkere romantiek – zo heeft deze zwarte zwaan haar manmoedige daad bij het geestige woord gevoegd. zo mogen wij lezen. één van die bolletjes hebben ze later bakker genoemd, ditmar bakker.

jeanine: Wat mooi. Ik lees hier over een moeder die haar gezin in de steek liet.  Misschien van de kleine grauwe, haar kleine grauwe maken. Persoonlijk ervaar ik die strofe nu als een hobbel terwijl ik denk te snappen dat het over de kinderen gaat.

Ik zie wel waarom je ‘de’ i.p.v. ‘haar’ koos. Enfin. Mooi gedicht komt volgens mij meteen goed bij me binnen.

Klimaatprobleem

Er wordt veel gesproken
over loskomen van feromonen en
dat het niet gewoon zomeren wil
in deze dagen van CO2 klimaat-
neutraal en bijplanten van bomen

over haar hoor je niemand, iemand
die haar hand in zwartbruine aarde
tussen oud blad en onkruid wroette
naar wortelgeel en groen – zij taalde
niet naar zon maar bekommerde zich

om baat en lichte kost – in haar tuin
geen dwalen of gepraat met bomen
nog heb ik, houd ik haar voor ogen
hoe zij – moeder met recht en reden
niet meer zocht dan vrucht en vrede

en werken als een koelie in het hart
een planter stichtte zij uit de wind
een eigen hoek, een bed van krulsla
koolraab, bataat en pastinaak in een
gematigd klimaat op goede grond

Cartouche
23-03-2019

Pom: cartouche is veel tekort gekomen in zijn jeugd – zoveel is zeker – altijd zat dat mens maar in de tuin – met der vingers in de modder –  om de sla te krullen – eten kwam niet gekookt op tafel – en steeds maar weer opnieuw  met die vingers de vette löss in – daar in brabant – nee met zo een moeder blijf je mager. in het naschrift compenseert de dichter moeders beeld met de hoop op een vredige moeder aarde – het is allemaal vergeefs: de vrouw die je net een hand gaf dat was je moeder jongen. cartouche beschreef de uitwassen in dit gedicht.

jeanine: Wat een heerlijke, eenvoudige moeder is wat me als eerste invalt. Haar wereld bestond niet uit klimaatmarsen. Zij bewerkte haar grond met een vanzelfsprekendheid die je bijna naar de tuin doet snellen om er in de grond te gaan wroeten om datzelfde gevoel te krijgen. De vrede die zij er vond, rust en voldoening en tevens nog nuttig ook.
Om jaloers op te worden zou ik bijna schrijven terwijl ik tegelijkertijd niet zeker weet of ik het gedicht goed lees want cartouche zet vaak zo zwaar aan. Bovendien zie ik me aklweer genoodzaakt om dat ‘eenvoudige’ in de beginregel alweer te schrappen en te vervangen voor ‘ijverige’.

NASCHRIFT:

Ja, we hebben een probleem
van binnen en van buiten
met ons aller tijdsklimaat
zolang we niet luisteren
naar onze moeder – aarde
gegroeid op goede grond
van bestaan begint nu pas
het besef te dagen dat –
Minerva’s uil in een hoek
en bij het grof vuil gezet –
zij alleen uitgesproken
irene is en was

(Ειρήνη / Irene is Grieks voor vrede)

Recht voor raap, praat

De duifel daar druipt
niet langer, ziet robijn.
Zelf zie ik karmozijn.

Verderop in de bocht kruipt
een slang weg als zwijn,
verspreidt een geur van azijn.

Wind speelt geniepig vals.
Moeder loert nog nauwelijks om de hoek.
Bij de geboorte was ik andere koek.

Frans heet mijn broer de onnozele hals.
Zie hoe moeder hem omhelst.
De rest is een zomergekwel.

Liever dat nog dan een kankergezwel
in de borst
zolang het hart klopt en bonst.

marc tiefenthal

Pom: duifel? toestanden weer in de eerste drie strofen. en daarna wordt het maar niet beter. een broer, ziekte en gekwel. we kunnen weer aan het zondagochtendontbijtje jongens – tiefenthal is langs geweest .

jeanine:Samengevat lees ik in het gedicht dat het broertje haar lieveling was, of het was een draak van een broer en dat eiste al haar aandacht op zodat de dichter het nakijken had en tekort werd gedaan. Dat is balen geweest en dan ga je als vanzelf duivel met een f schrijven, dat snap ik best want je wilt die engerd niet echt benoemen, het gedicht moet eruit. De emotie het spel van het anders willen zeggen neemt de overhand zoals dat vaak is bij deze dichter. Andere koek, dat is het! hoor ik hem nu mompelen en iets als ze zullen het wel weer niet begrijpen op de pom. Dat het in een gezin niet altijd gaat naar wens van elk kind is een bekend gegeven bij elk kind. Het is een van die dingen waar je zo’n beetje de rest van je leven mee bezig bent. Waar of niet? Of, staat er dat de moeder ziek werd en te jong stierf?  Moeilijk.

sleutels

toen hij huis en land verliet
kuste ze hem
zoals moeders zonen kussen
met passie en wanhoop
alsof ze naar het front gaan

de sleutel ligt hier
voor als je eerder terugkeert
en ik er niet ben
maak een koffie, neem een bad

zo zijn moeders
bang, wanhopig maar zeker
van de terugkeer
ze klampen zich vast
aan een sleutel, aan koffie
aan water en zeep

jako fennek

Pom: hier krijgen we dan toch nog een antwoord op de door erika gestelde vraag – wat een moeder is ? – gelukkig maar – voorts vakkundig de eeuwige angst van moeders onder woorden gebracht: hun oorlogszonen te verliezen ‘zoals moeders zonen kussen’ in die regel legt jako onvervangbare liefde en geeft de dichter het antwoord op de door erika opgeworpen vraag: liefde – het antwoord op alle vragen!

jeanine: Mooi eenvoudig geschreven en zelfs ik herken me er in. Want ja, zo zijn moeders. Altijd zorgen, bezorgd, zorgzaam, zelfs als het kind andere plannen heeft, dan houdt zij zich vast aan de rituelen die het kind zich zal gaan herinneren. Niet dat dit haar reden is natuurlijk maar zo werkt het. Het is een van die dingen. Moeders. En soms behandelen moeders de echtgenoot/partner net zo.

Dit is je moeder.

De vaste plek aan de bar van het cafe
van haar oom en tante paste haar beter
dan het aanrecht thuis, waar ze zuchtend
gehaktballetjes draaide voor de zondagse soep.
Die gehaast opgeslurpt zou worden door vader
en zijn zonen die het verlangen naar het voetbalveld
luid en vrolijk kibbelend wegvraten aan tafel.

Ik paste op haar als ze na de maaltijd
zou instorten op de tweedehands bank
met sigaretten binnen handbereik en rennies.
Wachtend op het moment dat de middagfilm
het heden bij haar weg kon rukken.
Zo leerde ik veel
en de nagesynchroniseerde films boden mij troost.
Het Duits schalt nog groots in mijn hoofd.

Ze is opgestegen ergens op een verlaten dag
naar de hemel waar haar vrienden en familie
haar omringen aan de bar van het eeuwige.
Zo zie ik haar schaterlachend en blij, vrolijk
en onbezorgd zijn, van voor het moederschap.
Ondanks en dankzij haar ben ik wie ik ben
en daar schuilt de liefde in mij.

©Lisan Lauvenberg
24 maart 2019

Pom: het gedicht is me net te proza-isch – pas in de derde strofe begint de poëzie:
Ze is opgestegen ergens op een verlaten dag
naar de hemel waar haar vrienden en familie
haar omringen aan de bar van het eeuwige.

jeanine:Ach, wat een lief eerbetoon aan een moeder die niet aan haar verplichtingen kon voldoen. Ik zie het beeld van de vader en de zonen, de moeder die er wat witjes en ongezien bij zit (op uitzit) en de dochter die dat ziet. Het moment waarop de dochter de moeder is. Want ja, dat zag en zie je vaker, dat dochters als vanzelf de rol overpakken als het de moeder niet lukt om welke reden dan ook. Jaren zestig ongeveer denk ik nu en ik kan niet in alle huiskamers kijken maar ik kan lezen. Dat een jeugd je vormt staat buiten kijf en de dichteres zegt dat ook heel duidelijk, ondanks en dankzij. Om te koester het dankzij, want van veel wat je in het leven overkomt kun je lelijk worden maar juist ook een kleurrijk, sterk  en mooi, veelzijdig mens. Tjonge, ik begin ervan te preken.

Pom hier mijn bijdrage aan de enige virtuele, geschreven in Antwerpen waar ik vrijdagavond optrad tijdens Ballonnenvrees in café Boekowski. Groeten, Rik

Ogen van herinnering

Het doet me goed dat je er bent
zei ze bij mijn geboorte

het laatste dat ze zei voor haar vertrek
naar welke hemelen er mogen zijn

nu zegt ze niets meer over die voorbije tijd
staat haar naam gebeiteld in steen

in de boekvorm die haar leven las
een kus gaf ik haar geen hand

schrijf gedichten voor haar
lezen zal ze met ogen van herinnering

de vingers van mijn dichtershanden
trillen bij de gedachte aan tijdnood.

Rik van Boeckel
23 maart 2019
Antwerpen

pom: ik lees een eerbetoon maar net te chaotisch de regels achter elkaar. mogelijk vloeide de drank rijkelijk in het café.

jeanine:Wat een indringende slotstrofe en een schitterend begin. Een fijne gedachte dat wij dichters altijd onze moeders terug kunnen zoeken, zelfs vinden in onze gedichten. Hoe herinneringen je woorden inkleuren en je inzichten die kleuren weer wat aanpassen. Het spel van herinnering en zo het misschien daadwerkelijk was. Het idee, of de hoop zelfs,  dat moeder meeleest.

Share This:

Lisan Lauvenberg: ‘Alleen dit aardse van onkruid bevrijde bericht.’

onze lisan in oplichtend nagellak treedt de lente tegemoet met losse heupen en elastieke benen!

Laag bij de aarde

Voorjaar
Op mijn knieën, die knielen willen.
Dicht bij de aarde.
Het onkruid tussen de aardbeienplantjes weghalen.
Verwondering over de schoonheid van de schillende soorten onkruid.
Hoe het de aarde bij elkaar houdt.
Hoe mooi de bloempjes zijn.
Hoe stevig de kleine wortels verankerd zijn in de aarde.
Hoe koud deze aarde is en hoe nat.
Hoe vies mijn schoenen en handen worden.
Hoe blij ik hier van word.
En hoe moe, heel moe, maar anders moe.
Van praten wordt mijn hoofd moe en dan mijn lijf.
Van graven, wieden en wroeten wordt alleen mijn lichaam moe.
Fijn moe, goed doorbloed moe, honger moe, zin- in-een-warm-bad moe.

Hoe mooi het aardbeienbed er nu bij ligt, de dag na de volle maan.
Schoon en tot groeien bereid niet meer gehinderd door het onkruid.
Het onkruid ligt nu op de composthoop aarde-voeding te worden.
Zo is alles goed en er is orde en rust voor de regenwormen.
Hoe mooi toch, geen dag voor een gebed, geen tijd voor een gedicht.
Alleen dit aardse, van onkruid bevrijde bericht.

©Lisan Lauvenberg
21 maart 2019

Share This: