Merik van der Torren pet terug – jos van hest heeft de bundel betaald

merik bericht over zijn hervonden leren pet – op mijn vraag of die van hest inmiddels de beleefdheid heeft gehad om meriks bundel te betalen die hij had besteld antwoordde merik: ‘Vanochtend heeft Jos de bundel betaald, met een excuus dat het zo lang geduurd had.’

Dagboekaantekening, 11 januari 2019

Gisteren kreeg ik een nieuw modem aangesmeerd,
de volgende dag zou die worden bezorgd.
“s Avonds dronk ik met Mirjam heerlijke cappuccino in de Smoeshaan.
Na de rondvaart langs bijvoorbeeld tachtig lichtgevende spinnen op de Herengracht,
keerden we terug naar de Smoeshaan en dronken er witte wijn.
Op weg naar huis wist ik: ik ben mijn pet vergeten, mijn grijze, leren pet.

Vandaag hing ik een briefje bij mijn voordeur: Beste postbode, pakket gaarne retour.
Ik tramde naar de Smoeshaan,
mijn grijze leren pet was gevonden, lachte de barvrouw en schonk me nog eens in.
En zo is het goed. Zo kunnen we verder, op naar de volgende voorstelling.

Share This:

JOLIES HEIJ hekelt het fundamentalisme van de utrechtse literatuurprof Fabian Stolk

over haar tienjarig slamjubileum

Over blaadjes & stemtelling

Tegen de tijd dat u dit leest, lieve lezer, ben ik mij aan het opmaken voor de halve finale van het NK Poetry Slam vanavond in de utrechtse Bastaard. Een thuiswedstrijd, dus een makkie, zou je denken. Niets is minder waar. Misschien komt het doordat ik de laatste tijd te weinig in het Utrechtse te horen ben geweest, maar bij de Uslam, waar het publiek tegenwoordig de dienst uitmaakt, lig ik er steevast na de eerste ronde uit en ben ik ver daarbuiten, in periferieën als Heerlen en Almelo, een stuk succesvoller. Of nou ja, meestal word ik tweede, een enkele keer win ik.

Desalniettemin besloot het Literatuurhuis om mij een wildcard te verstrekken. Een jonge dichter vroeg mij laatst: wat moet je doen om zo’n kaart te krijgen? Geen idee, antwoordde ik, volhouden misschien? Want, lieve lezer, dit jaar vier ik mijn tienjarig Slamjubileum. In die tijd heb ik een handvol jaarfinales gewonnen, werd ontelbare malen tweede, stond drie keer in de halve finale van het NK en heb het nog nooit tot in de finale gered. Ik ken er maar één die net zo fanatiek is als ik: Erika de Stercke, van wie ik de voorronde in Almelo nu eens heb gewonnen. Maar Erika stond al wel eens in de finale. En Erika doet de teksten uit het hoofd als het erop aan komt.

Ik krijg dat niet voor elkaar en dat levert op het NK strafpunten op, al heeft Daniël Vis ooit met zijn multobandje gewonnen. Dat geeft maar weer aan hoe arbitrair de beoordeling van jury en publiek is. Al zijn sommige juryleden heel consistent in hun beoordeling. Als voorproefje stond ik vorige week op de Awaterslam van de studievereniging Nederlands in de Kargadoor. De jury werd voorgezeten door de docent, tegen wie ik wel eens tijdens een halve finale ben aangelopen en die mij steevast het paspoort tot de finale weigert: onze plaatselijke literatuurprof Fabian Stolk. En wat vond de literatuurprof van mijn performance? Typische Slamtoon, te veel Slamdictie, staat van haar blaadje voor te lezen. Dat is de grammofoonplaat die hij bij mij steeds weer heel consistent opzet. Maar dit is toch ook een Slam? merkte mijn metgezel niet-begrijpend op, om dan verontwaardigd te blazen: jij hebt dan wel het papier in de hand, maar je wekt niet de indruk dat je het opleest.

Ach, sommige jury’s zijn daar behoorlijk fundamentalistisch in, gaf ik schouderophalend. Het is niet zo dat ik te lui ben om teksten uit mijn hoofd te leren, het kost me echt vreselijk veel moeite. Op school leerde ik op herkenning. Niet eens de duitse voorzetselrijtjes kon ik opdreunen, maar als ik “mit” zag staan, wist ik automatisch dat er een derde naamval moest volgen. Tijdens mijn studie moest ik voor een tentamen Middelhoogduits een hele reader over middeleeuwse literatuur van buiten kennen. Daar heb ik wekenlang op zitten zweten en bloeden. Bij toneel koos ik altijd voor een bijrolletje met zo min mogelijk tekst. Bovendien kan ik als asperger niet goed multitasken, als ik op het podium in mijn hoofd mijn tekst aan het recapituleren ben, lukt het me niet om tegelijkertijd contact met het publiek te maken. Dan kan ik dat blaadje er maar beter bij houden, dat verschaft me rust waardoor ik een stuk ontspannener op het podium sta.

Overigens heb ik eerder het vermoeden dat jury’s, die op mijn blaadje afgeven, feitelijk niet van mijn poëzie houden en dat blaadje als excuus gebruiken om mij af te serveren. Mijn metgezel maakte het daarop nog wat bonter. Toen de publieksstemmen geteld moesten worden en de studentes zich een paar keer vértelden, merkte hij als natuurkundige en rasbèta op: het valt voor die alfa’s ook niet mee om goed te tellen. Een verontwaardigd gesis viel ons ten deel en de studentes Nederlands draaiden ons hooghartig hun nek toe.

Dus lieve lezer, als dit riekt naar meer, als u meer Slamperikelen wilt, mij met mijn blaadje van het podium te zien worden gesleurd, kom dan vanavond om acht uur naar de Bastaard op het Jansveld te Utrecht. Want uiteindelijk is het dat wat Slam voornamelijk is: amusement. En daarna kunnen we weer fijn achterover leunen, de tegenkandidaten dissen en de jury zwart maken. Het houdt ons van de straat en op het virtuele dorpsplein.

laatste trein naar nergens

we kwamen uit de stad, hebben onder kasseien geleefd
speelden liedjes voor elkaar, beschonken en uit de maat

het daglicht tekende onze contouren, poleerde de glazen
in nachttreinen is het moeilijk ademhalen

de zelfkant van het recreatieve pierewaaien
heeft zich verzameld in konvooien naar de rafelranden

er wordt een moord begaan voor een zoen, al plakt het
en alle menselijke resten in rafels op een natte bank

het is een zeurend begin van zouteloze dagen, de vragen
die je vervoert door rijdende kamers in de nacht

de opgeschoren nekken van matrozen te fijn voor jouw
eeltige handen, te guur voor dit tijdstip en alles ligt besloten

in het nachtzicht van de man die de sporen blindelings volgt
je kunt de slaapstad ruiken, de geur van stukgekookte

spruiten, opstandigheid gaar gesmoord en het ontwaken
al verdronken voordat je op weg was, hier springt men laag

maar zo lang de trein rijdt kun je zingen van verre
kusten, tussen waken en slapen dromen ontginnen.

Jolies Heij

Share This:

Karin Beumkes: ‘Wij gaven de dingen een naam…’ – M&M op de maandag

gele bloem werd dahlia – toestanden weer op texel

Dahlia

Een zondagmiddag
die zich praten laat.

Wij gaven de dingen een naam,

gele bloem werd dahlia
in een boerenhof,
waar de zondag nog
ontvangen wordt
in het geharkte grint
van zaterdag.

Muziek:
Stevie Wonder-Come back as a flower

Groetjes en liefs
Karin

Share This:

RIK VAN BOECKEL wint de enig echte virtuele play a song for me trofee in the jingle jangle morning op pomgedichten – kom, laten we vandaag vergeten. Jolies Heij zilver, Cartouche het brons

  • Petra Maria kom mijn lieve tambourineman
  • Rik van Boeckel speelt het ringelingelied (ook op zondagmiddag in de Burcht – Leiden 1500-1700 uur)
  • Frans Terken ik voel weer je eerste huid
  • Marc Tiefenthal dageraad twinkelt, ochtendrood kringelt.
  • Cartouche in de tingelende rinkelende morgen
  • Lisan Lauvenberg laat me in de ochtend het leven zien
  • Jolies Heij kun je zingen van verre kusten, tussen waken en slapen dromen ontginnen

Ellis van Atten schrijft het dankwoord vandaag: met dank voor deze zon op een druilerige morgen, mijn ontwaken is lichter met dit lied…

De paradijsvogel krast
een breekbaar lied
in de vroege morgen

In de groeven van
een oude plaat
ligt haar ware stem
zingt wat was
verborgen

Ellis van Atten

prachtige bijdragen deze week bij de woorden van bob dylan (frans terken, lisan lauvenberg, petra maria) – allen toch ook geraakt door het thema van loslaten en overgave op weergaloze wijze gezongen door de jonge melanie – laat ik de woorden van jolies nog een keer herhalen als eerbetoon: ‘maar zo lang de trein rijdt kun je zingen van verre kusten, tussen waken en slapen dromen ontginnen.’ zo is het ook – prachtige regels bij een in  tijd belegd beeld. hiermee had ze kunnen winnen maar met deze regel alleen wint ze niet het goud, doen we zilver. ook Cartouche had kunnen winnen – een vertaling en een tot en met de slotregel meeslepende vertaling – hij moet het met mijn commentaar doen. en laten we zeggen brons.

goud voor de KUS VAN RIK – zes optimistische regels met de zware lichtheid die melanie ook aan de woorden meegaf met iets van weemoed met iets van dat lichte en onbenaderbare zo ook riks kus – een gouden kus vandaag en vanmiddag veel succes bij de presentatie van de nieuwe bundel in Leiden:

speel het ringelingelied van liefde vrede vogels een kus


rik van boeckel –
Rik van Boeckel presenteert zondagmiddag 13 januari 2019 poëziebundel en cd ‘Beweeg als een strateeg’ in Grand Café De Burcht, Leiden – 1500 uur.
De Leidse dichter/ percussionist Rik van Boeckel presenteert op zondagmiddag 13 januari 2019 a.s zijn poëziebundel en cd ‘Beweeg als een strateeg’ in Grand Café de Burcht in Leiden. Na de succesvolle presentatie in jazzcafé Dizzy in Rotterdam op 2 december jl. presenteert hij bundel en cd nu in zijn woonplaats Leiden.
Bundel en cd worden uitgegeven door de Rotterdamse uitgeverij Bunker.

vrij naar de prachttekst van nobelprijswinnaar dichter dylan de opdracht deze week – tot waar brengt dylan u in 2019, tot waar deze mooie en onvergetelijk stemmige melanie – laat uw romantische geest rustig jingle-janglelen. laten we vandaag vergeten.

u kent de regels:
de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10.30 uur. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.

geef me je hand –

nu ik aan het einde gekomen ben
en kijken kan zoals nooit eerder
de dingen zie
in die rusteloze staat van overbodig doen
die we

de heerlijkheid van een ontbijtje samen
dat vanzelfsprekende geluk

op een ochtend wist ik
dat ooit die ochtend zonder
er zou zijn
geef je me
dat ik onstuimig zeilen zal

pom wolff

Petra Maria


het is zo stilte

hey mr. tambourineman
play a song for me

alleen de wind
beweegt
de lucht hangt grijs
te wezen

de wingerd groeit
nog welig
langs herinnering
en tijd

I’m not sleepy
and there is
no place I’m going to

kom mijn lieve
tambourineman
play your song
for me

is dit nog wel
hetzelfde
zonnestelsel

my weariness
amazes me
alleen de wind
beweegt
het is zo stil
zo stilte

I’ll come following
you

PetraMaria

we lezen van pure liefde, van een diep verlangen naar wat de tijd ingezogen is maar door de dichter nog niet verloren wordt  geacht – het verlangen naar een sigaret is het verlangen zelf schreef onze kopland troostrijk over dingen – het verlangen naar wie aanwezig was ooit naar wie gegaan is ooit kan alleen nog vervangen door het verlangen in zich zelf. petra maria verlangt als geen ander.

rik van boeckel –
Rik van Boeckel presenteert zondagmiddag 13 januari 2019 poëziebundel en cd ‘Beweeg als een strateeg’ in Grand Café De Burcht, Leiden – 1500 uur.
De Leidse dichter/ percussionist Rik van Boeckel presenteert op zondagmiddag 13 januari 2019 a.s zijn poëziebundel en cd ‘Beweeg als een strateeg’ in Grand Café de Burcht in Leiden. Na de succesvolle presentatie in jazzcafé Dizzy in Rotterdam op 2 december jl. presenteert hij bundel en cd nu in zijn woonplaats Leiden.
Bundel en cd worden uitgegeven door de Rotterdamse uitgeverij Bunker.

Het ringelingelied

Ik geef je de tamboerijn mee
speel het ringelingelied
van liefde vrede vogels een kus

ik geef je het ritme
dat slagen zal
jij geeft mij de hartslag
die op ons vertrouwt

wij voeden verdraagzaam
de voorspoed op
zingen de tijd aan onszelf voorbij.

Rik van Boeckel
12 januari 2019

in tien eenvoudige regels is misschien toch net die tweede strofe teveel. die strofe heeft geen poëzie in zich. in eenvoud mogen 6 mooie regels ook voor de wereld en voor elkaar spreken. ‘om het zo te zeggen dat het niet opgaat in de tijd’ schreef uw webmaster eerder:

Ik geef je de tamboerijn mee
speel het ringelingelied
van liefde vrede vogels een kus

wij voeden verdraagzaam
de voorspoed op
zingen de tijd aan onszelf voorbij.

Frans Terken

Hey Mister

Het is de zondagochtendgroet
je humt en zingt me naar het licht
zoals onze Mr. Bob steeds doet
je trekt me zo in een gedicht

je vingers trippend op m’n been
ze wrijven de dag al aardig warm
vaag pluk ik een woord lik je teen
je legt je neer bij m’n linkerarm

het vel dat strak gespannen staat
ik voel weer je eerste huid
dat twinkelen dat rinkelen gaat
ik kijk mijn ogen uit

FT 12.01.2019

die eerste huid die weer gevoeld wordt – hoe de dichter het weet te verwoorden –  bij de warmte die melanie in haar stem wist te leggen ooit toen – brengt hem terug naar die tijd voor even om ook in het nu nog steeds zijn ogen uit te kijken naar wie de dichter weet te ontroeren.

Marc Tiefenthal

Rapsodie in jazz

Onstuitbaar lijken we wel
in onze opmars naar mars,
pantoffeldiertjes in de val
omhoog, tot mensenmiertjes.

Mannen, sla nu de handtrom,
vrouwen, zing dan kere weerom.
Uitzinnig dansen wij,
diertjes en miertjes en mensen, blij.

We zetten het niet op een lopen,
teveel berenklemmen in de tropen.
Mannen, sla nu de handtrom,
vrouwen, zing dan kere weerom.

Dageraad twinkelt,
ochtendrood kringelt.
O hoe licht nu onze voet

het in dit vers niet doet.

marc tiefenthal

ja die twee laatste regels maken dit gedicht op een bijzondere wijze. die eerste twee strofen hadden er niet hoeven te zijn, het hadden 100 strofen kunnen zijn – het doet er allemaal niet toe – tiefenthal schreef twee wereldregels die waar dan ook geplaatst, tussen welke strofen ook gesitueerd – op zich zelf of te midden van andere regels voor eeuwig geciteerd zullen blijven:

O hoe licht nu onze voet

het in dit vers niet doet.

Cartouche weerstaat haar niet


Hé mijn lieve, speel me een lied

in de rafelranden van de ziel, ik heb geen slaap, geen plaats
om heen te gaan, al weet ik dat het avondrijk is teruggekeerd
in zand, verdwenen uit mijn hand, me hier blind liet staan

maar nog steeds niet slaperig verbaast mij mijn moe zijn, ik sta
gebrandmerkt op mijn voeten, heb niemand om te ontmoeten
of om mee te gaan en de oude straat is te dood om te dromen

speel me een lied, mijn lieve, spel me een gedicht en ik
zal je volgen in de tingelende rinkelende morgen – laat me
verdwijnen in de rookkringen van mijn geest om te dansen

onder de diamanten hemel met één hand die vrij zwaaien kan
en elke herinnering en lotgeval diep onder de golven gedreven –
laat dit vandaag vervagen tot morgen en neem me mee op een trip

op je tollend toverschip, mijn zinnen zitten vastgekit, mijn handen
hebben geen houvast, mijn tenen te verdoofd om te lopen wacht ik
alleen nog erop dat de hakken van mijn laarzen aan het dwalen slaan

ik ben bereid om overal naar toe te gaan, klaar om te vergaan
in mijn eigen parade, gooi je toverdansspreuk over me
en ik beloof haar niet te weerspreken, mijn muze – hé

speel met mij, je weet ik kan je niet weerstaan

12-01-2019
Cartouche

en zo geschreven weten we van het innerlijk van de dichter – dat hij haar niet kan weerstaan – het hoge woord is eruit – zij heeft hem door het universum heen gezongen – hij heeft nog getracht in vertaalde woorden iets van weerstand – maar het gemoed is vol gelopen van haar tover pracht en steeds weer opnieuw maar met steeds meer verminderde kracht, blind en moe en zonder enig houvast geeft hij zich over aan zijn muze, vol en ledig – volledig.

heeft hij haar vertaald in eigen woorden – hoe onweerstaanbaar ook zweeft hij met haar in haar onweerstaanbare rijke woordenpracht om vandaag te vergeten, om het allemaal te vergeten, om het vergeten zelf. én om alleen nog te weten hoe mooi ze was en van sleepy zong.

Lisan zingt

Naar aanleiding van Mr Tambourine man.

Crazy sorrow

Laat me vanavond vergeten
dat ik morgen nergens moet zijn.
Speel met de liefde voor mij
als jij mij vandaag wilt verlaten,
maar de straten te eenzaam zijn
om alleen doorheen te struikelen.

Het maakt niemand wat uit
of ik voorgoed verdwijn
in die ondoorgrondelijke geest
van jou, waarmee je het verleden
laat rusten, voor de pijn

je waanzinnig maakt en
naar je zwaait, terwijl je vecht
tegen de zoete magie, een melodie
waarmee de ochtend je bereikt.

Veracht deze dodendans niet
Laat me in de ochtend het leven zien
dat ik vannacht, zonder berouw verliet.

© Lisan Lauvenberg

onze lisan lijkt iets van de door haar leven gefilterde en in de song door melanie geactiveerde ondoorgrondelijkheid buiten haar zelf te leggen –  bij ons? bij de lezer? bij de webmaster? we aanvaarden graag. we spelen met de liefde voor lisan – waarom ook niet. we laten het verleden niet rusten. we richten ons naar de aanwijzingen die ze voor ons beschrijft. jan arends schreef het al: ‘elke dood is een goede dood maar de dood die je te wachten staat dat is een slechte dood – altijd’

we kunnen eindeloos associëren bij de tekst die lisan heeft aangeleverd. ‘laat me in de ochtend het leven zien.’ laten we het daar bij houden. bij deze wens. bij het levensgeluk dat haar ontviel – door lisan hierbij op een bijna onmogelijke manier gememoreerd.

laatste trein naar nergens

we kwamen uit de stad, hebben onder kasseien geleefd
speelden liedjes voor elkaar, beschonken en uit de maat

het daglicht tekende onze contouren, poleerde de glazen
in nachttreinen is het moeilijk ademhalen

de zelfkant van het recreatieve pierwaaien
heeft zich verzameld in konvooien naar de rafelranden

er wordt een moord begaan voor een zoen, al plakt het
en alle menselijke resten in rafels op een natte bank

het is een zeurend begin van zouteloze dagen, de vragen
die je vervoert door rijdende kamers in de nacht

de opgeschoren nekken van matrozen te fijn voor jouw
eeltige handen, te guur voor dit tijdstip en alles ligt besloten

in het nachtzicht van de man die de sporen blindelings volgt
je kunt de slaapstad ruiken, de geur van stukgekookte

spruiten, opstandigheid gaar gesmoord en het ontwaken
al verdronken voordat je op weg was, hier springt men laag

maar zo lang de trein rijdt kun je zingen van verre
kusten, tussen waken en slapen dromen ontginnen.

Jolies Heij

een reisverslag levert hier in ieder geval de emoties van de schrijfster heij. en als heij – weliswaar gestyleerd – losgaat zoek dan maar een stoeltje in de trein en houd je adem in. hoe moeilijk het ademhalen wordt in deze nachttrein ligt in de hand van dichteres besloten. het is allemaal veel – dichteres heij levert veel en onuitputtelijk. het is een beetje of we pieter derks aan het werk zien maar dan anders. na een kwartier denk je – het is geniaal – maar ik ben aan de grand marnier toe.

een werkelijk briljante laatste vasalisachtige strofe – (dat dan weer wel):

maar zo lang de trein rijdt kun je zingen van verre kusten, tussen waken en slapen dromen ontginnen.

Share This:

LISAN LAUVENBERG: ‘Onder mijn huid, prikken de tranen, de tranen om de oude wrakken om me heen, die hulpeloos gevangen zijn in hun rolstoelen.’

Zondagochtend in bejaardentehuis de Flesseman.

Onder mijn huid, prikken de tranen, de tranen om de oude wrakken om me heen, die hulpeloos gevangen zijn in hun rolstoelen. Terwijl het Weespertrekvaartmannenkoor het ene na het andere sentimentele zeevaart lied zingt
Ook hier krengerig wijven gedrag. Als vroeger op het schoolplein. Ik hoor een zeer kwetsbaar uitziend vrouwtje zeggen : Ik doe toch niks, waarom mag ik hier niet zitten? Terwijl een goed opgedirkte oude dame het vrouwtje in de rolstoel wegduwt bij het tafeltje. En dan heel boos blijft kijken als de aardige vrijwilliger het probeert te sussen. De vrijwilliger is geen dame, maar een slonzige jongen met pluisbaard, die haast dansend tussen de oudjes, koffie schenkt, glimlacht, wenkt en zwaait en zo hier en daar een oudje wakker maakt en aanspoort om de boterhammetjes op te eten, die hij al voorgesneden op hun bordjes heeft gelegd.

De Flesseman op de Nieuwmarkt heeft overigens deze aardige jongeman wegbezuinigd. De oudjes moeten maar op hun kamers blijven, ook voor entertainment is geen geld meer. Tja, wat leuk was, moet weg. Je oude lijf hoeft alleen nog deze ellende in eenzaamheid te overleven. Ook al heb je nog zo hard gewerkt en in deze stad lol gehad en gezopen, gerookt, rondgeneukt en misschien wel heel braaf de overheid gediend of veel kinderen grootgebracht.

Deze stad heeft mij ook opgevoed, grootgebracht en veel plezier doen beleven..
Ik zie mezelf over 30 jaar ook zo afhankelijk zijn……
En dan?


Als je niets meer te kiezen hebt en je tussen de anderen, die net zo oud of nog ouder zijn wordt geplaatst, omdat je oude thuis te gevaarlijk, de trappen te hoog en alleen wonen een gevaar voor jouw leven is.
Haha, een gevaar voor je leven, terwijl het toch de bedoeling is dat we érgens aan dood gaan, dus waarom niet aan vallen, struikelen, verwaarlozing, verkeerde medicijn inname of een vergeten griep, die longontsteking geeft? Zolang je nog kunt denken en typen, lezen en praten zal het nog wel gaan. Daarna wordt je
geacht hulp te krijgen, maar van wie? En waarvoor? Als je niet meer voor je eigen lol kunt zorgen en de mensen die daar wel toe bereidt zijn niet meer bestaan, wegbezuinigd, overbodig verklaard en al, wanneer is het dan nog bal? Als het goed is, in je oude hoofd natuurlijk. Als je geluk hebt bezit je nog honderden goede herinneringen aan een vol leven vol momenten die het herinneren leuk maken.
Misschien kom je er dan ook aan toe, om je eigen dagboeken nog eens te lezen, als die niet al door overijverige hulpverleners zijn weggegooid, want tja wat moet je ermee in het hok van 4 bij 4 waar de rolstoel amper past. En je minimale bewegingsvrijheid nog wat gedempt wordt met pillen voor van alles en nog wat, want tja we zouden wel eens dood kunnen gaan.

Met en na al deze sombere overpeinzingen ben ik in mijn dagboeken gaan rond speuren op zoek naar vergeten of goed gedocumenteerde herinneringen, die stop ik dan in mijn hoofd of in deze columns, zodat de schriftjes, boekjes en multomappen met een gerust hart weggegooid kunnen worden. En syberspace wat Lisan zinnen bevat, die een ander nog kan laten zuchten van plezier of ergernis.
Het is maar hoe goed u eigen humeur en gezondheid momenteel is.
Map 1 was een zooitje maar leverde deze zinnen op.

Uit 1995
Bij jou had ik straalkachteltjes ogen. Nog nooit was de energierekening voor mijn koude huis zo laag.
Afhankelijk durven zijn is de grootste vorm van vrijheid in de liefde.

Uit 1999
Altijd kwaaier zijn dan bang
Kreeftengang : Voortdurend met je achteruitkijkspiegel het leven beschouwen.
Wij zijn een feest van zachte zuchten.
En lekker slapen hė, in de meterkast, dicht bij de plek waar de energie vandaan komt.

Uit 2002

De stilte in mij is grandioos. (Is die van mij of ergens gejat, denk ik meteen)
De vrede in deze stad wordt geleefd door onze kinderen, uit alle werelddelen.
Als je je tong uit mijn mond haalt, dan schrijf ik u nog wat poëzie.
Ik ben een werk in uitvoering, met dilemma’s, onderbrekingen en oponthoud.

Tot nader order, groet ik u,

©Lisan Lauvenberg
10 januari 2019

Share This:

VON SOLO voor jou! ‘Met je leren of leatherlook broek En je tovertieten in je wonder BH…’

Deel 319. Sloof

Sloof je uit voor me
Zweet voor me
Met je fitnessbroek van Nike
Met je crossfit en je mudrun
Je bruggenloop en je marathon
Doe het alsjeblieft niet voor mij
Doe het voor jezelf
(Oh please…)

Maak je op
Uitdagend, zo net geen natural look
Met je leren of leatherlook broek
En je tovertieten in je wonder BH
Met je lipstick ben je hipsick, sta je bovenaan mijn clitlist
(Eye wish…..)

Wees representatief voor me en gefilisophisticeerd
Praat slim en algemeen en specifiek en Yuval Noah Harari
En backpacken in de Kalahari en yogha in een naaktspa
Alles top! Met je sacherijnige, venijnige knotkop

Sloof je uit voor me
Alsof het een feministische betoging tegen prostitutie is
Een blanke oproep tegen vrouwenbesnijdenis
Maar sloof je uit voor me, altijd
Alsof je het meent
En doe het niet voor mij
Doe het alsjeblieft
Alsjeblieft, voor jezelf


VON SOLO

DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST

Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl



Share This:

Merik van der Torren over de wanbetaler JOS VAN HEST – Is JOS VAN HEST een oplichter? vraagt merik zich af.

de Amsterdamse prachtdichter MERIK VAN DER TORREN is het helemaal zat. Merik heeft onlangs samen met MIRJAM AL de bundel MET JOU uitgebracht.

Is JOS VAN HEST een oplichter? vraagt merik zich af. JOS VAN HEST weigert tot vandaag de door hem aangeschafte bundel MET JOU te betalen – en het is niet zo dat merik deze jos van hest er niet op heeft gewezen om te betalen – merik heeft de wanbetaler JOS VAN HEST zelfs een herinnering gestuurd. we lezen merik:

 ‘Jos van Hest moet niet ouwehoeren, maar gewoon de beloofde koopsom overmaken voor de bundel “Met jou” die ik hem 22 december vorig jaar overhandigde. Ondanks herinnering mijnerzijds blijft Jos in gebreke. Het is niet dat ik van honger om zal komen als Jos niet schuift, maar de lulligheid van het geval blijft me dwarszitten. Is Jos, behalve stroopwafel, ook oplichter ? groet, Merik’

over deze prachtbundel mochten wij de lezers van pomgedichten berichten. lees onder dit bericht ook.

Met jou
Merik van der Torren en Mirjam Al
Uitgeverij Vliedorp – Houwerzijl
ISBN/EAN: 978-94-6048-063-8

We schreven eerder:

Het is een genot om in deze gewoonheid van Merik van der Torren te verkeren – 20 gedichten lang – vliegen we alle kanten op – zitten we in de tuin zitten we in een boot. zitten we in een boot zitten we in de metro. zitten we in de metro zitten we op 1000 meter hoogte en vliegen hele gewone naakte geliefden je om de oren. Zo gauw Merik ergens rustig heeft plaatsgenomen neemt de fantasie een hoge vlucht door licht lucht en water.

MET JOU is VOOR ONS geschreven. Wie wil er nou niet in donkere wintertijden even vertoeven bij een bergmeertje op 1000 meter hoogte waaruit voor je neus een naakte geliefde opstijgt?

Share This:

MET JOU – bundel van AL & VD TORREN – Wie wil er nou niet in donkere wintertijden even vertoeven bij een bergmeertje op 1000 meter hoogte waaruit voor je neus een naakte geliefde opstijgt?

Mirjam Al bundelpresentatie MET JOU
Merik van der Torren bundelpresentatie MET JOU

Met jou
Merik van der Torren en Mirjam Al
Uitgeverij Vliedorp – Houwerzijl
ISBN/EAN: 978-94-6048-063-8

De bundel is zoals we ze kennen. Merik en Mirjam. Merik vooral van de gedichten, Mirjam ook van de tekeningen en de korte verhalen. Heel heel normaal de teksten maar dan toch ineens vlagen van iets – van wat? ik ga het u uitleggen. In ieder geval is de bundel een bundel met romantische elementen – natuur, vogeltjes, verlangen en liedjes. Allemaal héél gewoon. maar niet heus.
4 Hoofdstukken – Het Boek – De Tuin – De Merel en Het Lied. Nou gewoner kan niet – zou je toch echt op het eerste gezicht zeggen. Per hoofdstuk steeds 5 gedichten van Merik, 5 (verhalen en gedichten) van Mirjam en overal tussendoor de tekeningen van Mirjam. Met ‘Het Boek” glijden we ‘De Tuin’ in – zitten we in ‘De Tuin’ of meteen al lezen we:

Gisteren in de deinende boot, bij zwanen in de gracht, kaarslicht en het oude boek van vergane glorie, staat zij op en omarmt mij.

even verderop – nog steeds in ‘De Tuin’ maakt Merik oogcontact met een geliefde in de metro:

Kantoorkolossen vormden het decor van deze romance in de metro Want in het bergmeer op 1000 meter hoogte rees je naakt uit het blauwe water

Het is een genot om in deze gewoonheid van Merik van der Torren te verkeren – 20 gedichten lang – vliegen we alle kanten op – zitten we in de tuin zitten we in een boot. zitten we in een boot zitten we in de metro. zitten we in de metro zitten we op 1000 meter hoogte en vliegen hele gewone naakte geliefden je om de oren. Zo gauw Merik ergens rustig heeft plaatsgenomen neemt de fantasie een hoge vlucht door licht lucht en water.


Zullen we morgen gaan zeilen op het Ijsselmeer?Ja, riep ze en die dag zweefden we over de schuimende water naar de witte einder.

En zo lezen we ook over belletje trekken, pijltjes schieten in hoge jaren vijftig mario- kapsels. Want zitten we in het heden zitten we in de volgende regel van het gedicht in de vorige eeuw. Merik zit nergens mee. Merik is de meester van het verkeerde been. de lezer wordt gemiddeld een keer per gedicht op het verkeerde been gezet.
Het is bijna dat kinderlijk stoute maar met het raffinement van een doorleefde Amsterdame dichter die alle merkwaardigheden in de wereld, vaak in de grote stad, terugbrengt tot poëzie – een gewone plek om in te wonen waarna het ongewone in een paar regels over het gewone wordt uitgesmeerd. het gewone wordt ingesmeerd met het ongewone en in deze mix ontstaat de poëzie van Merik van der Torren.

En Mirjam Al is het toetje. eigenlijk is haar werk te omschrijven als op niveau naïef doen. waar het uit voortkomt leest u in Mirjams verhaal ‘Een echte dichter’. De wens om te dromen, de wens om te willen weten waar niemand naar zal vragen. (waar de kinderen zijn gebleven en de bloemen ook – in dat lied van marlene Dietrich.) Het verlangen naar de zanger van de nacht, de gezichten die ze in de wolken ziet – het zijn de romantische accenten die naadloos passen in het geheel. En dan is er nog Mirjams hang om soms een beetje ‘raar’ te doen met diezelfde geraffineerde naïviteit die we ook bij Merik vinden. Nee het kind is niet verloren gegaan in Mirjam – ze heeft het kind terug gevonden – op sommige plekken spat het kinderlijk plezier uit deze bundel. Waar Merik het pantoum induikt kiest Mirjam voor het korte verhaal. MET JOU is VOOR ONS geschreven. Wie wil er nou niet in donkere wintertijden even vertoeven bij een bergmeertje op 1000 meter hoogte waaruit voor je neus een naakte geliefde opstijgt?

Met jou
Merik van der Torren en Mirjam Al
Uitgeverij Vliedorp – Houwerzijl
ISBN/EAN: 978-94-6048-063-8

Share This:

Met Mirjam Al én met jou

Stilte die de tijd omringt,

                        de tijd die van het afscheid zingt,

                                                           maar het drijft me niet in het nauw,

                                                                                   want ik heb geschreven MET JOU

Stilte die de tijd omvat,

                        de tijd met zijn dit en dat,

                                               zijn zus en zo en diepe rouw,

                                                                       als ik niet geschreven had MET JOU

Stilte die de tijd omwindt

                        als vanzelf de wijzerplaat vindt,

                                               en de sleutel van het eeuwig blauw,

                                                                       komt allemaal door het schrijven MET JOU

Mirjam Al

Share This:

jolies heij: ‘Het enige dat spetteren mag is de poëzie.’

met jolies 2019 in

Over vuurregens & boerenkool met worst

Allereerst wens ik de lieve lezers een gezond, vruchtvol, creatief en inspirerend jaar toe. Echter geen knallend, spetterend, bruisend of meer van die ongein nieuwjaar. Het enige dat spetteren mag is de poëzie. Na de vreugedevuren op het scheveningse strand begaf ik mij, toch wel ongerust geworden, naar des natuurgenezers tuinhuis. Of eigenlijk is hij natuurgenezer af, maar hoe moet ik ‘m anders noemen? Eens een kwakzalver altijd een kwakzalver en in de tuin tiert het fluitekruid nog altijd welig. Laten we hem maar als natuurgenezer buiten dienst bestempelen. Het tuinhuis was tenminste ongeschonden ondanks de vreugdevuren, nog geen aswolkje was erop neergedaald, geen ruit gebarsten noch de sponning geblakerd, alleen de kerstboom in de tuin stond er treurig bij met uitgevallen naalden en verzakte piek. Toen ik de deur opengooide, overzag ik met één oogopslag het slagveld van de lege flessen bubbels en pizzadozen en aan de lip van de bulldog hing een draadje gesmolten kaas. Welwel, gaf ik, het ziet eruit alsof je al te wild hebt gefeest,

Radovan. Waarom was ik niet genodigd? De natuurgenezer nam me van top tot teen bedenkelijk op. Zozo, kom jij ook eens aanwaaien? Ik goef jou toch niet uit te nodigen, mijn deur staat altijd open, mijn armen zijn altijd gespreid, mijn pik weliswaar niet steigerbereid, maar daar gebben wij get al gonderdduizend keer over gegad. Onze relatie kan enkel zuiver platonisch zijn. Je wilt toch niet zeggen dat je me platonisch hebt gemist, Radovan? vroeg ik gekscherend. Welnee, ik geb mij uitstekend vermaakt, zoals je ziet, glimlachte hij. Eerst ben ik get strand opgegaan om get vreugdevuur te ontsteken en de goden te verzoeken om de wind uit de verkeerde goek te laten waaien, toen… Wát? riep ik verbijsterd. Ben jij verantwoordelijk voor die vuurregen op Scheveningen? Hoe heb je ‘m dat geflikt? Als natuurgenezer in ruste geb ik nog altijd een lijntje met get gogere, gaf hij, ik goef maar in mijn tuniek te schieten of ik krijg alles gedaan. Maar waarom dan? riep ik. Wat schiet je daar nou mee op? Of wou je gewoon een rel ontketenen?

Ik wou de scheveningse gevangenis laten affikken! zei hij met vervaarlijk vonkende ogen. Je bent niet goed bij je hoofd, gaf ik, dat is immers een driesterrenhotel en veel te gerieflijk voor oorlogsmisdadigers zoals jij. Ik word ziek van die kop van Mladic, klaagde ie. Gij zeurt maar over z’n nierstenen en dan moet ik weer een gandoplegging doen. Behalve als ik met gem moet schaken, dan is gie ineens miraculeus genezen. En ik moet iedere dag cevapcici voor hem bereiden, die komen me de neus uit. Ratko, zei ik tegen hem, ik ben nu een gollands ingezetene, dus wil ik ook wel eens boerenkool met worst en een oliebol waarop hij repliceerde: ik ben een asperger en eet alleen mijn moeders pappot omdat ik dat van kinds af aan zo gewend ben. Wat een zenuwlijer, get is gewoon een psychiatrisch patiënt, dus daarom wilde ik gem in get vreugdevuur smoren.

Maar Radovan, verzuchtte ik, waarom ga je dan ook met die slager om en laat je je door hem koeioneren? Er zijn vast wel betere medegevangenen… Neen, wij twee zijn de laatste der Mogikanen. En ik geb niemand anders, mijn geilsoldate is weg en jij gebt nooit tijd, jij bent altijd de gort op om ergens in den lande op te treden. Ik ben er nu toch? riep ik. À propos, hoe is het met je autobiografie? Daar kan ik je nog wat tips voor geven. M’n ouwe vader werkt ook al aan z’n levensverhaal met smeuïge anekdotes uit de oorlog, dus hij is een geduchte concurrent. Als jij dat boek van jou net zo sappig maakt door in detail te beschijven hoe je je moslimkapper de nek omdraait, dan… Hij maakte een vermoeid wegwerpgebaar. Ik geb niet de kracht om mijn pen op te pakken.

Ik mis mijn geilsoldate te zeer. Maar nu ben jij er. Ik ben jouw grote liefde, dus dan wil jij toch wel uit naam van de liefde mijn guis aan kant maken? Wel, verzuchtte ik terwijl ik de pizzadozen vast begon op te stapelen, daar hem je me weer eens tuk. Pak jij dan maar vast je pen en laat Mladic op papier aan die strop bungelen. Of verteren in het vagevuur.

Mechels nieuwjaar

De dag is opgeschoten, pleinsluipers vragen naar
de datum. De vadderik op drie broden dorst
naar zee, onze dorst is natter dan een dweil
en droger dan de kater. Hier zijn de uitspatten

al verbeurd. Mijn compagnon in zacht sterven heeft
het er moeilijk mee, het is niet alleen het keren van
de tijd, er gaan evenveel korrels in een zandloper
als dagen in een jaar en hoop is de strohalm waar-

door we het vuurwater opslurpen. Hij zegt maar
dat haar wereld op slot zit, wat me liever is dan
geen toegang tot de tijd. Hij wil in haar hoofd
ik onder zijn huid. Het is de eerste dag van

het jaar, maar we voelen ons nergens thuis
hetzij bij hem of haar. We willen niet hier
zijn in deze abdij van uitgestorven plezier
van virtuele wensen hebben we onze bekomst.

We duiken onder in elkaars armen. Hij wil
trouwen en een kind, ik ben blind voor zijn gewin.
Gewetenloos denk ik aan mijn schaduwman. Nacht
treedt in. Nog even en het borreluur begint.

Jolies Heij

Share This: