Zoeken
Google
Google
Hoofdmenu
Poëzielinks
Bekijk alle poëzielinks...
Forum
Laatste reacties op http://www.pomgedichten.nl
Inloggen
Gebruikersnaam:

Wachtwoord:


Wachtwoord vergeten?

Registreer nu!
Online
13 gebruiker(s) zijn online (7 gebruiker(s) zijn op Gedichten, nieuws, rellen)

Leden: 0
Gasten: 13

meer...
Google ads

(1) 2 3 4 ... 1151 »
Gastcolumns : VON SOLO - donderdag vonderdag - VON SOLO in de weer met de 'reizende ster van slammend Vlaanderen, Dominique'
Gepost door Pom Wolff op 2014/10/23 7:30:00 (31 keer gelezen)





POMgedichten presenteert de donderdag column:
VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!
Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.



Vorige week was ik met mijn inmiddels nagenoeg onafscheidelijke fotograaf Theo Huijgens in Gent. En wel in het kader van de voorronde van Poetry Slam Belgium in de Hotsy Totsy. We waren er deze keer niet voor de competitie, maar enkel voor de eer.
Het was een bijzonder aangename avond en een volle bak. Onder toeziend oog van Philip Meersman en David Troch zagen we in Vlaanderen wereldberoemde namen als Bardthesque, Max Greyson, Kevin Amse, Martijn Nelen, Tom Driesen, Amanda Malinka en nog veel meer de revue passeren. Jelmer van Lenteren was er ook, als toeschouwer. Maar die heeft het einde van de avond niet gehaald, zoals wel vaker. Wat we ook de revue zagen passeren was een jong meisje dat in de eerste ronde tijdens een gedicht over Ryan Air zichzelf met slagen in het gezicht kastijdde. Ze haalde glorieus de tweede ronde. In de tweede ronde verraste ze vriend en vijand met een gedicht waarin het mantra ‘extra kaas’ uw trouwe dienaar en zijn kompaan volledig voor zich won. De finale haalde ze op een haar na. En alhoewel niet iedereen er de poëzie van kon inzien zagen wij dat wel. Reden te meer om een geïmproviseerde sessie van ‘Dichter onder de oppervlakte’ op te zetten met deze reizende ster van slammend Vlaanderen, Dominique. Die we onder ons al tot ‘het kaasmeisje’ hadden gedoopt.


Dichter onder de oppervlakte, deel 9. : Dominique, ‘het kaasmeisje’

Het is tijd om ijzer te smeden waar het heet is. Theo is er klaar voor met zijn Nikon en ik heb in ijltempo tien vragen verzonnen. Enigszins onwennig geeft de jonge Dominique zich over aan de interviewende vossen van powezieland.

Von: ‘Het was me opgevallen dat je net als ik een tortoise Wayfarer montuur van Ray Ban draagt. Is dat toeval, of is dat het lot?
Dominique: ‘Het model komt veel voor dus ik zou zeggen toeval. Het is wel mooi dat die van u een zonnebril is en die van mij een bril op sterkte. Bij nader inzien zou het toch wel lot kunnen zijn…’

Von: ‘Wat is uw ideale vrouw?’
Dominique: ‘Beyoncé. Ze heeft het woord feminisme weer terug cool gemaakt. Ze is super mooi. De perfecte vrouw en nog intelligent op de koop toe. Ne goe mens.’

Von: ‘In uw eerste gedicht noemde u Ryan Air. Wat heeft u met Ryan Air?’
Dominique: ‘Ik heb een hekel aan Ryan Air. Maar toch neem ik die graag te vaak. Naast alle ongemakken is ook de esthetiek van Ryan Air vreselijk.’
Von: ‘Bent u echt blond?’
Dominique: ‘Nee.’

Von: ‘U had ons net helemaal met dat gedicht over kaas. Wat is uw fixatie met kaas?’
Dominique: ‘Naast het feit dat ik wel houd van kaas, staat het symbool voor consumptiemaatschappij. Die verafschuw ik.’

Von: ‘Als u vandaag president van Amerika zou zijn, wat zou u dan doen?’
Dominique: ‘Meer gelijkheid creëeren. Tussen alles. Tussen de seksen. Tussen zwart en blank. Ook voor holebi’s*’.

(*red. Vlaamse term voor homo’s, lesbo’s en biseksuelen.)

Von: ‘Wat is uw favoriete Hollander?’
Dominique: ‘Lastige vraag. Ik ken niet zo veel Hollanders. Ik zou dan toch denken Typhoon.’

Theo: ‘Heb je een vriend?’
Dominique: ‘Nee.’
Von: ‘Kappen Theo, en fotograferen met je donder!!!’

Von: ‘Is er nog iets dat u kwijt wil aan onze Nederlandse lezers?’
Dominique: ‘Ik zie het als mijn missie om de literatuur wakker te schudden. En dat zonder het pretentieus op te pakken. De literatuur van nu is zich niet bewust van wat er in de jeugd en de hele internetgeneratie speelt. De snelheid waarmee alles gaat. Wat er leeft in de hoofden. Daar ga ik wat aan doen.’
Von: ‘Super. Wij zijn er klaar voor!’

Theo knikt instemmend en schiet nog snel wat laatste kiekjes en Do en ik schudden handen. Misschien hebben we hier wel de winnaar van Poetry Slam Belgium 2015 aan de hand. Wie zal het zeggen. Waarschijnlijk zal Marcel Linssen, die ouwe snoeperd, haar binnenkort charteren voor de Dichtslamrap in Boxtel en dan is haar kostje gekookt. Maar dan hebben Servet en Haché deze keer toch mooi de scoop gehad. Wij hopen in ieder geval dat Dominique koers houdt en zetten onze tanden graag weer in een stuk pizza, met extra kaas.



(los fragment uit een langere tekst)

Begrijp dan tenminste dit: Calibri doet me kotsen,
ik kan het letterlijk
niet meer zien het maakt me
misselijk tot op het bot.
Je kan zeggen dit en dat, maar het is nog altijd een fokking stinkend sap.
De pot op met ronde haakjes &
smart quotation marks, als er iets de hittedood van het heelal zal overleven is het wel
[mark my words ur words how they slither down (my thighs)]
wat als factor onbekend tussen [ en ]
wat eeuwig anoniem tussen ' en '

E-en dan dat vreselijke moment waarop ik besefte
dat er maar zoveel is dat ik in dit leven kan bereiken door meta te zijn,
dat het enige wat ik ooit geworden ben door meta te zijn een klein zwart slakje was
dat kleefde op een glazen flesje cola.
Kijk niet als je bang bent van spinnen.
Dit slakje fuckt de lucht kapot.
Dit slakje fuckt de lucht kapot.
Dit slakje fuckt de lucht kapot.


(Dominique, 2014)
www.vulpix91.be


Het vervolg van deze tour de force elke donderdag op POMgedichten in VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!

Eerdere afleveringen van FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND leest u nog eens rustig na via de volgende links:




zie HIER voor alle eerdere bijdragen
én
Deel 35. Fear and Loathing in Eindhoven
Deel 36. No more heroes
Deel 37. Toppertjes
Deel 38. Judge and jury
Deel 39. IKEA
Deel 40. Anaïs
Deel 41. Fertig
Deel 42. Bodhisattva
Deel 43. Vanilla Sky
Deel 44. Don’t ask. Don’t tell.
Deel 45. Als je niks meer kan.
Deel 46. Grand départ.
Deel 47. Om te kotsen
Deel 48. For a few dollars more
Deel 49. Once you go black
Deel 50. Het grote gelijk
Deel 51. Als het regent
Deel 52. Soldier boy
Deel 53. Irgendwie, irgendwo, irgendwann
Deel 54. Veertig
Deel 55. Too big to fail
Deel 56. Ik geloof niet meer
Deel 57. WK
Deel 58. The Geordie Shore
Deel 59. Papadag
Deel 60. Buiten de pot.
Deel 61. Paul Verhoeven
Deel 62. De zin der dingen
Deel 63. Spelletje spelen
Deel 64. Fear and Loathing in Belgium

Interviews:
Dichter onder de oppervlakte, deel 1 : Akim AJ Willems
Dichter onder de oppervlakte, deel 2 : Kobus Carbon
Dichter onder de oppervlakte, deel 3 : Josse Kok
Dichter onder de oppervlakte, deel 4 : Philip Meersman
Dichter onder de oppervlakte, deel 5 : Miquel Santos
Dichter onder de oppervlakte, deel 6 : Stella Bergsma
Dichter onder de oppervlakte, deel 7 : Jeroen Olyslaegers
Dichter onder de oppervlakte, deel 8 : Von Solo

Addendum 17. Breezer sletje
Addendum 18. Kerst
Addendum 19. Burger King
Addendum 20. Scheiss Egal
Addendum 21. Sletvrees
Addendum 22. Vrede in onze tijd
Addendum 23.Romantiek
Addendum 24.Op Texel
Addendum 25.Uit eten, alleen...
Addendum 26. Luchtig
Addendum 27. Camp
Addendum 28. Hokjesgeest



VON SOLO
www.vonsolo.nl







Commentaar?
Nieuws : DIT WORDT WEER ZO EEN AVOND WAAR GOD VAN ZEI…… VAN PIEKEREN – BJORN VAN ROZEN – en ruige romantiek van de dichters M. van Rooij, R. M. Offerman, A. Guds, P. Wolff – kom naar HET PERRON voor een avond volgehangen met verlangen, weemoed en een pondje liefde
Gepost door Pom Wolff op 2014/10/22 22:40:00 (54 keer gelezen)



DIT WORDT WEER ZO EEN AVOND WAAR GOD VAN ZEI…… VAN PIEKEREN – BJORN VAN ROZEN – en de ruige romantiek van de dichters Michiel van Rooij, Ronald M. Offerman, Aurora Guds, Pom Wolff – vrijdagavond HET PERRON te amsterdam – een avond vol gehangen met verlangen, weemoed en een pondje liefde


24 oktober in theater Het Perron De Blaffende Honden en Vrienden deze keer poëzie en muziek met Michiel van Rooij, Ronald M. Offerman, Aurora Guds, Pom Wolff met Bjorn van Rozen, Jan van Piekeren met Johan Gitareert - Kaartjes via de website van http://www.hetperron.nl. van piekeren, bjorn van rozen, de eijldersresidentie in vol ornaat, wie zou het willen missen. Een avondje voor de fijnproever. Je was erbij kun je later zeggen.



http://www.vanpiekeren.nl




én met Bjorn van Rozen: verlangen, weemoed, de oude haven aan de zee. Hij wil het zien zoals het is.












Lees verder... | 1 reactie
Gastcolumns : woensdag farsjdag - ARIE VAN DER ENT - FARSJ 11 – over Aleksandr Blok
Gepost door Pom Wolff op 2014/10/22 7:40:00 (13 keer gelezen)


foto: Theo Huijgens
http://www.uitgeverijdouane.nl



Aleksandr Blok (1880-1921) – LA BELLE DAME SANS MERCI?

De grote symbolistische dichter, na de revolutie bekend van het lange, verhalende gedicht De twaalf, en het theoretisch-politieke De Scythen, beide 1918, beide pro-Aziatisch-Russisch en anti-Europees.
Maar aan het begin van de eeuw was Blok nog volledig in de ban La Belle Dame Sans Merci... Een vrouw kon hem, althans poëtisch gezien, hardvochtig genoeg zijn.
Mogelijk dat in de navolgende cyclus, Het duistere bloed, de kentering gaande is: we zien eerder Een Mooie Man Zonder Genade, dan een dito vrouw, vooral in het laatste gedicht!

God, wat men ik blij met mijn eigen Belle Dame Avec Merci, en dan heb ik het niet over die stomme chocolaadjes.






ALEKSANDR BLOK : HET DUISTERE BLOED




1

Daar stond je opeens, half afgewend,
je borst kon ik zien en je hand.

Moeder verbiedt jou om nader te komen,
mij de verleiding jou te na te komen!

Ja, tevergeefs sloeg ik de ogen terneer,
je ademt, je volgt me, het onweer nabij...

Mijn blikt ligt verzengend op je wang,
er gaat een rilling door je trillende hand...

De kring van je vuur verbreedt zich,
ook zonder te kijken, kijk je naar mij!

Het woeste vuur wordt door een aslaag bedekt -
je blikt, die niet kijkt maar die over me glijdt

Dit duistere bloed wordt nooit meer getemd,
niet door een weerzien en niet door de liefde!

2 april 1914


2

Ik kijk naar u. Mijn demon houdt zich nu
gedeisd in mij en kijkt slechts voor de vorm.
Uw demon houdt dezelfde wacht in u
en hult zich in de stilte voor de storm...

Daar rijst uw boezem, gretig grage wal....
De vreselijke duivels maar verjagen?
Nee! De ogen af, niet doen, niet wagen
de blik te werpen in het diepe dal!

22 maart 1914



3

Zelfs je naam klinkt licht verachtelijk,
maar wanneer je d'ogen samenknijpt,
hoor'k een woeste stroom tekeergaan,
't onweer komen uit de zandwoestijn

Bruin en goud, zo zwijgt je oog,
Ranke vingers zoeken naar een keel...
Kom dan, kruip maar toe. Ik sla -
als een poes lach jij je tanden bloot



4

O, nee! Ik wil niet dat wij samen zouden vallen,
in onze hartstochtelijke armen. Voor lange pijn,
waarbij de vaste handen niet te scheiden zijn,
de monden los te maken, in het nachtelijk duister!

Ik wil niet verblind zijn door de bliksemschicht,
niet luisteren naar vioolgejank (die woeste klank!),
geen branding voelen van verzwegen verveling,
jouw brandende hoofd in een aslaag begraven!

Gelijk de eerste mens, zo goddelijk in brand,
wil ik je terug aan de blauwe paradijskust,
de leugen doodgemaakt, het gif vernietigd...

Maar jij, je roept me toe! Je blik vol gif belooft
een ander paradijs! En ik geef toe, wel wetend dat
je slangenhuis een hel is van verveling, bodemloos.

februari 1912


5

Weer bij mezelf… Vernederd, woedend, blij.
Zeg nacht, is ’t buiten dag?
Daar staat de maan, de oude nar die mij
toegrijnst over de daken…

De dagzon, weg ermee, dag berouw en spijt!
Wie waagt het mij te helpen?
Alleen de nacht dringt in mijn voze brein,
alleen de nacht durft binnen.

Er is één blik, die gretig binnenkomt,
Eén die mijn borst doorboort…
Alles verdwijnt voorgoed, wat rest is: nooit,
wanneer je uitschreeuwt: Ja!

29 januari 1914



6

Gegrepen door de angst, de draaikolk
binnengesleurd…
Wat komt de kamer mij bekend voor!
Gaat alles voorbij?

De fluistering, verward, vol afschuw…
de blik verborgen,
een zwier’ge ring pakt bange handen
in, meer dan stevig…

… De eerste lichtstraal van de morgen
valt snerpend binnen…
God tekent op het slapend lijf
zijn schoon patroon.

2 januari 1914



7

Het ooglicht van de nacht, de trilling,
de geile praat,
gelispel van het zalig vreemde,
en buiten het antieke, zwakke licht.

Geloften waar geen snars van komt,
geen woorden, nee–
maar dat wat alle zin verliest,
zodra het bleke daglicht gloort…

Dan staat – in je vermoeide ogenblik –
de leugen klaar!
Dan lijkt mijn mond in rode kronkeling
op die van jou, geheimzinnig veel!

27 december 1913



8


Ik vier de zege, het is eindelijk gebeurd!
Ik heb haar wreed in mijn paleis gesleurd!

Drie kaarsen in een ver verschiet.
En wij op zware kleden, vol met stof.

En bij het licht van kaarsenhouders
getaand velours van blote schouders,

Een storm van haar, een wazig oog,
een ring met donkere diamant.

Het bloed om je verkoolde mond
vraag weer de foltering van liefde.

En voor het gat der zwarte ruiten
de vage wemeling van veel banieren.

Een klok, bazuinen, hoefgetrappel,
de deining van een zware kist.

- O, lief, we zijn hier niet alleen!
Doe, ongelukkige, de lichten uit...!

-- Verjaag de angst die in u huist,
het is het bloed dat in de oren ruist.

De rouwbazuinen zijn nabij,
een zucht van koel geworden lippen:

- Mijn schone man, mijn schande, gesel...
Het nachtuur roept zijn nevelwoord,

De kaarsen, ogen, woorden doven..
- Je bent nu dood en van de doden!

Ik weet, ik heb je bloed gedronken...
Ik leg je in je kist en heb gezongen, -

Jouw bloed zal in de nacht vol mist
vanbinnen zingen van de lente!

oktober 1909



9

Aan ’t schone, goddelijke schepsel
weet ik de kracht nu van verachting.
Ik heb haar met een stok geslagen.

Ze kleedt zich haastig aan. Ze gaat.
Is weg. Ze kijkt angstvallig om
naar mijn gesloten grijze ramen.

En weg is zij. De regenavond
stroomt nu de grijze ramen binnen.
En verder, achter regensluiers,
het randje van de dageraad.

De verre, vochtige valleien
en het nabij, verwoed geluk!
Ik sta alleen en luister toe
naar wat violen voor mij zingen.

Ze zingen woeste, wilde zangen
van hoe bevrijd ik nu weer ben!
Van hoe ik lage lust verruild
heb tegen zo veel beter lot!

13 maart 1910








Commentaar?
Gedichten : finsterwolde
Gepost door Pom Wolff op 2014/10/21 20:20:00 (7 keer gelezen)



ik begrijp haar wel
die vrouw in finsterwolde
die ik niet ken
anders dan dat ze niet gekend wil worden

‘ik heb hier niets’
zijn de woorden die we van haar weten

ik begrijp haar wel
ze komt haar huis niet uit
wat moet je ook met mensen

die je niet verstaat
die klagen over brandgevaar
maar je liever nog op een brandstapel binden


pw




Commentaar?
Gedichten : Frans Terken: laat de zweep maar knallen! - nieuwe serie "honds genoegen" - terken - heij - en alles op zijn en haar hondjes
Gepost door Pom Wolff op 2014/10/21 5:30:00 (103 keer gelezen)


dinsdag columniste jolies heij moet een weekje overslaan, geeft ons hier de mogelijkheid om de serie 'beestenboel' Heij & Terken bij te werken. de dichters Jolies Heij en Frans Terken jagen elkaar na, stoten elkaar af, verlangen naar elkaars armen. Jolies Heij houdt wel van een zweepje. Frans Terken zet er graag de tanden in. zo mogen we in de laatste gedichten lezen. de laatste 2 voorop - daarachter de gedichten over hoe het allemaal zo gekomen is.


Mijn wereld tot buit
Voor FT


Laten wij dan deze beestenboel verlaten
dat allesbehalve paradijs is met verzuurde
happen in vergrijsde wangen en bijten
naar alles wat beweegt achter de

dorpel ook al is het te goeder trouw.
Soms zijn mijn tanden bloot maar in
deze streken verbleken ze gauw
en is het juist het hart dat kleur

bekent. Mijn opzwepende commando’s
zijn voor degene die de zweep
weet te waarderen die de bazin
lik op stuk na stuk dat de luiken

springen. Kijk goed rond in mijn
wereld van hoogtezon en koudvuur.
De waakvlam staat aan. Je hebt alles.
Je hoeft alleen maar de bolster te ontpitten.

Jolies Heij
161014




In het zadel
voor JH


Ik zadel het oorlogspaard en draaf je na
diep het woud in waar jij ondergedoken
als eertijds in de loopgraven slalom je
daar tussen zonnevlam en wondkoorts

trekt langs boomtoppen en bodemloze gaten
onderaardse gangen die ik uitpluis ik jaag
mijn rijdier over stronken en wortels zonder
zicht op waar jij je schuilhoudt je onderkomen

de speurhond in mij heeft je geur geroken
neus op het spoor ik zet er de tanden in
om de weg naar het hart te vinden

laat de zweep kou en duister uit de lucht
knallen en de bolster afpellen dat ik de pit vang
en polijsten kan in de palm van mijn hand


Frans Terken 18102014












Hondsdagen
voor JH


Zoals zij hem in haar macht
begeert en honds behandelt
met kwispelstaart vastbinden
wil aan een antieke tafelpoot

tot op tong en bot afgericht
in een zeventiger jaren café
trouw maar onberekenbaar
je weet nooit wanneer hij bijt

het is een kunst om in musea
te bewaren tussen afdrukken
van een naoorlogse stroming

beeld na beeld zie je het dier in
eigen spiegelbeeld heet hijgend
naar vrijheid, de illusie ervan


Frans Terken 07102014









Muilkorfloze nachten
Voor FT



Maar weet je dan niet dat Sirius onder
is gegaan en Artemis haar hemel
heeft toegedekt. Jij wilde die staart
tussen de benen, de bliksem

uit de lucht. Heb ik je ooit gevraagd
om me als een ijsheilige te eren?
Ik hoef niet in een lijst noch
lijn ik jou aan mijn zij. Illusies

zijn als koudmerken te dicht op de
huid, spiegels sneeuwen tot blind.
De kunst is om de tong in te slikken
het bot te bewaren. De afdruk van

ons verbond in ons postzegelmuseum.
Het kerft al dieper. Je hoeft niet te
knielen of de halsband los. In de grond
zijn wij bijtend nederig en verraderlijk trots.


Jolies Heij
09102014





Jachtlust
voor JH


Wil jij van een jachthond een windkeffer
maken mijn neus blijft bij de grond
snuift je geur je spoor je voetstap
jou ruiken is de muilkorf voorbij

ik stuif achter de panden van je jas aan
hap naar de punt van je ceintuur je riem
als een veeg oogschaduw gewreven
uit de hoek van je prikkelende kijkers

ja ik lig af en zonder halsband aan je
voeten niet de tong uit de bek niet zo
hijgend en kwijlend als jij denkt alsof ik

in een run de trap op tot in je kamer met
laag het licht gordijn dicht als een lakzegel
je bed de mand om met mij te delen


Frans Terken 11102014







De vos ontmaskerd
Voor FT


Hoe graag zou ik je smaken
en toelaten in mijn koninkrijk van
dierenfabels en andere welriekende
biotopen. Doen alsof jij de eerste

schuinsmarcheerder bent. Ik heb
je al zo lang gekend. Vroeger droeg
je nog geen driedelig grijs, toen
hadden we het beest in ons kunnen

laten vieren. Nu heeft alles een
prijs. Ik zou je willen volgen
tot waar het begon, die oorsprong
in jouw zuidelijke dorp achter

de luiken. Nu trek ik enkel de
gordijnen dicht. Ik zwicht niet.
Ik denk aan jou als jongen zonder
peper en zout in het haar, zonder haar

die jou heeft afgericht. Niet omdat
maar zo: ik heb een gekrompen hart
waar enkel plaats is voor jou en niet
voor een vreemdeling. Hou me dichtbij.

Jolies Heij
121014






Niet hondstrouw


Niet hondstrouw daar heb ik een neus voor
zoals alles aan je beestenstreken heeft
ik kan een oog dichtknijpen en het
schuins zien maar het blijft wat het is

weet dat ik het grijs geruild heb voor zeven
kleuren toen ik het zuiden verliet voor de
noorderzon waaronder jij je dierenrijk bestiert
bij aankomst is de prijs betaald die jij bedong

en nog sluit je me buiten laat je me daar
rondstruinen ruik ik aan elke dorpel om
jouw geur op vreemdelingen buit te maken

ik zeg je er zijn betere bazen dan jij met je
opzwepende commando's geen andere poot
tussen de kier in de luiken dan die van mij


Frans Terken 14102014








Commentaar?
(1) 2 3 4 ... 1151 »