
Met mijn moeder die las
en breide tegelijk
en mijn vader die zes uur
per dag piano speelde
heb ik jarenlang gepraat,
gelachen en ruzie gemaakt
totdat ze werden ingelijfd
bij de legendarische 6 miljoen.
Een getal, waarover na ruim
een halve eeuw nog steeds
wordt geredetwist.
Hun gezichten beginnen te vervagen.
De klank van hun stem is
al bijna ontkleurd. Straks
ben ik er ook niet meer. Dan
zal het zijn alsof wij drieën
nooit hebben bestaan.
Hanny Michaelis 1922-2007
van de vergankelijkheid lieve lezer. hoe je ook dicht dood ga je. de nacht was vol van dode dichters. er liggen ‘een beetje veel’ doden achter ons, vrij naar maxima, die wel voor ‘een beetje veel’ nageslacht aan het zorgen is. maar dat tussen haakjes. Ik hecht aan haakjes.
we geven door. dat is het. laten we het hier. zonnig.
wij hebben
tenminste starik nog
die een gedicht voordraagt
bij een onbekende dode
en linda de mol
pw
van de vergankelijkheid lieve lezer en de poëzie. de oma van jur gedicht op filmbeeld vastgelegd, een oma. zoals omaas kunnen staan. zoals de mijne ooit witheet tegenover mijn vader stond bij de televisie - zet die sonneveld af ik mag die kerel niet en zeker niet op eerste kerstdag - maar dat is sonneveld helemaal niet probeerde mijn vader nog...
dode dichtersalmanak
ik heb nog een stukje
8mm film van oma
haar derde vakantie dag
in de Oostenrijkse alpen
dat ze zich bij het openen
van de gordijnen in zichzelf
pratend afvraagt waarom die
klote berg er nog steeds staat
want als poëzie
geen heimwee is
wat is het dan
Jur
van de vergankelijkheid lieve lezers en blikken omaas lijkt het wel. wéér een oma. roop had er een en opa mag er ook meteen bij.
verassing
we liggen voor de as van opa
en kijken op zijn resten neer
wat zijn lever was wie zal
het zeggen en dat botje
is niet eens een kootje meer
opa was bij leven opgewekt
je ziet er niets van terug
zo in die grijze zooi
opa was een grote vent
en oma vond hem mooi
maar wij zijn oma al
veel langer kwijt en missen
opa nog maar net we halen
onze schouders op en vegen
hem van bed
roop