kan er natuurlijk niet om heen - zojuist verschenen die ode aan mn bene. zit ineens niet meer zo rustig achter mn compie. ik kijk naar beneden en zie hele rare dingen. kan ik morgen nog wel over straat hier in amsterdam zuid. heb jij bene jongen? zullen ze vragen. de eerste gordijntjes zie ik al openschuiven, lieve lezer. en ze kijken allemaal mijn kant op. ze kijken onder de gordel, dat is me wel duidelijk.
is er wat? krijs ik naar de overkant? hee ben jij die goser van de poezie met die bene? roept ze en ze rukt wat aan haar zelf. kennen we mekaar eigeluk? roep ik terug en woon je alleen en waarom heb je alleen een bloesje aan? wat zeg je schreeuwt ze. je hebt toch wel een zootje benen aan je reet hangen of zijn ze weggeroest - wacht effe - ik kom wel effe kijken.
heb je nou je zin luk? ik wil aan de pomgedichten zit ik direct aan haar vast. de hele wereld leest mee. nu weten ze allemaal van me. jezus daar komt ze al.
wat praat je lekker plat schat mijn begroeting. zo heel anders dan de andere mensen hier in zuid. en wat ben je luchtig gekleed. ik wil ze zien hoor zegt ze. ik wil ze allemaal zien. de een na de ander. die paard lijkt me ook wel wat maar die is zo ver weg en ze hebben toch allemaal de zelfde bene - die schriftgeleerden - het past altijd.
heb je misschien trek in koffie buurvrouw, het is zo koud voor de deur. ik ben misschien wel een schriftgeleerde maar ik ben ook een mens - ja met benen ik zie ze wel hoor.
ik heb er ook weleens één gehad zonder benen, en die paste ook. O ja? en laatst nog één met stompies dan moet je wel uit je doppen kijken dat je de goeie pakt.
ja het is me allemaal wat buurvrouw - dat alles maar past en dat die auto's bij al die verkeersongelukken toch nog zoveel heel laten - het is een wonder zou een belangrijk utrechts dichter uitroepen - maar bij hem is alles een wonder - een vogeltje in de lucht is een wonder - een zakje thee is al een wonder, alles is een wonder. en geloof het of niet lieve lezer - wonder was het wonderwoord. o is alles een wonder,zei ze, hoor ik dat goed, dan is dit ook een wonder en er flaneerde een vagina in mijn huiskamertje recht op mijn geslachtsdeel af -

maar wat dan met de vrouwe pom
kan'r iets mooier dan
ik schrijf'et vaak toch
kan'r iets mooier dan dit
en dat en dit en dat
kan'et mooier nog
dan dat en dat en dit en dit
en dan dit en dan dat
en toch is'et zo
ik zuig de schoonheid bij momente
inhaleer wat'k machtig vind en prachtig
kan'et mooier dan
en vandaag zijn'et jouw bene pom
kan'et mooier nog dan jouw bene
my god en dan is'et zo heel echt
kan'et mooier nog
gistere ware ze nog knokig
beangstigend dunnetjes
wat zeg'k gistere nee daarnet nog
en nu pom
my god wat'n stel kanjers
nou ja en zo is'et moment
en zo is'et weer over
zo heb je tja
en is tja'n mooi gedicht
zo heb je ja en is ja'et mooiste woord
en kan neen nog mooier worde
later
en kan'n vrouw mooier nog dan moeder worde
nege maande leve dragend
de buik gespanne rond
en dan...
kan'n vrouw mooier nog dan moeder zijn
dochter of zoon koesterend
'un hele leve lang
of zijn'et die dochters pom
ja kan'n vrouw mooier nog dan dochter zijn
en zo is'et altijd
de schoonheid is vluchtig
en vaak zelfs slechts'n gedachte
maar jouw bene pom my god
tja kan'n gedicht
en kan'n gedicht nog mooier
dan'n ode aan jouw bene
al is dat zomaar'n moment bedacht
en zo voorbij
maar wat dan met de vrouwe pom
(c) luk paard