hugo claus is een jaar dood. ik weet nog van mijn rondgang in watou deze zomer. over het plein, zijn silhouet daar ook, de straat naar links langs de gedichten van kopland en van claus over de dood van herman de coninck. op weg naar 1, na driehonderd meter het pad op naar de schuur van 1. en eenmaal op het pad links nog een gedicht. iets verder links de stal. en door de staldeur heen videobeelden van zijn gezicht, een wijdopen gezicht voor de glazen poort van de dood - zo keek hij de donkere stal in - zijn ogen, zijn mond en zijn stem in die stal in oost vlaanderen. een laatste keer die stem, die onverwoestbare stem die nog een keer voor het voorbij - ging:

hugo je stem
die als een monotone over neergesabelden galmde
- roofvogels zei je vaak -
langs behang in lege woningen en vuur zei je ook
heimwee hugo naar de opsommingen
die jij uitliet als een hondje
of je hoorde flarden
er zijn vrouwen hoorde je vrouwen
als woord en rust - de wolfshonden jagen -
heeft hij nooit gehad nooit, nooit rust zei je
zoiets zei je dan
pw

dit gedicht,staat in het Gedenkboek dat door de Stad Antwerpen in april 2008 is aangeboden aan zijn vrouw Veerle:
Voor een vijftiger
zo hij leefde
fier en onverschrokken
bruusk - niet destructief
toch rakend onze ziel
zonder pijnverzachten
in tarten van gekwezel
der pausen hypocriete
vromen - open voor de
tederheid der zonde
in hellevuur verachten
zo kon hij sterven
fier en onverschrokken
heeft hij een streep
dwars op het verloop van
een vruchteloze weg
getrokken
voor Hugo M J Claus (5 april 1929 - 19 maart 2008) (C) JohnN - 19 maart 2008