
PRESENTATIE EIJLDERSBUNDEL "DE ZIEKTE VAN GUIGELTON" - POM WOLFF - VOLGENDE WEEK ZONDAG 19/4 - 1600 uur - cafe eijlders - leidseplein -kom je ook een biertje drinken?
en zo wordt het allemaal nog veel mooier. onze tief komt naar amsterdam aanstaande zondag - om in eijlders - ZIE HIER 19/4 cafe eijlders - 1600 uur - zondagmiddag ter gelegenheid van de werelddichtersmiddag en de presentatie van de eijldersbundel 'de ziekte van guigelton' wallace stevens en rein bloem te eren. rein bloem ook nog even terug op het leidseplein. er zijn van die dagen dat ik mij gelukkig voel:
elk zijn verrijzienis, of zo? jij bent vandaag nog niet aan de beurt. Die komt dus volgende zondag. Ik las op pomgedichten dat aanwezigen, al dan niet dichters, een gedicht mogen voordragen en, indien ze dichters zijn, van een andere dichter.
Kan je dat regelen dat ik daar, bij wijze van hommage aan twee groten uit de letteren, zijnde Rein Bloem en Wallace Stevens, beide Nederlanders, de eerste volledig, de tweede uit de tweede hand, een gedicht van Stevens zou voordragen in vertaling van Rein Bloem?
tot dan
--
dichter essayist / poète essayiste
Temse
blogs: Tieftalen (nl) Profonde lalangue (fr)

REIN BLOEM (1932 - 2008)
REIN BLOEM (1932 - 2008)
Dichter, vertaler, filmer, criticus en docent Rein Bloem is op 20 juli in zijn geboorte- en woonplaats Amsterdam overleden. Hij schreef voor Merlyn en Raster.
Rein Bloem vertaalde werken van experimentele schrijvers als Pound, Joyce, Baudelaire, Reverdy en Mallarmé. In 1997 verscheen de poëziebundel De troost van de pelgrim; deels gewijd aan de Catalaanse componist Federico Mompou, deels aan de Francigena, de pelgrimsroute tussen Pavia en Rome. Bloem verzorgde decennialang poëziekritiek in dag- en weekbladen als Vrij Nederland en De Groene. Rein Bloem maakte de films; Hercules Seghers, Pierre Tal-Coat en Gorter aan zee (naar een gedicht van Hans Faverey).
laten we nog een keer stilstaan bij rein bloem in 2008. nu de tief hem noemt. een zakelijk berichtje. Zoals je ze kan lezen op die sites die plichtmatig berichten over de dood en in een adem door over prijzen – alles op één hoop. Maar hier is het anders. Ik schreef hieronder over jacques kruithof die ook in 2008 tot sterven bereid was. Rein bloem in hetzelfde jaar gelukkig wat ouder. Een twee-eenheid op het instituut waar ik deze twee vijf jaren vierde als docent. En de makkelijkste student was ik niet. toen woonde hij in de lumeijstraat in Amsterdam west. draaide buster keaton daar op de muur van zijn kamer voor zijn studenten. reden we met zijn achten met hem mee in zijn renaultje-klein. smeedden we plannen voor de democratie tegen tiepjes als breukers. Hij leerde ons van suspense in de film, van hadewych en haar sappen, van polleke van ostaijen en zoveel meer.
hij de levensgenieter die kon vertellen als de beste. alsof het allemaal geen moeite kostte. En het kostte hem geen moeite. Hij moet een zeldzaam hoog iq hebben gehad en een goed geheugen. doceerde daaruit slechts wat van waarde was en bijzonder. hij wist alles van alles. wist van records in de atletiek, de bergen in de tour, de elementaire deeltjes van heel veel vrouwen en altijd voor de avant garde uit. hij was gehaat en geliefd. rook rechte harten pleegde verzet tegen onwaarachtigheid waar hij kon. Vertrok niet ongemerkt met een rel maar van hier tot ginder als het klimaat hem niet beviel – met het gelijk aan zijn zijde. Werd vervolgens vanzelfsprekend binnengehaald met alle egards bij mensen die wisten wat goed was en voor de troep uit.
zo anders dan kruithof – die toegewijd en serieus – rein was een dichter en jacques was dat niet - deze rein bloem die vol van leven het literaire leven doorgaf, maar met precisie, puttend uit enorme kennis. Zag hem twee jaar geleden nog steeds in een renaultje door amsterdam scheuren. stonden voor een stoplicht bij de rai. de gebogen rug en twee armen over het hele stuur – dat was rein bloem. faverey zijn liefde in de poëzie:
Laat de god die zich in mij verborgen houdt
mij willen aanhoren, mij laten uitspreken,
voor hij mij met stomheid slaat en mij
doodt waar ik bij sta, waar jij bij staat.
Hans Faverey, laatste gedicht,
laatste regels in 'Het ontbrokene'

Rein Bloem indachtig
Hij werd net geen tachtig, zeg maar,
hoeft dat dan? Hij zong niet
noch sloeg hij hard met deuren.
Nog voor ik hem ook maar gezien had,
kreeg ik hem te zien.
Er was geen wind waarin zijn haar
niet uiteen waaierde met onderaan
de zachte gang op sandalen, zeg maar.
Wat hij al niet wist! Iets meer
mocht het wel zijn en veel meer kwam ervan.
Hoe graven niet wit gekalkt
beter wit geschreven raken,
ook dat van Mallarmé.
Maar zeg, waar bleef hij de laatste tijd?
Tiefenthal