Gastcolumns : PLATENKAMPS DONDER DAG! – mike platenkamp: 'Kut wat een vette plaat. Kut wat een lekker meisje. Kut wat een lekker zonnetje.'
Gepost door Pom Wolffop 2012/5/3 19:30:00 (303 keer gelezen)
KUT
Ik kan me herinneren dat ik het al vaak gebruikte als kind. KUT, heerlijk. Je kon het uitroepen als je iets naars gewaar werd, als je je pijn deed of de bus miste. Multi toepasbaar. Als scheldwoord en vervloeking was het ook al bruikbaar. Kutwijf, kutfilm, kutwedstrijd, kutweer, kutfiets, kutschool en ga zo maar door. Eigenlijk kon je kut overal voor inzetten. Mijn vriendje in de flattenwijk, Milco, deed er op een gegeven ogenblik, je moest toch wat om te overtreffen, nog een schepje bovenop: KUT-LUL, riep hij. Ik kan me het nog goed herinneren. In de hal galmde het geweldig en het was zo indrukwekkend dat er eigenlijk meteen geen ander scheldwoord meer nodig dan wel mogelijk leek. Dat was wat hee, KUT-LUL! Fantastisch wat een weerzinwekkend woord. Dit was nog voor de serie- scheldkanonnades die je zo lang mogelijk kon maken door allerlei gruwelijke onmogelijkheden zoals; driedubbel-uitdebaarmoeder- geslingerde-variaté-flikker enzo, je weet wel. Daar vond ik sowieso niets aan. Véél te bewerkelijk. Als je echt iets dwars zit: KUT! Daar hoef je nooit over na te denken. KUT! Prima.
Op de middelbare school leerde ik Iskander kennen, een soort punk. Hij zag er meestal ranzig uit, een bekladderde jas, nergens bang voor en rap van tong. We werden vrienden. Hij kon goed liegen en bedriegen en stal regelmatig uit de supermarkt. Ik deed daar vol vuur aan mee. Dat we de supermarkt aan moesten vegen toen we gepakt werden was alleen maar lachen. Zijn manier van schelden was een verademing tussen de krachttermen die leeftijdsgenoten bezigden. De eerste keer dat ik dat hoorde was hij in conflict geraakt met een conducteur. Deze had hem niet zachtzinnig aan zijn arm gepakt omdat hij rookte in een niet rook 1e klas coupé. Alles was vol, Iskander vond dat hij derhalve het recht had om daar te zitten. De blauwe ns-diender pakte hem beet en Iskander rukte zich handig los, keek de man vreselijk boosaardig aan en zei, alsof hij KUT-LUL riep, het scheldwoord van de eeuw: Gekkerd! Hee joh, gekkerd, laat me eens los, gekkerd. Wat was dat stoer. Een simpelere en doeltreffender manier van schelden kende ik niet. Je riep gewoon gekkerd, malle pietje, rare of mafkees maar dan met de intentie van KUT-LUL. Hij spuugde het uit. Ik was erg jaloers op die aanpak. Gekkerd! Zelfs nieuwe scheldwoorden die de revue passeerden waren niet zo krachtig. Zoals daar waren; maaghond, hondekop, hoereloper, kloteklapper, paardelul, hoerenzoon enz. Wat geweldig. GEKKERD!
Later in de negentiger jaren werd het prettige effect van het woord KUT zelfs omgedraaid werkzaam. Kut wat een vette plaat. Kut wat een lekker meisje. Kut wat een lekker zonnetje. Dit vond ik wel wennen maar ik deed er ook aan mee. Kut wat lig ik lekker. Ik weet niet precies waarom het woord KUT-LUL er uit sleet. Het was te heftig, te kinderachtig misschien wel. Heel af en toe kwam het nog eens terug. Toen er iemand met volle vaart tegen mijn net aangeschafte occasion Peugeotje aanreed bijvoorbeeld. De vrouw in kwestie trok haar wenkbrauwen hoger op dan haar motorkap opgekruld was toen ik het riep: KUTLUL! Het luchtte wel op maar onze auto was toch in één keer total loss. We kregen er nog 500 terug voor de troost. KUT.
Jules Deelder en Herman Brood deden samen een liedje: Oh Kut. Erg fijn. Je kan het vinden op youtube. Ik beveel deze clip van de heren aan,
mocht het u interesseren, als origineel. Deze typografische verfilming van een kunsten student, waarin de tekst zichtbaar is, vind ik ook leuk.
De fascinatie voor de kut is Brood al vaker aan te zien geweest: Ik hunker naar de zilte zeelucht van je doos. Een dichtregel uit zijn bundel; Zoon van alle moeders.
De laatste tijd vind ik het woord KUT wel weer erg fijn om real time te gebruiken. Kut, het paard van mijn zus moet afgemaakt worden. KUT, ik ben mijn baan kwijt. Kut, de lieve moeder van mijn beste vriendin is ernstig ziek. Kut, kut, kut. Wat kut. KUT Demissionair kabinet, Kut-tijd, kut-alles. Ook lastig is dat je kinderen het ook opvangen en gaan gebruiken. Een crèche-oppas-moeder overhoorde een gesprekje van mijn Lola en haar beste vriendje Dennis in de zandbak: Lola: Je mag geen kut zeggen hè. Dennis: Nee, das echt klote. Ook de maaskantje-hype heeft het woord onlangs weer stevig op de kaart gezet en nog iets geaccepteerder gemaakt. Je kan het nu overal horen en roepen. In de bus, op de markt en in de wandelgangen. Hee verrekte KUT! Ik sprak laatst een brabo die beweerde dat ouwe wijven in Brabant op de markt het gewoon gebruiken zoals een Amsterdammer het woord PIK gebruikt. Leuk wordt het als een Amsterdammer in Brabant op de markt komt: Doe mij een een pondje ouwe kaas, pik. Wilde gij plakskes, kut?
Voor het benoemen van het zo teerbeminde vrouwelijk geslachtsorgaan gebruik ik meestal andere woorden. Een enkele keer noem ik het wel eens kutje. Maar dan wel voorafgegaan door 'een heel lekker..'
kut
kut man, kut hè, ja kut ik heb er geen woorden voor en het kutte is natuurlijk dat je er geen kut aan kan doen
het scheelde een kut haartje
als die kut niet zo kuttig zou zijn was het niet half zo kut geweest maar altijd weer die kutsmoesjes van die kut, het is gewoon kut