
onze vaste dinsdagcolumniste jolies heij
http://joliesheij.punt.nl
columniste op hemelvaart. in de historiese spaarnestad het beest uitgelaten onder de bezielende leiding van stadsdichteres sylvia h. met nina h. nog altijd aan mijn zijde, ik raak dat wijf maar niet kwijt. leuk, zijn er in haarlem ook schaapjes zu ficken? kirde ze. je kunt beter die bulldog van me aan het lijntje houden, grauwde ik, zodat zij geen schaapjes fickt. en zo ging het via laurens janszoon coster, malle babbe en lennaert nijgh naar een etalage met allemaal jezusjes door nina hoogstpersoonlijk van een stijve voorzien en daarna voordragen op een zeepkist op de grote markt. maar waarom luistert er nou niemand? kweelde nina klagerig.
dat komt door die koekoek op je schouder, gaf ik, die tettert overal doorheen. hier hebben de mensen het niet zo op die schwarzwaldkitsch, zelfs niet als het van een urker randje is voorzien. verder dan maar weer, naar de amsterdamse open atelierroute om me met beroepsdandy simon mulder te onderhouden over indo-europees, kerkslavies en glagolities. glago wat? hoor es, ik ga je niet alles aan des koekoeks snavel hangen, zoek dat maar op in je klassieke talengids, simon weet tenminste waar ik het over heb, die heeft stijl. die achterlijke koekoek van jou spreekt alleen maar een soort boers zwitserli. wes meinschte, uf unser seit vom rhein sagt mer heut dezu schwarzwald. aan welke kant ook, het is allemaal één pot nat, sprak ik. wie wil er nou luisteren naar dat dronken gelal van piëtistiese dominees? waar de man op straat al niet eens de vierde van de eerste naamval kan onderscheiden?
daarom zegt de balkanees zwaab en de nederlander mof, omdat ze brabbelen als ze horen te zwijgen en zwijgen als ze het gas laten ontsnappen. dus pas maar op dat ik die koekoek niet op een kwade dag de nek omdraai. nu op naar eijlders, daar geilen ze wel op vrouwen met veren. waar hangt de grote baas trouwens uit? ik heb 'm niet meer gezien of gehoord sinds ie mij in een achterafniche betrapte bij een onderonsje met de haarlemse wethouder van cultuur. in plaats van opgetogen te zijn dat ik hem leegzoog, zodat baaslief eindelijk aan zunne achterstallige bordeelbezoekbetalingen kan voldoen beet hij me toe waarom of ik me zo door die hoerenzoon liet ringeloren. geen groter mysterie dan de hypergevoelige, met lange tenen behepte mannelijke psyche.
wie in eijlders evenwel gelijk op me afkoerste was mneer terken, hij drukte een loodzware gouden staaf in m'n handen. hier, sprak hij, ik laat jou het goud van het wedstrijdje op de pom, je hebt het dubbel en dwars verdiend. geen sprake van, gaf ik. hoe moet ik al dat goud utrecht binnensmokkelen? ik heb geen zin om me levend te laten inmetselen. neem het maar mee naar leiden, daar kan het tenminste nog tot sleutel worden omgesmeed. of nee wacht, geef het maar aan jako fennek, mag hij het voor straf omdat hij al die onaardige dingen over mij heeft gezegd de zwitserli alpli opzeulen. wat denkt ie wel niet, die zwitserse bauerli? mij laten opsluiten met ma de jong in een zimmerli für zwei, dat moet je nooit doen met echtelieden, daar komen ongelukken van.
geen spraakli vanli, sprak herrli fennek, wat nou als het flugzeugli neerstort door de zwaarte van ut gouden staafli? dan kan ik die heidli heijli nooit meer dwarszitten en verliest de pom zijn dorpskomiek. daar heb je een punt, gaf ik toe. nina, kom es hier met die koekoek van je. hè getsie, ik was juist in zo'n interessante conversaasioon verwikkeld met johnN die mij de fijne kneepjes van de zeenavigaasioon bijbrengt. na oeroek wil ik het meer verkennen. zet dan tenminste even die koekoekli op herrli fenneks schouderli, beval ik, maar voordat het zo ver kwam drong ronald offerman zijn machtige postuur tussen ons in.
geef mij die staaf! bulderde hij. kennie in amsterdam blijven, want ik hoef nergens heen. maar hoe we ook keken, de staaf was spoorloos verdwenen. wel, dan zal de bulldog er wel mee vandoor zijn, zei ik schouderophalend en trok me terug in de eminence griseniche met mneer aachenende om rustig naar de poëzie te kunnen luisteren. nina h. slingerde zich om ronald offerman heen en drukte lipstickzoentjes op zijn voorhoofd. herrli fennek zat genoeglijk zwitsers te keuvelen met de koekoek die eindelijk een zielsverwant had gevonden. toen stond ineens de bulldog weer voor mijn neus. stout beest! riep ik, wat heb je met die staaf gedaan? toch niet in je gleufje gestoken, mag ik hopen? ik snap er niks van, gaf het beest hijgend, zodra ik ermee buiten kwam loste ie op als sneeuw voor de zon.
Eijlders
We dronken zoals iedere maand
gulzige glaasjes poëzie tot we stolden
als de portretten aan de muur
van wie ons stom voorgingen
in het woord, de schaduwen
die uit ons botten. We smachtten
naar ons eigen Sneeuwwitje
en dachten dat alleen prinsen
kussen konden en geen dwergen.
Het doorrookte raam biedt zicht
op straatlevens, een heer met stok
schuift langs. Eenmaal uit beeld
bleek het Remco Campert te zijn.
Jolies Heij