
onze vaste dinsdagcolumniste jolies heij
http://joliesheij.punt.nl
ut was weer een week vol poëzie en spraakwatervallen. en nee, we gaan ut wederom niet over voetbal hebben noch over het feit dat een team dat zich als verwende prinsesjes heen en weer laat vliegen het verdient om te verliezen. is het met die slurpende verspilling tenminste ook weer gedaan. om van de oorlog maar te zwijgen, nederland en duitsland weer es ouderwets tegenover elkaar. op de dag die bezwangerd was van een opleving der aloude sentimenten stapte columniste de rotterdamse stadsschouwburg binnen voor de 43ste editie van poetry international. om met andere nerds het vertaalsymposium bij te wonen, van die fossielen die in een middagje albanees op hun harde schijf downloaden omdat er een boek van ismail kadare (spreek kadarè) vertaald moet worden. zo moeilijk is dat albanees niet, hoor, sprak balkanvertaler roel schuyt monter, tis net frans.
we vertaalden een gedicht uit het sloveens van tomaz salamun, mooi ingeleid door een exposé over slovenië door diezelfde roel schuyt. ik dacht nog mij met servokroatisch te kunnen behelpen, maar nee, wat in de ene taal rood gelaat is, betekent in de andere gele wang. slovenen denken bovendien duits, zo werd er gefluisterd, door eeuwenlange habsburgse overheersing en zo waren we weer terug bij de bron die we juist die dag even niet probeerden aan te boren. tijdens de lunch schoof ik naast een mneer met een wit baardje aan. wat brengt u hier? vroeg ik. mijn vader was vertaler, maar ik ben psychotherapeut, antwoordde hij. wel één van den ouden stempel, mag ik hopen? gaf ik streng. niet van dat modernistiese biochemiese legioen dat de mensch beschouwt als een verzameling schroefjes en boutjes dat je pilletjes voert of waar je elektrodetjes in plant, maar oprecht geïnteresseerd in verhalen?
ziet u, laatst liep ik die elektrodenprof damiaan denys tegen ut lijf die mij toevertrouwde dat hij geen liefde ervoer voor de mensch, dat ie als kind zo misantropies was dat ie zich achter ut gordijn verstopte als er bezoek kwam. van opperharsesprof dick swaab ken ik de psychologiese textuur niet, laat staan van wilders, breivik, mladic of hitler, maar dat soort monsters zijn rechtstreeks voortgesproten uit de lendenen van de moderne technologiese samenleving. nee, liefde voor de mensch, voor zijn sappen, zijn poëzie en zijn verhalen, daar moeten we het hier op de pom van hebben. hoewel dat soms al te lijfelijk wordt opgevat en dan zit de grote baas ineens met een zoon in de hoedanigheid van josse kok opgescheept.
hoe zit dat nou precies in freudiaanse zin? vroeg mijn psychotherapeut. eerst mijn vraag beantwoorden, gaf ik streng. bent u nu wel of niet van degelijk ouderwetse psycho-analytiese textuur? wis en waarachtig! glunderde hij, voed mij met verhalen! dus vertel op, hoe zit dat nu met josse als zoon van de grote baas? welnu, begon ik, hoewel de baas nogal prat gaat op zijn viriele kwaliteiten lijkt dit als u het mij vraagt toch verdacht veel op een onbevlekte ontvangenis, een orgasme op papier waarbij de virtuele sappen dermate hebben gevloeid tot er een boom van een josse is gekweekt. meer kan ik er niet over zeggen, want ziet u, ik moet me onderhand es netjes gaan gedragen op de pom, mun ouwe vader klaagde laatst ook al dat ie ut met zunne opvoeding van 70 jaar geleden niet meer trok. dus vraag me niet naar de ranzige details, want die vertel ik u niet. terwille van de lieve lezertjes en hun al te rooie oortjes dan maar een lichte censuur.
op dat moment kwam er een zwarte engel langsgevlogen in de hoedanigheid van meisje deckwitz. ik heb de buddinghprijs gewonnen! galmde ze. heel goed, mun engeltje, prees ik haar, je bent de trots van gansch utrecht en wij van de pom inclusief de burgervader van bunnik alsmede de sponsoren van alle banken in gansch het land wensen je alle liefde, geluk en succes toe. de gansche natie houdt van jou, heus niet alleen de verzwavelde en verzuurde vijftigers die doorgaans in jury's plaats hebben. het is een hardnekkig misverstand dat je voor de dichtkunsten ontwikkeld moet zijn, zo lang je maar mooi en jong blijft en blijft ejaculeren, mun schat! zo stapte ik aan het einde van deze gedenkwaardige dag met beven en vrezen de rotterdamse stadsschouwburg weer uit, want zou buiten inmiddels de oorlog zijn uitgebroken? maar nee, in de trein zaten de manschappen gebroederlijk naast elkaar, om van te kotsen gewoon. dus gaf ik de koekoek van nina h. opdracht om een duitser te bijten. deze liet het zich beleefd zoals duitsers zijn welgevallen, er dwarrelden enkel een paar veertjes door de lucht.
Wraakgodin
Ik dacht dat ik een zwarte engel
zag en voelde me aangereden. Ze
zei: hij was het rood en geel in mijn
regenboog, nu heerst zonsverduistering
en moet ik diep graven voor een
roestig goudstuk. De prins werd
straathond bedekt met builen en zweren
ik lieg geen schoonheid meer.
Ik besmeur mijn veren met pek
als beschermlaag, zo hoef ik
geen harnas aan en kan tussen
het stukgeslagen glasinlood sterven.
Haar zwarte vleugels hingen langs haar
oren af, maar omdat ik geen pijn kon
zeggen kon ik niets voor haar doen,
het minst van al de prins tot leven
kussen of de zweren amputeren.
Een verzopen roos keek ons bleek aan
maar zij zag geen kleur, haar inktdoordrenkte
lippen vouwden zich kartelig om de kelk.
Jolies Heij