Zoeken
Google
Google
Hoofdmenu
Poëzielinks
Bekijk alle poëzielinks...
Forum
Laatste reacties op http://www.pomgedichten.nl
Inloggen
Gebruikersnaam:

Wachtwoord:


Wachtwoord vergeten?

Registreer nu!
Online
8 gebruiker(s) zijn online (6 gebruiker(s) zijn op Gedichten, nieuws, rellen)

Leden: 0
Gasten: 8

meer...
Google ads
Gedichten : IBUNDA & MARTIN AART de JONG winnen de enige echte virtuele HIER BEN IK trofee op pomgedichten
Gepost door Pom Wolff op 2012/6/23 23:30:00 (290 keer gelezen)

MARTIN M AART DE JONG een IK zonder woorden - pom: 20 peter: 20
YVONNE KOENDERMAN een tweeledig IK
JEE KAST blijft nog even liggen - pom: 20 peter: 5
TIEFENTHAL komt boven drijven
KATJA BRUNING denkt er het hare van - pom: 5 peteer: 15
JOSSE KOK als 'nepvorst'
JOHN EPKE E = Ik² - pom: 20 peter: 5
VON SOLO in de platenbusiness - pom: 5
IBUNDA berijdt zijn kist voor de laatste maal - pom: 15 peter: 25
AMANDA MALINKA in het spookhuis - peter: 10
MIKE PLATENKAMP op en neer - pom: 5
JOLIES HEIJ aan de bessenjenever
PLOOS voor marjolijn februari - pom: 5 peter: 10
ANKE LABRIE een kleine ik - pom: 5
en tot slot Yvonne van der Haven
en Kaatje Wharton - peter: 10



wedstrijd gesloten.



We gaan gewoon lekker ikken in het weekend. De mark boninsegna trofee voor het grijpen. Voor de winnaar de met recensie aantekeningen voorziene bundel van mark: HIER BEN IK.
En waar bent u dan wel op dit moment in uw leven en wie bent u dan wel en wat bent u dan wel? – dat allemaal is het thema deze week – het gedicht IK. én als u over the top bent is dat ook niet erg dit keer.
Inzenden voor zondag 11.00 uur. PETER LE NOBEL. de grote man achter nationale boekenblog. is van de partij als juryvoorzitter, zeker als HIJ er ook mag zijn. Jury rapport verzekerd. gedichten niet te lang tenzij noodzaak.



en wie ben jij

vertel me niet van kalfjes
die schreeuwen om een koe
niet van natuur noch van rotondes
niet of een boxspring lente is
niet wat je bent in bed maar wie

vertel van barre gronden
waarop je zachte ogen legt
of zeg het liever -

niet


pw






Ik heb geen woorden meer.

..en nu dit ego weer de tijd verdringt
wil ik je zeggen vriend het wringt te
veel. Het gaat mij niet om al dat goud
het gaat me om bevestiging van koud

geworden menselijkheid. Het ik dat
eenzaamheid opsluit als een zieke
dief een moordenaar van kinderen,
misschien de jouwe wel je liefste

meisje dat verdwijnt in boekenkasten
en door letters glijdt tot je haar roept
om terug te komen in de tijd die voor
je staat te bonzen op de deur je had
het gelijk nog aan de kant geschoven
medeleven beloofd tot aan het eind.


Martin M Aart de Jong

pom: zo uit de oude ware vorm van de zwarte romantiek gehaald dit gedicht. Ik houd er wel van. Ondergedompeld in melancholie en tot aan de dood toe geschreven. Zij met echte weltschmerz maakten er wel een eind aan toen - dat zie ik martin nog niet doen. gelukkig maar, hij mag nog even blijven.

peter: Hier een prachtig beschreven verval, een relatie dat tenonder gaat aan ik en alle gedachten erbij. Mooie, intrigerende keuze van beelden. Het afbreken van regels past hier mooi.-






Tweeledig, als de non en de hoer.
Beiden vol overgave.
Twee zijden van dezelfde munt.

Daartussen de liefde, aandacht
meditatieve stilte en...
het stille genot.


YK


pom: en dat ben ik zei de vrouw. Een tweeledige eenhapscracker zullen we straks wel bij peter le nobel lezen. Prachtig ook dat genot, die stilte, die overgave. Van mij mogen wetenschappelijke betogen wel vervangen worden door dit soort aantekeningen. Proefondervindelijke wetenschap in 6 regels.

peter: Rond en af, als een enkele munt.






Terwijl ze ’s ochtends hun ooit-rebelse-kunstenaarshouding
boven het toilet uithoesten, zoals ze ooit punk waren
nu Armani-gebleekte jeans halverwege
het kruis hebben hangen, geregeld optrekkend,
aangezien ze hun vrouw of hun al puberende kinderen
in het achterhoofd horen zeggen, moet dit nu echt?
blijf ik even liggen op bed.

Hoe ze saffen en toeters
als pillen voor ontbijt tot zich nemen,
het ontbijt overslaan en sloten koffie tot zich nemen
om het geluid van de rochels weg te spoelen,
het verraad hoe verstokt ze zijn,
wij vochten tegen juppies,
zie je aan hun aftandse rugzakken,
ooit en nog steeds vechtend,
en de juppies van weleer zijn niet meer,
maar zij wel. Dus ze moeten wel gewonnen hebben,

Hoe triomfantelijk en vals bescheiden ze door het kraakpand schreden
met het enige resultaat van heel de strijd dat hun dagelijkse sleur anders is,
in het week-end.
Logerend in een squat.


Jee Kast 2012


pom:
'blijf ik even liggen op bed' – ruimschoots en zeer subtiel het thema gehaald. Heerlijk beeld van de wereldbestormers van weleer. Een afrekening. De aftakeling. Het gebrek aan relativering. Het vasthouden aan wat was tot het vermolmd is en afzichtelijk. zó schrijf je dat van je af!

peter: Aardig, maar meer proza dan een gedicht.






Zo, dus

Gewoonlijk kom ik 's avonds
weer boven. Golven met schuimende
koppen, piepen, hoppen, hippen af en op.

Ik kom bovengronds aan
en in de buikstreek.

Voor ieders gemiddeld doen
- en niet eens voor de poen -
ziet dat alles er allemaal
maar al te normaal uit.

Zij die beter weten
laat ik niet ouderloos achter.
Gewoonlijk vis ik er wel eens op
en vis ze zodoende wel op.

--
marc tiefenthal
dichter essayist / poète essayiste
Temse
blogs: Tieftalen (nl) Profonde lalangue (fr)

pom: het is weer zo een tiefenthal die ik 10 keer kan lezen en dat je dan nog niet weet waar het over gaat. Alsof de woorden losraken uit een noodverband. In ieder geval is de IK lekker bezig. Dat moet gezegd. Waarmee blijft raadselachtig.

Peter: Zij die beter weten / laat ik niet ouderloos achter. Dat vind ik een mooie regel, maar hoe nu verder met deze ik in de ivoren toren, of als orakel van Delphi?







De dichteres

Woont sinds kort op nummer tien.
Niet gelukkig zo te zien.

Staart
maar voor zich heen.
Altijd alleen.
Drinkt niet.
Rookt niet.
Speelt geen kaart.

Eet veel fruit.
Gaat nooit uit.

Men zegt: ‘Zij dicht.
’s Nachts schijnt licht
door de gordijnen.’

Ik denk het mijne.


Katja Bruning

pom: geraffineerd licht. Welk licht. En waar door heen. De laatste regel zet het hele tafereeltje op zijn kop. De verraderlijke eenvoud vorm gegeven. In een regel het thema ruimschoots recht gedaan.

Peter: Een mooi eind, een helder juweeltje.






Individu

Hij had zich voorgenomen
dat als er iets gebeurde
dit nauwelijks te scharen
viel onder gebeurtenissen.

Hij sierde zijn ivoren troon
met hermelijnen woorden.
Zijn euforie, een schouderklop
van dode componisten.

Hij schaterde wellustig
om iedere vorm van schoonheid
wanneer het te beschamend leek
haar stilletjes te koesteren.

Niets kraste zijn albasten huid,
of stak zich door zijn weefsel.
Niets rommelde zijn onderbuik.
Hij groeide aan zijn zetel.

Hij kroonde zich Individu:
Ontstijger van de menigte.
Hij kloof aan botten, boerde luid
en wreef over zijn schedel.

Toen kwam zij, in haar elvenpas.
Zij droeg een zomerjasje.
Een gulle prent uit sprookjesboeken.
Alles aan haar dartelde.

Zijn mensenschuwe fort smolt
in een onverklaarbaar licht.
Wat moest een fabelmeisje
met een nepvorst zoals ik?


Josse Kok


pom: van hem naar de ik die hij is. De nepper. De lezer gevangen gehouden tot de laatste regel. Het is me net te gekunsteld.

Peter: De strakke vorm is een goede weergave van de ik die als monument troont en van zijn stuk wordt gebracht door het elfje. Probleem is dat juist door die vorm een afstand wordt opgeroepen, hoewel beelden en regels strak in het gelid staan, strakgelakt en helder opgepoetst.






E = Ik² (vrij naar " Ik de enige " van De Duizenddichter B.W. Hietbrink)


Ik ben nog te jong om herinneringen aan de echoput op te halen
Ik berg me in de koele omhelzing van de eindeloze dageraad
Ik dans rond in de warme kamers van de boezem van het paradijs
Ik draag de trotse vruchten van de feniks na het feest van vuur


Ik geef de kinderen de wilskracht om dromen met mij te delen
Ik graaf in veelvouden van verlangens naar die verlossende kus
Ik laat het leed der minnaars smeken om troost


Ik de eerste ik de echte ik de enige ik de eeuwige


Ik leeg iedere kroes om in die wilde roes te raken
Ik sla mijn wilde vleugels uit boven de bloedende horizon
Ik strek mijn stille wanhoopslach op het altaar van mijn schepper


Ik val neer vanuit de hemelsblauwe lucht op een prooi naar keuze
Ik vloei samen met het noorderlicht en geef mijn geheime ziel prijs
Ik wacht op het verhaal van de geliefden na de zachte thuiskomst
Ik woel me los van schaduwen en schimmen in de sluimerende schemer


John Epke

pom: ja dit is wel een ik. Dat moet gezegd. Een adembenemende IK. Woest als john epke. john epke is een soortnaam: energie in het kwadraat.

peter: Er wordt gevraagd om een ik, er wordt een ik gegeven, een kernexplosie van ontbrandende ikken.





Mijn ego in een gedicht op uw site? Trekt de bandbreedte dat wel?
Nee, dan haal ik liever Rimbaud aan en zeg: "Ik is een ander."
Maar ik heb ergens nog wel een ego gevonden dat misschien net nog past. Komtie!




Soundmixshow


Henny Huisman
Graai me toch in mijn kruis man
Je weet dat ik het wil
Terwijl ik de hoogste noten gil

Die jongen uit Schagen
Die hoef je niet te vragen
Je weet dat hij een leren string
Zal dragen

Boleros zijn er al helemaal no more
Only the fucking media whore
Geer te goor
Tralala
Nog steeds op zoek
Naar Shangri la

Joling


VON SOLO
www.youtube.com/vonsolo010


pom: leuke cabarettekst.

peter: Iets te melig.








Onder mij


Ooit
wou je sterven voor mijn benen
gevouwen om je verrimpeld gelaat

mijn geile tong lispelend
de laatste woorden

“hoe erg sterf jij mens?

een kopje koffie nog? dan roken we die sigaret
wel in de kamer van hiernaast

waar ik schrijlings je kist, glanzend gepoetst
nog eenmaal berijdt

hier ben ik schat
met jouw lichaam, onder mij


*Ibunda*


pom: een echte IBUNDA. Allemaal naar STRIJEN vandaag. Dat wordt een feestje daar. Ibunda berijdt zijn kist voor de laatste maal. Ik moet zeggen het is het sterkste beeld dat in deze wedstrijd is geschreven. Vind je het erg als ik nog even niet in de kist ga liggen - 'schatje'. We baren martin aart de jong wel schattig op met zijn weltschmerz.

Peter: Een schitterende flirt met de dood beschreven in een vernieuwend beeld.







spookhuis

ik ben een kamer zonder verblijfplaats
verwacht geen muur om te leunen
dan valt deze deur jou toe

in een dode hoek loop je een trede naar beneden
en om te lachen staan er overal spiegels
waarin jij jezelf tegenkomt


© Amanda Malinka


pom: ja de woorden zeggen wel iets over de ik persoon. Ze is wel klaar met hem. Op geen enkele manier krijg ik bij deze woorden het gevoel dat ik een gedicht lees. Slap proza. Gekunsteld tafereeltje.

Peter: Een aardig beeld. Mijnheer subtiel doorverwezen naar buiten waar-ie opeens verbaasd in de steeg staat. Met beleefd gezicht iemand geraffineerd buitengesloten.






op en neer

ik moest leren
ik moest wachten
ik moest opschieten
ik moest stil zijn
ik moest spreken
eerlijk en oprecht
maar niet klikken

ik moest eten en slapen
mijzelf ontkleden

ik moest weg

ik moest normen aanvaarden
standaarden leren, mijn en dein
pijn en verbazing, scherven en kots

ik moest liefde ontwaren
een vluchtige hand
ik moest klaarkomen
ethisch verantwoorden
herhalen, veroveren, positioneren

drinken, schreeuwen,
breken, bedriegen, beloven

ik moest maar eens begrijpen
-dat zijn de slechten
en die daar horen bij ons-

ik moest aardewerk
door spinnenrag gooien
hamers door hoofden
vriendschap vergeten

buigen, knielen, kruipen
door het stof achtervolgd

en ik moest op en neer
en op en neer en op en neer

mp


pom: een mannelijk gedicht zou maria van daalen uitroepen. Een opsomming. Oja moest je op en neer? Nou dan doe je dat toch niet als het teveel moeite is. We krijgen wel een inkijkje zo. De voorspelbaarheid breekt hier op, het gedicht af.

Peter: Teveel een werkwoordenfestijn.






Bezonken liefde

Die avond stond ik vroeg op om
bessenjenever te drinken met mijn
boze stiefmoeder. We waren vrouwen
uit één stuk en verkwistten onze

tranen niet, maar dronken als
dokwerkers tot het vat verzuurd was
van ongedestileerd verdriet.
Ze zei, je vader heeft me mijn

jeugd teruggegeven, mijn gebedsboeken
mijn zwartekousenwaarde. Ik zei,
mijn man is ook dood. Hij is
voor het laatst gezien met een

zwarte engel die dacht dat haar
lamgeslagen vleugels hem wel konden dragen.
De bessen kusten onze lippen, met volle
teugen slorpten wij al het morgenrood op.

Jolies Heij


pom: de bessen kusten onze lippen. Daarom loopt heij er zo rood bij. Ik heb niet zo veel met dittum. Wat kan mij dit nou allemaal schelen denk ik. Dat heij met der stiefmoeder aan het drinken is geslagen. Drink ook eens grandmarnier, ik heb zin in gouden lippen. en hemels zoete.

Peter: Het stille beeld van schoondochter en schoonmoeder is net wat te overheersend, de draai naar de zwarte engel net te laat getimed... Het beoogd gevoel van gruwelijk onbehagen komt niet echt binnen.







Pom, Me voilà. Taal en grammaticaal plus sleets.
Bij De Jong las ik heel even Matilda van Dahl.
Josse zou zijn gedicht wel eens geschreven kunnen hebben met WA in zijn achterhoofd.
Bij sommige van je commentaren begrijp ik niets meer van je. T.t., Ploos
PS Fijne verwijzing lees ik daar trouwens bij jou.



Plooibare zesde naamval


niet meer zo maar
van je zelf mooi en vrouw

onbevangen vooroverbuigen
praten met armen
en benen ook
rimpelloos
alles prima voor elkaar
en over

daar komt
gekruist de ledematen
de ablativus absolutus
eerste vreemde rouw
om de ontrouwe syntaxis van lijf en leden

bij toeval zie je in oneigen ogen terug
de rimpeling
zeg maar gerust
royaal meanderend het craquelé

tussen wat je zelf nog altijd glad denkt
is het voor ieder ander
zichtbaar
zo zien ze je

jij ziet alleen
je eigen jongere verleden


Ploos
Voor Marjolijn Februari


pom: tsja, zo gaat dat. Niemand zit er op te wachten. Ploos maakt overal poezie van. Knap geschreven, thema gehaald. Naar kijken we verrast op? Nee we kijken niet verrast op. Je mag wel eens over the top kind. Vreet je eigen rimpels op, berijdt de kist waar je straks in komt te liggen, nu het nog kan – alleen van mooi kunnen we niet leven hier te pom.

Peter: De regels zijn mooi meanderend, de ablativus absolutus had gerust weggelaten kunnen worden. Hij stoort teveel.







thuiskomst


stapvoets rijd ik naar huis
vertrouw de uitlaat niet

naast mij zit kleine ik
en op de achterbank
de rest
de jongste veilig vastgesnoerd

het huis is afgebrand
alleen nog de contouren
van waar ik dacht te wonen
van wat ik ooit dacht te bezitten
voor altijd

kleine ik kijkt zijn ogen uit
het huis een toverdoos
ontploft bij het spelen
hij wil de auto uit

achter me is het stil
ik houd de deuren stevig dicht
bescherm ze goed
ik word een vader en een moeder tegelijk


© anke labrie


pom: De uitlaat hangt er een beetje vreemd bij. Kleine ik – wel een tedere beschrijving. Pappa en mamma in een – zoals het ooit was – nu dan opnieuw - alleen - een beetje anders. Sympathiek dingetje.

Peter: Het drama op zich aardig beschreven, maar te expliciet beschreven. Na een keer lezen weet ik het dan ook.




gedicht zonder hart

dit gedicht heeft geen hart
gaat niet over mijn stad
maar over lijken

pikkerij, stemming
makerij, verblind als ik ben
door grootheidswaanzin

o ja, ik weet als geen ander
het dient als surrogaat
voor vuig verlangen naar

hoe slinks verpak ik mijn tirannie
der zelfverheerlijking
in een litanie vol zelfkastijding

ik smeek u
bombardeer mijn stad
met een stormvloed van schijn
heiligheid daal op mij neer
verwoest mij met kracht
raak mij in mijn hart

totdat ik
met mijn hand op die leegte
wel zal moeten zweren:

ik, lijk
de dichter
verloochen mijn stad
mijn gedicht , zonder hart


Yvonne van der Haven


pom: ja lekker ikkerig. Toch een beetje teveel bij zichzelf gehouden in net te veel grote woorden.

Peter: Teveel grote woorden. Ik zie een ansichtkaart met ‘Groeten vanuit het Parthenon’.




antisociaal

overdag word ik van stal gehaald
kleef ik een glimlach over mijn smoel
stop ik sterren in mijn ogen
draag ik zelfs hakken als het moet
de klant is koning
en de waarheid kan er niet gelogen
cijfers en een paar goedgemikte formules
bedriegen alleen maar zichzelf
en wie wordt daar slimmer van

acht en veertig maanden braak ik nu
dezelfde woorden tegen vreemden
die ik nooit meer terug zal zien
hen kan ik de reet niet schelen
als zij maar kennis kunnen stelen
en ’s avonds eenmaal thuis
kots ik de rest in het toilet

vroeger was ik dichter


Kaatje Wharton




pom: ja had je maar dichter moeten blijven. deze klaagzang laat ik met een glimlach aan me voorbij regenen. elke dag 'kotsen' geen pretje. sterkte!

Peter: Nu komt de dichter in haar boven, heftig, peristaltisch, het komt eruit. Nu hang ik aan haar lippen.












De reacties zijn eigendom van de posters. We zijn niet voor de inhoud verantwoordelijk.