Gepost door Pom Wolffop 2010/8/31 21:50:00 (39 keer gelezen)
de eerste WERNER THOLEN is een feit. we hebben een nieuwe columnist op pomgedichten. eindelijk mogen we hier te pom de column in een wat breder licht plaatsen. werner tholen schrijft “Ik kom onregelmatig uit, maar wel steeds.” de nieuwe columnist lijkt aan te sluiten bij de woorden die gerrit komrij vandaag op facebook plaatste: “Gerrit Komrij ...schrok vannacht, badend in het zweet, wakker: we hebben nog steeds een kabinet-Balkenende!”
Grap.
Een aantal jaren geleden stierf onze geliefde koningin Juliana. Jan Peter Balkenende gebruikte bij die gelegenheid de prachtige metafoor :”De schemerlamp, die we Juliana noemden, is nu definitief gedoofd.” Ik vond het een mooie beeldspraak, ik houd van taal en vooral van beeldende taal. Dus citeerde ik onze premier onbekommerd in mijn wekelijkse column. Meestal – profeten worden nimmer in eigen land geëerd- kwamen er destijds één, hooguit twee mailtjes binnen, maar deze keer was het goed raak. Het regende hatemails en ingezonden brieven bij de redactie van het blad waar ik voor schreef. De ergste scheldpartijen zal ik U besparen, waar een klein land goed in kan zijn…Er was één doodsbedreiging bij van een anonymus. Waarom bedreigen we elkaar altijd anoniem? Maar een aantal inzenders dachten dat ik een grap had gemaakt want – en nu komt het- ze konden zich niet voorstellen dat JP zo’n beeldspraak gebruikt zou hebben. Dat heeft mij toch wel aan het denken gezet. Wanneer we ons iets niet kunnen voorstellen corrigeert ons vriendelijke brein de leemte door een ander programma te uploaden met de titel: Grap. Dat geldt natuurlijk alleen voor domme mensen. De meeste mensen in Nederland zijn dom, toch? Ik ben dat niet. Dat kan ik gelukkig ook bewijzen. Toen ik een aantal uitspraken van Khadafi hoorde bij zijn bezoek aan de opvolger van Mussolini in Italië (nee even geen Wilders) kon ik mij niet voorstellen dat hij zulke domme dingen zei, maar een grap?!? Hier was gewoon een halve gare als clown vermomde extremist aan het woord. “Je maakt je de laatste tijd wel weer vaak boos!” zei mevrouw Tholen laatst en ze keek me even bewonderend aan. En, ik geef het toe, ook dat is geen grap.
Gepost door Pom Wolffop 2010/8/31 4:20:00 (119 keer gelezen)
dinsdag columnistendag op pom lieve lezer. en het moet gezegd onze vaste columnist maakt zich er niet met een jantje van leiden van af. de column van deze week plaatste martin vorige week al. dat zie je niet vaak. en kado krijgt hij het allemaal niet. roop in je nek is geen pretje. en martin kreeg roop in zijn nek. maar martin houdt vol. nog zeventien keer zo mogen we lezen staat leiden centraal. mooi. het columnisme werkt in ieder geval aanstekelijk. wij te pom hebben WERNER THOLEN bereid gevonden om deze site ook te columniseren. wie werner is moeten we geheim houden maar de minste is hij niet in poezieland. dat wordt binnenkort genieten. JOOP KOMEN weet inmiddels de columnistenslag, dans, aardig te ontspringen - hij spreekt over cursiefjes en wacht tot er doden vallen in de columnistenwereld.
Martin M Aart de Jong ‘..laat dat maar aan Pom over. Die laat zich tenslotte geheel onbaatzuchtig columniseren…'
Den Vaderland Getrouwe
Ik kan niet slapen meneer Wolff. Soms lukt het me maar word ik midden in de nacht wakker. Sergeant Roop staat om vier uur aan mijn deur, trapt deze open en trekt de schapenwollen dekens van mijn bed. “Geef acht! Brult hij me toe. Column! Om zeven uur op de ontbijttafel en geen fratsen over Tessel! Van rare praatjes zijn we hier niet gediend, en als er iemand gediend heeft ben ik het wel. Den vaderland getrouwe blijf ik tot in den dood!” Hij heeft een oranje baretje op Roop, waarop een Nederlands kaasvlaggetje is geprikt. “Wat sta je me schaapachtig aan te staren, ik heb niets van je aan mocht je dat denken! Sergeant zul je nooit worden, daar zorg ik wel voor.” Het zijn merkwaardige dromen meneer Wolff, en ze keren terug. Laatst waren we op oefening in de Gendringse bossen. We moesten daar een sonettenhut ontzetten die zwaar onder vuur werd genomen door de Zwolse infanterie. Kolonel Bakker had zwaar materieel laten aanrukken om het eenvoudige hutje mee te bestoken. De granaten sloegen om ons heen in. Het was verschrikkelijk. Hele drankvoorraden vlogen door de lucht, de prachtigste wijnen, en hele fusten bier. Die lagen om de hut heen opgeslagen onder de grond die nu dreunde van de vele inslagen. Het ergste echter waren de prachtige vrouwen die door de lucht gingen. Gelukkig kwamen ze allemaal goed terecht op een zacht bedje van mos. Maar we mochten geen vinger uitsteken van Sergeant Roop. “Doorgaan, doorgaan!” brulde hij me toe. “Alles voor Pom en vaderland. Schrijf alles op wat je ziet. laat geen detail onbenut, maar hou het bij een onderwerp.” Het begon me te duizelen meneer Wolff, de tranen rolden over mijn wangen. Was dit nou een onderwerp of waren het er meer? Alleen al over de flessen wijn waren hele almanakken vol te schrijven. Het betrof hier beslist geen zurige Tesselse cranberry cru, hier vloog het puikje van de Franse kastelen door de lucht. Over de vrouwen heb ik het al helemaal niet. Adembenemend mooi waren ze meneer Wolff, ik begreep nu pas waarom er in Gendringen van die prachtige sonnetten worden geschreven waarmee vergeleken de cycli van Petrarcha van een armzalige onbeholpenheid getuigen. Ik heb er over nagedacht meneer Wolff. Ik ga er nog zeventien schrijven. Zeventien kolommetjes. Het is helemaal niets, het verbleekt bij het werk van grote dichters als sergeant Roop, de sonnettenkoning van Gendringen en het mirakel van Zwolle. Maar Sergeant Roop gaat me af lossen en zal met scherp gaan schieten op het web!
Martin
frans terken altijd de wereld en haar verschijnselen aanschouwend, vermoedt het woeden
UIT DE SCHUTTERSPUTJES
Heerst hier niet een niet te stuiten zucht hang naar vernietiging in naam van het vaderland want de eeuwige vijand moet tot de voetzolen afgebroken
ergens is de gang eenvoudig ontploft in de loopgraaf regent het granaten etens- resten delen van moordmachines stukken mensenlijf in een bedding van bloed
maar de sergeant houdt moedig stand jaagt de mannen uit de schuttersputjes over borstwering schans barricade
dat ze na dagen van slopende strijd geheel de weg kwijtraken en de een na de ander tegen elke zandzak gaat praten
Gepost door Pom Wolffop 2010/8/30 17:00:00 (102 keer gelezen)
het valt me nog mee dat ie niet schrijft – je bent echt erg – je hebt toch helemaal geen dochters – joop komen heeft zich gewaagd in het sociale leven van gendringen. dat is nieuws. een nieuwe levensvervulling voor de man die het thema afscheid als geen ander weet te cultiveren:
Beste Pom, zou een luchtig Gendrings cursiefje van mijn hand, niet het zwaarmoedige sfeertje op de B.V.Pomgedichten.nl van de afgelopen dagen een beetje opvrolijken.
Koffie met cake
Vrijdagochtend moest ik naar een begrafenis. Geurt Heyster, een krasse 82-jarige dorpsgenoot was vrijdag plotseling overleden. Zijn weduwe Greetje, die al even onverwoestbaar als Geurt tot aan zijn dood was, had de voorbereidingen tot de begrafenis zelf geregeld, en ik moet zeggen dat alles perfect was verlopen. Greetje is een klein, mager vrouwtje, kromgetrokken door ruim vijftig jaar hard werken in de groenten- en fruithandel in Gendringen, die zij samen met Geurt bestierde. Het was druk op de begraafplaats. Zeker zes rijen dik stonden de deelnemenden rondom het pas gedolven graf, waarboven de geschraagde kist, overvloedig bedekt met bloemen en linten. Geurt en Greetje hadden geen kinderen en voorzover ik weet was er ook geen andere familie aanwezig. Dus stond Greetje, slechts met de dominee aan haar zijde, vooraan bij de kist. De dominee hield een afscheidspreek die hij begon met de woorden: "Lieve Greetje, uw man Geurt..., waarop ik iemand achter mij hoorde fluisteren: "Nu al?" Ik voelde om mij heen de glimlachen van enige dorpelingen die de opmerking hadden gehoord, en zelf kon ik ook maar met moeite mijn lachen inhouden. "Humor in Gendringen, het bestaat echt", dacht ik bij mezelf. Dominee scheen de opmerking echter niet gehoord te hebben, want hij ging onverstoorbaar door met een preek van zeker een kwartier, daarbij veelvuldig groenten en fruit metaforisch in verband brengend met "De Heilige Schrift." Na afloop was er natuurlijk het onvermijdelijke "koffie- met- cake- ritueel." Ik kwam in gesprek met Daan de Reus, een vrolijke, kleine dikzak van omstreeks 40 jaar, profiterend van de bankrekening die hij in vijftien jaar makelaardij had opgebouwd. Daan vertelde me dat hij de laatste jaren een fanatiek naturist was geworden. Samen met zijn vrouw had hij reeds vele stranden in Europa poedelnaakt bezocht. "Joop", zei hij: "Er gaat een nieuwe wereld voor je open. De vrijheid en de vriendschap die je dan beleeft." Ik opperde dat het, gezien mijn leeftijd, voor mij toch wel bezwaarlijk is, om na een dikke zestig jaar gekleed over strand, bos en heide te hebben gedarteld, hetzelfde nu plotseling in adamskostuum te moeten doen. "Welnee jongen", vervolgde Daan, met dat "jongen" mij proberend te stimuleren, "Oud en jong, arm en rijk, bij ons naturisten maakt dat allemaal niets uit. Verleden jaar nog, je kunt het geloven of niet, liep hier in Zandvoort op het naaktstrand een vrouw rond met een geamputeerde borst." Grinnikend vroeg ik Daan of ze die in haar strandtas had gestopt, of dat ze hem tussen duim en wijsvinger bij de tepel vasthield. Het schateren van Daan bewees dat hij mijn grapje op zijn taalslippertje door had. De verstoorde blikken van enige begrafenisgangers brachten hem echter weer bij de les, zijn lach stokte onmiddellijk waarbij hij de plooien in zijn gezicht weer overeenkomstig de plechtigheid probeerde te krijgen. Na nog een half uurtje met diverse genodigden te hebben gekletst, besloot ik weer huiswaarts te gaan. Op het parkeerterrein ontmoette ik Daan, die onmiddellijk weer in schaterlachen uitbarstte. "Joop, ik hoop dat je op mijn begrafenis ook komt. Een beetje lachen kan geen kwaad", en claxonnerend stoof hij weg. In gedachten zag ik hem naakt aan het stuur zitten. Schaterend en wel. Vanochtend bracht ik nog even een bezoek aan Greetje. Ze was al weer aan het sjouwen met kisten appelen. Op mijn vraag hoe ze de plechtigheid had beleefd, antwoordde ze: "Precies zoals ik me had voorgesteld, plechtig, sober en vrolijk op z'n tijd. Ja jongen,zijn dood was als zijn leven. Plechtig, sober en vrolijk", en tevreden knikkend haalde ze een rotte appel uit een kist en wierp die in de afvalton. Onverwoestbaar, die Greetje.
Joop Komen
nu we van Rutten/verhagen/wilders pas op onze 85ste aow/pensioen krijgen heb ik joop meteen aangeschreven – het uitvaartwezen dat lijkt me wel wat voor hem. altijd werk en hij heeft er nog plezier aan. dan heeft ie wat te doen. er zijn tenslotte meer niet eenzame doden dan wel eenzame doden. een markt. ik schreef vanmiddag: nu je nieuwe emplooi hebt gevonden in het begrafeniswezen lijkt me baantjer niet de verkeerde om die ook maar meteen uit te geleiden. ze vallen als witjes en het lijkt erop of jij met elke dode die we verwelkomen steeds meer plezier in het leven krijgt. grtgrt.
Ooooohhh bedoelde je dat. Ze vallen inderdaad als witjes, maar toch wel als behoorlijk oude witjes. Stuart spant de kroon met haar 97, maar Baantjer en van Duinhoven waren ook hard op weg naar de negentig. Waar blijft de gouden tijd van Brood, van Doorn en Halsema. Eigenlijk begon die ouwedooientrend met je vriend Simon. Die was al in de 80, (…). Toch zou ik als ik jou was maar oppassen want Brood heeft door de Grand Marnier suicidale drang gekregen. Snel overstappen op Chivas Regal kan je nog redden.
Gepost door Pom Wolffop 2010/8/29 23:50:00 (72 keer gelezen)
afscheid
als je voor het eerst alleen achter het stuur zijn stem nog hoort die altijd streng hier dit zou zeggen hier dat iets van een besef dat er alleen kan zijn als hij niet meer naast je zit
hoe de ruimte die hij je liet de ruimte werd van jezelf hoe zijn stem in je verdween maar altijd meegereden heeft en dat je hem dat nog had willen zeggen
pw
Die je naar het station brengen zal en die dan haar laatste vragen, haar twijfels aan jou stellen zal. Omdat ze bewaart. Jou bewaart. En meeneemt. Wat niet in koffers past. Wat niet in koffers hoeft . De jaren zichtbaar in de dochters, hun adem in het huis.
het was meer dan twijfel. het was verdriet. toen we opreden naar het station ze in de auto naast me huilde. niet meer wist waarom ze voor berlijn gekozen had. ik zei we rijden door naar amersfoort. daar zou de trein om 11.37 vertrekken naar berlijn. ik zei bij hilversum ik rijd niet door naar berlijn hoor. gelukkig geen file. koffie nog in amersfoort, op naar perron 1B. de conductrice floot deutsche bundesbahn, de deuren sloten. een omarming, een hand, een blik uit het raam. weten wat verliezen is. al is het om de hoek. met een koffer, een lap, een mobiel, een woord van der vader - JIJ kunt het - uitgezwaaid. tot... der beste vriendin die gisteren avond nog meehielp met haar koffer, de inhoud decimeerde. die nog smste - als je je verveelt in de trein, maak foto’s van slapende mensen, ga knikkeren in het gangpad met kauwgomballen, teken wolkjes na op het raam, stop een lief briefje in de vuilnisbak voor de schoonmaker. en nog 2 tips die ik vergeten ben. zo is ze weg. moet huilen nu. zo is ze weg. zij kan het.
Gepost door Pom Wolffop 2010/8/29 14:00:00 (56 keer gelezen)
FRANS TERKEN over de mens in al zijn gebreken gordon, SJOERD BAKKER met de kleine nonnie, weggewiste woorden van MARTIN a.m. de JONG, de trekvogels van JOSSE KOK, PLOOS weet niet waarom - 'drapeer de zee, drapeer de zee', HELENA de CLERCQ capituleert, de deinende dijen voor GERBEN de RUITER, JAKO FENNEK met hot news en op de valreep MIKE PLATENKAMP met een eerbetoon aan anton.
hoe vaak horen we niet poezie past niet in een wedstrijd, poezie is een ding op zich. het mag dan wel geen wedstrijd zijn deze wedstrijd maar er zijn wel regels. niet te lang. het mag over mensen gaan. geboren mensen. dode mensen. alle mensen, gemankeerde mensen. invalide mensen. mensen met een geheugenstoornis mogen ook wel eens aan bod komen. die vergeten we maar al te vaak. bebiemensen liever niet tenzij er sprake was van zuurstofgebrek zoals hierboven op de foto. en er wordt niet geklaagd! dat u het weet. we dragen alle mensen op handen en elk gebrek is een wonder van god en van de natuur. juryrapport verzekerd. inzenden svp voor zondag 12.00 uur. de wedstrijd is gesloten. lekker rustig. mooie gedichten. we hadden helena in de jury gevraagd. voor wat pit zeg maar. ze doet het een andere keer. een verrassende uitslag.
MUSEUMPLEIN
Gegoten in hun laarzen de dichters met modder aan de poten staan ze op het kaal getrapte plein vrouwtje mannetje in de kluts van het spektakel
- en wat doen die krullen van G. hier dan op podium 26 voor een zondagse meute alsof een opgeblazen bek een vette lach met knipoog de kunst van cultuur is -
de dichters van dienst onaangepast scherp geven geen krimp in de vervlakking je kijkt hier tot voorbij Buitenveldert over het plein
het ware woord in wolken boven de stad op alle doeken een blog met eigen tekens de regen spoelt maar wist niet weg
Frans Terken, 28082010
mooi gedichtje. passend bij het plein, de regen, de dichters. over het plein dat ooit een snelweg was, het plein van het vincent van gogh standbeeld dat zo nodig weg moest van de landschapsarchitekt om ruimte te maken voor stalletjes rommel en die fontein aan het einde van de streep van licht. ‘ in de kluts’ schrijft Frans terken dan. een literaire aanval op gordon en waar hij voor staat. Frans terken heeft niet veel woorden nodig voor een beeld. ingehouden woede en vakmanschap – de hoofdstad van Nederland onder het mes van terken haalt niet ongeschonden de maandag. het rare is dat Amsterdammers claimen dat zij alleen op hun stad mogen schelden en dat is ook zo maar frans terken mag het ook. zo zouden ze in de jordaan op Amsterdam willen kankeren. maar daar wonen geen dichters meer en geen Amsterdammers. zo zou een stadsdichter moeten schrijven. de stadsdichter van het museumplein heet Frans terken. 90 punten
Nee, aan een gedichtenwedstrijd doe ik ook nevernooitniet mee. Het is dat ik de laatste tijd in een creatieve fase zit, en die dingen moeten toch ergens heen. Wat geïnspireerd door het prachtige gedicht naast de gunner leigh, Marten Toonder, en natuurlijk het onderwerp: na de vele foto's van the MMM girl alweer zo'n Amerikaans type waar ik al veel langer een gedicht over wilde schrijven. Ook nu de naam niet erin omdat ik dan van "name-dropping" zou kunnen worden beschuldigd. Terwijl zo'n showbizzvrouwtje toch echt nevernooitniet serieus zou worden genomen zonder wat literaire aandacht van ons van pomgedichten.nl.
Kleine Nonni
De mensen vragen of je nog steeds als een virgin bent terwijl je zelf allang wat anders zingt
dat krijg je van too many fags je bent bevroren als je hart niet open is
ik heb het allang dichtgerookt en moet vaak aan je denken als ik plas onder de douche
Sjoerd Bakker
sjoerd schrijft als een gek de laatste tijd – hij zit in een creatieve fase – naar zijn zeggen. de jury is er blij mee. tot poezie verwerkte observaties, een levend tijdsbeeld in een romantische toonzetting, zelfs in de douche bloeit de gouden regen. een klein gehouden gedicht met veel zeggingskracht. hier is doorgedacht. het is die doordringende toon die van een gedicht een sjoerd bakker maakt. ik ken een aantal columnisten hier dat gruwt van sjoerds werken. maar ja die zitten nogal vast aan de inhoud van een gedicht, zij vergeten dat de werken van sjoerd letterlijk niet te nemen zijn, zij vergeten dat sjoerd in een gedicht elke inhoud overstijgt. ook op tessel bijvoorbeeld wordt er in de douche geplast, gelden de wetten van het hart, lopen er mensen rond die in de tijd zijn blijven steken. het gedicht van beneden naar boven samengevat. het is een gedicht waarover je kunt blijven schrijven. een soort genererend al. 80 punten
De weg naar woorden weg gewist
Ze maken trage woorden tegenwoordig met een glazen stem om doorheen te kijken zodat je verdwaalt in fragmenten wanneer je stuk voor stuk van de stemband springt.
Daarom wil ik liever nooit meer schrijven dan de vijftig meter binnen zes seconden breek ik liever de trouw aan mezelf dan ja te zeggen tegen een jij die al kapot is
wanneer ik het opwindhorloge van opa van zolder haal en in mijn vestzak stop zodat het lijkt alsof opa mij uit de knoop
-schat je hield toch van me zoals ik was?- ik was vroeger een ander en ouder dan nu. Maar ik keek niet op een glaasje meer.
Martin A.M. de Jong
martin gooit de dingen een beetje door elkaar en nadert het thema dat aangegeven is. de eerste twee regels lijken wel een recensie op de werken van sjoerd bakker. in dezelfde licht romantische toon. goed getroffen. opa als een reddende engel in een voortdurend bestaan. in dit gedicht wordt aan de logica geknaagd. een van de tak op de hak springerig effect domineert het gedicht. de dichter benut de vorm om gaten in de inhoud te laten vallen. zo beschouwd is het gedicht knap opgezet. de inhoud overtuigt mij niet. 70 punten
Trekvogels
langzaam, afgeleefd glijden gele lintwormen verstoken van gedachtegang door de hellepoort waar mensenlevens teren op bekroning of verdoemenis contacten nemen afscheid met de woorden van het spel tot moes gedrukte toetsenborden worden nogmaals afgeragd tot men alle levenslust voorgoed heeft omgezet in buitenechtelijk gebrabbel afgestompt door chips en draden en de vloek van de vertraging trekt de meute zich vooruit en strompelt als een horde vies geregende veulens gebrandmerkt met het getal één tot en met zeven miljard in de lange stalen wanhoop van het eeuwig transporteren het zoeken naar verschansing zwijgend, hopend dat
Josse Kok
ik geloof niet dat het thema gehaald is. en als de vogels hier voor de mensheid staan dan lees ik in de woorden toch meer een zakelijke beschouwing dan een proeve van poezie. dat komt omdat er nog al veel benoemd wordt in het gedicht. het is meer stalinistisch leninistisch troelstra geroffel van een rode kansel – nooit weg op zondagochtend – dan poezie - die wel neergelegd is in de eerste twee regels en in de laatste.
langzaam, afgeleefd glijden gele lintwormen zwijgend, hopend dat
laat de rest maar aan de lezer. dichters moeten niet teveel willen zeggen. 60 punten
Ik weet niet waarom
ik zou niet weten waarom ik schrijven zou heb ik John, heb ik niet ooit geschreven, vraag ik hem, ik weet hem soms nog mijn man, als hij me kan vinden en ik mezelf en mijn bril
mijn hele ik en dan de rest ervan kijkt naar hem op en vraagt even of ik het ware heb ik echt geschreven lieve John? ik hoor zijn antwoord zittend in het zand dat alleen mijn hand zich nog herinnert, waarheen hij me meegenomen heeft maar ik weet niet waarom het zand was vroeger los en niet zo solide als toen de klok plotseling wil ik mijn platenboek dus gaan we nu naar huis John, want de rommel weet ik daar en alles nog en jij zet thee heet het platenboek?
thuis weet ik niet waarom mijn chaos niet vertrouwd, ineens onvast geworden is en dan vouw ik me wring me eruit ik ga op zoek naar vroegere oevers zonder netten zijn ze niet meer van de zee ik roep de hond: Apollo Bacchus hier! kijk, de man heeft me gevonden en zet thee de graaf! ik weet hem
de hemel, lieve John, ik weet je weer, is een diep kasteel op zand gebouwd soms weet ik Hartley oude vrouw en de meedogenloosheid van tijden noch het onvermijdelijke alsmaar weer en overkomelijk verdriet de wanen die monsters oproepen en andersom en wat er tussen Socrates en Sartre was ik kan er niets meer mee
het is negen uur en het ronde hoekt, breng me naar bed John en blijf bij me of ik ga en als ik ga zoek me dan maar niet laat me mijn eervolle aftocht
drapeer de zee, drapeer de zee die van vanochtend maar om mijn lijf dat pijn doet --ja zo-- ik dank je zeg je beleefd goedenacht ik ga van Bruno dromen
Ploos Toelichting: Iris Murdoch: "If we leave theory and look about us" (Murdoch vs. Sartre): filosofie in romans; en "the joys of solitude" (daarbij denkend aan Maarten 't Hart). Verder - 'met de allermooiste saxofoonsolo aller tijden':
een gedicht om in opgezogen te worden. ik laat de verwijzingen voor wat ze zijn. je zou zeggen het gedicht is te lang. maar zo wil ik dromen. het gedicht is me niet lang genoeg. deze droom kent geen lengte, de woorden tijdloos filmisch volgtijdelijk. de saxofoon op de achtergrond, de woorden voor mij. alles in mij beweegt. fragmenten bewustzijn met liefde poetisch gerangschikt. nog een toefje Plato ook. hier is een zee aan woorden om de lezer gedrapeerd. zo moet het zijn. leven, langzaam wegraken in een bedje van taal en dan de droom. 91 punten
Capitulatie
ik ben geen dichter meer ik ben genezen ik doe de was de plas ik lap het raam
en saam met tante betje het hele rijmelijmen aan mijn laars
ik strijk de koele lakens glad waartussen alle nachten droom en daad elkaar bevechten
en mij verscheuren met hun gekrakeel
ik niet me dan terug aaneen soms gaat dat nieten niet naar wens
dan knelt mijn vel aan alle kanten tot overmaat van ramp
schuift iets of iemand ongevraagd een blanco blad onder mijn pen en ik herval
Helena de Clercq
ook in dit gedicht wordt geplast. subtiel raffinement van een dichteres die de taal het werk laat doen. helena staat borg voor aangenaam lezen. wel klagen maar toch precies op tijd de geestige wending op het einde van het gedicht. graag gelezen zeg je dan. maar het gedicht is in zijn eenvoud toch meer. een knap geconstrueerd dichtwerk parlando gebracht, geen woord te veel – nieten is een beetje teveel pronken met mevrouws dichterlijk vermogen – maar daarvan afgezien, een prachtig gedicht. het is een gedicht waaruit je kunt lezen dat hier een dichteres het woord heeft dat zij boven alles uit zou kunnen laten stijgen als ze maar niet teveel plezier zou hebben in het maken van het ding. we mogen nog veel van haar verwachten. dat ze kan schrijven hoeft niet meer bewezen. 90 punten
fleur
dan het slapen in een vers bed van vlees
in jonge dagen gesmoorde lusten onder dekens van geronnen bloed
hier slaapt de vrees van de gestoorde die we kusten
tot leven na nauwelijks overwonnen heldenmoed
arm been en mond geklemd het wilde paard in mijn borst door jouw teugels getemd
dit lijf dat schreeuwt om dorst toch door jouw zuchten overstemd
als het zijn laatste nectar tussen deinende dijen morst.
Gerben de Ruiter
wat een toestanden fleur, kind, en dat op zondagochtend meisje. begrijp het gedicht niet helemaal maar de slotstrofen laten niets aan duidelijkheid te wensen over in de bonkende taal die we wel des ruiters mogen noemen. heel natuurlijk ook, fleurige nectar stroomt altijd naar het diepste punt. geen gedicht om stil bij te zitten. we zijn weer wakker. we kunnen er tegenaan. de saaie zondagochtend te lijf. gerben de ruiter is altijd goed . beter kan ik het niet zeggen. 90 punten.
onder de wielen
na maanden mokum komt het weer boven - jouw wachten bij de stalling fietsen over amstelbrug, sarphatipark dintelstraat je sproeten, je wipneus
maar dat je naar mijn reet greep vier jaren vriendschap naar de klippen joeg in mij de weerzin wekte van een jood voor varkensvlees is mij nog kruiswoordraadsel
die gore dood had niet gehoeven je had nog kunnen wiegen op de golven van dit grachtenfeest met meerderen en niet zo grenzeloos alleen als toen
Jako Fennek
een apart gedicht. vol verrassingen voor de lezer maar ook voor de hoofdpersoon als ik het zo mag samenvatten. ach ja het is altijd - de ontkenning - de woede en dan de berusting. zo de liefde, zo het leven, zo de dood. wil ik er bijna bij schrijven. een geestig gedicht lichamelijk verantwoord vormgegeven. hoe je in enkele strofen zoveel informatie kunt verdichten tot een leesbaar maar toch ook schokkend geheel. in de laatste regels de Loneliness mooi klein gehouden. 90 punten
ik doe niet meer mee
Anton liet zich uit poëtischer dan nodig halve zinnen, half begrip een icoon ten onder
zijn prestaties gezuiverd van inzicht veranderd
en dan dat gezeik over de statuten en die illegale organisatie. dan denk ik aan de taliban
gedaagde heeft op een geweldige manier de nederlandse sport beschadigd met het ventileren van persoonlijke opvattingen
het voorgaande overziend komt de rechtbank tot het oordeel dat gedaagde niet onrechtmatig heeft gehandeld zodat de vorderingen van eiser afgewezen dienen te worden
een eerbetoon uit het hart van utrecht voor Anton. zo hoort dat ook. een prachtige eerste strofe. een intellektueel leek hij mij niet. een man met zekerheden. klein hartje. op zijn manier een luis in de pels van wat al lang afgeschoten had moeten worden. een man van stavast, uit een stuk, een boom. omgevallen. utrecht treurt en terecht. mike platenkamp richt hier een monument voor hem op. een posthume houdgreep. zoals het een directeur van de utrechtse cultuur betaamt. 90 punten. Anton gaf Nederland goud, mike hem een eerbetoon.