de ochtendwandeling
ik heb het nou twee keer geschreven, ik heb ze twee dagen achter elkaar het water in gejaagd – dan moet je niet blijven zitten. eenden moeten zwemmen en niet langs de kant van de amstel vegeteren. ik eet eend vanavond lieve lezer. hardleers is de pan.
het was stil langs de amstel. geen kip. een vrouw met een hondje. leuk zo een hondje zei ik haar. maar haar antwoord was minder adequaat. ze had twee zonen, een van 14 en een van 26. de oudste uithuis wonend. die van 14 had ze alleen moeten opvoeden. en zo ratelde ze door. ik vroeg toch alleen naar het hondje dacht ik.
ik ben bang voor hondjes probeerde ik. maar bij jouw hondje heb ik dat niet. dat haar zoon van 26 maar niet wilde deugen, zelfs bij haar buurman ingebroken had toen hij op vakantie was. en dat hij de spullen van de buren in haar huis had opgeslagen. hij heeft een wit staartje dat zie je niet vaak sprak ik, mooi afstekend tegen zijn zwarte vacht.
dat die van veertien ook al niet wilde deugen, altijd eenden de sloten in joeg. van kwaad tot erger ging. dat ze vroeger vreemd ging met die buurman maar niet meer toen haar man het huis had verlaten. dat ze voor der rust elke ochtend haar hondje uitliet en langs de amstel wandelde en hoopte een man te ontmoeten die voor haar stil zou blijven staan. het hondje begon aan mijn kuiten te likken. heb je geen fiets, vroeg ik.

ik kan elke dag wel over gesloten dames schrijven
dat schiet niet op, ik wacht wel op de vrouw
die over mijn wandeling gelezen heeft
die in glanzend nylon mij achterop vraagt
die, die, ik ga er bijna nog van stotteren
die zich verontschuldigt voor het woord bagagedrager
ik zal met mijn arm om haar buik
om me vast te houden en bij het hobbelen
zal mijn hand haar broek inglijden
niet om die licht bezwete dijen
nee! mijn hand zal verder gaan
langs de binnenkant van haar lange bovenbeen
voorbij de knie – op naar de krachtig gespannen kuit
pw