|
Zoeken
Google
Hoofdmenu
Poëzielinks
Forum
Laatste reacties op http://www.pomgedichten.nl
Inloggen
Online
Google ads
|
![]() Tweede bundel - toen je stilte stuurde![]() toen je stilte stuurde niets is me liever dan eenvoudig mooi het bloemblauw vers gescand natuurlijk in het licht een meisje drinkt in stilte woorden denkt hem goddelijk lief en ik ik kan in stilte niet meer denken ik kan het denk ik niet uitgeverij holland 2006 ![]() TOEN JE STILTE STUURDE - BUNDELPRESENTATIE POM WOLFF – zaterdagavond 18 november 2006 18 november 2006 voor mij een belangrijke dag. Het is een mooie bundel geworden. Uitgeverij Holland presenteerde "toen je stilte stuurde", na ‘je bent erg mens' mijn inmiddels uitverkochte debuut vorig jaar, mijn tweede. De presentatie kon en mocht plaatsvinden in het Betty Asfalt complex, te Amsterdam. Nieuwezijds Voorburgwal 282, Amsterdam, bij de Dam. zie: http://www.bettyasfalt.nl ![]() MIES BOUHUYS: En ja, een hele hele grote wens van mij is in vervulling gaan – het eerste exemplaar aangeboden aan MIES BOUHUYS. Een mens van vlees en bloed, zo maatschappelijk betrokken met de wijsheid van de jaren en hart voor poëzie. Ze deed het. ![]() “ik zou zo vreselijk vereerd zijn als je zou kunnen en willen – dat ik het je bijna niet durf te vragen” schreef ik haar – mies schreef: “Ik voel me heel vereerd door je vraag. Omdat ik je gedichten met veel waardering gelezen heb, wil ik bij leven en welzijn graag het eerste exemplaar in ontvangst nemen.” ![]() Bestel 'm nu bij Bol.com RECENSIES Joop Leibbrand in het tijdschrift MEANDER lees: http://meander.italics.net/recensies/recensie.php?txt=3475 - jos van hest Ze zingen en kreunen. Ze zijn onrustig en argwanend. Ze vertederen en verlinken je tegelijkertijd. De gedichten in deze bundel van Pom Wolff. Ze barsten uit hun voegen van karigheid. Maken onverwachte grappen die geen grappen zijn. Vechten zich een weg de bundel uit. Het oog van de lezer, het oor van de luisteraar in. lucky fonz III Hee lieve Pom, dankje dankje dankje. wat een eer! Wat een mooi gedicht, ik koester het, met heel mijn hart! Hopelijk draag je het ook nog een keer voor me voor. Ik wilde je ook nog bedanken voor het maken van je nieuwe bundel. Ik had het er over met Mark (van Wildeman), en ik zei nog tegen hem dat er wel een sticker op mag: 'waarschuwing: alleen geschikt voor mensen met een hart van goud en zenuwen van staal', haha. Mark zei ook nog iets heel moois over de bundel wat ik je nog wou vertellen: hij zei dat hij je bundel zag als een doos hele dure, lekker bonbons, waar hij af en toe van snoepte, 1 gedicht per keer, voor maximaal effect. Zo doe ik het ook, tot groot plezier. Bedankt dus. Laat het me weten als je wilt dat ik kom spelen ergens en ik zie je vast wel weer live binnenkort! Veel liefs Lucky -Karel Wasch in Literair nederland http://www.literairnederland.nl/web/dichtbundel_week/viewBook.aspx?id=89 Toen je stilte stuurde…,Pom Wolff ![]() Knallen met woorden Pom Wolff won als slammer een aantal prestigieuze concoursen. Het moet gezegd, zijn jazzy manier van voordragen is een heel mooie belevenis. En zijn eerste bundel Je bent erg mens, uitgegeven in de gereanimeerde Windroosserie, werd enthousiast ontvangen. Af en toe rauw van toon, maar met gevoelige glissando’s deed Wolff zijn opwachting in het land van jam en slam. Hij had de wind mee, want een aantal recensenten had bedacht, dat het afgelopen moest zijn met de ‘schrijftafeldichters, ‘ die in muffe zolderkamertjes hun hermetische wangedrochten produceerden. Ze sloegen in hun kritiek vaak door of bejubelden de oppervlakte. Wolff werd gemakshalve maar als een ‘podiumbeest’ weggezet. Wie zijn poëzie echter nader bestudeerde kwam al gauw tot de conclusie dat er veel meer gaande was in zijn verzen dan men zou denken. Een subtiele gelaagdheid glinsterde er namelijk als een goudader onder. In de nieuwe bundel wordt deze lijn verder uitgebouwd. Deze tweede bundel begint met het gedicht Dit is groter dan de wereld haar sluimer in het halfdood verdient wel bloesem zo leg je woorden naast iemand neer zij wil weer meeuw zijn witte meeuw en aan die kleur zal ik herkennen met je jas doen we samen alles weg en alles over opnieuw foetus onder vleugels De titel verwijst naar iets, dat we moeilijk kunnen bevatten. Meestal zal dat met de dood te maken hebben, het onopgeloste raadsel. En in de eerste strofe is de hoofdpersoon, een zij (een kind?) in coma, want dan immers ben je half dood (Wolff maakt er een nieuw zelfstandig naamwoord van het halfdood). Dit half dode wezen verdient - en nu komt het - bloesem. Er worden bij het graf van een dode, bloemen neergevleid, maar Wolff vindt dat er voor een half dode bloesem moet worden aangedragen. Bloesem draagt een belofte tot nieuwe bloei in zich! En dit is een stille boodschap, want vervolgens staat er ook nog: zo leg je woorden naast iemand neer. Er wordt niet meer gesproken er wordt een gebaar gemaakt. Een teken gegeven. Aan iemand in coma kan je immers alleen maar tekens geven. In de tweede strofe wil de hoofdpersoon weer meeuw zijn, eigenlijk wil zij dus kunnen vliegen, weg van haar lichaam. De achtergeblevenen zullen aan de witte kleur kunnen zien, dat de dood is ingetreden. Witte meeuw. Een dood met een verlossing in zich, net zoals de bloesem de belofte van een bloem is. De laatste strofe laat de levenden zien in hun naaktheid en verdriet. Ze doen samen met de jas van de overledene. Ze weten even niet meer hoe ze het hebben en willen troost zoeken onder een jas, hun verdriet verbergen, schuilend bij elkaar. Alles is weg en over. Is het leven weg? Is het lijden opgehouden? Maar dat is niet zo erg, want de laatste regel geeft aan dat de cirkelgang van geboren worden, leven en weer sterven steeds opnieuw plaatsvindt. Opnieuw foetus onder vleugels. Het is maar één voorbeeld van de diepte, die Pom Wolff in zijn gedichten aanbrengt. Maar gelukkig is ook de woede uit de eerste bundel weer gebundeld. Je was bij hem je jas bij hem van leer die lange zwarte je was bij hem je as bij hem en je schaamlippen glanzen Het venijn van dit gedicht zit in de zin van leer die lange zwarte. Want ook dat kan Wolff: knallen met woorden. Zoals in het fraaie gedicht We zagen niets, waarin de hoofdpersoon zijn eigen kwetsbaarheid ervaart en alle ego van echo was. De vrouw heeft een hondje en de hoofdpersoon heeft alleen zijn hand, die onbeholpen stottert. Een schitterende metafoor voor de verlegenheid. Maar ook het understatement hanteert Wolff geraffineerd. Die regen/die altijd/vanzelf over gaat. Vervolgens houdt de dichter in en in de laatste strofe worden we plotseling geconfronteerd met de werkelijke regen: Die regen/die doden doder maakt/die regen bedoel ik. Onheilspellend en doeltreffend. Maar de tederheid overheerst zoals bijvoorbeeld in het titelloze gedicht: misschien dat het niets betekent anders dan die onbereikbare plaats meer nog dan verraad een hoek omgaan en zwijgen en wat de vloed laat liggen na verloop van tijd Het zijn de ‘everlasting questions’ van W.B.Yeats in een eigentijds jasje. Maken we ergens deel van uit? Is alles zinloos? Zien we het belangrijkste over het hoofd? Wolff maakt ons in trefzekere bewoordingen deelgenoot van deze existentiële twijfels. Want zoveel is zeker Wolff twijfelt aan veel zaken getuige de zinnen in de tweede strofe van het gedicht op blz. 39. (..) dit is zo’n dag waar je van vermoedt dat die niet bestaat (..) of op blz. 18 (..) wat wil je van me horen er is hier niets geen plek waar taal iets zegt(..) De dichter kan ook niet zeggen, wat niet te zeggen valt en omcirkelt het dus maar of spaart het uit. Pom Wolff is in deze tweede bundel uitgestegen boven het leven van alledag, hij stelt ons voor raadsels, maar het zijn de raadsels, die het leven de moeite waard maken. Het zijn zinnen vol twijfel en emotie, het is machtig geëtaleerde machteloosheid. Het is verkleinen wat anders te groot wordt en vergroten wat onderbelicht bleef. Als een dichter dat kan is hij een vakman en een aanwinst voor de literatuur. Pom Wolff is zo’dichter. Toen je stilte stuurde…Pom Wolff, uitg. Holland, Windroosserie, ISBN 90 251 1009 6 Karel Wasch - jet van swieten in 'Opspraak" - http://www.opspraak.net. Stilte, de echo van geruisloosheid Voor vragen naar een beetje medemenselijkheid kun je hem vandaag maar beter niet storen. Dat zou alles maar verpesten. Wat zou er terecht komen van een bundel als ‘toen je stilte stuurde’ wanneer de dichter steeds oog moet houden op noden en behoeften die de zijne niet zijn. Pom Wolff heeft zichzelf op een zijweg geparkeerd om daarvandaan te zien, te herkennen en te omschrijven. Daar trekt hij het leven aan flarden, ontleedt hij het tot het inwendige bloot ligt. Daar begint zijn opbouwwerk. De taal is het instrument dat hij vituoos bespeelt; de zintuigen voeren zijn pen in één richting, rechtstreeks naar het hart van het leven, daar waar het gebeurt. De details die wij als vanzelfsprekend ervaren, dus niet van belang, blijken bij Pom de peilers waar alles op rust. Mooier wordt het niet. De realiteit is even banaal als futiel. Mocht je ooit denken dat alles nog mooier kan worden, kun je dat na Poms poëzie wel vergeten. Pom schetst een bestaan dat standhoudt ondanks alles, ook al ‘houd jij je diepte-interview/ schop ik de katten naar de keuken’, wordt de koffie in builtjes door een taalmoeras getrokken en houdt de perfectie op bij een paar losse tegels. ‘Toen je stilte stuurde’ is een bundel die geruisloosheid een echo geeft, die lange tijd nagalmt en je tevreden achterlaat. Als mooi en perfect niet bestaan, hoe laten zich Poms gedichten dan omschrijven? Ze overdonderen, zetten je stevig op de vloer en nodigen uit tot een beetje minder medemenselijkheid. Dat zul je nodig hebben om de ruimte te scheppen om ‘toen je stilte stuurde’ met aandacht te lezen, en te herlezen. Jet van Swieten Pom Wolff, toen je stilte stuurde, 2006, Uitgeversmaatschappij Holland, isbn: 978-90-251-1009-3 - peter de boer in dagblad Trouw 17-2-2007: ![]() een halve pagina trouw vandaag lieve lezer - over mijn eigen kindje 'toen je stilte stuurde'. god heeft zijn eigen holleder op mij afgestuurd. had ik deze week niet gespot met rauwvoet en ook niet met balkenende - nou god straft onmiddellijk in dit land waar we vergeven zijn van de gristenen. en zo werd de poezie recensent van de TROUW op mijn bundel gezet. het moest natuurlijk wel een negatief artikel worden. god laat niet over zich lopen. zoals hijzelf wel over het water meent te moeten. de aanpak en de opzet van het artikel duidelijk en onverholen vanaf de eerste letter geschreven vanuit een vooroordeel - podiumdichters moeten wij - van de 'kwaliteitskrant' - niet. het artikel dan verder opgebouwd rond de vooroordelen heen - mijn zinnen - geisoleerd bij elkaar gezocht om te bewijzen wat meneer gesteld heeft. en daarmee heeft ie nog moeite genoeg want aan alle kanten ontbreekt de consistentie. je voelt je er vies en misbruikt bij. het gaat meneer de boer helemaal niet om de poëzie of om mijn bundel. meneer de boer misbruikt mijn bundel, én mij, om zijn archaïsche aversie tegen door jong en opstormend poëziepubliek zeer gewaardeerde podiumkunst te etaleren. maar ja het is best moeilijk om over - 'toen je stilte stuurde' - negatief te schrijven. dat weten wij van www als de beste. je moet errug je best doen om een paar aanloopzinnetjes te vinden - dan moet je isoleren en dan moet je snel een godsoordeel er achter plakken. maar god zit nergens mee. ik ben een podiumdichter dat lees ik. en ik aarzel tussen "zaal en taal". zo zo. nou nou. de boer kan rijmen. het dédain naast de drogreden tegenstelling ook gegoten in het archaïsch taalgebruik met het woord "zaal" - wij treden allang niet meer op in een "zaal" meneer de boer. in welke "zaal" hoorde u voor het laatst poëzie. (overstaanbaar zeker die gerlach?) wij staan op de stubnitz, bij damoclash, wij zijn van tivoli en doornroosje, wij hebben de kroegen van festina lente tot aan helmers - wij staan bij dirkie in de bonnenpolder, staan op de pont bij ijmuiden, in openbare bibliotheken. de eerste bundel 'je bent erg mens' - geen letter aandacht aan besteed in trouw - vond meneer de boer een goede bundel maar deze tweede - nee hoor echt niet. ![]() Bestel 'm nu bij Bol.com mijn gedicht "medemenselijk" is een zesregelig 'gedichtje' - de recensent citeert drie regels - het klinkt wel "lekker" zegt de recensent, maar het is wel "onzin" hoewel het wel weer "kek" eindigt - de slotregel staat er "toch wel redelijk" bij. begrijpt u wel lieve lezer "redelijke" onzin - ach oordeelt u zelf over 6 regels: medemenselijk ik beëindig maar meteen mijn aanvankelijke voornemen om vandaag medemenselijk te zijn voor creatief moet je naar dyslectici naar de intelligentsia voor metaforen voor bindingsangst naar mij en zo zet god zijn zegereeks voort. mijn gedicht voor simon vinkenoog eindigt ZO sentimenteel vindt de trouwe volgeling. zelfde methodiek: een regeltje citeren uit een gedicht en het oordeel daarmee verantwoord voor god natuurlijk. "een babyschreeuw dat is een lintje" - nee hoor dat is "niks", lezen we en "Dat vuistdikke contrast tussen tanks en babyschreeuw" is ook niks. niks is het. dat u het weet: tegen vuur tegen de staat van stalen tanks en moddersporen over ruggen van oedeem tegen een kennelijke staat van onzin tegen macht of leger nog tegen een staat van onvermogen een staat van dienst en lintjes als je oud bent een bom kan slechts een steen verlichten voor open monden, taal als taal voor verwondering en adem voor ieder woord, voor iedereen een babyschreeuw dat is een lintje en dan komt het ergste lieve lezer. wederom dezelfde techniek. een regeltje uit "Mayra" en we lezen dat hier een vader een brok in zijn keel krijgt bij het horen en zien van zijn "kwinkelerende" en "goudgelokte" dochter. jaja alsof de laatste strofe nooit geschreven werd. en alsof het woord lokken geen dubbele betekenis kent. maar niets gaat over - in gods eeuwigheid natuurlijk - niets - daar gaat god zelf over en niet die wolluf. alsof ik over mijn dochter schrijf. mayra wat is het toch dat deze stem ongeacht welk woord van elk woord weer warmte maakt echt mooi hoeft niet beschreven is in zich mooi geweten en gekend mayra jij de woorden die vanaf de eerste dag zo in mij horen jij voor de spiegel bij je lokken van de goudste regen in het roodste rood van klimt uiteindelijk gaat alles over van wie je houdt mijn dochter uiteindelijk gaat alles over nou en dan eindigt god toch nog positief. we krijgen een speciaal kadertje in de TROUW - mooi hoor. dit gedicht springt er echt uit zegt de recensent - en zo stelde god zich tevreden met de defecte medemens. u heeft nu de drie slechtse gedichten kunnen lezen uit ' toen je stilte stuurde'. en een van die drie is zelfs NIKS. als u benieuwd bent geraakt dan weet u de weg - de waarheid en het leven - er staan er veertig in en blijkbaar allemaal mooier dan de drie geciteerde hier. dat god nou net zo'n gristelijke moraalridder op mijn prachtige bundel laat klaarkomen, een wonder is het niet. als deze de boer - ja ook nog zo'n naam - had geweten dat het gedicht 'defect' gesitueerd is in een abortuskliniek - recensent de boer gokte anders - dan was ook dit gedicht door hem beklad. maar goed dat aan god merleyns close reading voorbij is gegaan. defect en zo voltrok zich in stilte het verhaal van de onbekende wereld waarin vrouwen zich bewegen verbeten gezichten trots, ongenaakbaar, taai waar in geglazuurde tegels schone handen glimmen van gewassen onschuld en de koffieautomaat een papiertje bevat: defect alsof alles daarmee gezegd is en alles is er ook mee gezegd (voor joyce) ![]() Bestel 'm nu bij Bol.com |




