Zoeken
Google
Google
Hoofdmenu
Bekijk alle poëzielinks...
Forum
Laatste reacties op http://www.pomgedichten.nl
Inloggen
Gebruikersnaam:

Wachtwoord:


Wachtwoord vergeten?

Registreer nu!
Online
16 gebruiker(s) zijn online (6 gebruiker(s) zijn op Gedichten, nieuws, rellen)

Leden: 0
Gasten: 16

meer...
Google ads
Gastcolumns : JOLIES HEIJ DOOR ALLES HEEN
Gepost door Pom Wolff op 2015/11/3 8:00:00 (584 keer gelezen)





praat eens met een dichter, lieve lezertjes, en u komt meer te weten dan u ooit had bevroed. de pom voor al uw maar vooral andermans ontboezemingen. ik kan jou vaak niet volgen, klaagde de natuurgenezer geregeld. nu zit die in ut verre servië en kan deur zelfs geen kaartje vanaf. columniste in deur uppie aan het verjaren en de taart staat te beschimmelen. baas, wilt u misschien een stukje? vroeg ik toen maar op de redactie. kmot aan den lijn denken, knorde deze, dat betekent geen slagroom en veel lichamelijke oefening. o? gaf ik verbaasd. bent u aan de halters aan het trekken? welneen, ik doe push ups op de vrouwtjes. krikken is de lichamelijke oefening bij uitstek. nu die natuurgenezer van jou verstek heeft laten gaan ken jij ook wel wat oefening gebruiken. kijk, je biceps is helemaal gaan hangen sinds je die rukker niet meer aftrekt. nee dank u baas, piepte ik, ik draag liever een gedicht voor. praat toch niet zo veel, ik begrijp deur geen donder van. laat mij liever in jouw hete grotje. sorry baas, geen tijd, riep ik, ik mot weer es het podium op. watte? met die geilaard van een terk zeker! waarom mag die misdienaar met zunne heilige smoel wel in jouw grotje en ik niet?! dominee, verbeterde ik, hij is dominee. tis toch een paap? wel, in de sixties keek men niet zo nauw, toen was iedereen aan de lsd, verzuchtte ik. en mneer terken is tenminste een fatsoenlijke geilaard, die zalft de betties ipv ze aan de haren naar zunne grot te sleuren.

denk maar niet dat je nog welkom bent in het redactielokaal as je je door die verpleegsterjesgluurder laat grijpen! riep de baas ineens overstuur en weg was columniste, naar de wijngaardtuin in haarlem. op wat voor dichters val jij? vroeg ik anneruth wibaut waarop haar ogen verlekkerd begonnen te schitteren. geef mij maar ingmar heytze, sprak ze, die durft tenminste utreg niet uit. wat is daar nou aantrekkelijk aan? gaf ik. je ken in utreg je kont niet keren of je komt um wel op een of andere muurgevel tegen. wel, een dichter is geen dichter as ie geen gebrek heeft. een man is geen man as ie geen net niet volmaakte maar licht gekromde penis hep. hier nog op broedend stapte ik de volgende dag ut haagsche momfer de mol binnen waar maja colijn mij om den hals vloog. ik ben speciaal voor jou gekomen! riep ze verheugd uit. daarvoor heb ik me eindelijk van die lerou kenne losrukken!

alle vreugde daargelaten, zei ik, help me liever met dit gruwelijke vraagstuk. wel, gaf ze, alle bananen zijn krom, dus alle penissen ook. zo uitzonderlijk is dat niet. vind maar es een rechttoerechtaan penis, of een nauw grotje waar de heren dan weer zo van moeten zwijmelen. ik zwijmel van witte schortjes, kwam de terk, waar de tepeltjes zo lekker in overeind blijven staan. ik ben een borstenman, geen grottenman. as 14-jarige knaap werd ik misdienaar in het ziekenhuis om naar verpleegstertjes te kenne gluren. tja, in de seventies was alles mogelijk. ik dacht dat je dominee was, gaf ik. dominee of priester, gaf hij, toen kon je je tenminste nog onbetamelijk aan de vrouwtjes vergrijpen. toen dachten we dat het paradijs op aarde was aangebroken. nou, voor ons kinderen was het anders helemaal niet zo paradijselijk, hoor, zei ik. we werden constant de straat opgestuurd omdat onze ouders het of te druk hadden met zichzelf of met de buren lagen te krikken.

op mijn twintigste had ik geen idee wat ik wilde worden, alleen dat ik talent voor taal had, dus toen ging ik maar duits studeren. de bovenmeester zei dat ik voor de klas moest, dus toen stond ik naamvallen te declameren. dat ik hopeloos ben gestraald as juf hoeft geen betoog. dus toen ben ik maar dichter geworden. praat toch niet steeds over je ongelukkige jeugd, onderbrak terk me ferm. vanwege mijn misdienaarschap moest ik iedere ochtend om zes uur uit de veren, maar hoor je mij klagen? trek liever een wit schortje aan en zorg dat je tepeltjes goed hard zijn. dan zal ik jou munne hartsgeheimen in het oor fluisteren waarmee je nog eens drie columns aan munne geweldige geslachtsorgaan kunt besteden.




nachten uit met een late dichter

ik ga nooit meer terug, zei hij
dit is een land waar de doden declamerend waken

dit is een sponde waar weemoed woont
dit is een huis door een pantservuist geregeerd

jij bent zo dichterlijk vrij
jij trekt door berg en dal en moerassen

en geeft alleen om de sterren
je verwenst heel rebels mijn huwelijke staat

maar ik ben niet rijp voor een balkonscène
en draag het huis altijd op mijn rug

de geur van haar flensjes doet me watertanden
ook al is haar flamoes een open riool

ze zei, er is een utrechtse dichter die mij bevalt
vannacht verschijnt hij op muren en in ramen

leg het nooit met dichters aan, zeg ik
ze gaan met de liefste aan de haal

kennen slechts de moraal van bandeloosheid
ik ben zo rebels dat het voorspelbaar wordt

ga toch fijn naar huis en haard en vergeet mij snel
dan kom ik terug als ingmar heytze


Jolies Heij