Zoeken
Google
Google
Hoofdmenu
Bekijk alle poëzielinks...
Forum
Laatste reacties op http://www.pomgedichten.nl
Inloggen
Gebruikersnaam:

Wachtwoord:


Wachtwoord vergeten?

Registreer nu!
Online
21 gebruiker(s) zijn online (1 gebruiker(s) zijn op Over Pom Wolff)

Leden: 0
Gasten: 21

meer...
Google ads

je bent erg mens

windroos:






je bent erg mens, De Windroosserie,

Uitgeverij Holland, Haarlem 2005.
verscheen op 24 september 2005 en werd gepresenteerd in het Betty Asfalt Complex, Margreet Dolman/Paul Haenen te Amsterdam.
Zie http://www.uitgeverijholland.nl
voor het laatste nieuws.

Onder redactie van Henk van Zuiden, www.henkvanzuiden.nl (voor al uw windroosrieuws), onder het beschermheerschap
van Simon Vinkenoog verschenen IN EEN KLAP bij uitgeverij Holland Tom Zinger, Robin Block, Sander Koolwijk en Pom Wolff, vier dichters die ook slammen. KLAP!



Inmiddels is de windroosdeelbundel uitverkocht
Je bent erg mens stoomde in 2006 de top-tien in van “De Publieksprijs voor de beste poëziebundel 2005”
een gezamenlijk initiatief van Rottend Staal en de Contrabas. De mensen konden kiezen uit 141 bundels van reguliere Vlaamse en Nederlandse uitgeverijen, waartussen een veertigtal debuten.

ton van 't hofschreef in poëzierapport een lezenswaardige recensie. lees ook de reacties en zie welke elementen zichzelf daar voor het leven belachelijk maakten. http://poezierapport.blogspot.com/2005/12/je-bent-erg-mens-pom-wolff.html


In Je bent erg mens, de Windroosbundel van Pom Wolff (1953), staat de relatie tussen man en vrouw centraal. Meer specifiek de liefdesrelatie of -relaties die een man, de ikfiguur, met één of meerdere vrouwen, de jijfiguur of -figuren, onderhoudt.

De bundel kent vier afdelingen, waarin verschillende fasen van een relatie worden beschreven: verliefdheid, bestendiging, ontsporing en verwerking. Deze fasen komen echter niet in deze volgorde aan bod. In de eerste drie afdelingen ontspoort een relatie en wordt deze ontsporing verwerkt. In de laatste afdeling wordt de ikfiguur verliefd, waardoor in elk geval de schijn wordt gewekt dat er zich een nieuwe liefde heeft aangediend. Zo gelezen, zou er dus sprake zijn van minimaal twee (opeenvolgende) relaties.

Het openingsgedicht, Het menu heet welkom, zegt over de inhoud van de bundel onder meer het volgende:

er zullen circulaires zijn
papieren meisjes zonder borsten
en één afgerond dossier

Het ene afgeronde dossier zou kunnen verwijzen naar de eerste ontspoorde relatie, waarna een nieuw dossier kan worden geopend, een nieuwe relatie kan worden aangegaan. De papieren meisjes zonder borsten betreft een aankondiging van de verzen die over de dochter of dochters – nogakind wat ruik je lekker – handelen. Opvallend is voorts de opvatting van gedichten als circulaires, als een mededeling, een rondschrijven, waaruit een zekere afstand tussen schrijver en onderwerp spreekt. Deze afstandelijke benadering wordt versterkt door de voorstelling in het openingsgedicht van een relatie als een maal met gangen, waar je een wachtwoord voor nodig hebt om het te kunnen nuttigen.

De eerste drie afdelingen behelzen een retrospectieve beschouwing van de ontspoorde relatie, waarin reeds in het begin regelmatig wordt vooruitgelopen op de teleurstellende afloop. Zo is in De HEMA moet wel liefde zijn de relatie nog goed, maar wordt langs borden en kopjes gelopen die ik ooit nog wel zal smijten en worden er schijfjes watten aangekocht om te deppen / als ik strak je strot doorsnijd.

De ontgoocheling van de ikfiguur over het stuklopen van de relatie is groot en kleurt de toonzetting van een belangrijk deel van de bundel. In het gedicht Aftrap wordt ene Johanna op gruwelijke wijze met een hakmes aan mootjes gehakt, waarna de plaats van het misdrijf wordt verlaten om een kroketje te eten. De totale desillusie is zeer tekenend neergezet in Wildernis, waarin aan het einde nog eenmaal wordt omgekeken naar de illusie, de liefde, waaruit de relatie ooit moet zijn voortgekomen.

waar gehakt wordt
blijft slechts spaanhout staan
daar gelden oerwoudwetten wildernis
en klaagt men stenen uit de grond

hier bouwen we een nieuwe stad van krijt
voor verjaagden uit de wanhoop
op de resten bouwen we
blauwe bomen en ook witte

als volledigheid al iets is
is volledigheid misschien het bier
dat we samen dronken
onder deze blauwe boom

waar ik lijnen zag
waarbinnen ik je dacht te weten
wonderkind steeds witter
er hoeven geen mensen bij

In de derde afdeling Hoofddoek verwerkt de ikfiguur de teleurstelling en wordt de rekening opgemaakt. Hij reflecteert, vraagt zich af wat een vrouw meer [is] dan / haar cellen, probeert niet alleen haar slechte eigenschappen te zien, teken haar begrepen / teken dan het oordeel niet, en voelt zijn lusten terugkeren:

één spoor sperma
wil ik zijn
ik die rauwe eieren drink
voor rauwe sex
macho schappen vul bij dalbert heijn

Dan ontluikt er een nieuwe liefde en gloort er weer hoop aan de horizon. Deze nieuwe relatie wordt, uiteraard zou ik zeggen, wel aangegaan met de ervaring van de vorige, mislukte relatie in het achterhoofd: wat zal het worden / een huis misschien / met kamers waar ik net niet doodga / omdat doodgaan / het alleenrecht is van levenden. Maar er worden mooie dagen beleefd, dagen / die nog dieper gingen / dan chomsky in de taal / / dieper dan we later / durfden toe te geven.

In de laatste gedichten duiken echter alweer de eerste haarscheurtjes in de nieuwe relatie op: je laat je niet meer zoenen / kan het van de liefde zijn. Er verschijnen muggen ten tonele, ze zijn er altijd weer / en steken steeds, en de ikfiguur waait uit op het strand, waar een blok beton mosjes toelaat, die we nog niet [hadden] gehad. De bundel eindigt als volgt (en we lijken weer terug bij af):

en al dat water
moet nog terug vandaag
naar engeland
het is bijna eb, ik weet het

Het onvermogen van de ikfiguur om in Je bent erg mens het geluk in een relatie te vinden wordt vaak met harde taal en schokkende beelden weergegeven. Ik blijf na het dichtslaan van de bundel met een onbestemd gevoel achter. Waar komt dat onvermogen uit voort? In wie huist de kiem van het mislukken, in de vrouwen, in de man? De opvatting dat een relatie wordt geconsumeerd getuigt van een diep, door ervaring opgedrongen pessimistisch beeld, dat me doet huiveren. Ik moet dan ook concluderen: de bundel doet me wat. Strak gecomponeerd wordt het innerlijk van een mannelijk mens blootgelegd, zonder schroom worden vooroordelen op tafel gelegd, hier worden geen engelen bezongen, maar de ruwe werkelijkheidsbeleving van een individu. En die is schrijnend, navrant. Pom Wolff heeft mijns inziens een sterk debuut geschreven.

ik heb het angstige vermoeden
dat verlangen niet iets is
van missen
meer een orgasme
dat nog bij elkaar geneukt moet worden
een kant en klaar gedicht
dat nog geschreven moet


POËZIERAPPORT: 7,5 / 10

Recensent: Ton van ’t Hof

Je bent erg mens - Pom Wolff
Uitgeverij Holland - De Windroos, Haarlem, 2005
ISBN 90 251 0980 2 - € 5,95











je bent erg mens


je had moeten liegen
dat de waarheid
de halve waarheid was
een woord minder kan ook
geen bed
ik noem maar wat

dat je haar alleen maar
van achteren opknipt
om niet af te takelen
zoiets

je had moeten liegen
dat er sprake was
van een generalisatie
van generatie-eigenschappen
van depressieven bijvoorbeeld

dat als je in het weekend
nou je bh-tje had getoond
in een doorzichtig blousje
én in het blacklight had gestaan
dat je dan - ja dan
had willen dansen of zo
je had moeten liegen
dat je klaar wilde komen
om te sterven

je bent echt erg!