DE WEEK VAN…….. FRANS TERKEN IN 7 GEDICHTEN – elke dag 7 dagen lang een gedicht – de zevende dag de zaterdag – over de straat waar je dochters huisvest

 

7 dagen een gedicht, in de week van …

zaterdag

Bij alle draden van inspiratie deze voor en op het leven, ter afsluiting; uit de reeks gedichten die zijn opgedragen aan zoons en dochters, Vadergedachten, dit voor mijn jongste dochter, mede

vanwege weer de komst (naar verwachting begin november) van nieuw leven, kleinkind zeven.

Eerder geschreven voor de Stichting Granate als gedicht v.d. maand maart 2015.

(De stichting ‘Granate’, van dichter Nafiss Nia, vraagt iedere maand een dichter

om een bijdrage, het woord ‘granaatappel’ is daarin richtlijn.)

 

Afslag Oost / Vadergedachten VII

 

Binnen de ring is dit 

de straat waar je dochters huisvest

je klopt raam aan raam voor een kamer      

slaagt erin naast een groenteman

 

met hem spreek je onderhands af 

dat hij gave waar te eten geeft

zelfs van hun laatste centen 

op dagen dat het wintert

 

je draagt elke maand breekbrood aan        

voor een goedgevulde maag 

past hij er naadloos een granaatappel bij

 

drukt de gratiën op het hart

doe behoedzaam met schil en pitten

dat je je niet in happen verslikt

 

wacht dan tot de wangen kraken 

van kleur vlamt er even een blos                  

binnenin barst het van leven 

 

FT 2015)

 

 

 

 

 

7 dagen een gedicht, in de week van …

vrijdag

Muziek en/of beeldende kunst als inspiratie, gedichten die hierin een bron vinden zijn er nogal wat; de keuze voor één gedicht, vandaag dan toch de muziek, Bob Dylan, en weer de dood, terug van niet weggeweest, zoals hij in afgelopen weken o.a. Ton Lebbink en Conrad van de Weetering haalde.

Met de jaren

I’ve been ten thousand miles in the mouth of a graveyard” *)

 

Ja Bob

het wordt er met de jaren niet makkelijker op

de een na de ander dragen we weg

samen met onze geliefden met zonen en dochters

trekken we een stemmig pak een knap kleed aan en

 

gaan we in rijen zoals zij daar liggen in de koude

en natte grond horen ze niet eens meer

je raspende stem de woorden hees gemompeld

maar wij zijn er nog

 

zingen met klem op de borst onze levensliederen

dat het een lieve lust is naast de last van alle ellende

het harde verdriet in ons en om ons heen

met gebroken tong soms maar we zingen

 

de honger van vroeger die we luidkeels deelden

wandelend door het diepste zwarte woud

weg van alle sores en door de liefde geraakt

de liederen waarin jij al jong van het leven zong

 

 

*) Bob Dylan, “A Hard Rain’s A-Gonna Fall”

FT 2015)

 

 

7 dagen een gedicht, in de week van … :

donderdag:

Inspiratie vinden, het gebeurt met regelmaat bij collega-dichters, zoals in de dichtwisseling met Joop Scholten en Jolies Heij. Of tijdens een literaire middag, zoals in de kroeg bij Eijlders, waar ik tijdens een zondichtmiddag ‘Amor (in Eijlders)’ schreef, met dank aan o.m. Lisan; ‘Café Cohabitat’, met dank aan Delia & Ria.

Soms blijf je hangen aan een regel, een beeld, bij het lezen van poëzie.

Het gedicht voor vandaag: geschreven n.a.v. werk van (voormalig) Heerlens stadsdichter Michelle Bracke; in haar bundel ‘ontschamen’ (Azul Press 2016) las ik ‘blanco’, met daarin o.m. de intrigerende regels:

‘klemtonen leggen amper accenten

behalve dan de ij in buikpijn’

 

Naar de letter

Neem de ij in IJwit

ik weet hem in een glas te vangen

niet dat ik er de nadruk op leg

het is meer voor herhaling vatbaar 

 

dat je een letter onderstreept

als hij zwaar op je gedachten drukt

zoals de ui in buikpijn

tranen in de ogen krijg ik als ik eraan denk

 

niet dat ik de ui onder het mes wil

het aanzicht van de schil alleen al

is om bij te janken het snijdt dwars door de ziel

 

hoe hij huid is om kwetsbare ringen

die zich argeloos overgeven

aan het eerste de beste keukenmes

 

elke snipper bevat de kern het wezen van 

de vrucht hoe hij al bij een vermoeden van boter sist

dat sputterend hoopje afblussen met een IJwit

 

het fruiten in vloeibaar vet als klein bier

ik sta er blanco in hoe de snippers zich mengen

onder gulle en exotische waren

gun de verwerking zonder pijn in het hart

aan de kok in zijn gesteven schort

 

ik zet twee borden twee glazen en

leg bestek neer op een met zon gedekte tafel

 

nodig je uit om je met mij te laten verrassen

door de accenten van wat wordt opgediend

 

FT 2017

 

woensdag

Van de ‘nieuwe’ grond; in 2003 verscheen ‘Berichten uit de oude stad’, ontmoetingen met en in Leiden. Een soort inburgeringscursus in gedichten a.h.w.

Leiden, dat een nieuwe stadsdichter zoekt; (zelfs dichters uit de regio mogen ‘solliciteren’, maar de Stadsdichter hoort naar mijn mening in de stad te wonen, niet deze dichter dus).

Leiden, als inspiratiebron; (j.l. februari nog n.a.v. het zelfgekozen overlijden van een dakloze).

 

Bloemen bij de singel

(voor Simon L.)

Je sprong in de singel om te verdrinken

zoals je eerder in het leven verdronk

geen dak meer om onder te schuilen

alleen de lucht die amper van kleur veranderde

 

hoe kloksgewijs de kleur van je dagen verschoot

misschien het verlies van een jong lief

een onbetaalbaar huis of een stapel ongeopende

rekeningen meer dan je verdragen kon

 

hier met lotgenoten kameraden gelijkgestemden

de tijd verdrijven aan de waterkant en wachten 

op andere mogelijk betere tijden de hoop erop 

als ‘n blikje bier uit een tas gepakt en opengetrokken

 

uitzichtloos kijken over de Zoeterwoudsesingel

waar vandaag dat ene moment komt het besef

dat je het nu allemaal wel gezien hebt 

dat je er ook helemaal klaar mee bent 

 

het besluit al het water van de singel te willen 

drinken hoe het het leven nog even vloeibaar maakt 

als een ruim hemels dak het watervlak 

dat zich boven je voorgoed verdicht

FT 2017)

 

 

 

 

7 dagen een gedicht, in de week van … :

(vervolg)

dinsdag:

Op welke grond je ook gaat, de geboortegrond blijft onuitwisbaar aanwezig,

een terugkerende bron van inspiratie. Dit gedicht ook met dank aan Herman de Coninck.

Uit de ‘Limburgse’ gedichten koos ik voor:

 

Zicht op de Geul

Op deze plek waar Herman

spreekt van zien van sterfelijkheid

stap je langs zeer oude sporen

in een hoger uitzicht

 

iemand die naar het onsterfelijke taalt

krast zijn naam in de mergel

trekt zich boven op de heuvel

terug binnen de Kluis

 

schrijft zwijgend de dagen door

een kruisweg in staties

omvallen en opstaan en ’s nachts

het hoofd leggen op een steen

– de slaap zou eens zoet kunnen zijn –

 

het is handwerk aan eeuwigheid

een harde strijd als in het leger

van Gods waarnemer op zijn aarde

het oog houden op een leven later

 

tot de longen het begeven

in stof van onder- en bovengrond

hier als een koempel geveld

 

(naar: Herman de Coninck, De Plek (uit: de Gedichten)

(Het gedicht ‘De Plek’ maakt deel uit van een poëziewandelroute langs de Geul.

Zie ook: http://gedichtenlangsdegeul.nl, route Valkenburg)

FT 2011; eerder gepubliceerd in de Brakke Hond 06/11)

maandag:

Bij ‘terug naar vroeger’, over de kennismaking met ‘levend(ig)e’ dichters, eind 60er jaren; tot in Zuid-Limburg bloeide de literatuur, op culturele bijeenkomsten, festivals; wij jonge dichters (verenigd in het collectief d’r Poal) bewogen mee met de ‘groten’ (o.m. Jan Hanlo, Hans van de Waarsenburg, Ton van Reen) en zochten een eigen stem voor sfeer en gebeurtenissen van die tijd; ik schreef daarover:

Bloemen op het bed

(voor Jan Hanlo)

Vroeger komt naar je toe

in bloemen op het bed

narcissen in de nacht mag ik ze noemen

een opschrift een lint aan de krans

lees Vereniging van Levende Schrijvers

de eerste keer dat ik er zoveel bijeen zag

en wat een mooie vrouwen aan hun zijde

zij wel Jan met hun eva’s in de vroegte

jij met die blazende motor van je

die pompte en treurde om de mooie jongen

ach zwaar Marokko dat was pas jazz

zoals je trommelde en roffelde op de zeepdoos

waarin wij fluorescerende stiften rond sleepten

voor onze live writing acts

de poëzie gingen wij wel stevig te lijf

in de provincie het stadje H.

dat hersenspinsels in beton wilde vangen

mooi dat wij daaraan niet meededen

wij flikkerden liever obstakels

door de etalage van de platenboer

daar zat pas muziek in

dood kon later nog dachten we

maar dat viel zwaar tegen

FT 2003)

 
DE ZONDAG
7 dagen een gedicht, in de week van … :
 
Een keuze uit ouder en recent werk; waarin inspiratiebronnen een rode draad vormen.
Vandaag, zondag, de keuze voor een gedicht uit 2001, uit de eerste tijd na een lange periode van ‘zwijgen’ op papier, de jaren waarin de pen weer ter hand is genomen.
Een ‘terug naar vroeger’, toen het begon; met bewondering voor en dank aan de oude leermeester / inspirator Remco Campert.
 
Vader
 
Mijn vader is al jaren dood
dus schiep ik langzaam een nieuwe
 
een die nog eens vertelt
van hoe het was en wat er toen
te koop was, in het
oude woonhuis, in de straat
met bruinkoolwagens die
de muren deden scheuren
de ronde Gispenlamp viel nog
bijna op je hoofd
 
naar wie ik kan luisteren
naar wat er allemaal niet gebeurt
kleine rampen, het stille leven
afgewisseld met muziek
zoals op sombere zondagen
de Belcanto klonk uit
het radiodistributieapparaat
ik leerde dat er zoiets
als opera was
(wij wisten nog niet van jazz)
 
die mij aan zijn hand meevoert
op stap door de grote stad
door de straten, de pleinen over
en met me stilstaat bij
statige huizen waarin gewone mensen
wonen die hij al jaren kent
(soms mag ik zelfs in
zijn schoenen lopen)
 
die mij uitlegt hoe alles
in elkaar zit
de wereld en de regen
de oorlog en de dromen
en de liefde natuurlijk
en de geheimen van
de taal
 
die als hij reist
altijd naar mij blijft
schrijven
vanuit de hotels
en verre theaters
vanuit de plekken die
hij bezoekt
 
de zegels bewaar ik
in mijn album
de brieven de berichten
in de brandkast
van mijn hoofd
 
 
(© FT 2001)


Share This: