DERRELFEST 10 en 11 oktober – VON SOLO in een hommage aan DERREL NIEMEIJER: Hij de bohémien, ik de huisvader. Hij Burroughs, ik Kerouac. Hij gaat dood, ik blijf even.

Irene Siekman en Von Solo melden: Op zaterdag 10 oktober herdenken we Derrel in zijn geliefde Eindhoven. En hoe kan dat beter dan met creatieve chaos en heel veel powezie.  De festiviteiten beginnen in de Gouden Bal, waar we op zaterdag 10 oktober vanaf 14.00 uur een open mic houden: Slopen Mic. Dat duurt tot zolang eigenaar Wim het gerstenat laat vloeien om het eens lyrisch uit te drukken. De volgende dag, op zondag 11 oktober, gaan we verder bij Artspace Flipside, de locatie waar Derrel ooit zijn Beatfest organiseerde. hieronder een hommage van von:

column d.d. 13 oktober 2016 – VON SOLO I.M. DERREL – VON SOLO schreef mij gisteren “Die gast spookte dit weekend door mn hoofd” – VON SOLO staat met zijn column van toen graag nog even stil bij een legendarisch persoon die ook voor deze site schreef zo af en toe.

8 jaar geleden al weer overleed derrel niemeijer in de oktobermaand.

vonderrel

POMgedichten presenteert de donderdag column:

VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!

Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

Derrel gaat dood. Als er één echt is, dan is hij het wel. Maar het leven houdt niet te veel van echt. Zeker niet van veels te echt. Het leven polijst liever. Heeft liever waarachtigheid. Geletterd gespetter van zoetgevoosde jonge sirenes. Ja, en dan Derrel…godverdomme!!! Ouwe noem ik hem altijd. Hij noemt me broertje. Hij de dichter, ik de sukkelaar. Hij de bohémien, ik de huisvader. Hij Burroughs, ik Kerouac. Hij gaat dood, ik blijf even. Hoe we ’s nachts shoarma aten. Hoe hij zich verstond met mijn kinderen aan de keukentafel. Hoe ik hem klein zag en groot. Champagne op straat in Eindhoven. Altijd echt. Héél echt.

 

Addendum 42. Ouwe

Juni 2015.

Mijn telefoon ging, en het was Derrel. Waar of ik was. Ik was net mijn tas aan het uitpakken in een hotelkamer aan de Rue Abesses in Parijs. Uit het raam kon ik zien dat Derrel op terras zat bij een café dat we schimpend altijd Le Nazi noemen. Politiek fout. Toepasselijk. Ik spoedde me naar beneden om me te vervoegen op terras. We dronken in de voorjaarszon. Een begin. Later liepen we samen over de Avenue de Saint-Ouen op weg naar het budget hotel waar Derrel ingekwartierd zat. Van de lichtjes langzaam over de schuivende schaal richting banlieu. De middenweg tussen goud en goot. De periferique onderdoor.

Later die middag zaten we met wat mannen op terras. Het gesprek ging over ploeteren in relaties. Twee mannen waren gescheiden. Eén zat in crisis. Verder sudderde het wat. En Derrel natuurlijk. Ik stelde de vraag hoe vaak we nu eigenlijk seks hadden op jaarbasis. Als verkapte graadmeter. Het was van nul tot weinig. Behalve Derrel die naar eigen zeggen een fraaie tweehonderd keer per jaar aantikte. Ontsteltenis alom natuurlijk. Derrel neukte meer op één jaar dan vijf andere volwassen kerels bij elkaar. Op de vraag hoe, was het antwoord dat er op speed een hoop kan. En vrouwen willen een dichter natuurlijk. Er werd snel een nieuw rondje besteld om vijf mannen weer terug naar hun realiteit te drinken. Later in de nacht toen iedereen afgetankt was namen we afscheid. Ieder ging zijns weegs. Derrel liep solitair de donkere Avenue de Clichy op.

De volgende ochtend deed iedereen zijn ding. Tegen vier uur in de middag zaten we weer op terras bij Le Championnet. Niemand had Derrel nog gezien of gehoord. Rond de tweede Ricard kwam hij ineens aangesjokt. Hij zag er triomfantelijk verfomfaaid uit. Een diabolische grijns van oor tot oor. Alsof hij een wilde nacht achter de rug had. We bestelden een ronde demi’s en Derrel begon te vertellen. Hij was door de nacht naar zijn hotel gewandeld. Voor zijn hotel had hij wat middelen gescoord. Daarna was hij aangesproken door een tippelaarster. Ruzie gekregen met haar pooier. Deze had hij vervolgens in elkaar geslagen. ‘Die lul was begonnen, da moe je nie doen met een gast uit Eindhoven. De Gekste!’ De rest van de nacht had hij liggen wippen op zijn hotelkamer met zijn verovering. Gratis. Want zo is het leven van een echte dichter. Uiteraard geloofde niemand in eerste instantie wat er gebeurd was. Eén rondje later geloofden we steeds meer. De nacht kwam vanzelf.

De ochtend ook. Aan de Place de Clichy zat ik met mijn maat ‘De Jood’ wakker te worden bij café Wepler. Want daar zitten we altijd. Daar had ik ooit de geest van Henry Miller gevoeld. Dat wist ik zeker. In het vale zondagochtendlicht schuifelde een parade van onbekenden voorbij. Daartussen herkende ik ineens de hoed, de bril, het pak, de kop, zoals geen ander. Derrel. Ik stond op en trad tussendoor de mist der mensen. We keken elkaar aan en omhelsden elkaar daar. Op die stoep. Dat was echt. Een flits.

 

vonderrel

Volgend voorjaar zal ik er weer zitten. Hetzelfde terras. Dodenzondag.

Oh good heavens, baby where’s my medicine?

I must have left it outside with my etiquette

The undertaker’s rule of thumb

It’s hard to talk with a novocain tongue

This room smells like hotel illness

The scars I hide are now your business

I can’t seem to make hair nor hide of this

No baby love is not a punishment.

Hypnotize by your rotten behavior

This week’s fashion is last year’s flavor

I got a head full of sermons and a mouth full of spiders

The politics of the world’s greatest liar

So tell me baby is it true all those things that they say about you…

(‘Hotel Illness’, Black Crowes, 1992)

 

 

Share This:

Vera Jongejan aan de andere kant van de wereld – in een taal die zingt

Share This:

Ien Verrips en de jonge Juliana

soepel vallend zijde en satijn

pastel in de huiskleur 

op de schouders van haar voorgeslacht staat zij

de laatste loot

zij voelt zich niet op haar gemak 

had liever zelf gekozen 

en ook de schouder bloot

ze vindt het dodelijk gênant

nooit zal zij weten wat zij willen zou

nooit zal ze protesteren 

ze heeft haar lot aanvaard

dromen bedolven onder plicht

dat als een groot saggerijn

 op haar schouders rust

haar driftbuien spreekwoordelijk in kleine kring

worden aan haar karakter toegedicht

Ien Verrips

Share This:

Rob Mientjes – parasol la si do – zomer is bijna k.o.





Parasol la si do
zomer is bijna k.o.
pukkel snel weer op
lowlands op zijn kop


niet te hard rijden a.u.b.
het doet kindjes wee
max 30 km in de wijk
dit keer geen gezeik


broodtrommeltjes gevuld
met zoetigheid en zult
laat de boeren niet verrekken
en op de snelweg lekker doortrekken


LOI NCOI vette LOL
niets leren is ons veel te dol
doe een moshpit in de living
op maar weer naar thanksgiving


want trump is lump 
klaar voor de dump
max weer bijgetekend 
zandvoort afgerekend


nog een keer door naar Sluis
daar voel ik me thuis
dikke van Dale is daar geboren
een bonte verzameling van woorden


parasol la si do
zomer is bijna k.o.
alle seizoenen op hun kop
graag water voor de winterstop

Rob Mientjes



		
		
		

Share This:

de zondag in met de eeuwig jonge dichter René Brandhoff


roept u maar
de altijd toch zo eeuwig jonge
en goed gespierde wielrijder, roeier,
(waar het ook maar even groeit en bloeit – hij roeit)
én bovenal dichter R.B.

– roept u maar

draait ook voor een potje hardlopen
bij wijze van spreken zijn kuiten niet om
al wil meneer de laatste tijd
nog wel eens aan zich zelf voorbij gaan

deze zelfs tot ver boven Groningen geprezen ‘’sportheld”
mag zich dan wel toeleggen
op het uitdragen van de olympische gedachte
het ontploffingsgevaar is nooit uit de lucht
– pom wolff

wij van de pom berichten uit medemenselijkheid ook over de gezondheidstoestand van dichters die er toe doen – ook over andere zaken natuurlijk – dichters hebben er een handje van om naast het schrijven van gedichten bijzonderheden in het leven te vervullen – de dichter Brandhoff heeft het sportgebeuren verkend met succes. uw webmaster heeft aan deze bijzonderheid van Brandhoff in poëtische vorm aandacht besteed. ook de belangwekkende site nationale boekenblog – een site met internationale allure kon deze maand niet om het fenomeen Brandhoff heen. de dichter zelf heeft op deze aandacht op zijn bekende bescheiden wijze gereageerd – vanuit het hoge groningennoorden waar hij per jaar enkele van zijn levensdagen doorbrengt.

https://www.nationaleboekenblog.nl/verhalen/de-vier-van-vrijdag-pom-wolff-58/

(wanneer je hem ook belt, appt, mailt meneer is altijd op of met vakantie!) hoe dan ook wij verwelkomen zijn woorden op deze bijzondere sportieve vroege zondagochtend na een avondje bourgondisch BBQ-en in het noordholandse plaatsje heilo. de dichter aan het (weer)woord:

Hartelijks uit het Noorden,
René 


En toch


Dat aura van onverslijtbaarheid
Waardoor je genadeloos ingehaald wordt
De soepele tred artrosegeremd
Valgevaarlijkheid en drempelvrees


Hoe vertaal je dat naar de schijn
Van hoe je vroeger alles verwoordde
De wereld moeiteloos aan flarden trok
Met blote handen nog


Je kunt nog doen alsof
Elk zesde woord wordt bro
Je euro’s worden digitale doekoe
En je Birckenstocks zijn Gullitpatta’s


Nooit meer bukken
Alleen die laatste keer nog
Wanneer je hoopt niet bang te zijn
Maar nieuwsgierig naar waar je terechtkomt


René Brandhoff

Share This:

pom wolff – wellicht nog wat crematie-yoga…


lowlands
 
het is weer zo een dag van je
van verwarring van verwoesting ook
zo een dag van van alles niets
 
wat kan ik nog
 
als een dertiger in weelderig proza klagen
wijdlopend als die opwaaiende zomerbroeken
wellicht nog wat crematie-yoga
 
geen zin in
 
het kwaad is al gebeurd zingt ergens iemand
en zo is het ook
het kwaad is altijd al gebeurd
 
en jij maar dansen
 
 
pw
 

Share This:

het weekend in met André Heijnekamp aan zee – met Rik van Boeckel en zijn “Amálias” in Porto én met de eeuwig zich ver-jongende dichter RB – roept u maar!


 
Omdat ik weg wil uit deze sleur
 met dagelijks hetzelfde behang
 het levenloze interieur
 met die voorspelbare saaie gang.
 
 Dus ik open de gesloten deur
 en ik begeef mij naar zee en strand
 wikkel mij daar in de zilte geur
 en loop blootvoets door het fijne zand.
 
 Want zo verdwijnt mijn slechte humeur
 en kneed ik onder een luid gezang
 zomaar een zandkasteel uit mijn hand.
  
Maar deze woning blijkt niet bestand
 tegen de vloed en een eerste scheur
 maakt dat ik toch weer naar thuis verlang.

André Heijnekamp
Hierboven leest u alles over de eeuwig jonge R.B.
deze foto van Amália Rodrigues is in fado wijk Mouraria op een muur te zien. Zij zong bijvoorbeeld gedichten van de beroemde Portugese dichter Luis de Camões.

Goedemorgen Pom
Ik ben van Lissabon naar Porto gegaan. En ben nu in Porto op het idee gekomen mijn twintig reizen naar Portugal van 1980 tot 2026 samen te vatten in dit gedicht. In 1980 kocht ik de cassette Ai Mouraria van Amália Rodrigues in Lissabon en zondag 16 augustus 2026 leerde ik nieuwe fadista’s Helder Moutinho en Celia Leira kennen. Fado zangeressen en zangers worden fadista’s genoemd in Portugal. Ik schrijf in dit gedicht over andere fadista’s die ik heb leren kennen. Bijvoorbeeld over Christina Branco die in het Portugees vertaalde gedichten van Slauerhoff zingt. Terra is een album van Mariza waarop ze een lied zingt met de Kaapverdische zanger Tito Paris. Fado de sentidos is een fado lied van Cuca Roseta. Schrijf eveneens over Portugese steden die ik heb bezocht. Dit gedicht is bedoeld voor het weekend. 

Met dichterlijke groet
Rik van Boeckel 


DE REISLUST VAN PORTUGAL 


De ontdekking van fado in Lissabon 
onder de hemel van negentientachtig 
oren luisterend naar Ai Mouraria in Alfama
de befaamde cassette van Amália 


de reislust van Portugal leidt naar Porto
en naar het strand van Lagos twee jaar later 
zegent na zes jaar in Quinta da Cerca
de liefdevolle vrouw genaamd Anita


na tien jaar blijft Portugal een Sunshineland 
in Lissabon,Santa Cruz en Coimbra
na zestien jaar leidt de tijd naar Fernando Pessoa
blijft fado het Portugese gevoel en doel


na het jaar tweeduizend de zon in Lissabon 
de nieuwe ontdekking van Viseu
Terra muziek van fadozangeres Mariza 
de kus van de saudade met Tito Paris


na twaalf jaar de fijne fado reportage 
met Mariza, Mario Pacheco, Cuca Roseta
en de legendarische Carlos do Carmo
reizend over de Taag naar Monsaraz


de ontdekking van Maria Severa
de eerste fadista bij de Fado Vadio
van de brede fado wijk Mouraria 
van Amália en zuster Celeste Rodrigues 


na zestien jaar in Barragem de Santa Clara
op het O Sol da Caparica Festival 
interviews gedaan met de fadista’s 
Cristina Branco en Ana Moura 


reizend met de saudade van Portugal 
naar Santarém en de fado van Coimbra 
andere stijl dan de fado van Lisboa
wat niemand wellicht horen zal


na zeventien jaar in Sines en Porto Covo
leidt de fijne reislust in Portugal 
voorbij Sintra, Cascais en Foz de Arelho 
naar Figueira da Foz en Fatima 


na negentien jaar via Villa Nova de Milfontes
naar Estremoz, Evora en Alter do Chao
waar ‘t fado hart van Cuca Roseta
in alle opzichten mooi is te horen


Fado de sentidos op het festival 
dat eveneens naar Sao Pedro do Sul
en de fado van Sara Correia leiden zal
later te horen aan de Avenida de Liberdade


de reislust leidt weer in Costa da Caparica 
naar de koloniale Lusofone saudade 
van Angola, Cabo Verde, Mozambique 
en Brazilië na vier en twintig muzikale jaren 


tenslotte naar Oeiras, Parede, Regua,
Pinhão, Pocinho en Monte Estoril 
de goede fado van Helder Moutinho 
en guitarrada bij mooie fadista Celia Leira.


Rik van Boeckel 
21 augustus 2026
Porto
Op deze foto’s is de cassette Ai Mouraria te zien 
met cd’s van Amália Rodrigues, een paar boeken 
en de DVD Fados van Carlos Saura.

Share This:

het is weer een TOP vrijdag – Bart Top – topoverleg in huize TOP


Topoverleg van snijbloem, legkip, kweekzalm, 
honingbij, waakhond, fokschaap, renpaard,
melkkoe, bromvlieg en ossenhaas

Een snijbloem sprak vol zelfmeelij
“Waarom ik in eigen stengel snij?
Alleen met zelf opgewekte pijn
Kan ik volop in mijn ego zijn.”

De legkip zei: “Net wat ik zeg
Ben ik maar even van de leg
Dan hoort mijn naam niet meer bij mij
En ben ik, vrees ik, kip noch ei.

De kweekzalm ziet hoe ‘t pijnlijk wordt
als  hij met wilde zalm wordt vergeleken
“Het kost wel drie jaar om mij op te kweken
Dan ligt mijn slechte reputatie op jouw bord.”

De honingbij was online via Zoom
Zij sprak verbitterd van haar doem
“Ik vlieg misschien wel frank en vrij
Maar honing die ik maak is nooit voor mij.”

De waakhond lag heel lui te slapen
En kneep nog eens een oogje toe
“Ik ben vooralsnog ’t geheime wapen
Zolang ‘k een middagslaapje doe.”

Het fokschaap blaatte luidkeels voort
“Als bok fok ik met veel genoegen 
Maar als beloning voor mijn zwoegen
Wordt heel mijn fokking nageslacht vermoord.”

Het renpaard dacht toen even na
“Ik eer mijn motto: ik ren dus ik besta
Maar sta ik stil of als ik slaap
Sta ‘k elke keer compleet voor aap.”

De melkkoe voegde loeiend toe
“Mijn kalfjes zien mij nooit als moe.
“Elk drinkt mijn melk, ’t is nooit voor hen
voor wie ik zelfs geen melkkoe ben.

De bromvlieg sprak vol zelfinzicht
“Dit brommen is mijn dure plicht
Want echt, het is wat ik je brom
Als ik niet vlieg, dan sla ik stom.”

Als laatste sprak de ossenhaas: 
“Mijn lot is ’t tragischste van allen
misschien is het je al opgevallen
mijn existentie is dood vlees, helaas.”

Bart Top
—————-
Een van mijn lezers begon meteen over Toon Tellegen, of ik daar mijn inspiratie uit haalde? Nee, er waren slechts twee dingen: het plotselinge bewustworden van een fenomeen: dat we sommige dieren(categorieën) een naam geven vanwege hun functie voor ons, en dat ik zin had een light verse te schrijven – e voilà! Ja, en ik wilde natuurlijk ook weer niet te consequent zijn….

Share This:

VON SOLO – De tragiek is, dat ik denk, dat dingen nog steeds zo zijn als vroeger…


Het fietspad is breed en geasfalteerd. Er staat netjes een onderbroken streep op het midden. Zo is duidelijk, op welke weghelft je je zou mogen bevinden. De stoep ernaast is bijna net zo breed als het fietspad zelf. Daarachter aan het Gordelpad liggen woonboten. In de verte zie ik een stilstaand voorwerp op het fietspad. Het is een auto. Als ik deze voorbij ben zie ik honderd meter voor me, een in mijn richting bewegende persoon op het fietspad. Het is waarschijnlijk de bestuurder van de auto. Hij neemt een groot deel van mijn rijbaan in beslag. Terwijl hij toch ook de beschikking heeft over een hele stoep voor zichzelf. Hij kijkt recht voor zich. Het is of hij door me heen kijkt. Ik wijk preventief uit en bestudeer een kort moment zijn gezichtsuitdrukking. Hij heeft me echt niet gezien.
Me verbazen over dit soort dingen doe ik me niet meer. Het gebeurt continu. Ik begin het ook steeds beter te begrijpen. Zelf zie ik nog afscheidingen en lijnen. Achter in mijn hoofd zitten nog van op jonge leeftijd ingeprente verkeersregels. Daarnaast ben ik een zekere mate van fatsoen aangeleerd. Maar dat wordt steeds minder echt. Hoe ik wat er in mijn hoofd zit op de wereld projecteer, strookt helemaal niet meer met de moderne tijd. Het feit alleen al, dat ik me een bewustzijn aanmeet van de wereld om me heen en de mensen daarin, is iets van vroeger. En waarschijnlijk breng ik inderdaad nog niet voldoende tijd achter schermpjes door om het al helemaal te begrijpen. Maar het komt.

Wat ik zag als een verkeerskundige inrichting, bestaat enkel in mijn hoofd. Ikzelf ook trouwens. Voor een ander is het een blank canvas. Een andere dimensie. Dat ik daar toevallig ben, maakt mij bij gebrek aan belang onzichtbaar. Ongewenste content wordt vooraf actief gefilterd. De man, die ik zag, liep inderdaad naar zijn auto, maar de lijn waarop hij liep was een andere dimensie. Eén die ik op dat moment niet begreep en waar ik ook geen deel van uitmaakte. De reden dat we geen botsing hadden, was niet omdat ik uitweek, maar simpelweg omdat ik niet bestond in die wereld. Mijn fout was te denken, dat ik wel deel uitmaakte van hetzelfde plaatje. Maar mijn uitwijken, bevestigt dat ik er niet was, noch deel aan was. 

De tragiek is, dat ik denk, dat dingen nog steeds zo zijn als vroeger. Concreet, duidelijk, volgens de kaders die ik opgelegd heb gekregen. Maar dat is al lang niet meer zo. De mens heeft zich daarvan losgemaakt en kan eindelijk vrij bewegen door een ruimte, waar alles is, zoals hij zelf kiest. En ik wil dat maar niet snappen. Maar weet ook, dat je de vooruitgang niet tegenhoudt. Morgen als er weer iemand op het fietspad loopt wijk ik niet meer uit. Dat hoeft niet. Er gebeurt toch niets. Het is een andere wereld. Niet de mijne.  

VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST
Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl 

Share This:

Mirjam AL – stil – uit de bundel Met jou – het is stil geworden…

Mirjam Al hier op de foto met haar overleden vriend Merik van der Torren – dichter van Amsterdam

Share This: