pomgedichten zal de komende tijd de lezers hier een aantal foto’s uit een rijk verleden aanbieden. dichters veelal uit een rijk poëtisch verleden – soms zijn ze overleden, soms werden ze hoogleraar, soms non, soms moeder, vader, advocaat in kwade zaken, crimineel, crimineel goed, soms bleven ze wat ze waren, zo werden ze van het leven.
de legendarisch maandelijkse dichtmiddagen op zondag bestaan nog steeds. deze foto is genomen in 2011. jarenlang zat hij – in de inmiddels verdwenen aanbouw van Café Eijlders in het hoekje. met een biertje. de zogenaamde vaste klant. als je de dichtmiddag bezocht knikte hij en je knikte terug. je knoopte een praatje aan. zo weet ik dat hij acteur was geweest – een markante kop – de mensen bij eijlders zullen zijn naam zeker nog weten, ik weet zijn naam niet. op een dichtmiddag later zat hij er niet. daarna zat hij daar nooit meer. nog iets later werd de aanbouw gesloopt en die maakte plaats voor het huidige terras. in de aanbouw was een loudspeaker gemonteerd zodat je in de aanbouw de optredende dichters op het trappetje in het café binnen kon beluisteren. op de achtergrond in het raam is de 11 jaar geleden in 2015 overleden jos van zuijderwijk nog te ontwaren. een lieve man – een enthousiaste dichter. wat gaat de tijd.
zoals bekend bezocht de dichter martin aart de jong voorafgaande aan de wedstrijd – de legendarische zondagochtendwedstrijd op pomgedichtendag op zaterdag – de enige echte niet virtuele – uw webmaster – NIET om de jury te beïnvloeden of om te kopen met gebak, whiskey en andere feestdranken – hij wilde enkel wijzen op de zeldzaam hoge kwaliteit van het dichtwerk door hem ingezonden – dat al in diverse europese landen maar ook daarbuiten was bekroond – en dat hij niet ervan uit wilde gaan dat andere dichters inzenders dat – zijn – hoge nivo van dichten zouden kunnen aanraken dan wel ooit hebben kunnen aanraken – ik moest dichter de jong erop wijzen – nadat ik alle kado’s in ontvangst had genomen dat niet ik maar de heer peter le nobel de jury vormde van de aangekondigde wedstrijd. en zo beschikte de jury dat PETER POSTHUMUS het bronzen goud van de winnaar binnen sleepte. – https://www.pomgedichten.nl/index.php/2026/07/05/het-definitief-juryrapport-van-peter-le-nobel-pomgedichtendag-2026-de-enige-echte-nu-eens-nit-virtuele-zondagochtendwedstrijd-op-de-pom-peter-posthumus-wint-de-trofee/
het geen dichter de jong in het andere verkeerde dan het hem bekende whiskey keelgat is geschoten getuige zijn klaagschrift hieronder:
‘Ongelooflijk. Dat zo’n Peter Posthumus glimmend van trots een trofee omhoog mag houden. Miljarden mensen op deze wereldbol snakken naar erkenning, maar nee. Het is weer Peter Posthumus die beloond wordt, alsof deze man niet genoeg beloningen krijgt in de vorm van zuurstofmoleculen, tripjes naar Denemarken, steunbetuigingen van Jolies Heij en dan nu ook weer die trofee. De argumentatie van de jury? Kom nou toch, het is Peter voor en Peter na, om maar een beetje voornaam voor de dag te komen. De hele Peterclub houdt elkaar de trofee boven het hoofd alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat Trump op het WK beslist wie er al dan niet een rode kaart tussen de kiezen krijgt en wie de straat van Hormuz mag blokkeren.
Dat die Peter een prachtig gedicht heeft geschreven waaruit tot ver in de eeuwigheid geciteerd zal worden en dat op tal van literaire bijeenkomsten in het land en ver daarbuiten gedeclameerd zal worden doet er niet toe. Daar gaat het niet om.
Het gaat om al die miljarden ondergewaardeerden die door u in de kou worden gezet en genegeerd. Terwijl juist de kwaliteitssite Pomgedichten de wereld zou kunnen veranderen en een beweging in gang zou kunnen zetten. Gerechtigheid voor iedereen! En excuses. Maar vooral in brons gegoten trofeeën. Het is een schande meneer Wolff. Het is een schande.’
Martin M. A. de Jong
dichter de Jong zond het navolgende topwerk in:
Zonder zwoerd
Je zou de wereld in je hart moeten sluiten ínclusief de varkens die ze zwijnen noemen en de zwijnen die ze varkens noemen varkens die ze zijn of zwijnen:
het is een zwijnerij maar om daarom een gedicht met “ik” te beginnen.. Het is smeerlapperij. Het gaat om iedereen als een opgaande zon
als een vlieger aan een touwtje dat wordt doorgeknipt waarmee de Hemel voor geopend verklaard wordt voor iedereen
die is als wij. We knorren. Rollen door de modder van de dagen. Staan opeengepakt in kooien.
Al onze organen zijn bruikbaar. Al ons vlees is vlees voor iedereen verkrijgbaar in lappen en stukken.
pomgedichten zal de komende tijd de lezers hier een aantal foto’s uit een rijk verleden aanbieden. dichters veelal uit een rijk poëtisch verleden – soms zijn ze overleden, soms werden ze hoogleraar, soms non, soms moeder, vader, advocaat in kwade zaken, crimineel, crimineel goed, soms bleven ze wat ze waren, zo werden ze van het leven.
het moet voor 2011 geweest zijn – de poëziegroep heette hongerlief – een zekere martin m aart de jong zien we nog net op de achtergrond, op de voorgrond een jonge dame die graag op de voorgrond vertoefde. amber helena reisig – onlangs uitgeroepen tot ambtenaar van het jaar. zij maakten deel uit van die groep – hier op de foto in het gele huisje van kunstenaar arthur mulder op de parade. we speelden in utrecht en in amsterdam. in het nieuwe jaar 2027 is een nieuw programma ‘In Liefde Bloeiende‘ te bewonderen met singer songwriter bjorn van rozen, martin m aart de jong, pom wolff en de hier afgebeelde amber helena reisig.
Terloops en in een oogopslag loop ik ze in mijn haast bijna voorbij zomers waaien de rokken me toe blootvoets en ietwat schalks achteloos wat achterover leunend
ik schaam me diep Aglaia schoonheid roept toont mooie kanten van het leven glans en kleur overdonderen spoelen weg mijn valse schijn
Euphrosyne schenkt vreugde gratis en voor niets in al haar gratie het is wat ik verdien of niet blijdschap schuurt met mijn verdriet het mag de pret niet drukken
Thalia weet wel hoe het moet haar hele hebben houden gooit ze ongekend in de strijd om aan het einde van de show mij in haar geluk te vangen
Een god voor jou – Ditmar Bakker * Het is altijd gewaagd om van ‘het’ maar meteen een god te maken, en dan doel ik niet op de vrees voor blasfemie. Het gedicht kan al snel wel heel erg abstract worden, maar Bakker houdt alles en de rest van het heelal gelukkig een beetje klein. Twijfel over de richting, verhalen, prachtige woorden, geborgenheid, er worden genoeg concrete voorbeelden gegeven. Onontkoombaar is echter dat-ie een beetje groot is. “God is al wat je maar laat / ongedaan en nog doen gaat”
Opdracht – Karin Beumkes * Het gedicht heeft wat weg van een kinderversje dat uitstekend de sfeer weergeeft. Je ziet het elfje inderdaad in de mist lopen, terwijl roedels ganzen naar regenbogen vliegen. Als uitsmijter is de laatste strofe met de eerste twee regels zeer sterk met de beelden van eb, zee en water, maar dan de laatste raadselachtige verzen: ‘gewoon omdat je iets te voelen hebt / en je hartje, ach, dat voelt wel mee’ Er moest worden nagedacht, maar inderdaad: Beumkes onttrekt zich hier aan de tirannie van de metafoor: het is inderdaad niet alleen het hart dat voelt, maar bijvoorbeeld ook de huid die het zout voelt prikken.
Je van het – Rob Mientjes De uitdrukking je van het is een interessant uitgangspunt, maar helaas ontaardt het vooral in een traktatie van woordspelingen. Iets waar ik bij het gedicht van Bakker juist voor vreesde. Toch werken de laatste drie strofes naar een interessante apotheose toe, met respectievelijk fraaie tegenstellingen zoals tussen ‘sky the limit’ en ‘diepst moeras’, een aanloop in de enalaatste strofe met een stevige uitsmijter ‘je van het / eigen schuld dikke bult’
Moeders – Magda Haan Het juryvoorzitterschap ben ik niet waardig als ik niet minstens een keer het woord eenhapscracker noem, en dat is dit gedicht, maar het gaat wel om een heel smakelijke en pittige cracker. De boodschap is meedogenloos in zijn sombere eenduidigheid: alles is gedoofd.
Het is toch voor iedereen – Vera van der Horst * Vera van der Horst weet trefzeker de vinger op de wonde te leggen waar het gaat om dat wat beter niet uitgesproken kan worden. Met de regel: ‘als ik zwijg, blijft het misschien’ hoopt de personage dat wat zij liefheeft nog te redden valt, maar dat is haar niet gegeven. Zouden daarom sommige religies de naam van een god niet durven uit te spreken? Het gedicht gaat niet zo ver: nuchter sluit het af met een bedding.
Zonder titel: Hier ben ik niemand – André Heijnekamp Een fraaie twist: heel concreet wordt de natuur benoemd, de namen in het Latijn ontbreken nog, en dan is alles opgelost in het groen. Die kleur die hoopvol strekt naar het licht. De kleur van ‘het’ is in ieder geval nu bekend.
Cirkel – Erika De Stercke* Interessant is de titel: cirkel, wat de uitkomst van een ‘afgerond traject’ toch mismoedig maakt. Het gedicht constateert het aflopend bestaan, maar in de eerste strofe is humor te vinden: de vader gaat naar de hemel, maar kent meer mensen beneden. De kracht van het gedicht is in het direct aanspreken van haar vader. En van ‘het’ is duidelijk weinig meer over. Dit is een andere kleur: grijs, met afgebroken en onzichtbare twijndraden.
Wat wij aan de borst drukken – FT* ‘Het’ is hier een liefdevolle ontboezeming. De sfeer is triomfantelijk, ook al zijn het bloedklonters die als pasklare woorden met kracht de wereld ingespuugd worden. De levenskracht spat er vanaf. En de taal van de liefde zegeviert.
Liefde als geruststelling – Rik van Boeckel Rik van Boeckel kiest, het moest even worden gecheckt, voor een klassiek sonnet: twee strofen van vier, twee strofen van drie regels, met een vaststaand rijmschema. Een sonnet is eigenlijk helemaal geslaagd als aan alle uitdagingen is voldaan, en je achteraf pas door hebt dat het gedicht in een ijzeren vorm is gegoten. Alleen al de uitdaging die Van Boeckel zich heeft gesteld, mag als bewonderenswaardig worden gesteld. Een tournure is er eigenlijk niet: de vrouw zwaait naar de man en hij nodigt haar uit. Die non-tournure is juist de crux van het gedicht, als je kijkt naar de titel, want liefde als geruststelling is toch zoveel aangenamer dan allerlei onverwachte fratsen? De woorden ‘Been’ en ‘meteen’ in de eerste twee strofen verraden te veel de vorm van het sonnet. Van Boeckel nam een risico.
Zonder titel: het waren niet de woorden – Peter Posthumus * In den beginne krijgt de vorm de aandacht: hier en daar is een rijm verborgen en een metrum doet zich gevoelen. Een vaste vorm wordt niet herkend, maar het gedicht heeft wel een aangename structuur. Hier is het ideaal van de vaste, maar de onopgemerkte vorm. En dan de alliteratie die hier een glimlach opwekt, zoals ‘galgestuurde geestvernauwers’ en ‘doorgehachelde gruwelijkheid’. Deze stijlfiguren zijn gedoseerd, op de juiste plaats. En dan de inhoud. Het doet me denken aan de uitspraak van de oude filosoof Sartre: ‘De hel, dat zijn de anderen! / L’enfer, c’est les autres!’.
Weet je – pw Pom Wolff doet niet mee, maar als organisator van Pomgedichten en lid van de Vier van Vrijdag van de Nationale Boekenblog krijgt hij wel een bespreking. De stijl haal je er zo uit. We beginnen weer met de vorm: geen hoofdletters, komma’s, punten en andere fratsen. Hij houdt alles zo eenvoudig mogelijk. Vaak kiest hij voor centreren. De kracht van zijn gedichten, en ook van deze, is dat hij met eenvoudige woorden grootse zaken weet te beschrijven. De laatste twee regels zijn daarvan een voorbeeld. ‘gratie schoonheid zien’ doet mij bijna denken aan ‘schoonheid schoonheid haar gezicht verbrand’, van de inmiddels omstreden Lucebert. De laatste zin: ‘en jouw bewegen’ in plaats van ‘en jouw beweging’ laat dankzij het gebruik van het infinitief en de tegenwoordige tijd het moment in het nu zien.
Ach ja dat ideaalbeeld – Vera Jongejan Een goed gedicht is belangrijker dan een te snel gedicht, dus moest zij er eerst een nacht over slapen, zo liet zij de juryvoorzitter weten. De inzending was te laat, maar bespreken kan altijd. Net als Wolff bedient Jongejan zich van een eenvoudige woordkeuze, die toch een wereld kan oproepen. Zo roept een foto met karteltjes meteen de herinnering van een generatie op. Hetzelfde geldt voor de zinnen ‘koorts en wat niet gezegd wordt’ en ’je past je aan / en je vergeet’ en ‘zij overleeft nog tbc / en liefde is een eis’. Anders dan Pom Wolff houdt zij ook van de meer surrealistische metaforen. In en ander gedicht, tijdens de voordracht op de Pomgedichtendag, heeft zij het over het kopen van een kartonnen neus voor een volgend hoofdstuk.
Als je kunt sterven van ouderdom dan moet het wel een ziekte zijn – Ien Verrips Verrips heeft als gedicht een heuse beslisboom gemaakt. De ‘als… dan’- constructies zijn dan ook onontkoombaar en tussen deze ijzeren woorden doet zich het stil terreur van de ouderdom zich gevoelen. Er is duidelijk maar één leefbare uitkomst mogelijk. De titel op zich is al een versregel en is prima gekozen boven deze poëtische gebruiksaanwijzing.
Snijpunt – Cartouche Het thema ‘Snijpunt’ is een interessante keuze. ‘Het’ als punt waar je niet aan voorbij komt en duizenden keren voorbij komt. Dit is een originele gedachte, en het direct aanspreken van de lezer houdt daarbij de aandacht vast. Clichés zoals ‘een vloek en een zegen’ en ‘nobel streven’ hebben helaas een ondermijnende functie in het gedicht. Een doel van ironie kon ik er niet uit opmaken. De uitsmijter is een lastige: de alliteratie zit op een bepaalde manier in de weg, maar mooi is wel dat het gedicht in woede lijkt te eindigen: de rationele waarneming van het snijpunt laat de gemoederen toch hoog oplopen.
Klein oponthoud – MartinB MartinB begint de eerste regels met een heftige binnenkomer: ‘er zijn dagen / dat ik mijn dochter zoek’. En hierdoor kunnen de onschuldige taferelen niet meer met open blik gelezen worden. Er is iets aan de hand. Zo laat hij ons ook achter. Met ‘het’, maar wat?
Zonder zwoerd – Kees van de Brink – Martin M. Aart de Jong Het woordspel en de alliteraties staan in de eerste strofe aangenaam op hun plaats. In de tweede strofe ontaardt het dan ook openlijk in ‘smeerlapperij’. Hier komt de ironie door het gebruik van stijlmiddelen tot zijn recht. De inhoud laat niets verhuld: alles hangt open en bloot aan de haken.
Zonder titel: het vlees weggekrabt – Peter Berger Tsja, het is niet voor niets dat ik deze bespreking direct achter het gedicht van Martin M. Aart de Jong plaats: je kunt je schatje ook meteen opeten. Ik herinner mij een anekdote. Mijn toenmalige lief roerde in de pot. Ik zei: “Ik wil je opeten.” Zij antwoordde, vrolijk en treurig tegelijkertijd: “Ja, maar dan besta ik niet meer.” Weet goed wat je doet, voor je je tanden in je lief zet.
“ik buig’n hoofd” – luk paard Luk Paard maakt zich geen illusies: alles verdwijnt in nergens van nooit meer, uitgedrukt in zijn eigen karakteristieke dialect, waardoor alles een rauw en rafelig randje krijgt en dat is dan ook zijn krachtig statement: ‘kijk dan hoe ik geleefd heb’. ‘Het’ is hier het hele leven en een enkele rochel tegelijkertijd.
Onder invloed – Elbert Gonggrijp* Voor Gonggrijp is ‘het’ jij, zo lijkt het in eerste instantie. Rust geeft dat niet, met zijn ‘grillen’ en ‘dralen’. Toch heeft de personage geen haast en laat ze zich achterover vallen, zonder averij, in het brutale van het goddeloze. Het lijkt bijna alsof zij net zo ongrijpbaar is als de jij. Kijken wij naar de titel, dan lijkt het alsof hier het oog van een orkaan wordt beschreven: er is invloed om en om. ‘Het’ krijgt zo na tweede lezing een andere invulling. Het gedicht is zonder meer intrigerend.
Peter le Nobel
en de juryvoorzitter bekroonde het gedicht van Peter Posthumus met het goud van brons – Peter van Harte:
Het waren niet de woorden want die zijn allang vergeten en Eva was het evenmin die had het van de slang of Adam die arme jongen wist hij veel appels zijn toch om te eten terwijl God zelf, ach, die kan je ondertussen wel vergeten
zoals gewoonlijk waren het de anderen altijd weer die anderen die paradijs vretende perversie die galgestuurde geestvernauwers die doorgehachelde gruwelijkheid
hier met dat paradijs, kom op en snel een beetje want de anderen in het paradijs dat is geen probleem de anderen daar, dat is iedereen
eminent juryvoorzitter Le Nobel – onafhankelijk, vrij, heldhaftig, evenwichtig qua balanceerkunst, eloquent, lidwoordspecialist en literair gesproken niet te evenaren zal vandaag de laatste restjes rechtvaardigheid die hij in de afgelopen jaren heeft opgespaard aan de menschheid schenken en in het bijzonder aan de pomgedichtenadepten dan wel aan de dichters die inzonden naar de enige echte nu eens niet virtuele zondagochtendwedstrijd op zaterdag – die zoals we allemaal weten elk jaar plaatsvindt maar dan wel een keer in de drie jaar en bovendien helemaal geen wedstrijd is. KORTOM: de eerste LE NOBEL juryrapportages zijn binnen en deze luiden als volgt – het belooft een bijzonder dagje te worden:
1 Rode wijn, geen witte wijn: dat is me te feminien en ik krijg er hoofdpijn van. Rosé mag, om uit te gieten over een Olga…
2
Zo, 17 gedichten zijn thans bekeken, gewogen, gefileerd. Het ‘het’ heb ik in allerlei vormen voorbij zien komen, ‘het’ als de kleur groen, grijs, als een God, als het windoog van een orkaan. Ik heb geconstateerd dat er veel valt te zeggen over ‘het’. Er is liefdevol gesproken over ‘het’. Men was niet vilein. ‘Het’ zit daar, dat gedrocht aan de kantinetafel. ‘Het’ heeft vele kamers. Volgende keer: de.
3
Eén ding staat vast: geen slappe verhalen over ‘iedereen heeft gewonnen’, ook al heb ik alle gedichten met smaak gelezen. Zaterdag, hef ik eerst mijn hand op voor een plechtige stilte en wijs ik vervolgens met priemende vinger de winnaar/winnares/winneras aan.
eminent juryvoorzitter Le Nobel – onafhankelijk, vrij, heldhaftig, evenwichtig, eloquent, lidwoordspecialist en literair gesproken niet te evenaren zal vandaag de laatste restjes rechtvaardigheid die hij in de afgelopen jaren heeft opgespaard aan de menschheid schenken en in het bijzonder aan de pomgedichtenadepten dan wel aan de dichters die inzonden aan de enige echte nu eens niet virtuele zondagochtendwedstrijd op zaterdag – die zoals we allemaal weten elk jaar plaatsvindt maar dan wel een keer in de drie jaar en bovendien helemaal geen wedstrijd is. KORTOM: de eerste LE NOBEL juryrapportages zijn binnen en deze luiden als volgt– het belooft een bijzonder dagje te worden:
1 Rode wijn, geen witte wijn: dat is me te feminien en ik krijg er hoofdpijn van. Rosé mag, om uit te gieten over een Olga…
2
Zo, 17 gedichten zijn thans bekeken, gewogen, gefileerd. Het ‘het’ heb ik in allerlei vormen voorbij zien komen, ‘het’ als de kleur groen, grijs, als een God, als het windoog van een orkaan. Ik heb geconstateerd dat er veel valt te zeggen over ‘het’. Er is liefdevol gesproken over ‘het’. Men was niet vilein. ‘Het’ zit daar, dat gedrocht aan de kantinetafel. ‘Het’ heeft vele kamers. Volgende keer: de.
3
Eén ding staat vast: geen slappe verhalen over ‘iedereen heeft gewonnen’, ook al heb ik alle gedichten met smaak gelezen. Zaterdag, hef ik eerst mijn hand op voor een plechtige stilte en wijs ik vervolgens met priemende vinger de winnaar/winnares/winneras aan.
Vera Jongejan helaas te laat – en liefde is een eis inzending gesloten
en zie hier de pomgedichtendag 4 juli trofee in brons
wie wint de enige echte pomgedichtendagtrofee – de nu eens niet virtuele – ‘het is toch voor iedereen’ -trofee op pomgedichten.nl? – denk bij ‘het’ bijvoorbeeld aan de onvoorwaardelijke liefde voor vriend, vriendin, moeder en kind, denk desnoods aan heftig verlangen of aan de alle dichters bekende feesten van angst en pijn. (je kent de regels: hooguit 20 regels tenzij noodzaak). eloquente juryvoorzitter peter le nobel moet wel even de tijd hebben – insturen voor 1 juli – stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ gedichten worden in dit item geplaatst. u mag tot 1 juli gedicht of regels of woorden nog wijzigen – een gedicht per deelnemer – disclaimer: u mag over de uitslag zoveel corresponderen als u maar wilt, het zal u geen milimeter verder brengen – de juryvoorzitter bepaalt op 4 juli wie wint punt uit – uitzonderingen op de gestelde regels zijn toegestaan volkomen naar willekeurig inzicht van de juryvoorzitter.
Peter Berger – alles wat nog rest
Ditmar Bakker – update: God is…waar je heen zou gaan als je,
Karin Beumkes – je liep het liefste in de mist,
Rob Mientjes – je van het
Magda Haan – moeders
Vera van der Horst – door de dag ontsloten
André Heijnekamp – Hoe het strekt naar het licht
Erika de Stercke – Papa, in jouw ogen heb ik gekeken.
Frans Terken – als taal van de liefde schittert
Rik van Boeckel – Een vrouw knielt met bewondering
Peter Posthumus – zoals gewoonlijk waren het de anderen
pom wolff – weet je
Ien Verrips – als je niet weet waarop je wacht
Cartouche – update: dit verduiveld dubbele
MartinB – er zijn dagen dat ik
Kees van de Brink = Martin M Aart de Jong – update: inclusief de varkens
Luk Paard – proef me laatste druppel liefde
Elbert Gonggrijp – in het brutale van het goddeloze –
inzending gesloten
ach ja dat ideaalbeeld
zoals deze moeder knielt als voetstuk voor het kind dat in gretige omhelzing aan haar hals hangt
en dat het mij toch ontroert alleen al vanwege die blik van jou
en ga ik terug naar vroeger
1
er is een foto met karteltjes alles goed nog zit te spelen schepje zand moeder op een stoepje oma’s hondje schuilt onder haar blote benen
lijkt wel vrede
2
koorts en wat niet gezegd wordt
onbegrepen uitgeleend flinke meid je past je aan en je vergeet
3
vreemd ineens weer thuis
je gaat bij moeder op bezoek zij overleeft nog tbc in een kliniek
en liefde is een eis
Vera Jongejan
Peter Berger 17:07 (2 uur geleden)
het vlees weggekrabd als ruis in een fluwelen lach met grauwe nagelranden totdat de botten kraken niks geen ziel meer heeft en alles wat nog rest simpelweg mijn lief heet.
Peter Berger
EEN GOD VOOR JOU
God is…waar je heen zou gaan als je, aanbeland bij zee ziet: er komt al onweer aan— naar huis terug. Blijven? Nee…
God is al wat je maar laat ongedaan en nog doen gaat.
God is—luister—al verhalen die je mij onthouden doet en vertellen, honderd malen, ’s avonds, als je slapen moet.
God is ieder prachtig woord je horen wilt, nog ongehoord.
God bevat geborgenheid, die niet overal in zit, raak dus zo je zorgen kwijt; geheimpjes, schaamte: bid.
God is veilig, groots, en licht: verschuilt geheimnis—en gezicht.
Ditmar Bakker
Opdracht
Je was niet braaf, dat was je niet je was het kind dat uit de ramen sprong dat een pop neerlegde in het bed perfect als alibi om in de nachten te verpozen.
Je had een ziel en grijze ogen en je liep het liefste in de mist, daar was het stil en licht en goed daar vlogen roedels ganzen naar regenbogen.
Je was niet gek dat was je niet, je had een wens om elf te worden die met twee puntoortjes van alles hoorde, en vliegen redde uit een spinnenweb.
Nu sta je op de grond van eb en haalt wat water uit de zee gewoon omdat je iets te voelen hebt en je hartje, ach, dat voelt wel mee.
tegen wil of dank de wereld opgeschopt zonder genade
aan jou de taak van zingeving aan een hunkerend bestaan
je van het zal je ze geven onbestemd en ongevraagd
jouw sky the limit dieper het diepst moeras pieken vol met dalen
ze zullen je bevragen van moet dat nou en jij zult geven
je van het eigen schuld dikke bult
Rob Mientjes
moeders
Je was al oud in de wieg
je deed wat moeders deden ik telde niet mee het waren maar elf treden
je was altijd de mist en ik de zon nu is alles gedoofd
Magda Haan
Het is toch voor iedereen
Ik wilde het bewaren, ik dacht: als ik zwijg, blijft het misschien.
Maar de wind ging van mond tot mond, zonder te vragen wie hem verdiende.
Ook jouw gezicht, dat zolang ik het zag voor mij een geheim bevatte.
Ik dacht iets te bezitten omdat ik het liefheb, terwijl alles wat me raakt altijd weer verder reist,
door de dag ontsloten. Ik was de bedding waar je even door stroomde.
Vera van der Horst
Hier ben ik niemand geworden op deze plek en het woord plek vervaagt.
Zag ik net nog de weide gestreepte witbol, krulzuring en dallisgras zoals anderen mij benoemen in taal ik zie zo anders nu.
De woorden zijn opgelost in het groen en ik herken de kleur in alles dat leeft en ademt om te overleven.
Hoe het strekt naar het licht hoopvol zo enorm hoopvol.
André Heijnekamp
Cirkel
Je zwijgt, knikt neen bij de vraag of je last hebt. Bij die leeftijd zijn de jaren niet meer van tel. Of je naar de hemel gaat, een zekerheid al ken je meer mensen daar beneden.
Wanneer ze komen, niemand die het weet. Binnen vijf jaar, morgen. Hopelijk in jouw slaap. Zoniet draai je je om, zweef zonder tegenwerking mee. Zo zeggen de lippen toch, traject afgerond.
Papa, in jouw ogen heb ik gekeken. Botste tegen een dofheid van grijs. Het leven bengelde aan twijndraden. Een paar waren afgebroken Anderen zelfs niet meer zichtbaar.
Erika De Stercke
Wat wij aan de borst drukken
Het hart maalt er zeer om dat wij het met alle liefde koesteren hoe het klopt om ons samen te brengen
niet alsof de rikketik pijn verzacht en ook niet alles wegneemt soms blijft er iets haken achter de kleppen
zij stuwen de kleine ongemakken vullen ze met het bloed van de dichter leggen ze als pasklare woorden
voor op de tong in de mond dichters maken er geen geheim van spuwen ze met kracht de wereld in
tekenen karakters in leesbare volgorde plakken ze voor iedereen op glanzend papier waar het als taal van de liefde schittert
zo aan elkaar voorgelezen en gedeeld vanuit de kamers van het hart geschreven spreekt het liefdevolle ontboezeming
Een vrouw knielt met bewondering voor de wereld om haar heen zij verlangt naar liefde als geruststelling tijdens haar leven op de been
zij beweert tegen iedereen een mooi ding en dat is beslist niet zo gemeen want zij weet te voorspellen als zonderling dat een man haar zal omhelzen en wel meteen
met haar armen zwaait zij graag haar ogen kijken vol verlangen mee ze ziet de man komen vanuit zijn huis
hij wandelt even rustig en traag nodigt haar uit voor een kopje thee en omhelst haar bij hem thuis.
Rik van Boeckel 21 juni 2026
Het waren niet de woorden want die zijn allang vergeten en Eva was het evenmin die had het van de slang of Adam die arme jongen wist hij veel appels zijn toch om te eten terwijl God zelf, ach, die kan je ondertussen wel vergeten
zoals gewoonlijk waren het de anderen altijd weer die anderen die paradijs vretende perversie die galgestuurde geestvernauwers die doorgehachelde gruwelijkheid
hier met dat paradijs, kom op en snel een beetje want de anderen in het paradijs dat is geen probleem de anderen daar, dat is iedereen
Peter Posthumus
weet je
ik moet een gedicht schrijven voor een wedstrijd over verlangen en zo
maar ik kan het niet wil alleen enorm met je dansen maar dan zonder kleren aan
een bloemetje plukken uit je watergolvend haar
gratie schoonheid zien en jouw bewegen pw
als je kunt sterven van ouderdom dan moet het wel een ziekte zijn
als de liefde je hart kan breken de kou je eenzaam maakt als je niet weet waarop je wacht niemand hebt om aan de denken als de ruimte leegte is geworden de dingen om je heen zonder betekenis als zelfs je eten niet meer smaakt dan zijn er -voor zover ik kan bedenken- twee mogelijkheden namelijk
iets doen dan heb je keus te over al ben je dan misschien wat sneller dood of niets doen ook dan ga je heus een keertje dood al kan dat best lang duren
Ien Verrips
Snijpunt
doodgaan is ons gegeven net als liefde je kunt het niet laten – ze spreken voor zich als eenmalige gift om uit jezelf te weten treden zoeken, zwoegen een vloek en een zegen
haar zodanig zien is een ander verhaal, een nobel streven, je kunt er een leven mee vullen met verlangen, met angst en beven om haar te ontleden, tot het bot uit te kleden
alles te geven wat je in je hebt de mooiste woorden, meest sprekende zin en het stille zwijgen, het wit tussen de regels van bestaan
eraan sterven toch zal ook ik zoals jij, jíj en iedereen niet één, niet twee, misschien wel 1000 keer zelfs als we het voor gezien houden blijft het een punt waar je niet aan voorbij kunt – een
snijpunt ons op het lijf geschreven zo ingeslepen sinds het prille begin en verweven met het al of niets – dat blozende en dat blind en bleek makende
dit verduiveld dubbele van de driften die ons drijven
~~~~~~ 4 juli 2026 / Cartouche
klein oponthoud
er zijn dagen dat ik mijn dochter zoek
in meisjes die voorbij fietsen
ik kijk tot ze de hoek om zijn
het stoplicht springt op groen
iedereen steekt over
ik wacht nog één licht
aan de overkant
raapt een meisje een veer van de stoep
MartinB
kees: ‘Een slager was een vakman die het vlees zorgvuldig behandelde en in de juiste porties trancheerde. Ik stuurde een karkas in, nog maar net geslacht. Onbehandeld als het ware, zij het dat het vel verwijderd was. Hoewel opeen gepakt een andere duiding mogelijk maakt dan het correcte opeengepakt, kies ik toch voor het laatste. Ik las op de website dat er verbeteringen mogelijk waren, een optie waar ik graag gebruik van maak, zo is het proces in de literaire praktijk ook. Het was overigens het thema dat mij over de streep trok. Een goede schrijfoefening is nooit weg.‘
Zonder zwoerd
Je zou de wereld in je hart moeten sluiten ínclusief de varkens die ze zwijnen noemen en de zwijnen die ze varkens noemen varkens die ze zijn of zwijnen:
het is een zwijnerij maar om daarom een gedicht met “ik” te beginnen.. Het is smeerlapperij. Het gaat om iedereen als een opgaande zon
als een vlieger aan een touwtje dat wordt doorgeknipt waarmee de Hemel voor geopend verklaard wordt voor iedereen
die is als wij. We knorren. Rollen door de modder van de dagen. Staan opeengepakt in kooien.
Al onze organen zijn bruikbaar. Al ons vlees is vlees voor iedereen verkrijgbaar in lappen en stukken.
Wij zijn wij voor iedereen.
Kees van de Brink – Martin M Aart de Jong
(de rockdichter): wat nu….watskebeurt….de wedstrijd op’n zondag die geen….geen zondag geen wedstrijd of…ik dwaal’n beetje want’et is meer echt nu….of nie….ah laat me maar en ik schrijf toch zo en weet je…ik buig’n hoofd…zover nodig en verder…tot voorbij zelfs alle pijn….tja leve’et ons…we bestaan we vergaan…soms is er iets dat rest en verder is er niks meer….of zo….u doet maar en ik:
“ik buig’n hoofd”
terwijl’n woord wordt uitgebraakt me vingers vange wat ze kunne vange en late drome gaan doordrenkt met wie ik ben
straks vlek ik weg en kleur de grond zie me
kijk dan hoe ik geleefd heb voel de pijn proef me laatste druppel liefde
Daar gaat het, daar verheft zij zich om en om – in het reusachtige – ben ik mijzelf zoveel minder van getijde, ben jij mij meer dan de zon en maan alleen, bewandel ik sporadisch jouw zilte zand. Zij heeft geen enkele moeite met zichzelf,
zij hoeft van zichzelf niets, zij is haar eenvoud zelve – maar in het schuimbekken, een grote razernij – een nalatenschap van wolken en wind – het spugend bellenblazen.
Op goed geluk – spiegel ik mij aan jou – dankzij het blijven, dankzij jouw dralen – aan de kantlijn van jouw grillen – heb ik geen haast, kan mijn wereld zonder averij – achterover te vallen, in het brutale van het goddeloze –
sommigen kunnen van alles zijn een schat van een sjagrijn een geletterde herder zorgvuldig nonchalant weifel-resoluut bijterig charmant een mini-instituut directeur en ambassadeur om niet een oud kind een lied – dat vast ooit een zanger vindt
————————————————————————- 2 januari 2026 – was het: een stem viel mij op – poëzie dacht ik – poëzie recht uit het hart – wie is dat. ik maakte kennis met Xander Jongejan en vroeg hem een tijdje de vrijdag op de pom voor zijn rekening te nemen. trots zijn we van hier dat ie het wil doen, Xander welkom:
een klok werd geluid
het geluid maakte zich los van de dingen en vloog rond tot het mijn lichaam vond
het nestelde zich in de holte van mijn borst
met een rilling en een zucht legde het een bonzend ei
vandaag 3 juli 2026 – DE LAATSTE voor ‘de pom’ – dank je wel Xander – jouw bijdragen aan “de pom” waren zonder uitzondering bijzonder. zo waren wij even hier met
In Zeeland groeide ik op in een keurige straat met keurige mensen. Voortuinen werden bijgehouden en ramen gezeemd. Daar had je toen nog huisvrouwen voor. Het was een plek waar je je geen zorgen hoefde te maken om wat dan ook. Alles klopte. En het hele dorp was zo. Het was een cocon. Een decor van fatsoen, rust, reinheid en regelmaat. Een plek waar iets miste.
Soms keek ik films, die zich in het New York, Parijs of London van de jaren tachtig afspeelden. De buurten die je in die rolprenten voorbij zag komen, hadden een veel grotere aantrekkingskracht op me, dan de aangeharkte tuintjes in de straat. Ik wilde de brandladders opklimmen. Door verlaten panden struinen. Overgroeid, braakliggend terrein betreden. In latere jaren zouden we dat veelvuldig doen. Het was meer dan avontuur.
In Antwerpen was er het verlaten goederenstation op Het Zuid. De favoriete drink- en overnachtingsplek van ome Sjors en mij. De oude kantoren, waar soms nog vrachtbrieven lagen en paperclips van de Belgische spoorwegen. Balies met ingegooide ruiten. Slechte graffiti. Maar door dat alles heen kon je zien wat het ooit was geweest. En dat maakte het nog mooier. Het verval maakte wat ooit mooi was nog mooier. Ineens vielen alle regels weg. Verschafte het een nieuwe dimensie van pure vrijheid.
In Rotterdam had je de Keileweg en het oude spoorweg overslag terrein. Hetzelfde soort aftakeling. Mijn liefde voor deze plek zat hem niet in de tippelhoeren. Het zat hem in het hele spel van verderf met op de achtergrond een stad gepokt door spuitverf en zilverfolie, achterstallig onderhoud en armoede. Wie zegt, dat Rotterdam ‘zo leuk is vanwege het rauw randje’ heeft geen idee waar het over gaat. Dat is allemaal voorbij. Maar toen! Toen wel. En we leefden het. Nog steeds hebben half verlaten plekken en industrieel erfgoed, met een vleugje ellende en verval een enorme aantrekkingskracht op mij, hoewel ik zelf al decennia in een redelijk onderhouden huis woon met een wilde tuin, dat dan weer wel.
Het toeval wil, dat ik onlangs voor mijn werk de beschikking gekregen heb over een opslag terrein in een zijstraat van de Keileweg. Meerdere keren per week rijdt ik over de voormalige tippelzone, die voor een amateurhistoricus nog deels herkenbaar is. En denk aan toen. Als ik op ‘mijn’ terrein ben, voel ik me thuis tussen het opschietende onkruid, dat de gifgrond weerstaat. Tussen de oude containers met uitzicht op de trotse Maas.
Vanmiddag fietste ik over de Keileweg naar huis. Op een obscuur plekje vlak tegenover de oude afwerkplekken stond een witte Citroen C1. Ik zag een jonge meid omgekeerd op de bestuurderstoel zitten. Haar volle borsten bulkten zowat uit haar strakke hemd. Onder haar zat een knaapje van misschien negentien jaar. Het vertederde me. Onwennig als ze daar zaten. Als het gouden rafelrandje van de nieuwe dageraad. Dat is echte romantiek!
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl