Karin Beumkes: Ze kwamen met bussen tegelijk in een donkere novembermaand…

Ze kwamen met bussen tegelijk
in een donkere novembermaand

Dear Pom


Overal maken we ruzie die vaak nergens toe leidt. Het worden dan kapotte momenten, maar laat de stemmen niet verstommen en ga de barricades op tegen onrecht. Een oud gedicht. Helaas nog steeds actueel.



Proost. Ik hou van je

Karin




Asielverzoeking


Ze kwamen met bussen tegelijk
in een donkere novembermaand
met op de velden stoppels
pijpenstelen tegen de beslagen ramen.

Mina bezoekt mij dikwijls
nu met gekorte haren
en een piercing in haar lippen
lacht ze oh mooie zomer
twee liederen uit haar mond.

In keelklanken heb ik haar iets uitgelegd
toen ze gierde zo doe je nog de vogels na
ik zei ahoem en focuste me op een tulpenbol
je krijgt zilver riep ze.

Haar gouden echo
schaatste als dun ijs op mijn netvlies
ik verlies dit nooit heb ik begrepen
al worden mijn haren langzaam grijzer.

Een kind met een hoge paardenstaart
is een gelukkig uit de winterstallen uitgebroken
Demonen bewonen haar Kaboel.

Karin Beumkes

Muziek: Melanie – Lay down https://youtu.be/IZ52lk9wjZI

Share This:

Peter Posthumus stelt ons de vraag: ‘Wat waren dat voor woorden die ’s ochtends wapperden als wasgoed in de wind’?

Wat waren dat voor woorden
die ’s ochtends wapperden
als wasgoed in de wind


Wat waren dat voor woorden
die ’s ochtends wapperden
als wasgoed in de wind
om later te tollen
tussen kant en wal
in de gekte van de nacht
hun betekenis verloren
om te verbleken
in de opkomende zon
en nu, met een zucht
verdwenen zijn
in de morgendbries


Peter Posthumus

Share This:

afscheid Bentsion bij Ruigoord een week geleden – Bention vrijdag overleden

Share This:

pomgedichten dit weekend wegens vakantie gesloten – wél in de herhaling een zondagochtendwedstrijd uit augustus 2015

Wie wint de enige echte virtuele CULT trofee op pomgedichten? STOP DE PERSEN MAAR! We hebben de enige echte CULTHELD op pomgedichten gevonden. GER BELMER – nu al goud voor ger! ger belmer wint de culttrofee ruim voor sluitingstijd van de wedstrijd!
Gepost door op 2015/2/8 7:50:00 (742 keer gelezen)




‘Met droge ogen zingen kan ik niet.’



STOP DE PERSEN MAAR! We hebben de enige echte CULTHELD op pomgedichten gevonden. GER BELMER – ger kan zo ‘man bijt hond’ in op weg naar nationale faam en meer – we liggen aan zijn voeten. GOUD voor GER en niet zomaar goud – blinkend goud –het goud van tante leen rammelend om haar net te dikke polsen – glimmend als de gouden kronen van sjonnie jordaan. We schreven:

Het criterium lerou: Het personage moet heel dicht bij zichzelf blijven – moet het vooral ook menen – en het selecte publiek (de ergernis voorbij) gaat er eens even lekker voor zitten. – geldt ook voor ger belmer. Maar dan heel anders. Onze zangeres met een naam ger belmer gelooft zo erg in zich zelf dat ie erbij glimt. Hij vindt het zelf ook mooi! Neemt zichzelf bloedserieus. Is max lerou nog op weg – ger belmer is al bijna de vlees geworden cult held voor zijn publiek. Verder dan max en ger kunnen dichters niet uit elkaar staan. de instelling van ger levert op termijn toch de grootste kans op om door te breken als cultheld (buiten purmerend). Hoe trots hij ook is – nog steeds en overal waar hij optreedt te horen – dat hij ooit voor conny vanden bosch een nummertje schreef – draagt bij aan de nationale status die inmiddels in de purmer al is bereikt. Het – de definitieve cultstatus – wordt in gers geval wel een race tegen de klok. Hij zou daar een prachtig liedje over kunnen schrijven. In tegenstelling tot max voldoet ger ruimschoots aan het criterium: “zo slecht dat het weer goed wordt”. Bij ger vergeleken is max nog een kleine jongen.
Nee met ger zijn we niet ver af meer af van een definitieve cultstatus – hij voldoet óók aan het derde cult criterium – niet gek doen om op te vallen maar geadoreerd worden vanwege die exclusieve bijzonderheid die je eigen is.
Wel voldoen aan alle criteria van een cultstatus en dan nog die niet te hebben bereikt. tragiek! Zoveel droefheid maakt ger vandaag tot de enige echte en ware cultheld. Aan zijn gedicht kan het niet liggen.




Leed en ellende

Zij was er gedwongen met hem mee te gaan
zojuist van de schoolbank, bij moeder vandaan
Ach vadertje riep zij, wat heb ik misdaan
Wil niet met die man mee, hij staat mij niet aan.

Haar vader, één snodaard, hij lachte haar uit
Met hem zul jij mee gaan, jij wordt er zijn bruid
Hij heeft haar genomen met al zijn brute kracht
Zij kon zich niet verweren, zij was in zijn macht.

Negen maanden later toen kwam het kind er uit
In het stijfselkissie lag een kleine spruit
Toen vader dat hoorde sprong hij door een ruit
en kwam een meter lager in z’n voortuintje uit.

Leed, leed, leed en ellende
Pijn, pijn, pijn en verdriet
Het was in haar leven een bende
Met droge ogen zingen kan ik niet.


Ger Belmer



http://www.youtube.com/embed/K72skS5JCGk




FRANS TERKEN over hoe en waar ze wat uitkneep
MARC TIEFENTHAL en de primitieven
RENÉ BRANDHOFF houdt het op mooi
DITMAR BAKKER en waar de dood huist
RAYMOND VAN DE VEN en de NS in zeeland
ANNE BORSBOOM sag mir wo die V&D sind
YVONNE KOENDERMAN fluisterstil
MARTIN WIJTGAARD over jonge vrouwen en kauwgom
JOLIES HEIJ over surrogaatgeluk
MAX LEROU over Gerben
ANKE LABRIE koffiepot
GER BELMER stijfselkissie





U kunt het zo gek maken deze week als u wilt. – Maar het moet wel van de CULT zijn – ouwe zangeressen heerlijk – of neem een voorbeeld aan onze leidse cultdichter MADJ. te excentriek, te bizar, controversieel of anti-establishment om door de meerderheid van het publiek te worden geapprecieerd – dat is CULT ook. of de profielfotootjes op FB als dat geen cult is? die van van der schaaf of die van le nobel. lerou ken er ook wat van. van rooij en de rooie. heerlijk allemaal! Of “zo slecht dat het weer goed wordt” zeggen ze weleens. Leiden gaat ons voor:


Kaarslicht

Mijn kamer is een grote bende
mijn leven is een en al ellende.
Ik sta voor het raam
en fluister je naam
maar jij hebt mij verlaten
en wilt niet meer met mij praten.
Ik vind het heel, heel erg gemeen.
Nergens, nergens kan ik heen.
De tranen stromen over mijn wangen
want ik blijf nog steeds naar jou verlangen.

Martin M Aart de Jong


U kent de regels: Gedichten niet te lang, tenzij noodzaak. Als u er een eind aan wil maken, ok, dan mag het een regeltje meer zijn. (hooguit 20 regels). de commentaren als altijd verzekerd. Insturen voor zondag 11.00 uur.


https://www.youtube.com/embed/5k91fmvQxRw?list=RDahyLLX0tmD8


Ha Pom,
ik las iets over Cult, met het gedicht waarin MA de Jong weer eens verlaten is.
Ongetwijfeld door iemand die Bekende Nederlanders afwerkt, in volgorde van binnenkomst.
Ik zag het vorig jaar al aankomen, lees het hieronder. Groet weer, tot spreeks,
Frans




Triomf


Ik durf het zonder blozen aan
zoek de grenzen van mijn kunnen op
en neuk me omhoog in de wereld
van kwart Bekend Nederland

niet dat ik daar slechter van word
ik kom achter kasten van deuren
die doorgaans gesloten blijven
lik me een geheime liefde in

en nog is het niet genoeg
publiekelijk kom ik klaar
in de schoot van een tv coryfee
deel mijn kunst in mediapanels

triomfantelijk kijk ik de kring rond
ik knijp het talent uit m’n kut


Frans Terken 2014


‘waar onheil naast de aanstoot ligt
en aanstoot naast triomf, ze noemen het triomf’

triomf wel een echt cultthema. Op de achtergrond la dietrichs stem hier. Dat nivo haalt de dame in het gedicht niet. de cultstatus ook bij lange na niet. een beetje in het rond neuken om omhoog te vallen heeft weinig met cult te maken. Het is andersom – niet gek doen om op te vallen maar geadoreerd worden vanwege die exclusieve bijzonderheid die je eigen is. Dat is cult. De dame in het gedicht is meer aan het deckmoppen heb ik het idee. Laten we daar maar een nieuw werkwoord van maken: deckmoppen. Een perfect gedicht met de nodige woede geschreven én een wereldregel passend bij deckmoppen: ‘ik knijp het talent uit m’n kut’.
1000 deckmoppen op een rijtje dat is ook cult op een gegeven moment stralen ze rozeblauw uit als mariabeeldjes.








Vlaams-Waalse primitieven

Ja, dat zal zo, jawel, zo zal ik
niet betogen hooguit ogen
niet erbarmen breed omarmen
vleugels kweken & opgaan, raadsel
dat zichzelf oplost: ja ja dakeda.

Ja, dada, si merci merrie, sire
mijn paard voor dit koninkrijk.

Met de avond val ik mee, met de ochtend
doem ik mee op. Weg met alle gedonder,
bliksem die me doorslaat, jawel, dat zal zo.


marc tiefenthal



net iets teveel de dadakant belicht lijkt me gelardeerd met de primitieven – dan krijg je een bevreemdend mengseltje waar tiefenthal natuurlijk wel de taal bij weet te vinden als geen ander. De gedichten van de tief zijn niet van de cult, tiefenthal zelf heeft inmiddels de cultstatus bereikt. Een als een zangeres zonder naam door velen afgebrand herrezen dadamonument die met de avond meevalt en met de ochtend weer opdoemt.






mooi

dan nemen we de dag zoals die komt
alsof het een mooie vrouw is
niet omdat er iets diepers achter zit
maar omdat we het lekker vinden

dat is het mooie van aanbidding
de stille bewondering
voor wat we niet begrijpen


06-02-2015 – René Brandhoff


een pareltje – een pleidooi voor de lust en het leven – gewoon omdat het lekker is – het is die groningse nuchterheid die rene brandhoff hier een cultstatus verleent. Het is goed dat hij het doet – verder zou niemand op DAT idee gekomen zijn. We houden er wel een prachtig gedicht aan over. Kopland heeft er een concurrent bij.






Tweeëntwintig

Een rotzooi was hem geenszins onbekend,
Twee huizen terug was hij méér troep gewend:
Onzichtbaar, onbekend zelfs was zijn vloer…
Ik leid u door het huis heen. Le grand tour!
Een hellend dak; een bruine balkenbrij,
Een douche met een keukentje erbij
En beige–of oranje het tapijt:
De stofzuiger was toen al maanden kwijt.
Een vuilniszak, wat kleding op de vloer,
Wat afwas ook, en zelfs een klein parcours
Van sigarettenpeuken naast hun bak.
Door ’t raam scheen maanlicht een projectievak,
Daarin geconcentreerd een vies matras.
Venster, bank, een raam, het schimmerplein. Pas
Op de plaats. De stank. De gekte. Drank op.
Daarbuiten valt een eerste regendrop.
Getakkel op het plein. Een sigaret.
Aan moeder denken: Wenen op het bed.
Een jointje–áán die stereo; muziek!
Gevolgd door platte auto-erotiek.
De ogen toe, reikhalzend naar het licht
Waar huist de dood, geluk…en dit gedicht.

Ditmar Bakker


bei mir bist du schön – ditmar – cult of camp? Wat een rotzooi heeft meneer weer bij elkaar weten te slepen. die frische lola even uit het oog verloren? ‘een klein parcours/ Van sigarettenpeuken naast hun bak..’ – we laten ons graag leiden aan de hand van Ditmar de hele route. Hoe je van gewone dingen bijzonderheden maakt is ditmar gegeven als geen ander. Voorbij aan de ‘De stank. De gekte.’ Maar wel even pas op de plaats. Ja we passen op alle plaatsen waar ditmar ons heen brengt. Ditmar bakker is geen cult ditmar bakker is rauwe seks verpakt in de gedichten die hij ons schenkt. Hij blijft om op te vreten. Om leeg te slurpen. Je moet alleen altijd even geduld oefenen totdat meneer de omgeving in zijn rijm heeft gegoten.






ns-dienstregeling

In Zeeland rijdt men nog met paard en wagen
men is er ook zo zuinig naar verluidt
dat men alleen maar warm eet op even dagen
waarna men met gebed de maaltijd sluit

in Zeeland wordt ’s mans lot devoot gedragen
er valt geen onvertogen woord nee zelfs geen geluid
de trein heeft het station overgeslagen
een Zeeuw maakt dat geen ene donder uit

in Zeeland rijdt men nog met paard en wagen.

(De NS blijft Zeeuwse stations overslaan als ze dat nodig vindt voor de dienstregeling.)


Vriendelijke groet,
Raymond van de Ven


zo hebben we zeeland ook meteen op de kaart. Warm eten alleen op even dagen. Prachtig. Als we er een strenge klederdracht bij denken en porceleinen beeldjes komen we in de buurt van de cult. Hoe strenger de zeeuwse dames ingesnoerd zijn hoe culter. We gaan er natuurlijk niet voor naar zeeland – je moet ze niet in hun eigen omgeving zien. Nee op een rijtje in de nachtpaleizen van aanstoot en verderf waar de pilletjes het werk doen.






Chuck

V&D is draaideuren achter borstels
terugduwend Louwman nu
die Porsches inzet, uit nostalgisch oogpunt
maar ook om de bank te tarten

aan de overkant, bij de Bijenkorf,
zingt alle dagen van de week
zijn gitaar, applaus of niet

’s nachts kraakt bot boven oud kinderhoofd
zijn mond verloor alles wat misbaar was

alweer geen kerstlied
het leger gaf niet thuis vannacht

toch zingt hij door en soms houd ik een hand
tegen zijn hoofd, schilder zijn geheugen
dan lachen zijn lippen

ik draai mij om, zie de oude deuren van V&D
en Chuck, wat als die er nog zouden zijn…


Anne Borsboom


Wel een beetje veel cult zo bij elkaar. De V&D kan in ieder geval een doorstart maken – zoveel rommel zie je niet vaak bij elkaar in een warenhuis – niets meer aandoen – anne borsboom de nieuwe filiaalcheffin en de zaak loopt weer als een trein. Kijk daar komt het leger des heils reeds aangemarcheerd – alles krijgt anne voor elkaar – voor het goede doel – en dan weet zij voorheen de ballentent ook nog poëtisch op te poetsen – in alle etalages haar prachtig regels:

toch zingt hij door en soms houd ik een hand
tegen zijn hoofd, schilder zijn geheugen
dan lachen zijn lippen


we staan in rijen voor de deur – voor die oude deuren – ja zo zal het zijn.







Het fluisterstille moment
van staal op stalen snelheid
razende gedachten ontspoort
en hooguit één stap tot het einde
lijkt gelukzalig zo nu en dan

Geluk zit hem in kleine dingen
onbegrijpelijk voor de een
herkenbaar voor de ander
sensationeel als een vrije val
zwevend zonder parachute

De klap kom je toch altijd
te boven
dieper dan de bodem
is alleen de weg terug
enkele reis hemel na hel


Yvonne Koenderman


Vallen en opstaan – maar dan zo over de top vallen en zo over de top ook het hemelse licht weer in – dat lees je niet vaak. Yvonne breekt een lans voor de hulpverlener die zelf geheel uit het lood is geslagen en in zijn/haar kolkende emoties zijn/haar clientele de hemel in jaagt. De homeopathie van koenderman – ik ben er wel voor in. We worden toch nooit beter dan maar met een parachuutje van yvonne omlaag en op haar poezie weer omhoog.





meubilair

het achteloze savoir-faire
waarmee een man van zestig jaar
een opdracht op het schutblad krast
gaat hem nog niet zo lekker af

nu plotseling, zoals dat heet,
‘een nieuw publiek zijn werk ontdekt’
en hij na jaren lauw applaus
zomaar volle zalen trekt,

nu vier decennia te laat
zijn jongensdroom bevredigd wordt
door een gehoor van jonge vrouwen
dat stimorols zit bloot te kauwen

en in hun leuke startersflat
zijn bundel op het plankje schikt
tussen de ansicht van doisneau
en het cd’tje van piaf.

nu enkel nog de rietveldstoel
en het is af.


Martin Wijtgaard



wel een goed gedicht, hele aardige schets, maar van de cult is het gedicht niet. een aardig tijdsbeeld waar nodig wat cult doorheen moet.






Dansant voor gerijmde geliefden

De hele dag staarden wij uitzinnig
uit het raam en trokken thee als de
tranen van onze synchroonhuiselijke vrede
dit surrogaatgeluk om des avonds naar het bal

voor sterren en andere hemellichamen
te gaan dansten wij ons naar de top
van de prijzenvulkaan met de helden
van de Turinglotto want met een postzegel

op de juiste ansicht word je miljonair
zwermen we als motten om het licht
van Ilja’s geslacht en steeds een ander
meisje om mee de afgrond in te sleuren

alleen omdat je benieuwd bent hoe een berg
er van onder uitziet weet dat vallen
altijd nog kan zo lang je maar niet
misstapt uit je maatpak scheurt.


Jolies Heij


Weinig cult aan te ontdekken of ligt het aan mij. De ik wil zo graag gezien worden feestjes zijn zooooo gewoon inmiddels. Facebook live. Nee mevrouw heij gaat aan het voorgeschreven thema voorbij. Vroeger had je fabiola om de boel nog een beetje op te tuigen in amsterdam. nu loopt brummen uit in maatpak. Over het geslachtsorgaan van zweethoofd pfeiffer zullen we maar zwijgen. niet gek doen om op te vallen maar geadoreerd worden vanwege die exclusieve bijzonderheid die je eigen is. Criterium niet gehaald.






gerben

zijn naam betekent speer
van de beer hij is dus niet
meer dan een varkenslul
u weet zo een met een krul

die zich vastdraait
in de zeug ook
als zij tegen heug
en meug de poten spreidt

zijn piepend zwoegen
lijdzaam in het kleinste
gaatje ondergaat en blij is
als hij weer de stal uit glijdt


ml


aan het criterium – te excentriek, te bizar, controversieel of anti-establishment om door de meerderheid van het publiek te worden geapprecieerd – voldoet max met menig gedicht – en dit is er ook eentje. Voor cult ga je even goed zitten. Eens even kijken wie max vandaag te pakken neemt. En ja hoor daar gaat gerben de lucht in. Het ‘jaaaaaa verfpoppetjes…..’ klinkt niet veel later – zo vult max met sonore stem de ruimte. En zo trekken de klassieken een voor een voorbij. Het personage moet heel dicht bij zichzelf blijven – moet het vooral ook menen – en het selecte publiek (de ergernis voorbij) gaat er eens even lekker voor zitten. Max komt heel dicht bij de eretitel cultheld. Aan het criterium ‘”zo slecht dat het weer goed wordt” voldoet max echter niet, wil ie ook niet aan voldoen. Dat staat hem in de weg.









‘Heb je even voor mij’
hij plakt zijn wijsheden op tegels
in de veel te kleine ruimte:
24 uur

Zij vult in haar eentje heel Carré
twee hele avonden
lang zal ze leve
en iedereen zingt mee

Hij gelooft in haar en koos het luchtruim
Is nu een echte ster geworden
verlengd tot in der eeuwigheid

En hij mag ook weer
las ik gisteren in de krant
lekker op een bed met rozen
vlij ik me naast hem neer

morgen zet ik koffie voor hem
in die saaie koffiepot van V&D
en die bewaar ik goed


Anke Labrie
Bauer en afgeleiden van Hazes en Bon Jovi


een aardige poging anke. maar zo tussen de helden lerou en belmer word je vermalen kind – je had het niet slechter kunnen treffen met de plaatsing van je gedicht. je ziet dat de heren lerou en belmer dat specifieke en zo eigen ‘door alles heen’ die door alles heen mentaliteit tot op het bot beheersen – daar staan wij – wij kunnen niet anders – als onschuldige basisschoolkinderen bij te kijken.







Leed en ellende

Zij was er gedwongen met hem mee te gaan
zojuist van de schoolbank, bij moeder vandaan
Ach vadertje riep zij, wat heb ik misdaan
Wil niet met die man mee, hij staat mij niet aan.

Haar vader, één snodaard, hij lachte haar uit
Met hem zul jij mee gaan, jij wordt er zijn bruid
Hij heeft haar genomen met al zijn brute kracht
Zij kon zich niet verweren, zij was in zijn macht.

Negen maanden later toen kwam het kind er uit
In het stijfselkissie lag een kleine spruit
Toen vader dat hoorde sprong hij door een ruit
en kwam een meter lager in z’n voortuintje uit.

Leed, leed, leed en ellende
Pijn, pijn, pijn en verdriet
Het was in haar leven een bende
Met droge ogen zingen kan ik niet.


Ger Belmer



Het criterium lerou: Het personage moet heel dicht bij zichzelf blijven – moet het vooral ook menen – en het selecte publiek (de ergernis voorbij) gaat er eens even lekker voor zitten. – geldt ook voor ger belmer. Maar dan heel anders. Onze zangeres met een naam ger belmer gelooft zo erg in zich zelf dat ie erbij glimt. Hij vindt het zelf ook mooi! Neemt zichzelf bloedserieus. Is max lerou nog op weg – ger belmer is al bijna de vlees geworden cult held voor zijn publiek. Verder dan max en ger kunnen dichters niet uit elkaar staan. de instelling van ger levert op termijn toch de grootste kans op om door te breken als cultheld (buiten purmerend). Hoe trots hij ook is – nog steeds en overal waar hij optreedt te horen – dat hij ooit voor conny vanden bosch een nummertje schreef – draagt bij aan de nationale status die inmiddels in de purmer al is bereikt. Het – de definitieve cultstatus – wordt in gers geval wel een race tegen de klok. Hij zou daar een prachtig liedje over kunnen schrijven. In tegenstelling tot max voldoet ger ruimschoots aan het criterium: “zo slecht dat het weer goed wordt”. Bij ger vergeleken is max nog een kleine jongen.
Nee met ger zijn we niet ver af meer af van een definitieve cultstatus – hij voldoet óók aan het derde cult criterium – niet gek doen om op te vallen maar geadoreerd worden vanwege die exclusieve bijzonderheid die je eigen is.
Wel voldoen aan alle criteria van een cultstatus en dan nog die niet te hebben bereikt. tragiek! Zoveel droefheid maakt ger naar ik vermoed vandaag tot de enige echte en ware cultheld. Aan zijn gedicht kan het niet liggen.





http://www.youtube.com/embed/K72skS5JCGk






Share This:

Yvonne Koenderman: Het was met recht een klote week. troost bij erwin troost, stella bergsma en hans dorrestein

Het was met recht een klote week.
Vanaf het moment dat de politie voor de deur stond, we het ziekenhuis inliepen niet wetend wat aan te treffen tot de gezamenlijke nacht van moeder ziek op de bank en dochter op bed in de woonkamer.
En toch…eigenlijk was die week zo slecht nog niet. Als je alle narigheid, angst en ellende op een hoop gooit viel het eigenlijk wel mee. Een steunende dochter en kermende moeder in één kamer zorgt naast bezorgdheid meer vanuit dochters kant naar haar moeder ook voor humor. “Ik heb je nog nooit zo vaak horen vloeken mam” was eigenlijk al genoeg om tussen de pijnscheuten door te lachen, vooral als het antwoord was ” stap dan ook uit dat verdomde gips en help me even.  Het waren enerverende dagen met angst blijheid, angst opnieuw, want die rotpijn lijkt toch wel heel erg op toen het vorig jaar fout ging, troost door een onverwacht lief kaartje van Troost vol troost, hoe simpel ook en dan verlaat door het leed de uitzending van Dorrestein en Bergsma. Eentje vol kommer en kwel en laten we niet vergeten zelfbeklag. Stella heb ik al eens mogen ontmoeten op een Ongehoord moment, mooi mens en lekker gebekt  of dat nu qua zang is of qua verhalen, maar dan wel met dat kwetsbare randje. Met Hans zou ik me best wel kunnen vermaken denk ik, zomaar ergens in de natuur en stilte genieten van vogels en verhalen of juist de stilte die dan weer genoeg zegt. Conclusie van deze week…we krabbelen weer op zoals altijd, ik iets sneller als dochterlief. Het leven is nog steeds mooi, zelfs met zijn dieptepunten, of misschien zelfs wel daardoor. Een glad en zacht glooiend bestaan kan heerlijk lijken, maar wordt misschien al gauw dodelijk saai…

Godverdomme
God ver
domme ik
God ver van mij
en domme ik
op zoek naar….
wat?

Share This:

KAREL WASCH in Eijlders – gedicht voor pom wolff


Ha Pom,
Zondag jl. in Eijlders heb ik dit gedicht voorgelezen.
Ik had het speciaal voor jou gemaakt, maar zag je niet.
 
Als je zo gek bent mijn gedichten mooi te vinden,
ben ik zo gek om een vers voor je te maken!
 
Love
Karel
.


Voor Pom Wolff
Mistschreeuw/roestblad.
(Alzheimer)
 
Verdwenen uit  het beeld
Opgelost.
In blauw bloed verdronken.
Mooie ogen vol onbegrip, zinnen
uit een hiernamaals, wellicht.
Grote honden namen je mee, wolven
kwamen uit de wouden en
renden door de vlakte
van mijn ziel. Tanden flikkerend
in het maanlicht.
Er viel iets op de grond
maar het licht was uit, je schreeuwde
we konden het niet meer vinden voorlopig
dacht ik. Maar het duurde langer.
“Als ik je niet meer herken, houd ik nog
steeds van je.” zei je.
Je gilde: ”Karel!!!”
Ik zat slechts 50 centimeter van je vandaan.
Een mistschreeuw.
Troost bestaat niet meer voor mij.
een Titanic vol is vergaan
naar een troosteloze bodem.
roestbladeren.
Nu houd ik alleen nog van regen,
liefst bakken vol. Doe geen jas meer aan.
Op welke bodem ben je
dat ik je niet meer kan opduiken?
Had al mijn zuurstofflessen voor
jou gevuld met liefde
Geeft niet in het Rusthuis bezorgen ze
jouw krant ook. En smeren een bruine
boterham voor jou, omdat ik kwaad werd over zoveel
witbrood.
Wilt u Hier niet schreeuwen meneer?”
“Rustig aan, we horen u wel!”
“Mijn vrouw houdt niet van Bingo!”
“Dat komt wel meneer!”
Een man op jouw afdeling lijkt op de Hulk,
maar hij heet eigenlijk Rinus
alleen hij weet dat zelf niet meer en hij
krijgt nooit bezoek. Ik heb mij gemeld als zijn zoon
en hij groet mij, kan opeens weer praten.
Ligt niet meer de hele dag tussen
dood witte lakens.
Heeft U wel eens geprobeerd ‘lieve schat,’ tegen iemand
te zeggen, zonder dat U het meent??
Verpleegsters kunnen dat heel goed, zit in de cursus
inbegrepen.
We zien elkaar in de hemel guys!
Daar is geen Alzheimer en geen bingo.
Hier wel!
 
 
Karel Wasch

 

Share This:

VON SOLO: ‘Zij bleek een stijlvolle, mooie vrouw en ook nog eens een begiftigd kunstenares. Veel te goed voor een alcoholistische leegloper zoals ik. En dat wist ze zelf ook wel…’



Het moet ergens tweede helft jaren negentig van de vorige eeuw zijn geweest. Ik dronk vodka, omdat Guggenheimer dat ook deed. Hij was mijn fictieve held, geschapen door Herman Brusselmans. Guggenheimer had alles voor het grijpen en dronk doorlopend vodka, zonder dronken te worden. Dat probeerde ik dus ook. Knetterlam werd ik ervan. Maar ik durfde alles, vergat de grenzen van het betamelijke en ook voortdurend de dag van gisteren. Er was dan enkel een grauwe morgen met een houten kop en onvaste benen en één verlangen. Dat maakte het leven simpel. Drinken, vergeten en opnieuw. Tussendoor gloorde hoop en maakte ik mezelf wijs, dat ik net zo cool als Guggenheimer zou zijn. Het verschil was echter dat ik een echte persoon was en hij slechts een hersenspinsel.
 
Op een zaterdagnacht belandde ik in de ‘Blauwe Vis’. Dat was de plek om te zijn en er heerste een sfeer alsof alles kon. Zo’n atmosfeer is zelden echt, maar je beeldt je wat in om toch die droom levend te houden. Drank helpt daarbij. Het helpt je ook te vergeten hoe je je echt voelt en je gedurende de slaap de desillusie van de vorige nacht te wissen, zodat het in de ochtend lijkt alsof je weer helemaal opnieuw kunt beginnen met een schone lei. Na vijf vodka’s had ik dan ook een solide plan. Ik zou me gedragen als een echte man. Blijkbaar wierp dat zijn vruchten af. Op een gegeven moment zat ik aan de bar op schoot bij een knappe, jonge vrouw met grote borsten. Samen dronken we vodka en zoenden. Precies zoals dat echte mannen natuurlijk overkomt. Vervolgens was het een kwestie van geld tellen, waar ik altijd ontzettend slecht in ben ik beschonken toestand, en we waren onderweg om een taxi te pakken naar haar studio aan de Jagthuisstraat.
 
Daar aangekomen was de muziekkeuze aan mij. De keuze viel op David Bowie. Terwijl ‘Diamond Dogs’ uit de speakers knalde, rolde ik een zwart condoom af en bracht mijn aanzienlijke lid bij haar naar binnen, terwijl zij sensueel schuddend, haar grote begeerlijke billen naar achter stak. Het was hangen en wurgen om een hoogtepunt te bereiken met zo’n berg drank achter de kiezen. Hoe dan ook brachten we het spel tot een einde en ergens daarop moet de slaap gevolgd zijn. De volgende morgen scheen er een flets licht de studio in. We maakten niet veel meer klaar. De drank van de vorige avond maakt plaats voor een andere blik. Voor andere prikkels. Zij bleek een stijlvolle, mooie vrouw en ook nog eens een begiftigd kunstenares. Veel te goed voor een alcoholistische leegloper zoals ik. En dat wist ze zelf ook wel.
 
Ik trakteerde haar nog op een ontbijtje bij café Rotterdam, en daarna namen we koeltjes afscheid en was het voor mij tijd om in een toestand van aanstaand delirium in te storten. Ik beeldde me tijdens wat koortsdromen in dat ik verliefd was. Die spijt van niet volledig kunnen op gaan in van een moment van intimiteit. Het leven is geen boek. Met de kater kwam ook weer de depressie. Ik moest haar weerzien. Ik kon haar niet laten lopen. Ik schreef haar na drie borrels een brief waarvan ik niet meer weet wat ik erin zette. Onderweg van mijn werk naar huis de volgende dag zette ik mijn wagen aan de kant en belde haar om mijn liefde te verklaren. Dit werd gelaten aangehoord. Ik begon te snikken, terwijl ik als een echte zielepoot dacht mijn hart uit te storten. De verbinding werd verbroken en ik jankte als een kind in de regen. Er stopte een politieauto voor me op de vluchtstrook. Een agent stapte uit en vroeg me of het goed ging. Ik zei van niet en nog wat onsamenhangend, zelfmedelijdend gebrabbel. Meewarig keek hij me aan, schudde zijn hoofd en liep zonder nog wat te zeggen terug naar zijn wagen en reed door.
 
Gelukkig zijn er altijd mensen, die verstandig genoeg zijn je op het juiste moment in de steek te laten. Die je een keuze geven, die je jezelf niet gunt.

DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST

Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
 
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl 

Share This:

Ditmar Bakker: 7 daadwerkelijk door mij gevoerde gesprekken (of delen daarvan) tijdens mijn carrière als telefonisch klantenservicemedewerker.


7 daadwerkelijk door mij gevoerde gesprekken (of delen daarvan) tijdens mijn carrière als telefonisch klantenservicemedewerker.




IK: Goedemiddag, u spreekt met Ditmar Bakker. Waarmee kan ik u van dienst zijn?
KLANT: Wat een rare naam!
IK: Toch zal ik het ermee moeten doen, mijnheer…


***


KLANT: Maar…hoe moet ik dat formulier dan invullen?!
IK: Met een pen, mijnheer.


***


IK: Goedemiddag, u spreekt met Ditmar Bak-
KLANT: *woedend geschreeuw*
IK: Gggoed. Heeft u uw postcode en huisnummer voor mij? Dan ga ik kijken waar het probleem zit…
KLANT: *woedend geschreeuw met ergens daarin nummers*
IK: Ik heb uw gegevens gevonden! Wat kan ik voor u doen…
KLANT: *schreeuwt*
IK: Goed. Een ogenblik alstublieft.
*muzak*
IK: U belt over het beëindigen van de aanvullende verzekeringen misschien?
KLANT: JA *woedend geschreeuw*
IK: Dat heeft te maken met de betalingsverplichting waar u niet aan voldaan heeft, en…
KLANT: HOU JE KANKERBEK!
IK: Goedemíddag, mijnheer! *klik*


***


KLANT: Ik krijg een brief waarin staat dat niet het juiste document is ingestuurd!
IK: Ik ga even voor u kijken.
*muzak*
IK: Ik zie dat u een begeleidend schrijven, maar niet de originele nota hebt ingestuurd.
KLANT: Maar wat is dan het verschil tussen een document en een nota?!
IK: Wacht even. *pauze* Elke nota is een document, maar niet elk document is een nota.
KLANT: Geef mijn portie maar aan Fikkie!


***


IK: Goedemorgen, u spreekt met Ditmar Bakker. Waarmee kan ik u van dienst zijn?
KLANT: Ik wil graag een nieuwe zorgpas.
IK: Mag ik dan uw postcode & huisnummer, dan pak ik uw gegevens er even bij.
KLANT: Nee.


***


IK: Een ogenblik, mevrouw. Ik ga de ingediende nota’s er even bijpakken.
KLANT: Das is gut, schatz. Voor jou hab ik alle zeit. Niet für die waiven.
IK: …
KLANT: Zullen wai één bank beroven?
IK: Mevrouw! U spreekt met een vertegenwoordiger van het Zilveren Kruis!


***


KLANT: Ik bel voor mijn dochter. Die heeft bedacht dat ze wel naar de sportschool wil om af te vallen en dat de verzekering daar vast een vergoeding voor heeft.
IK: Ik betwijfel het, maar ga het graag voor u na.
KLANT: Ja, het is een pubergril, maar ik heb beloofd om te bellen, dus dat doe ik dan.
IK: Snap ik helemaal, mijnheer. Een ogenblik.
*muzak*
IK: Mijnheer?
KLANT: Ja!
IK: Er is inderdaad geen vergoeding voor sportscholen…maar ik heb wel een gedeeltelijke vergoeding gevonden…
KLANT: Ja?
IK: …voor het ‘Dikke Maatjes’-kamp!
KLANT: …
IK: Een recreatiekamp dat specifiek gericht is op het begeleid afvallen van jongeren in de leeftijd van 13-17 jaar, waarbij voedseltrainingen en begeleid sporten wordt aangeboden.
KLANT: …
IK: Dus misschien zou dat iets voor uw dochter zijn!
KLANT: Ik zal het aan haar doorgeven.
IK: Heeft u verder nog vragen?
KLANT: Nee, was duidelijk. Dankuwel.
IK: Dan heeft u gesproken met Ditmar Bakker en wens ik u nog een fijne middag toe.
KLANT: U ook. Dahag! *klik*
IK: Ik ga naar de hel.
*tuut*
IK: Goedemiddag, u spreekt met…

Share This:

Merik van der Torren en de grijze pet in Café Eijlders – dichtersmarathon 25 juli 2021



Hoi Pom,
 Mijn thuiskomst na het bezoek aan de dichtersmarathon in café Eijlders bracht me tot dit tekstje. In de bijlage, groet, Merik


Dichtersmarathon in café Eijlders

Na het feestelijk samenzijn in café Eijders
en de enthousiaste verwelkoming thuis door hondje Betty,
wist ik ineens zeker:
mijn pet lag nog in Eijlders,
mijn grijze pet,
voor een prikkie gekocht op de Albert Cuyp.
 
Er zat niets anders op: maandag bellen en
informeren of de pet gevonden was.
 
Maar gelukkig zag ik hem liggen
gewoon op de hoedenplank, boven de jassen,
ik was hem niet vergeten,
mijn grijze pet.
 
Ik schonk nog eens in,
de maan rees boven de huizen,
het was een perfecte dag.

Merik van der Torren

In café Eijlders heeft er op zondag 25 juli 2021 een Dichters Marathon plaatsgevonden ter gelegenheid van het 80-jarig jubileum van hetzelfde café.
85 voordragende dichters hebben op de trappen van dit illustere etablissement gestaan om met al hun krachten deze prestatie te leveren.
Dank aan de volgende dichters:  Gwedolyn Rammeloo, José Aerts, Marijke Hooghwinkel, Kees Godefrooij, Nellke Lamme-den Boer, Chatfant, Jan Willem van Hamel, Jan Wagenaar, Stanislaus Jaworski, Louis van Londen, Robin Veen, Marije Hendrikx, Harry Oonk, Hiltje Hettema, Gert de Jager, Petra Fenijn, Maarten Douwe Bredero,  Tine van Wijk, Kat Kreeberg, Karel Wasch, Rita van Loon, Bob Kalkman, Barney Agerbeek, Odile Schmidt, Junior van Rijn, Kees Leeuwerink, Renate Spierdijk, Ton Houtman, Paul Roelofsen, Adri Menheere, Paul Lokkerbol, Dave Bouw, Gerard Vroman, Loes Raymakers, Juan Tajes, Marlou Visser, Koos Hagen, Depipro, Melvin van Eldik, Christiaan van der Heijden, Marten Janse, Merik van der Torren, Remy, Mirjam Al, Eric Jansen, Amanda ten Cate, Ernest Kramer, Jeroen Sloof, Wim van Til, Seraphina Hassels, Anne Nederkoorn, Jolies Heij, Babak, Aurora Guds, Martin Wijtgaard, Michiel Matthes en Martin Aart de Jong.

Share This:

Peter Posthumus: ‘Het leek wel een romance die daar over de golven deinde…’

Het leek wel een romance
die daar over de golven deinde

Het leek wel een romance
die daar over de golven deinde
met oesterduiken
in een afgelegen baai
en oesters eten
op een verlaten strand


heel zacht drukte ze
haar vinger in de
oesters schaal:
” tsja, ’t is net een vagina “


daarna was het wind en water
in de zon en over zee
terugzeilen naar de haven
waar hij na afloop vond:
” dat ze samen en dat ze ook 
en wat zij zei….


dat stuitte op een misverstand
kortaf bitste ze toen terug:
” als je voortaan nou es beter kijkt “
en nogal verongelijkt:
” en jij, jij kan dat zonder spiegeltje ”


Peter Posthumus

Share This: