Ien Verrips over de orde der fossielen


de leden van de orde der fossielen keken wat besmuikt
ze hadden zo hun best gedaan
gegoochel met de reglementen wat kleine rek  hier en daar
een belofte 
vals of niet misschien 
maar gedragen door gebed
kwam in no time de juiste man bovendrijven
net aan 7 kruisjes achter zijn naam
die kon nog jaren mee
aldus de fossielen waarvan de meesten
9 kruisjes torsen

in Rome ben je rooms
dat geldt ook voor god
want na de eerste schrik
en een goed uitgevoerde operatie
verscheen op het balkon van het Vaticaan
gezond en zegenend
ecce homo, ecce paus Leo


Ien Verrips

Share This:

Vera van der Horst en de liefde


Ergens hebben wij elkaar geraakt
en weer teruggegeven aan onszelf
Hoe kan ik verklaren
dat ik je verlies aan iets wat we niet waren
de liefde ouder lijkt dan onze levens

En als je naast me zit is er altijd die seconde
waarin alles zich opnieuw aandient
dat ik je mis op een manier
waarvoor geen afwezigheid bestaat
Is dat wat liefde doet

Vera van der Horst

Share This:

pom wolff – diefie met verlos


diefie met verlos
 
ik had een mooie regel
ben die regel vergeten – sorry
dan maar een gedicht zonder
 
maar nooit een gedicht zonder jou
al wisten we nooit waarover
of waarom ooit
 
we hadden alles dus ook niks
zoals het gaat zo zal het leven
je zal er goed op slapen
 
spelen we diefie met verlos
aankomst met vertrek
of een vertrek om in lief te hebben
 
pomwolff

Share This:

Rob Mientjes – bijten loeren jeuken zweet…


Verknipt, gescheurd, gelijmd


Droomwereld van weleer
botten, spieren moe
het zwart daalt neer
in aderen
sneeuw en ijs verzacht


samson brult
uit zijn manen 
daalt goudstof neer
een oude man spreekt
van combi’s die niet kunnen


sport en kunst 
onmogelijk divers
bijten loeren jeuken
zweet druipt in het zand
bloed op de piste


bergen om te verzetten
rotsen om te breken
sisiphus spoort niet langer
donder rolt naar beneden
collage ruikt naar brand


schapen op de vlucht
ultieme eenzaamheid
touwen kettingen
geselen het hart
snakkend het verlangen

Rob Mientjes

Share This:

Cartouche wint de enige echte virtuele – en wat kunnen we nu nooit meer zeggen – zondagochtendtrofee op pomgedichten – (vrij naar de prachtregels van RAWIE) – Vera vd Horst zilver

dank aan de dichters die inzonden – heel veel dank – maatschappij kritische gedichten, passievolle, wijze, zachtromantische – alles was te lezen – onder de gedichten de commentaren – kom ik toch niet om twee gedichten heen – voor wat betreft het eremetaal – goud voor Cartouche – met een rawie- waardig gedicht en zilver voor Vera van der Horst – en niet alleen voor die eerste prachtige diamanten regel van haar gedicht – ‘We zitten hier gevangen in elkaars gezicht..’ lees het commentaar.



Als vogels

de kunst van het zwijgen werd mij voorgekauwd
altijd weer dingen niet te zingen zijn – woorden
vluchtig en duur, die dienden enkel doel te hebben
 
zo werd me voorgehouden en -geleefd, ik was geen zoon
van een preacher man – had echter wel leren luisteren
naar het geluid van golven , een beachboy jongen
die begrepen had dat zij het enige waren dat je had
 
hebt om een hart op te halen of te stelen – al wat wij
deden – niet meer vermogen te doen – al de keren dat wij
het hoofd op schouders mijn schat en lieve woordjes in het oor
 
bliezen, bleken ze toch geen eeuwig leven, geen verweer
tegen het knagen en bijten van de tijd – zie mij nu hier
me het hoofd te breken wie gelijk te geven als beide
wegen alleen lijken te leiden tot uiteenlopende lijnen
 
hoe onmachtig krachtig ze reiken naar elkaar
ook weer vandaag – allerzielen – er is niets, er zijn
geen woorden, klein of groot om het verloop van een
leven te omvatten, je kunt er de hand niet opleggen

– als vogels samenkomen op een draad –
zelfs niet in een gedicht –
 
02-11-2026 / Cartouche

ja een rawie waardig gedicht van onze cartouche – die hele lichte zwaarte die hij in zijn woorden weet te leggen – je voelt als het ware de pijn door de woorden kruipen – zonder ten onder te gaan in groot sentiment. een beschrijving van een leven in nauwelijks 6 strofen – ga er maar aan staan. het leven is vallen en opstaan tot je blijft liggen – ik denk dat de woorden van de onlangs overleden maarten spanjer hier ook bij passen – Cartouche voelt precies aan wanneer het gevraagde thema geaard is in een zachte net niet bittere romantiek. je voelt de ingehouden hoe zeg je het –  je voelt de terughoudendheid.

Zeer chronisch

We zitten hier gevangen in elkaars gezicht
ik bijt mijn tong weer stuk op jouw chronisch gelijk
je woorden marcheren maar ze zeggen niets
ze dekken alles toe: het stille zeer
dat jij geen naam wil geven

je praat in een taal die haar tanden heeft verloren
het zegt me niets en ik wil je juist horen —

niet kijken in de gapende afgrond
van ons gemis

Laten we zwijgen
en zien wat overblijft.

Vera van der Horst


kom ik toch weer niet om haar heen hoor – wie met zoveel zeggingskracht het zwijgen weet te accentueren verdient vandaag in ieder geval zilver – eigenlijk is die eerste regel al een diamant.

‘We zitten hier gevangen in elkaars gezicht…’

voor wie zo kan schrijven maak ik een knieval. sta ik snel op want ik wil uit haar mond de volgende regels voorgelezen krijgen.

 
  • Jorge Bolle – En dan te bedenken dat we allemaal stukgaan
  • Rob Mientjes – willens en wetens verzwegen
  • Frans Terken – vragen die je over eerder nog hebt
  • Rik van Boeckel – van de droom zonder zin en woord
  • Magda Haan – heel soms valt ieder woord als sneeuw
  • Luk Paard -ongesproke woorde die we zijn
  • Cartouche -geen verweer, mijn lief, tegen het bijten van de tijd
  • Ane Labrie -we hebben nooit een woord gewisseld
  • Vera van der Horst – Laten we zwijgen
wie wint de enige echte virtuele – en wat kunnen we nu nooit meer zeggen – zondagochtendtrofee op pomgedichten? (vrij naar de prachtregels van RAWIE)
 
in het gedicht  Insomnia vinden aan het einde die regels van RAWIE: “Ik denk aan alle dingen die we zeiden, want al die dingen zeggen we niet meer.” dichters weten er wel raad mee – met het zeggen en het niet zeggen – met het onzegbare ook – we gaan het lezen – het onzegbare wordt hier gezegd dit weekend – in de enige echte virtuele zondagochtendwedstrijd. u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
 
nee – je zou zeggen
 
het was een dag als alle andere
er lagen dingen op de grond
het was warm de deuren open

je hoorde stemmen
een poes sloop door de tuin
op weg naar wat zich voor zou doen

donkere wolken in de verte
een hoge vrouwenstem
en duidelijk gerinkel

je zou zeggen het hoort erbij
een soort vrolijkheid dat buiten zichzelf mag zijn
en eenmaal binnen snel verstomt

en toch nee
een dag als alle andere
was het niet
 
pom wolff
 

Taalvervuiling

Ik voel me wat minnetjes,
want alles kost zo duur.
Het is allemaal
nauwelijks te managen.
Het leven is sowieso onbetaalbaar.
En dan te bedenken dat
we allemaal stukgaan
bij de grappen van de van Gijpjes
en andere gajesgraaiers.
Ik zal ze eens optelefoneren
en nachecken of alles
wat ik hier schrijf
de halve waarheid is
of eigenlijk, zeg maar,
een groot zwart gat.


Jorge, 31oktober

ja de bekende voetbalhumor van de heren en inderdaad die vdgijp spant de kroon-lul. zet meneer een plestik  lul op zijn hoofd en meneer lacht. wel moet gezegd dat het knap is dat je met zo weinig verstand nog zoveel geld bij elkaar kunt harken. laten we het houden op – het is een andere wereld en in die wereld woont jorge bolle niet. dat is duidelijk.
Nein, nein, nein

Zoveel niet gezegd
ongehoord gezien
willens en wetens verzwegen
de leugentjes om bestwil

nein, nein, nein
ich habe es nicht gewusst
zonder blote billen
verdammt nochmal

very irritating
papa fume une pipe
et mama fume papa
in alle talen

met hoge nood
om uiteindelijk
weer te stranden
in eindeloze discussie

over en uit
jouw piet of mijn piet
in de etalage of in de ban
arme witte man

Rob Mientjes

ook rob grijpt het thema aan om een maatschappelijk thema van een poëtisch elan te voorzien. op een zekere leeftijd – bijvoorbeeld die van mij – geloof je de bepaalde dingen van het leven wel – of er nu zwarte pieten in de bijenkorf omhoog klimmen of niet meer – het is zoals het is – De leus “Zwarte Piet is racisme” werd in 2011 gelanceerd door kunstenaar en activist Quinsy Gario – ik heb nog met hem en tegen hem geslamd – 4 woorden van Quinsy met een enorme zeggingskracht. daar heb je een dichter voor nodig – Quinsy deed het.

Goedemorgen Pom, 
Wat we vroeger zeiden, krijgen we dat nog uit de mond vandaag? Laat het maar aan dichters, wat er al of niet van komt. Goed weekend weer! 
Groet, Frans


Zeg maar niets


Niet wat voor in de mond 
maar het achterste van de tong
dat alles van vroeger bewaart


het vraagt om een diepzinnig gesprek
om weer tot elkaar te komen
met wie je na tijden terugziet


die je eerlijk in de ogen wil kijken
om te zeggen wat je op je hart hebt
maar slikt de woorden schoorvoetend in


om wat er verscholen ligt
die je met al je gedachten niet boven haalt
vragen die je over eerder nog hebt


alsof er toch een grens getrokken 
drempel waar je lastig overheen stapt
de lippen van het verleden op slot 


© FT 31.10.2026

Frans brengt de aarzeling goed in beeld. of inderdaad alles altijd maar gezegd moet worden. soms reinigt het vertroebeling soms is het beter om het verleden aan het verleden te laten – een gedicht gedrenkt in de wijsheidsdrank der jaren.

De onzegbare droom

Nu de nacht in gaat zeggen we tegen elkaar 
hou je mond tijdens het dromen maar
tot we wakker alles willen vergeten 
om zo niks meer van slapen te weten


de onzegbare droom zullen we laten 
door er niet over te willen praten  
omdat de nachtmerrie onze angst bewijst
en naar langzame stille lippen wijst  


zelfs als dat de ochtend vertraagt
omdat de ander om het verhaal vraagt
dat nooit meer zal worden verteld
het wordt inmiddels stil voorspeld


wat de nacht teweeg bracht
zodat er niet gesproken wordt
is de duidelijk zwijgende kracht
van de droom zonder zin en woord.


Rik van Boeckel 
31 oktober 2026

dit lijkt me typisch een tekst voor een met passie en zeggingskracht gebrachte muzikale compositie van Rik – uiteraard ritmisch verantwoord.






als sneeuw

soms lijkt het
alsof woorden hun adem verliezen
door het rumoer van de wereld
of langzaam verbleken onder
een hemel die steeds warmer wordt
dan krijgen zinnen korte lontjes
worden nieuwe woorden gesmeed
of nestelen zich voorgoed
in onze mond
en als een oud woord
plots langs mij heen strijkt
denk ik: wauw—

maar soms heel soms
valt ieder woord als sneeuw
en wordt het doodstil

Magda Haan

een toch wel mooie overdenking der dingen – in de regels van Magda verdwijnt het rumoer van de wereld regel voor regel in een sneeuw van stilte. dichter heeft er nauwelijks 15 regels voor nodig om de lezer tot stilte en bedaren te brengen.
de rockdichter): tijd vliegt echt heel snel….zondag ter pom dus nu en meteen goed en wel…de wedstrijd die geen…maar wel’n thema…’et ongezegde of zo…wat kan gezegd wat kan nooit meer…laat me spreke en ik zeg’et met muziek in me hoofd muziek die liefde is altijd van liefde is en intens zodat geen woord hoeft gezegd of niks nog uitgesproke moet…de muziek speelt door me heen…zolang’et liefde is is me alles zo heel mooi en voel ik’et bloed in me strome zoas’n dans

 

 
“muziek op ongesproke woorden”

 
(met oogjes toe)

 
ik wandel paadjes
met rondfladerende vlinders
in gele strepe
wolke door zon

 
en spreid me hande
de vlinders rake me aan
ik zie….

 
de liefde van/uit me drome
ze kleedt mij
hangt om mij
ze streelt

 
we verstrengele vingers
zacht aan elkaar
gaan zinge
late kusse op onze lippe
dartele aan elkaar

 
we voele’n vertelsel
’n sprookje

 
zo klinkt de muziek
op ongesproke woorde
die we zijn

 
© luk paard

bij Luk Paard is het elke zondag feest – elk thema eindigt gewoon in heerlijke en damesrijke vrijpartijen – de lichaamstaal die Luk onder de knie heeft – heeft hij ook boven de knie. en elke keer brengt het lezen van een LUK gedicht mij een brede glimlach op het gezicht. vergeet de paracetamol lees luk!

zoals zij altijd op afstand 
stiekem naar mij kijkt
druk in gesprek met anderen
op weer zo’n saaie reünie  

we hebben nooit een woord gewisseld

eigenlijk moet ik je toch eens vragen 
nu ik je weer elke maandag zie 
of je het met haar vaak over ons 

misschien maar beter ook
om dit onderwerp te mijden

anke labrie
(2026)
  
ook anke komt tot de conclusie om de woorden soms maar te laten waar ze zorgvuldig opgeslagen liggen – om ze binnen te houden. blijkbaar gebiedt de wijsheid der jaren soms het zwijgen of het verzwijgen. dat het toch maar weer eens gedacht is – en beschreven –  lucht ook op.

Share This:

een top vrijdag met jeugdliefdes – Slauerhoff en Bart Top – Zijn niet alle liefdes dwaze reizen?


In Memoriam Mijzelf
 
Door vijanden omringd,
 Door vrienden in den nood
 Geschuwd als aas dat stinkt,
 Houd ik mij lachend groot,
 Al is mijn ziel verminkt,
 Mijn lijf voor driekwart dood.
 
In ’t leven was geen dag
 Ooit zonder tegenspoed.
 Ik leed kwaad en deed goed;
 Dat is een hard gelag.
 Nu, in verloren slag,
 Strijd ik met starren moed.
 
Bedekt met sneeuw en ijs,
 Getooid door menig lijk
 Van wie de dwaze reis
 Deed naar mijn innerlijk,
 Eens vroeg licht als Parijs,
 Nu ’t poolgebied gelijk.
 
Ik laat geen gaven na,
Verniel wat ik volbracht;
Ik vraag om geen gena,
Vloek voor- en nageslacht;
Zij liggen waar ik sta,
Lachend den dood verwacht.
 
Ik deins niet voor de grens,
Nam afscheid van geen mensch,
Toch heb ik nog een wensch,
Dat men mij na zal geven:
‘Het goede deed hij slecht,
Beleed het kwaad oprecht,
Hij stierf in het gevecht,
Hij leidde recht en slecht
Een onverdraagzaam leven.’
 
J.J. Slauerhoff
 —————————–
Slauerhoff is een van mijn eerste jeugdliefdes onder de schrijvers. Lucebert, Paul van Ostayen en Henriëtte Roland Holst – van der Schalk horen daar ook bij.
De verbetenheid van dit gedicht kon mij als droogstaande puber zeker bekoren. Nu ik al veel ouder ben dan ‘Slau’ kon worden, bezie ik mijn leven aanzienlijk milder dan hij deed. Toch denk ik regelmatig aan de strofe: “Getooid door menig lijk/  Van wie de dwaze reis/  Deed naar mijn innerlijk.” Dat denk ik vooral als er weer eens een einde is gekomen aan een liefdesrelatie. Zijn niet alle liefdes dwaze reizen?

BART TOP

Share This:

VON SOLO – We hadden afgesproken dat zij in het grote bed zou slapen en ik in het stapelbed.


Het was een bewogen zaterdagavond geweest. Vermoeid lag ik onderin mijn
stapelbed. Boven leek me niet verstandig. De jaren zorgen er voor, dat ik meestal
minimaal één keer per nacht mag gaan afwateren. Zeker na veel bier. En ik had geen
zin om uit een stapelbed vallen en mijn nek te breken. Een paar meter verderop
hoorde ik hardop lachen.

Eerder die dag waren we aangekomen. Ik was op stap met een jonge vrouw, omdat
dat zo uitkwam. Op mijn leeftijd kan dat. We zouden allerlei feestelijke festiviteiten
aflopen en daarna in een betaalbaar hostel ons intrek nemen voor de nacht. Er was
geen sprake van romantische intenties. We hadden afgesproken dat zij in het grote
bed zou slapen en ik in het stapelbed. Alvorens de stad in te gaan schikten we ons
op. Ik smeerde rijkelijk schmink op mijn gezicht en zij trok een doorschijnende jurk
aan met ondergoed eronder.

Tot mijn opluchting trok ze een lange jas aan over haar weinig verhullende kledij. Dat
zou in ieder geval op straat leiden tot een stuk minder gedoe. We verlieten ons hostel
en liepen richting de stad. Ik had mijn capuchon opgedaan, zodat slechts de
oplettende voorbijganger mijn witgekalkte gezicht zou zien. Ze moest telkens lachen
als mensen mij toch opmerkten. Het is grappig hoe mensen soms niet weten hoe ze
om moeten gaan met wat ze waarnemen.

Aangekomen op de feestlocatie konden de jassen weer uit. Met mijn witte gezicht
had ik meteen de aandacht te pakken van iedereen. Zij ook met haar doorschijnende
jurk. Vrouwen keken vol jaloezie. Mannen keken ook. Mijn reisgenote bleek een
sociaal begaafd wezen, dat binnen tien minuten een hele schare manvolk aan zich
wist te binden. Ik liet het en wijdde me aan andere bezigheden. Half de avond was ze
met zes man vertrokken. Ik stuurde haar nog een berichtje voorzichtig te zijn. Het
was een wat ongelijke verhouding, naar mijn toescheen.

Op een gegeven moment keerde ze terug. De kroeg was bijna leeg. Samen met een
vriend dronk ik nog wat. Bij binnenkomst werd ze meteen weer omsingeld door de
overgebleven aasgieren. We hielden het van een afstandje in de gaten. Waar in het
begin van de avond de mannen nog een zeker decorum aan de dag hadden gelegd,
was daar nu weinig meer van over. Het proberen ‘op de bek te pakken’, suggestieve
praat en natuurlijk betasten. Op een gegeven moment stond ze naast een man, die
zijn arm om haar nek deed, als ware het een wurggreep. Typisch haantjesgedrag. Hij
bleef haar ook maar drankjes geven.

Toen de gorilla op een gegeven moment op toilet was, nam ik haar even apart en
adviseerde haar, dat we beter zouden vertrekken. Ze wilde nog even blijven. Nog
heel even. Mijn verstand won het van mijn drankzucht en ik maande haar dat we echt
beter zouden vertrekken, voordat alles lelijk zou lopen. Ze keek me wat onbegrijpend
aan. Toch moet er iets in mijn ogen zijn geweest, dat de doorslag gaf. Ik hielp haar in
haar jas. De alfa man was weer terug en riep dat er nog een whiskey voor haar
stond. Ik liep naar de bar, pakte het glas en sloeg het in één teug achterover en
bedankte.

We liepen, zonder verder nog wat te zeggen, naar buiten. De nacht in.
De weg naar het hostel was bezaaid met losliggende stenen en wortels van bomen,
die spontaan leken opgeschoten te zijn uit het trottoir. Maar we haalden het. Terug op
de kamer poetste ik mijn tanden en ging in bed liggen. Vanuit de badkamer hoorde ik
geluiden, die duidden op een zich herhaaldelijk louterende maag. Even later hoorde
ik haar naar bed schuifelen. Ze moest lachen. ‘Hé, één van die gasten heeft nog een
berichtje gestuurd. Of ik een foto van m’n tieten wil opsturen als ik op hotel zou
aankomen. Ik ga hem nu blokkeren.’ Nu moest ik ook lachen. Mannen zijn triest volk.
Tevreden draaide ik me om en ging slapen.


VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST
Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl 

Share This:

PLOOS – Dat jonge gouden kind


Dat jonge gouden kind

dat zit op zaterdagen hoog te paard
haar vader zadelt
haar moeder tuigt
en zij wordt opgeheven

dan heft ze haar gering gewicht

glanzend is het paardenhoofd en imposant
het buigt zich even naar het kind
dat trots haar lichaam recht
de leidsels vat en simpelweg dat grote dier
in haar beweging zet
de telgang contrapuntisch volgt
en ’t zo met laarsjes, hand en billetjes
haar wil oplegt

PLOOS
Juli 2012
Voor Emmy Driever

Share This:

Peter Posthumus – …misschien wel nooit


Met enkel woorden
is nog nooit iets opgehouden
en gedachtes maken
nergens een einde aan
wat losse zinnen
doen er niet zo toe


en schrijven daar is zeker
nog niets mee gezegd
gestolde taal, wachtend
op een lezer die
soms of ooit


maar dan politici
die doen iets door het te zeggen
jammer heeft dat steeds vaker
iets van niet dit maar dat
en dus misschien wel nooit.

Peter Posthumus

Share This:

Rob Mientjes – laat het paars licht voor ogen schijnen….


Polonaise aan het lijf



Rust regelmaat reinheid
ingrediënten voor balans
met paplepel ingegoten
roomser dan de paap


aan lijf flink polonaise
en niet alleen tussen de oren
pomp de body op
met halters en gewicht


ren en roei
aan lopende band
tong op de schoen
en zweet in nek


laat het paars
licht voor ogen schijnen
adem in adem uit heel langzaam
voel en hoor het hart bonken


omarm jezelf
met geest in rust
klaar voor poëzie
hersenstil in vacuüm 


Rob Mientjes

Share This: