Koeien zijn slimme wezens net als varkens maar niet op alle dagen van het jaar het zijn ook maar dieren ze komen overal voor zelfs in Dokkum en Sint Agatha Dokkum bekend verondersteld van Elfstedentocht en van Koningsdag Sint Agatha kent echter niemand tenzij kruisheren je iets zeggen in het Land van Cuijk aan de Maas waar koeien altijd oranje boven zijn eigenlijk oranje overal zoals de stier in de grotten van Lascaux waar deze koe me aan deed denken alleen stond deze op een verkeersbord naast de ingang van klooster Sint Agatha ook in Nederland zijn koeien heilig en al helemaal voor mij love them
met dank aan de koningin van poëtisch Texel Karin Beumkes voor de dichterlijke inspiratie – zo net voor moederdag en koningsdag – de enige echte koninginnedag vieren we natuurlijk vandaag op de pom. dank aan de dichters die inzonden – Frans Terken en zijn woorden van liefde in een levenslang eerbetoon en Anke Labrie met haar indringende ontwapenende en het leven in de schaduw overwonnen woorden – delen vandaag het eremetaal. van harte!
het masker is voorgoed verdwenen zo nabij kon ik nog nooit ik houd haar hand nog even vast die nu pas mijn warmte kan ontvangen
deze blijkt mijn leven lang ondanks alle barre winters toch ergens te zijn opgeslagen
voor het eerst geen u ook moeder past hier niet hier ligt een doodmoe kind dat altijd groot moest zijn
zacht fluister ik haar meisjesnaam
anke labrie
een bijna schokkend tafereel – een besef – een overweging die aankomt bij de lezer en binnenkomt bij de ik-persoon van het gedicht. de leeswijzer is in de eerste regel gegeven – we kunnen veel ophouden maar daar houd je altijd wat van over.
Goedemorgen Pom, Mooi om je bij de koningin van Texel te zien, ze houdt de belofte levend!
Koninklijke groet, Frans
Glans
Hoe je hart zich openstelt de klop zwelt aan bij het zien van zoveel tederheid de hand over het oude grijze haar
strijkt de herinnering boven dat grootse van hoe je bewoog sierlijk en toch daadkrachtig tot je in rimpels verdronk
als een vlies over vroeger lippen die blonken van levenslust zoals ze elke ochtend gekust
de glans van gouden jaren nog in een foto aan de muur de belofte van toen waargemaakt
de herinnering beschreven in woorden van liefde – de foto aan de muur die nu in een poëtisch licht wordt geplaatst – die wonderschone tweede strofe ook:
strijkt de herinnering boven dat grootse van hoe je bewoog sierlijk en toch daadkrachtig tot je in rimpels verdronk
André Heijnekamp – lief
Karlijn Groet – ..en voor
Rob Mientjes – beloven doe ik niets meer
Rik van Boeckel – Dansen met jou ..
Frans Terken – de belofte van toen
Luk Paard – de ure late we ongeteld
Anke Labrie – zo nabij kon ik nog nooit
Cartouche -je sprekende ogen
MartinB – geen onderwerp
en zie daar de zondagochtendwedstrijd – wie wint de enige echte virtuele belofte -trofee op pomgedichten.nl – de poëzie koningin van Tessel – zij die nog als enige in ons land koninginnedag mag vieren – en wij vieren het met haar mee – lees ook dat prachtige eerbetoon aan haar moeder – Karin Beumkes is onze liefdevolle inspiratiebron voor deze week – voor dit weekend in de zondagochtendwedstrijd – welke grootheid, welke liefde, welk eerbetoon of welke bijzonderheid belooft U aan ons lezers? – lieve dichter – we lezen u – wij lezen het zo graag. u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
Belofte
`t Wordt buiten kouder en de ballerina`s van de zomer maken plaats voor de diva`s van de herfst.
De bolle spinnen walsen op het rag en ergens op de wereld begint Maria Callas een herderslied te zingen.
Het geluid van onze radio draagt ver de stem zingt van haar bladwerk uit ledergebonden boeken mijn mamma gaat de dikke bramen zoeken noemt de krekeltjes cicaden olijfgroen is haar hoed.
En als mijn mamma sterft hoef ik niets van haar te erven ik zal haar lippen verven omdat de engelen in de hemel zo dol op mooie doden zijn.
ik wil niets anders dan zien hoe de wolken zich gedragen en over elkaar schuiven
niets anders dan in het zand liggen en luisteren hoe de golven op ons afkomen
niets wil ik anders dan een fles witte wijn de volle belofte nog die enorme heerlijkheid
over indringend gesproken
pom wolff
Lief
Alles wat we meenemen zit weer in andere kasten het zand onder de schoenen is hier vette klei.
Je jas is dikker geworden je stappen kleiner in de dagen die zo kort lijken door de zon die eerder onder gaat.
Je wilde niet weg van de plek die in een foto album ligt ik heb de beelden meegenomen en ze naast je bed gelegd.
Vanavond blader ik tot je slaapt ik zal de dekens toe stoppen je voorhoofd kussen en zeggen welterusten lief.
André Heijnekamp
zonder meer een lief gedicht – feel good poëzie – ik schrijf de waardering op zonder enige vorm van cynisme – want ik houd van feel good poëzie – de strofen laten nog genoeg te raden over – wat is er aan de hand met deze lief die eigenlijk niet naar die andere plek wilde verhuizen. en welke plek is bedoeld? wellicht is hier een moeder beschreven die een plek heeft veroverd in een verzorgingstehuis.
karlijn groet die de eigen woorden liever loslaat in liedjes tegenwoordig – liever dan in de prachtige gedichten van haar hand in schrift. het is een keuze. een lied vol gulzigheid – iemand – die geliefde – noem het geen liefde – zingt alex roeka – wordt met huid en haar verorberd – nou ja die wens is te lezen in de wellustige woorden van de singersongwriter in een wel lustig tafereeltje.
Apollo gone
Vlieg naar de maan riep ik hem nog toe ik geloof je niet hij had ze juist gebracht de muntjes waar ik om had gevraagd mijn ongeloof is daar getart voor eeuwig de twijfel geworteld een jeugdig trauma
hij had ze daadwerkelijk gebracht de munten die ontbraken Apollo 11, 12, 13 weet ik veel het deed er niet meer toe de hele collectie moest ik weggeven want beloofd is beloofd sindsdien geloof ik iedereen beloven doe ik niets meer
Rob Mientjes
het verzoek aan de dichters was: welke grootheid, welke liefde, welk eerbetoon of welke bijzonderheid belooft U aan ons lezers? een jeugdtrauma beschreven – ieder kind heeft wel iets of een voorwerp dat nooit verloren mag gaan en toch verloren gaat – een gedicht om terug te gaan naar de jaren van vroeger, de herinnering aan pijn.
Goedemorgen Pom Ik ben geïnspireerd door haar gedicht en ben ook vaak op Texel geweest.
Het trouwe eiland
Dansen met jou geeft ons trouw mooie diva van de poëzie de tijd laat ons soms rusten tijdens deze dagen vol betekenis
De Koog en Den Burg zijn bekend op het eiland dat iedereen verwent elk jaar onder de zon op het strand van dit gelukzalige weelderige eiland
fietsen naar het noorden brengt ons naar De Cocksdorp een van de geliefde oorden om samen te zijn en te genieten.
Rik van Boeckel 25 april 2026
een eerbetoon aan de enige echte koningin van de poëzie – karin beumkes – en aan dat eiland ook
En als mijn mamma sterft hoef ik niets van haar te erven ik zal haar lippen verven omdat de engelen in de hemel zo dol op mooie doden zijn.
Karin Beumkes ja wie zo kan schrijven maakt zichzelf in de wereld van de poëzie onsterfelijk.
(de rockdichter): de zondag en dus draaf ik ter pom…u kent’et….en nu de lente echt is en alles dan toch mooier…ik hoor al hoe vogels zich nestelend bezig zijn…zie mooie lichtblauwe wolkjes…hoor’n bij…voel hoe liefde ja lentelief hoe lief…en dat’k haar bezing omdat’k ook romantisch kan toch…’et mag gewete zijn….oh dans zo jij lentelief
“ lentelief “
dans je dartel om me heen lichtvoetig en graai naar mij plof je hande in me buik grijp de vlinders
laat ze uit me weef ze om ons we late ze de tijd drage en fladdere saampjes dartel net asof’et lente is uit ons ontstaan
geurend kleurig vlinder me vlinder ik jou vlinder ons
we strele lente tot elkaar de ure late we ongeteld
luk heeft zijn eigen bijsluiter al geschreven – scheelt werk op de vroege zondagochtend – wie ben ik om de woorden anders te zien. de bijsluiter als een gedicht op zich:
ik hoor al hoe vogels zich nestelend bezig zijn …zie mooie lichtblauwe wolkjes …hoor’n bij…voel hoe liefde ja lentelief hoe lief… en dat’k haar bezing mdat’k ook romantisch kan toch…’ et mag gewete zijn…. oh dans zo jij lentelief
Nooit genoeg
geloofd heb ik je en geprezen de hemel in van top tot tenen, hoger reiken kon niet dan golven, hun kracht – als druppels die rots uithollen – die oevers weet te verzachten
samen oplopen langs het water, dagen zonder einde maken, een nieuwe lente niet om zon verlegen, je sprekende ogen een belofte – van lang leven
eeuwig blijf ik in gebreke
25-05-2026 / Cartouche
dichter doet in ieder geval een poging om de eeuwigheid hier in het gedicht te bezweren – ik weet niet of de laatste twee regels hier wel hoeven. zonder die regels krijgt de lezer meer ruimte om aan die prachtregels van de dichter aan het einde van het gedicht een eigen verhaal te denken: een nieuwe lente niet om zon verlegen, je sprekende ogen een belofte – van lang leven
james wright
hij schrijft te laat
man met handen vol nacht die nergens passen
een stilstaand paard in sneeuw
niet dood verklaard wel verdwenen
woorden in de mond die niets meer uitvoeren
liggen nog even
meer niet
MartinB
altijd een beetje in de contramine onze B – hebben we eindelijk een onderwerp mailt hij ‘geen onderwerp’ – hebben we eindelijk de meest begenadigde schrijfster der lage landen te gast – de beum van texel – komt B aanzetten met die wright – die gezien wordt door velen als de allerbeste VS auteur die ooit geleefd heeft op dat continent. zeggen ze van wright dat ie kon schrijven weet B dat de man nog geen dood paard uit een sloot weet te trekken of anders dat de goeie man geen paard in de sneeuw in beweging weet te krijgen. alsof de lammetjes op texel daar boodschap aan hebben. ik moet B toch waarschuwen – er loopt een schrijver op texel rond die nog niet klaar is met B. verder grappig dichie.
Dit is het randje dat alles draagt het is een dun randje hier en daar zie je corrosie misschien houdt het niet maar tot nu toe gaat het goed het is een sterk randje het draagt alles het tilt feitelijk de constructie op houdt het boven de grond houdt het van de grond het is een dragend randje zo sterk je kijkt er eenvoudig overheen moet je nagaan met de machines van toen en toch zo degelijk wie is hier niet zonder besef overheen gelopen
Eind jaren negentig pakte ik regelmatig de trein vanuit Utrecht naar Arnhem. Daar aangekomen, nam ik dan de bus naar Schaarsbergen. Daar in het bos lag de psychiatrische instelling, waar mijn toenmalige vriendin haar opleiding deed. Ze woonde daar in een soort betonnen blokhut, samen met een andere verpleegster in opleiding. Als ik aankwam was ze aan het koken. Daar was ze niet goed in. Als ik geluk had compenseerde ze me na de maaltijd, met wat wel haar grootste talent was. Sowieso rookten we wiet, voordat ik terug over het beboste terrein naar de bushalte liep en de bus naar Arnhem weer pakte. Mij vermoeide ogen staarden dan in het donker naar de bomen, die er allemaal hetzelfde uit zagen.
Op Arnhem moest ik dan nog een half uurtje wachten op de trein terug naar Utrecht. Aan het busplein zat een tentje dat de TEJO Snacks heette. Daar ging ik dan naar binnen en kocht een hamburger met mayonaise voor twee gulden vijftig. De burger werd niet gegrilld, maar gefrituurd. Gezeten in het schrale, gele licht en het donker eiken interieur verorberde ik dan mijn burger. Na het eten eerder op de avond, was dat een traktatie. Iets om voor terug te komen. Dan pakte ik de trein weer naar Utrecht.
Vanaf Utrecht Centraal nam ik de trein naar Overvecht. Het was vaak tussen elf en twaalf. Op het station was het dan al rustig. De rit duurde vijf minuten. Uitstappen daar voelde altijd als thuiskomen, ook al logeerde ik slechts bij een vriend. Hij woonde in een kolos van een betonnen studentenflat, die we de bunker noemden, op de zestiende verdieping. Hij was altijd nog wel wakker en zat achter zijn computer. Als ik binnenkwam, praatten we wat en rolde hij nog een joint als ik geluk had. Ik keek dan nog even uit over de lichtjes van de stad. Na twaalven gingen we dan slapen. Ik in een slaapzak op de tapijttegels. Zonder matras, want daar werd je hard van. Dan was ik gelukkig. En voelde me veilig. De volgende dag stonden we dan weer op en gingen naar onze uitzichtloze stages. Maar dat was niet erg. Er was tijd genoeg en het werd altijd wel weer vrijdag.
Afgelopen maandag stapte ik uit op Arnhem Centraal. Het gevoel, dat er altijd nog een onbekende toekomst zou zijn, voelde vertrouwd.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
Het is niet aan mij om een recensie te schrijven. ik kan niks – Ik kan geen postzegels verzamelen, geen gitaar spelen, niet zingen – vrij naar paul van ostaijen – ik bedoel wie reyer zwart gisterenavond in de kleine komedie 020 gitaar hoorde spelen dient te zwijgen of uit volle vervoering en euforie luid uit te roepen – ‘wat was ie goed. de begeleider van Aléx Roeka in zijn premiereshow OP DRIFT. het is ook niet aan mij om een recensie te schrijven – ik ben al zo erg lang fan van Alex Roeka en net als bij het premierepubliek gisteren kan ie niet kapot. en wie zo mooi als hij MOZART kan zingen kan ook niet kapot, mag ook niet kapot – al is ie in de 80. zingen over de liefde ook natuurlijk – vooral over de liefde die voorbij ging – ‘wil je voorzichtig zijn’ en ‘ik mis je’ – nou ja de echte fans weten genoeg. dit mag nooit ophouden – en DIT is ALEX ROEKA.
maar toch: u voelt het aankomen. ik zag roeka in zijn voorlaatste show in – ja hoor – hoofddorp – ik zeg hoofddorp en erger dan hoofddorp bezoeken bestaat niet en ik zag een werkelijk grandioze gedreven – volkomen op drift geraakte alex roeka in november 2025 in zijn show Nachtcafé en met dat beeld nog in mijn hoofd betrad ik gisteren het prachttheater aan de amstel in 020.
de premiere voorstelling had zijn naam mee: ROEKA OP DRIFT. en waar het ook aan gelegen heeft – ik zag niet de roeka die nog in mijn hoofd op zijn hoofddorps rondspookte – wel dezelfde afwisseling als toen – verhaaltje – song – verhaaltje – maar in een net te obligaat toneelbeeld en in een net te uitgeblust optreden – gelukkig hebben we Mozart nog en Rijer Zwart – en gelukkig hebben we ook Alex Roeka nog. 80 procent roeka is nog altijd 2000 procent meer liedjeszanger dan wie dan ook in nederlandse poëzie over de liefde over het leven en over een onstuitbaar verlangen zingt.
als een vorstin gedraagt zij zich zij komt en gaat naar eigen zin doet wat ze wil zonder enig overleg eist bediening op door haar gewenste tijden dat alles met koninklijke vanzelfsprekendheid
vrijwillig heb ik me tot haar slaaf gemaakt open de deur als zij naar buiten gaat geef haar het eten dat zij eten wil dat alles door haar aaibaarheid en ’t zachte spinnen van tevredenheid
In de Zotte Lambiek te Teuven is het goed toeven. Gelegen in het midden tussen drie prachtige steden. Aken, Luik, Maastricht. Allen op een afstand van 20 kilometer. De Voerstreek is het waar biercafé de Zotte Lambiek zich bevindt. Een plek om te koesteren in een dorp dat je normaal snel zou passeren, een plek gelegen aan een wat verloren grijze straat het dorp uit. De aankondigingen op de buitenmuren van het café zijn daarentegen kleurrijk en schreeuwen je ludiek en luid naar binnen. Ze maken meteen nieuwsgierig en dorstig.
Binnen zijn de muren volgestouwd met anekdotes en teksten op zijn Suske en Wiskes en bovenal op zijn Lambieks. Het is meteen duidelijk. Hier raak je vervoerd en gevoerd door bier. Talloze biertjes. Met tekst en uitleg op verzoek van een ietwat warrige charmante gastvrouw en een onvervalste biersommelier die eigenlijk liever drumt. Je kunt maar passies hebben.
Soms tref je zo van die kroegen waar je je meteen thuis voelt. Die past gelijk een warme jas. Waar je niet meer weg wil. Waar het geluk je toelacht. Waar weinig woorden nodig zijn om dat te delen. Met een goed glas, een goed verhaal en een goed publiek. Waar kunstenaars en ambachtslieden, een verdwaalde toerist en dorpsgenoten elkaar warm ontmoeten. Buiten in een keet of aan het kleine terras, aan een kabbelend watertje met twee Belgische werkpaarden in de wei die nieuwsgierig komen spotten. Zomaar ergens in een door god verlaten straat, een achteraf cafeeke. In de Zotte Lambiek. Om nooit te vergeten. Wat een ambiance.
Soms treden volkomen taalkrankzinnigen op in Eijlders (dichtmiddag)- nouja ik bedoel mensen die je wenst dat ze worden geholpen – maar ja de zorg is niet wat de zorg is geweest –
ik zei nog tegen karel – is er nou niemand die het durft te zeggen – spoedopname – niet aarzelen – de totale onzin minutenlang het publiek ingejaagd – als je naar de uitgekraamde teksten luistert weet je hoe totale onzin onder het mom van poëzie de wereld ingeslingerd wordt. is er nou niemand die tegen de dames jolies heij en ma ter haar zegt – laat u opnemen – neem de aangereikte kalmeringstabletten – luister goed naar de opdrachten van de psych en houd alle tekstentroep voor u zelf – nou ik wel hoor. overal waar ook maar iets van poëzie wordt georganiseerd zitten ze al een uur van te voren met hun pootjes omhoog en smachtende blikken te wachten totdat ze hun zo eigen totale taalkrankzinnigheid kunnen etaleren. dat het gezegd is. dat deze taalterreur mag ophouden