Ali Şerik gastdichter deze zomer op pomgedichten.nl over kleine vrouwen – zijn als vlinders, hun haren de zeewind,…
Kleine vrouwen hebben kleine tranen
maar hun tranen zijn diep.

Kleine vrouwen
Ze lijken op kleine appels die hangen
aan hun takken. Kleine vrouwen hebben kleine tranen
maar hun tranen zijn diep. Kleine vrouwen
hebben kleine handen, kleine voeten
die alle last moeten verplaatsen.
Maar hun benen zijn sterk
om hun bezopen mannen naar huis te dragen.
Je weet nooit wanneer kleine vrouwen komen,
wanneer ze vertrekken uit de schoot van het leven.
Ik geef om kleine vrouwen, omdat ze sneller
bang zijn in het donker. Kleine vrouwen
zijn als vlinders, hun haren de zeewind, hun stem
de waterdruppels op de beek. Kleine vrouwen
zijn de paar zinnen van een kort gebed.
Dat je uitspreekt op het mooiste moment.
Ik geef om kleine vrouwen, als ik zie
hoe ze grote vrouwen troosten, hoe ze kinderen baren
die mettertijd als bomen om hen heen staan.
Hoe ze van een huis een nest maken.
Ik geef om kleine vrouwen
als ik zie hoe bedroefd ze kunnen zijn. Hoe verslagen,
hoe in elkaar gezakt, hoe vernederd, hoe teleurgesteld
ze kunnen worden. Hoe ze elke dag opnieuw opstaan,
elke dag sterker, ik hou van ze.
Ali Şerik
Rob Mientjes – paniek – zwarte zon – asfalt smelt
Jan Anton Gilles over die prachtige onschuld

Ik probeer op een bericht van Pom Wolff te reageren ivm zijn kleinkind, ik had een gedicht geschreven:
Lach je nog wel eens
lieve meid
niets meer van je gehoord?
huil je soms
nog zachtjes
om die kleine dingen
kus je nog
teder en zacht
zoals vroeger
toen je dat dacht
of zijn de haaien
ook bij jou op visite geweest
ik bel je wel,
als de katten janken
bij rosse maan.
Jan Anton Gillis
Dit in verband met zijn kleinkind, dat hij elk moment zich moet realiseren dat het zo vlug voorbij is die onschuld
het weekend in met Ditmar Bakker – violen snellen en de tranen komen… en met het portugal van Rik van Boeckel

we lezen een van de toppers van deze site – het zit niet altijd mee is geloof ik niet de meest correcte samenvatting van de inhoud:
De Herleving
Vivaldi op de speakers–duivels hard
heb ik jou daarnaast vroeger vaak genomen
op ’t brede bed, in een fraai samenstromen
van hoofd, en hiel, en ziel, en ook het hart.
Dat is niet meer nu–en de tijd gaat hard;
violen snellen en de tranen komen
om alle onvervulde toekomstdromen:
waar bleven ze? Je denkt…je hart verhardt.
Niets troost je, ’s nachts, al woedend in het bed.
Je vreet haast niets dan bier & broodjes shoarma.
Een zielloos scrollen op het internet,
een overgave aan de psychofarma.
Een einde als altijd is, strijk & zet:
je wijt het aan zijn diepverkankerd karma.
***[D.B.]

Ik heb veel gewandeld in Lissabon. En heb dit boek van Dirk Lambrechts bij me:
Fado.De tranen van de Taag.
Heb in Lissabon het Fado Museum bezocht
en daar filmpjes gezien van fado artiesten zoals Mariza en Carlos do Carmo. Ben ook in de Clube de Fado geweest.
Hier mijn gedicht over de muzikale fado werkelijkheid.
Met dichterlijke groet
Rik van Boeckel
De muzikale fado werkelijkheid
Portugal weerspiegelt het fado land
in liederen vol weemoedig gevoel
fado kan verdrietig of vrolijk zijn
de uitdrukking en uitdaging van saudade
weemoed, verlangen en heimwee zijn niet gênant
dat is het door fadista’s bereikte doel
de zinnen door hen gezongen zijn fijn
de vertelde verhalen zijn moeilijk te raden
de tranen van de Taag stromen langs Lissabon
wandelen langs de rivier met de mooie kade
geeft luisterende bezoekers deze gelegenheid
als zij zijn verwarmd door de stralen van de zon
gaan zij via Mouraria naar Alfama op zoek naar saudade
in café’s en het museum van de muzikale fado werkelijkheid.
Rik van Boeckel
13 augustus 2026
en ook nu weer een TOP vrijdag – Bart Top: Lucebert: over spijt en zwijgen

Spijt
De grijze geleerde
feilloos citeerde
Achter heggen echter
treiterend kussen en hijgen.
Dit epigram van Lucebert uit 1959 was in mijn jeugd een van mijn favoriete gedichten. Ik, die voor ‘verstrooide professor’ uitgescholden werd, wilde het liefst ook achter die heg, vermoed ik.
Een meer omstreden gedicht van de inmiddels ook omstreden dichter waar ik fan van was en ben, kan nu niet meer – vanwege het N-woord. Maar het is juist cruciaal in wat ik wil zeggen. Dit gedicht dus:
Er is een grote norse neger
Er is een grote norse neger in mij neergedaald
die van binnen dingen doet die niemand ziet
ook ik niet want donker is het daar en zwart
maar ik weet zeker hij bestudeert er
aard en structuur van heel mijn blanke almacht
hij morrelt wat aan halfvermolmde kasten
dat voel ik – splinters schieten door mijn schouder
nu leest hij oude formulieren dit is het lastigst
teveel slaven trok ik af van de belasting.
Lucebert stond te boek als antikoloniaal en steunde de strijd tegen apartheid in Zuid-Afrika. Pas na zijn dood, in 1999, kwam uit dat hij zijn leven lang één ding verzweeg: zijn tijdelijke enthousiasme voor de nazi’s, als jongvolwassene aan het begin van de oorlog.
Waar Leo Vroman een oneindige bron van poëzie ontleende aan zijn gruwelijke oorlogservaringen als slachtoffer, was bij Lucebert het verzwijgen van een zwarte bladzijde een mogelijke verklaring van zijn schrijfdrift. ‘Spijt’ is in beide gedichten een thema. Daarnaast duiken overal in zijn gedichten geheimen op, verzwegen kwesties, zonder openlijke verwijzing – want GEHEIM! – naar zijn eigen geschiedenis.
Een heel leven lang wist Lucebert dat niet alleen hijzelf, maar ook sommige vrienden, zijn omgeving, betrokken waren bij dit zwijgcomplot. Dat de bom pas na zijn dood barstte, is verbazingwekkend. Nu de bom gebarsten is, is veel van zijn poëzie wel leesbaarder geworden, omdat we vermoeden waar hij voortdurend omheen draaide en van weg wilde blijven – denk ik.
Bart Top
Peter Berger – Ik kon het niet laten. Het is een drang die in mij woont…

Ik kon het niet laten. Het is een drang die in mij woont. Moonen naar de eclipse. In de akker hiernaast. Zo van: Nananaaaah. Billen bloot. Jeweetwel in welke richting. Wat jij kan, kan ik ook. Wel verdiend wat mij betreft. Want ik heb mijn portie wel weer gehad. Vandaag.
Er moest een extra houthok komen. Per se. De kubieke meters van het voorjaar kan ik niet meer kwijt. Naast het bestaande roestige met brandhout volgepropte bouwwerkje is nog wel plek. Op rechts. Onder de eikenboom. Stalen bielzen. Houten liggers. Golfplaat. Ik heb het allemaal liggen. In de schuur in de achtertuin. Ooit kippenhok. Of behuizing voor ganzen. Zoiets. Geitenstal misschien? Kortom, een lekker klusje voor onder de zon.
Het was vooral een kwestie van zweten en graven. De gortdroge klei hier is doorspekt met brokken vuursteen uit een era die bij niemand meer op het netvlies brandt. Sterfelijkheid is een onding. Graven een mantra. Er was toch een kleine onachtzaamheid. Zoals altijd. Een valkuil. Waar ik altijd feilloos intrap. Feier das leben. Eikenboom. Laaghangende takken. Eikenprocessierups.
De eclipse doet de tijdschaal wankelen. Net zoals die stenen. En de eindeloze jeuk. Ik zeg: broek op de knieën. Biljoen bultjes? Boeien.
Peter Berger
Vera Jongejan – Jaap Kamerling 80 jaar

schrijf iets over loslaten
mailde jij
aan de overkant van de straat
zag ik het al gebeuren
handje dat het vasthouden vergat
zilverkleurige ballon
naar boven gezogen
vader die net misgreep
samen verloren kijken
en weer die tranen
van vroeger
2
jezelf loslaten
geen verleden meer nodig
weet je nog waar je woont
vroeg een politieauto aan mij
alleen maar omdat ik atypisch
’s nachts op een brug
het regende zachtjes
zichtbaar gelukkig was
3
nu we altijd van alles moeten
levend in een haastige wereld
prestatie cijfers
en steeds meer dingen tegelijk
is loslaten een daad van verzet
4
eind goed al goed
een regenboog aan geluk
nu heb je jezelf losgelaten
swingend op aantrekkingskracht
stijg je op naar grotere hoogten
( Jaap Kamerling 80 jaar)
Vera Jongejan
Rik van Boeckel op weg naar het land van de FADO

Ik vertrek weer naar Lissabon. Ik ben al vaak in Portugal geweest
en luister vaak naar fado muziek. De teksten zijn door Portugese dichters geschreven. Heb vandaag dit gedicht over fado geschreven. Heb de poëziebundel
Lisbon Poets ooit in Lissabon gekocht.
Met dichterlijke groet
Rik van Boeckel
De poëtische sleutel van fado
De saudade van Lisboa
wacht op voorbijgangers
in de Alfama en Mouraria wijken
zij wandelen door de Augusta straat
naar de Praça do Comercio
en de Taag aan de wijk Santa Maria Maior
en naar het zittend beeld
van de beroemde dichter Fernando Pessoa
in de Baixa Chiado wijk
wie zijn pseudoniemen kent
is poëtisch goed verwend
lezend in de Lisbon Poets bundel
Luís de Camões laat zijn sonnetten lezen
als de nationale held van Portugal
Amália Rodrigues zong zijn poëzie
zij is de fadista van traditionele saudade
poëzie is een van de sleutels van fado
de herinnering aan Camões,Pessoa en Amália.
Rik Van Boeckel
7 augustus 2026





