Dit zijn dubbeldikke woorden in een te dun perspectief nu bladspiegels opgaan in bewegende beelden algoritmes vertekenen en verdraaien als zijn het lachspiegels het meeste een copie van een copie van een etc. is
vertrouwen een herinnering en houvast een smartphone
en dat terwijl je niet zeker bent van wat je ziet er niet op aan kan van wat je leest en niet wijzer wordt van wat je toch al wist.
Waar is het carnaval gebleven met theater in de optocht ernst en humor over stad en dorp commedia della arte politiek op de korrel zotte onnozel in pracht en kleur
de bouw van wagens lang voordat het feest begint met kippengaas en papier-maché ballonnen maskers slingers aan de muur nostalgie gaat ook voorbij
we huren nu een wagen waarin fiets en bier gestald geluidbox dj achterop hossen springen megaluid een bol punt com kostuum dronken voor de finish is gehaald
armoe maar Fransje doet het goed in Brabant troef de Franse slag gaat zegevieren ik zeg al aaf. ..
heerlijke gedichten vandaag met op de valreep nog twee kanonnen – frans vlinderman uit het altijd weer zo mooie antwerpen en MartinB god mag weten waar hij nou weer huishoudt – hoe dan ook dank aan alle inzenders natuurlijk – geheel gelijk de olympische gedachte – 1x goud is geen goud 2x goud is pas echt goud – 2 winnaars dus -ik draag het goud op deze zondag aan ACG VIANEN en MAGDA HAAN – hoe wonderlijk zij deze prachtdichters de buitenkanten van het poëtisch spectrum bevolken met weergaloze woorden van troost angst en pijn – dank ook aan de singersongwriter zeg maar rustig ook dichter Maarten Bogaers voor de prachtige inspiratiesong. Winnaars van harte. wellicht zie ik u vanmiddag nog hier – seeyouzoen:
Dit alleen De uitbreidende leegte Voorbij het nooit
Hoe al het dat Wat zo was Nu is
Niets meer wegneemt In het gebroken Onder de hoop te verschuilen.
Acg Vianen
ACG vat het thema genadeloos samen in drie strofen met de heilige drie-eenheid van een ongewenst alleen-zijn: die enorme leegte – in het nu – en daarbij de pijn van het gebroken zijn – schitterend gedaan!
Het leven gaat niet vanzelf Valken en opstaan Zwemmen in open water Denken nu verzuip ik En doodgaan
Roeien met de riemen Soms met maar één spaan Stil staan, momentjes Gewoon genieten Simpel ondergaan
Groet Magda Haan
hoewel ik zelf niet zo van de rijm ben – vind ik het hier erg geslaagd. het stoort niet, geeft het gedicht met de beschreven ‘alleingang’ een natuurlijke ‘schwung’ en of het een verschrijving is of bewust neergeschreven – ik weet het niet – maar absoluut briljant is de wending:
Het leven gaat niet vanzelf Valken en opstaan (…)
ik heb ze ook nooit gemogen die valken – wat een kolere beesten zijn dat ook en eindelijk hebben we een dichter die de valk niet ophemelt maar laat vallen – zoals het een goed dichter betaamt. Magda schreef twee hele mooie strofen waarin bijna alles is verwoord, leven doodgaan en tussendoor nog even genieten. knap gedaan.
Magda Haan – ondergaan
Frans Terken – woorden van weemoed
Rik van Boeckel – om in het universum te verdwijnen
Rob Mientjes – het is goed zo
Cartouche – dat zou moeten, ja, maar ik kan het niet
Luk Paard – slechts de winter die
ACG Vianen – dit alleen…
Frans Vlinderman – de dingen
MartinB – ben ik alleen of
wie wint de enige echte virtuele – naar maarten bogaers – ‘ben ik hier alleen of ……’ trofee op pomgedichten.nl?de alleen-trofee!
wat te zeggen van Maarten Bogaers – singer songwriter en begenadigd comedian – schrijver van de ongekend populaire bundel ‘Ongehoorde Liedjes’ – het is die rol van ‘het leven lukt mij net net net niet’ die hij tot in de kleinste finesses beheerst – je zit op je puntje van je stoel en je gunt het hem zo graag maar nee hoor het lukt weer net net niet en dan krijg je als luisteraar een tragisch komisch liedje bij een briljant gitaarspel om in te zien dat het in je eigen leven ook maar zo zo is. het is de uitvergroting van het kleine verdriet dat ons allen elke dag weer treft.
de zondagochtendwedstrijd – u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
nee
het leek een dag als alle andere er lagen dingen op de grond een poes sloop door de tuin op weg naar wat zich voor zou doen
een hoge vrouwenstem klonk in gerinkel je zou zeggen het hoort erbij het soort vrolijkheid dat buiten zichzelf mag zijn eenmaal binnen snel verstomt
en er was een zanger die ongehoorde liedjes zong toehoorders met trillende lippen na zijn laatste regel
nee een dag als alle andere was het niet
pom wolff
Goedemorgen Pom, Mooi lied van Maarten! Mijn bijdrage voor de weekendtrofee hieronder. Warme groet, Frans
Een regel
Zoals alleen maar alleen is niemand naast je als gezel amper neerslaande weerklank als je behoedzaam je stem verheft voor het hoogste lied in je borst
klinkt het kloppen erop hol hoe de woorden van weemoed spreken als het lied van de wanden weerkaatst
dat het je nog niet lukt iemand bij je te houden enkel jouw gezicht in de spiegel een lege wereld om je heen
waar de woorden in de wind verwaaien raapt ergens iemand een regel op
het min of meer tragische lot van een pijnlijk alleen-zijn vakkundig beschreven – het prachtige beeld van de spiegel hier – erg mooi geplaatst – het gezicht enkel en alleen in de spiegel – mooi beschreven – om zo in je eentje toch nog even samen te kunnen zijn. mooie weemoedige omlijsting ook van dit spiegelbeeld.
De ballade van weemoed
De asfaltweg door het leven ligt vol regen en tranen om het heengaan
wie er blijft staan voelt zich alleen en onzeker
begint een lied vol weemoed te zingen met zinnen die herinneringen uitstralen
deze ballade klinkt zelfs verdrietig vanwege de mooie vroegere tijd
wat niet terugkeert hangt boven wolken om in het universum te verdwijnen
slechts het lied houdt de herinnering in leven snaren tintelen weemoedig alle vingers.
Rik van Boeckel 14 februari 2026
veel weemoed in dit associatiegedicht van Rik. een strofe stijgt boven alle andere uit:
wat niet terugkeert hangt boven wolken om in het universum te verdwijnen
prachtig!
Dag Pom, Gevoelstemperatuur in het Zuiden bij koude Noordenwind dankzij Carnaval net wel te doen. Toch nog even extra warme vingers halen met een gedicht. Fijn weekend nog. Groet, Rob
Body and soul
De start is zwaar even alles laten vieren meter loopt langzaam op kadans gecontroleerd in benen hoofd gebogen op stuur hartslag begint te stijgen kleine blik op tijd tempo nu even opgevoerd de benen lopen vol het ademen wordt zwaar finish komt in zicht lijf en leden protesteren de pijn neemt toe het hoofd wil scoren body and soul relax teller op meter piept de rug weer recht handdoek in de nek fles aan de mond het is goed zo
Rob Mientjes
een persoonlijke race tegen de klok lijkt hier aan de orde – Carnaval gehaald – gelukkig maar – de flessen open – of is hier de rit naar de gouden medaille van jens van het wout beschreven? of schaatst onze nationale dikke opgespoten lippen- jutta ineens voorbij – ik weet het niet. de laatste regel redt mij: “het is goed zo’.
Ben ik hier alleen..
om op de knieën onkruid uit de tuin te plukken, in het branden van de zon genieten als de zin van leven menen te zien zoals zovelen om me heen
of liefde te vinden in het klinken van applaus op een verlopen podium een schouwtoneel van zelfvertoon als haak- en breikunstenaar?
nee, ik zie meer in het minne, het stille tussen waken en dromen dat de kop opsteekt als je even omkijkt naar wat er achter je ligt, het kleine verdriet om niet
en het vele dat nog in het verschiet lankmoedig – hoe ontroerend één woord te omarmen valt zoals alleen de nacht met haar dauw en donker de dag
weet te ontbloeien – als aarde een bloem als krans kunnen dragen dat zou moeten, ja, maar ik kan het niet
14-02-2026 / Cartouche
Ben ik te min – en ben ik er alleen maar om dit of dat te doen – vraagt Cartouche zich in de eerste twee strofen af – gelukkig is er nog de poëzie waarin hij zijn gouden ei kwijt kan – maar helaas zelfs dat niet meer lezen we in de laatste regel van deze woordenpracht. ja dan ben je wel alleen – en sprakeloos aan het einde van het gedicht – zo verstomt zelfs het woord.
(de rockdichter): zo zondag en dus….u kent’et wel….ter pom en elders en dus schrijf ik omdat’et nie altijd eenvoudig is….op de wereld zijn…of d’r af….of net nie of net wel of….of alleen en toch weeral nie of ‘n beetje alleen of meer alleen en dan blijkt alleen is alleen toch steeds en alles leeft in’et hoofd…ah soms is’et dan zo…
” alleen ”
(uit de serie: the blues)
’s ochtends de mure zien en’et plense vd regenbui op’et raam zien spatte
’n vloek klinkt door mij ik luister de oge dicht ‘et is de zwaarte alom
geen licht dat de minute ’n kleurtje geeft van drome klevend aan de huid
slechts de winter die zich in me huist en ik alleen
een prachtige sfeertekening in een regenachtig winters en eenzaam decor. de woorden door de dichter als waren zij geschilderd gepresenteerd – het is alsof we herman brood in de verte bezig zien in zijn expressie – luk paard schreef een explosief expressief gedicht.
môgge-man
ze zijn geopend de luiken, niet de ramen daarvoor is het te vroeg in het jaar, de temperaturen slaan nog niet in druppels maar bevolken witte schemer alsof het overal nog te vroeg om geopend
bij de koffiehoek toeft nog niemand daarvoor is het te vroeg in de week, van werkethiek wordt nog gaar niet gedroomd al zijn dagdromen toegestaan voor al wie niet beter dus nipt hij alleen van zijn rustensdag
zijn agenda oogt naar zevendaagse gewoonte nog leger dan de dagsudoku op dat uur van dezelfde dag heeft er nog nooit iets warm laat staan overgelopen van vreugde
Hans groet ’s ochtends de dingen ja, die wel
Frans Vlinderman
een fijne beschrijving van de man alleen op locatie nog voor de doldwaze wereld doordraait en of doldraait. de dingen zijn wél om te groeten met een knipoog naar polleke van ostaijen en marc. heten we frans vlinderman van harte welkom in de wedstrijd die natuurlijk geen wedstrijd is – slechts een licht pogen om de zondagochtend enigszins dragelijk te maken voor de mensen die de poëzie omarmen zoals Frans in het Antwerpse en omgeving dat al jaren doet en heeft gedaan. groeten wij vanuit amsterdam in de ochtend Frans en zijn geliefde.
niet voor mij
ben ik alleen of ademt de kamer nog
de zetel houdt een afdruk die niet opstaat
de lucht hier weet meer dan ik
een vriend zei ooit blijf meer kwam er niet
we zwegen tot het glas mijn hand omlaag
de eerste slok is niet voor mij
ik zet er nog een neer
voor het gewicht dat doodstil blijft
MartinB
B in the house altijd een feestje! ik lees gouden regels gouden strofes en daarna raak ik meteen de weg kwijt – ik hoef niet meer te lezen dan deze – dat glas en die slok en die hand en het gewicht god mag weten wat daar op die locatie allemaal spookt en huist – neen drie strofen drie gouden strofen – klaar is kees uhh B:
De Rotterdamse wijk Ommoord.
De bomen zijn groen, de flats zijn grijs, net als de coupes. Op mijn fiets ben
ik onderweg naar een bedrijf waar ik zaken heb. Ik rijd snel. Voor me doemt een
kleine opstopping op en een gevoel van ongenoegen maakt zich meester van me. Het
zijn twee scootmobielen, die naast elkaar rijden en zo zorgen voor een
vaatvernauwing in mijn infrastructuur. Ik wacht het juiste moment af, totdat er
geen tegenligger komt en werp met een sierlijke zwaai mijn fiets om de
vervoersmiddelen van de onmachtigen heen. En denk.
Dit zijn mensen die beter ook
hadden kunnen fietsen. Ze zien er niet kreupel of lam uit. Hoogstens wat verkalkte
aderen, hoge bloeddruk en misschien een beetje emfyseem. En als je je evenwicht
niet had kunnen houden was een driewieler ook een optie geweest. Ik zie de
stickers van ‘Welzorg’ op het spatbord van één van de scootmobielen en weet dat
dit apparaat gefinancierd is via de Gemeente.
Stel je voor dat deze mensen
op de fiets zouden rijden. Erg snel zou het niet gaan. Heel ver zouden ze
misschien ook niet komen. En met een beetje pech zouden ze verongelukken en
omkomen. Maar als gemeenschap willen we dat niet laten gebeuren. We stellen een
mensenleven boven alles en ook het behouden en verlengen daarvan. Maar hoe ging
dat dan toen er pakweg twintig jaar geleden nog geen scootmobielen waren? En
hoe zou het gaan in landen, waar niet bedrijven als Shell en Unilever de
scepter zwaaien. Waar niet persé genoeg consumenten hoeven te zijn?
De reden dat er iets als een
scootmobiel bestaat is dat we onszelf wijsgemaakt hebben dat we een mensenleven
als heilige maatstaf moeten stellen. Een mensenleven is een excuus voor een
heel circus aan consumptieartikelen en hele holle dienstensector. Let wel, we
hebben niet het leven als maatstaf gepakt, maar een mensen-leven. Hoewel we
voor onze hond of kat ook nog wel wat willen produceren en consumeren. Maar die
beschouwen we dan soms ook en beetje als één van ons.
De mens heeft als soort nog
nooit een bijdrage geleverd aan het leven op deze planeet. Dat klinkt een
beetje bizar, maar al sinds we zijn begonnen met beschaven, zijn we de
leefruimte van andere dieren en planten direct en indirect teniet gaan doen.
Ter creatie van comfort voor de mens. Hetgeen intussen bizarre, bijna
clownesque, maar wel breed geaccepteerde kunstgrepen zoals de scootmobiel heeft
opgeleverd. De mens levert enkel nog loze bijdragen aan meer en langere mensenlevens.
Hoe inhoudsloos deze ook mogen zijn. En ik zeg niet dat iedereen meteen dood
moet nu, maar ik denk wel dat we er best eens over na mogen denken, wat in deze
wereld wél een goede maatstaf zou kunnen zijn.
Geluk van vroeger was een tuin met rode en witte rozen ze groeiden over de schuur in innige verstrengeling en er was een tjilpend koor van mussen nestelend onder wat bemoste pannen
een kersenboom stond recht onder mijn raam droomboeket van roze bloesem wemelend van bijen geelwitte azalea geurde naar kaneel en wilde hyacinten schilderden de schaduwbodem blauw
die tuin in mij de laatste tijd door warreling van doen vergeten begoogeling van media kan het zo nog lente worden
ik zat in de bieb met uitzicht op de Zaan ik schreef over weer zo’n grijze dag vandaag grijze duiven in de tuin grijze gedachten die zich nestelen dat soort werk het werd best een aardig gedicht met al die tinten grijs
toen ik opkeek van mijn geschrijf was de zon gaan schijnen het was een pracht gezicht zo op het water opeens vond ik het een gedicht van niks