Merik van der Torren – wateren in het Vondelpark



In het Vondelpark


Op die zachte herfstmiddag
wandelde ik de Rozentuin in
met mijn Jack Russell, zeg maar Jack,
artiestennaam Betty,

las in het zonnetje “ Over vrouwen”,
poëzie van Hiltje Hettema
tussen de verwelkende rozen,

deed mijn Kleine Boodschap
tussen de beuken naast het pad,
de bladeren knisperden

en Zij zag dat het goed was.


Merik van der Torren

Share This:

Peter Posthumus: ‘Mijn fles, je doet me dansen, zingen en vergeten…’


Mijn fles, mijn goede vriend
al ben je dan te koop
en bedrieglijk ook
je doet me dansen, zingen
en vergeten
met m’n vuist op tafel slaan
hangt aan mijn lippen 
voelt me uitstekend aan
staat voor uitbundigheid en euforie
in donk’re dode dagen
je bent het spuigat en de kolk
waardoor de pijn verdwijnt


en wat ik dan vergeet
en steeds vergat is dat
mijn fles, mijn vriend
hoe ik om je geef:
je vloert me,  woont me uit
we drinken elkaars bloed
we zijn vervlochten en vervloekt

Peter Posthumus


Share This:

PETER BERGER nog net niet toe aan de vegaburger: ‘Ik eet straks saté babi. Aan één stuk. Van een kilootje ofzo. Zonder prikker….’


Poitrine. Frans voor spek. Geen lappen; maar een kilo aan een stuk. De ribben steken er nog in en op de huid pronkt een stempel van het slachthuis. Dat stuk, dat in de haard boven het vuur bungelt, is zonet voor de derde keer in de as gedonderd. Merde! Want de marinade plakt. Ketjap. Kerrie. Djahé. Ketoembar. En alles uit die andere potjes die je hier niet kopen kunt. Maar straks is het smullen. Het hangt er al een uurje of wat. La poitrine. In de schoorsteen. Boven het vuur. Noem het rookgrillen. Of grillroken. Maakt niet uit. Ik eet straks saté babi. Aan één stuk. Van een kilootje ofzo. Zonder prikker. Daar kom ik de week wel mee door. Maar eerst rijst stomen. En boontjes smoren. Bon appétit!

Peter Berger

Share This:

Frans Terken wint de enig echte virtuele – naar konstantin wecker – ‘mijn droom is de werkelijkheid’ – trofee op pomgedichten punt nl – Jako Fennek zilver en Ien Verrips brons

de verschillende kanten van konstantin wecker door de dichters goed getroffen – de hang naar een rechtvaardige wereld – en weckers eeuwig verlangen naar de onbaatzuchtige liefde als antwoord op al het onrecht in de wereld: ‘Doch ich träume nicht allein / Ist denn nicht allein die Liebe / Grund und Sinn von allem Sein’ – dit thema ook prachtig verwoord door Frans Terken. in mijn commentaren onder de gedichten leest u kort waarom het virtuele goud naar Frans moet gaan deze week – Frans vandaag vanaf vanmiddag 1500 uur te genieten in Melvin van Eldiks theater DE BRES in Leeuwarden –  zilver naar Jako Fennek en brons naar Ien Verrips. alle dichters dankjewel  voor het insturen en de winnaars van harte.

Opstaan

Niet de nachtmerrie
in alle donker voorgeschoteld
maar de droom tot leven wekken
opstaan in een betere wereld

een eiland voor onze zielen
dat niet overspoeld wordt
verzwolgen door de waterspiegel

een hut waarin wij huizen
tussen wanden met liefde behangen
een bed op poten van veerkracht 

een tafel waaraan wij
elkaar zien zoals we eigenlijk zijn
door alle rook en mist heen


© FT 26.11.2022

prachtig klein gehouden gedicht – bijna een weckergedicht – van hoop en moed, droom en liefde –  de woorden hoog gehouden in de werkelijkheid van de poëzie – zal het nu nog utopia heten – dichters weten dat het van de werkelijkheid is – van de werkelijkheid zal zijn. zoals oscar wilde schreef – vooruitgang is de verwerkelijking van utopieën. de bijdrage hier van Frans dient ook deze vooruitgang. zo staan dichters op. zo staat frans op.
 
Hallo die Pom,
Het is bijna 1 uur, moet ik vandaag of morgen zeggen? Ik tip op vandaag, doet het voor mijn gevoel beter en verandert aan de notenboom toch niets. Die zal vandaag, als het licht wordt, toch wel een beetje kaler zijn.

Groet van Jako.





de notenboom is stil
geen kraaien meer, geen
andere vogels
wel hier en daar
een dorrend blad


ik droom ons als de bladeren
vrij van nijd en ijdelheid
ik droom jou op een tak
wiegend tegenover mij
in je ogen tranen
door het snijden van de wind


zo ben je mooi
angstwekkend mooi
mooier kan haast niet


jako fennek

die notenboom, die verstilde notenboom staat er prachtig getekend bij. de andere kant van konstantin wecker wordt hier op de site op deze wijze binnengehaald. de adere kant van jako ook. de andere kant van ons allemaal.
Konstantin Wecker

voor nog één keer een allerlaatste keer
deel je jouw dromen
die de onze waren
naast ons dagelijks gedoe 
het leren kennen van onszelf
de hebzucht en ons eigen falen
de bitterheid van het verlies 

daar was dan toch de klank de melodie
door jou gezongen en door ons gehoord 
van het nooit zwijgende verlangen
naar die betere wereld
die van rechtvaardigheid

nov.2022
Ien Verrips

het gedicht komt wel binnen – juist die tegenstelling van het persoonlijke verhaal van verlies en smart tegenover het samen gevoelde ideaal dat blijkbaar nog iets van verbindende kracht in zich heeft – door de poëzie van Ien tot een verbindende kracht gesmeed. het merkwaardige is dat in dit gedicht in tegenstelling tot het gedicht hierboven van Rob de grote woorden niet storen. bitterheid, verlies, hebzucht, falen, verlangen en rechtvaardigheid. zo zie je maar weer poëzie laat zich niet vangen in een commentaar.
  • FRANS TERKEN – opstaan in een betere wereld
  • RIK VAN BOECKEL luistert naar de hymne van geluk
  • ANKE LABRIE – ze glimlacht
  • CARTOUCHE – hey Joe*, Mensch, where are you
  • ROB MIENTJES – Ik kook langzaam over
  • IEN VERRIPS het nooit zwijgende verlangen naar die betere wereld
  • JAKO FENNEK – zo ben je mooi
  • VERA VAN DER HORST – heb ik nog hoop
Stellt euch einmal uns’re Welt vor
Ohne Krieg, ohne Gewalt
Ohne Bosse, ohne Herrscher
Jeder ist dem Ander’n Halt
Ohne Ehrgeiz, ungehetzt
Alle leben nur im Jetzt

Ohne Himmel, ohne Hölle
Einfach nur im Jetzt und Hier
Diese Welt gehört uns allen
Ohne Grundbesitz und Gier
Stell dir vor wir leben sie
Diese schöne Utopie

Nennt mich gerne einen Spinner
Der nicht passt in uns’re Zeit
Doch ihr lebt in einem Albtraum
Mein Traum ist die Wirklichkeit

(…)

Nennt es weltfremd, nennt es Wahnsinn
Doch ich träume nicht allein
Ist denn nicht allein die Liebe
Grund und Sinn von allem Sein

de konstantin een paar dagen geleden in berlijn zien optreden – als vanouds zijn wereldlievendheid zijn pacifisme – zijn romantische teksten ook – met die prachtregel van hem – deze week ons thema: ‘mijn droom is de werkelijkheid’ –

uiteindelijk is het toch de taak van de kunstenaar om een wereld te tonen waarin het beter leven is dan de onze – misschien droomden we al meer dan een halve eeuw – misschien kunnen we opnieuw dromen – kunnen onze kinderen nog dromen – in vrijheid – uw droom lezen we graag in poëzie deze week. u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak  – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
 

het is voor wie de zanger het hoofd buigt
aan het einde van zijn lied
dat de dichter haar weer ziet
mooier dan ze ooit geweest is
in de wegstervende klanken van zijn muziek

een eenvoudig lied

twee mensen die vertrokken
ze leefden van de wind
zij droomde van een kind
hij bouwde haar een huis
van leem en klei en brokken


pomwolff

 

De hymne van geluk

De stekker in het levende lied
van zingende spelende geluiden
laat ons grauwe verleden los

eenheid verzorgd door de melodie
zoekt reflectie in de wandspiegel
luistert naar de hymne van geluk

onder de muziek tikt het ritme
boven de muziek zingt het lied
tot het zichzelf voor ons arrangeert

melancholiek verrijst jouw stem
in het onbestemde levenslied
lichten aan de overkant schijnen door
langs raaskallende huizen

o al het goede, niet goede,
doordachte vlok van niks

bijen van de lichte duisternis
zoemen rond zoenende lippen
zij steken geen nachtmerries aan
wij laten ze heerlijk gaan.

Rik van Boeckel
25 november 2022

de woorden lijken dichtbij maar ze zijn me bij elkaar toch net te abstract. ik bedoel de verbinding tussen de strofen is voor de eenvoudige lezer op een eenvoudige zaterdagavond niet echt te volgen. we horen een stem we horen zoemende bijen – we  lezen en we lezen natuurlijk over riks muziek, over ritme en melodie – het grauwe verleden voorbij – dat wel – de hymne van geluk wordt ingezet – ergens maken de woorden blij al zoemen de meeste mij voorbij.
spiegel

het masker afgezet
ziet ze zichzelf
ze glimlacht

nog steeds het kind
dat zo graag mee had willen doen
alleen niet goed wist hoe

het meisje
dat het spel nooit leerde spelen
maar wel veel mooie dromen had

de vrouw 
die nu elk masker opzet dat haar past
zolang daarachter maar haar kinderdromen


anke labrie   

hoe het in het leven kan gaan – in een paar eenvoudige pennenstreken neergezet door Anke. dat er geleefd kan worden met en in dromen. en dat ze niet vergeten zijn. die dromen.

denken we ook nog even terug aan die grote expo in Loods 6 van Anke Labries schilderwerken  ‘Aan de oevers van de droom’, titel van de expo ook – naar een gedicht van Anke Labrie – de expo waar Anke ons meenam langs al haar kunstwerken – al haar dromen – haar leven – hieronder als lied gezongen door Bjorn van Rozen bijna vijf jaar geleden in Loods 6.

Hé Pom,
In deze tijd van identiteitsverengingsdenken, oppervlakkigheid, priet-en woketaal, oorlog en uiteengeslagen dromen is het goed af en toe ook om te kijken naar al wat verleden is maar nooit mag sterven om een gloed- en waardevolle(r) toekomst in het vizier te houden
Vandaar dit ‘konstantijntje’, cherubijntje, van omhoog


De edele kunst

de kunst van manzijn, manna in woest land
ster met een staart van stof die als een teken vanuit het niets
boven komt drijven, oogverblindend wit en zwart in één beweging

op een zon doorploegde heide al je mannelijkheid vergeven
passeren en pareren ruggelings elke tegenstand

in dat helse hoogwegveld vol vijandvuur
uit je sloffen schieten, engeltonen uit een orgel
dansen in een zwanenhals

als ik vrij man nog één keer trouw wil ik alleen
jou als mijn ‘best man’, bevrijdende vleugel-spits

een doodgewone Sonny boy uit een sprookjesboek
met de naam van Jason of Joe – a joy for ever
never dies in green lowland killing fields

back home steeds weer die droom van gras
dat als speelveld tot de hemel reikt, werkelijkheid

hey Joe*, Mensch, where are you
mon amour fou, wo ich dich brauch’ so schwer
to spit my fire, to make our dream come true

jou handen en voeten te geven
hoe wondermooi

© Cartouche / 27-11-‘22

Cartouche wil een hele hoop kwijt, een hele hoop zeggen – gelukkig sluit hij de bijsluiter bij – voor de liefhebber zullen we maar zeggen. natuurlijk er zijn helden er waren altijd helden. en in de oproepen van konstantin wecker – de 75 jarige – zoals hij deze een halve eeuw bezingt worden ook helden bezongen zoals ook Cartouche een monument opricht voor de hier door hem bezongen held.

*Joe Mann , gesneuveld 19-09-1944 tijdens luchtlandingsoperaties op
de Sonse heide. Op een gedenkteken in Best wordt de herinnering aan

zijn heroïsch optreden levend gehouden
https://nl.wikipedia.org/wiki/Joe_Mann

Awesome kind of a man
Glad to see you again, hey, Joe
You leave nothing to guess
Of all friends that I knew I’ll keep thinking of you
Since the day you were gone
Hey, Joe, I’ve told you so
Easy come, easy go
And the show’s still pullin’ strong
As long as time’s goin’ on it takes us all
Hey, Joe, let’s have a ball
You’re here after all
We call in the past
I never will, hey, Joe
Some are born to change times
Some for nickles and dimes, hey, Joe
I think I’ll always do, hey, Joe
I know I’ll always think of you
https://www.youtube.com/watch?v=U5D0ko7jSU4


Gedroomde werkelijkheid

Mijn droom is werkelijkheid
Fantasie gaat op de loop
Sprint weg voor mijn geweten
Het weet van niets
Kent grotten noch licht

Rest het tasten in duister
Verstop onrust in het donker
Ondermaans in struikgewas
Hersenpan ruist
Ik kook langzaam over
Niemand weet hoe laat het is

Ik droom mijn werkelijkheid
Opdat deze niet echt wordt
Wat heb ik nog te vrezen
Van waarheid wil ik niet weten
Komt veel te dichtbij

Rob Mientjes

neen! hier moet de schoolmeester in mij toch even worden losgelaten. dit gedicht had niet geschreven gemoeten. Rob schreef: ‘Goedenavond Pom,
Tussen het voetbal en de aardappelen door een gedicht zowaar. Uit mijn eigen werkelijkheid van de droom.’ – op zich sympathiek natuurlijk en dank je wel – maar de poëzie is hier ver te zoeken. ze zal ergens onder de piepers liggen. we lezen grote proza woorden waar we poëzie willen lezen: werkelijkheid/fantasie/geweten/waarheid. poëzie is geen betoog!

en we lezen veel te veel IK hier natuurlijk – is niemand in geïnteresseerd alleen de persoon in kwestie. de woorden graag met de schillen mee richting schillenboer. en fantasie is geen ‘het’. wat je nog ’te vrezen’ hebt? nou waag het niet om volgende week een gedicht van het zelfde nivo in te sturen dan laat ik de matthijs nieuwkerk in mij los.



Zonder mijn dromen
zou ik leven in een woestijn
van radeloosheid en banaliteit

Ze zijn de wegwijzers
in het leven, krachtvoer
in de soms zo kille feitelijkheid

Dromend heb ik nog hoop
en kan ik nog geloven, sluit soms
liever de ogen voor de werkelijkheid

Ik droom met de ogen wijd open


Vera van der Horst

geen weckergedicht deze woorden – meer een vera van der horst gedicht – het thema niet gehaald zeggen we dan formeel gezien. maar ook als vera van der horst gedicht is het gedicht niet geslaagd – er zit geen grinta in zeggen ze dan bij voetbal – geen brel in de wereld van het chanson – teveel te directe ik – in de wereld van de pom. de woorden reiken niet verder dan een persoonlijke mijmering. daar is de poëzie van vera niet voor. we willen meer – bij vera alles

Share This:

Seraphina Hassels over stilte en een verschuivende realiteit


Stille stad


De stille stad loopt met mij mee
mist omhult als een vochtig laken
kleine koele druppels 
prikken tikkelend op mijn gezicht
hakken klinken klakkend


De stille stad beweegt zich mee
mist maakt alles stom en zacht
fluisterstil getrippel
kleine witte hond
natte neus naar beneden 


In de stille stad weet zij de weg 
voor koude sleutels in mijn hand
leidt mijn snelle stappen 
door de duisternis
deur open
deur dicht
licht


Seraphina Hassels

Share This:

VON SOLO: ‘In de woestijn hoort geen voetbal, hoogstens een beachvolleybal toernooi…’


Tegenwoordig volg ik te weinig nieuws om nog te weten wat alle meningen rondom het WK voetbal zijn. Praatprogramma’s en kranten gaan ook meestal aan me voorbij. Mijn nieuws verzamel ik op poëzieavonden en in hippe koffiebars, wanneer ik flarden van een krant zie slingeren. Een echte liefhebber van voetbal ben ik niet. Het bungelt ergens onderaan de lijst van interesses. Ik kijk bij landentoernooien enkel de wedstrijden van de Rode Duivels. Dan gaat de Belgische vlag uit. Ik raak ook begeesterd en drink Duvels. Op mijn manier geniet ik. Daardoor is een begrip van voetbalkoorts me niet vreemd. Maar dit jaar laat ik het aan me voorbij gaan. Hoe makkelijk het ook zou zijn er op het gemakje van te genieten. Ik ontzeg me dat pleziertje. 

Tot nu toe zijn me een paar dingen ter ore gekomen over het WK. Het schijnt dat de stadions gebouwd zijn met slavenarbeid. Dat er geen bier geschonken mag worden. Dat de minister van sport een ‘goede’ moslim is. En dat er geen uitingen van LHBTGQX+ gedragen mogen worden. Dat is niet genoeg informatie om een goede mening over de gang van zaken te vormen. Maar ik heb wel een mening over Qatar. Dat is globaal dezelfde mening die ik heb over Dubai. Of Saoedi-Arabië. Alle drie zijn voor mij toonbeelden van al het slecht in de mens. Het gaat over olie, onderdrukking, uitbuiting en geld. 

Eigenlijk hoort er daar in de woestijn helemaal niets te zijn, behalve een sporadische oase en wat kamelen. Maar wat is er ontstaan? Racebanen, vakantie eilanden, grote wolkenkrabbers en eindeloze, ge-airconditionede winkelcentra met alles van de duurste ‘luxe goederen’ tot de grootste namaak daarvan. En dat is het allemaal. Namaak, gesponsord door de Westerse spilzucht. Die steden horen daar helemaal niet. Die horen helemaal nergens thuis. Eén grote fatwa morgana. Een resort voor de rijken, droom voor de blanke middenklasse en nachtmerrie voor de slaven die het bouwen. Een imitatiewereld.

Wat me er het meest aan stoort, is dat ondanks dat alles, het eigenlijk een uitvergroting is van alles dat we als Westerse consumptie-‘maatschappij’ zelf doen. Het is een soort essentie van het kwaad van de economie, ontdaan van alle franje. Het ware gezicht van het slechte in de mens. Daarmee zijn deze landen niet erger dan pakweg Frankrijk of Nederland, maar het is wel duidelijker, dat er iets niet klopt. En het ergste is, dat het onder de streep eigenlijk ook niet uitmaakt. De grote mannen spelen het spel. Het volk krijgt brood en spelen. Het is een oefening in wegkijken.  Nou, dan kies ik om er geheel voor weg te kijken. De kruimels kunnen me gestolen worden. In de woestijn hoort geen voetbal, hoogstens een beachvolleybal toernooi.

VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST
Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl 

Share This:

Mirjam Al: ‘Je wilde eigenlijk de bloederige schram kussen. Dat is niet gebeurd, maar het had gekund en dat nu is een gedachte die tot leidraad groeien kan,…’

Vader en zoon

voor Merik


Je vader en jij die een lange boswandeling maakten. Vroeger hand in hand, later soms naast elkaar in een nors stilzwijgen. Hij noemde je de namen van de bomen in het Latijn. Hij wees je op de gevaren van het struikgewas. Maar, wierp je tegen, daar wonen de jonge vogels die ik zo lief heb. Hij schudde zijn hoofd: “Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn, “ sprak hij, “ voor je het weet zit er een roofvogel tussen en dan ben je nog niet jarig.” Even later zwiepte er een bramentak tegen zijn voorhoofd. “Net goed, “ dacht je grimmig. “ik ben de toorn van die stekel die je wonden slaat.”
Tegen de avondschemering nam hij afscheid van je. Jullie keken elkaar aan.
Je wilde eigenlijk de bloederige schram kussen. Dat is niet gebeurd, maar het had gekund en dat nu is een gedachte die tot leidraad groeien kan, ondanks de doornen van de bramentak.

Mirjam Al

Share This:

het kwelt haar niet… Ien Verrips


mij kwelt het niet integendeel
ik zoek de leegte door anderen zo gevreesd
die als een schaduw mij omgeeft
deze stilte –van mij alleen-
die ik met niemand hoef te delen
waar ik als ware het een plek
ontdaan van het profane
alleen maar hoef te zijn

okt 2022 – Ien Verrips

Share This:

PETER BERGER: ‘Er danste zojuist een elegant hertje door de tuin…’


Er danste zojuist een elegant hertje door de tuin. Vlak voor de schemer uit. Da’s altijd mooi. Maar mijn biertje smaakt niet meer. Ik ruik weer die geur van een jaar of drie geleden toen ik achterin de tuin het ontzielde lijf van een jonge ree aantrof. Midden op het gras lag ze dof starend in het niets. Het lag er al een poos. Geen fijn gezicht was het. Aan haar achterpoten heb ik haar over de beek getrokken. Naar het struikgewas. Even later stond ik naast een losgescheurde dij te kokhalzen. Dikvette maden vierden feest in het kadaver. The next day lag er niets dan bones. Die geur was blijkbaar onweerstaanbaar voor hen die graag de nacht vieren. Ook ik hou van duisternis. Mais sans mal odeur. S’il vous plait!

PETER BERGER

Share This:

geen wedstrijd deze week op pomgedichten punt nl –  wél uw filosofische wijsheid in proza of in poëzie graag!

bijdragen van Cartouche, kijkt deze week niet op een filosoof of staatsman meer of minder: ‘ Ich bin ja kein Berliner und auch nicht Jung mehr…’ – Sartre, Camus, Nietsche, Kant en Klaar en natuurlijk ook Simone de … passeren zijn revu.

Peter Posthumus troostrijk deze week – zoals gevraagd en bedoeld 2 regels van hoge kwaliteit met absolute filosofische waarde – speciaal ook geschreven voor alle vroeg dementerenden onder ons: ‘Wie zijn geheugen verliest/ is nooit meer iets kwijt‘ –

Ien Verrips, en lees ons Ientje deze week met een wereld act die in het wereldcircus van Carré niet zou misstaan: ‘ik kijk de diepte in omhoog
zie engelen…’ – hoe dichter gevallen engelen toch nog de lucht in tracht te kijken.

Vera van der Horst, maakt zich op onnavolgbare filosofische wijze druk om god weet wie of wat – filosofie van het zuiverste soort: je kan uren naar de regels staren en je weet nog niet wat je leest.

Ton Huizer, bewijst eenvoudigweg een aantal fenomenen die in stilte ten onder zijn gegaan

Frans Terken, staat stil bij het gaan : ‘gaan is een begin’ leert de dichter ons.

Rik van Boeckel, verbindt de eindjes aan elkaar

en Rob Mientjes, houdt een filosofisch betoog van 10 kantjes

geen wedstrijd deze week op pomgedichten punt nl –  wél uw filosofische wijsheid in proza of in poëzie graag!

vanwege bijzondere (aangename) omstandigheden geen wedstrijd deze week – toch lezen we graag uw eigen korte wijsgerige bijdrage – bijzondere bijdragen om over na te denken – wellicht een éénhapscracker zoals peter le nobel zou kunnen opmerken – mogelijk een pareltje in taal – een kleinood om de week mee door te komen – we lezen u zo graag –

u kent de gewijzigde regels: bijdragen niet te lang svp tenzij noodzaak  – stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw bijdrage in het item wordt geplaatst. commentaar – voor zover mogelijk –  als altijd verzekerd.

foto: Ben Kleyn

als je zegt wie je niet bent –
houd je jezelf over –
een soort eerlijkheid die schoon is –

pomwolff

Wie zijn geheugen verliest
is nooit meer iets kwijt


Peter Posthumus
Het ei van de filosoof

Eureka, o, Aurelius
jij die ieder Freudig weet
uit te lepelen als een
ei van Columbus

jij die Kant en klaar
Nietsche het toeval overlaat
kaf kan scheiden van rijp koren
poëzie van parlando

jij die mij met Sartre
en Camus rond de oren slaat
al Lacan ik je niet meer volgen
Ich bin ja kein Berliner

und auch nicht Jung mehr
mijn ex heette dan wel Simone
maar niemand ziet zo scherp
als mijn eigen Beau-voir

20-11-2022 / Cartouche

ik kijk de diepte in omhoog
zie engelen als superhelden
langs de wolken scheuren
ik kijk om me heen
de verte wenkt
belooft me meer
ook dat bevalt me
dan kijk ik in de spiegel
alwaar ik zie hoe laat het is.

nov 2022 – Ien Verrips

Niemand is een schoolvoorbeeld
voor deugd, wij allen zijn
de scheppers van de schijn
hoe nietsontziend verontwaardigd
kan je zijn.

Vera van der Horst
Astrologica

De oorverdovende stilte
in al onze radiotelescopen

komt me voor als het meest
overtuigende bewijs

van intelligent leven in het
heelal

Ton Huizer

Of het wijsgerig is? Vooral wijs om te doen, denk ik, en gewichtig genoeg.
Veel plezier met de bijzondere, aangename omstandigheden!
Warme groet, 
Frans


Neem een loopje


Iemand moet het zeggen
en niet eromheen draaien
laat het een vrouw zijn


of een dokter die ook dochter is
een arts met een recept voor de benen
die zegt : gaan is een begin 


een gewichtig medicijn dat ik voorschrijf 
ik geef het als advies op een briefje
dat je ermee uit de voeten kunt


je legt genoeg gewicht in de schaal
en staat in stevige schoenen vandaag
kijk goed om je heen en je zult zien 


je kunt er alle kanten mee op 
zet je blik op de horizon 
en de eerste stap is gezet


© FT 19.11.2022

Met filosofische groet
Rik

Stille verbinding

De verbinding is stil
doch het zijn er veel

zekerheid is geen drijfveer
maar het innerlijk van de tijd

uiterlijk straalt het als een zon
geeft warmte aan ieders hart.

Rik van Boeckel
Een klein beetje herenleed met uw goedvinden. Filosofischer kan haast niet. Hopelijk niet te lang want dan doe ik u tekort. 

Fijn weekend.
Rob Mientjes


————–


Geen idee


– Mag ik even uw idee zien?
Sorry agent, maar die heb ik vandaag niet bij me.
– Niet bij u?
Nee, niet bij me, ik had geen idee vandaag.
– Dan moet ik u helaas bekeuren meneer.
Bekeuren? Vanwege geen idee?
– Ja, vanwege geen idee.
Dat kan niet.
– Echt wel.
Heeft u enig idee, wat dat voor mij betekent?
– Nee, hoezo?
Oorlog misschien ooit meegemaakt, meneer agent?
– Nee, hoezo?
Dan heeft u zelf waarschijnlijk geen idee.
– Ik? jawel hoor, ik heb altijd mijn idee bij me.
Eentje?
– Hoezo eentje? Ik heb maar één idee!
– Eén idee, in oorlogstijd? Belachelijk!
Ja! Eén idee. Ik ben toch ook maar één persoon!
– U heeft werkelijk geen idee?
Echt wel!
– Met één idee komt u er niet in oorlogstijd meneer agent.
O, is dat zo. Nou leg dat dan maar eens uit?
– Dat is simpel. U moet vluchten en de vijand weet dat. Denkt u dan dat u aan één idee genoeg hebt? Indien ze één vluchtroute afzetten of onmogelijk maken, dan moet u toch minstens één ander idee hebben om de vlucht, de escape, mogelijk te maken? Scherp moet u zijn agent.
– Daar heeft u een punt meneer. Zo heb ik het nog nooit bekeken. In zo’n geval is het hebben van meer dan één idee wel handig. Bedank voor de tip.
– Graag gedaan agent.
Mag ik dan nu uw ideeën zien? U heeft er dus blijkbaar meer dan één.
– Ja! Maar meneer agent, u begrijpt het echt niet!
Hoezo? Ik ben toch niet dom?
– U heeft weer geen idee agent.
Nou leg het dan maar weer eens uit. Ik leer veel van u.
– Het is toch geen oorlog vandaag? Hoe dom kunt u zijn?
Verhip. Dat is waar. Dan heb je geen ideeën nodig.
– U begrijpt het meneer agent.
Fijn.
– Goedemorgen agent.
Goedemorgen.

Share This: