Afgelopen najaar was ik een weekend in Parijs. Dat is een stad, waar ik altijd graag ronddool en mijn gedachten de vrije loop kan laten. De straten zijn eindeloos. Er is altijd genoeg te drinken en de steak frites zijn de beste ter wereld, als je weet waar je moet zijn. Ik had een hotelkamer die op de bovenste verdieping gelegen was van een aangenaam hotel. De kamer had grote ramen en een douche, die met ramen van de slaapkamer was afgeschermd. Daar houd ik van. In Parijs voel ik me als ik alleen ben nooit eenzaam. Toch bekroop me dit jaar een vaag gevoel van ongemak. Aan mijn hotel en de steaks kon het niet liggen.
Na twee nachten Parijs reisde ik door naar Het Zuidwesten van Frankrijk. De treinreis duurde vijfenhalf uur, maar was zeer comfortabel en aangenaam. Het landschap veranderde van vlak land naar heuvels en bergen. De wijn en de broodjes deden me goed. Ter hoogte van Limoges begon het donker te worden. Weer bekroop me een gevoel, dat ik in Parijs ook al gewaar was geworden. Als een schaduw. Op mijn bestemming, station Cahors, werd ik precies op tijd op het perron welkom geheten door mijn oude buurman, die me op kwam halen. We reden al bijpratend over de kronkelende donkere wegen naar hun woning in het achterland. De wegen waren onverlicht en het was veel berg op en af. In een scherpe bocht, dacht ik, dat ik een kruis zag staan, zoals je ook ziet op plaatsen waar mensen verongelukt zijn. Ik probeerde het beeld weg te drukken, maar wist dat dat niet zou lukken.
Die avond dronken mijn oude buurvrouw, buurman en ik en aten veel kaas. Nadat de buurvrouw naar bed gegaan was bestudeerden de mannen op het terras van de gîte nog een tijdje de sterren, tot deze langzaam verdronken. Ik was blij dat de buurman ook in de gîte sliep, maar wist niet exact waarom. De volgende ochtend zag ik in mijn berichtjes, dat het de datum was, dat een goede vriend van me acht jaar eerder overleden was. Ook dit bericht probeerde ik niet te zien. De volgende dagen waren hemels. Alleen de nachten sliep ik liever niet alleen in de gîte. De maan werd steeds voller. In de nacht lachten de vossen. Verder was er geen levende ziel op de heuvel en in de bossen behalve wij drie.
Na vier dagen viel het me zwaar afscheid te nemen van het leven zo ver van alles weg. De bossen, de heuvels, de rivier, mijn favoriete buren, die nog steeds mijn buren waren, de vrijheid, de mooie vrije dagen en de stille nachten. De belofte, dat ik terug zou komen, maakte veel goed. De buurman bracht me in de ochtend weer naar het station in Cahors. Onderweg zag ik dat het kruis, dat ik op de heenweg gezien had een wegwijzer was voor wandelroutes.
Op de terugweg naar Nederland moest ik bij de overstap in Parijs weer denken aan mijn overleden vriend. Het was alweer donker, maar de maan was alweer kleiner. Ik voelde me op mijn gemak, zo onderweg. Ik ben graag onder de mensen. Ook al zijn het een miljoen mensen, die me niet kennen. Het is om die enkele dolende ziel op een dwaalspoor te houden, tussen de ruis van hartslagen en ademhaling. Mezelf onvindbaar te houden.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
nou ik was bijna dood gisteren. met een rotvaart in zijn onhoorbare elektrieke auto – met een meneer erin – ambtenaar jeroen van V. – deze jeroen reed gisteren met een rotvaart mij bijna omver in het amstelpark om half 10 in de ochtend waar ik elke dag mn wandelingetje maak en waar ik een paar jaar geleden met bjorn van rozen optrad – precies op die plek in het wandelgebied van het park – meneer van V. houdt wellicht niet van poëzie – nee meneer had haast – moest blijkbaar naar een vergadering en precies waar je wandelaars niet kunt inhalen ragde meneer met zijn nissan leaf langs mij – had ik één teen naar rechts gedaan ik had vandaag met een verbrijzeld been in het onze lieve vrouwengasthuis gelegen. meneer vond het allemaal maar gewoon – je rijdt een park in met duizelingwekkende vaart over een wandelboulevard waar je – als je al een vergunning hebt 5 km per uur mag rijden – je rijdt een dichter omver – je komt toch nog te laat op je vergadering en vervolgens vind je alles maar gewoon. zijn teamchef en de politie en IK denken daar net even anders over. getuige de excuusbrief vanuit de gemeente Amsterdam:
Beste meneer Wolff,
Wij hebben net telefonisch contact gehad over uw klacht waarin u aangaf dat een medewerker van de gemeente Amsterdam in een dienstauto te hard en te dicht langs u is gereden in het Amstelpark. Ik vind het ontzettend vervelend om te horen, en ik heb u verteld dat ik de betreffende medewerker gelijk heb aangesproken op zijn (rij)gedrag.
De medewerker geeft aan spijt te hebben, en was zich niet bewust van het te hard rijden. Ik heb hem een waarschuwing gegeven en zal deze week nogmaals het gehele team wijzen op de regels wat betreft rijden in het park. Het is namelijk absoluut niet toegestaan om harder dan 5 km/h te rijden.
Nogmaals, ik vind het heel vervelend dat u zo bent geschrokken en dat er daarna niet juist is gehandeld door de medewerker. Weet dat ik hier actie op heb genomen. Namens de medewerker zijn welgemeende excuses,
Met vriendelijke groet, Noor Olland Teammanager Groen, Flora en Fauna Gebied: Zuid Gemeente Amsterdam
pom en bjorn in het Amstelpark – toen we nog veilig waren
John Epke
da’s zwaar naatje, Pom, blij dat je ongedeerd bent
Beantwoorden
John Epke
dank je john voor het medeleven – ik zit nog te shaken – geboren in 020 en dan word je door je eigen gemeente bijna naar zorgvlied geholpen.
Frans Bakker
Gelukkig ben je nog onder de levenden Pom!
Beantwoorden
Pom Wolff
dank je Frans – ik ben er nog niet klaar mee. een beetje door een looppark raggen omdat je naar een vergadering moet en te laat bent – en dan nietsvermoedende wandelaars van achteren aanrijden – nee daar klopt iets niet bij de de afdeling groen van de gemeente Amsterdam
Catharina Mastenbroek
Potverdorie. Was je er bijna geweest, Pom. En wat hebben we aan zo’n brief? Een dichter (bijna) aanrijden? Hoe haal je het in je ambtelijke hoofd. Was het nou nog een accountant of een makelaar geweest, …..
Ik ben geschokt en kan mij jouw verbijstering voorstellen. Een vergoeding voor immateriële schade lijkt me hier op zijn plaats.
Een wandeling door het Amstelpark zal hierna immers nooit meer hetzelfde zijn. Ook voor mij niet.
Houd je haaks en ik wens je veel sterkte voor de komende tijd.
Dank je Catharina – ik wil gewoon niet op mn 70ste naar god geholpen worden of naar de onze lieve vrouwen van dat gasthuis in oost – en dan ook nog door mn eigen gemeente – en door zo een lomp figuur die denkt dat ie met duizelingwekkende vaart in zijn gemeente auto door een wandelpark mag raggen.
Max Lerou
Ik zou Buffalo Bill inschakelen
dank je Max voor het medeleven
Jorge Bolle
Er zouden
er zouden nu
er zouden nu bloemen
er zouden nu bloemen liggen
daar waar de dichter
net
net niet
net niet werd dood gereden
dank je Jorge voor dit ‘schierbeekje’-
Gerdi Wind
O schrik! Durf ik straks nog wel met mijn hondje in haar rode jasje door het park te lopen? Straks worden er filet americain
Blij dat je het overleefd hebt, Pom!
Goed van je protestactie! Dat zal ‘em eens leren!
Pom Wolff
dank je Gerdi voor het medeleven. ja jij bent ook direct betrokkene als dagelijks gebruiker van het park met je lieve hondje. ik heb zojuist een filmpje geplaatst van de plaats van het gebeuren. als gemeenteafdelinggroenambtenaar met zijn au…
Meer weergeven
Mandy M. Eggerding
Oh wat ellendig Pom! Ik heb dit ook ooit meegemaakt, fietsend met mijn zoon van toen 5 voorop op het zadeltje op de stang. Politie in een burger auto met kennelijk haast. Hij raakte mijn voorwiel en we gingen finaal onderuit in de vroege ochtend. 10 cm verder en mijn zoon was dood geweest, of allebei.
Ik was jong en heb er vervolgens niet genoeg achteraan gezeten. Ze hebben wel gebeld met excuses maar achteraf had ik een nieuwe fiets moeten eisen, die was namelijk aan diggelen.
Ik had nog dagen de schrik in mijn lijf. En eigenlijk nu nog als ik er aan denk.
Dus ik begrijp je.
Kus
Pom Wolff
dank je Mandy voor je woorden. ‘we leven nog’ zong Ramses – helaas hij niet meer – en ja je spreekt over ‘kennelijke haast’ – nou deze figuur van de afdeling Groen van de Gemeente Amsterdam trof ik onderuitgezakt aan in een vergadering met ongeveer 6 mensen – te beroerd om op te staan – eerst half ontkennen – vervolgens ‘ach ik mag daar toch rijden’ met een gezicht van – morgen rijd ik nog harder – zijn teamchef noemde dat meneer iets had ingezien en later schreef ze mij dat meneer een waarschuwing heeft gekregen. ik zei haar dat meneer op geen enkel moment blijk gaf van enig inzicht. en dat ze waarschijnlijk ook nog door haar werknemer is voorgelogen – deze figuur ziet helemaal niets in – anders zou ie zich wel bij mij melden met een oprecht excuus.
Daar dus schoot hij de bal in een rechte lijn hoog in de hoek er werd gejuicht en de film tig keer herhaald.
Daar dus was het gebeurd achter het riet eenden vlogen over en snaterden tijdens het hoogtepunt.
Daar dus was het gouden tientje in de richel verdwenen zij had uren gepeuterd tevergeefs.
Daar dus had hij een engel zien zweven maar het was niet te bewijzen het verschijnsel had zich niet herhaald.
Bovenop een lantaarn zat een kraai die alles wist, daar dus hij kraste luid ik zag hoe pluizig zijn nekveren omhoog werden bewogen door de wind en hoe kwetsbaar.
het was een dag als alle andere er lagen dingen op de grond het was warm de deuren open
je hoorde stemmen een poes sloop door de tuin op weg naar wat zich voor zou doen
donkere wolken in de verte een hoge vrouwenstem en duidelijk gerinkel
je zou zeggen het hoort erbij een soort vrolijkheid dat buiten zichzelf mag zijn eenmaal binnen snel verstomt
je hebt dichters die nergens over schrijven en dichters die alleen maar wat anderen al eerder en je hebt dichters met van die trillende lippen na de laatste regel
Dat het machtigste rijk op aarde een bananenrepubliek is moge inmiddels wel duidelijk zijn. Op de apenrots, alwaar alle belangrijke beslissingen genomen worden, is het sinds mensenheugenis kommer en kwel. De boze roodharige Baviaan die er binnenkort de scepter zwaait, daar op die rots, heeft onlangs zijn tegenstrever overtuigend verpletterd en danst er sindsdien een lawaaierige malambo die het ganse apenvolk beven doet. Wereldwijd! Want het is een hebberige onbetrouwbare maniak. Die rooie. Zeggen ze. What a circus!
Zijn voormalige rivaal, een aftandse grijze Gorilla die straks het veld zal moeten ruimen, laat toch nog even de valse tanden zien. Niemand kan het geloven! Dat de aap toch plotsklaps nog uit de mouw kwam. Dat ’ie op de valreep nog even zoonlief die maar niet deugen wil van de dark dungeon redt. Hij heeft immers nog steeds de sleutel. Die grijsaard. Van de dungeon. Heel even nog. Het was dus op het nippertje. En op het randje ook! Maar anders had die Baviaan hem levenslang weggestopt. Op zeker. Misschien erger nog. Terwijl het heus een goeie jongen is. Zoonlief. Volgens die aftandse grijsaard. Een stinkend zaakje is het sowieso. De pot verwijt de ketel.
De Yellow Apes in het Verre Oosten zijn not amused met die briesende Baviaan. Straks. Dat gaat ze bananen kosten. Heel veel bananen! Maar er wordt ook gefluisterd dat men er in het Hoge Noorden juist erg content mee is. Met die rooie aan het roer. Want met de Brulaap die daar in het Noorden de scepter zwaait is de Baviaan beste maatjes. Zeggen ze. En dat kan je maar beter zijn ook daar: bevriend met de Brulaap. Dwarsliggers krijgen er zonder pardon een enkele reis naar de vrieskou: een maand of drie voordat het je de nek omdraait. Die kou.
In een ander apenland, ergens centraal gelegen, is men er weer helemaal niet content mee. Want die rooie heeft zonder blikken of blozen te kennen gegeven dat de tijd van free bananas voorbij is. Definitief! En dat vinden de apen daar niet zo mooi! Ervan overtuigd dat zij de enige goeie apen in de hele apenwereld zijn hebben ze immers de wijsheid in pacht! Geloven ze. Maar verder dan een beetje piepen en blazen tegen andere apen grootmachten is het nooit gekomen. Het zijn tandeloze apen zonder ballen. Broekpoepers zijn het. De Euro Apen. Het lijken wel mensen.
Hoe het ook verder gaat, zonder wezenlijke verandering zal het altijd kommer en kwel blijven. In de hele apenwereld. De gewone aap zal zich wederom in zijn lot moeten schikken. Want hoewel alle apen gelijk zijn, zijn sommige apen nu eenmaal meer gelijk dan andere apen. Dat is altijd zo geweest: sociale ladder. Likken en trappen. De aard van het beestje blijkbaar.
Leven blijft omdat het overgaat (de tekst op haar rouwkaart)
Inge Boulonois was de best geklede dichter die ik kende, kleuren op elkaar afgestemd, haren glanzend, lach stralend. Zoals ze schreef, zo was ze. Slim, zorgvuldig, veerkrachtig, realistisch, perfectionistisch, altijd op zoek naar het juiste woord en de meest veelzeggende taal en beeldspraak. Dichtkunst vormde haar idioom van geluk. En licht van toon bleef veel ongezegd. Op de eerste van deze decembermaand kreeg ik een mail van haar waarin ze haar afscheid aankondigde, het was onverdragelijk dat dat in een mail moest. Kort daarvoor had ze haar vernietigende diagnose gekregen en nu al was ze niet sterk genoeg meer om persoonlijk dag te zeggen. In haar mail staat de vrede die ze voelt, ze heeft gedaan wat ze wilde, haar leven voelde ‘af’ en ze dankte voor al die jaren die we samen hadden gehad. Bij Meander, in Atelier9en40, met de muziek, de kunst, in alle warmte. Het was de eerste mail die ze stuurde zonder het vertrouwde haak- of breipatroontje en de vraag waar of ik mee bezig was? Of ik het niet verder wilde vertellen, schreef ze. Een paar dagen later werd haar rouwkaart brutaal in de media gedeeld zoals bij elke dood vriendschap en persoon worden geclaimd. Ze zou er een versje van hebben gemaakt.
Inge was van origine beeldend kunstenaar, studeerde af als psycholoog en schreef sinds het nieuwe millennium gedichten. Ze debuteerde in 2004 met de bibliofiele bundel Ooglijke tijd. Van 2011 tot 2015 was ze stadsdichter van Heerhugowaard. Haar poëzie werd opgenomen in diverse literaire tijdschriften en bloemlezingen en haar werk werd meerdere malen bekroond: Plantage Poëzieprijs (2005), Concept Poëzieprijs (2006), Guido Wulmsprijs (2006), Culturele Centrale Boontje Poëzieprijs (2008), Poëzieprijs Merendree (2009) en de Nieuwegeinse Poëzieprijs (2009). Ze was redacteur van Het vrije vers, snelsonnettier van gedichten.nl, medewerker van Meander.
Haar eerste bijdrage voor Meander was een Klassieker, in 2005. Ze schreef voor ons recensies van light verse en deed zo nu en dan een interview. Op 19 november was dat er een met Bart Adjudant. In 2021 verscheen een interview met haar. Een voorpublicatie uit de bundel die zou verschijnen bij haar 80e verjaardag plaatsten we op 26 oktober jl. Ik, wij, moeten haar laten gaan, met dank aan alles wat ze voor ons betekende en betekent, in het vertrouwen dat ze zelf uitsprak.
Voor in de agenda: zondag 29 december 16.00 uur verzorg ik samen met enkele lezers en de oprichters van het Nederlands Dagboekarchief een lezing in de Alkenaer, zaterdag 4 januari 2025 is er een extra lange Reuring om het nieuwjaar in te luiden, aanvang 15.00 uur.
dank aan de dichters die instuurden in deze onrustige wereld – vol van oorlog, ontploffingen, dictators al dan niet op de vlucht en van de gewone mensen die de poëzie genieten. een erika de stercke die arm moedertje moederziel alleen gelaten beschrijft. een anke labrie en een cartouche die een heel gedicht schreven om een regel te laten uitblinken, een frans terken die een niet geplaatst standbeeld memoreert, een rik van boeckel die de hele youtube in één gedicht overbodig maakt. de commentaren onder de gedichten kies ik toch voor de opsomming van Cartouche – die boekenkast van de geliefde met alle helden op alfabetische volgorde en dan die hoop op een stoffig plekje voor de dichter zelf in haar zo eloquent gepresenteerde boekenkast. nou Cartouche hier heb je goud – en dat stoffige tiepje van je lees je in het commentaar daar hebben we het minder op. van harte!
Legendarisch
worden als benjamin – wie wil dat niet? – of a. franklin, grondlegger, zingende legende een huig of hugo in een grote kast, een kist
een zelf gekozen dood als claus, of een j.c. die de wereld openspeelt, als bloem niet slapen maar vaste plek op aarde
eerlijk zeemansgraf als dat van jacob s. en wederopstaan uit de onderwereld om op en om te zien naar je geliefde – euridice homerus en hercules de hand reiken
te hoog gegrepen, hoe vergeefs al dat gestreef toch naar heldendom laat mij maar – wat niet na te laten valt
dag en nacht lippen blijven balsemen met mijn stift tot bloed in inkt verbleekt het enige wat ik wil is opgenomen worden
in een stoffig hoekje van je boekenplank “is alles veel voor wie niet veel verwacht’’
08-11-2024 / Cartouche
een heerlijke opsomming – een typisch mannelijk gedicht zou dichteres zeggen – ik dacht dat maria van daalen haar naam is of was – ons lelietje van dalen – pseudoniem van Maria Machelina de Rooij – zou ze nog leven – zij heeft ooit het fenomeen opsomming in de poëzie onderzocht – nou ja hoe dan ook – hier hebben we onze Cartouche – en zijn opsomming van johan cruyff tot aan de klassieken – en opsomming die hij laat eindigen in haar boekenkastje waar hij dan zelf zo graag een plaatsje inneemt – desnoods onder het/haar stof. dit is de ware onderdanigheid haha. nou in 020 hier zeggen we dan in die altijd zo fijne jordaan – als ze de boel niet effe ken opcleanen dan ken ze de kolere krijgen. nee hoor – een prachtig slot van een opsommingsgedicht. een hele opsomming om dat kleine stoffige plaatsje in die boekenkast te belichten in liefdeslicht.
Cartouche -het enige wat ik wil is opgenomen worden in een stoffig hoekje van je boekenplank
Anke Labrie – de jongen van de apotheek
Erika de Stercke -ondertussen wachtte jij
Frans Terken – waar is mijn standbeeld
Rik van Boeckel – heldinnen Amália en Mariza bewijzen dat woorden uit dat hart verrijzen
wie wint de enige echte virtuele -ach we hebben of hadden allemaal wel ooit of nog ergens een held of heldin toch – trofee op pomgedichten.nl?
met het enige mooie liedje van zanger buwalda als inspiratie deze week – we zijn niet erg op zijn religiegedoe gesteld hier op de site – maar zijn ‘voor de zwijgers’ mag er echt zijn – lang geaarzeld toch gekozen – waarom zijn helden/ heldinnen gekleineerd/ getypeerd moeten worden als ‘de kleinen’ is een raadsel – maar los daarvan een prachtig nummer. u kent de regels van de zondagochtendwedstrijd: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
leven
laten we het nog één keer uitpakken en bewonderen
waar we zo goed in waren een leven over deden het verbergen
achter onze veilige schaduw de held uit hangen wat zo makkelijk is
dat je eraan voorbij gaat het jachten en jagen het hollen en vliegen
in hoeveel gedichten stond het niet beschreven in hoeveel ongelezen gedichten wél
dat je eerst bijna moet sterven om het lief te zien – om het ademloos lief te hebben
pom wolff
Ode
Een lyrisch lofdicht ligt me niet. Ik heb geen helden meer en geen idolen Wellicht toen ik nog in een god geloofde of erg verliefd was – wat is het verschil – maar nu breng ik aan niemand meer een ode behalve aan de jongen van de apotheek.
Hij alleen kan me laten zweven Hallucinerend zing ik hem mijn lof. Hij maakt de woorden waar die een arts ooit uitsprak voordat hij mij terplekke plat spoot, ‘Pijn is voor de middeleeuwen’.
Hoe hij naar boven ijlt gelijk een jonge god, vleugels aan zijn sandalen, zijn tovertas gevuld met alle kleuren van de regenboog: teken van hoop. De pijn vermindert al als ik hem zie en wankelend aan zijn voeten val ja, deze ode – en vijf euro – is voor hem.
anke labrie
‘behalve aan de jongen van de apotheek’ een prachtregel – doet denken aan de wereldregel van de schrijver nescio die de sarphatistraat vereeuwigde – Behalve den man, die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond, … net als bij Cartouche is het hele gedicht geschreven om één regel in alle briljantheid te laten glimmen – oplichten – de schijnwerper op de jongen van de apotheek. mooi!
omkijken
de wereld heb ik afgedweild tussen felle regenvlagen en zon buiten op de brandende aarde tegen witgekalkte gevels onder afdaken met palmtakken
maandenlang niets laten weten geen kaartje, geen contact aan mijn voeten lag de vrijheid het vriendje kende de knepen van overdag, nog beter ’s nachts
onder de hemel lovende woorden de toekomst wipte op onze lippen we gedroegen ons als helden uit de beste reisverhalen, ondertussen wachtte jij, mama op een teken
Erika De Stercke
ach gossie oude mamma in alle eenzaamheid beschreven als ik het gedicht goed lees en dochter erika maar zwieren en zwaaien – ‘de toekomst wipte op de lippen’ van de geliefden – een regel om 1000 beelden bij te bedenken – hoe dan ook – dochterlief zal het niet van een vreemde hebben vermoed ik zo. de mamma als eenzame verstilde heldin beschreven hier – ik voel met mamma mee. schuldgevoel hier door de dichter beschreven na maandenlang uitzinnig genot. ja je hebt van die dichters – klopt!
Dit is mijn vak voor A.W. –
Ik ben een heldin dat is mijn vak sprak een Haarlemse collega in Eijlders soms ben ik buuf dan weer verpleegster verder speel ik vaak de hulp in huis
als er ergens nood is sta ik paraat spring bij in welk lastig geval dan ook zo moeilijk kan het toch niet zijn helpende hand is mijn tweede natuur
geen heldin op sokken maar een met een laag eelt onder de voet vraag ik wel waar is mijn standbeeld het mag ook al een voetstuk zijn
ik schrijf het in kapitalen in mijn boek voor mijzelf om niet te vergeten voor jou en iedereen om erop te wijzen wat er in een mensenleven toe doet
frans beschrijft het leven en hoe hulpverleners het vak zonder standbeeld vaak beoefenen. weinig toe te voegen aan zo een gedicht – maar dat de hulpverlener zelf om een standbeeld vraagt – dat hoor je of lees je niet vaak.
De waarheid van zingende helden en heldinnen
Er zijn in Portugal lange zinnen voor de zingende heldinnen ze laten fado horen in weemoedige oren
hun waarheid van tong en lippen zal nimmer zwijgen over de waardevolle tijd van vrede
al hoor je dat in een vreemde taal Pessoa heeft een goede reden om de woordenschat te versterken
zo kan een ieder de held verstaan met ‘t hart vol poëtische aderen net als in het Spaanse lied van Lorca
heldinnen Amália en Mariza bewijzen dat woorden uit dat hart verrijzen en fadista’s er voor openstaan
Estrella Morente zal uit flamenco opstaan tijdens de Iberische reistijd van la música naar de magische liefde van Sevilla en de Lusofone saudade van Lisboa.
Rik van Boeckel 7 december 2024
als je rik van boeckel leest hoef je youtube niet meer op te zetten en af te spelen – de grote helden van de passie en de weemoed – van de lieve vrede en de wrede liefde bevolken je kamer.
zoals je in een labyrinth bij kanteling nooit eerder dan het water de uitgang vindt
labyrinth
het café was minder druk dan gedacht liet belachelijk veel stilte toe die dag liet een ruimte die geen mens bedekken kon veel minder klein
en wij waren in de war alsof we steeds niet wisten waar we moesten zijn dreven tussen wijn en water niks geworden onaantastbaar grenzeloos zo op de grens
tot we omsloegen en kantelden en zij ons bij terugkeer overspoelde toen jij van steen en ik niet zeggen kon wat ik bedoelde
hadden we moeten weten dat als een mens het ooit van stilte wint zij in stilte heeft gewacht heeft gedacht dat in geluid groter gevaar
zoals je in een labyrinth bij kanteling nooit eerder dan het water de uitgang vindt