WILFRED ALLOY verslaat Etappe 2 zo 7-7: Brussel (Bel) – Brussel (Bel) (27,6 km, ploegentijdrit)



Etappe 2 zo 7-7: Brussel (Bel) – Brussel (Bel) (27,6 km, ploegentijdrit)
 
Hoi. Josse hier. Dank, Alloy, voor het waarnemen der honneurs gisteren. Er kwam wat tussen: een opspringend takje en hop, ketting eraf. Toch heb ik nog wat Herbertjes en Ducrootjes kunnen noteren. Het viel me op dat de twee gelijk aan het bakkeleien waren. Vooral Ducrot ging tekeer. Arme Herbert. Met die versleten vintage wielertaal redt hij anno 2019 echt niet meer. ‘De tour is begonnen en het gaat meteen volle bak.’ Volle bak. Geeuw. Hij was van begin af de mindere van Ducrot. Als je tenminste diens wijsneuzige taaldiarree weet te waarderen. Op Herberts slaapverwekkend lange uiteenzetting over de winstkansen van Dylan Groenewegen sneerde Ducrot kortweg: ‘Dat is allemaal op papier hoor. Straks is ’t gewoon een stuk asfalt.’ Ook over de schaatssport, in zijn achterhoofd natuurlijk het sneue schaatsverleden van Dijkstra zelf, denigreerde hij er (niet voor het eerst) op los: ‘Een maand na de dooi, in maart al, gaat het wéér, nee, nog steeds over schaatsen. Dan verplaatst het schaatsen zich naar de bestuurskamers. Eigenlijk rijden jullie het hele jaar door die suffe rondjes om miezerige hondersten van seconden verschil.’ De koning van Biafra was sowieso in een arrogant luie pestbui: ‘De krantenartikelen heb ik naast me liggen, ik ga me niet vermoeien deze eerste paar etappes.’ En dat terwijl ik als luisteraar allang in de hoek naar adem lag te happen. Zichzelf niet vermoeien en de ander wél: het is slecht verdeeld in de wereld. Op andere momenten was hij weer de ouderwets explosieve, middeleeuws moordlustige Ducrot, alsof je verdikkeme die ene aflevering van Paul Verhoevens Floris herbeleeft (in de middeleeuwen werd er nog niet gefietst, tussen haakjes): ‘Juist als je het niet verwacht, weten ze een extra vaatje buskruit aan te boren.’ Nog niet eens in Frankrijk en nu al dekking zoeken. Maar goed, hier alsnog het Herbertje en de Ducrootkwoot van gisteren:
 
HvdD: ‘Het is vooral een hardrenner, die Deen, niet een veelwinnaar.’
DK: ‘Het is wel zo dat iedere renner met een soort takenpakket om z’n nek rond rijdt.’
 
Veelwinnaar. Dat woord accepteert Wordfeud straks ook. Ik las tussen hossende bruilofsgasten dat niet favoriet Dylan Groenewegen (onder het motto ‘podium of jodium’ gevallen op een stuk asfalt dat Ducrot er en parlant had gelegd) maar ploeggenoot Mike Teunissen de etappe had gewonnen en dus ‘in het geel werd gehesen’. (Gehesen? Een soort harnas? Weer die middeleeuwen. Mensen, dit is maar maliën-kolder.)  De eerste Nederlander in 30 jaar? Was Breukink de laatste? Boeiend! Nee, knap hoor. Nu de leeuwinnen nog. Zeg Nelis, nog maar een biertje. Jonkie ernaast? Welja, joh. Kan mij het schelen. Geef die gespannen Alloy daar verderop ook wat. Maar niet zingend schenken, hè?
 
De etappe van vandaag. (‘Danke Ranke!’) Daar ga ik dus ook niets noemenswaardigs over zeggen. Ik begrijp dat het dit hele weekeinde in/rond de hoofdstad van België een auto-reverse komen en gaan is. Dat schiet lekker op, mag ik dat zeggen? Weekendje Brussel. Zo zie je nog eens wat van Frankrijk. O, dit moet u even weten: ik zit, anders dan twee jaar geleden, toen ik thuis zat, mijn verslagen in het café uit te werken, op de laptop. Wel zo gezellig. Nu kan ik tussen de drankgelagen mijn notities uitwerken en tegelijk het gebeuren hier erin verwerken. De Tour is dus niet live, de Détour wél. Zo zie ik nu net die ene Belgische ex-wielrenner en oneline-snuiver onze Kantelaar binnen schuiven. Hij komt hier wel vaker. Gilbert Huppelepup. Ik kom er nog wel op. Ja die oneliners op de racefiets werden in de nadagen van zijn sportcarrière wel een verslaving. En al grapfietsend ook nog eens om de haverklap de weg kwijtraken. Hij reed tig kilometers te veel. Kluns. Je kunt gewoon niet tegelijk wielrennen én woordgrappen maken, klaar. O, ik weet de achternaam weer: Gilbert Tantpissalopes. Definitief uitgefietst heeft Tantpissalopes zijn fratsen, meent hij, ‘een literair plekje gegeven’. Verdomd, ik zie dat de vroegere omwegrenner zijn debuutbundel ‘Luik-Bastia-Aken-Luik’ weer bij zich heeft. Die titel alleen al. Ik ben er niet, mensen. Bukken! Dat zijn geen gedichten, dat zijn nog steeds gewoon woordgrappen! Breng die zooi dan ook niet als gedichten! Alsof je een moppenboekje van Max Tailleur aanschaft. Maar goed, dat dus: ik maak live in De Kantelaar mijn verslag. Daaraan later nog toegevoegd de zwart-op-witgewassen voordracht van onze Wilfred. Het uitpluizen van de geluidsopnamen is wel een gedoe, moet ik zeggen. Zal Alloy eens vragen om mij het gedicht gelijk op papier te geven. Scheelt werk. O nee! Hij verzint het ter plekke. Ja duhhh! De rode recordknop indrukken dus.
 
De etappe van vandaag. Niets noemenswaardigs. Dat zei ik. Alleen dit: Groenewegen kwam al ter sprake, welnu, de etappe van vandaag had ook genoeg groens. Opvallend veel land- en tuinbouw. Ploegen-tijdrit, daar begon het al mee. Ploegen en nog eens ploegen deden ze rond Brussel. En of dat nog niet genoeg was: commentaarharkers Herbert en Croot bleven maar bomen. Een zware dag, met name voor renners uit de stad. Wie er won? Zoek dat even lekker zelf op, zeg. Hoe oud ben je nou?  Ik heb de uitslagen hier liggen, maar ga me er ook deze tweede etappe niet mee vermoeien. Dat zegt wel iets. Hallo, zijn jullie er nog? Snel nog voor vandaag het Herbertje (een soort ‘Wat is het verschil tussen een dood vogeltje?’) en de Ducrootkwoot (vol ruimtelijk inzicht).
 
HvdD: ‘Geen parcours is met elkaar te vergelijken.’
DK: ‘Een intergalactisch gat, zou je bijna zeggen.’
 
Nog maar zo’n kopstoot, Ranke! Nee Gilbert, niet geïnteresseerd in je literaire Luik-Bastenaken. Ik heb vandaag al gelachen. Tijd voor iets diepers. Wilfred Alloy bijvoorbeeld. Zie hem daar toch stevig kommaaroppig op de benen. Het kan steviger, toegegeven. Hij neemt nog een slok. De basisverspatronen malen als automatisch tussen des snelverzers oren en het kroegpubliek staat in kennelijke zit… zit in kennelijke staat al klaar om maar iets te roepen. Vast iets groens.

ROEPT U MAAR

“Aan de boom schudden!”

De massa koerst eendrachtig. Maar dan inenen – kut! –
wordt voorin door een fronttuinier wat aan de boom geschud.
Het pak valt grof in duigen, de kopgroep gaat plankgas,
en jij, als slooprijp fruit, valt met je kersepit in ‘t gras.
Een schip met zure appels… Dat op de oogst nog toe.
Tot moes gelost, geheel doorweekt, terneer gehusseld, moe.
Eruit getuind, verlaten… Onthecht en alles kwijt…
Maar we zitten hier gebeiteld en we zitten hier geheid!
 
[klapklapklapklapklap]
 
[Top 3 van het algemeen orangement: 1. Teunissen , 3. Kruijswijk +0.10, 9. Van  Baarle +0.30]

Share This:

Gepubliceerd door Pom Wolff

Hoi, welkom op mijn site pomgedichten. De site is in langzame opbouw net als de dichter. Ik ben geboren in Amsterdam, ik leef daar en wil daar ook wel doodgaan. Ik studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam, Rechten aan de Vrije Universiteit en werk als juridisch adviseur in de hoofdstad. Jan Arends is mijn favoriete dichter dan Kopland dan Menno Wigman. Paul van Ostaijen mijn dandyman. In slammersland geniet ik van Roop, Karlijn Groet, Peter M van der Linden - ACG natuurlijk, Ditmar Bakker, Jürgen Smit en Daan Doesborgh. En wat moet ik zeggen nog van Robin Block ( “hee ouwe wolf”) de wildemannen, lucky fonz III - Sander Koolwijk of Tom Zinger: "er is hier zeker 80 centimeter plant waar jij geen weet van hebt...." - mijn windroosmaatjes. Mijn optredens bezorgden mij eretitels: landelijk slamfinalist 2003, 2004, 2005 en brons in Tivoli in 2006, 2007 en 2010, 2011, 2012 en ook weer in 2013. - Dichter van het jaar in Delft 2005, voorts slamjaarwinnaar 2005 van de poëzieslag in Festina Len-te te Amsterdam, winnaar van Slamersfoort 2006. Jaarfinale Zeist 2007 en de BRUNA poézieprijs 2007 in mijn zak. Ik ben de hoogste nieuwe binnenkomer op de jaar-lijkse top-200 lijst van bekendste dichters Rottend Staal – Epibreren 2005. In 2008 kreeg Pom Wolff De Gouden Slamburger uitgereikt vanuit de Universiteit Utrecht – afdeling letteren en won hij het 2e Drentse open dichtfestival. op 19 april 2009 verscheen de bundel 'die ziekte van guigelton' - winnaar jaarfinale slamersfoort 2009. in 2010 won hij de dicht-slam-rap van boxtel en de dobbelslam van entiteit blauw te utrecht. in 2012 de grote prijs van Grimbergen én DE REBELPRIJS voor de poëzie van de REBELLENKLUP. Tot zover enig geronk. In 2014 presenteerde uitgeverij Douane op 22/11 in Café Eijlders de pracht bundel: 'een vrouw schrijft een jongen'. Sven Ariaans schreef in zijn juryjrapport Festina Lente Amsterdam: “Het is iemand die je zenuwen blootlegt om vervolgens op vaderlijke toon te zeggen dat die pijn jouw pijn moet zijn en dat er geen zalf bestaat. Elke cognitieve dissonantie die je voor jezelf op prettig hypocriete wijze had opgeheven, wordt je ingewreven, of zoals medejurylid Simon Vinkenoog het kernachtig zei: "hij verschaft illusieloos inzicht in de werkelijkheid". Ik voel me in deze omschrijving wel thuis.) 'je bent erg mens' van pom wolff verscheen in de befaamde Windroosserie in september 2005 en was in een mum van tijd uitverkocht. Nieuw werk - 'toen je stilte stuurde' verscheen op 18 november 2006 wederom bij Uitgeverij Holland te Haarlem. ook deze bundel was meteen uitverkocht. erik jan Harmens interviewde pom wolff over deze bundel in de avonden van villa VPRO.

Doe mee met de conversatie

1 reactie

  1. Pingback: Dan Helmer

Laat een reactie achter