
Herkenning.
Ik sta voor ’t huis waar ik geboren ben.
Een stille straat, trillend in zomerzon.
Terug na vele jaren, zoek de bron.
Maar vind slechts kilte, niets dat ik herken.
Die vreemde deur, dat hekje, die gordijnen,
Een nietszeggende naam, een elektrische bel
waar eens een trekbel zat, mijn hoop wordt langzaam hel.
Hoe kan in tachtig jaar een jongensdroom verdwijnen?
Maar achter in de tuin, de oude boom,
en vlak ernaast bloeien nog de seringen.
Mijn hand beroert de stam als in een droom.
Heel langzaam keert het beeld van vroeger weer.
Ik sluit mijn ogen en hoor als weleer,
mijn moeder zachtjes kinderversjes zingen.
Joop Komen
een teder juweeltje van de oude man uit gendringen. zie toch eens hoe het huis verbouwd is en hoe het nauwelijks nog herkend kan worden. roop zou zeggen het sentiment druipt er vanaf. dat kan je zomaar overkomen in nauwelijks 80 jaar. en dat allemaal om die zachte overgang te bewerkstelligen naar moeder en de versjes die ze voor de kleine joop zong. voor jopie. hoe is het mogelijk dat deze joop dezelfde joop is als de joop die we nog kennen van de oude site – toen hij – ach laten we een willekeurige dichter als martin B nemen – als volgt beschreef:
Martin B.!
Waarom in vredesnaam, waarom noem je hier de naam Pom?
Een mateloze angst overvalt mij als de herinnering aan zijn optreden in SchrijfNet zich weer in mijn gedachten wringt.
Martin B. de booswicht uit Sappemeer, het secreet uit Hoogezand, de doerak uit Zuidbroek, het gif uit de aardappelmeelfabrieken.
Ik zie hem nog bedeesd op SchrijfNet binnenstappen, gulzig lezend wat het puikje daar aan proza en poëzie had geschreven. Daarna pende hij in een onelinertje een ongefundeerde gemene sneer als kritiek en rende dan hard weg om onze reacties vanuit een hoekje te bekijken. Hij bleef daarna een week weg en kwam dan weer met een eensluidende kritiek als hierboven en eenzelfde reactie eveneens als hierboven. Dat ging zo week in week uit. “Oneliner Martin” werd hij genoemd.
Car vond hem geloof ik wel een schatje, Jeanine geilde een beetje op hem en Hubert Voorhoeve kwijlde van hem. Allemaal volrijpe mensen die losgingen op een knaapje van zo’n vijfentwintig herfsten oud. Ik dacht dat René en Erwin Vogelezang ook wel een zwak voor hem hadden, maar het kan ook óf René óf Erwin zijn, dat weet ik niet meer, vergeef me beiden.
Maar het overgrote deel van Schrijfnet haatte hem als de gloeiende rotpest.
Het kleintje had ook geen enkel talent of het moest zijn vaardigheid zijn in het neerpennen van onbenullige oneliners onder onze meesterwerkjes, die met bloed, transpiratie en wenen waren verwekt.
En in die onelinertjes kwamen dan meestal woorden als rotzooi, kut, vuiligheid, lul, wanproduct, neuken en tieten voor.
En nu verschijnt het onwezen hier op www, de site van eensgezindheid, liefde en vredelievendheid.
Godverdomme, ban deze vent Pom, ban hem naar de hel waar hij thuishoort.
Doe het voor het voortbestaan van www.pomgedichten.nl, doe het voor jou, voor mij, voor ons allen, voor de vrede op aarde, voor het geluk van de menschheid! Ban de vent nu het nog kan!!!
