Mijn allerbeste Pom, Kwam tussen mijn foto’s een tulp tegen die zichtbaar een mondkapje draagt. Een beetje naar beneden gegleden, maar toch. Die wist er dus maart/april 2020 al van af. Zo zie maar! Maar betere tijden zijn onderweg. Onder de oppervlakte van de besneeuwde tuin – ja, hier in het Zwitserse heeft het vannacht gesneeuwd – liggen veertienhonderd tulpen te wachten op een beter jaar. Ik hol straks gewoon achter ze aan, en pik 2021 lekker mee. Maar voor het zover is, nog een pessimistisch woordje hieronder. Wil natuurlijk niet verzaken je mijn hartelijke wensen te sturen voor de jaarwisseling. Dat er betere tijden mogen aanbreken, zwaai ik je toe. Heb het goed en groet van Jako, vanuit het witte.
afgehaakt
de buurvrouw van beneden die met die tuitlippen waar ik steeds met verlangen naar staar leeft al tijden achter een kapje ‘t is toch wat al bijna een jaar verstopt ze zich
het zijn altijd de lieven, de aantrekkelijken de sterken die verdwijnen
wat mij betreft kun je beter meteen de covid krijgen
jako fennek
Ik wens je een heel mooi en zeer poëtisch 2021. Hier mijn nieuwjaarsgedachte. Met dichterlijke groet, Rik van Boeckel
Onder de boom des levens
Onder de boom des levens liggen geheimen in stilte verborgen
aan de takken hangen de jaren ze vallen als ze voorbij zijn
de volwassen eeuw raapt ze op schudt ze uit over het landschap
herinnering streelt de kleuren aangenomen door de passerende tijd
de stam geworteld in eeuwen begroet het nieuwe jaar met passie
de takken reiken de armen uit naar zon maan en vallende sterren.
De dag gisteren nieuw begonnen ligt oud achter ons net als het jaar wat knallend ten onder ging om met het zelfde vuur weer van start te gaan
2021 Nummerologisch een 5 welke staat voor verandering, vrijheid en nieuwe uitzichten
ik snak er naar!
daarnaast nog die ganzen waar ik vanmorgen over struikelde ( oké ik gaf ze wat te eten) die als totemdier de boodschap hebben dat het tijd wordt om uit beperkingen te treden.
Natuurlijk al met al een hoop spiritueel gelul in de ruimte, maar wel gelul wat me op de 1e morgen van het jaar prettig in de oren klinkt.
Ik hoop dat een ieder de jaarwisseling goed is doorgekomen en geef jullie allemaal op deze morgen virtueel de vijf en hopenlijk veel ganzen op het pad, zodat we een mooi jaar krijgen.
Ik kijk je huis kris kras alle lege dozen recht voor wie van orde houdt, spreid mijzelf als een veel te slappe lappenpop om jou, goedkoper dan de eerste de beste hoer om de hoek, één cappuccino later, ergens in een straat recht ik het stro in mijn armen mijn voeten mijn hoofd, vraag je wat als god bestaat of god mag weten wie dan ook maar iemand om het stro te harden de straten te wissen mijn voeten te vinden graniet te weerstaan
achtennegentig redenen om hier te zijn en twee om dat niet jij jij
Gastcolumns : JOOP KOMEN – “zes jaar geleden verloor ik Margo” Gepost door Pom Wolff op 2006/12/28 8:47:37 (1334 keer gelezen)
ZES JAAR GELEDEN VERLOOR IK MARGO
Beste Pom, je doet me een groot plezier door Margo hier te memoreren. We verloren elkaar zes jaar geleden uit het oog, zes jaar geleden verloor ik Margo in de Club Poëzie, in de Literaire Werkgroep. Ik had me uit die groepen teruggetrokken omdat de beheerder mij in een mailtje minder vleiende dingen toevoegde, dingen die niet waar waren ook nog. En wat doet Jopie dan? Jopie zegt net als Harry Slinger in het onvergetelijke ‘Je loog tegen mij’: “Bekijk het maar” en vertrok met een briesende vriendin in zijn kielzog naar Schrijfnet, alwaar ze een nieuw, gelukkig en vruchtbaar-poëtisch bestaan opbouwden. Alleen van Margo kreeg ik 2 keer een mailtje naar aanleiding van enige tips van mij mbt Poetry Alive, waar ze alleen maar geslijm, gekronkel en gelik kreeg en nooit onvervalste kritiek. Dat schiet voor een dichter en evenmin voor een dichteres niet op. Anoniem wees ik haar op de likkende watjes en de slijmende eitjes en wel zo, dat ze wist wie die anonymus was. Een jaar later kwam er nog een mailtje, maar mijn antwoord werd vermoedelijk verkeerd begrepen en de mailwisseling stopte dan ook meteen. En nu lees ik Margo op Pomgedichten. Misschien dat ze hier wel reageert, hard, genadeloos, of lieflijk en teder, dat hindert niet, als ik maar een, één tekentje van leven van haar krijg, dan is mijn 75-jarige bestaan niet voor niets geweest, want dan ik heb Margo een virtuele kus mogen geven, ondanks die misschien harde en genadeloze reactie. En natuurlijk wil ik ook weten over de boom. Staat hij nog stevig geworteld in de grond, is zijn bladeren-en-takkenspel nog adembenemend, of moet je zo nu en dan de snoeischaar pakken? Dat ‘noli me tangere’ belooft niet veel goeds, maar ik hoop van harte het mis te hebben. Vertel het me Margo, dicht het me, maar laat het me in elk geval horen. Ook voor jou schreef ik mijn elf mooiste verhalen die hier in Pomgedichten zijn geplaatst, ook voor Margo schreef ik enige sonnetten, eveneens hier op www.pomgedichten en tenslotte: ook voor Margo van Gelder plaatste ik menige reactie op, ja juist pomgedichten.
Maar ach, misschien leest Margo deze smeekbede helemaal niet, leest ze Pomgedichten niet eens en blijf ik in een angstig en beklemmend ongewisse op alle vragen die in mij omhoog komen.
Met zacht klinkende passen, als over een mos-tapijt, wie weet dat niemand je ziet, kruip je 2021 in.
Je hoopt de vlinders te begroeten rond geurende bloesem.
Een beetje zon onder je pet.
Proost op het nieuwe jaar.
Merik van der Torren
December 2020
Sinterklaas is dood. Geveld door het zieke monster van deze tijd. En dat zouden we de kinderen moeten vertellen ? Dat ie dood is ? En Zwarte Piet met de muziek mee ? Voorgoed.
We zullen andere feesten moeten creëren, andere heiligen laten optreden, zoals bijvoorbeeld Nelson Mandela, die ook al jaren dood is, maar zijn werk zet zich voort, oneindig lang.
Nou Arie, het is nu januari, we zijn klaar, Gelukkig Nieuwjaar.
geen geld meer in de buidel geen goud meer in de mijn dood zijn de soldaten weg het wankelend regiem de schepen zijn vertrokken ver voorbij de horizon
geen zorg, geen toeverlaat in de uitgedijde krochten van het voorgekookt verraad geen ontsnapping, geen uitweg uit het panopticum wat je verwachtte bleef een gedachte cogito ergo sum
gelukkig staat onze Ien met twee benen in de noordhollandse klei. ik heb het even gecontroleerd per mail. ‘…zelf kan ik wel opknappen van een potje zeuren…’ lees ik in de retourmail – dat is de ware instelling op pomgedichten punt nl – de wereld een mesthoop maar wij dichters zullen overleven!
wat je zou willen dromen wat wensen je verlangens werd aan mij gevraagd
eeuwig jong misschien het middelpunt van alles het leven dat zich nog ontvouwen moet dat je weet dit wordt niet zomaar goed dit wordt gewoon geweldig
of liever oud de vaart eruit verstild maar om je heen beweging overal gekraak van ijdel streven en ambities herinnering dwaalt alle kanten op
mijn dromen door corona aangetast mijn lichaam onvrijwillig übermaagd gedoemd tot onaanraakbaar zijn verlangens weggevaagd.
vraag goede mensen alles vraag kwade mensen alleen het allermooiste
Hee dichter
Op de valreep van het nieuwe jaar zou ik wel weer eens naar een stad willen. Dergelijke versnaperingen heb je niet op dit eiland. Ik zou kunnen gaan verhuizen naar Den Helder, maar iedereen die Den Helder een beetje kent wil zo gauw mogelijk weer opsodemieteren. Steden als Sodom en Gomorra… Tja, ik denk er nog over na. Te veel geluld, hier is het gedicht over de stad Rotterdam, de stad van mijn studie.
Liefs Karin
Steden
Steden worden gebundeld door feromonen steden braden in de bedrading van een zon steden betoveren zichzelve steden waaronder mijn oude nachtmot Rotterdam slaap de slaap der wijze slapen slaap de onrust uit de onbekende dag slaap voor wat je niet wenste te horen slaap de oren uit je kussenrug sloop dat tragisch hopeloze loop morgen naar vandaag loop en laat alle antwoorden vraag goede mensen alles vraag kwade mensen alleen het allermooiste.
Probeer. Meer heeft zichzelf niet nodig geef een goed oog door voorzie het breder nog met blij.
moeilijk de keuze deze week – eerst maar eens even uitgewaaid in de polder. we zagen eenden tegen de stroom in – voor ons buigende bomen – zo hoort dat ook – de natuur dient een buiging te maken voor dichters – zoals wij hier elke week. dank jullie wel voor insturen. deze week heel veel persoonlijks te lezen van wolfjes tot ringen die niet kunnen worden gedragen. ik geloof toch dat ik deze week voor de liefde &de troost moet gaan – en voor Erika De Stercke maar dan wel de verkorte versie van het ingezonden gedicht – zonder de drie strofen overbodige uitleg lezen we ineens een prachtig gedichtje. Ditmar goud! Erika zilver! nederland – belgie – de nederlanden in een oudejaarsstorm. van harte!
ZOMAAR EEN LIEDJE
Dit is wat ik zweer: Zijns wordt heel mijn hoofd, mijn hart, Slapen doen we nooit apart Later, als weleer. Echte liefde vond ik hier, Zielerust en klaar vertier Stromende als een rivier, Dit is wat ik zweer.
Dit is wat ik vraag: Liefde, warmte van zijn zij, Zacht en lief en steeds bij mij, Altijd, als vandaag. Smart, blijf oud, van lang gelee, Laat míj, voor ons pais en vree ’t Minst beminnen van de twee, Dit is wat ik vraag.
Dit is wat ik weet: Trouw beloven mettertijd Resulteert in rouw en spijt, Wat je steeds vergeet. Liefde schrijnt en is misplaatst, Wordt als haat teruggekaatst; Hij was ’t eerst zomin als ’t laatst, Dit is wat ik weet.
***[D.B.] –> ja jongen ik riep het al voordat je je avontuur met hem aan ging. maar ditmar eet het liefst van twee walletjes – de lichamelijke passie laat ie toch niet links liggen – ook niet tegen beter weten in – en het vervolg in de wereld van de poëzie zeker ook niet. dichter zingt het liedje van lief en leed wezen. en wie mag onze ditmar weer opvangen. juist ja wij van pomgedichten mogen weer eens troosten, ontbijtjes serveren, zakdoekjes aanslepen en dekentjes over dichters hoofd draperen. ‘kan ik iets voor je zijn.., met een arm om je heen, voor je grote gemis van wie je zo liefhad en die je nu zo mist..’ zingt huub van der lubbe/ de dijk in de top 2000. we vermoeden het nummer nog zo vaak voor ditmar te moeten zingen. we doen het zo graag.
Vera van der Horst – tot de laatste dag
Frans Terken – wat voor ons zo kostbaar is
Ton Huizer – dichtbundels, lacht ze
Ditmar Bakker – Dit is wat ik vraag: Liefde, warmte van zijn zij, …
Anke Labrie – een echte kerstfeestmoeder
Petra Maria – het zonlicht als een sieraad
Erika De Stercke – een toevallige botsing
Ien Verrips – jouw ring zal ik niet dragen
Rik van Boeckel met De juwelensamba
wie wint de enige echte virtuele – ook dichters doen een geliefde een kostbaarheid om hoor – trofee op pomgedichten punt nl?
de geliefde op zich zelve al een kostbaarheid – liefde en kostbaarheden zijn gelukkig niet aan rijken voorbehouden – ook armlastigen kunnen met een gebaar een geliefde met een kostbaarheid sieren. en dichters – armlastig of niet armlastig – natuurlijk ook maar dan in woorden, in een gedicht, in een tekst. we lezen het zo graag – dit kerstweekend – u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
een juweel
weet je in alle dingen ligt van het weten eigenlijk niets meer dan we altijd al wisten
we nemen ze mee en denken er zogenaamde betere tijden bij al weten we wel beter
een dichter als Babak zou hier in het gedicht met iets onontkoombaars komen een kostbaarheid die hij jou zou omdoen
jou en jou alleen
pom wolff
Dit is het sieraad dat ik kocht toen mijn kleinzoon Wolf geboren werd, ik draag het elke dag. In het zilver is een wolf uitgebeeld. Later is het voor hem.
Wolf
Nooit was de angst zo groot als toen jij ter wereld kwam De dokters renden met je moeder over de ellenlange gang het was nog lange geen tijd maar je kwam
En was de sterkste kleine man zoals je lag in mijn hand je zocht mijn gezicht af klikte vast in mijn ogen keek me nieuwsgierig aan had zin in het leven ik zag het dank je voor de rust die je me toen gaf.
Ik draag je als sieraad tot de laatste dag dat ik je iets geven kan
Vera van der Horst
–> ach een wolfje met juwelen omringd: zijn omawolfje én de zilveren kettingen met welke zij met elkaar verbonden zijn en blijven. het gedicht in lieftalig proza geschreven. met herkenbare angsten en gevoelens van omaliefde. natuurlijk had ie zin in leven. en zin in melluk ook. doktors die met een zwangere vrouw de 100 meter in 10 seconden uitproberen. merkwaardige atleten in een ziekenhuisgang – merkwaardige doktoren op een atletiekbaan. vera hield het allemaal van dichtbij bij. de pen in de hand – omawolfje kon vroeger ook goed rennen hoor.
Clair-obscur
Ook vandaag licht en woord koesteren en weldadig warmte geven aan wat voor ons zo kostbaar is
dat aanreiken op een presenteerblad in zachte zoete liefkozingen als ringen hangend in je oorlel
van gelispel dat lichte geprevel het onuitspreekbare maken en in een halsketting vlechten
Welk geschenk kiest de dichter voor een geliefde in coronatijd? Zijn laatste bundel.
-.-.-.-.-.
Biceps
Samen op slot vreemd gedroomd een heel leven achter de rug
ook wakker omhelzing bovenarmen dichtbundels, lacht ze
slappe kaft nog maar net leesbaar lichaamstaal binnenrijm
daarna koffie
Ton Huizer
(foto: Gevel in Bologna) Fijne dagen Pom. Groet, Ton
–> ton huizer koppelt hier van alles en nog wat aan elkaar. dichter lijkt slaapdronken nog – de spierbundels in zijn hoofd komen minder overeen met de door de geliefde onder de dekens te ontdekken bundels. ‘tuurlijk KOFFIE denkt ze’ dan komt ie bij zijn positieven met die bundels van hem. dichters in bed het blijft behelpen, denkt ze ook nog.
het laatste kerstcadeau
het boompje zonder lichtjes die zij niet meer verdragen kon
reflectie van het smalle lampje boven het witte bed in de kleine zilveren ballen
zij was een echte kerstfeestmoeder en ik meer kind nog dan ik dacht
anke labrie
–> in een wereld die in brand staat – zo stond het belangwekkende brabantse dorp ‘ veen’ vannacht geheel in de fik – stormkracht negen overal onstuimig de regen ook – zware windstoten hoor ik bomen op de rijbaan – verbindingswegen dicht – er liggen bieten op de N7 die uit een vrachtwagen zijn gewaaid – ja wie ruimt ze op – bieten op de weg – je verzint het niet – en te midden van al dit geweld – de kleine observaties van anke bij een beeld van moeder en (toch nog) kind.
EEN GESCHENK
soepel als zijde loop je langs de ogenblikken die we vermijden het zonlicht als een sieraad op wat je dan ook draagt
zoals je je omdraait vanaf de brug je glimlach schenkt als laat het hier maar blijven
gewoon echt een mooi geschenk
petra maria
–> ook hier in dit gedicht belicht de dichter een moment – zon en zijde – oplichtend mooi zo ook de glimlach die hier ‘geschonken’ lijkt.
gebarentaal
het ene verhaal na het andere onze monden staan niet stil
al wil ik de avond zonder woorden vullen, zijn handen rond het glas
precies of hij een relikwie beschermt bij het gedempte licht
ik las een artikel over toenaderingen met lichaamstaal en test het uit
schouders los, een toevallige botsing ik noem het een aanraking
de zachtste glimlach bij mijn fruitig geurende haren
nooit gedacht hoe een man met mij als gezelschap wegzinkt in de drank
Erika De Stercke
—-> ik denk dat het gedicht kracht wint als Erika drie strofen weglaat – poëzie hoeft niet uitgelegd: gebarentaal
het ene verhaal na het andere onze monden staan niet stil
al wil ik de avond zonder woorden vullen, zijn handen rond het glas
schouders los, een toevallige botsing ik noem het een aanraking
de zachtste glimlach bij mijn fruitig geurende haren
Erika De Stercke
kleinood
samen kerst is er voor ons niet bij jouw ring zal ik niet dragen jouw naam zal nooit de mijne zijn nooit ga jij jouw vrouw verlaten
ik schenk jou wat zelfs niet lijkt op ooit
presentjes van weleer werden kleinoden van jouw schuldigheid kostbaarheden die ik koester ze blijken waardevast
Ien Verrips
–> die drie laatste regels zijn er net teveel aan. die eerst acht komen wel binnen zo met de kerst en andré hazes op de achtergrond. iets van raadselachtigheid mag best aan de woorden gehangen door een dichter. natuurlijk niet al die kiloos zoals ton huizer hierboven presteert – dat een gedicht door zijn hoeven gaat. maar een beetje ooit en weleer en best veel nooit zoals hier doet het altijd goed bij de lezer hoor. bij de romantische zeker.
De juwelensamba
Jij bent mijn sieraad geworden ik hang om dag en nacht de gouden strepen van ‘t hart
als jij vertrekt ga ik mee varend langs eilanden van de zee juwelen van het universum
we verblijden de stralende horizon met de zilveren ankers van ons schip jij danst aan stuurboord de samba.
Rik van Boeckel 27 december 2020
voor jong en oud de aanstekelijke vrolijke dansende woorden van Rik. ook de kinderen dansen mee. als ome rik zingt van de juwelen van het universum en de gouden strepen van het hart. klinkt goed.