Suzanne Krijger online les: ‘Ik bewoog mijn lippen tussen mijn tanden en keek naar het plafond, en toen naar de fruitschaal, de scheve foto aan de muur en de net nieuwe scheurkalender…’

#2
School: De eerste echte online theaterles


Ik zat klaar achter mijn eettafel. Oortjes in mijn oren gewurmd, in de hoop er de rest van de les niet meer aan te hoeven zitten, mijn waterfles naast me, haar in een knot, ogen op scherp en de helderheid van mijn laptop iets lager dan normaal. Tegen de vierkante ogen. Ik was vanochtend op tijd opgestaan en had mijn tanden gepoetst met verwachtend enthousiasme. We mochten weer: school. Ik hoopte dat ook in de online wereld mijn enthousiasme gevuld zou worden met het plezier en de leermomenten van het vak. Met een zucht, een kuch en aanschuivende stoel klikte ik op ‘Join.’


Langzaam popten de gezichtjes van mijn klasgenootjes op. Mijn beeld vulde zich met acht afzonderlijke wereldjes. Als eerste vloog Ivo in beeld. Hij zat nog in zijn kersttrui en draaide rondjes op zijn bureaustoel. Plop, Noortje volgde. Met haar gezicht zo verward als haar knot. “Effe wennen he” zei ik. “Hè, wie zei dat?” Vroeg ze. “Ja dat het effe wennen is.” “Oh ja goh, zeker. Ben net uit m’n bed gerold. Nee mam ik had het niet tegen jou.” Haar moeder liep als een schim het beeld in, en zeven handjes vormden één groot ‘Hallo’ op het scherm. “Hi mevrouw.” Ze verdween haperend uit beeld terwijl haar voet vastlopend bleef hangen. “Zo dan, we zijn er allemaal” zei Elsa. “Dan gaan we maar beginnen.”


We kregen onze eerste opdracht. In tien minuten moesten we voor onszelf bedenken, en opschrijven, wat je aan het einde van deze periode geleerd zou willen hebben. Ik voelde me enigszins gek. Zo achter een computer. Alsof ik in een verhoor zat, afgezonderd van de anderen, en er zo maar mensen mee kunnen kijken. Hmmm. Ik bewoog mijn lippen tussen mijn tanden en keek naar het plafond, en toen naar de fruitschaal, de scheve foto aan de muur en de net nieuwe scheurkalender die tussen mijn twee ramen bungelde.


De regendruppels buiten vingen mijn blik, waar een man post aan het bezorgen was. Kletsnat rende het oranje jasje van deur tot deur. Zijn hoofd bleef voor mij een mysterie. Ik vroeg me af hoe laat hij uit z’n bed gerold was. Arme bezorgers. En wij maar online bestellen.
“Ivo, wil jij je camera wat naar boven draaien, want ik zie zo steeds je typende vingers in beeld” onderbrak Elsa onwetend. “Oh ja, ik zie het. Sorry.” Ik keek naar zijn beeld. Inderdaad. Tien tikkende vingertjes bewogen ritmisch voor mijn ogen. Grappig eigenlijk, het kon bijna een voorstelling worden.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is suzanne-krijger.jpg

Het volgende blokje greep mijn aandacht, waar Elsa zich in bevond. Haar achtergrond was gevuld met de muren van haar woonkamer. De open haard mondde uit in een aantal hangende planten, die op beeld een pruik voor haar korrelige gezicht vormden. Ik had haar woonkamer niet zo verwacht. Voor zo een iemand die een Russische dansschool had afgerond zou je toch ja… Een andere kleur muur verwachten? Minder planten?


Er popte plots een handje op in iemands blokje. Esther had een vraag. “Ja ik hoorde dus niet helemaal wat u zei. Mijn verbinding liep vast.” “Verbeelding liep vast?” Vroeg Elsa. “Dat is niet zo best, voor iemand die een theateropleiding doet.” “Nee nee, verbinding. Ik hoorde uw vraag niet.” Terwijl ik bijna in mijn slok water stikte zag ik acht op-en-neer bewegende ‘pixelhoofdjes’ die mijn beeld met gelach vulden. Elsa beantwoordde haar vraag. 


Van een vastlopende verbeelding had ik geen last, wel een slapend been. Een slapend been en nog geen antwoord op de gestelde vraag. Wat wilde ik nou geleerd hebben aan het eind van deze periode. Terwijl elk blokje afzonderlijk weer een gebogen hoofd naar een blad op tafel vormde staarde ik nog even naar buiten. De postbode was helaas ook weer doorgereden. Als het wel een postbode is, misschien is dat wel helemaal niet zo. Misschien keek hij via zijn TomTom stiekem wel mee in deze meeting. Ha, dan had ik dat toch mooi gevonden.


“En Suzanne. Laten we bij jou beginnen. Wat heb jij?” Vroeg Elsa. Ik had natuurlijk nog niks opgeschreven. Mijn eerste impuls ving me stotterend op: “Aan het eind van deze periode wil ik geleerd hebben om mijn verbeelding te laten vastlopen, en mijn verbinding met de les meer aan.” De klas lachte en knikte tegelijk. Ik keek nerveus lachend naar het blokje van Elsa. “Ja, dat lijkt me een goede, haha” zei ze. Terwijl Elsa de volgende student de vraag stelde wierp ik nog één blik naar de fruitschaal: “Oké Suus, bij de les blijven” zei ik. De twee appels en laatste banaan lachten me toe. Nog twee uur te gaan.

Suzanne Krijger
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is suzanne-krijger.jpg

Share This:

Mirjam Al en Merik van der Torren bij het overlijden van de dichter Tito de Vries: ‘je donkere Indische ogen, je rasta-vlechten, O, Tito,…’

je donkere Indische ogen, je rasta-vlechten,
O, Tito,

Tito de Vries, dichter, muzikant, beeldend kunstenaar;
Merik: “Hoe heb je Simon leren kennen?” Tito: “Ik kende Simon al heel lang, al sinds 1954. Van mij waren toen een aantal cartoons gepubliceerd in Vrij Nederland en bij de eerste ontmoeting met Simon, vroeg deze of hij een interview met mij mocht afnemen om in de Haagse Post te plaatsen. Ik heb daarna steeds contact gehouden met Simon. In 1983 kwam ik hem op de hoek van de straat tegen en zei hij tegen me: ‘Ik ben een schrijfworkshop begonnen, heb je zin om mee te doen?’ Zo ben ik bij schrijfworkshop De Klus gekomen. Toen Simon na tien jaar ophield met het voorzitten van de schrijfgroep, heeft hij De Klus nagelaten aan Yermac de Wit en mij. Tot de dag van vandaag draait De Klus door. Iedere maandagavond komen vijf, zes, soms wel tien of twaalf schrijvers bijeen om aan de hand van thema’s, gedichten en verhalen te schrijven.”

Hoi Pom,

Gisteren bereikte me het droevige bericht dat vriend Tito is overleden, beeldend kunstenaar, dichter, muzikant en sportman en vooral voorzitter van Schrijfgroep de Klus, die wekelijks bij elkaar kwam om aan de hand van thema’s te schrijven. Zowel Mirjam Al en ik schreven een afscheidstekst voor hem.


Adieu, Namasté,
 
Tito, meester in de poëzie,
de muzikale grappen,
de gamelan en het voetballen,
de honden, jij dierenvriend,
met de planten, de aapjes, de schilderijen,
uitgever, altijd naar de anderen toe,
zacht-goddelijke fluister
in je meesterlijke teksten,
de geinige glinstering in je
donkere Indische ogen,
je rasta-vlechten,
O, Tito,
ik heb er geen woorden voor,
alleen de liefde voor altijd.
 
Dit is voor Emmy,
de hartsvriendin van onze Tito:
dank voor je niet-aflatende zorg,
dank daarvoor.
 
Er is een lege plek in de tuinen van Buitenzorg,
na al het lachen wat we deden.
 
 
4 januari 2021, Mirjam Al

Voor Tito de Vries

De stad staat vol huizen,
de wind waait om de hoeken,
burgers spoeden zich naar elders.
 
Maatje Betty gaat uit wandelen met mij,
snuffelen aan alle grassprietjes,
die rare doos, een grote boodschap.
 
Dat ik mij kan vollopen,
al ben ik een vergiet
met verdriet uit allen gaten,
want je bent er niet, vriend,
met je grappen en grollen
en poëzie voor het slapen gaan.
 
Volgens mij zweef je op een schapenwolkje,
vleugeltjes aan naar wie je liefhebt
waar je vandaan kwam,
die je koesterde als je het koud had;
Eigenlijk ben je er wel met een laatste gedicht,
zon en regenboog.
 
Zie je nog steeds op die stoel bij het raam,
filosofische boeken lezen,
brieven schrijven,
Schrijfgroep de Klus voorzitten.
 
Wat is het thema ?
 
 
4 januari 2021, Merik van der Torren

Share This:

Ien Verrips I.M. Achterberg – ‘zij weert hem af verschrikt…’


Achterberg
 
de deur die opengaat
verstoring in het ogenblik
van opgelopen spanning die geen uitkomst vindt
uitgebleven ontlading die verlossing zoekt
 
de deur valt dicht
begeerlijk staat zij daar
verstild moment
zij weert hem af verschrikt
wil niet zijn uitweg zijn
 
schaamte ontaardt
een waas van woede
neemt bezit van hem
ontneemt het zicht van hem
aan het einde is geen licht
de weg loopt dood


Ien verrips
 
 
 

Share This:

Karin Beumkes: ‘kom terug bij mij – terug naar het meisje dat ik ben geweest…’

kom terug bij mij
terug naar het meisje dat ik ben geweest

Yo Pom


Ook zo volgevreten van de oliebollen en appelflappen? Ik wel. Ik kan geen poedersuiker meer zien. Volgend jaar ga ik op de pindatoer. Gelukkig nieuwjaar.



Liefs

Karin



Voor geliefden


Voor als je droomt:
kom terug bij mij
terug naar het meisje dat ik ben geweest
met mijn vlinders in de buik van vroeger
met mijn duizenden herfstlichtjes in najaarshaar
met mijn open handen waarin een visitekaartje gemaakt van humusblad
met mijn schaterlach uit zee en diepe wouden
waar de krekel kakelt
waar de stilte is
en is
en is.



Luciano Pavarotti – Nessun dorma https://youtu.be/cWc7vYjgnTs

Share This:

Erika De Stercke wint de enig echte virtuele – de plaatsen waar we ooit waren – de plaatsen waarheen we weer terug – trofee op pomgedichten – Ditmar Bakker zilver.

echt heel moeilijk was de beslissing niet deze week – onder dankzegging aan alle inzenders – twee gedichten braken door het plafond in het huiskamertje van uw webbie hier in die altijd weer zo fijne amsterdamse jordaan. we weten niet wat er in Erika de Stercke is gevaren (of wie) maar ze schreef deze week op zeldzame hoogte – GOUD! en van harte. had Erika niet ingezonden ik had goud geroepen bij de droeve inhoud van het prachtige dichtwerk van Ditmar Bakker – nooit zullen we die prachtregel: ‘Ik mis hem in het huilen van de regen,..’ nog vergeten – maar Erika zond wel in en nu roep ik zilver en van harte Ditmar – geniet het werk van Erika:


de witte stad 

ze spraken van zeven heuvels, we vonden er meer onder 
het wiegende wasgoed en de geuren van knoflook
rustten als voldane ontdekkingsreizigers uit bij de gebakken
vis aan het portotafeltje, het houten tramstel slakte voorbij  

lokale gesprekken kregen onze mooiste glimlach, de hitte 
wachtte op verkoeling in verborgen stegen zonder einde 
een stem lokte ons naar dieptes van weemoed, we boden
geen tegenstand en dreven gewillig naar fuiknetten  

in broeierige bars waar zeerovers een spoor van nostalgie 
en vrouwen achterlieten, spraken we vlot de matrozentaal
braken stadsmuren af en deden het klooster daar beneden 
aan de Taag wellustig beven   

Erika De Stercke  

–>
onze Erika verrast ons de laatste weken  – het is alsof ze poëtisch losgekomen is – wat zeg ik losgekomen – losgezongen lijkt van haar zo vaak klagende zelf. in een strak en prachtig ritme neemt ze de lezer mee naar de stad waar geliefden vol van zijn en raken. in een heerlijke beschrijving wordt een compleet en volledig beeld op innemende en voortvarende en meeslepende wijze uitgeschreven. een schitterend vergezicht.
  • René Brandhoff in Lavelline-devant-Bruyeres
  • Peter Posthumus aan die slootkant
  • Ien Verrips is thuis
  • Petra Maria naar de dagen van eeuwige sneeuw
  • Rik van Boeckel in Lissabon van Carlos do Carmo
  • Frans Terken naar de oude haven
  • Babak Amiri in Kurşunlu 
  • Ditmar Bakker ontwijkt de plekjes
  • Erika De Stercke aan de Taag
  • Anke Labrie op Ibiza
  • Jako Fennek bij de Aude

was het orange of vaison-la-romaine, carpentras of avignon? waar we ooit waren – waar we in de avond aten in een zacht avondlicht met lampjes die een beeld belichtten of iets met water – het zachte geroezemoes van de gasten, de overheerlijke gerechten en de keuze uit zoveel wijnen, het menu met de kazen van de streek – de serveerders en serveersters gekleed in iets plechtstatigs zwart en wit – ja het was daar waar wij ooit waren – de markten, de grotten, de bruggen, de terrasjes – de plaatsen waarheen we weer zouden willen – plaatsen van het stille genieten – we lezen zo graag van dichters  in dit nieuwe jaar hoe het ooit was – (waar en met wie) –
wie wint de enig echte virtuele – de plaatsen waar we ooit  waren – de plaatsen waarheen we weer terug – trofee op pomgedichten? u kent de regels:
de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak  – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.

weet van de dagen
die achteloos voorbij gingen
oplosten in diezelfde achteloosheid
waarin ook wij bestonden
 
in de mooiste woorden
die te vinden zijn
ze had ze graag gelezen
ze wist dat hij ze schrijven zou
 
pomwolff
Ha pom,

Er moest maar weer eens geschreven, nu we toch nergens heen gaan maar overal al waren.
Intussen denken we dan maar even aan La Douce. Ja, zo was het daar. En je kon er gratis parkeren. Kom daar nog maar eens om.
Groet en fijn weekend.
René




Lavelline-devant-Bruyeres

die avond zaten ze voor hun huizen  
er zou weer een stukje L 
van de fabrieksmuur vallen 

we stonden even stil
maakten foto’s van hen en de muur
thuis zouden we laten zien hoe het was
hoe ze zich tandenloos verbeten

ze moesten zich net zo voelen 
als toen de poort niet eens meer sloot 
maar de zon als altijd onderging  
wij zagen alles in het voorbijgaan

weet je nog wel mijn lief
hoe goedkoop het daar toen was

René Brandhoff
–>
een verfijnd soort nostalgie aan de woorden meegegeven. daar beneden , toen en wij. weet je nog wel lief etc etc – en ze weet het nog – of in ieder geval weet de dichter het nog – de woorden  “van hen” niet mooi kunnen gewoon vervallen.(‘en de muur’ is ook wel duidelijk,  hoeft niet) – de vallende stukjes L zijn werkelijk fascinerend. dat verzin je bijna niet – zo maak je van proza poëzie, van non-fictie fictie. of moet je voor zo een regel in het groningen van wiebes wonen?

https://it-it.facebook.com/PoezieMet/videos/461663187513715/?t=13

Hoi Pom, de beste wensen voor een creatief 2021 en uiteraard dank, dank, dank voor het ‘online ‘ houden van je website.
Nu het gedicht over toen en daar:



je zou nog eenmaal
aan die slootkant willen zitten
toen het altijd zomer was

je wenst je zelf 10 vogels
in iedere hand
een spiegel die ontrouw is
alleen loyaal aan jou is
je wenst jezelf vooral 
een terug gaan op het slappe koord
een ontsnapping uit het gemak
van de gewoonte

totdat de sterren zijn gevallen
verdwenen in hun eigen licht
om als niets te landen
in de diepe holtes
van je lege handen

Peter Posthumus

–>
ja ik wil die sloot ook wel nog een keer. mooi. de herinnering brengt de dichter toch wel terug in de – zo we lezen – min of meer lege werkelijkheid – met lege handen staan – de wensen nog een keer geformuleerd. een gedicht waarin de zomerse slootkant  langzaam verandert in een koud winters landschap.



thuis is waar ik ben
al staat mijn bed
in een huis
in de stad
waar ik nu woon
 
ooit stond datzelfde bed
in een ander huis
een andere stad
die ik de mijne noemde
 
het bed, het huis
waar ik geboren werd
bestaan niet meer
al is het dorp
nog steeds mijn thuis

Ien Verrips


–>
ja het lijkt er hier  toch een beetje op of dichter zich zelf aan het overtuigen is. een spel met de woorden huis en thuis. dit en dat en dat is dit en dit is dat en als dit niet meer dat kan zijn dan kan dit toch nog dat zijn. en anders is het anders. een typisch voorbeeld van een te gesloten geheel waarin alles duidelijk is voor de ik persoon maar waar de lezer al snel denkt. ja  ze zal het wel zo voelen. een huis een bed een dit en een dat – ok hoor.
 
als er ergens terugkomen is

de dagen van eeuwige sneeuw
zijn voor onze ogen gesmolten

was dat onze jeugd
tijd van fotoboeken

de blauwe hemel
droeg nog luchtig naar de zee
als schelpjes in het raamkozijn

ik wil ook met jou
nog ergens terugkomen

is dit dan ónze oorlog


petra maria


–>
iets van melancholie wordt wel gehaald in de tekst maar de vraag draagt niet bij aan het complete gevoel. de eeuwige sneeuw, de jeugdfoto’s, de schelpjes allemaal mooi en aardig maar er hoort wel iemand bij. en dat lijkt gevoelig te liggen. we blijven als lezer – net te veel – in dezelfde kou staan maar dan zonder voorkennis.

Beste Pom

De eerste twee dagen van het nieuwe jaar werd ik door het overlijden op nieuwjaarsdag van de 81-jarige fado zanger Carlos do Carmo ineens teruggebracht naar de zomers van 2012 en 2017 toen ik hem ontmoette en sprak. Zoals je wellicht weet schrijven Portugese dichters de teksten voor fado’s.
Samen met fado ster Mariza zorgde Carlos do Carmo ervoor dat fado door de UNESCO als werelderfgoed werd erkend. Hij adviseerde Carlos Saura voor de film Fados. Zomer 2012 ontmoette ik hem samen met fotograaf Hans Speekenbrink in het kader van een reportage over fado voor Jazzism. En in 2017 met leden van Pastiche voor een documentaire over fado in Lissabon.
Ik schreef dit gedicht dat volgens mij past bij het thema ‘de plaatsen waar we ooit waren’ (lees hier mijn verhaal over fado: https://writteninmusic.com/artikel/fado-een-film-over-fado/?fbclid=IwAR2rrnP1mlAbZdFS9TkqWpgQ6Y2xXOFAnBxjZnu1fLkrYcalshEJGeN8kzo)en terugkeren zal ik zeker.


Denkend aan Carlos do Carmo

Denkend aan Portugal
hoor ik zijn stem in Lissabon
een fado man in de stad
wegbereider van de saudade
de Sinatra van weemoed

zijn woorden en zinnen leven voort
via de poëtische klank van zijn stem
het lied van zijn land aan de zingende zee

zijn heengaan tijdens de eerste dag
luidde de geschiedenis in van oude jaren
zittend aan de traag dansende Taag

luisterend naar de eerste fadista’s
zingend vanuit de krochten van de ziel
stemmen in passie geroerd

fado meu fado de stad licht op
uit steegjes van verhitte wijken

denkend aan Carlos do Carmo
weerklinken de ontmoetingen
in echo’s van een rijk verleden.

Rik van Boeckel
2 januari 2020


–>
‘de sinatra van de weemoed’ is niet meer – een mooi eerbetoon van rijkdom en prachtige klanken. ‘de sinatra van de weemoed’ een eretitel. het lijkt me dat dit eerbetoon buiten de wedstrijd moet blijven. een eerbetoon is een eerbetoon – en stijgt uit boven de zondagse dagelijksheid van pomgedichten – danken we rik voor de respectvolle aandacht voor deze grootheid.
 
De beste wensen voor 2021, Pom,
met mooie reizen in het hoofd!


Oude haven

Ach het Avignon van een glimlach
de diva dansend op het festival
verleiding krijgt een podium
in de stem van de ondeugd

ze voert me mee naar Vieux Port
uitzicht op zee aan een zuidkust
Marseille op een late namiddag
dat hengelen van mij in visserslatijn

een liefdesverklaring tot leven geroepen
ruisend als haar extravagante robe
maar mijn poging blijft vruchteloos

gestrand in het sissen van de branding
waar ik die taal niet machtig ben
blaast de zon het sprookje uit

© FT 02.01.2021


–>
reizen we met de dichter mee door douce france waar in de oude haven van marseille een liefde strandt. of dichter met zijn geliefde in het warme mooie festival zuiden een voorstelling geniet of dat hij daadwerkelijk dronken van de liefde douce france doorkruist wordt niet helemaal duidelijk. de afloop wel.



Kurşunlu 
 
Zij spreidt haar armen wijd open  
wijzend naar de grenzen van geluk 
niet dat de waterval iets voorstelt 
het is tenslotte herfst 
 
Zij kijkt omhoog naar die plek waar  
haar god en mijn niets bevriend raken 
de plek waar de vragen vervagen    
bovendien het panorama is dicht 


B.Amiri 



–>
dichter neemt ons mee naar een plaats waarin het mooi zal zijn, met water en licht en lucht en meer. maar hoe het met de geliefden  staat – ik weet het niet en de tekst geeft me ook geen duidelijkheid. het is herfst, er wordt omhoog gekeken, god mag weten waarheen. ik moet daar toch eens heen.


Tijd heelt géén wonden; leugens allerwegen
van wie mij zeiden ‘tijd verlicht die pijn.’
Ik mis hem in het huilen van de regen,
verlang naar hem bij nacht & bij ontij.
De oude sneeuw op bergtoppen gelegen
smelt; rook is al wat rest van ’t blad in mei.
Wrang liefde van destijds blijft toch genegen
mijn hart, mijn wezen, denken, heel mijn zijn.
Er zijn wel honderd plekjes waar ik niet
durf gaan—zo vol herinnering aan hem!
En elk vertrek waar hij nooit binnen ging,
en ‘k opgelucht betreed: nooit klonk zíjn stem
er, zeg ‘k: “Niets raakt aan hem, die mij verliet!”
Direct ontzet met zijn herinnering.

Ditmar Bakker


–>
Dichter pakt weer uit. ‘Wrang liefde van destijds…” leest wat moeilijk weg.  het prachtige gedicht verder opgebouwd rond die de dichter -maar ook de lezer hoor- zo enerverende prachtregel:
‘Ik mis hem in het huilen van de regen,..’
ja wat kunnen we anders nog dan?  we huilen mee – oprecht en vol begrip dat de dichter niet die honderd plekken durft te gaan die hij eerder met hem ging.


Ibiza
 
na hordes hippies in die zomers 
en lang voor de BN’rs kwamen
zag ik jou op dat terras
 
je hotel was niet zo ver
 
de bergen ademden melancholie
de zee was kalm die herfst
het zonlicht zacht
 
jij kende elke plek  
 
geen adressen was de afspraak
maar eenmaal thuis
toch dat ene telegram
 
je bleek al uitgeschreven
 
anke labrie

(2021)


–>
wellicht laat het gedicht zonder die laatste regel meer aan de lezer – biedt het in ieder geval meer mogelijkheden voor interpretatie. dan kunnen we nog ALLE kanten op. dan willen we allemaal precies lezen wat er in dat telegram heeft gestaan. en krijgen we het niet te lezen.  met de laatste regel is die nieuwsgierigheid min of meer opgelost.  in een zacht parlando beschrijft anke labrie mens en plaats en weet iets van wat  vakantieliefde  is uit te drukken.
roeiers
 
we strijken neer als vogels na de trek
het is een franse dag
genadeloos de zon
gebenedijd de wijn en kaas
 
onze blikken volgen roeiers
hun silhouetten stuwen
door de weerschijn van de aude
 
opeens begint de wijn te wegen
we houden hem aan ‘t licht
misschien catharenbloed
ze knijpt haar ogen dicht en lacht
misschien dat van de duivel zelf
 
jako Fennek

een sterke daadwerkelijke sterke laatste strofe. we verwelkomen jako in het nieuwe jaar – nog niets verleerd daarachter in het zwitserse – het gedicht scherp van toon, geraffineerd gesneden en stevig neergezet – proost!
 

nieuwjaarswensen van Jako Fennek en van Rik van Boeckel: ‘betere tijden zijn onderweg….’

Mijn allerbeste Pom,
Kwam tussen mijn foto’s een tulp tegen die zichtbaar een mondkapje draagt. Een beetje naar beneden gegleden, maar toch. Die wist er dus maart/april 2020 al van af.  Zo zie maar!
Maar betere tijden zijn onderweg. Onder de oppervlakte van de besneeuwde tuin – ja, hier in het Zwitserse heeft het vannacht gesneeuwd – liggen veertienhonderd tulpen te wachten op een beter jaar. Ik hol straks gewoon achter ze aan, en pik 2021 lekker mee.
Maar voor het zover is, nog een pessimistisch woordje hieronder.
Wil natuurlijk niet verzaken je mijn hartelijke wensen te sturen voor de jaarwisseling. Dat er betere tijden mogen aanbreken, zwaai ik je toe.
Heb het goed en groet van Jako, vanuit het witte.
 
afgehaakt
 
de buurvrouw van beneden
die met die tuitlippen
waar ik steeds
met verlangen naar staar
leeft al tijden achter een kapje
‘t is toch wat
al bijna een jaar verstopt ze zich
 
het zijn altijd de lieven, de aantrekkelijken
de sterken die verdwijnen
 
wat mij betreft kun je beter meteen
de covid krijgen
 
jako fennek

Ik wens je een heel mooi en zeer poëtisch 2021. Hier mijn nieuwjaarsgedachte.
Met dichterlijke groet,
Rik van Boeckel


Onder de boom des levens

Onder de boom des levens
liggen geheimen in stilte verborgen

aan de takken hangen de jaren
ze vallen als ze voorbij zijn

de volwassen eeuw raapt ze op
schudt ze uit over het landschap

herinnering streelt de kleuren
aangenomen door de passerende tijd

de stam geworteld in eeuwen
begroet het nieuwe jaar met passie

de takken reiken de armen uit
naar zon maan en vallende sterren.

Rik van Boeckel
1 januari 2021

Share This:

met Yvonne Koenderman 2021 in: ‘verandering, vrijheid en nieuwe uitzichten ik snak er naar!…’

De dag gisteren nieuw begonnen
ligt oud achter ons
net als het jaar
wat knallend ten onder ging
om met het zelfde vuur
weer van start te gaan

2021
Nummerologisch een 5
welke staat voor
verandering, vrijheid en nieuwe uitzichten

ik snak er naar!

daarnaast nog die ganzen waar ik vanmorgen
over struikelde  ( oké ik gaf ze wat te eten)
die als totemdier de boodschap hebben
dat het tijd wordt om uit beperkingen  te treden.

Natuurlijk al met al een hoop spiritueel gelul in de ruimte, maar wel gelul wat me op de 1e morgen van het jaar prettig in de oren klinkt.

Ik hoop dat een ieder de jaarwisseling goed is doorgekomen en geef jullie allemaal op deze morgen virtueel de vijf en hopenlijk veel ganzen op het pad, zodat we een mooi jaar krijgen.

Yvonne Koenderman

Share This:

de liefde die nooit beantwoord werd op pomgedichten: Margo van Gelder: ‘achtennegentig redenen om hier te zijn en twee om dat niet – jij jij…’


Noli me tangere


Ik kijk je huis kris kras alle lege dozen recht voor wie van orde houdt,
spreid mijzelf als een veel te slappe lappenpop om jou, goedkoper dan
de eerste de beste hoer om de hoek, één cappuccino later, ergens in een straat
recht ik het stro in mijn armen mijn voeten mijn hoofd, vraag je
wat als god bestaat of god mag weten wie dan ook maar iemand
om het stro te harden de straten te wissen mijn voeten te vinden
graniet te weerstaan

achtennegentig redenen om hier te zijn en
twee om dat niet
jij
jij



© Margo van Gelder

 
 
Gastcolumns : JOOP KOMEN – “zes jaar geleden verloor ik Margo”
Gepost door Pom Wolff op 2006/12/28 8:47:37 (1334 keer gelezen)

ZES JAAR GELEDEN VERLOOR IK MARGO



Beste Pom, je doet me een groot plezier door Margo hier te memoreren.
We verloren elkaar zes jaar geleden uit het oog, zes jaar geleden verloor ik Margo in de Club Poëzie, in de Literaire Werkgroep. Ik had me uit die groepen teruggetrokken omdat de beheerder mij in een mailtje minder vleiende dingen toevoegde, dingen die niet waar waren ook nog. En wat doet Jopie dan? Jopie zegt net als Harry Slinger in het onvergetelijke ‘Je loog tegen mij’: “Bekijk het maar” en vertrok met een briesende vriendin in zijn kielzog naar Schrijfnet, alwaar ze een nieuw, gelukkig en vruchtbaar-poëtisch bestaan opbouwden.
Alleen van Margo kreeg ik 2 keer een mailtje naar aanleiding van enige tips van mij mbt Poetry Alive, waar ze alleen maar geslijm, gekronkel en gelik kreeg en nooit onvervalste kritiek. Dat schiet voor een dichter en evenmin voor een dichteres niet op. Anoniem wees ik haar op de likkende watjes en de slijmende eitjes en wel zo, dat ze wist wie die anonymus was.
Een jaar later kwam er nog een mailtje, maar mijn antwoord werd vermoedelijk verkeerd begrepen en de mailwisseling stopte dan ook meteen.
En nu lees ik Margo op Pomgedichten. Misschien dat ze hier wel reageert, hard, genadeloos, of lieflijk en teder, dat hindert niet, als ik maar een, één tekentje van leven van haar krijg, dan is mijn 75-jarige bestaan niet voor niets geweest, want dan ik heb Margo een virtuele kus mogen geven, ondanks die misschien harde en genadeloze reactie.
En natuurlijk wil ik ook weten over de boom. Staat hij nog stevig geworteld in de grond, is zijn bladeren-en-takkenspel nog adembenemend, of moet je zo nu en dan de snoeischaar pakken? Dat ‘noli me tangere’ belooft niet veel goeds, maar ik hoop van harte het mis te hebben. Vertel het me Margo, dicht het me, maar laat het me in elk geval horen. Ook voor jou schreef ik mijn elf mooiste verhalen die hier in Pomgedichten zijn geplaatst, ook voor Margo schreef ik enige sonnetten, eveneens hier op www.pomgedichten en tenslotte: ook voor Margo van Gelder plaatste ik menige reactie op, ja juist pomgedichten.

Maar ach, misschien leest Margo deze smeekbede helemaal niet, leest ze Pomgedichten niet eens en blijf ik in een angstig en beklemmend ongewisse op alle vragen die in mij omhoog komen.

De kluizenaar van Gendringen.
Joop Komen
 

Share This:

de oudejaarscolumn van SUZANNE KRIJGER: ‘Ik kon alleen maar kijken naar haar waterige oogjes en haar mondkapje dat langzaam de tranen opving. Ze kwam net uit de begrafenis, en moest nog avondeten kopen…’




#1
06 dienst: ‘De karren’
 
Ik sta vandaag voor de laatste keer dit jaar bij de winkelkarretjes in de Albert Heijn waar ik werk. De winkelwagentjes die we tegenwoordig allemaal mee moeten nemen de winkel in. In de hal is het de taak van de medewerker om de karretjes, die aan de lopende band terug worden gebracht, schoon te sprayen met desinfectiemiddel, en weer aan de schuiven in de rij. Waar de volgende klant zijn wagentje mee kan nemen.
Het werk bij de karren kan vermoeiend worden na een tijdje. Poeh, dat heb ik kunnen merken, want sinds maart doe ik dit regelmatig. Het insprayen van de karretjes, het aanspreken van klanten die hun winkelwagen niet in de rij met vieze willen aanschuiven, of de terugkomende opmerkingen. “Ach die Corona bestaat niet joh,” “Schuif zelf lekker dat karretje aan, trut,” “Maak je ze wel echt goed schoon?” “Ik ga Godverdomme geen kar meenemen, ben je helemaal besodemieterd…” Het is ook niet altijd leuk natuurlijk.
 
Ondanks de verplichting van de karretjes was er een aantal klanten die het werk leuk maakte. Klanten die ondanks de maatregelen de positieve dingetjes op zochten. De humor in de brommende klanten bijvoorbeeld. Blij zijn met wat er nog is. Zoals ’s avonds normaal over straat kunnen gaan, of toch een aantal mensen over de vloer mogen hebben.
 
Ik moet denken aan een oudere vrouw, die ik nooit meer zal vergeten. Een oude vrouw, die elke woensdagochtend om dezelfde tijd hier boodschappen kwam doen. Precies wanneer ik altijd een shift moest draaien. Ze droeg altijd dezelfde kleding. Een wijde spijkerbroek met een bruin shirt, cowboylaarzen en een bordeauxrood vestje eroverheen. Die laarzen vielen me het eerst op. Expres deed ze alleen boodschappen. Door haar mondkapje heen kon je haar lieve blik zien. Hoe fijn ze het vond wat we deden. Ze bedankte me altijd, elke week, lief voor het schoonmaken voor een karretje, en bracht die terug met een euro ‘fooi.’ “Hier, bedankt he. Jullie doen maar dankbaar werk! Die mensen in de zorg zullen het zo wat minder zwaar krijgen!” Zo liep ze elke keer opnieuw, enigzins wankelend, weg.
 
Op den duur maakten we zo nu en dan een praatje. Over het weer, mijn school, haar vroegere werk, de persconferentie van komende dinsdag. Wat zouden de nieuwe regels worden? Werken die mondkapjes nou echt zo goed? Zou ik nog wel naar school kunnen? Ze hoopte het voor me.
Een tijdje geleden vertelde ze me spontaan over haar man. Ik had gevraagd hoe het met haar ging. Haar man was al een tijdje ziek. “Niet van Corona hoor, nee. Nee hij heeft al een tijdje kanker. Het is maar afwachten zeg maar. Maar ja, ach. Positief blijven he! Dat is het enige wat je kan doen. Ik ben al blij dat we nog af en toe kunnen wandelen, dat vindt John heel fijn.” Ik vond het knap dat ze ondanks haar zieke man nog zo positief kon blijven. Ik schaamde me een beetje. Ik kan af en toe zo boos worden van het saaie werk bij in de hal, en de klanten. Ik moest het eens anders bekijken, dacht ik bij mezelf. Dat heb ik wel geleerd van haar.
 
Op een woensdagochtend in juli. Een warme zomerdag, kwam de vrouw niet op de gebruikelijke tijd opdagen. Ik vond het gek, ze kwam altijd stipt om 09:00 de winkel binnen wandelen. De shift ging voorbij. Vervolgens een aantal weken, maar geen spoor van de vrouw. Ik maakte me zorgen. Zou ze? Nee, dat kan toch niet. Zij zou toch niet? Of haar man?
Een tijd later kwam ze op een zaterdagmiddag in oktober de winkel binnen strompelen. Ze liep moeilijk. Haar blik was op de grond gericht. Ze had niet meer haar gebruikelijke kleren aan. Zwart, vooral zwart droeg ze. Het bleek dat haar man was overleden. Daar was ik al bang voor. Ik vond het vreselijk. “Jeetje, wat heftig mevrouw. Gecondoleerd…” Ik wist niet wat ik meer moest zeggen. Ik kon alleen maar kijken naar haar waterige oogjes en haar mondkapje dat langzaam de tranen opving. Ze kwam net uit de begrafenis, en moest nog avondeten kopen. “Ik ga maar voor een kant en klare maaltijd, want ik heb geen zin om te koken hoor. Stamppot boerenkool, dat ga ik eten… Dat vond John ook zo lekker.” Voordat de vrouw de winkel binnenliep wilde ik een hand op haar schouder leggen. Maar ja, dat kon niet.
 
Deze 31 december heb ik voor het laatst dit jaar bij de karren gestaan. Ik vraag me af hoeveel ik er schoongemaakt zou hebben, en hoelang dit nog gaat duren… Positief blijven, zeg ik tegen mezelf, en het laatste kwartier van mijn shift gaat voorbij. Zo, dat ging toch nog best snel. Zo’n shift van vijf uur. Ik overhandig mijn desinfectiewapen aan mijn collega en wens haar succes. “Nog even!” Zeg ik. “Voor we het weten is het voorbij.” Ik loop blij de winkel uit. Op naar huis.
Vanavond drink ik corona-proof een glas champagne op het nieuwe jaar. Met de positieve instelling van de vrouw met de cowboylaarzen in gedachten, en een denkbeeldige hand op haar schouder. Op een gezond 2021. En bij deze alvast: “Gelukkig nieuwjaar allemaal.”

SUZANNE KRIJGER
 

Share This:

pom wolff: ‘alleen wat leeft verschilt van elkaar…’

toetreden tot

de natuur ja

sneeuw
witte vlokken

dodenrijk
een duister nis

al die eenheid die gelijkmatigheid
die verzamelingen

alleen wat leeft
verschilt van elkaar

daar doe ik het dan maar mee

pom wolff

Share This: