Geen categorie

Petra Maria & Max Lerou winnen de enige echte virtuele het duurt nu echt te lang trofee op pomgedichten

Geplaatst op

het goud en zilver  gaat deze week richting petra maria en richting max lerou. wie krijgt wat dat is wel nog even een dingetje. het duurt te lang wolluf!!! duurt echt te lang – die beslissing – jaja kind – alles aan jou duurt me ook veel te lang – leg je kleren asjeblieft terug in de kast – elke dag hier met jou hetzelfde liedje – dat duurt me echt te lang – we moeten door het spijt me – door met max en door met petra maria – goud en zilver naar max én petra vandaag – voor beiden al het eremetaal – dat is de oplossing vandaag. alle dichters bedankt!

het tijdelijke door max vorm gegeven waarin alle woorden verloren gingen én de oneindigheid van de liefde voor petra maria – en dat wij ons als lezers ergens daarbinnen bevinden – in al onze armoede een weg trachten te vinden in de tijd én de prachtwerken van petra maria & max mochten lezen. van harte en dank jullie wel!

 

Petra Maria die plek waar jij me vroeg

Marc Tiefenthal op wacht

Frans Terken diep in de ogen

Rik van Boeckel laat het hart bloeden

Erica de Stercke wacht het lege perron op mijn oude huid

Cartouche om tot elkaar te komen

Aratrios zacht was het zeker alles

Max Lerou weet nu meer dan ik bedenken kan

met een groet van jako fennek in de regen:

Groet uit de bergen

Hier eindelijk regen Pom. Het duurde lang, heel lang dit jaar. Dan begin te beseffen, dat water
één van de belangrijkste en noodzakelijkste levenselementen is. Ik sta in miin schoenen, ga de
natuur in. Een wandeling in het vocht, geen gedicht vandaag. Had een drukke zaterdag. Maar ik
lees wat jullie doen. Er zijn prachtige bijdragen bij. Verheug me op de uitslag.

Heb het goed vandaag, pas op jezelf.

Groet van Jako

 

 

wie wint de enige echte virtuele het duurt nu echt te lang trofee op pomgedichten? onze davina verovert de lage landen met het – duurt te lang – liedje van glen en morien:

Het duurt te lang
We staan hier al een tijdje en we moeten door dus voor de laatste keer het spijt me
Het duurt te lang
Het duurt te lang
We staan stil
Wat jij wil, wat ik wil
Het duurt te lang
.

maar wat duurt de dichter te lang? dat is de vraag op pomgedichten punt en el. dat gaan we hieronder lezen – u kent de regels – de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10.30 uur. stuur in onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.

 

terug naar de plaats
waar heftiger werd gezoend
dan god het ons leerde
de tuin!
.
god keek weg
het was teveel
engelen vlogen niet meer
mensen bleven staan
.
er werd gegild
er was vrede
wij deden waarvoor we bedoeld waren
en het zou nooit meer nee nooit meer zo
 .
pomwolff

HET PLEIN

als ik dichterbij kom
waar jij verder weg
een tijd terug
met lange benen
naast mij zat

je handen
koel rustend op mijn arm

de plek
waar jij me vroeg
verlaat me niet
en ik je zei
wat er ook gebeurt

weet ik
dat tijd in onze liefde
niet bestaat

PetraMaria

de hele wereld duurt te lang, haast, ongeduld, kloppend rijmen, ze rijdt te lang in deze tunnel zingt ze –  veel te lang natuurlijk – tijdje –  het spijt me – ja hoor wat zal je kloppend rijmen – duurt te lang – boeiend! –  iets van verwendheid heeft het allemaal wel – een heerlijk beeld van een generatie – en daarnaast die vreemde hang naar verhalen vertellen – story telling –  als tegenhanger – dat vloerkleed van moralisme dat in veelal onbeduidende levens wordt gelegd  gaat langer mee dan een mens zich zou wensen –  die onverslijtbare moderne tegenhanger – verhalen over verveeld leven – ze krijgen er geen genoeg van. heerlijk allemaal – dat we het nog mogen meemaken.

HET thema op pomgedichten vandaag opgepakt door dichters – vloggers en de moralistische verhalenvertellers let op – zo gaan dichters om met hun tijd. petra maria als eerste hierboven en de tekst zonder enig moralisme. we lezen over een arm, een plein, lange benen en over de tijd die niet heeft bestaan – een verademing deze tekst in een wereld waar 9 minuten  herhaald wordt dat het allemaal te lang duurt. dank je wel petra maria – in alle eenvoud de oneindigheid in een paar streken kleur gegeven.

Nul n’est d’or autre
que la patience accorde.

Onder dit opschrift
staan we
in de rij

te wachten.

Niemand is verguld dan
door het geduld geschonken.

wachten

en reiken onze hals uit
naar zalen
vol zaalwachters

zij waken over doeken
van Frans Hals
of over de Burgerwacht
of over doeken
van Mark Rothko
die niet kon wachten
of over doeken
van Willem de Kooning
die heel lang kon wachten

wachten we

Marc Tiefenthal

tiefenthal verplaatst het thema naar de wachters in een museum – hoe zij de uren van de dag doorkomen – met wachten – geduld over wint alles stond er op het bordje van oma – de wachters weten het – zelfs de tijd. duurt wel lang dit gedicht – hij staat er al een tijdje tief. gun de suppoost ook iets van een leven. ik zou zeggen – opdoeken allemaal!  hier. als titel dan – kan dit gedicht wel gebruiken. beetje leven in de brouwerij.

‘Wachten duurt lang’

Zoals je wacht op de wijnoogst
je ziet onder zon de druiven groeien
knipt weg wat te klein blijft
en blaast er warmte overheen

hoe het na stampen rijpt op het vat
je staat erbij te kijken hoe het gist
klaart het dat het in de fles mag
dan nog moet mond en keel wachten

het is voor geduld een neus hebben
laat ook die ruiken en genieten
van het walsen in het glas en
kijk intussen je lief diep in de ogen

goed dat er nog plat water is
om even de mond te spoelen

(‘Wachten duurt lang’, titel geleend van Bert en Ernie)

FT 10112018

langzaam werkt frans toe naar de geliefde van dienst maar ik geloof toch niet dat deze liefde een lang leven tegemoet gaat – de mond moet meteen al gespoeld. zowel letterlijk als figuurlijk – dit gaat niet lukken. zoveel is zeker. liefde moet als goede wijn … vermoed ik dat de dichter hier duidelijk maakt.

Vers van verandering

Niets blijft zoals het is
dagen wonen in herinnering
in huizen met vleugels van zilver

wolken leven als zotten boven daken
de wind neemt alles mee en af

dagen kruipen tergend langzaam voort
langs aders van leven en liefde
smeken hen zacht te worden

de zegen van verandering
laat het hart bloeden

en stralen met het gemak
van de dromer die ontwaakt.

Rik van Boeckel
10 november 2018

rik combineert wat te combineren is maar ook het onmogelijke – de wolken als zotten –  de dagen tergend langzaam – mooie tweede regel:  de herinnering en toch ook het verlangen naar wat de dromer droomt – dat het zacht mag zijn – de liefde – de verandering –  het leven.

het is één chaos – en rik maakt er al altijd het beste van in zijn kosmisch universum waarin hij mensen situeert die overal achteraan gaan maar nooit weten waar ze uitkomen –  waar de wolken en de wind de mensheid heen drijven – het is drijven en gedreven worden in de gedichten van rik van boeckel

Linie

Dat succes zich voedt als een slang
weggemoffeld op het podium.

Het publiek houdt zich stil. Zelfs
geen zuchtje gevaar aanwezig.

Druipend van geduld slaat onder
slinkse ogen de muil toe.

Hoe mijn waterkans wordt opgeslokt
bij de minste vreemde werveling.

Aan tafel zitten de koppensnellers
kurkdroog met punten te prutsen.

Ik stond er bij, zag gebroken tanden
in de overwinningsbeker bijten.

Vervelde verklaringen dimmen het licht
naar een gladde nacht.

Met grensoverschrijdend geduld wacht
het lege perron op mijn oude huid.

Erika De Stercke

wat ‘waterkans’ is – een vlaams woord vermoed ik – of een gerecht waterzooi altijd lekker – wat is hier aan de hand. ik vermoed dat onze erika verhaalt van een slamwedstrijdje en dat ze kijkt naar een veelkoppig monster – de drie juryleden achter een goedkoop tafeltje. want wie zich als jurylid uitgeeft is niet goed bij het hoofd – die pretenteert te weten wat er in een dichter gevaren is – lijkt erika hier in vlagen van toenemende woede op te schrijven. en dan is er nog dat beeld van een eenzaam perron – de slamdichteres moet gent nog halen – de valse muilen van de juryleden wat zou ze ze graag. lieve erika het leven is niet eerlijk – niet altijd – bijna nooit. en die juryleden je zou ze inderdaad. mee eens!

Lang

van november tot diep in mei
hebben ze gezwegen, zij lagen
te roesten in hun schedes, bloedeloos
de dagen verzadigde loopgraven

tot het krieken, de roep van de spriet
hem vermande, wakker riep
ontvlamde, hij zijn open graf verliet
en in het veld trad om haar
te tarten en te dagen

tot drank en nageslacht
geen lieve vrede maar tweestrijd
om te leven, te overleven
op het slagveld van zachtheid
delf je enkel onderspit

als man, als heilsoldaat
kun je niet te lang zonder strijd
blijven staan, spieden, draaien
wapens dienen – ingezet
om tot elkaar te komen

11-11-2018
Cartouche

wat cartouche toch allemaal weer aan elkaar rijgt? de loopkuilen van de 1e wereldoorlog als decor – lekker modern vandaag – en dan al die vogeltjes in mei – die kunnen er nog wel bij  – soldaten vogeltjes slagvelden – het is duidelijk cartouche wil in en met dit gedicht ergens heen – maar waar cartouche heen wil weet cartouche alleen.

Te lang voorbij
 
Er was die dijk
die geen dijk bleek,
die poort die geen poort bleek,
 
land dat geen land kon heten,
 
maar er stond bereid een
trein op een
terrein op een
klontering van palen.
 
Ik kon hiervan heen.
Hij was nog te halen.
 
Aan zee wachtte honkvast
de vogel in zilver
of leek het goud.
Zacht was het zeker alles
een warme jas. Toch
haar klapwieken
zinloos begonnen.
 
Aratrios

onze pseudoniem haalt de dichter van de chrysanten en de roeiers in huis – het is er allemaal maar het is er ook allemaal niet – petra maria beperkt dit gegeven tot de liefde die zij tijdloos verklaart in poëtische termen – bij arie van egmond bestaat er van alles en nog wat – (niet). als je zegt wie je niet bent houd je jezelf over – schreef ik eerder – maar haar houdt ie niet over  – ooit vloog ze weg en weg was ze – wat rest is de poëzie – egmond aan zee – het geluid van klapwieken in de verte. hoe alles toch ook weer samenvalt en samenkomt in de teksten van zangeresje. het duurt allemaal te lang man. hahaha. voor je het weet bestaat er niets meer.

vandaag bestaat niet

je ging al net zo vlug weg als toen
je voor het eerst met het paard
ook mijn leven binnen galoppeerde

je zei verdomme nog ik val niet zo snel
doe maar rustig aan time is on your side
dat klopte dan weer wel ik ben er nog

de klok was van ons de kosmos wist beter
tijd draagt het mombakkes van de dageraad
schoppenaas schuilt in de boezem van het licht

denk niet dat ik je nog een keer zal schrijven
jij weet nu meer dan ik bedenken kan
en ook de woorden zijn op

ml

zo goede morgen nederland – max lerou neemt eventjes de gelegenheid te baat om afscheid te nemen – het duurde net, net, net te lang – moet je net max lerou hebben – dichter is er klaar mee – er kunnen nog 12 regels vanaf maar dan ook geen woord meer. hahaha! heerlijk. de tijd wel even nog op haar ‘side’ gelegd, aan haar toegeschreven.  de ogen geopend & gapende kloven –  smeren maar dames! –  nee de meisjes van plezier hebben vandaag geen goede morgen.

Share This:

Geen categorie

LISAN LAUVENBERG: Onze oude stamkroeg is ingrijpend verbouwd. Dianne Ozon en ik hebben geprobeerd te omschrijven wat we precies zagen en voelden toen we er zaten….Eén muur ziet eruit alsof je in een slagerij bent, De andere alsof we in een crematorium zijn….

Geplaatst op

 

Wekelijks een column schrijven

is zoiets als de liefde bedrijven

Soms heb je zin

En rijgt zich zin na zin.

En soms heb je er geen zin in.

 

Dus vandaag een wat zie ik in mijn omgeving en wil ik delen. De gewone dagelijkse dingen en de veranderingen.

Ton Lebbbink kon dat als geen ander. Zijn omschrijvingen van zijn omgeving waren weergaloos. En hij deed dat bijna dagelijks.

Afgelopen zondag is, in cafe Helmers, zijn sterfdag herdacht met een mooie uitgave van zijn best hits en zijn laatste schrijfsels. Mooi boekje dat Pappen en Nathouden heet, met tekeningen, teksten een wonderlijke cd met sterke ritmische muziek, die hij bij zijn optredens gebruikte en zijn stem. Oude vrienden kwamen samen om hem te gedenken en een glaasje te drinken. Het was een vreemd gezicht om de oude punkdichters en rockers in de nieuwe Helmers te zien.

Onze oude stamkroeg is ingrijpend verbouwd. Dianne Ozon en ik hebben geprobeerd te omschrijven wat we precies zagen en voelden toen we er zaten. Op de plek waar vroeger de ronde tafel stond, die kaart- en jurytafel was en waar eindeloos veel kranten zijn gelezen, is een soort boudoirachtig setje meubels neergezet. Eén muur ziet eruit alsof je in een slagerij  bent, De andere alsof we in een crematorium zijn, met een licht ornament in de vorm van twee kruisen. In een andere hoek zit je in een wellness hotel en de hoek waar vroeger de helder verlichte keuken was, zit de ingang van de toiletten beneden, maar het lijkt eerder alsof je naar de sauna gaat. De krukken zijn zwaar en niet zitbaar. Alleen als je zulke smalle billen hebt als de gepensioneerde verpleger kun je blijven zitten. De rest van de mensheid glijdt er met gemak voortdurend vanaf. En misschien wil je er ook niet lang blijven zitten, of willen de nieuwe eigenaren niet, dat er mensen lang blijven zitten.

Nergens een herinnering aan de stoere, warme en oude plek. Ik ben gauw weer weggegaan.

Ik mis Ton. En meer. Die Poëzie komt nooit meer terug.

Dan nog:

In mijn straat is er geen licht. Kapot? De winkelstraat om de hoek is daarentegen dubbel verlicht met kerstversiering en hier en daar al kerstboompjes met lichtballetjes, maar bij ons is het donker. Zo donker dat ik gisteravond wel mensen hoorde die een fikse ruzie hadden, maar ik kon ze niet zien. Bijzonder onwerkelijk midden in de stad. De man wilde dat de vrouw met hem meeging, omdat hij haar had gefêteerd op drankjes en eten en zij wilde niet met hem naar huis, maar werd tegengehouden door hem. Dat hoorde ik, maar ik zag niet wat er gebeurde. Aangezien ik niet wist of het voor de vrouw gevaarlijk werd, heb ik een zaklantaarn met sterke straal gezocht en gericht op het schreeuwende tweetal. De man stak zijn handen meteen in de lucht, alsof ik een pistool op hem richtte. Waardoor ik in de lach schoot en de keurige mevrouw ook. De heer zag er dronken maar zeer gesoigneerd uit, de vrouw tipsy, giechelend in mijn lichtstraal. Gelukkig besloot mijn buurman ook het balkon op te stappen, eveneens met zaklantaarn. Met zijn diepe basstem verzocht hij om uitleg. De vrouw wilde graag naar huis, maar was bang dat de vent haar achterna zou lopen en ze wilde niet dat hij wist waar ze woonde. Logische gedachte, maar waarom dan stilstaan in een donkere straat?

Het waarom is nooit beantwoord. Maar de man is in onze lichtstraal blijven staan, aldoor sorry, sorry, sorry zeggend, of kutwijf, kutwijf, kutwijf roepend. Na vijf minuten was ik het zat en ben ik naar binnen gegaan. Hij is nog eens vijf minuten blijven staan, genoeg tijd voor de dame om een flink eind bij hem vandaan te komen.

Maar waarom is het zo donker in onze straat? En mevrouw als u dit ooit leest, laat me weten hoe het u is vergaan.

 

En verder:

Het is huispaktijd

Onder een dekentje op de bank tijd

Kaarsen aan en hutspot tijd.

Het is Mathijs, Jeroen en Twan tijd.

 

Ik zoek het licht in het donker.

Al schrijvend kreeg ik daar weer zin in.

 

© Lisan Lauvenberg

9 november 2018

 

Share This:

Geen categorie

TOCH NOG EEN VERSE VON SOLO OP DE DONDERDAG – en wat voor een! over Billen die net een broekmaat te groot zijn. Wel hakjes erbij. Wapperende handjes, luchtkusjes en hip. De geur van yoga en ZZP-succes wervelt als een cycloon om ze heen.

Geplaatst op

 

Deel 311. Afdankertjes

Op het schoolplein van de kinderen zie ik ze soms. Zo in de verf gezet, dat het lijkt of het net niet opvalt. Billen die net een broekmaat te groot zijn. Wel hakjes erbij. Wapperende handjes, luchtkusjes en hip. De geur van yoga en ZZP-succes wervelt als een cycloon om ze heen. Zo creatief. Ze mogen ervan zichzelf zijn. En soort zoekt soort. Het vormt een kliekje waar graag bijgehoord wordt. Ze hebben nooit een man bij. Navraag leert ook dat die verdwenen is. Niet verder vragen. Mannen dwarrelen er echter zat omheen. Maar die zijn gelukkig getrouwd met een midlife crisis of het zijn gescheiden exemplaren. Beiden heb je er weinig aan. Het zijn als darren in de bijenwereld. Hun geslachtsorgaan verliest zijn functie na de paring.

En paren doen die vrouwtjes nog wel, sporadisch. Omdat de opiniebladen en de media ze vertellen dat dat hoort, ook al is de alimentatie al binnen voor het resterend anderhalf decennium. Of gewoon omdat ze à la Heleen van Rooijen ‘geil en stout’ zijn. Maar dat is meer een imago dingetje. Het geeft ze namelijk die schwung die nog begeerlijk voelt. En die heb je nodig om de darren om je heen te laten bewegen, die voor de extraatjes zorgen en je sociaal aanzien geven. Ook bij de vrouwen. En gespreksstof in de wijnbar. Alles het einde van de veertigjarige stuiptrekking van het nooit volwassen hebben willen spelen tot de overgang. De ontkenning van levensfase tot levensfase. Als tiener te volwassen willen. Als twintiger te speels spelen. Als dertiger de veertigste wijsheid veinzen en dan scheiden. En als veertiger de eindelijk verstandige volwassen jeugd spelen terwijl het stilletjes in de schoot allemaal verschrompelt. Dan is het klaar. Want wat volgt was onmogelijk voor te stellen en valt niet meer om te acteren.

Toch worden ze nu nog net op regelmatige basis geneukt. En wel door mijn vriend Herman. Hij stuurt me soms tietenselfies en onhandige foto’s van zichzelf bevingerende afdankertjes. Die heeft hij dan van hen gehad in aanloop tot stomende schemeravonturen en stuurt hij om me jaloers te maken. Hij fladdert wat heen en weer. Gisteren vroeg ik hem of hij het ook weleens met getrouwde vrouwen deed. Hij antwoordde dat zeker de helft getrouwd was. Toen ik hem vroeg of die vrouwen dan met hem sliepen om hun huwelijkse twijfels in beton te gieten, beaamde hij dat. Daarna volgde altijd een scheiding. De beste beslissing in hun leven. Hij verdween dan weer. En dook in het volgende stadium van een ander afdankertje op, de happy single periode. En op die manier bedienen in Rotterdam ongeveer honderd viriele mannen de tienduizend blanke succesvolle vrouwen tellende afdankertjesmarkt. Zij zijn de anonieme piemels, die zorgen voor het kloppende plaatje. Zij zijn de stof voor de Viva verhalen. En op hun beurt zijn ook zij weer afdankertjes. Zo houdt het systeem zichzelf in stand.

Een paar weken geleden zag ik op zaterdagochtend een vrouw fietsen waar ik sporadisch heimelijk naar loer op school. Stevige billen, vaak in een leren rokje of dito broek. Ze haastte zich op de fiets met haar kinderen naar de zaterdagse clubjes. Ze zag er gestressd uit. Toen ze voorbij was sprak ik hardop in mezelf: ‘Ook zo één waar dus niet mee samen te leven viel.’ Bij die woorden kreeg ik het koud. Misschien veronderstel ik te veel. Misschien zegt het meer over mijn angsten dan over de levens van anderen. Dat het de spiegel van de zwarte plekken op mijn ziel is. Ik wil niet afgedankt worden. Maar blijf liever voor altijd samen met degenen van wie ik houd. En wil vooral niet worden zoals zij allemaal.

VON SOLO

DICHTER, PERFORMER, COLUMNIST EN CINEAST

www.vonsolo.nl

Share This:

Geen categorie

de VON SOLO uit 2014 – “Eerst mijn gezin. Dan de poëzie. Dan mijn nachtrust. En dan mijn werk.”

Geplaatst op
Gepost door Pom Wolff op 2014/11/13 6:30:00 (485 keer gelezen)

POMgedichten presenteert de donderdag column:
VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!
Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

Soms heb je wel eens geen tijd. Hoezo geen tijd? Dan maak je toch tijd!
Soms vind je andere dingen belangrijker. Hoezo belangrijker?
Het is toch allemaal gewoon een kwestie van prioriteiten stellen?


Deel 67. Prioriteiten stellen

Deze week was ik in gesprek met een dame waarvoor ik een klein congres ga begeleiden. Het bedrijf waar ze werkt is aan het reorganiseren. Er vallen fors wat ontslagen. Er moet meer met minder.
Het congres dat ik ga begeleiden heeft geen duidelijk doel. Het gaat over synergie en dromen. Deelname door het personeel is gewenst. Het is echter niet verplicht. De organisatie was een beetje teleurgesteld in het aantal deelnemers. Ze vroegen zich af waarom dat aantal zo laag was.
Ik antwoordde dat ik dat in het licht van de krimpende organisatie en de toenemende werkbelasting wel kon begrijpen. Dat bleek echter tegen het verkeerde been. Dat was simpel gezegd onzin. Als mensen iets als werkbelasting aanhalen, dan doen ze iets fout. Het is een keuze. Time management. En wat vind je nou belangrijk?

Dat is een vraag die ik thuis ook wel eens gesteld krijg. Ik zal uitleggen hoe mijn tijd besteed wordt.
Een jaar heeft rond de 8.700 uur. Daarvan besteed ik er 2.000 aan mijn betaalde baan. Aan poëzie besteed ik 700 uur. Ik slaap gemiddeld 2.900 uur per jaar. Drie weken per jaar ben ik met mijn gezin op vakantie en ook de weekends staan in het teken van mijn gezinsleven. Daar zit dus gemiddeld 2.900 uur in. Net zo veel als ik slaap. Dat betekent dat er op jaarbasis 200 uur overschiet voor andere invulling. Dat is per dag dus gemiddeld een half uur. Op basis van deze berekening kunnen we dus eigenlijk wel stellen dat ik doorlopend vol zit.

En dan voel je hem al komen. ‘Maar dan is het toch gewoon een kwestie van prioriteiten stellen’.
En weet u. Dat doe ik ook. Eerst mijn gezin. Dan de poëzie. Dan mijn nachtrust. En dan mijn werk.
Al het andere volgt daarna op basis van de prioriteiten die ik stel. Elke loze opmerking daarover is in mijn optiek een gebrek aan respect. Én een indicatie dat die persoon genoeg tijd te vergeven heeft om géén prioriteiten te hoeven stellen.

I come out of the bathroom
And my wife says,
‘Don’t worry, all you need
Is a little
Rest.’

“I’ve been thinking about going
Into coaching,’ I tell
Her.

‘Sure’, she says, ‘and after
That I’ll bet you’ll be a
Good manager.’

‘Hell yes,’ I say, ‘anything
On TV?’

(Charles Bukowski, fragment uit ‘Finished’)

Het vervolg van de sessie bedrijfsbegeleiding voor eenmanszaken, gezinnen, happy singles en multinationals elke donderdag op POMgedichten in VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!

Eerdere afleveringen van FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND leest u nog eens rustig na via de volgende links:

zie HIER voor alle eerdere bijdragen
én
Deel 35. Fear and Loathing in Eindhoven
Deel 36. No more heroes
Deel 37. Toppertjes
Deel 38. Judge and jury
Deel 39. IKEA
Deel 40. Anaïs
Deel 41. Fertig
Deel 42. Bodhisattva
Deel 43. Vanilla Sky
Deel 44. Don’t ask. Don’t tell.
Deel 45. Als je niks meer kan.
Deel 46. Grand départ.
Deel 47. Om te kotsen
Deel 48. For a few dollars more
Deel 49. Once you go black
Deel 50. Het grote gelijk
Deel 51. Als het regent
Deel 52. Soldier boy
Deel 53. Irgendwie, irgendwo, irgendwann
Deel 54. Veertig
Deel 55. Too big to fail
Deel 56. Ik geloof niet meer
Deel 57. WK
Deel 58. The Geordie Shore
Deel 59. Papadag
Deel 60. Buiten de pot.
Deel 61. Paul Verhoeven
Deel 62. De zin der dingen
Deel 63. Spelletje spelen
Deel 64. Fear and Loathing in Belgium
Deel 65. Down met Von Solo
Deel 66. Seksismewet? Tieft op!

Interviews:
Dichter onder de oppervlakte, deel 1 : Akim AJ Willems
Dichter onder de oppervlakte, deel 2 : Kobus Carbon
Dichter onder de oppervlakte, deel 3 : Josse Kok
Dichter onder de oppervlakte, deel 4 : Philip Meersman
Dichter onder de oppervlakte, deel 5 : Miquel Santos
Dichter onder de oppervlakte, deel 6 : Stella Bergsma
Dichter onder de oppervlakte, deel 7 : Jeroen Olyslaegers
Dichter onder de oppervlakte, deel 8 : Von Solo
Dichter onder de oppervlakte, deel 9 : Dominique, het kaasmeisje

Addendum 17. Breezer sletje
Addendum 18. Kerst
Addendum 19. Burger King
Addendum 20. Scheiss Egal
Addendum 21. Sletvrees
Addendum 22. Vrede in onze tijd
Addendum 23.Romantiek
Addendum 24.Op Texel
Addendum 25.Uit eten, alleen…
Addendum 26. Luchtig
Addendum 27. Camp
Addendum 28. Hokjesgeest

VON SOLO
www.vonsolo.nl

Share This:

Geen categorie

CORNELIS VREESWIJK – Van gevangenis tot nationale held.

Geplaatst op

Cornelis – herdenking sterfdag 12 november

TV monument
Reportage over zanger Cornelis Vreeswijk (1937-1987).
Cornelis Vreeswijk is een fenomeen. In Zweden zijn pleinen en parken naar hem genoemd en leeft hij voort als een legende. Hij wordt als één van de belangrijkste Zweedse zangers beschouwd en toch is Cornelis altijd Nederlander gebleven. Ook in Nederland klinkt nog steeds de nagalm van zijn bijzondere liederen. Tv-chroniqueur Han Peekel schetst een persoonlijk portret over zijn enerverende leven. Van gevangenis tot nationale held. Vooral na zijn dood is Cornelis in Zweden uitgegroeid tot mythische hoogten.

Za 10 november 2018 Tijd  17:00 tot 17:52 – npo
Di 13 november 2018  Tijd  11:35 tot 11:55

Share This:

Geen categorie

MERIK VAN DER TORREN – Ik noemde hem schone jongeling. Veelbelovende bloesem ontvouwde hij.

Geplaatst op

Hoi Pom, de appels van mijn tuin in Buitenzorg inspireerden me tot het gedicht in de bijlage op Schrijfgroep de Klus, groet, Merik

Uit eigen tuin
 
Hij bestaat nu ruim tien jaar.
Ik noemde hem schone jongeling.
Veelbelovende bloesem ontvouwde hij.
 
Deze zomer stoofde zijn fruit
in de voortdurende zonnestralen,
de appels kregen een rood koontje.
 
Ik plukte de boom helemaal leeg,
schilde urenlang tientallen appels.
Met kaneel, citroen en suiker
kookte ik ze gaar.
 
Deelde de appelmoes met de buren.
Vurrukkuluk, zo zoet.
Uit eigen tuin.
 
De jongeling is man geworden,
bloeit met talloze bloemen,
biedt heerlijke vruchten.

Share This:

Geen categorie

JOLIES HEIJ: ‘de dag schilfert door verschimmelde regels, slagregens drijven de kuddes opeen, de mensen lopen en lopen maar…’

Geplaatst op

Over uniformen & bovenleidingen

Columniste bracht het weekend in Breda door. Heb ik wel eens gemeld dat er tegenwoordig aardig wat loos is in Breda? Stad van Marijke Hoogwinkel, Louis van London en Walter Ligtvoet en sinds kort ook Sven de Swerts. Stad van het beleg van 1624-25, want onontbeerlijk als spaanse uitvalsbasis. Met dat monumentale park vlak voor het station. Op en top gemoedelijk Brabants, hoewel “ze hier flink kenne zeiken,” aldus de man van Marijke. Eerst was ik met het servokroatische leraresje in de Groene Fee, waar de voordrachten traditiegetrouw werden omlijst door het koortje van het Belcrumhuis. Het leraresje was in topvorm, de kritiek in Arnhem had ze ter harte genomen en haar waterval was zelfs voor de bejaarde medemens te volgen.

Ik heb nog steeds een gebroken hart, zei ze, maar van de brokstukken heb ik kunst gebikt. Wat? Nog steeds vanwege Radovan? vroeg ik. Welnee, dat heb jij veel te sterk geromantiseerd. Voor hem ben ik een stiefdochtertje, hoewel hij me nu heeft onterfd en van zijn erf gejaagd. Hij kan geen vrouwen meer in zijn buurt velen. De natuurgenezer is een onverbeterlijke autist, zei ik, die zitten van tijd tot tijd op hun onbewoonde eilandje. Dat trekt wel weer bij. Maar mijn hart is door een veldwachter weggekaapt, vervolgde ze, vandaar dat ik hem laat opdraven in mijn gedichten. Sinds wanneer heb jij een uniformfetisjisme? vroeg ik verwonderd. O, mijn hele leven al. De grote baas geilt toch op verpleegsters in witte uniformen? Wel, datzelfde heb ik met veldwachters in donkere uniformen.

Is dat mysterie tenminste ook weer ontrafeld, verzuchtte ik en maakte toen pas op de plaats omdat iedereen het leraresje wilde feliciteren met haar succes. En dan was ik nog in het stedelijk museum waar ik zelf op de vierkante meter mocht voordragen. Onder Las lanzas waarop Spinola de sleutel van Breda krijgt aangereikt aan de leut met Gerard Scharn en Emiel Bootsma. De laatste vertelde uitvoerig over zijn avonturen met de NS, hoe de trein van Utrecht naar Den Bosch de hele bovenleiding eraf had getrokken en tweeëneenhalf uur in een weiland had gestaan.

Altijd wat met die NS, verzuchtte ik. Geklaag op en over het spoor is van alle tijden, maar tegenwoordig is daar ook het fenomeen van de “werkzaamheden” en altijd in het weekend natuurlijk, wanneer columniste met haar vrij-reizen-in-het-weekend abonnement naar een optreden in een of ander Lutjegat onderweg is. Dat ik later op de avond kennis zou maken met een heel nieuw fenomeen kon ik toen nog niet bevroeden. De terugweg van Breda naar Utrecht duurde alles bij elkaar drie uur omdat er een andere trein van het bewuste spoor vertrok dan op de borden stond aangegeven. Ineens stond ik in Eindhoven in plaats van Den Bosch. Je moet dan ook als reiziger voortdurend op je qui vive zijn, actief participeren, je reis plannen in de app die ik niet heb, want omgeroepen wordt er nauwelijks nog.

Ik vind dat doodvermoeiend. Het maakt reizen regelmatig tot een stressvolle en bloeddrukaanjagende bezigheid. Om nog maar te zwijgen van het ongelukje dat ik een tijdje geleden had, waarbij de trein niet ver genoeg langs het perron was doorgereden, maar de deuren al wel opensprongen, dus ik stortte op de kiezels met mijn bril kapot. De NS heeft de schadeclaim heel correct afgehandeld, met een bloemetje op de koop toe – dat dan weer wel. Nu stond ik dus in Eindhoven en geen trein naar Utrecht of Amsterdam te bekennen. Er waren namelijk werkzaamheden, dus alle treinen gingen tot Boxtel en van daar reed de touringcar naar Den Bosch.

Hoe vaak ik op dat traject al niet in de bus heb gezeten! Net als tussen Garderen en Zwolle… Zijn ze verdorie nou nog niet met dat stukje rails klaar?! Enfin, ik was me daar nog niet van bewust toen ik met Gerard en Emiel onder de lanzen zat te keuvelen. We griezelden genoeglijk bij het scenario dat Emiel schetste. Tweeëneenhalf uur opgesloten in die spooktrein waarvan de kabels nog naflitsten, middenin een verlaten, donker weiland waar de karkassen van eerder vastgelopen treinen weer tot leven kwamen! En toen was het tijd voor een borrel in het oergezellige Hijgend Hert.

 

vluchtwegen en wachtkamers

hoe dat is als je tot het einde van de wereld moet
om een staat van zielloosheid te bereiken

vandaag veegt een vriendelijke turk mijn sleetse huid op
die ik heb losgelaten, de dag schilfert

door verschimmelde regels, slagregens drijven de kuddes
opeen, de mensen lopen en lopen maar

verzucht de schoonmaker, niemand staat stil
of bestudeert hielen, als je de pas inhoudt

word je nat, of erger, melancholiek, denk ik
mijn schoonmaakfilosoof weet dat ik tussen wijzers leef

die gruzeltijd vol ongeloken liefde, ongebruikte cliché’s
de nooit gezegde woorden met het vruchtwater weggespoeld

hij lijkt op iemand die ik kende, net zo voortvluchtig
doorgelopen na ook maar een botsing tussen twee evenwijdige zielen

het bloed nog aan zijn handen en ingerekend
niet alleen voor ontucht maar voor alle afgedreven vruchten

uit zijn naam, de platgetrapte papavers
hoe kun je niet houden van de man die aandachtig

de afgeworpen dingen als droogbladeren bijeen veegt
alsof het zijn verloren kinderen zijn

Jolies Heij

Share This:

Geen categorie

een loflied op Texel (met dank aan Arzbach/Brunt en Smit) = een loflied op Beumkes – Mens&Melodie: Karin Beumkes aan het woord op de maandag op pomgedichten

Geplaatst op
.
een loflied op Texel (met dank aan Arzbach/Brunt en Smit) = een loflied op Beumkes – Mens&Melodie: Karin Beumkes aan het woord op de maandag op pomgedichten

In Aphrodite

Ik ruw je aan tot een opaal
uit mijn borsten groeien de lianen
je voegt je in mijn bekken
en kwijlt. Dit doet zij met ons.

.

Het is het drinken van absinth
het stervend terras van Van Gogh
het is een fragment in een moment
wie daar niet ooit een keer wil wonen
is een half mens misschien nog
wel minder dan een half mens
maar daarom niet minder sympathiek.

.
muziek:
Liefs en groetjes
Karin

Share This:

Geen categorie

NU OOK WINTERTIJD IN DEN HAAG – MAX LEROU: ‘en anders is daar altijd nog de deur naar een onherstelbaar niets’

Geplaatst op

Ha Pom, lieve vriend…, wrs te laat, alsnog inzending via de meel
lieve groet, maxx , ps 1 regel teveel…noodzaak 😉

de deadline voor de zondagochtendwedstrijd net niet gehaald – wedstrijd sloot om half 11 – we noteren nu een tijd van rond de 15 uur 30 en we mogen concluderen dat de wintertijd is ingetreden in Den Haag – hoe dan ook gelukkig  een levensteken van MAX – de gezondheid niet altijd je van het – maar met die tomeloze energie die hij in alle gezonde en ook de minder gezonde vezels van zijn lichaam meedraagt deze inzending – dit gedicht  – met die onmogelijk mooie slotregels – vandaag en hier voor U! max lerou!

 

inventarisatie van de kwetsbare ziel

het is weer tijd voor spierballen
rollen in de etalage
van magazijn ad rem

poëten openen daar hun torsende torso
naar hartelust – je kent dat wel
waar dichters drinken zwelt elk
vertrek tot gelachkamer

nog eenmaal draaien zij om
de as van hun wereld of maken
een pirouette van trots in het
voorportaal naar ruimte die zich
nog eens lekker onbeschaamd uitrekt

oeverloos klinkt dan het laatste
betoog van de aangeschoten dichter
zijn metaforen dichten immers
het ellenlang verhalen en zo

het publiek een beetje meewerkt smelt
massa tot kern promoveren ponden naar kilo’s
per kubieke centimeter de ontwikkeling enorm
en anders is daar altijd nog de deur
naar een onherstelbaar niets

max lerou

Share This:

Geen categorie

RIK VAN BOECKEL wint de enige echte virtuele – vrij naar alja spaan – de allesomvattende niets – trofee op pomgedichten. JACOB DE BRUIN zilver en CARTOUCHE brons – dat onontkoombare existentiële niets dat uiteindelijk verbindt ook troost kan bieden

Geplaatst op

Ha , Nee bregje versliep zich nooit J 
Hier zijn mijn bevindingen, ik wil er erg graag vandoor nu, dus ik wacht niet op Jako. Dat zie ik dan straks of het moet binnen een kwartier zijn.

Goud Rik van Boekel
Zilver Jacob de Bruin
Brons  Cartouche

Eervolle vermeldingen voor alle inzenders, ik heb echt met veel plezier de inzendingen gelezen.   Alja kan trots zijn dat ze dit toch maar mooi wist te bewerkstelligen met haar nieuwe bundel. Dat belooft veel goeds.

Uw aller Jeanine

xx

Uit het ritme

Uit het ritme kwam de tijd voort
en jij met de bloedeloze lach
kon mij niet weerstaan

nu ben ik niets meer
slechts een herinnering
aan de laatste kus
de eerste omhelzing

uit het ritme kwamen wij voort
in het ritme zijn wij verdwenen
zoals de nacht in de dag oplost
de zon de maan opslokt

jouw naam schrijft met een kleine letter
mijn gedachten leest met een oogopslag

dat ritme brandt alle verlangens weg
verleidt eenzaamheid stil te zijn

woorden te schrijven zonder te zwijgen
de hoofdletter N iets te verkleinen

zo gaan wij misschien voort
zo leven wij zonder elkaar te spreken.

Rik van Boeckel
3 november 2018

 

 

wedstrijd is gesloten – veel dichters veel inzendingen – dank jullie wel – prachtwerken vandaag mooi thema. jeanine hoedemakers is hard bezig – ze schreef ik heb me verslapen – dat gebeurde bregje nooit – maar nu hebben we een voorzitter van de jury van vlees en bloed – laten we zuinig op haar zijn. er ligt heel veel in het niets verscholen – gelukkig maar. (dat er dichters zijn).

RIK VAN BOECKEL uit het ritme kwamen wij voort in het ritme zijn wij verdwenen

PETRA MARIA over de nacht de dag ons geroeste leven

FRANS TERKEN deze kamer waarin we begraven

ERIKA DE STERCKE Dat niets veel is op dagen waar het licht naar nergens buigt.

JACOB DE BRUIN jouw geur die er nooit was

CARTOUCHE dat is alles je overgeven

MARC TIEFENTHAL het klimaat liep op

JOLIES HEIJ troost in november

ANKE LABRIE weg door de wolken

MAJA COLIJN welkom op deze wereld

JAKO FENNEK achter tropisch hout

wie wint de enige echte virtuele  – vrij naar alja spaan – de allesomvattende niets – trofee op pomgedichten?  dat overal aanwezige niets, dat een kleur kan krijgen, geschiedenis kent en warmte af kan geven – dat onontkoombare existentiële niets dat uiteindelijk ook troost kan bieden en verbindt – die trofee dus?

HIER las u de recensie over alja spaans nieuwe bundel – “tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid” met daarin dat bijna ongrijpbare gegeven- dat existentiële niets dat uiteindelijk ook troost kan bieden en verbindt – bij alja lezen we de verbinding met een geliefde – en hoe zit dat bij U? met dat niets? hoe vult u dat niets in? dat willen we heel graag weten.

u kent de regels: onze jeanine hoedemakers – dichter te brabant – is deze week juryvoorzitter – naast het commentaar ook de onpartijdigheid verzekerd! de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10.30 uur. stuur in onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.

op jezelf
 
waar alles stil ligt
alles lege tuin is met lege bomen
met lege bladeren, lege bloemen
geloofde ik je zwakste ik
je slechtste ik, je mooiste reis
alsof we samen even schuilden
op een plaats waar niemand komt
waar niemand nog een naam heeft
 
alleen is de weg zo lang
die je van binnen uit holt
 
pomwolff

Uit het ritme

Uit het ritme kwam de tijd voort
en jij met de bloedeloze lach
kon mij niet weerstaan

nu ben ik niets meer
slechts een herinnering
aan de laatste kus
de eerste omhelzing

uit het ritme kwamen wij voort
in het ritme zijn wij verdwenen
zoals de nacht in de dag oplost
de zon de maan opslokt

jouw naam schrijft met een kleine letter
mijn gedachten leest met een oogopslag

dat ritme brandt alle verlangens weg
verleidt eenzaamheid stil te zijn

woorden te schrijven zonder te zwijgen
de hoofdletter N iets te verkleinen

zo gaan wij misschien voort
zo leven wij zonder elkaar te spreken.

Rik van Boeckel
3 november 2018

pom: dat overal aanwezige niets, dat een kleur kan krijgen, geschiedenis kent en warmte af kan geven – dat onontkoombare existentiële niets dat uiteindelijk ook troost kan bieden en verbindt – of het een staat van dementie is of een natuurkundig zwart gat of anders het was deze week aan de dichter. en dat we niet meer lichtvaardig over het niets zullen schrijven. dat was de wens in een van de gedichten van alja spaan. die opdracht is door de dichters aanvaard – mooie diepgaande verstilde teksten om de stilte en het niets te vangen – dank dank dank beste dichters. en dank rik van boeckel – een werkelijk prachtig gedicht zo bij herlezing valt alles op zijn plaats. rik stijgt hier boven zich zelf uit. eerst lezen we over die laatste kus. om toch door te gaan in het ritme waarin zij verdwenen om zo door te gaan zonder elkaar verder nog te spreken. ja heel mooi. komt erg binnen vandaag – dat de juryvoorzitster dit ook moge lezen.

jeanine: Rik van Boeckel – Wat een mooi gedicht om de ochtend te beginnen. Ik zit meteen in het ritme.

Mooie regels als:

Uit het ritme kwamen wij voort / dat ritme brandt alle verlangen weg

 En meer hoor, graag gelezen.

de vogels

er is al zo lange tijd stilte
het grijs in je ogen is dof
stel ik mij voor

we spreken nog
over de nacht de dag
ons geroeste leven

diep van binnen voel ik vol
ik haat
de zomer van het niets

niets meer dan wachten
tot de vogels weer opvliegen
in troostend geklapper

wij elkaar weer
omsluiten

PetraMaria

pom: in dit decennium van storytelling prijs ik me gelukkig nog een dichteres te weten – zolang deze site pomgedichten heet – zal hier de poëzie voorrang krijgen boven het verhaaltje – boven de proza inslag die de poëzie te verduren heeft in dit tijdsgewricht – zie hier het gedicht van petra maria. het thema opgepakt en in een paar woorden de kracht meegegeven die de poëzie kan veroorzaken.  – lezen we over  het prachtige beeld van ‘het geroeste leven’ dat hier vorm krijgt en natuurlijk – dat is koek en ei bij petra maria – het doordringende verlangen naar de omarming die zo lang in het niets verborgen lag. (nog ligt).

jeanine: PetraMaria – Ons geroeste leven, ik vraag me hier af of dat verroeste moet zijn.

Wat ik echt erg mooi vind is; in troostend geklapper (al staat er een rode streep onder geklapper)   Dat is jammer dan, het woord voegt in dit gedicht veel toe.
Ik haat de zomer van het niets……  Potentie heeft dit gedicht, zeker.

Ter ziele

Hier past gewijde stilte
niets dat valt te horen
geen geluid vult deze leegte
deze kamer waarin we begraven

hoe het ontdaan is van sluiers en rook-
wolken niet eens nevelen gehuld
de naam van een aanwezige
in onzichtbare inkt geschreven

wie hier zoekt en bewijs vindt
bedient zich van onvergetelijke woorden
de tongval met tedere regels gesmeerd
dat het binnensmonds vorm krijgt

gestold in wat vergaan is
in een dichterhart verankerd

FT 03112018

pom: wat in het dichtershart zit verzuurt niet – hoe alle opsmuk door de dichter in dit gedicht inhoudelijk gezien aan de kant wordt gezet – hoe de naam van degene die in het niets een plaats heeft gevonden met onzichtbare inkt in het hart van de dichter is geschreven en voor altijd verankerd blijft – lezen we – hier in dit huis in deze kamer van het hart heerst de stilte van en voor wie daar voor altijd is begraven. zo pakt een dichter dit thema op – om te verstillen.

jeanine: FT 03112018 – Ook al zo’n pracht, het is duidelijk dat het thema de dichters de pen deed scherpen..
De tweede en de derde regel in de eerste strofe zijn in feite dubbelop.  Wie hier zoekt en bewijs vindt … mooi man.

Uitdaging

Dat niets veel is
op dagen waar het licht
naar nergens buigt.

Onze ogen schrijven
hoe een fletse kleur
het ademen ondermijnt.

Onder stof van wegkwijnen
vinden we een palet.
De verf spat van verlangen.

Met een paar streken
vliegen we over de randen
van kortzichtigheid.

In schaduwen die bezingen
graaien onze lichamen.
Een leeg blad wordt meer.

Erika De Stercke

pom: ook erika schrijft op thema niets een van de sterkste gedichten die ik van haar heb gelezen. wat is dat toch dat uit het niets het verdwenen leven opnieuw een kans krijgt om tot volle bloei te komen. daar zijn dichters voor. dichters zijn troostrijke mensen. daarom  houd ik van de meesten. in de eerste regel wordt alles weggeven – maar toch vindt de leer troost en de volgende stercke strofen. mooi!

jeanine: Erika De Stercke –

Hoe een fletse kleur het ademen ondermijnt of die strofe over de randen van kortzichtigheid. Bij dit soort regels kan ik echt niet meer beweren dat ik het gedicht niet graag las. De derde strofe vind ik wat te aangedikt, dat mag van mij wat subtieler. Ook  bij de laatste strofe ervaar ik dit zo. Het gedicht is prachtig maar verdient  m.i. nog wat aandacht.

Nergens, nooit
.
dit is iets
anders dan bang
banger nu niets ons schreef
niets verzweeg
dat dit nooit gelezen is
.
niets is gebeurd
niets wordt door ons gemist
jouw huid en mijn huid en
jouw geur en weer
jouw geur
.
die er nooit was
die nooit vervliegt
wij waren nergens en
daarna nergens
en zeker daar niet
.
jacob de bruin, 03/11/2018
pom: ‘Gedichtje met iets over niets, gewoon voor bij de koffie’schrijft jacobin de bijsluiter. nou de koffie smaakt goed en het gedicht erbij ook!  laatste regel verdient de nobelprijs voor literatuur. dat we nergens waren dat is nog te vatten bij de ochtend koffie en dat we daarna ook nergens waren – ok daar gaan we voor – maar dan komt de dichter met zijn uitsmijter – ‘en zeker daar niet’  -hoe jacob het niets en de afwezigheid in het niets een plaats geeft is wonderbaarlijk en tegen alle natuurwetten in – kijk daar heb je ook dichters voor nodig – om de natuurwetten te trotseren en ze aan de kant te krijgen – want een natuurwet is voor een dichter ook alleen maar een natuurwet – een woord. hier blijft geen spaan heel van het niets – zoveel is zeker.
jeanine: jacob de bruin, 03/11/2018 -Fijn om te lezen hoe je het thema inzet en zo heerlijk dicht bij je eigen manier van schrijven blijft. Die laatste strofe vind ik werkelijk schitterend.
‘dit is iets / anders dan bang’, een schitterende binnenkomer ook. Deze twee regels en die laatste twee strofes vind ik genoeg. Ik word er blij van. Van mij mag je de rest schrappen.

De edele kunst van

manzijn, manna in woest land
ster met een staart van gas
die vanuit het niets boven
komt drijven, brisant wit

op een doorploegde heide
al je mannelijkheid vergeven
passeren en pareren
elke tegenstand

in dat helse hoogwegveld
vol granaat en vijandvuur
uit je sloffen schieten
engeltonen uit een orgel
dansen in een zwanenhals

dat is alles
je overgeven – al verlies je
heel je armada, je leger – aan haar
je lot, no es nada, het is niets dan
weten van chrysanten

03-11-2018
Cartouche

pom: aha daar hebben we cartouche. eens kijken in welk zwart gat hij ons dondert. in het hare moet de conclusie zijn na lezing – met een glimlach op het gezicht tot het einde gesneld – hier worden oorlogen gevoerd, zwarte gaten opgeblazen, hier vliegen engelen uit, manna valt hier uit de hemel – het kan allemaal niet gekker – hier wordt een toren van babel opgebouwd om  bij een bloemetje uit te komen – ja mooi – HET IS ALLEMAAL NIETS behalve dan dat bloemetje van de dichter ( faverey).

jeanine: Cartouche -Ik ben nog net niet perplex. Ik vind dit een goed gedicht. Hoogwegveld vind ik een hobbeltje maar ik ben dik tevreden.  Man zijn zou ik los van elkaar schrijven en bij de titel plaatsen, beginnen dus met  manna . Naar de tweede strofe zou ik nog even kijken,. Bijv. schrijven,; jezelf al je mannelijkheid vergeven / elke tegenstand passeren en pareren.

Enfin, ik zou daar wat schuiven dus maar dat laat ik uiteraard over aan jou, ik las het gedicht graag en moest even met een grinnik aan gisteren denken toen een man tegen me zei: vrouwke voor 5 euro bent u de man, waarop ik reageerde met de opmerking, ik wil helemaal geen man zijn. Je had zijn gezicht eens moeten zien. Ik denk dat zijn armada zonk.

Belang van de ligging op aarde
Op straat lopen was er niet bij
de massa
schreeuwde zich weliswaar schor
de wereld bleef in de kou,
het klimaat liep hoger op.
Ik reed naar het stadje
met zijn haven
en museum
gewijd aan Satie
ja die Erik toch.
Veel kon ik niet meer doen.
Ik ken zijn muziek,
zijn geschriften.
Ik trok enkel mijn kleren uit.
Gymnopediste, juist.
marc tiefenthal
pom: tiefenthal  zoekt satie op – het mag gezegd precies de geluiden passend bij het thema. die oneindige herhaling van gevarieerde klanken – zo mogen we hopen dat de dood zal klinken.
.

jeanine: marc tiefenthal -Wat een aparte manier van toewerken naar een soort van overgave, ik hoor bijna de muziek van Satie en  zie een moedeloze man. Intrigerende titel, hij krijgt een extra betekenis door de regel, ik trok enkel mijn kleren uit.  Apart, het woord blijft terugkeren.

de troost van koopkastelen in november
.
je voelt je als een astronaut in een luchtpak
met alleen een koffer ruimte voor onderweg
.
hoe je karren volstouwt met vrachten als
jukken om op loze schouders te laden
.
zo komt zwaartekracht tot stand, een loden paleis
om monsters te verzamelen, maangruis te vangen
.
maar ook om sleutels kwijt te raken
de toegang tot het hart, nooduitgang uit deze stand
.
van zaken, de schappen vol met voor de hand liggende
ballast, het huis-, tuin- en keukenverdriet voor het oprapen
.
voor de ingang groepen de thuislozen samen
de zakken uitpuilend met flacons vol doorleefdheid
.
je laat je ziel en zaligheid bij de kassa achter
voor een bakje troost in aquaria en lichtbakken
.
als je niets te besteden hebt is er altijd nog de ballenbak
en een weegschaal om het gemoed te peilen
.
er is zo veel troost in de gekkenpraat van scanners
zo veel lichtheid in schepen door een donkere, vijandige ruimte
.
Jolies Heij
pom: ik zou zeggen – gedicht geheel buiten het thema. in deze met afgeleverde waren volgestopte winkel van de appie in lelystad of almere wil je niet dood gevonden worden – al wordt de kans steeds groter dat ze in lelystad dood gevonden worden nu alle ziekenhuizen daar gesloten zijn – is dat erg? nee dat is niet erg. dichteres heij heeft weer eens niet gelezen in al haar ijver poëzie te bedrijven welk thema werd gevraagd. geen appie, geen lelystad, geen ziekenhuizen. niets!

jeanine: Jolies Heij – Gek is dat, ik lees hier absoluut het thema niet in en toch voel en proef ik er het niets, het grote alles omvattende niets, in.Met alleen een koffer ruimte voor onderweg

Hier en daar wil ik schrappen of wat schuiven maar ik zie er steeds ook vanaf. Dit gedicht vergt van me.  Je schreef een van de routes die je in het leven kunt nemen. Voor mij dan toch en de regel die ik eruit viste gaat bijna aan schoonheid ten onder.

 

dichter
.
vanaf de start was hij een nietsnut
hardwerkend Nederland
keek op hem neer
.
er viel ook nog niets te lachen
om wat hij geschreven had
en zijn eigen broek ophouden
dat had je gedacht
.
hij droomde zijn weg door de wolken
verdween in het niets bij de zee
nam sommigen mee met zijn woorden
vaak aan het eind van de reis
.

anke labrie

.

pom: hardwerkend nederland hahaha – een grappige generalisatie – generalisering – nou ja hoe dan ook – de dichter die door de wolken heen verdwijnt – de tegenstelling. de keuze is aan de lezer. voor de nietsnut of tegen de harde werker.

jeanine: anke labrie – Kort maar krachtig, eenvoudig en helder en wat sneu ook. Bijna cynisch dat hardwerkend Nederland of misschien juist hartstikke. Dichters worden vaak slecht begrepen, wat moet je ook met al die poëzie ?!   Och toch.

stil maar

uit  het  niets
springt kraaiend de  dood terug
over  viooltjes aan het  voeteneinde
verlost van hemd  zonder  zakken
naar het  iets waar alles  was
vier  verstandskiezen groeien
terug op hun plaats, achteruitgaan leeft
verwonderd speel je  met tien teentjes
-hier ben je  geboren, je  huilt
maar de geur van haar borst zegt
welkom op deze  wereld

ze  legt  je  aan

Maja Colijn
pom: vanuit het niets weerom terug naar de moederschoot met een warm welkom. het is allemaal mogelijk. een beetje zoet allemaal – er wordt gehuild met tien teentjes – een voeteneinde met viooltjes bij tenen die er lijkbleek bij liggen.
jeanine: Maja Colijn -Achteruit gaan (leven), leuke vondst, jammer dat je dan al met kraaiend begint, van de andere kant, het gedicht sluit zich op deze manier als een cirkel.  Het grote alles, het grote niets.

nirwana

eerst is er niets, dan komt het gras
het huis, de kamer
de tafel van tropisch hout
waaraan ze eten
oog in oog
ze wil hem, ze weet het al
bij de eerste hap

als de anderen praten
over leegte, leemte en hiaten
stort hij zich
in het niemendal van ogen
achter tropisch hout

jako fennek

pom: gingen we van maja terug naar de moederschoot – jako begint bij het begin maar eindigt al snel in de bosjes. eens kijken of jeanine hoedemakers de juryvoorzitter met jako mee wil gaan. hahaha – het wordt druk in de bosjes vandaag vermoed ik.

jeanine: jako fennek- Mooi, kort maar krachtig ook. Drie bijzonder fraaie laatste regels en een heerlijk eenvoudige binnenkomer, eerst is er niets……. Dit kunnen we ons afvragen maar het staat er en het nodigt uit, altijd goed dus.

Share This: