Petra Maria wint de enige echte virtuele – welke plaats – wil u wel nog één keer dromen – de over wat mooi was en mooi is gebleven trofee op pomgedichten


2x overspoelde is eenmaal overspoelde teveel – en toch is goud deze week voor Petra Maria – die droom die we allemaal hebben heeft zij voor ons gedroomd – goud op voorwaarde dus – de voorwaarde dat de eerste regel in de voorlaatste strofe een beetje gewijzigd wordt – ‘ik jou steeds overspoelde’ wordt vervangen door ‘en ik jou steeds’ – verder een prachtig gedicht met die heerlijke deuropening tegen een achtergrond van ademloze zeelucht – van harte Petra Maria

aan zee

is alles luchtiger
niet zoals het dijkhuisje
in Wolfaartsdijk

het licht was er geel
en het geurde
andere levens

ik zie je nog staan
in de deuropening
het waaide zo koel

langs de oude zeedijk
waar het water verscheen
het dorp overspoelde

ik jou steeds overspoelde
de tijd ons langzaam
naar zoute dagen afdreef

kon ik maar weer eens
jong en luchtiger
in de deuropening blijven staan
aan zee

petra maria
te Ebeltoft

–>
de gedroomde plaats van Petra Maria – de plaats die iedereen nog wel een keer wil dromen. naar die plaats zijn we op zoek vandaag. petra maria schenkt vandaag prachtige regels: ‘het geurde andere levens’ en ze spreekt over de ‘zoute dagen’ en over het verlangen naar de tijd van zoet. ze ziet hem nog staan in de deuropening, een indruk die nooit is weggespoeld. een gedicht met een hoog zoutelande gehalte. blof weet er wel raad mee. ik zie er prachtige aanzetten in voor een prachtig lied.
 
 
‘het licht was er geel
en het geurde
andere levens’


ja als een lied zo begint – steek de kaarsjes maar aan – omarm je geliefde en vergeet de covid.
te Ebeltoft


Petra Maria – langs de oude zeedijk

Rik van Boeckel – tussen zonnebloemen van La Dordogne

Elbert Gonggrijp – Er prijken strepen in het stalen water

Vera van der Horst – en als de herfststormen woeden weet ze hem daar

Frans Terken – onder strakblauwe hemel en platanen

Ditmar Bakker – met radeloze rozen

Anke Labrie -in de kamers van haar hart


wie wint de enige echte virtuele –  welke plaats  – wil u wel nog één keer dromen – de over wat mooi was en mooi is gebleven trofee op pomgedichten?
 
ach elke dichter kent die plaatsen wel – waar in stilte werd genoten van het uitzicht, van het zachtromantische gevoel, van de aanwezigheid van die gedroomde liefde, van de liefde op zich – de gedachte aan een moment waarin alles samenviel – een plaats die nog wel eens opspeelt in dromen – een plaats die iedereen nog wel een keer wil dromen. aan de rand van een dorp wellicht met uitzicht over weilanden, op het gras van een weiland. de rand van een meertje, het terras in die verre stad. ach er is zoveel dat we het mogen lezen deze week – over de plaats of over het gevoel van weleer of over de droom. over wat mooi was en mooi is gebleven. u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak  – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.

misschien
 
niets mooier is
als woorden groeien
van verlaten liefde tijdloos stil
 
om alleen
nog die te houden
die er echt toe doen
 
mijn lichaam is hier
mijn hart ligt daar
zo zal ik altijd onderweg zijn
 
misschien
dat ik daarom zo graag naast je zit
en nergens aan wil komen
 
pomwolff
 
De reizende droom

Koester de groene droom
van de bossen in de Vogezen
daal af langs de kliffen van Étretat
tijd neemt herinnering mee
naar valleien van een toekomst

waar ik jou zag en zag en zag
in beekjes van de Quinta da Estrela
tussen zonnebloemen van La Dordogne
aan Playa Siboney onder El sol de Cuba
in La Casa de Música Habanera

liefde reist met de horizon mee
tot aan jaren dat geheugen dementeert
woorden het verleden dragen
zinnen soepel dansen over papier.

Rik van Boeckel
11 september 2020
–>
Rik op reis. een terugblik – ja stonden we niet allemaal ooit daar bij Etretat ons te verbazen. maar bij Rik geldt het vele en niet het ene of toch: die prachtige herhaling in euforie: ‘waar ik jou zag en zag en zag…’ tot in de derde strofe – de strofe van het verval. van voorbij en  van alles weg  – op het papier na waarop de woorden. misschien is het woord zelf ‘dementeren’ net teveel – kan het verval poëtischer beschreven?



Pastorale
 
Een moederlijk grijs wijst de weg
langs geruststellende zomers – de bomen
standvastig voor de dromen die
gezamenlijk bijeenkomen.

De gele bermen snijden diepte uit –
hun dorstig toebehoren dat
een historisch woekeren kent –
nu als een voorzichtig
Godsgeschenk.

Het onderscheid verglijdt en wie
het weet – er kan gegist naar dit onbekende –
zee en horizon gelijk. Er prijken strepen
in het stalen water, er vraagt zich af
een vaag contrast.

Er wordt liefde liefgehad – een stille wenk
dat de tijd tijdloos voorbij drijft – loom als dit
aanstaande uitzicht zelf –
 
Elbert Gonggrijp,
snelweg A7 t.h.v. Hippolytushoef

–>
‘zo kun je ook dromen. Op een reis en niet weten in welk era je je bevindt. Proeven en het met moeite kunnen benoemen…’ schrijft Elbert in de bijsluiter. wat mij betreft wordt dit nivo van contemplatie op meesterlijke koplandsiaanse gehaald in de laatste strofe.

Er wordt liefde liefgehad – een stille wenk
dat de tijd tijdloos voorbij drijft – loom als dit
aanstaande uitzicht zelf –


maar de weg naar de top ligt bezaaid met constructie en met dichterlijk pogen. ooit riep ik gerdin linthorst terug uit een uit haar handen gelopen dichterschap met heel veel – te veel – adjectieven. ook hier buigt het gedicht onder die last door in de eerste drie strofen.
 
Jaargetijden

De zon zal nooit veel feller schijnen
dan waarmee hij nu de herfst begroet
een vrouw loopt langs het water
met op haar lippen zijn warme gloed

ze meandert zachtjes de woorden
die hij haar nooit toevertrouwde
en zij toch bij haar draagt
soms kunnen woorden onuitgesproken
van de teerste schoonheid zijn

ze vouwt propjes van de bladeren
schiet daarmee kringen in het water
en als de herfststormen woeden
weet ze hem daar
zoals hij haar ooit de lente uit droeg

Vera van der Horst
–>
Vera van der  Horst glorieus winnares vorige week  – eens kijken hoe zij de ooit gedroomde dag die zij ook werkelijk beleefde terug weet te dromen en in welke romantiek zij de lezers onder laat gaan. bij de eerste regel moet ik aan shaffy/list denken – het gras zal altijd groener zijn…. waarom  weet ik eigenlijk ook niet. deze week is alleen de de derde strofe van hoog nivo – heel hoog poëtisch nivo. kan ook gewoon op zich zelf staan en bedekt alleen al het gehele gevraagde thema.

ze vouwt propjes van de bladeren
schiet daarmee kringen in het water
en als de herfststormen woeden
weet ze hem daar
zoals hij haar ooit de lente uit droeg


waarom dan ook nog die eerste negen regels waarin de dichter tracht met een teveel aan woorden pracht: warme gloeden/ woorden die meanderen/ en zelfs de teerste schoonheden komen op lezers pad. maar de lezer wil het gewone, wil de eenvoud van de laatste vijf regels die van een ontwapende schoonheid zijn. de lezer wil propjes van bladeren.
Dichter bij Lourmarin

Naar het zuiden afgezakt
om van land en zon te genieten
vond ik je in Lourmarin achter een kraam

in één oogopslag
overbrugde je de hele afstand
alsof je al weken op me wachtte

met een bloemenkrans om je hals
en gedoopt in de geur van lavendel
wees je me specialiteiten van de streek

een reis maken voor die blik
die zomerblos op de wangen
je schort met de naam van de zon erop

Eloise temidden van al die heerlijkheden
onder strakblauwe hemel en platanen
zindert op mijn netvlies zomers na

© FT 11.09.2020

–>
het dorp waar Camus ligt begraven herinnert de dichter aan de mooie dame met die woest aantrekkelijke blik met eeuwigheidswaarde. het moment gevangen in een prachtig zuidfrans dichtdecor – maar het is en blijf en het blijvende kraampje waarachter zij – een ogenblik om nooit te vergeten.
 


PAN, TOEN…

Radeloze rozen
rijmen met elkander.
Giftig lekker vozen
deed ik graag met Sander.

Rijmen met elkander
en sonnetjes lozen
deed ik graag met Sander,
soms met roekelozen

en sonnetjes’ lozen.
Ach, het gemeander!
Soms met roekelozen
weerzin der verstander…

Ach, het gemeander
tussen jou en bozen
weerzin der verstand. Er
zijnd, met tussenpozen

tussen jou en bozen.
Ik, mijn lief, verander:
zijnd, met tussenpozen,
hart, of brood, of klander.

Ik, mijn lief, verander,
breek, zoals de brozen,
hart, of brood, of klander,
in mijzelf bevrozen.

Breek zoals de brozen:
blijft de oleander
in mijzelf bevrozen?
Ik hou van een ander.

Blijft de oleander
giftig? Lekker vozen?
Ik hou van een ander.
Radeloze rozen!

***[Ditmar Bakker]

->
grappig – is het eerste wat in mij opkomt. ligt er een noodzaak om de twintigregels regel te schenden – neen! volgens mij is het een beetje Sandertje  pesten – Sandertje wordt langzaam maar zeker met Ditmars woorden ingesmeerd – een giftige plantje erbij voor het groene karakter  alsof ie naar een uitzending heeft gekeken van wat was het  – de keuringsdienst van waren of was het kassa – waarin  een tuincentrum werd gehekeld vanwege de giftige oleanders in de uitverkoop – mogelijk omdat men in het tuincentrum af wil van nog niet draagkrachtige kindjes.  doe maar lekker in je mondje al dat groen Sandertje – 2 oleanders voor de prijs van een. hier 8 strofen voor de prijs van een gedicht.

 
haar ogen waren zelf de lens
zoveel schoonheid vastgelegd  
genoeg ruimte in haar geest  
voor al die bewaarde beelden
 
in de kamers van haar hart
liggen de ingekleurde liefdes
verzameld in herinneringen
met dank aan de schenkers
 
anke labrie
(12-09-20)

–>
anke beschrijft het gemoed in drie mooie regels:

‘in de kamers van haar hart
liggen de ingekleurde liefdes
verzameld in herinneringen’

de regels die het boeket omsluiten zijn meer van de verpakking.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Share This:

VON SOLO in een nieuw jasje – ‘Oh ja, en vergeet niet breed te verkondigen, dat alles super, nice, chill en in orde is…’

foto: Fred Ernst

Vorige week was ik op de maandelijkse Poetsclub avond in café De Schouw. Bij binnenkomst zag ik door de hele kroeg heen met tape afgebakende gebieden. Navraag leerde me dat dit de gebieden zijn waar men mocht zitten. Zo wordt voldaan aan de richtlijnen van het RIVM en de regels die voor de horeca zijn afgesproken. Ook kreeg ik te horen dat je je wel op het terras mocht begeven, maar dat je dan wel moest gaan zitten en niet mocht blijven staan. Op de Witte de With lig je onder het vergrootglas van onze gewaardeerde toezichthouders, dus ik kon er rationeel wel begrip voor opbrengen. Maar na één ronde poëzie zag ik me toch genoodzaakt om de zaak te verlaten. Een dag mentaal gareel kon ik niet op deze wijze besluiten. Terugfietsend over de Mauritsweg passeerde ik café de Ridder. Binnen zag ik in een spookachtig licht barman Romano staan. Als een geest sloop ik binnen en ging in Romano’s dode hoek aan de toog staan. Hij schrok zich de pleuris, toen hij zich omdraaide en me ontwaarde. We lachten, wisselden plaisanterieën uit en ik bestelde een Duvel. Ik kon staan, zitten, lopen waar ik wilde, maar uiteindelijk heb ik hoofdzakelijk op één plek aan de bar gehangen. Toch was het vrijheid en pas anderhalf uur later rolde ik beneveld de nacht in naar huis. Dat voelde goed.
 
Twee weken geleden was ik op poëzie Lagogo in Hillegersberg. Het eerste festival, dat wel doorgang kon vinden in Rotterdam. Ook hier gold, dat je op je stoel moest blijven zitten op het festivalterrein. Als artiest heb je dan nog geluk, dat je functioneel wat moet lopen soms en dat er een backstage is. Maar er werd wel gewaakt, dat er geen loopje met de regels genomen werd. We hadden echter al snel een gat in regelgeving gevonden. Als je bier haalde aan de bar, dan kon je het terrein verlaten en tegen het dranghek geleund, met je bier binnen het festivalterrein, toch staan en je vrij bewegen. Absurd en wellicht kinderachtig gedrag, maar het stoorde niemand en formeel gezien was alles in orde. De lijn tussen de ene of de andere wereld bestond uit een dranghek. En zo leef ik nu al maanden in meerdere parallelle werelden. Je kan zo van de ene werkelijkheid de andere in stappen.
 
Dat moest minister Grapperhaus ook gedacht hebben toen hij zijn huwelijk vierde. En inderdaad, heel Nederland viel over hem heen. Een markante uitspraak die ik in de krant las, was ook dat je als publiek figuur altijd in functie bent. Nu hoor je dat vaker en lijkt dat ook wel gemeengoed te zijn. Dat is best een beangstigende gedachte, gezien sociale media van iedere nitwit en burger een publiek figuur maken. Vroeger als de Franse president er een maîtresse op na hield was ‘Et alors?’ genoeg om het publiek het zwijgen op te leggen. Maar nee, nu niet meer. Want we moeten altijd in functie zijn.
Dat is een heel enge gedachte, maar het is er in geslopen. We verworden steeds meer tot één dimensionale mensen. We kunnen maar één ding zijn, en daar moet alles in geïntegreerd zijn. Zo wordt het in relaties ook gezien. Je partner moet alles voor je betekenen en overal invulling aan kunnen geven. Geen wonder dat er in de relationele sfeer zoveel mis loopt. In het werk met het ‘altijd bereikbaar zijn’ en nu helemaal met het thuiswerken, vervaagt steeds verder de grens tussen werk en privé, voor zover die nog als zijnde ervaren wordt. Oh ja, en vergeet niet breed te verkondigen, dat alles super, nice, chill en in orde is.
 
Maar wat is nou de moraal van het verhaal? Het is beter als het allemaal niet verweven en geïntegreerd is. Dat is één van de pijlers van echte vrijheid. Dat ik kan kiezen tussen werelden binnen hetzelfde leven. Dat ik kan bewegen tussen dimensies, als dat nodig is. Een één-dimensionale wereld is plat. En als iedereen erin gelooft, is hij dat ook. Als iedereen gelooft, dat alles in enen en nullen en zwart en wit samen te vatten valt, dan is dat uiteindelijk ook zo. Door deze schijnbare ‘eenheid’ of ‘compleetheid’ verwordt een menselijk leven tot een voorspelbaar algoritme. Maar dan zul je mij buiten de dranghekken vinden, met een biertje in mijn hand. En iedereen zal zich afvragen, hoe dat dan kan, want dat past niet in het plaatje. Dan zal het ook wel niet echt zijn. Toch raar, wie er dan in die fantasie leeft…
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is vonsolojasjefredernst-811x1024.jpeg

Geachte heer Wolff,
We leven er nog lustig op los.
En schrijven blijft een houvast in onvaste tijden
en bij deze een nieuwe foto, op credits van Fred Ernst




XV

VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST
Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
 Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl 

Share This:

roermond – texel – groningen – eindhoven – zeeland – amstelveen


iemand

iemand zegt
het heet roermond hier
je hoort het aan de vogels
die voor de katten bang zijn

iemand anders
met een zachte G zegt
maar roermond is limburg
en we zitten nu in amsterdam

ik zeg
ik weet het niet
ik zie een kat lopen
ik hoor wel een zachte G

nog iemand zegt iets
en nog iets
iemand anders zegt ook nog iets
en iemand zegt niets

 
nog iemand

iemand zegt
het heet texel hier
je hoort het aan de katten
die bang zijn voor de mensen

iemand anders zegt
maar texel is een eiland
en je hebt daar geen katten
alleen schapen

én mensen zeg ik
nou ja mensen
eilanders
eigenlijk zijn dat geen mensen

nog iemand zegt iets
en nog iets
iemand anders zegt ook nog iets
en iemand zegt niets



nog iemand

iemand zegt
het heet groningen hier
je hoort het aan de mensen
al kun je ze niet verstaan

iemand anders zegt
maar groningen is een rampgebied
je hebt daar geen mensen meer
alleen von hofjes

én wadden zeg ik
ik wil ook weleens wat zeggen
heel veel wadden
modder en zand

nog iemand zegt iets
en nog iets
iemand anders zegt ook nog iets
en iemand zegt niets


pom wolff

nog iemand
 
iemand zegt
ze heet vera
ze komt uit eindhoven
al denkt ze zelf van niet

iemand anders zegt
maar er wonen geen veraas in eindhoven
je hebt er nog eentje in utrecht
maar dan moet je goed zoeken
met een philipslampje zeg ik
ik wil ook weleens wat zeggen

nog iemand zegt iets
en nog iets
iemand anders zegt ook nog iets
en iemand zegt niets


 
iemand

iemand zegt
het heet zeeland hier
je hoort het aan de babbelaars
vooral als ze smakken die zeeuwen

iemand anders zegt
zeeland blijft een deltaplan
het is altijd worstelen daar – die gasten
en boven komen ho maar

ik zeg
ik weet het niet
ik ken daar Anne Hardeman
mijn diva uit een streekroman

nog iemand zegt iets
en nog iets
iemand anders zegt ook nog iets
en iemand zegt niets

 
 
nog iemand

iemand zegt
het heet amstelveen hier
je hoort het aan de kalfjes

iemand anders zegt
amstelveen bestaat niet
amstelveen is amsterdam
 
ik zeg
ik wil ook weleens wat zeggen
wie noemt zijn museum nou JAN
 
nog iemand zegt iets
jan zegt ook nog iets
en iemand zegt niets

pom wolff
 

iemand zegt
heeft u niets beters te doen
u lijkt wel een pensionado
die weten ook met hun tijd geen raad
 
iemand anders zegt
hij heet pom wolff
dan weet je het wel
hoe mooi het ook is bij wolluf de hel
 
ik zeg
ik wil ook wel eens wat zeggen
en niet alleen maar woorden
in iemand anders mond leggen
 
 
pom wolff

Share This:

Merik van der Torren dicht bij de dood van Wilnah Molenaar

foto: Kees Besseling


Hoi Pom,
Wilnah Molenaar, bewoonster van Ruigoord en tuinder in Tuinpark Buitenzorg ( met het beroemde beeld van Boeddha, uit buxus-heg geknipt, in haar tuin ) is niet meer.
Enkele weken geleden kreeg ik bericht dat ze door euthanasie is overleden.
Ik schreef de tekst in de bijlage voor haar; voor pomgedichten, groet, Merik

Voor Wilnah Molenaar

 Je leeft voort en bloeit open.
Bij jou zie ik de kleur oranje.
Als een oranje roos groei je in Buitenzorg,
stekels voor wie blootsvoets je tuin betreedt,
bloemen voor wie verder ziet,
voorbij de boeddha van buxus.
 
Volgens mij is het niet gebeurd;
blijf je bloeien, blijf je geuren
in het wilde gras.


Merik van der Torren
 

Share This:

Anne van Walraven op zoek naar briefjes

Beste Pom,
Snel briefjes aanschaffen, voor nu in getypte tekst.



Hij verstopt zich  in het zoeken 
het vinden verloren 
in het verliezen 

Anne van Walraven / @annevanwalraven


Share This:

Peter Posthumus thuis – terug van vakantie en krijgt meteen al weer bezoek

Hoi Pom, De zomer is al zowat voorbij hier, de dagen worden snel korter en de nachten lang en donker. Heerlijk!
Nog even en er gaan weer grote blokken hout op het vuur.
Ook heb ik een logé gehad waar ik de volgende woorden aan over heb gehouden:


Mijn vriend, mijn gast
nu onder tafel
op de vloer

schreeuwde gisteren nog
de buren uit hun huis
pleegt hoogverraad
belazert alles bij elkaar
leeft op drank en kwaad

mijn vriend, mijn gast
ooit een toeverlaat
moet nog iets leren:
doe nooit iets
wat niemand aanstaat

zo niet, dan weet ik
hoe het afloopt
aan mijn zenuwen
wordt ie dan opgeknoopt

Peter Posthumus

Share This:

kom lieve lieve het is een bende hier- karin beumkes en ramses shaffy wijzen de weg



Inside out

Het is een bende hier
de kater dient zich aan
de hond speelt met de plastic bal
je ogen staan zo diep.

Waar lopen onze uien
wie van ons verdeelt straks rokken
hoe kleden we dit uit
nee, we spellen wit tot
op de laatste letter.

We hangen vuile was naar buiten
zeggen daar druipen jij en ik
Het is een bende hier.


Muziek: Ramses Shaffy – Kom lieve lieve https://youtu.be/mci9m84qYiU
Hier je maandaggediggie. We hebben de vliegenstrips nog hangen, ze zijn giftiger dan ooit.
Liefs
Karin

Share This:

Vera van der Horst – goud!- wint de enige echte virtuele – laten we nou eens niet over mensen schrijven en niet over jou – of uiteindelijk toch nog wel? trofee op pomgedichten

Wat als

je dat gedicht niet had geschreven,
ik het niet had gelezen,
maar de nacht was zo lang,
ik eigende me je woorden toe,
alsof ik je wist te kennen moest
zoiets, niet rationeels, doet
nachtenlang met woorden
doet een man een vrouw,
een vrouw, een man en woorden,
wat als
ik je lijf kon lezen als dat gedicht
een lange nacht een leven
lijkt, en poëzie de waarheid blijkt.

Vera van der Horst

zo herkenbaar en zo ingetogen tomeloos – ik schreef het al – de woorden, de winnende woorden van Vera van der Horst deze week. onontkoombaar verlangen maar zo sterk gebracht dat ik niet anders kan dan deze woorden het  goud toe te schrijven. prachtig gewoon. tegen de sappen die Vera uit de woorden wist te persen deze week kon niemand op. alles stroomt in en uit die woorden – alles stroomt van hart naar meer. naar onderdelen. zo heb ik Vera in haar poëzie begrepen. ik zeg van harte gefeliciteerd. met hans andreus elementen, (een man een vrouw – een vrouw een man), ik lees ook kopland elementen (alsof ik je wist te kennen moest) – niet direct maar ze doen aan die dichters denken – de woorden – een groots gedicht. ik kon niet anders lieve dichters vergeef me. WAT ALS zij niet had ingestuurd ik zou Babak zeer lovende woorden hebben toegedicht, Petra Maria ook, Anke Labrie – potentiële winnaars deze week. en onder hun gedichten dichtte ik die lovende woorden ook toe. maar Vera en haar vloedgolf – die tsunami aan poëzie dompelt alles en iedereen onder in een heerlijk woordenbad – mij in ieder geval wel. deze week het goud voor vera –  lonely aan de top in  een ontembaar en  tomeloos verlangen. je zou er bijna van gaan dichten. dank aan alle dichters voor de inzendingen en de schoonheid die ze aan deze zondag toe wisten te voegen.

Vera van der Horst: wat als een lange nacht een leven lijkt

Petra Maria: en vandaag zag ik de zee vandaag schrijf ik geen brieven

Rik van Boeckel: ga nu maar slapen droom niet meer

Frans Terken: roep me niet tot jouw orde

Ien Verrips: ik denk aan alle mooie dingen die ik nog wil zien

Babak Amiri: Ik zei: mijn hand, mijn stad, mijn verscheurde hart

Ditmar Bakker: Stil ligt het kleine graf van ’t wurm wiens hart het na een dag begaf:

Anke Labrie: een jaartal en zijn naam


niet over mensen

laat ik nou eens niet over mensen schrijven
niet over die er niet meer zijn
of over die ik nooit meer zal zien

én niet over jou
omdat ik altijd heb gewild
dat je bij mij zou blijven
 
pomwolff
 
wie wint de enige echte virtuele – laten we nou eens niet over mensen schrijven en niet over jou – of uiteindelijk toch nog wel? trofee op pomgedichten?
 
hoe het schrijven over –  een plaats krijgt tussen twee personen, geliefden, voorheen geliefden – vult u maar in of aan. schrijven om iets vast te leggen, schrijven om iets terug te halen, om iets een plaats te kunnen geven. iets of iemand. soms een wanhopige poging tot – soms een liefdevolle – soms als een teken van leven – een laatste teken van leven. soms als een signaal. zo beschouwd kan poëzie dienen als een vorm van communicatie – maar dan wel en vorm van hele bijzondere communicatie – we lezen de dichters deze week graag over wie ze niet willen schrijven of uiteindelijk toch nog, toch nog wel. over wat onontkoombaar is in dichters gemoed. u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak  – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
Wat als

je dat gedicht niet had geschreven,
ik het niet had gelezen,
maar de nacht was zo lang,
ik eigende me je woorden toe,
alsof ik je wist te kennen moest
zoiets, niet rationeels, doet
nachtenlang met woorden
doet een man een vrouw,
een vrouw, een man en woorden,
wat als
 ik je lijf kon lezen als dat gedicht
een lange nacht een leven
lijkt, en poëzie de waarheid blijkt.

Vera van der Horst

–>
doet ze een keer mee stuurt ze meteen een juweeltje in. mijn god wat een zondag gaat dit worden. opzienbarende poëzie – hier van en door een ingetogen tomeloze. het is zo mooi omdat alle registers tegelijk opengetrokken lijken te worden maar tegelijkertijd een zeer professionele terughoudendheid aan woorden aan de lezer wordt gepresenteerd. de woorden lijken op het papier gesmeten zoals Appel zijn kleuren ‘aanrotzooide’ maar toch geen woord teveel. en dat prachtige WAT ALS dat het thema aanraakt. zo is het niet gelopen zo wordt de vurige wens een onontkoombaar verlangen van de schrijfster waar elke man gevoelig voor is – en na het lezen van haar gedicht zal zijn –  zeker op een zondagochtend. ja doet u mij maar deze vrouw die niet uitgelezen raakt dan doe ik deze vrouw ook. het lijkt ook of we bij hadewych zijn geland – dat enorme middeleeuwse verlangen verpakt nog in woorden die – bij wijze van mannelijk spreken –  alle kanten op ejaculeren. een gedicht waarin het lijkt of dichter aan het leren is haar intensiteit niet meer weg te relativeren. het gedicht dat bij een gevoelige vrouw met groot voorstellingsvermogen een vloedstroom aanricht .
het heeft lang niet meer
zó geregend
als een doorweekte jas
komen gedachten voorbij

ik weet nog dat we
brieven schreven
naar tantes
die cadeautjes stuurden

maar dat was voor
de regen

en vandaag zag ik de zee
vandaag schrijf ik geen brieven
vandaag schrijf ik jou

petra maria

–>
prachtig gedichtje met de eerste strofe teveel. en dat is jammer. geheel overbodig en niet echt mooi die eerste strofe. het gedicht kan – moet eigenlijk – gewoon zonder. herinneringen als een natte jas voorbij laten komen is krom en lelijk –  of een herinnering als een natte jas
of herinneringen als natte jassen – maar die hele vergelijking is niet echt OK hier. jammer jammer jammer. de andere strofen hebben die eenvoud die ik heel erg kan waarderen. die vieze jas ook verdikkeme! die laat zich hier niet meer wegdenken.
Voorbij dromen en sterren

De avond is een ledikant
waarin we dromen achterlaten

de stille weemoed van de nacht
ze fluistert wensen in mijn oren

zo hoog ontdek ik sterren
ze vallen stil in tijd en eenzaamheid

zo zie ik jou zo schrijf je mij
om naar de horizon te reizen

je bent zo goed maar ga nu weg
de tijd van samen is voorbij

Venus en Mars zij hebben pech
het is nu op dus zeg ik stop

ga nu maar slapen droom niet meer
mijn ster straalt voor een andere heer.

Rik van Boeckel
4 september 2020

–>
Rik de inzending is dit keer minder geslaagd – de eerste 4 coupletten ontkomen niet aan iets van clichématigheid. vanaf  strofe 5 verandert de toon en komt er rijm in – ook niet helemaal je van het – waarbij de laatste regel van het gedicht toch net teveel dubbelzinnigheid in zich draagt. een soort dubbelzinnigheid dat niet echt op de dag des Heren thuishoort. of juist wel..
Dichter bij de muur

Hoe je je terugtrekt achter je muur
en ik niet meer bij je kan komen
je vlucht in een wereld van waanzin
die je hardnekkig waarheid noemt

je stoot me af
als ik je daarin niet volgen zal
wil mij het zwijgen opleggen
en verkettert wat we hadden

ik deins achteruit
sta met de rug tegen de muur
alsof je de loop van een kalasjnikov
tegen mijn voorhoofd drukt

roep me niet tot jouw orde
vergeet die drang van dwingen en
kom met betere en tedere woorden
een knieval is het nog minste


© FT 04.09.2020

–>
Frans vertelt in wezen in helder proza wat er in het gedicht aan de hand is. Het is me net te prozaisch en te weinig dichterlijk. proza laat je niet wegdromen. proza is de harde werkelijkheid waaruit de dichter een weg tracht te vinden. die weg/uitweg biedt Frans hier de lezer niet.

de dag is traag vandaag
een dag als gisteren en eer
al bleef het droog de hele dag
het viel dus mee qua weer
 
ik denk aan alle mooie dingen die ik nog wil zien
aan alle mensen die ik nog niet ken
 
ik wil vandaag  iets zeggen
het kan ook zingen zijn
iets zoets iets liefs misschien
bij voorkeur tegen iemand

Ien Verrips

–>
Ien lijdt ook een beetje – en net teveel aan – proza vandaag. het gedichtje begint van de poëzie te zijn in de laatste vier regels. met die werkelijk prachtige regels:

ik wil vandaag  iets zeggen
het kan ook zingen zijn


al met al te weinig voor eremetaal – al zijn die twee regels van goud!
 

Verwoorden
 

De verhalen die ik je nooit verteld heb
leken toen van geen belang
De jaren gingen voorbij en
zoveel pijn deel je met niemand
Behalve wanneer je zeker weet
dat zij je ook pijn gaan doen
 
Ik zei: liefhebben, liefde, lief zijn, beminnen, het houden van
Ik zei: mijn hand, mijn stad, mijn verscheurde hart
Ik zei: mijn lentestraat, mijn winterlicht, mijn ochtendgedicht 
Maar nu….nu maak ik je abstract
 
De verhalen die ik je nooit verteld heb
had ik voor later bewaard
Voor wanneer de woorden te kort, de stiltes te lang
En zoveel spijt deel je met niemand
Behalve wanneer je zeker weet
dat je de stilte met ze delen kan
 
Ik zei:  recht, rechtvaardig, rechtvaardigheid
Ik zei: gelijk, gelijkwaardig, gelijkwaardigheid
Ik zei: mijn herfstdepressie, mijn zomerobsessie
Maar nu….nu maak ik je abstract
om je niet te verwoorden
 
Babak Amiri

–>
weliswaar een gevoelsexplosie de woorden – op zich zelf al mooi – maar toch komt het geheel net te geconstrueerd over – en dat komt een beetje door die verhalen over die verhalen – het gedicht zou als volgt zonder meer boven alles uitstijgen:
 
Ik zei:  recht, rechtvaardig, rechtvaardigheid
Ik zei: gelijk, gelijkwaardig, gelijkwaardigheid

Ik zei: liefhebben, liefde, lief zijn, beminnen, het houden van
Ik zei: mijn hand, mijn stad, mijn verscheurde hart
Ik zei: mijn lentestraat, mijn winterlicht, mijn ochtendgedicht 

en ik zei het jou
 
poëzie hoeft in wezen niet veel uitleg


 
De Andere Kant

“Hij was de jongste van ons zestal kinder…”
Dan stokt haar stem. Stil ligt het kleine graf
van ’t wurm wiens hart het na een dag begaf:
babyblauw grind, een zerk waarop een vlinder.

Ze praat niet meer; ’t is nu een soort geblaf.
Haar kroost, in kielzog, nimmer eensgezinder,
al maakte ’t doorgaans decibellen minder
bij woede of verdriet vanwege straf.

Zakdoeken weggeborgen, haast in draf
terug richting parking, waar een vader laf
maar warm hen opwacht in zijn zescilinder.

’t Gezin bijeen start patriarch de DAF,
zet snel het zeven zestal thuis weer af,
en rijdt vervolgens naar zijn date van Grindr.

———-Wie noemt zulks maf?
De meesten zoeken troost in de karaf,
wat ik met zo’n vrijage dus verhinder.

Ditmar Bakker

–>
Bedoelde of onbedoelde geestigheid de inhoud van Ditmars gedicht. hoe meer leed en ellende de lezer wordt voorgeschoteld hoe meer het lachen is. het moderne grindr gecombineerd met een plaatje van nederland in de 19e eeuw. met dooie kindjes. technisch volmaakt opgebaarde vormpoëzie.
 
en wie niet voor regels  als deze valt:
 
Stil ligt het kleine graf
van ’t wurm wiens hart het na een dag begaf:
babyblauw grind, een zerk waarop een vlinder.

 
heeft of geen gevoel in zijn lijf of geen gevoel voor poëzie. ditmar is en blijft ons wonderkind.
afstand
 
schichtig loopt zij over straat
mensen mijdend als de pest
slaat eenmaal weer thuis
opgelucht de voordeur dicht
 
haar verleden staart haar aan
keurig in stapeltjes op tafel
afstand houden is zelfs hier 
af en toe niet overbodig
 
een foto ligt apart vooraan
die met dat hartje achterop
zo veraf en zo dichtbij 
een jaartal en zijn naam
 
anke labrie
(05-09-20)

–>
hier dan toch wel een gelukte poging om proza met poëzie te verbinden. proza voor de afstand, poëzie voor de emotie. de poëzie wel afgemeten: een jaartal, een naam, een stapeltje. het verleden in stapeltjes –  daar begint de poëzie op te spelen. knap gedaan.

Share This:

Ditmar Bakker rekent toch ook nog even af met Jaap van den Born (dat oude veenlijk met een te vet hart) dichter en redacteur van Het vrije vers

http://ditmarbakt.nl/Sonnetten/229

Ach Pom,

Wat een toestanden toch allemaal. “Why, Ditmar?” Vroeg mij de oud-stadsdichter van Heerugowaard nog op Smoelenboek. Inmiddels heeft deze een antwoord gekregen op je website. Aangezien une politesse en vaut une autre, -hemel, dat Frans krijg je maar lastig uit je systeem als het er eenmaal in zit- stuur ik je hierbij het gedicht geschreven op dhr. Van den Born, dat oude veenlijk met vet hart dat het dure lef heeft gehad mij op eigen titel van Het Vrije Vers te verwijderen toen hij daar zin in kreeg. Aanvankelijk heette het “De Walging”, maar de hertiteling lijkt me gepaster. Er mag een vinkje achter zijn naam, wat mij betreft.


OP DE PERSOONLIJK SIGAARAANSTEKER VAN DRS. P

Voor Jaap van den Born

Zo Christus ferm zijn passiegang beleed
walg ik van jou: gelijk een Gargamel
van smurfen walgt–doordrongen en compleet
zoals de Muzelman van Israël,

republikeinen ooit van Watergate,
patiënten van een malicieus gezwel,
junks van de dealer die hun stuff versneed,
cultuurbarbaren van chansons door Brel.

Je bent een netel, een letaal allel
voor moeders, dwangvoeding voor de asceet,
zo walgelijk als tarrels aan een reet,

potsierlijk als een kerstboom in de hel,
ranzig als een bedorven ulevel
en euvelmoedig als een vals profeet.

***[D.B.]

Peter Verstegen is tweeëntachtig-en-een-half, volgens Wikipedia. dus waarschijnlijk zal de tijd hem vanzelf afvinken.

-x-
van den Born is dichter en redacteur in ruste van Het vrije vers

lees ook de eerdere verfijndheden hieronder over de kwestie Het Vrije Vers:

Share This:

VON SOLO – authentiek, oprecht, eerlijk, contemplatief, uitnodigend: over hoeren en huizen


Wij wonen op nummer vierenzeventig in een oude viswinkel. Die hebben we drie jaar geleden gekocht en helemaal kaal gesloopt en vervolgens met de overwaarde van ons vorige huis geheel getransformeerd tot polyvalent woonhuis met een hip atelier aan de voorzijde, waarbij we de oude etalageruit behouden hebben. Met dien verstande dat we het oude glas vervangen hebben door dubbel gelaagd glas. Elke maand hangen we weer nieuwe mooie kunstwerken en objets trouvés in de etalage. Dat verlevendigt het straatbeeld. De buurt is in opkomst.
 
Een paar huizen verderop op nummer vierenzestig beneden, een huisjesmelkerspand, woonde een hoertje. De eerste keer dat ik haar zag was ik gecharmeerd van haar Indische uiterlijk en haar weelderig zwierende borsten. Ze liep toen in een trainingspak richting de Action bij ons in de straat. Haar leeftijd zal ergens voor in de twintig zijn geweest. De gordijnen van naar slaapkamer aan de voorkant van de woning waren altijd dicht. Eén keer ben ik een pakje op gaan halen dat de bezorger bij haar had achtergelaten voor mij. Ze deed open in een satijnen kamerjasje. Ze groette nooit terug op straat. Als ze ergens heen ging was dat altijd met de taxi. Dat kon ik zien vanuit onze erker op de eerste verdieping, waar ik in de avond vaak het leven in onze straat gade sla. Als ze een keer niet met de taxi ging, stonden de auto’s die haar ophaalden altijd ver weg aan de overkant bij de bloemenzaak. Mevrouw Solo was niet overtuigd dat het om een meisje van plezier ging. De uitbater van de vintage winkel tegenover ons deelt mijn mening wel. Zeker zullen we het nooit weten, want ze woont er niet meer.
 
Tegenwoordig woont op vierenzestig beneden een jonge gast met tattoos  en een baseball petje. Hij heeft een vriendin die als twee druppels water op het hoertje van weleer lijkt. Had zo d’r zus kunnen zijn. Twee weken geleden stond er ineens een grote Dodge Ram Hemi 5.7 liter pontificaal met twee tractorwielen op de stoep voor ons huis geparkeerd. De buurjongen had een feestje. Om het uur kwam hij met een nieuwe verjaardagsgast de Ram starten en laten horen wat een herrie die kon maken. Twee keer is het brullen van een 5.7 liter Hemi motor best leuk. Maar na zes keer is de verrassing er wel af. En dan ga je naar bed. En als het zo warm is, slapen we altijd met alle ramen open. Vanuit de dode hoek van ons blok, waar de betegelde binnenplaats van vierenzestig beneden zich bevind, galmt een feestje aardig door. Zeker als de feestgangers om het luidst boven de bas van de happy hardcore uit, proberen elkaar zaken toe te roepen. Gezien het gespreksniveau was dit op zich op best mogelijk. Ik had verwacht nooit boven de herrie uit in slaap te vallen, maar dat bleek mee te vallen. Op één of andere manier was het best rustgevend.
 
Om half drie ’s nachts werd ik echter toch weer wakker. Uit de tuin van vierenzestig beneden klonk allerlei onsamenhangend geruzie, dat ik, zonder de inhoud te kennen, perfect kon associëren met feestjes waar ik vroeger ook wel kwam. Kansloze gebeurtenissen met veel drank en weinig perspectief. De onduidelijke woordenwisseling culmineerde in het moment dat er klonk of er iets brak, toen één van de feestgangers struikelde. Vervolgens klonk er het geluid van een snel leeglopende gastank en een algehele feestpaniek. Ik vermoed dat er niets onze slaapkamer was binnengewaaid, maar toch moest ik er erg om lachen. Kort daarna vatte ik de slaap weer. De volgende morgen was ik al vroeg op om de hond uit te laten. Op de stoep voor vierenzestig beneden lag een aardige hoeveelheid zwarte ballonnetjes. Een dag later was de grote Dodge Ram voor onze deur weer verdwenen. Die had onze buurjongen voor zijn verjaardag een dagje van zijn oom mogen lenen. Zijn oom is waarschijnlijk de huisjesmelker en de buurjongen bewaakt voor hem tegen inwoning de stash of plantage.
 
Sinds de corona crisis is het bijna elke vrijdag wel borrel bij de vintage winkel aan de overkant van de straat of bij ons voor op de stoep. Ik heb zelfs een uitklap terrasje aan mijn gevel gemaakt om alles wat meer een hip Berlijn-gevoel te geven. Sommige mensen vinden dat amusant. Anderen zien het met lede ogen of meer of minder milde afkeuring aan. De leukste mensen zijn degenen die gewoon aanwaaien voor een biertje. Als ik de buurjongen van vierenzestig beneden en de zus van het hoertje voorbij zie lopen, zie ik ze denken: ‘Die lui zijn niet goed wijs.’ Maar dat is niet zo. Dit is hoe de woningmarkt werkt. This is gentrification man!!! Alles begint met een eerste stap. Over tien jaar wonen hier geen stoepdrinkende hipsters, undercover prosti’s en lachgassende proletenjeugdigen meer. Dan is alles gewoon Deloitte en Audi wat de klok slaat. Maar voor nu moet dat even. Over tien jaar zetten we met een dikke overwaarde onze wooncarrière ergens anders voort. En dat brengt ons bij de moraal van dit verhaal. De één verkoopt z’n lichaam, de andere drugs en de derde zijn huis. En waarvoor? Ach, in de grond van onze ziel zijn er allemaal gelijk en leven we allemaal op dit kleine stukje aarde als verdorven kapitalistjes. Gewoon op de ….weg in Rotterdam. (adres bij de columnist zelf op te vragen red. pomgedichten)
 

VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST
Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
 Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl 

Share This: