Geen categorie

JOLIES HEIJ bij Witteman, in het Vondelpark, met een diepte interview AACHENENDE

Geplaatst op

Over ezelsbruggetjes & jaartallen

Columniste het hele weekend op pad geweest met Peter Posthumus. Duo-optredens verzorgd in het Vondelpark en bij Jazz en Dichters in Eindhoven samen met de band. Mijn compagnon noemde ik hem waarop vroeg of laat de onvermijdelijke vraag volgde of we ook buiten de poëzie een stel zijn. Welja, zo heb ik vele liefdesaffaires in de poëzie die daarbuiten maar zelden houdbaar blijken. Dat is aan meneer Heij voorbehouden. Niet voor niets bedrijf ik met de natuurgenezer enkel de liefde op papier. Niet voor niets laat ik hem het grootste gedeelte van de tijd in het tuinhuis stijfkoppig en eigengereid zijn en voer hem alleen als personage op als mijn muts ernaar staat. Dus nu eens niet naar het tuinhuis getogen, maar met Posthumus naar het Vondelpark waar men erg verguld was met mijn column van vorige week waarin ik U, nu! onder de aandacht bracht. Het leverde aanzienlijk meer dichters op, Merik was er met Mirjam en Saartje, Dave Bouw en ook de Terk, plus een zwik muzikanten. Vanaf de steen keek je uit over het veld waarover reuzenblaasbellen zeilden. Men was muisstil toen ik mijn tekst “De stad, het zilver” over Srebrenica ten gehore bracht. Nou, je hebt me overtuigd, zei Posthumus na afloop, ik kom woensdag naar de herdenking.

Maar eerst moesten we naar Eijlders voor de opening van de dichtersfoto-expositie door Babs Witteman. Dankzij het voetbal kwamen we daar nog op tijd aan. En daar deed de ouwe Aachenende zijn entree. Loes parkeerde hem aan onze tafel, zodat ik eindelijk eens geduchtig met de nestor van Eijlders kon babbelen. Natuurlijk wist hij niet meer wie ik was – niet zo verwonderlijk gezien zijn gevorderde leeftijd. Denk maar aan de J.P. Heijestraat, gaf ik hem als ezelsbruggeltje. Daar woon ik vlakbij, zei hij. Ik kan niets meer onthouden, zelfs niet welke dag het vandaag is. Dat is een ramp voor een Asperger met een geheugen als een pot als ik. Nou, u ziet er in ieder geval patent uit, gaf ik, en als altijd pico bello in uw donkere pak gestoken. Ja, een Asperger als ik houdt van standvastigheid, ik heb vier van zulke pakken, allemaal even identiek donker. Ik snap wat u bedoelt, zei ik.

Als Aspergirl breng ik natuurlijk wat meer variatie in mijn kleding aan, maar mijn geheugen is eveneens een ijzeren pot, vooral wat betreft jaartallen. Dan kunnen we elkaar een hand geven, glimlachte hij. Echt waar? riep Posthumus ongelovig. Ben jij dan ook zo sociaal onhandig en laat je je leiden door je eigen logica waar geen speld tussen te krijgen is? Ik ben nou niet het meest babbelzieke meisje van de klas, gaf ik toe, zeker niet in het eerste contact. Maar ik ben slechts een halve Asperger, op een schaal van 50 scoor ik 31. Psychiaters hebben mij geregeld voor borderliner versleten vanwege mijn woede-aanvallen als de dingen niet lopen zoals ik ze voor ogen heb, maar ja, wat moet je ook met die psychiaters. Daarstraks nog, toen ik op de Kostverlorenkade tegen meneer Heij stond te tieren dat hij me naar het Vondelpark moest gidsen omdat die vermaledijde reisplanner me helemaal in de Kinkerstraat uit de tram had laten stappen in plaats van bij de J.P. Heijestraat.

Maar alle Aspergers op een stokje, laten we het liever over uw leven hebben, mneer Aachenende. Heeft u de oorlog nog meegemaakt? Welzeker, knikte hij, wij woonden in Maastricht en moesten vluchten omdat mijn vader joods was. Eerst naar Parijs, maar toen dat werd bezet, kwam er een vluchtelingenstroom, vooral van kunstenaars, op gang naar het zuidoosten van Frankrijk, dat dankzij het marionettenregime van Vichy nog geruime tijd autonoom bleef. Tot dat ook werd bezet, maar een geluk was dat de Wehrmacht er de touwtjes in handen had en die moest niet veel van Hitlers antisemitisme hebben. Twee dingen uit mijn jeugd zijn me altijd bijgebleven: Hitlers Sportpalastrede op de radio over de annexatie van het Sudentenland in 1938 en de oorlogsverklaring van Chamberlain op 3 september 1940. Welnu, lieve lezer, we klappen de oude doos van de ouwe Aachenende bij deze weer dicht. Oorlog is helaas ook nog iets van deze tijd. Komt allen morgen naar de Srebrenica-herdenking om 15.00 uur op Het Plein in Den Haag.

naoorlogse genade

hij was het kind van de oorlog, ik van de rekening
ze hebben iets meegemaakt wat wij nooit zullen kennen

nooit kunnen aanraken, niet over kunnen meepraten
de genade van de late geboorte houdt uitsluiting in

we begrepen niets van het morse, de geheime codes
de onderduik van het geweten, de besloten geheimen

waarmee ons de mond werd gesnoerd, onnozel
onbevlekt, onschuldig – wat een voorrecht om niet te weten

van de kerker van het hart, waar loopgraven dichtgegooid
beerputten niet meer stinken en kogels niet doden

behalve wanneer op het verkeerde doel afgeschoten, als het toeval
hard treft en een splinter van een flard boven komt

er was een geel korenveld, onder aren wordt veel geschoven
in de voederbakken de kruimels geteld, in de goot het bloed

dat voor water wordt aangezien en na al die jaren
witgekalkt uitgewist, de graven gevernist in gepolitoerde kisten

en geen kind dat het zwijgen kan kraken

Jolies Heij

Share This:

Geen categorie

eens een….. altijd een.…. bij gerdin linthorst op bezoek – over kreukelkont en voortenttokkies – over liefde en de troost – over woorden van verlangen

Geplaatst op

 

eens een….. altijd een.…. bij gerdin linthorst op bezoek – over kreukelkont en voortenttokkies – over liefde en de troost – over woorden van verlangen…

 

als je een mens zoekt van mens gemaakt dan moet je richting gerdin linthorst. laat ik met één strofe beginnen van haar hand en de goede lezer weet meteen van welk vlees in welke kuip:

(…)

kom
dan reik ik je mijn hand en met mijn
warmte zal ik jouw kou verdrijven
omdat mijn beurt zal komen dat
ook ik wat warmte af moet smeken

 

Gerdin Linthorst

 

waar zijn de bolletjes – arie heeft de bolletjes

 

ach er zijn zo van die zondagen die aan je voorbij vliegen. niets genoteerd en door de witte wijn heen niet onthouden wat onthouden had moeten worden en vastgelegd voor het nageslacht. zo een zondag beleefden we gisteren. in ‘dins doorzon datsja’ zoals men van egmond tot ver in de bollenstreek het optrekje van gerdin kwalificeert. met annemarie en arie op de zondagmiddag richting plassen. vraag me niet welke plassen – ze woont te midden van de plassen – je hebt de kagerplassen, de westeinderplassen. allemaal wim kan plassen. er zijn recreatiegebieden, onder andere bij Vrouwentroost, je hebt daar strandjes bij de watertoren. alles heeft ze voor der deur. laten we het op vrouwentroost houden – nou ja daar dus ongeveer.

 

maar naar gerdin ga je niet voor de plassen, je gaat voor de  levenswijsheden – 72 jaar en nog een beetje – met max lerou deelt ze een beperkte longinhoud – beiden halen alles maar dan ook alles uit het leven – uit hun restant aan longinhoud zeg maar –  en van slachtofferschap willen ze niet weten.  gerdin en max al helemaal niet – op een zwak moment schreef ze max aan in de nacht – en per kerende post kwam het troostrijke antwoord retour: eens een …. altijd een….. – ik vraag het vergeten woord nog even voor u na.

 

en je gaat naar gerdin  voor verhalen over de liefde – haar lijfspreuk wordt mij door arie hier ingefluisterd: vrij naar reve altijd maar weer moedig voorwaarts – én er is sprake van een geheim landgoed waar de koningin-moeder van de Volkskrant filmrecensenten in de zomer huist, resideert. ze citeert dorrestijn als we over DE liefde spreken: ‘Tijd heelt alle wonden maar slaat er nog veel meer.’ zo weten we weer waar we aan toe zijn in de tijd die ons allen rest.

Gerdin is natuurlijk een prachtige vrouw – in de zotte wilg werd gisterenavond gegeten – alle deuren gaan voor deze koningin moeder open en het voelt als een voorrecht om zo een dagje met haar op te trekken. dat het gezegd is – het is gezegd. dank je wel.

naar gerdin ga je ooook natuurlijk  om even lekker te roddelen over de medemens. nee dat schrijf je niet op hoor!!!  en dat ook niet!!!  ik mocht niks opschrijven lieve lezer  – helemaal niks – dat u het weet alles wat u hieronder gaat lezen is allemaal illegaal voor u binnengesleept om in pleziervaartboottermen te blijven. de tokkies op de campings aan de plassen krijgen er van langs – zo horen we van het bestaan van ‘voortenttokkies’en hun onbetaalde  aanmoedigingen: ‘Lese doe je maar in de biebeleteek’ – en zo ging vanzelfsprekend ook die ene leidsepleintokkie met forse narcistische inslag over de tong – bij het toetje.  om de goede verhoudingen in stand te laten maak ik u niet bekend met de persoon voor wie onze lieve gerdin het volgende gedicht schreef. van de liefde en de troost de woorden van verlangen – van dat mooie diepe verlangen in woorden van de poëzie gevangen – poëzie is poëzie – daar moeten we het meedoen en schrijven kan mevrouw. het koste wel moeite om het gedicht uit haar mobieltje te krijgen – maar we kregen het voor U – voor ons.

 

Oude man

De oude man weet nog van wanten
spreidt charme gul ten toon
in rafeljasje losse zomen een
broek met knieën en kreukelkont
gewichtloos drijft hij op zijn jeugd
de Harley Davidson voorbij
ooit hyena proeft hij nog met ogen
het onbereikbaar schoon en treurt
afscheid neemt de geest van dromen
waarachter ooit een leven was
vol stormen van verlangen die zijn
gaan liggen ongevraagd kom
dan reik ik je mijn hand en met mijn
warmte zal ik jouw kou verdrijven
omdat mijn beurt zal komen dat
ook ik wat warmte af moet smeken.

 

Gerdin Linthorst

Share This:

Geen categorie

FRANS TERKEN wint de enige echte virtuele – kind wat zie je wit vandaag – trofee op pomgedichten – Cartouche & Karin Beumkes zilver/brons

Geplaatst op

prachtige prachtige inzendingen vandaag – dank jullie wel  – de metalen – zoveel is duidelijk – moeten verdeeld onder Cartouche, Frans Terken en Karin Beumkes. maar moeilijk is het deze week niet. het absolute goud gaat naar een 18 karaats gedicht geschreven op de sterfdag van dichter komrij. de entree strofen die de lezer brengen, vervoeren,  naar die prachtige twee laatste strofen – in liefde gedrenkt – zou ik willen opmerken. frans gefeliciteerd –  beumkes en cartouche delen zilver en brons deze week. van harte ook.

 

Leids Laken

Aan de Witte Singel vind ik je
lijkbleek staar je naar het water
als wil het je verzwelgen

ik reik je een hand
een arm de tak van een kastanje
om je op het droge te houden

geef mij een boom
desnoods met kunstsneeuw
waar omheen wij

daaronder onze voornemens
in cadeaupapier gewikkeld
dat jij bij het uitpakken
ziet hoe ik je alles gun

in vrede gevouwen
en met jou gedeeld
tot er witte rook

tussen de lakens
een hart open
voor de liefde

 

FT 07072018

 

 

CARTOUCHE (steen en ijzer breekt maar onze liefde niet)

MARC TIEFENTHAL heeft er weer schik in

KARIN BEUMKES ze zwoer het dragen van felle kleuren af

FRANS TERKEN met open hart

PETRA MARIA “ik heb vandaag iets moois gezien”

JAKO FENNEK in onvermogen

wie wint de enige echte virtuele – kind wat zie je wit vandaag – trofee op pomgedichten? nou een keer een thema waar we alle kanten mee op kunnen. hebben we een kleurenthema, of een beeldenthema. Hoe ziet bezorgdheid eruit in poëzie? wat ziet ze wit vandaag – aan u dichters – geef aan het meisje kleur. u kent de regels hier: inzenden voor zondag half 11. het commentaar is verzekerd. stuur in onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.

 

en ook dat
.
weet je nog dat we in vinkel liepen
langs de randen van ons onvermogen
het alleenrecht op onzekerheid
dat we deelden
.
er hoorden dagen bij
de lippen van de nacht toen we
te weinig nog en dronken van de scherven
de ruimte niet begrepen
.
er was vuur in de tuin in de regen
een vrouwenbeen hing in een boom
te overleven, jij leed aan orde
ik aan aarde, er was applaus
.
de wereld zwijnde
en varkens paarden schatje
zo leek het toch nog ergens op
de liefde stal iets van de oorlog
.
als een dichter van de woorden
dood van leven
in een ver veroverd land
we moesten lachen en ook dat verging
.
pw

Marmer

Waar je kleur verwachten zou
lichtbrons, een sprankje rood
hangt in hoofdzaak grijs-
wit als een douchegordijn
over land in overgang

– bevroren tijd –

bloter, bleker dan ooit
tot de kim, stilgevallen wind
rook voel ik, die steken blijft
aan een mondhoek
een wang, je long

– benauwenis –

verlangen om op te gaan
in het wit van een gezicht
troost je, mijn kind, vertrouw
op je pupil, de weerman
‘morgen warmt het weer’

06-07-2018
Cartouche
(steen en ijzer breekt
maar onze liefde niet)

 

marmor stein und eisen bricht – was dacht ik de originele tekst van drafi duitser – cartouche laat oude duitse tijden herleven  – hij kan het nog wel he dichten – een dreigend wereldbeeld tevoorschijn toveren uit een lieflijk beeldje – och wat zou de vrouw geraakt zijn als ze het zou weten – ik haalde het beeldje bij haar op – was van haar vader geweest – het kwam allemaal te dicht bij zei ze  – ze zocht een goed onderkomen voor het beeldje  – een goed onderkomen voor haar vader – het beeldje in liefde aanvaard natuurlijk – zo ben ik wel. gelukkig ook woorden van troost van cartouche aan het einde. hier vallen verhaal, beeldje en wereldbeeld (nederland anno 2018 – een land in overgang) in elkaar – cartouche is een meester-  mooi gedicht.

 

Schik ik je?
.
Ik ben in mijn schik,
nu jij nog.
Maar ik maak je
aan het schrikken
zo bleek zie je nu.
.
Op het veld van eer
valt dra de vogelverschikker
getroffen neer.
.
Meer valt hier niet te rapen
dus kom maar binnen,
schik je haar wat
en leg wat poeder
om je bleke neus.
.
marc tiefenthal
dichter essayist / poète essayiste
Sint-Niklaas
blogs: Tieftalen (nl) Profonde lalangue (fr)

tiefenthal maakt er een verhaaltje van – geen dubbele lagen of listen – is me net te eentonig.

 

Serajewo

.

Heb een vrouw ontmoet
ze was begonnen schoeisel te herstellen
voordat de mayakalender afliep
ze zwoer het dragen van felle kleuren af
noemde het onkruid steeds vaker liefste
ik beschrijf nu een hele poos ons nies zeggen
.
daarom in het midden dit
.
heb een vrouw gezien met tandafdrukken
op haar bovenarmen
ik noem dit heden pleistoceen
.
Karin Beumkes

een tijd van grote veranderingen – pleistoceen – ja als de beum  zich er mee bemoeit verandert alles in huize plaat. het serajewo op tessel. prachtige regels toch weer: ze noemde het onkruid steeds vaker liefste – (wat nies zeggen betekent god mag het weten) – hoe dan ook  DE beum dichteres van tessel van formaat die het geboefte en de ploeteraars op dat eiland poëtisch wegblaast. het is jammer voor ze maar op tessel heerst karin beumkes. in alle bescheidenheid en liefde die ene regel neergeschreven voor wie het maar wil horen, voor wie het maar wil lezen – de koningin van tessel bericht:

‘ze zwoer het dragen van felle kleuren af
noemde het onkruid steeds vaker liefste’

prachtig!

 

Leids Laken

Aan de Witte Singel vind ik je
lijkbleek staar je naar het water
als wil het je verzwelgen

ik reik je een hand
een arm de tak van een kastanje
om je op het droge te houden

geef mij een boom
desnoods met kunstsneeuw
waar omheen wij

daaronder onze voornemens
in cadeaupapier gewikkeld
dat jij bij het uitpakken
ziet hoe ik je alles gun

in vrede gevouwen
en met jou gedeeld
tot er witte rook

tussen de lakens
een hart open
voor de liefde

 

FT 07072018

 

een werkelijk prachtig gedicht – frans losgezongen van de strakke regels die hij vaak componeert – hier is alles ineens lichtvoetig – alsof de taal is opengesprongen – alles mag vandaag uitgepakt – en frans pakt uit – het hart open voor de liefde. goede poëzie heeft weinig commentaar nodig – goede poëzie brengt de lezer in een staat van omarmen.

 

In de tram

zelden rijd ik met de tram
maar ik stel mij zo voor
dat het kan
wachtend bij een halte

ogen naar in de verte
brandende zon op de daken
dat ik dan instap
een plek vind aan de paal

meehangen
in de plotse bochten
jij stapt in
en we lichten beiden op

hoe gaat het met je liefste
vraag je met verwachting

dan glimlach ik en fluister
in je oor

“ik heb vandaag iets moois gezien”

 

PetraMaria

 

ik ga wel mee hoor in deze beschrijving – in deze tram – in dit verhaal. in dit proza. het is meer retorica dan een gedicht – hoe plaats je een regel zo dat ie ongenadig direct binnenkomt – nou zo als petra maria dat vandaag en hier doet – in die tram: dan glimlach ik en fluister
in je oor – “ik heb vandaag iets moois gezien” – ja zo willen we allemaal wel instappen in lijn 13. (en dan vindt ze ook nog een plek ‘aan de paal’) – liefde leven en lust in lijn 13. ik koop een strippenkaart.

 

onvermogen

ik draag het in mijn armen
als een wit kleinood
vaal het gezicht, in de ogen hoop
en streel het vurig
maar met de neerslag van de regen
komt toch de dood
het laat alleen een glimlach achter
die ik als anjer
in mijn vestzak steek
van tijd tot tijd beweeg
zoals een mens nerveus
zijn vingers schikt
doch mijn kleinood blijft bleek
wit als aluin
de glimlach tot een plooi geworden

jako fennek

 

het gedicht lijkt opgehangen aan de regel: ‘maar met de neerslag van de regen komt toch de dood’- een prachtige regel. maar het probleem is dat de andere regels niet in de schaduw kunnen staan van de geciteerde regel. het is alsof de dichter zijn onvermogen een vorm heeft willen geven,  regels om de dood heeft geschikt.

Share This:

Geen categorie

ANNAGRIET DIESMAN HOORT GRAAG JULLIE ONGEZOUTEN, CONSTRUCTIEVE MENINGEN OVER HAAR POM-GEDICHTEN

Geplaatst op

 

ANNAGRIET DIESMAN HOORT GRAAG JULLIE ONGEZOUTEN, CONSTRUCTIEVE MENINGEN OVER HAAR POM-GEDICHTEN

++ 12 MAART 2017 ++

…en ik,
het zout in de gaten van mijn vel, slaapdronken nog, met stramme knoken noteer:
niet eens heel ver hier vandaan sluipt sloom de winter door het huis
en klit jouw geur als al wat nog rest nog even aan mijn trui.

of misschien:
jij ging weer sneller dan verwacht, een taxi in de sneeuw na middernacht,
onrust op de stoep en verder: vierde colonnes, meer onrust en een kat.
de straat leeg als je hazenhart, de stad is koud als wij.

en ook:
ik zal niet langer schikken, ik zal mijn boezem niet meer branden aan jouw vingers
het zijn slagpinnen, kortstondig, het zijn wrede waarheden
het zijn oudbakken woorden, oudbakken woorden die komen te laat.

 

 

++ 5 MAART 2017 ++

Hugo in Brussel

Aan het Théâtre Français paalt nog steeds verleden grond in taal van bloed gedrenkt,
slingeren gebroken flessen rond in vuile glazen plassen. Niets gloeit:
deze stad wordt donker gewekt, door woorden en zinnen gekrenkt.

Verslagen ontwaakt dan, ginds, de dichter die roeit
met de riemen die hij schreef, wiens vers te water gaat
en volgzaam glijdt tot op een Brussels plein

waar de dichter weet waar niemand over praat.
Verdoken blaast dan, daar, de wind, zijn
letters rollen langs elkaar door doordeweeks gewoel.

Ik hoor zijn lied.
Ik ken zijn doel.
Terug naar ‘t land dat hem verried.

Share This:

Geen categorie

VON SOLO tot de stekker er uit gaat

Geplaatst op

POMgedichten presenteert de donderdag column:

VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!

Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

Regelmatig krijg ik van mevrouw Solo de opmerking dat ik wel wat beter en eerder bepaalde zaken had kunnen communiceren. Dat betreft dan meestal informatie waarvan geldt, dat, als ik ze eerder gedeeld had, zaken acceptabeler waren geweest. Data van optredens bijvoorbeeld. Maar in relaties gaan dergelijke zaken veel verder. Het kan elk willekeurig onderwerp betreffen. Menig relatie die ik heb zien stukgaan op binnenvetterij. Maar ook aan de verkeerde, onjuiste, onvolledige of onbegrepen informatie op het verkeerde moment.

 

Deel 296. Random Acces

Als je jong en verliefd bent kun je niet genoeg krijgen van je geliefde. Je wil alles weten en zó vaak schieten woorden te kort. Dit resulteert in eindeloze brieven en gedichten, waarmee je wederzijds probeert de kern van jullie liefde te vinden. Ook eindeloze gesprekken zijn het gevolg. En steevast komt er het moment dat je wel in elkanders hoofd wil kruipen en de één aan de ander de gedachte oppert hoe gaaf het zou zijn als je gewoon met een snoertje in zou kunnen pluggen.

Soms zou ik ook nu nog weleens willen dat mijn geliefden konden inpluggen op mijn gedachten. Ik zou open source willen zijn. Mijn gedachten gedeelde code. Maar dan wordt het ingewikkeld. Wie geef ik toegang tot mijn Random Acces Memory. Wie geef ik welke schijfrechten. Wie geeft ik beperkte of volledige toegang. Weet ik zelf eigenlijk nog wel welke data ik allemaal herberg. Zijn er plekken waar corrupte of beschadigde data staat? Waar zitten de bugs? Wat zijn de virussen? Ben ik nog wel ‘up-to-date’ in het moment dat ik leef of heb ik een update nodig? Is al die data wel geschikt om te delen. Kan het niet leiden tot een systeemcrash als de verkeerde knopjes ingedrukt worden? Zijn mensen wel op die manier ‘compatible’?

Aan de voorkant in mijn mens zijn, blijk ik nu opeens een informatiemanager, systeembeheerder en moderator in één, die het systeem draaiend houdt. Terwijl ik niets liever zou hebben dat ik helemaal open source was. Maar mensen kiezen toch vaak voor een Mac. Dan gaat alles vanzelf.
En hoef je weinig van computertaal te weten van wat er achter de schermen en in de processoren gebeurt. Ik voel me ineens een robot, die weet dat hij de droom van zijn dierbaren nooit helemaal optimaal in vervulling zal kunnen laten gaan. Een product van mijn tijd, met beperkte functionaliteit.

Het is voor de mens onmogelijk om elkaar honderd procent te kennen of begrijpen. Elk systeem verschilt op kleine onzichtbare puntjes. En toch heb ik de hoop dat, als we willen we van elkaar kunnen leren. En op basis van missende stukjes data, kleine storingen of onvolkomenheden nieuwe dingen maken. Zoals kinderen en levens, hoop en dromen, en wat we nog niet weten. En koesteren wat we samen geprogrammeerd hebben.

Misschien hoeven en willen we diep in onze kern ook wel gewoon niet alles weten. Wat men makkelijk vergeet is dat er ook heel veel data op de schijf staat, waarvan het beter is, dat hij niet voor communicatie wordt gebruikt. Het is die stille rekenkracht, een besturingssysteem dat op de achtergrond draait, waar je niets van merkt. Dat zorgt dat sommige dingen moeiteloos lijken te lukken. Maar daar hoor je mensen nooit over. Dat hoeven ze ook niet te weten. Die code blijft net zo goed ongebroken, tot de stekker er ooit uit gaat.

Share This:

Geen categorie

DITMAR BAKKER met een opkikkertje voor de nacht

Geplaatst op
De Schuld

Mijn leukste, liefst collega heette Jet:
een lachebek met ravenzwarte haren
die mij wel aardig vond—die nieuwe rare,
want knots was ik ten tijde. Tot en met.

Op ’t toppunt van mijn gekte zei ik het;
met oma, die ontslapen was, al jaren
had ik de dag voordien contact ervaren:
ontzieling? Níet het einde van de pret!

Jet keek bevreemd—niet of ik af moest garen,
maar als een kleuter naar het alfabet:
magie, ontzag en hoop tesaam gewaar, en

de dag daarna vond men haar dood in bed;
zelfmoord—depressie. Eén der ambtenaren
braakte zijn wroeging uit op het toilet.

[D.B]

Share This:

Geen categorie

MERIK VAN DER TORREN zwaait GERDI STAAL uit – zij neemt de trein naar het zuiden

Geplaatst op

een tekst die ik schreef voor Gerdi Staal, een bekende verschijning op literaire middagjes en avonden in Ruigoord, Op het Einde van de Wereld en andere Open Podia als in Eijlders bijv. Jammer genoeg gaat ze aan het eind van deze week verhuizen naar Middelburg.  Ik zal haar niet zo vaak meer tegen komen in “ het Amsterdamse circuit”.

Volgens mij heb jij een foto van haar en mij in je bestand, enkele jaren geleden door Ruth Hoek genomen in de kerk van Ruigoord, Met groet, Merik

 

Voor Gerdi Staal
 
Ze neemt de trein naar het Zuiden,
voorbij kersenbomen en wijnstokken,
naar het stoffige zand
waar men in raadsels spreekt
en vrouwen in kokende hitte dadels lezen.
 
Waar poëzie op vleugels van woestijnwind
aanwaait in ruige kringen rond een vuur.
 
Hoop je toch wel te ontmoeten, Gerdie.
misschien op een onstuimige zondagmiddag
in Ruigoord of anders zo maar op straat.
 
Wie zou anders mijn pet terugbezorgen
voor ik hem mis,
zoals afgelopen zondagmiddag
op die literaire middag bij de Simon Vinkenoog-boom,
laten liggen in de kantine van Buitenzorg,
mijn leren pet.
 
Veel geluk in Middelburg !
 
 
 
27 juni 2018, Merik van der Torren

Share This:

Geen categorie

JOLIES HEIJ in het VONDELPARK – over de prille liefde, liefde op het tweede gezicht, tweedehandsliefde, late liefde….

Geplaatst op

We vieren de zomer, lieve lezer. Columniste aan één stuk door in de buitenlucht aan het dichten. Vlugschriften schrijvend. Een hele geruststelling dat woorden in het opene nóg sneller vervliegen – of ingeslikt worden door bladblazers, of vergruisd door ventilatoren, of overstemd door dieselmotoren. Zo verdween een dichtavondje op het Spaarne geheel in het luchtledige. En dan andermaal typen in de Slottuin waar de blaadjes verdwijnen in zakken en eenmaal thuis, samen met de kaartjes voor de voorstelling, als herinnering in de la worden gestopt. Ik liet me vergezellen door het servokroatische leraresje als schaduwdichter. Ze maakte zich zorgen over haar oude toondichter in Leek. Ik heb al zo lang niets van hem gehoord, hij zal toch nog wel in leven zijn? vroeg ze zich hardop af. Al mijn mannen laten het vroeg of laat afweten, dan ben ik niet interessant meer voor ze. Kind, zei ik, al die zorgen om iedereen. Moeder Theresa en Florence Nightingale samen zijn er niets bij. Eerst die bekommernissen om de natuurgenezer die zich intussen prima vermaakte met zijn deernes in het tuinhuis. Die toondichter bewoont toch ook een soort tuinhuis? Neen, een boswachterspriëeltje. Nou dan, gaf ik, wonen in bos en beemd doet een mens kennelijk goed, kijk naar Radovan, die is springlevend als een jonge hond sinds hij de scheveningse gevangenis voor het kijkduinse tuinhuis heeft verruild. Zo zal het de toondichter ook vergaan. Die ligt vast te rollebollen met een verse muze.

Maar Anneke Wasscher, zijn hartsvriendin, had ook al heel lang niets van ‘m gehoord, protesteerde ze nog zwakjes. Da’s alleen maar een goed teken, stelde ik, het teken dat hij zich prima vermaakt. Maar jij moet je piekerhoofd laten leegwaaien, kom maar met mij mee naar de Slottuin. En daar zaten we dan achter het tikapparaat, in het gezelschap van dichter Herman, of eigenlijk was hij liedjesschrijver. Hij had ooit een prijs gewonnen op het utregse schlagerfestival. Een schlager is heel anders dan het levenslied, leerde hij me, een schlager is echt over de top, Zangeres zonder naam, dat werk. Hazes is meer van het levenslied. De schlagerbakker schreef zijn vlugschriften eerst met de pen voordat hij ze in het net uittypte. Ik kan niet rechtstreeks typen, verklaarde hij, maar ik verdacht hem er stiekem van zijn wegwerpschrijfsels voor de eeuwigheid te willen bewaren. Het was een verleidelijke gedachte, maar nee. Hoewel ik zelf ook een penschrijver ben wilde ik nu liever in de flow van het sneltikken blijven. Als ik iets op Facebook zet of een mail verstuur, schrijf ik het tenslotte ook niet eerst met de pen. En ik wilde natuurlijk ook zo veel mogelijk mensen kunnen bedienen.

Ik moest deze keer zelfs verzoeken weigeren omdat er niet tegen de stroom op te tikken viel. Veel over de liefde deze keer, prille liefde, liefde op het tweede gezicht, tweedehandsliefde, late liefde. Of de liefde voor katten, zoals bij de studente psychologie, die bijkluste in een kattencafé in Groningen. Of de liefde voor het bedrijf, zo typte ik over de bedrijfsuitjes van kinderverzorgers en ziekenhuispersoneel. Of gewoon de liefde voor de geliefde, zoals het stel uit Brunssum en Thüringen, dat wilde dat ik om en om een regel in het Duits en in het NL typte. De Limburgse gaf me na afloop uit dankbaarheid een smakkerd op de wang. Het servokroatische leraresje sloop er stilletjes van tussen, hopelijk met de wind in het hoofd en aangestoken door al die liefdes.

 

En hup, door naar de volgende tuin, het Vondelpark welteverstaan, om voor te dragen op de podiumsteen met het kortste gedicht, dat Joost ooit heeft geschreven: U, nu! Zo wist de uitbater van het Melkhuisje, die ook iets over poëzie had geleerd en de dichters van drank voorzag, mij te vertellen. Merik en ik waren weliswaar de enige dichters, maar we werden ruimschoots aangevuld door het mexicaanse gitaartrio Chanéque en trokken nog aardig wat bekijks. We deden maar liefst drie rondes zomerse gedichten, ik o.a. met een verslag over de vroegere bedevaarttochten met mijn ouders naar ons vakantiehuis aan de italiaanse rivièra. Zo herkenbaar! waren de reacties na afloop. En ik altijd maar denken dat wij de enigen waren met ongeduldige ouders en wildebrassen van dochters. U, nu! is een open podium op iedere zaterdag van 3 tot 5 in juli en augustus. Er worden nog dichters en muzikanten gezocht, aanmelden vooraf is niet nodig. Kom voordragen, musiceren of luisteren! Het is gezellig en ongedwongen en je woorden worden op vleugels meegenomen door passanten, de bomen en de vogels.

In parken en tuinen
 
huizen poëten waar de stedelijke zomer wordt gevierd. We trekken
niet meer de duinen in, want de parken zijn overhuifd
door bladerdichte daken, de woestijnen van Vasalis
allang geplaveid. Veldwachters schijnen als
 
lantaarnpalen, zuigen onverlaten naar het licht.
Straatcoaches klitten bij elkaar, de zware wenkbrauwen
voor het natuurlijke evenwicht. Poëzie behoeft geen toezicht
waar de U, nu! steen van Joost wordt platgetreden
 
schrijf ik dit park en schreeuw het uit tegen de wind in
de uitbater van het Melkhuis begiet mij met wijn
zoals hij dag na dag twee uur lang zijn planten
 
groeien ziet. Een Mexicaan brengt een serenade, de zon
gaat steeds harder schijnen. Zomer is een gedicht
het glas waarvan de bodem nog lang niet in zicht.
 
 
Jolies Heij

Share This:

Geen categorie

met DITMAR de nacht in

Geplaatst op
Ditmar Bakker schrijft ons over:
De Kentering
Wat achttien jaar geleerd werd, werd gedaan:
want platitudes van geërfd verdriet
en pijn die men van buitenaf niet ziet
maakt mensen giftig, ziek, zelfs inhumaan.

Tot janken, breken toe, zou hij gratuit
geweld doorgeven, lieve honden slaan
in monsterlijk en bitter eigenwaan.
Vreemd, hoe snel tien jaar therapie vervliedt.

Dat eenzaam, lelijk kuiken werd een haan,
ontsproten uit affectueus failliet
steeds loze liefde lozend, tot geen traan

nog onmin of geleden leed verried:
ik denk er minder, steeds iets minder aan,
maar God, vergiffenis—mij lukt het niet.

De Familie
Mijn moeder was de jongste bij haar thuis;
een jonger broertje stierf aan wiegedood,
zodat grootvader—zij was vier—besloot
tot haar logies bij oma’s zus in huis.

De rest, haar oudst en enig zus incluis
bleef dicht en warm bij pap en mam op schoot
tot men haar na een jaar retour ontbood:
adoptie vond mijn oma toch niet pluis.

Van ’t tweetal is mijn broer de jongste spruit
en nooit zou iemand hem zo bruut blesseren
als haar destijds—zij zou apert en luid

ons klein-zijn lang haar jeugd nog compenseren
en zat haar kroost voortdurend op de huid.
Nu ja, de oudste. Want ze zou hen leren.

Share This:

Geen categorie

ANKE LABRIE wint de enig echte maar wel virtuele – vandaag houden we het echt luchtig – trofee op pomgedichten – frans terken en ditmar bakker het zilver

Geplaatst op

 

ANKE LABRIE vandaag kent de dag geen uren

anke slaat de spijker op zijn kop. uw juryvoorzitter dacht nog even een zonnetje mee te pakken en wordt in een hevige wind en in de brandende zon wakker ver voorbij sluitingstijd van de wedstrijd. niets hoeft vandaag – vandaag mag alles luchtig dus ook de timing van de uitslag. ”de Pom‘ het zou nog kunnen maar niets hoeft vandaag’ – mooier kan de dag niet samengevat –  mooier het thema niet beschreven.  in dit weer – goud voor anke labrie! van harte.  frans terken en ditmar bakker de volgende metalen. poesie mocht niet ontbreken – een en al luchtige poëzie in haar handelen en ook de dominee kwam nog voorbij vandaag – ditmars dominee – heerlijk cabaret. anke en de heren van harte gefeliciteerd – alle inzenders een mooie dag en dank jullie wel – dolce far niente!

vandaag kent de dag geen uren
de buren slapen nog of zijn al naar zee
Brands komt nooit meer terug en
ook ‘Boeken’ houdt het even voor gezien

zo’n zondag zonder ‘Buitenhof’
de wereld draait gewoon nog door
‘de Pom‘ het zou nog kunnen
maar niets hoeft vandaag

het balkon al volop in de zon
die ook zonder mij wel schijnt
de koelkast is gevuld
de luie boeken liggen klaar

de was is gisteren al gedaan
en voor andere klussen
is het nu natuurlijk veel te warm
graag meer van zulke dagen

anke labrie
(1 juli 2018)

 

JAKO FENNEK ongezien

PETRA MARIA weet je nog dat alles raakt

FRANS TERKEN hoor hoe zij haar verzen zegt

MARTEN JANSE nu zij naakt

DITMAR BAKKER tijd voor een kir rwajal

MARC TIEFENTHAL met stalknechterij

CARTOUCHE voor een dromer is het altijd zomer

RIK VAN BOECKEL in het geroezemoes van de zon

 

wedstrijd gesloten

wie wint de enig echte maar wel virtuele – vandaag houden we het echt luchtig – trofee op pomgedichten?

we hebben een e-bike, we hebben een zon, we hebben een zomer, mooie dagen, zorgen aan de kant, we gaan voor licht en luchtig dit weekend, beetje barbie knoeien, beetje light verse, beetje genieten, we hebben er zin an –  wie niet oud wil worden moet zich jong opknopen – én  wie zich niet opknoopt geniet dit weekend het leven en de gedichten hier op de pom. light verse is gevraagd lieve lezer, lieve dichter. ondanks de herrie in de tuinen in 020 en elders (en in die van een loes essen) – we gaan genieten! u kent de regels: inzenden voor zondag half 11. het commentaar is verzekerd. stuur in onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.

 

eindelijk
heb ik de plek gevonden
 
om tussen nooit meer en altijd nog
een plaats te reserveren
 
een tafeltje
voor ons alleen
 
pw
1 juli, ik herinner me de zin: ‘In juli is het vaak zo heet, dat menigeen zijn plicht vergeet’,
afkomstig uit een versje waarschijnlijk.
.
vandaag kent de dag geen uren
de buren slapen nog of zijn al naar zee
Brands komt nooit meer terug en
ook ‘Boeken’ houdt het even voor gezien
.
zo’n zondag zonder ‘Buitenhof’
de wereld draait gewoon nog door
‘de Pom‘ het zou nog kunnen
maar niets hoeft vandaag
.
het balkon al volop in de zon
die ook zonder mij wel schijnt
de koelkast is gevuld
de luie boeken liggen klaar
.
de was is gisteren al gedaan
en voor andere klussen
is het nu natuurlijk veel te warm
graag meer van zulke dagen
.
anke labrie
(1 juli 2018)
anke slaat de spijker op zijn kop. uw juryvoorzitter dacht nog even een zonnetje mee te pakken en wordt in een hevige wind en in de brandende zon wakker ver voorbij sluitingstijd van de wedstrijd. niets hoeft vandaag – vandaag mag alles luchtig dus ook de timing van de uitslag. ”de Pom‘ het zou nog kunnen maar niets hoeft vandaag’ – mooier kan de dag niet samengevat –  mooier het thema niet beschreven.  in dit weer – goud voor anke labrie! van harte

hoi pom,
zal bij jullie ook wel mooi zijn. hier de gerst al gemaaid. blijven nog de korenakkers, maar de leeftiijd
voor avonturen is niet meer. wel nog voor vogels en vlinders, haha.
geniet de dag, groet van jako

ongezien

een dag
in het midden
van een korenveld
een plek
op platgetrapte halmen
waar we
onbezorgd als de wind
ons leven leven
ongezien

alleen de zon
dronen bestaan nog niet
de angst voor teken
is ons vreemd

jako fennek

 

de gerst is al weer binnen daarachter. jako vrolijk als altijd alsof de tijd hem niet deert. jako de natuur in en alles en iedereen  valt voor zijn charme – dat het ongezien blijft is hem toevertrouwd – ongeschreven nee dat wist e nog niet – dat ze een gedicht van jako wordt ongesleurd en dat ze te lezen is in geheel nederland, vlaanderen en ver daarbuiten. het is maar goed dat ze dat niet weet. licht en luchtig leuk gedaan.

 

dag zomerdag

alles is groter met jou
een zoen
onze stilte

en dan de avond
als een vlakte leg je jezelf neer
alleen het gras beweegt op de wind

weet je nog dat alles
raakt
de wolken het blauw
en wij elkaar

PetraMaria

 

 

dat weet je nog legt alles wat in de tegenwoordige tijd werd geschreven in het verleden neer. weet je nog dat alles raakt – ik blijf het een vreemde regel lezen – steeds vreemder. ik stel voor gewoon: ‘alles raakt’ te schrijven. in weet je nog sterft het hele gedicht.

prachtige eerste strofe ook – zo moet dit gedicht en meer is helemaal niet nodig:

alles is groter met jou
een zoen
onze stilte

alles raakt
de wolken het blauw
en wij elkaar

 

Midzomernacht 2

Hoor hoe zij haar verzen zegt
een mengeling van hoge en diepe tonen
klankgevecht tegen eerste slaap
zij aan zij geeft ze poeslief kopjes

uit haar spinnen rijst sonoor een zang
dan tongt ze natte zoenen in het oor
heft resoluut een voorpoot op en
tikt een begin van sluimeren af

heeft het lijf zich erbij neergelegd
het hoofd wil de slaap nog niet vatten
alsof het eerst leegte moet vinden
stilte die van sterren daalt

een laatste lik
met het raspen van haar tong
haalt ze me ronkend naar midzomernacht
haar droom die ze in mij verspint

FT 30062018

 

ik moest even aan ACG vianen  denken – klankgevecht – maar bij de poeslieve kopjes was die gedachte voorbij – de verzen van ACG nodigen meestal niet uit tot het drinken uit poeslieve kopjes. een eerbetoon aan poesie lezen we – zorgvuldig gadegeslagen door frans terken – die regel na regel haar in slaap schrijft tot spinnen aan toe. een poetische poging om de poes onder de knie te krijgen – en het lukt de dichter de eigenzinnigheid voor even te temmen. roofdieren zijn het roofdieren in de nacht hier poezelig beschreven met dat zachte lieve kopje – van de kikkers en padden geen kwaad.

Naakt

Het zindert en de lucht
wordt heet nu zij naakt

Omdat ik wegwuif wat
bezorgdheid is, lachen wij

Zo vrolijk kan het zijn:
twee bewegende lijven

Van ver gezien is het zelfs
één beweging – aantrekkelijk

Marten Janse

 

een knappe gedachtensprong én deelgenoot zijn  van die ene beweging én die beweging ook nog eens ‘van ver’ zien – het  is  mij nog nooit gelukt – maar dat terzijde – ik neem de woorden ook te letterlijk – als terugblik denkbaar in het moment ondenkbaar. dit jurylid blijft ook altijd steken in het moment. dat heb ik weer. gelukkig zijn er nog dichters als marten janse met een helikopter blik.

 

light verse wordt gevraagd, light verse wordt geboden!

Het Schaap Veronica—Tijdens Pride

Te deksel! Sprak de dominee, ze gaan er weer beginnen,
die homosensuelen. Hier, het staat zelfs in de krant!
Heel Amsterdam raakt deze dag weer roze, en buiten zinnen,
dat moet maar kunnen, vindt men, in dit onvolprezen land.

Maar dominee—Veronica gaat tevens naar de gaypraait,
al 22 jaar! Aldus de kwieke dames Groen.
Ze is nu eenmaal ’n schaap dat graag met alle winden meewaait,
en éénmaal in het jaar wil toch eenelk zonder fatsoen…

Erachteraan! Kreet dominee, en rende al naar buiten,
dat arme schaap… hij epte onderweg de dames Groen:
waar vind ik nu Veronica, daar bij die bipsschavuiten?
—Probeer de spijkerbar, en geef dat schaap van ons een zoen.

Maar Amsterdam is groot. De dominee liep door de straten.
Ik zoek Veronica! Riep hij in een verschaald café.
Geen schaap—slechts devianten en halfnaakte onverlaten,
wat blote billen botsten op een fletse canapé.

De zaak ontvlucht toog dominee op schaapzoektocht ter Wallen.
Daar was de spijkerbar, aldus een diva op een boot.
De meute om hem heen begon te hossen en te lallen.
Maar wacht! Was dat Veronica, vomerend in de goot?

Hosanna! Riep de dominee, nu heb ik u gevonden!
Wat is er, bent u ziek? ’t Was vast die oude bonensla.
Nee, hikte ze, ik sta hier slechts de feestdag af te ronden,
straks moet ik langs de Albert Heijn voor tri en blanke vla.

Het beest in mij is uitgelaten. Kijk—het gaat weeral.
Ziezo, zei ’t schaap Veronica. Tijd voor een kir rwajal.

[Ditmar Bakker]

 

‘en éénmaal in het jaar wil toch eenelk zonder fatsoen…’
onze ditmar heeft 7 strofen nodig om het feestje kleur te geven – grappig is het woord – die dominee ook – en het uitgelaten beest – de homosensuelen in dat grote amsterdam – ik lees deze tekst als cabaret – door de performer ditmar met veel succes gebracht – op de planken ermee en vervolgens amsterdam in.  aan de KIR! die artisten ook tegenwoordig meneer – ze doen maar raak – het is dat sjonnie jordaan dood is – maar ach we hebben ditmar bakker nog. en moeder femke zal waken – over ons, over de artisten en de suelen int bijzonder.

 

Rioolslotgemaal
De slotgravin de Grauw
bezit landgoed, grond
en personeel en algauw
hoewel zij door grond te verpachten
zich agrarisch zou moeten achten,
sprak zij haar stalknecht aan met jij,
greep hem gevat bij de ballen,
wat hem wel kon bevallen,
van lust ging zijn paal staan.
Ik spiets me op die schandpaal,
dacht de sletgravin.
Haar kut zowaar glom
zodat ze dra zwom
met handen en voeten
in vrije slag in ijle lucht
recht vooruit naar de top.
marc tiefenthal
dichter essayist / poète essayiste
Sint-Niklaas
blogs: Tieftalen (nl) Profonde lalangue (fr)

tsja een ditmar bakkertje maar dan op zijn tiefenthals – wat platter – wat minder gedistingueerd – het eenvoudige rijm gezocht het eenvoudige rijm gevonden. wat minder hoogstaand – zeggen ze ook wel.

 

Dromedaris

Voor een dromer is het altijd zomer
gonsde het in zijn hoofd, de dichter die
alleen gedijt bij vocht en poedersneeuw

Prompt werd het hem wit voor ogen
bij het doorzien van melksap stromen
in een bloezend kleed van zijde, zwarte
bedouïenenkijkers werden zijn horizon
stof te over om te drijven op het golven
van een landschap van zand en zilver

zijn hoofd een tulband tegen zonnebrand
voeten van de grond, zijn handen los
– van teugels kreeg hij kramp – ging hij
als drijver en stapte als dromedaris
af op de drenkplaats die een hand
– lengte voor hem lag, de oase

oasis van woestijnroos en agave
karavanserai als stalling
voor zijn winternacht

30-06-2018
Cartouche

 

wat begint als een spel met licht en poedersneeuw eindigt toch min of meer dramatisch. het thema niet gehaald hoor zou bregje zonderland opmerken – maar bregje is de woestijn ingestuurd en komt nooit meer weerom. ik houd het erop dat cartouche een woestijnervaring met ons wil delen – erg onder de drugs of de indruk is geraakt van een foto of een reis naar daar. het zou ook zomaar een bijschrift kunnen zijn bij de foto die ooit is gemaakt van deze juryvoorzitter:

 

 

Lichte dans

Het koor der kerken verwekt
balancerend op stemmen als zonnen
de tijding dat Leidse grachten
aaibare zomers in vrede omarmen

zo licht zijn de dagen
dat scheepjes verloren gaan
in het geroezemoes van de zon

tot de dans van zingende stralen
na een dag oeverloos fruitig
groenterijk en vislucht verspreidend
de marktkooplui wakker schudt

zo de liefde bedrijft met de stilte
zo de weegschaal verlaat met ‘n smile.

Rik van Boeckel
1 juli 2018

 

ik blijf erbij – helderheid in de poëzie first! hier wil rik toch echt teveel – er zijn kerkkoren en leidse grachten, zomers zelfs en vrede ook – marktkooplieden en visluchten – liefdes en weegschalen – nee – de lezer gaat deze keer niet met je mee rik – is verdronken voordat het gedicht is gedempt.

op die prachtige eenvoud na in die prachtige tweede strofe:

zo licht zijn de dagen
dat scheepjes verloren gaan
in het geroezemoes van de zon

 

Share This: