VON SOLO in Dreden: ‘Het was geen dure reis geweest, want geld hadden we niet. Zij studeerde en ik deed ook zoiets.’



En dan ineens een kleine twinkeling in het water van wat eigenlijk de Donau is
De boom die daar op het eilandje stond en de halve liters Branik die bitterzoet smaakten
De jeugdige hoop en onbezonnenheid
Heerlijk


xxxxV

Deel 327. Dresden

Het had ook een andere stad kunnen zijn, maar dat was het niet. De Elbe stroomde er in dit geval doorheen. En daaraan lag een camping. Daar stopte de bus. Het was geen dure reis geweest, want geld hadden we niet. Zij studeerde en ik deed ook zoiets. We hadden samen geboekt, omdat we na twee jaar ook weleens een keer samen op vakantie wilden. We wilden nogal wat.

In de bus naar Dresden zaten leuke gezellige jongeren van onze leeftijd. Mijn aandacht werd meteen getrokken door een meisje met een korte, strakke spijkerbroek en volle lippen. En dat zag ze zelf ook. Maar ongeschreven onvolwassen regels schrijven voor wat misplaatst is. En onuitgesproken woorden handhaven de stilte. En de stilte werd almaar dieper, hoe donkerder het werd. Laat op de avond kwam de bus aan op de camping langs de rivier. Eenieder betrok zijn tent. Mijn vriendin en ik deden dat ook. Er werd die avond niet geneukt. Zeer tot mijn ongenoegen.

Enige avonden later waren we met het hele gezelschap aan de zuip in wat voor het oude centrum door moest gaan. Met zijn allen rond een grote tafel. Het meisje met de volle lippen had een strak leren broekje aan en kantelde openlijk haar bekken voor me, keer op keer. En ik keek toe. Gebiologeerd door de simpliciteit van de menselijke fysiek en geilheid. En toen was er ruzie. Mijn vriendin vond het te onbeschaamd voor woorden hoe ik dat meisje in haar kruis zat te staren. Het meisje zweeg. Ik werd boos omdat we nog steeds niet geneukt hadden op vakantie en gebruikte dat als verweer voor mijn onbeschaamdheid. Die avond eindigde in de tent met over en weer gejank, zoals jonge mensen dat zo goed kunnen.

De ochtend bracht stilte. En in die verraderlijke veiligheid van een brakke ochtend in het gras onder de bomen vertelde ik mijn vriendin dat zij niet de enige was. Hoe het gebrek aan fysieke intimiteit me in de armen van een ander gedreven had. ‘En hoe dan verder?’ ‘Gewoon maar verder’, was mijn antwoord. Op die leeftijd gaat dat allemaal wel. Dat denk je tenminste. Toen ik twee maanden later onverwacht bij mijn vriendin thuis op de bank zat en ze zoenend met een ander de voordeur binnenrolde, wist ik ineens wel beter. 

Een paar maanden daarvoor fietste ik door het schemerduister voorbij het Utrechtse Griftpark, Niet eerder had ik me zo vrij gevoeld. Het was een stroom van verscheidene gevoelens, waarbij gedachten onvolwassen waren. Het was als de eerste gitaarklanken van ‘One of us’. Ik kwam bij een lieve jonge vrouw vandaan. En was erg arm en onbezorgd toen.

Als de oorlog komt, zijn er bombardementen die niets heel laten. Vuurstormen maken steden met de grond gelijk. Zowel medemensen als redenen als de namen van de generaals worden brokstukken vergetelheid. En toch verrijzen ze om onduidelijke redenen toch altijd weer uit hun as. Herwinnen oude glorie en pretenderen sterker door strijd en wijzer door verlies. De oude mensen zullen zich de geur van stad herinneren zoals ze ooit was. Zij die daar net te jong voor zijn, zullen voor altijd met één been in de herinnering staan en met het ander in twijfel.



VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER
Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
 

Share This:

Merik van der Torren over Rommel


Hoi Pom,
 
al een tijdje spookt het woord “rommel” door mijn hoofd. Dat resulteerde tot het tekstje in de bijlage. Alweer “rommel” ? groet, Merik

Verloren

Mijn vader trad mijn met peuken,
lege bierflesjes en allerhande papieren bezaaide kamer in :
“ Zeg kan je die rommel eindelijk eens opruimen?”

“Weet je wel wat je zegt? “ zei ik,
“Rommel was een Duitse generaal,
die een aanslag wilde plegen op Hitler.
Die dwong Rommel zelfmoord te plegen.
Je bent als Hitler als je zegt dat ik
die rommel moet opruimen.”

Mijn vader greep naar zijn hoofd en
liep kreunend mijn kamer uit.

Ik pakte nog een biertje uit het kratje.
Rommel was okay.

Share This:

CARNAVAL en POLONAISE met JOLIES HEIJ

Over krokodillen & struisvogels

Columniste en carnaval gaan samen als de leeuw en het lam, de krokodil en de struisvogel. Neen, ik beoefen geen gereformeerdzeeuwse dwangvorm in mijn poëzie (ik beoefen vele vormen, ben zelfs door Robin Kerkhof van een modern sonnet beticht), zoals de grote baas beweert, maar met mijn calvinistische inborst van boven de rivieren was carnaval voor mij altijd een buitenaards monstrum. Het was in de tijd dat de verzuiling nog een staartje had en bij katholieken kwam je niet over de vloer, simpelweg omdat ik op een protestantschristelijke school zat. Er reed hooguit een eenzame praalwagen door een naburig katholiek dorp. Aan dat paard in de gang had ik een bloedhekel, aan André van Duin trouwens ook.

Toen ik naar een katholieke middelbare school ging, kwam ik wel met katholieken in aanraking, maar de Utrechtse Heuvelrug is nou niet bepaald een carnavalsstreek. Toen ik een tijdje nabij Bergen op Zoom woonde, kwam het gerommel al naderbij, maar dan vluchtte je gewoon naar het reformatorische Tholen. Toen ik in het zuidduitse Freiburg woonde, gingen we met het hele studentenhuis naar de Basler Morgestraich, die om vier uur ’s nachts begint en een geweldig spektakel is, een eindeloze optocht van Pierrotfiguurtjes die op trommels slaan en fluitjes bespelen. Maar toen de optocht gepasseerd was, was het feest ook meteen voorbij, het blijven toch calvinisten in dat Zwitserse.

Inmiddels treed ik al jaren regelmatig in Brabant en soms ook Limburg op en heb er vele vrienden. Mijn vader woont sinds jaar en dag – als hij niet in Vlissingen verblijft – op de Wouwse Plantage bij Roosendaal. Een paar jaar geleden kwam ik per abuis in het feestgedruis in Oeteldonk terecht. Ik vond het geweldig, hoewel je kroegen dan maar beter kunt mijden. Ik hou van verkleedpartijen, dat zal het zijn. Dat is ook het principe van carnaval, dat je vanachter dat masker en onder die exotische kledij een lange neus naar het gezag maakt. Zou ik die stijve hork van een natuurgenezer niet eens kunnen verleiden? was een stoutmoedige gedachte die prompt in me opwelde.

Niet geschoten is altijd mis, dus knalde ik de deur van het tuinhuis open, alwaar de natuurgenezer in zijn sloffen op de divan naar het plafond lag te staren. Ik ben depressief, kreunde hij voordat ik iets kon zeggen. Mijn geilsoldate is nog altijd niet teruggekeerd, volgens mijn spionnen zet zij de bloemetjes buiten in Tullepetaonestad. En mijn goger beroep schiet niet op, want Karremans, die voor mij zou getuigen, is door de asbest geveld. Dat lijkt me geen straf, Radovan, zei ik, misschien komt van uitstel wel afstel. Je wilt toch niet wegrotten in een cel met een gat in de grond? Je krijgt het nergens meer zo goed als hier. Maar get gaat mij om gerechtigheid, om get belang van mijn zaak! vloog hij op. Al goed, suste ik, daar is nu even niet veel aan te doen. Dus laten wij ook eens de bloemetjes buitenzetten, veel mensen komen tijdens carnaval de ware liefde tegen.

Ik wil geen ware liefde, jammerde hij, ik ben gelemaal klaar met de liefde, ik ben alleen nog maar ongelukkig, mijn gart draagt een rouwrand. Zoals je wilt, zei ik koel, ik ga wel zonder jou de beest uithangen. En ik stortte me in het feestgewoel van scherpslijpers, scheidsrechters, clowns en brandweerlieden, natuurlijk niet voordat ik me in mijn krokodillepak had gehesen. Aan iedereen die het wilde liet ik mijn tanden zien, door die tanden was ik onherkenbaar en ook ongenaakbaar, want de gezagsdragers bleven op veilige afstand. Plots werd ik echter bij mijn krokodillenlurven gegrepen en een portiek ingesleurd. Een struisvogelkop kletterde tegen mijn tanden, de dikke lippen schuurden langs mijn onderkaak. Vergip, get valt nog niet mee om een krokodil op de bek te pakken, klonk het mopperend.

Wàt?! riep ik verbijsterd. Probeerde jij mij nou net te zoenen, Radovan? En wat doe je hier als struisvogel? Ik ben toch de struisvogel bij uitstek, grijnsde ie. Ik steek mijn kop lekker in get zand, ik wil niet weten dat ik schuldig of verliefd ben. Alleen in mijn struisvogelvermomming kan ik jou liefgebben, maar gelaas niet zoenen vanwege je tanden. En morgen, in onze normale gedaante, zullen wij dit alles weer vergeten zijn, ja, ik gelast je om niet meer aan dit onfortuinlijke incident terug te denken.

leutstoet van tullepetaonestad tot krabbegat

winter kruipt terug in de grond, krokussen staan uit te buiken
feesttenten wapperen gure bewoners naar buiten

met een groot wouw-effect worden ze klaargestoomd
om verkleed als poelepetaten de leutwagen te flankeren

de praalwagen is gemaakt van pir, het rood en groen
werkt als een lap op de hoge stieren van dit dorp

die dan maar een feestmuts opzetten, gebroederlijk
vormen wij de leutstoet van tullepetaonestad tot krabbegat

ergens is wel een ouwe bok die een groentje lust
en meisjes die uit de rooie kool zwermen

eerst nog een pilske, een prins en dan te sterven
aan dit carnaval der burgers, ook de papboer danst

vergeet het rood en groen van het papdomfatsoen
maak een dikke neus tegen de kinkels van klapzand

verstouw de volgevreten schuren, blaas de al te bolle
wangen op en laat de lepel rechtop staan in de pan met het dwarse stijfsel

geef je kiel niet af aan de concurrent, wees trots dat
je een parelhoen bent waar anderen niet weten noch begrijpen

daar is het om te doen, achter die karavaan van gereguleerde
anarchie aan tot de klepel luidt, want we zen wir de leste

Share This:

Karin Beumkes – mens&melodie op de maandag – ‘bloesem van lieveling ik geef je daarom water…’


bloesem van lieveling
ik geef je daarom water …

Waterwoorden

Ik ken een waterwoord
noem het niet huilen
het alfabet van laatste letters.

Onder de poriën van je huid bloeit nog het tropisch regenwoud
ik geef je daarom water
want morgen ben je koud en blauw
en ik wil je zo graag donkergroen denken.

Bloembed in de border
bloesem van lieveling
ik geef je daarom water.

Droge holle boomstam
ik ben de kleine specht
die op je hamert.

Ik maak een speeldoosliedje van een oud geluid
en waterwoorden bidden op je huid
het almachtig amen van verdriet.

Muziek: The Buffoons-Tomorrow is another day

Share This:

CARTOUCHE wint de enige echte virtuele – wat roept het huis nog waarin je groot geworden bent – trofee op pomgedichten – max lerou zilver, frans terken brons.

berichten uit de samenleving deze week. uit de diepte dat mag gezegd. veel dichters nemen ons mee en berichten op werkelijk spectaculair prachtige wijze. ‘mensen met diepte’ dat zijn dichters.

dank jullie wel.

aan mij de eer om de metalen uit te reiken. bij de oprechtheid van de ingezonden werken past voor een ieder het goud. resteren de gedichten die mij het meest aanraakten – CARTOUCHE goud en MAX LEROU zilver. op zijn verjaardag FRANS TERKEN brons – Van harte!



Twee-in-een


Dit huis met zijn blinden en zijn traliewerk
Da Vinci’s Christus aan de muur, zijn geloken ogen, een blik van mededogen


granieten aanrecht, ijsbloem op het raam
kolenkachel, uittrektafel en gordijnen van zwaar velours, hier leefde ik op
water en genade, mijn dagelijks brood



ik zie de beelden, proef de klanken in een vreemd-vertrouwde taal
die ik per se leren wilde – nooit ten volle zal beheersen
ze laten zich niet slijpen tot wetsteen of tot poëzie


ze blijven drijven – druppels in een rode beek, een zee
van weelde en van waan – waar geen ontkomen en geen wonen is


01-03-2019
Cartouche
  • Frans Terken – zweeft er nog de geur van eierkolen
  • Cartouche – ze laten zich niet slijpen tot wetsteen of tot poëzie
  • Lisan Lauvenberg – Paradiso zat bomvol
  • Petra Maria – waar ik kind was ligt bewaard
  • Marc Tiefenthal – Wij wisten veel, soms beter.
  • Rik van Boeckel – moeders sambal bood geen troost
  • Aratrios – je woonde daar hoog in de leegte weet je (over het (gesloopte) huis  waarin in ben grootgebracht Henk Henriëtstraat )
  • Erika de Stercke – in de kleine kamer brandt een stoof
    de kolen rood
  • Anke Labrie – Van verre ruik ik nu de weeë lucht van anjelieren
  • Max Lerou – en ze lagen er altijd wel mooi bij in het kamertje voor
  • Jolies Heij – niet de plek is schuldig maar de onverbiddelijke tijd
foto: L. Köhler

wie wint de enige echte virtuele –  wat roept  het huis nog waarin je groot geworden bent – trofee op pomgedichten?

ergens heeft het gestaan dat huis, die kamer, een plek om nooit te vergeten – dat ene huis waarin je groot geworden bent – en wat roept dat huis nog? – in je op? geef dat gevoel asjeblieft weer in prachtige poëzie – dat we even met je mogen mee wonen – over toen en wellicht ook over het heden – over hoe het was – en bleef –  je kent de regels:
de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10.30 uur. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.

de boulevard of broken dreams
nu tussenpad afdeling groenten
ter hoogte van de kerstomaten

de rode wijn alvast geladen
lood voor vader om te vissen
sporen van herinnering

zo’n dag was het
kassa meisje lege vulling
een langzaam brokkelend geheel en kale muren

pom wolff

Zoals de mijn

Dat de mijn gesloten
het zwart niet langer op de lakens
de voordeur niet meer open getrild
door bruinkoolwagens

zweeft er nog de geur van eierkolen
het poeder dat neerdwarrelen bleef
als je de kolenkit de keldertrap afsleepte
struikelde je over de aardappels

hoe je ondergronds beschutting zocht
tegen wat nieuw gebouwd in de stad
het begon met breken dat slopen werd
stofwolken vulden elk gat in de grond

maar niet die in het geheugen
de ogen gehaakt aan zonderlinge leegte

FT 02.03.2019

frans neemt ons terug de mijnstreek in – de mijn – het land ook van mijn ‘opa limburg’. dat ze gesloten werden en hoe de wereld onderin op zijn kop ging. de stoflongen – tata steel in het kwadraat – en dat de mensen altijd zich aan het wassen waren en aan het wassen waren. altijd schoon. de aardappels en de weckflessen in de kelder – de trap af het donkere gat in – overal lagen mijnen. alles voor het oprapen. hoe alles in het geheugen is gegrift. het kleine mijnlampje van koper als standbeeld in de huiskamer.  frans schetst nog enige contouren. dat het bestaan heeft. en prachtig begin van een prachtige serie gedichten deze week – we gaan de diepte in met de dichters – wat roept  het huis nog waarin je groot geworden bent? het huis roept nog heel heel veel.  wij als lezers mogen mee de diepte in – het is een eer om deze week de commentaren te mogen schrijven.

Twee-in-een

Dit huis
met zijn blinden en zijn traliewerk
Da Vinci’s Christus aan de muur, zijn
geloken ogen, een blik van mededogen

granieten aanrecht, ijsbloem op het raam
kolenkachel, uittrektafel en gordijnen
van zwaar velours, hier leefde ik op
water en genade, mijn dagelijks brood

ik zie de beelden, proef de klanken
in een vreemd-vertrouwde taal
die ik per se leren wilde

nooit ten volle zal beheersen
ze laten zich niet slijpen
tot wetsteen of tot poëzie

ze blijven drijven – druppels
in een rode beek, een zee
van weelde en van waan

waar geen ontkomen
en geen wonen is

01-03-2019
Cartouche

kolen kolen kolen – hoe de huizen werden gestookt – hoe de kolen weerom keren in de gedichten. in tijden van warmtepompen. hoe het eigenlijk altijd hetzelfde blijft en de mensen zich moeten behelpen. dat de mooiste warmte die te vinden is toch de warmte is die je bij elkaar vindt. cartouche weet een heel persoonlijk beeld op te hangen in de tijd die zowel wel als niet verloren ging. hoe de tijd ook van graniet was maar niet het graniet van in de yuppenwoning – het graniet van water en brood schuld en boete – cartouche schetst die ‘vreemd vertrouwde’ wereld – het milieu van het zuiden. dat hem tot de dag van vandaag beheerst waaraan ook de dichter niet kan ontkomen. hoe de tijd en de persoon hier in elkaar gevloeid zijn. prachtig.

oja cartouche moet het gedicht natuurlijk gewoon terugbrengen in een 8 regels vorm – en niet zo raar doen met die 19 regels, maar dat terzijde

Twee-in-een

Dit huis met zijn blinden en zijn traliewerk
Da Vinci’s Christus aan de muur, zijn geloken ogen, een blik van mededogen

granieten aanrecht, ijsbloem op het raam
kolenkachel, uittrektafel en gordijnen van zwaar velours, hier leefde ik op
water en genade, mijn dagelijks brood

ik zie de beelden, proef de klanken in een vreemd-vertrouwde taal
die ik per se leren wilde – nooit ten volle zal beheersen
ze laten zich niet slijpen tot wetsteen of tot poëzie

ze blijven drijven – druppels in een rode beek, een zee
van weelde en van waan – waar geen ontkomen en geen wonen is

01-03-2019
Cartouche

Paradiso zat bomvol.
De mis was prachtig.
De mannen ook.
35 jaar geleden of meer.

Ik ben een heleboel gelukkig
niet vergeten,
zodat ik wat ik vergeten ben
niet mis

en dat blijkbaar ook niet nodig had
om gelukkig te zijn.

@Lisan Lauvenberg
28 februari 2019

over de tijd na limburg, het land van haar jeugd, in een paar pennenstreken geschilderd – hoe een nieuw begin ook geluk brengt in een mensenleven – kan brengen in een mensenleven – en hoe amsterdam altijd rijker werd door de mensen die van ver kwamen en amsterdam omarmden – van amsterdam werden.

Rogier van der Weydenstraat

zal ik dan maar knarsend door de straat lopen
langs het huis waar ik woonde
alle onrust van mijn huid stropen
loop maar mee, daar was de kleuterschool
waar alles onbesproken bleef

dan klim ik weer omhoog
in de brandgang waar we speelden
hoger en hoger en dan de sprong
ren ik met mijn spillebenen
iedereen voorbij

zal ik dan maar met een zacht hart door mijn straat lopen
langs het huis waar ik woonde
piept de schommel in de tuin
kijk daar is het luikje in de deur
met de witte gordijntjes

dan draag ik weer de vlechten
kam ik thuis mijn lange haren glanzend
kleur ik grote bloemen op de stoep met krijt
dat kan, maar dan dien ik te beseffen

waar ik kind was ligt bewaard
niets verandert door de tijd

PetraMaria





met een zacht hart en ook met die vlechten, met enige aarzeling terug naar de Rogier van der Weydenstraat – en wij lopen met petra maria mee. alles blijft bewaard in en uit ons leven. de school, de kleuterschool, de geheime plaatsen opgeslagen in het hoofd van de dichter. en van de zanger.  de naam van de straat die zoveel meer is dan een naam van een straat.

Stella is er niet de baas

Ons was op school
een vaste, denderende
loopbaan beloofd
bij het spoorbedrijf,

als dwarsliggers.

We waren taai, duurzaam.

Thuis legden we met Märklin
onze toekomst vast
en dan weer los.

Velen kwamen kijken,
zo’n huis zie je zelden.
Zoveel glas en nergens gas.
Wij wisten veel, soms beter.

marc tiefenthal

marc tiefenthal weet als geen ander verleden en heden te mixen. met grappige uitkomsten. de milieuproblematiek het thema ingeblazen. hoeveel dwarsliggers er ook zijn –  je vindt ze overal terug. in heel veel hoedanigheden. met vooruitziende blik ook.

Rik vanuit Ibiza

Achter de duinen

Aan de langste laan achter de duinen
groeiden gouden oorringen
van Kijkduin tot 2000drummers
in Scheveningen en lieve superzusters

de eerste wiet gerookt uit een bongo
het ritme van jingoloba in de kerk
vaders linnen en katoen aan ‘t werk
moeders tennisballen in de tuin

de duiven koerden rikkietikkie roekoe
roekeloze Kniertje hond rent zich dood
voort voort aan de Laan van Meerdervoort
auto’s remmen niet voor verdriet

moeders sambal bood geen troost
mijn oude Indische ziel ziet dat wel
net als opa’s koloniale luipaardvel
rijsttafels eten het verleden op

Haagse duinen ademen zand uit
naar ‘t oude huis achter de Tomatenstraat
naar de afgebroken hortensia school
naar dagen van ontembaar geluk.

Rik van Boeckel
2 maart 2019
Cap Negret. Ibiza

vanuit Ibiza zijn bericht  – de duiven koeren nog steeds – moeders sambal bood geen troost – riks inmiddels oude Indische ziel – den haag – we zijn weer terug waar we waren. de dagen van ontembaar geluk hebben zich in wereldburger van boeckel definitief gevestigd – het hele leven van ibiza tot in den haag – altijd en overal – rik vindt en ziet en hoort overal het geluid van de vrede: rikkietikkie roekoe.

om de slochter

je woonde daar hoog
in de leegte weet je

de omtrekken nog van het kasteel
waar liefde en verwondering
je voor het eerst deden zingen
achter kantelende kantelen
de roes om zo veel jaren nog
je dwong alles te delen

in een dieper gelegen verleden
sloegen boeren er hun grond aan
waar jij jongeling je tenten en ver
de vijand in transen wachtte

alles zou je overleven – je won
ten slotte patronen erachter
van de verdwenen stad

maar nu hier
in de jeugd verborgen

zie de groene vingers van toen
de broze teerwereld ten dode
amechtig aangelijnd omklemmen
in een zielig dorstig plantsoen

onder luchten onbekend
en eindtijdelijk grijs

Aratrios 02.02.19

een ietwat uiteindelijk droeve terugblik.  wat er van geworden is? waarin het is opgegaan – (een zielig dorstig plantsoen) we mogen het lezen in dichterswoorden. hier vloeien woorden van de dichter, van de historicus, van de ervaringsdeskundige in elkaar – de conclusie meteen al in het begin van het gedicht gegeven in prachtige taal:

je woonde daar hoog
in de leegte weet je

arie corrigeert met strenge blik het commentaar:


Je moet het begin op deze manier lezen:
 
‘Je woonde daar hoog. In de leegte weet je de omtrekken nog van het kasteel, waar liefde en verwondering je voor het eerst deden zingen,
(en waar) achter kantelende kantelen de roes om zo veel jaren nog je dwong alles te delen.
 
Zo ontstaat het beeld van een luchtkasteel. Ik heb vorige maand echt in de Henk Henriëtstraat gestaan. De woonblokken zijn gesloopt, maar de straat bestaat nog, met nieuwe laagbouw (sinds 2010 ongeveer). Precies op de plek waar mijn portiek was keek ik omhoog en trok ik in gedachten in de lucht op de plek waar mijn jongenskamer was de contouren.

Toevoeging: de Slochter (ook wel: Sloot, of Sloote), was van de vele veenriviertjes in de oertijd van het westelijk veengebied de grootste. Die stroomde van Sloten naar het IJ ter hoogte van Sloterdijk dat toen nog aan het IJ lag. Halverwege had dat riviertje door oeverafslag een verbreding: het langwerpige Slootermeer (had ook Slochtermeer kunnen zijjn). Alle ‘Sloter-‘ namen daar zijn van dat riviertje afgeleid.
 
Dat is de historicus weer in mij, haha. Had net een hoogst interessant boek (met foto’s) gelezen over de geschiedenis van Nieuw West.


Het huis van bomma

Fruitsapflesjes op de onderste trede
van de keldertrap. Spinnenwebben
verslinden er het schrale licht.

In de kleine kamer brandt een stoof
de kolen rood. Grootvaders kader
kijkt stoffig toe.

Uit een vereenzaamde zetel verdampt
haar weeïge lucht. Hoe het dagelijkse
leven naar stilstand glijdt.

Op de straat ontdek ik het huis van
mijn jeugd. Fladderende speeljaren.
Ze maken me zeeziek.

Erika De Stercke

Hoe het dagelijkse
leven naar stilstand glijdt.

ai ai ai – ja dichteres weet van observeren – de genadeloze waarheid gegeven in dit gedicht. rond de brandende stoofkooltjes, de beelden van vroeger, de elementen – ook hier een kelder en kolenwarmte. zeeziek? een beetje vreemd beeld bij alle beschreven stoffigheden.

Heimwee

De tuinderij, waar hij met zijn gestaalde spieren
vroeger de grond bewerkte, werd een tennisbaan
Het ouderlijk huis, gerenoveerd, is blijven staan
niet langer meer omgeven door de populieren

De nieuwe eigenaars zijn aan het rentenieren
Zij oefenen hun spieren door een balletje te slaan
De oude voortuin is ook grondig op de schop gegaan
Van verre ruik ik nu de weeë lucht van anjelieren

Blauweregen, de seringenboom, het gras,
knerpend grind, mijn ouders op de houten bank
Soms mocht ik bij hen zitten totdat het bedtijd was

Schone schijn van de herinnering, valse klank
van het verleden. Heimwee komt jaren later pas
In dat gekleurde licht gaat elke vergelijking mank

Anke Labrie

in een strakke vorm giet anke de fraai beschreven elementen uit het verleden. van de dingen en hoe ze voorbij gaan. hoe de dichter ook de schone schijn het gedicht in laat sluipen. al met al een rond en compleet gedicht. bijna te compleet – zo compleet kan de werkelijkheid niet zijn moet de dichter gedacht hebben – maar we hebben gelukkig altijd de laatste strofe van het sonnet nog waarin alles net even in een ander licht kan worden geplaatst.

lieve Pom de fles is mij genadig, het toetsenbord laat mij nog toe en de vingers…ze bewogen nog een beetje. Heb het fijn met de lieven. xx

atmosfeer

de lucht was er om te snijden
pall mall streed met samson
en de geur van beef wellington
die wachtte op het mes

de tafel helemaal uit oisterwijk
met gratis eikenhouten asbak overvol
met daaromheen de aangebroken nieuwe
vieux de fles bleef altijd open

gordijnen in de kleur campari 7up
vitrage bruin en eens in het kwartaal
de emmer water en de magie van nicotine
die zich als thee uit het kant trekken liet

aan het eind werd alles vloeibaar
de mensen stierven toen nog jong
en ze lagen er altijd wel mooi bij
in het kamertje voor met zicht op de kade

ml
03 03 2019

die onvergankelijke laatste strofe roep ik uit tot klassiek:

voor de dooien deed je je best wat moest je anders nog. de dooie kreeg de voorkamer voor een paar dagen tussen het opgepoetste oisterwijkhout. met het uitzicht op de kade – hahaha – dat uitzicht niet voor de dooie maar voor de bezoekers – als de mond openviel had je altijd het uitzicht nog. terug naar de fles in de huiskamer om stil te staan bij de vergankelijkheid. max weet van het leven en de dood – zoals het was is het:

de mensen stierven toen nog jong
en ze lagen er altijd wel mooi bij
in het kamertje voor met zicht op de kade

naar huis buiten de tijd

verlangen is een jengelend kind dat eindelijk z’n zin krijgt
ik heb de poppen in de hoek gelegd, vader beer heeft één oog

thuis is in moeder die elke week belt, in vaders
weet je nog toen… dat je het liefst in lades stopte

om nooit meer naar om te kijken, zoals de spinnen in de klimop
naast het huis, je hebt het lichaam steeds verplaatst

maar de dromen, de nachtmerries, de vaders van de gedachte
zijn je steeds achterna gereisd en de kruimels

volgen het spoor terug, want baksteen is geduldig en de bomen
zijn wortelvast, het huis heeft een nieuw gezicht, de achtertuin

altijd nog het geurende bos waar simon en ans
de honden uitlieten, al is het perceel gekrompen

en het asfalt verbreed, je hoeft je hand maar uit te strekken
nooit was er een oorlog die alles aan diggelen smeet

alleen het stille ruisen, het dichtgemetselde hart
van het ooit dat mij verliet en waar of ’t oog van vader beer gebleven is?

je kunt niet meer naar huis, niet eens met een kapotte knie
niet de plek is schuldig maar de onverbiddelijke tijd

Jolies Heij

die eeuwige tweeregelige vorm bij deze dichteres  – dat je als lezer na twee regels al weet – ojee weer twee regels en dan nog weer twee – de voorspelbaarheid ten top. dat de inhoud dan echt boven de vorm moet uitstijgen. moet worden uitgetild – meestal kan ze dat wel laten gebeuren. onze jolies – maar waarom toch altijd die strakke zeeuwse gereformeerde dodelijke zekerheid van deze tweeregeligheid?

dan krijg je toch iets van – dat je je als lezer door die hele berg strak geregisseerde  woorden heen moet wroeten (vreten) om bij die ene prachtregel te kunnen uitkomen:

niet de plek is schuldig maar de onverbiddelijke tijd

Share This:

Lisan Lauvenberg: over haar net in Amsterdam tijd – voorjaar 1983, een verbroken liefde… – over Jacques Klöters, Don Quichocking, Jacques Asselman en Lodewijk de Boer

Gelukkig vergeten.

Jacques Klöters vroeg vanochtend op Facebook wat we gelukkig vergeten zijn.

Mijn dichtersbrein, half wakker, maar blijkbaar toch, zoals altijd, alert sloeg grommend aan.

De herinneringsmolen, mijn plaatjesmachine en mijn weerstand sloegen tegelijkertijd op hol.

Zo zit je dan, in pyjama nog, te kijken naar wat je allemaal nog weet, terwijl ik ook hardnekkig mijn gedachten probeer te begeleiden en leiden naar wat ik allemaal nog móet doen vandaag. En wat ik vooral niet moet vergeten af te maken vandaag, zodat mijn leven in het moment geen gevaar loopt. In het moment leven is namelijk behoorlijk ongevaarlijk.

Geen weet van wat gaat komen, want dat kun je niet voorspellen en geen last van het verleden, omdat het er in het moment niet toe doet.

Een plan ten uitvoer brengen zogezegd is makkelijk dan.

Behalve als het licht aangaat in de verleden tijd.

Jacques Klöters zette mijn vrolijke molen aan. De net-in-Amsterdam-tijd. Voorjaar 1983, ben ik na een verbroken liefde en het vinden van een nieuwe liefde naar Amsterdam vertrokken en vond ik een huis in de Borgerstraat. Het nummer ben ik vergeten, maar niet de plek of de oude brokkelige muren of de feestjes op de zolder bij kaarslicht omdat de stoppen zo vaak doorsloegen.

Ik werd gevraagd door Jacques Asselman van Atheneum Boekhandel, om een replica van een Katholieke latijnse mis aan te kleden, die een groep vrienden onder leiding van Huib Schreurs en leden van Don Quichocking wilden uitvoeren  met Pinksteren in Paradiso. Regie door Lodewijk de Boer. Voor altaarstukken, kleding en ander toebehoren fietste ik de hele stad door en de vergaderingen waren een hilarische vertoning, doordat alle mannen, die bij de uitvoering betrokken waren ook nog leden waren van de beste cabaret groepen van het land. En daarnaast nog een stel geweldige acteurs en musici. Het hele project kreeg landelijke aandacht omdat conservatieve katholieken het een schande vonden.

Ik was 21 jaar, blue, mollig, maar ook slim en leergierig en behoorlijk goed op de hoogte van de liturgie. En vaardig met naald en draad.

Paradiso zat bomvol.

De mis was prachtig.

De mannen ook.

35 jaar geleden of meer.

Ik ben een heleboel gelukkig niet vergeten, zodat ik wat ik gelukkig vergeten ben niet mis en dat blijkbaar ook ( niet) nodig had om gelukkig te zijn.

@Lisan Lauvenberg

28 februari 2019

Share This:

Peter Posthumus: ‘wakker worden in het vroege licht van de laatste sterren…’ – tweewekelijks op de pom

de dichter peter posthumus heeft toegezegd elke twee weken een bijdrage in poëzie te leveren aan pomgedichten. wij van hier zijn trots peter te mogen verwelkomen. een prachtdichter – poetisch realisme & real life in poëzie – dat is peter! voortaan ergens op de donderdag of ergens op de vrijdag genieten we peter posthumus op de pom – op uw pom

laten we scheren langs de spiegels
van ons leven
zwemmen in de druppels
van onze tranen
lopen over de hellende vlaktes
van wat er was
en eten van de vruchten
die de bloesems achterlieten
slapen op een strohalm
en wakker worden
in het vroege licht
van de laatste sterren
ons koesteren in de warmte
van een kort en bleek bestaan
om te leven
van wat we zagen
en op het gehoor
verder te gaan op het buitenspoor

peter posthumus

Share This:

VON SOLO: ‘Wat is het belang van het afwassen van een mok afgemeten tegen pakweg het belang van ‘op tijd’ in de file staan?’

Deel 326. Afwas

Vorige week donderdag liep ik langs de pantry bij ons op kantoor. Er stond een ongewassen mok op het aanrecht. Naast de kraan lag een afwasborstel en stond een flacon afwasmiddel. Aan het handvat van de koelkastdeur hing een theedoek. Vrijdag stond er een beker bij. Maandag was het assortiment aangevuld met twee glazen en een koffiebeker. In de glazen stonden twee lepels. Het keukenblok met koffieautomaat en wasbak staat midden op een afdeling, waar dagelijks gemiddeld dertig collega’s hun dag doorbrengen. Dinsdagavond liep ik om kwart over zes nog over de afdeling. Deze is dan meestal geheel of ten minste bijna leeg. In een donker separeer kantoortje zat nog een medewerkster te buffelen. Op de open afdeling zat nog één communicatie medewerkster te typen. De afwas had zich intussen opgestapeld.

Ik bleef staan om de stapel te bekijken, twijfelend. Zou ik deze afwas doen, of me omdraaien en naar huis gaan. Naar huis gaan was een aanlokkelijk vooruitzicht. Afwassen zou wel heel dol zijn. Andermans vaat doen in mijn eigen tijd. Oké, ik hang daar wekelijks een schone theedoek op, om het gebruik van mokken te bevorderen, maar zelf afwassen? Niemand anders doet het, dus waarom zou ik het wel doen? Ik heb wel wat beters te doen. Het idee kwam me vreemd voor en dat gaf dan ook de doorslag. Ik draaide de kraan open en spoot wat afwasmiddel in het water terwijl, ik de mokken in het wasbekken begon te leggen. Stiekem hoopte ik dat iemand me zou komen helpen, want het voelde raar.

Terwijl ik, na de eerste ‘schaamte’ voorbij te zijn, uiteindelijk op het gemakje in een nagenoeg leeg kantoor de vaat stond te doen, dacht ik aan alle dingen, waar ik de tijd niet voor neem. En dat dan in het licht van deze schijnbaar nutteloze actie. De conclusie was, dat onverschilligheid gevoed wordt door onverschilligheid. En dat sluipt, vermomd als achteloosheid of onschuld. Die ene mok nodigt een tweede mok uit. Een moment van onverschilligheid worden er twee en twee worden er vier en zo maar door. Tot het moment dat de kritieke massa is bereikt en de macht van de onverschilligheid verheven wordt tot norm. En degene die afwast de vreemdeling is geworden. Dat was waarom het, toen ik eraan begon zo raar voelde.

Maar er is nog iets dat veel gevaarlijker is. De macht en meetbaarheid van het belang. Wat is het belang van het afwassen van een mok afgemeten tegen pakweg het belang van ‘op tijd’ in de file staan? Of dat wat maakt dat een mens zich te verheven voelt en iets kleins als het wassen van een mok als te min of futiel bestempeld. Zo kun je dieren en andere mensen ook als van minder belang bestempelen. Zo kun je ecosystemen lager waarderen ten opzichte van economische systemen. Zo blijft in het einde enkel nog het hoogste belang over om te dienen. En je voelt je dom en raar als je je met iets bezighoudt, dat van geen of minder belang is.

Maar laat mij u vertellen. Niets is triviaal. Het is hoogstens de mate waarin we collectief onverschillig zijn, die zaken hun waarde of belang ontneemt.

VON SOLO

DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST


Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl

Share This:

de dichter Frans Terken heeft in het diepste geheim een nieuwe Periodieke Ontspanning Module – de zogeheten POM ontwikkeld

de Periodieke Ontspanning Module – de POM – nu verkrijgbaar!

de dichter Frans Terken heeft in het diepste geheim een nieuwe Periodieke Ontspanning Module – de zogeheten POM ontwikkeld. navraag leert dat de dichter terken zich enorm heeft moeten inspannen om de ontspanningsmodule POM op tijd klaar te krijgen. Hier een voorproefje

Periodieke ontspanning module

Tussen naar jezelf kijken en
daar stevig afstand van nemen
ligt het achterover leunen

je beweegt eerst achterwaarts
hangt je in een houding van
als het niet ver genoeg gaat

dan kan het altijd nog verder
je kunt het binnenskamers oefenen
door zacht op en neer te wippen

ruggelings in de achteruit dan licht
naar voren alsof je op je tenen balanceert
met de ogen dicht om in trance te raken

gericht op een vast punt voor je
alsof er iemand een striptease opvoert
je ziet nog gekleed al het naakt

links of rechts voor je een ventilator
die het hoofd leeg en schoon blaast
dat er ruimte ontstaat voor ontspanning

hoe het allengs voor opluchting zorgt
wacht niet tot het van vier muren opeens
een kist lijkt waarin je nog even wakker ligt

open de ogen en kom tot jezelf
dans rond met een glas in de hand
zie daarin hoe toekomst naar je toe drijft

FT 27.02.2019

Share This:

met MERIK & SARA de lente in Buitenzorg



Hoi Pom, het fijne weer de laatste dagen inspireerde me tot het tekstje in de bijlage. Voor pomgedichten, groet, Merik

Lente in Buitenzorg

Op zomaar een lentedag in februari
wandel ik met Sara langs de bosrand;
even poepen en buurten in de tuin
met heerlijke hapjes en
kwispelend het tuinpad af.

Zie krokussen openbloeien en
narcissen en hyacinten.

Ik steek van wal met je bestemmingsplan;
groen gaat groeien en bloeien.
Zie je rode mutsje dansen
en citroenvlinders.

Merik van der Torren

Share This: